Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2022:6493

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
06-07-2022
Datum publicatie
01-08-2022
Zaaknummer
C/09/608342 / HA ZA 21-225
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aanbieden van identiek product op Bol.com onder gebruikmaking van de EAN-code van een ander levert geen merkinbreuk en auteursrechtinbreuk op. Beneluxmerk. Auteursrecht. Vorderingen afgewezen. Proceskostenveroordeling 90% IE-deel 10% niet IE-deel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/608342 / HA ZA 21-225

Vonnis van 6 juli 2022

in de zaak van

[eiser] h.o.d.n. LINDEN SALES,

te [plaats],

eiser,

advocaat mr. N. Vrugt te Tilburg,

tegen

DGM OUTLET B.V.,

te Hoogvliet,

gedaagde,

advocaat mr. H.L. Verweel te Spijkenisse.

Partijen zullen hierna [eiser] en DGM Outlet genoemd worden.

De zaak is voor [eiser] inhoudelijk behandeld door mr. Vrugt voornoemd

en voor DGM Outlet door mr. Verweel voornoemd en mr. J.A.F. Considine te Rotterdam.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van [eiser] van 16 februari 2021, met producties EP01 tot en met EP20;

  • -

    de conclusie van antwoord van DGM Outlet, met producties GP01 tot en met GP13;

  • -

    de herstelakte, tevens overlegging aanvullende producties van DGM Outlet van

30 augustus 2021, met producties GP14 en GP15;

  • -

    het tussenvonnis van 16 februari 2022 waarin een mondelinge behandeling tussen partijen is bevolen;

  • -

    de door [eiser] bij B3 formulier van 18 maart 2022 overgelegde akte houdende aanvullende producties , met producties EP21 tot en met EP25;

  • -

    de door DGM Outlet bij e-mail van 24 maart 2022 overgelegde akte overlegging aanvullende producties , met producties GP16 en GP17;

  • -

    het proces-verbaal van de mondelinge behandeling via MS Teams op 29 maart 2022 en de daarin genoemde gedingstukken, waaronder de spreekaantekeningen van beide partijen;

  • -

    de akte overlegging aanvullende producties van DGM Outlet van 20 april 2022, met producties GP18 t/m GP30;

  • -

    de antwoordakte tevens akte houdende aanvullende productie van [eiser] van

11 mei 2022, met productie EP26.

1.2.

Het proces-verbaal van de digitale mondelinge behandeling is met instemming van partijen buiten hun aanwezigheid opgemaakt. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken over het proces-verbaal. Partijen hebben hiervan geen gebruik gemaakt.

1.3.

Vonnis is nader bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

[eiser] is eigenaar van de eenmanszaak Linden Sales, die zich bezig houdt met de verkoop van diverse consumentenartikelen via het online verkoopplatform Bol.com (hierna: Bol.com).

2.2.

[eiser] heeft op 25 mei 2019 EAN-code 8719327112557 (hierna: ‘de EAN-code’) geregistreerd op naam van Linden Sales. Een EAN (European Article Number) is een unieke (streepjes)code die aan een specifiek artikel wordt toegekend en in (web)winkels wordt gebruikt ten behoeve van de kassa-afhandeling en voorraadadministratie.

2.3.

[eiser] heeft op 6 september 2019 op Bol.com onder vermelding van de EAN-code een pluchen eenhoornknuffel aangeboden.

2.4.

[eiser] heeft via Fiverr.com het hierna weergegeven logo laten ontwerpen en heeft dit op 14 september 2019 geleverd gekregen (hierna: het logo):

2.5.

[eiser] is houder van het hierna weergegeven Benelux-woordbeeldmerk dat op 25 oktober 2019 is gedeponeerd en op 14 januari 2020 is ingeschreven onder nummer 1404702 voor waren in klasse 28 (speelgoed) (hierna: ‘het merk’):

2.6.

Een screenshot van de advertentie (van onbekende datum) waarin het merk wordt vermeld en afgebeeld ziet er – voor zover hier van belang – als volgt uit:

2.7.

DGM Outlet is een groothandel die zich bezighoudt met de (outlet-)verkoop van diverse consumentenartikelen via haar webshop, een fysieke winkel en externe verkoopplatforms zoals Bol.com.

2.8.

DGM Outlet heeft op 11 november 2020 op Bol.com onder vermelding van de EAN-code en het merk een pluchen eenhoornknuffel aangeboden. Dit product is op

21 november 2020 verkocht, waarna de advertentie is verwijderd. Uit een screenshot gemaakt op 17 november 2020 blijkt dat de advertentie er op dat moment – voor zover hier van belang – als volgt uit zag:

2.9.

Uit de “Gebruikersvoorwaarden Zakelijk Verkopen via bol.com” en de “Merkrichtlijnen en eigendomsrechten” van Bol.com volgt het volgende. Externe verkopers die producten via Bol.com willen aanbieden, zijn verplicht om ieder product onder een EAN-code in te voeren in het systeem. Alle informatie die in het systeem van Bol.com wordt ingevoerd over het product (de advertentietekst, productfoto’s, productspecificaties, merkinformatie enzovoort) wordt gekoppeld aan de specifieke EAN-code.

Het is Bol.com-(weder)verkopers toegestaan om gebruik te maken van een bestaande (door een andere verkoper ingevoerde) EAN-code, indien het aan te bieden artikel identiek is aan het artikel waarvoor de EAN-code op Bol.com wordt gebruikt. Indien het aan te bieden artikel afwijkt van de bij Bol.com bekende artikelen, dient de verkoper een nieuwe EAN-code aan te vragen en te gebruiken.

Het systeem van Bol.com is zo ingericht dat indien een (volgende) verkoper de EAN-code van een bepaald product invoert, alle daaraan gekoppelde productinformatie in de advertentie wordt geladen, waaronder bijvoorbeeld het merk en de afbeeldingen. Alle producten met een bepaalde EAN-code worden derhalve aangeboden onder dezelfde advertentie. Alle verkopers die gebruik maken van een bepaalde EAN-code zijn gerechtigd om de daaraan gekoppelde productinformatie (en dus de advertentie) te wijzigen. Die wijzigingen werken door in de advertenties van alle aanbieders van dat product.

2.10.

Artikel 7 lid 2 van de “Gebruikersvoorwaarden Logistiek via bol.com” luidt als volgt (waarbij “Lvb” staat voor “Logistiek via bol.com”):

“Artikelen die door een Klant worden geretourneerd conform artikel 7.1, zullen door bol.com worden beoordeeld met inachtneming van het bol.com retour- en coulancebeleid. Op basis van deze beoordeling worden de Artikelen opnieuw bij de voorraad van de Lvb Verkoper gelegd (een zgn. gewenste retour), of, indien naar het oordeel van bol.com sprake is van een Onverkoopbaar Artikel, teruggestuurd aan de Lvb Verkoper in overeenstemming met artikel 7.4. Onverkoopbare Artikelen worden door bol.com niet vergoed en zijn volledig voor rekening en risico van de Lvb Verkoper. In afwijking hiervan kan bol.com naar eigen inzicht een Onverkoopbaar Artikel niet aan Lvb Verkoper retourneren maar vergoeden conform bijlage 1, waarna de eigendom van het Artikel overgaat op bol.com. De Klant die een Artikel retour stuurt, ontvangt zijn betaling terug dan wel vervalt zijn betalingsverplichting. Mocht de Klant nog niet betaald hebben voor het Artikel dan vervalt zijn betalingsverplichting. De Lvb Verkoper ontvangt in dat geval ook geen vergoeding (verkoopprijs) voor het desbetreffende Artikel. Indien de verkoopprijs door bol.com reeds is uitbetaald aan de Lvb Verkoper, zal dit bedrag op de eerstvolgende uitbetaling aan de Lvb Verkoper worden ingehouden.”

2.11.

[eiser] heeft op 17 november 2020 geconstateerd dat DGM Outlet een pluchen eenhoornknuffel had aangeboden onder gebruikmaking van zijn EAN-code. Bij brief van 30 november 2020 heeft [eiser] DGM Outlet gesommeerd de inbreuk op zijn merk- en auteursrecht en het gebruik van de EAN-code te staken. DGM Outlet heeft bestreden inbreukmakend en/of onrechtmatig te handelen. [eiser] heeft uiteindelijk bij e-mail van 30 december 2020 aangekondigd dat onderhavige procedure zou worden opgestart.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert – samengevat – jegens DGM Outlet, uitvoerbaar bij voorraad:

  • -

    primair een verbod om inbreuk te maken op zijn merken, waaronder het merk:

  • -

    subsidiair een verbod om inbreuk te maken op de auteursrechten op het logo:

  • -

    een verbod om onrechtmatig gebruik te maken van zijn EAN-codes, waaronder zijn EAN-code 8719327112557;

  • -

    opgave, dwangsom, winstafdracht en schadevergoeding op te maken bij staat;

  • -

    een volledige proceskostenveroordeling op de voet van artikel 1019h Rv1.

3.2.

[eiser] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat DGM Outlet een advertentie op Bol.com heeft geplaatst voor een pluchen eenhoornknuffel die soortgelijk is aan een pluchen eenhoornknuffel die [eiser] eerder op Bol.com heeft aangeboden. Door in de advertentie gebruik te maken van tekens die gelijk zijn aan het merk voor dezelfde waren als die waarvoor dit merk is ingeschreven, maakt DGM Outlet inbreuk in de zin van artikel 2.20 lid 2 sub a BVIE2.

Het logo is een auteursrechtelijk beschermd werk in de zin van artikel 1 jo. 10 lid 1 Aw3. Door het gebruik daarvan in de advertentie, maakt DGM Outlet inbreuk op de auteursrechten van [eiser] in de zin van artikel 10 en 12 Aw.

Doordat DGM Outlet de EAN-code van [eiser] in strijd met de gebruikersvoorwaarden van Bol.com gebruikt voor het aanbieden van een product dat niet identiek is aan het product dat [eiser] onder die EAN-code in het systeem heeft ingevoerd, handelt zij onrechtmatig jegens [eiser] in de zin van artikel 6:162, 6:194 dan wel 6:193b BW4.
Door de inbreuk en het onrechtmatig handelen lijdt [eiser] schade, die DGM Outlet dient te vergoeden, aldus [eiser].

3.3.

DGM Outlet voert verweer strekkende tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten op de voet van artikel 1019h Rv, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na betekening van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Bevoegdheid

4.1.

Voor zover de vorderingen van [eiser] zijn gegrond op inbreuk op zijn Beneluxmerk, is de rechtbank bevoegd daarvan kennis te nemen op grond van artikel 4.6 lid 1 BVIE, omdat de gestelde inbreuk via internet in heel Nederland en daarmee ook in het arrondissement Den Haag plaatsvindt. Deze bevoegdheid strekt zich uit tot de Benelux.

4.2.

Voor zover de vorderingen zijn gegrond op gestelde auteursrechtinbreuk en gesteld onrechtmatig handelen is de rechtbank relatief bevoegd op grond van artikel 102 Rv. De bevoegdheid van de rechtbank is overigens niet bestreden.

Merkenrecht

4.3.

De vorderingen van [eiser] zijn primair gegrond op zijn merkenrecht. [eiser] stelt dat DGM Outlet inbreuk heeft gemaakt op zijn merk door op Bol.com een pluchen eenhoornknuffel aan te bieden en in de advertentie tekens te gebruiken die gelijk zijn aan het merk, namelijk een afbeelding van het woordbeeldmerk en de aanduiding “merk: L-Toys” bij de productinformatie.

4.4.

Het meest verstrekkende verweer van DGM Outlet in dit verband is dat het merkenrecht van [eiser] is uitgeput in de zin van artikel 2.23 lid 3 BVIE, omdat de pluchen eenhoornknuffel onder dit merk eerder door [eiser] zelf in de handel is gebracht via Bol.com.

4.5.

De rechtbank stelt voorop dat uit artikel 2.23 lid 3 BVIE volgt dat “een merk […] de houder niet het recht [verleent] het gebruik daarvan te verbieden voor waren die onder dit merk door de houder of met diens toestemming in de Europese Economische Ruimte in de handel zijn gebracht, tenzij er voor de houder gegronde redenen zijn zich te verzetten tegen verdere verhandeling van de waren, met name wanneer de toestand van de waren, nadat zij in het de handel zijn gebracht, gewijzigd of verslechterd is.”

Een uitzonderingsgeval als in het laatste deel van dit artikel omschreven is hier niet gesteld noch gebleken. Het kernpunt van het onderhavige geschil is dus de vraag of het hier gaat om een eerder door [eiser] in de handel gebracht product, ofwel, in termen van de regels van Bol.com, een “identiek product”, zoals door DGM Outlet is gesteld, maar door [eiser] is betwist. De bewijslast ter zake rust op DGM Outlet. DGM Outlet is in de gelegenheid gesteld om na de mondelinge behandeling nog stukken te overleggen/ haar standpunt nader te onderbouwen.

4.6.

De rechtbank is van oordeel dat DGM Outlet met de stukken die zij nog heeft aangeleverd en de nog gegeven nadere toelichting – in onderling verband en samenhang beschouwd met hetgeen eerder naar voren is gebracht – in dit bewijs is geslaagd. Daartoe wordt als volgt overwogen.

4.6.1.

Tussen partijen is niet in geschil dat DGM Outlet de eenhoornknuffel heeft aangetroffen op een retourpallet die zij heeft gekocht van Bol.com. Op een dergelijke retourpallet bevinden zich diverse – voor DGM Outlet vooraf onbekende – producten die door klanten retour zijn gestuurd en door Bol.com als “onverkoopbaar” zijn aangemerkt. Evenmin is in geschil dat op (de verpakking van) de eenhoornknuffel die werd aangetroffen op de retourpallet geen EAN-code aanwezig was. DGM Outlet stelt dat zij heeft achterhaald dat de eenhoornknuffel eerder verkocht bleek te zijn door [eiser]. [eiser] heeft dit betwist en aangevoerd dat de eenhoornknuffel afkomstig moet zijn geweest van een andere verkoper, zodat het geen “identiek product” is in de zin van de regels van Bol.com. [eiser] heeft daartoe verschillende argumenten aangevoerd.

4.6.2.

[eiser] heeft allereerst betoogd dat dezelfde eenhoornknuffel ook door andere verkopers op Bol.com wordt aangeboden en daarbij verwezen naar (een screenshot van) een advertentie van “Lily’s Toys” waarin een soortgelijke eenhoornknuffel wordt aangeboden onder EAN-code 8719326805566. DGM Outlet heeft hier tegenover gesteld dat Bol.com desgevraagd heeft aangegeven dat de eenhoornknuffel met deze EAN-code voor het eerst op 27 maart 2021 is aangeboden. [eiser] heeft dit vervolgens niet meer betwist. Hij heeft daarna slechts aangevoerd dat de overgelegde screenshot van de advertentie van “Lily’s Toys” alleen maar diende ter illustratie van een mogelijke ‘listing’ van andere aanbieders. Dat van nog andere aanbieders op het moment van de vermeende inbreuk sprake kan zijn geweest, heeft [eiser] vervolgens niet nader onderbouwd, zodat dit argument van [eiser] als onvoldoende gemotiveerd wordt gepasseerd.

4.6.3.

[eiser] heeft er verder op gewezen dat (de screenshots van) de afbeeldingen van de eenhoornknuffel in de advertentie op de website van DGM – die door een koppeling tussen beide websites gelijk is aan de advertentie van DGM Outlet op Bol.com – niet overeenkomen met de afbeeldingen in de advertentie van [eiser] op Bol.com. Daaruit zou volgens [eiser] volgen dat de afbeeldingen van een andere bron dan [eiser] afkomstig zijn en dat de eenhoornknuffel afkomstig kan zijn van deze verkoper. Dit betoog faalt, omdat [eiser] deze afbeeldingen wel degelijk zelf heeft gebruikt in zijn advertentie, zoals blijkt uit de weergave als opgenomen onder 2.6.

4.6.4.

[eiser] betwist voorts dat uit de verklaringen omtrent de pogingen de herkomst van het product te traceren kan worden afgeleid dat de eenhoornknuffel afkomstig moet zijn geweest van [eiser]. Uit deze verklaringen blijkt allereerst dat de dienstdoende medewerker van DGM Outlet op Bol.com op zoek is gegaan naar de herkomst van de eenhoornknuffel, waarop geen EAN-code zat, omdat DGM Outlet volgens de regels van Bol.com verplicht is om eenzelfde product onder dezelfde EAN-code opnieuw aan te bieden. Hij heeft dit volgens zijn eerste verklaring gedaan aan de hand van de afmetingen en de beschrijving. De medewerker vond slechts één zelfde eenhoornknuffel, die werd aangeboden door “L-Toys/L-Sales”. In zijn aanvullende schriftelijke verklaring heeft deze medewerker toegelicht dat op (de verpakking van) de eenhoornknuffel wel een LVB-nummer zat, welk nummer altijd van het product wordt verwijderd om te voorkomen dat het na doorverkoop en retournering bij de oorspronkelijke verkoper terecht komt. De medewerker heeft daarin voorts verklaard dat hij – omdat hij nog maar kort in dienst was – deze sticker op een A4 moest plakken en dat dit aan het einde van de week door een collega met een hogere functie werd gecontroleerd. Dit laatste is van belang omdat – zoals namens DGM Outlet in de spreekaantekeningen en ter zitting is uitgelegd – (ook) met behulp van dit LVB-nummer de corresponderende EAN-code kan worden gevonden. [eiser] heeft in reactie op de aanvullende verklaring, onder verwijzing naar de eerste verklaring, betwist dat (ook) het LVB-nummer door DGM Outlet is gebruikt en gesteld het mogelijk te achten dat het LVB-nummer afkomstig was van een andere verkoper, maar dit niet nader onderbouwd. Dat had wel op zijn weg gelegen, te meer nu uit de door DGM Outlet nog overgelegde video blijkt dat op nagenoeg alle producten op een retourpallet een LVB-nummer zit en volgens Bol.com [eiser] (voordat DGM Outlet het product op 11 november 2020 aanbood) de enige aanbieder van de eenhoornknuffel was. Ook op dit punt wordt het betoog als onvoldoende onderbouwd gepasseerd.

4.6.5.

Tot slot heeft [eiser] nog aangevoerd dat de eenhoornknuffel die DGM Outlet heeft opgekocht niet afkomstig kan zijn van [eiser], omdat hij daarvoor nooit een vergoeding van Bol.com heeft ontvangen. Ook dit argument gaat niet op, aangezien uit de verklaring van Bol.com en de onder 2.10genoemde voorwaarden volgt dat LVB-verkopers niet altijd worden gecompenseerd als de retourzending in een zogenoemde “zending exceptionel” terecht komt ofwel wordt aangemerkt als “onverkoopbaar artikel”. Dat de betreffende eenhoornknuffel is aangetroffen in een “zending exceptionel” blijkt uit de (onbetwiste) verklaring van de medewerker van DGM Outlet.

4.7.

Gelet op het hiervoor overwogene dient het uitgangspunt in rechte te zijn dat de door DGM Outlet aangeboden eenhoornknuffel inderdaad in eerste instantie door [eiser] te koop is aangeboden en verkocht, zodat het merkenrecht ter zake was uitgeput en [eiser] zich op basis van het merkenrecht niet kan verzetten tegen gebruik van tekens die gelijk zijn aan het merk door DGM Outlet.

4.8.

Het voorgaande brengt mee dat het daarnaast door DGM Outlet nog opgeworpen verweer dat sprake is van misbruik van recht (omdat [eiser] zijn merk niet zou gebruiken ter onderscheiding van de herkomst van zijn waren) geen bespreking meer.

Auteursrecht

4.9.

Nu het beroep op het merkenrecht faalt, dient te worden beoordeeld of de vordering van [eiser] op de subsidiaire grondslag toewijsbaar is. De rechtbank is van oordeel dat DGM Outlet met het plaatsen van de advertentie op Bol.com geen inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten van [eiser] op het logo. Daartoe is het volgende redengevend.

4.10.

Hetgeen hiervoor ten aanzien van het merkenrecht is overwogen brengt met zich dat het DGM Outlet was toegestaan om de eenhoornknuffel (opnieuw) aan te bieden via Bol.com met gebruikmaking van het merk. DGM Outlet heeft het “identieke product” in lijn met de regels van Bol.com aangeboden onder dezelfde EAN-code. Zoals DGM Outlet heeft aangevoerd, en niet is weersproken door [eiser], heeft het systeem van Bol.com vervolgens de koppeling gemaakt met de opmaak van de advertentie zoals die op dat moment in het systeem was ingevoerd door [eiser], waardoor in de advertentie (onder meer) het logo werd weergegeven. Wat er zij van de discussie tussen partijen over het exacte moment waarop dat logo voor het eerst bij de advertentie is geplaatst, kan [eiser] zich daartegen niet verzetten. [eiser] is immers akkoord gegaan met de werkwijze van Bol.com waarbij de aanbieder van een “identiek product” dezelfde EAN-code en daarmee dezelfde productinformatie moet gebruiken. Daarmee heeft [eiser] impliciet toestemming gegeven voor plaatsing van de door hem ingevoerde productinformatie (en dus het logo) bij de advertentie van een andere (weder)verkoper zoals DGM Outlet. Dit maakt dat [eiser] zich jegens DGM Outlet ter zake van het gebruik van het logo in deze advertentie niet op zijn vermeende auteursrecht kan beroepen. Reeds hierop strandt de vordering voor zover gegrond op het auteursrecht. De vraag of sprake is geweest van een rechtsgeldige overdracht van de auteursrechten door Fiverr.com aan [eiser], waarover partijen van mening verschillen, kan daarom buiten bespreking blijven.

Overige grondslagen

4.11.

Zoals hiervoor is overwogen, was het DGM Outlet toegestaan om de eenhoornknuffel via Bol.com aan te bieden op de wijze zoals dit is gebeurd. Het gebruik van [eiser]’s EAN-code was onder deze omstandigheden rechtmatig en zelfs verplicht volgens de regels van Bol.com. Derhalve kan ook op basis van de overigens nog door [eiser] aangevoerde gronden, voor zover deze voldoende zijn onderbouwd, geen sprake zijn van onrechtmatig handelen.

Slotsom

4.12.

De slotsom is dat de vorderingen op geen van de aangevoerde grondslagen toewijsbaar zijn en dat deze zullen worden afgewezen.

Proceskosten

4.13.

[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van DGM Outlet. DGM Outlet maakt aanspraak op vergoeding van de volledige proceskosten als bedoeld in artikel 1019h Rv. DGM Outlet heeft specificaties van haar advocaatkosten van in totaal € 19.811,26 overgelegd.

4.14.

[eiser] heeft zich verzet tegen volledige vergoeding daarvan, omdat de door DGM Outlet opgevoerde kosten te hoog zijn in relatie tot de beperkte complexiteit van de zaak en in vergelijking met de kosten aan de zijde van [eiser].

4.15.

Teneinde de redelijkheid en evenredigheid van de opgevoerde kosten te kunnen beoordelen, wordt aansluiting gezocht bij de Indicatietarieven in IE-zaken (versie april 2017). De daarin vermelde tarieven worden geacht redelijk en evenredig te zijn. Onderhavige zaak valt naar het oordeel van de rechtbank onder de categorie eenvoudige bodemzaak met een maximumtarief van € 8.000,-. Omdat de zaak zowel ziet op inbreuk op intellectuele eigendomsrechten (‘IE-deel’) als op overig onrechtmatig handelen (het ‘niet IE-deel’) zal, conform het gestelde in de dagvaarding, 90% van de kosten worden toegerekend aan het IE-deel en 10% van de kosten aan het niet IE-deel, welk laatste deel wordt begroot conform het liquidatietarief. Het bedrag voor salaris advocaat komt daarmee op € 7.368,90 (90% x € 8.000,- = € 7.200,- + 10% x (3 x 563,-) = € 168,90). Dit bedrag wordt verhoogd met € 667,- aan griffierecht, waarmee het totaalbedrag uitkomt op € 8.035,90, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente, waarbij de termijn daarvoor zal worden bepaald op veertien dagen na betekening van het onderhavige vonnis.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af;

5.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van DGM Outlet begroot op een bedrag van € 8.035,90,-, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW indien dit bedrag niet binnen veertien dagen na betekening van het onderhavige vonnis is voldaan, tot aan de dag der algehele voldoening;

5.3.

verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Heevel en in het openbaar uitgesproken op

6 juli 2022.

1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

2 Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen)

3 Auteurswet 1912

4 Burgerlijk Wetboek