Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2022:6162

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
28-06-2022
Datum publicatie
28-06-2022
Zaaknummer
SGR 21/6507
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vanwege een onherstelbaar verstoorde arbeidsverhouding mocht de korpschef van de Nationale Politie overgaan tot het ontheffen van een teamchef uit haar functie en mocht haar een eervol ontslag worden verleend. De rechtbank ziet alles overziend niet dat sprake is van een overwegend aandeel van de politie in het ontstaan en voortbestaan van de verstoorde arbeidsverhouding. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding voor het toekennen van een aanvullende ontslagvergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummers: SGR 21/6507


uitspraak van de meervoudige kamer van 28 juni 2022 in de zaak tussen


[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. M.J. Aantjes),

en

de korpschef van politie, verweerder

(gemachtigde: mr. P. Noordermeer).

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de ontheffing uit haar functie en haar ontslag.

Met het bestreden besluit van 30 augustus 2021 op de bezwaren van eiseres is verweerder bij die besluiten gebleven.

Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 17 mei 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder. Namens verweerder zijn ook verschenen: [A] en mr. [B] .

Beoordeling door de rechtbank

De voorgeschiedenis op hoofdlijnen

1. Eiseres treedt in 1994 in dienst bij de politie. Vanaf september 2017 is zij geplaatst in de eenheid Den Haag (de eenheid). In eerste instantie als operationeel expert/wijkagent in het basisteam Hoefkade en vervolgens als waarnemend teamchef van het basisteam Midden-Leiden. Ruim een halfjaar later (april 2019) wordt zij benoemd tot teamchef van dat basisteam. In die hoedanigheid plaatst zij vanaf mei 2019 berichten op Instagram, met het doel om lezers mee te nemen in haar ‘verhalen, ervaringen en bijzondere ontmoetingen.’

2. Eiseres heeft op verschillende momenten (de omgang met) integriteitskwesties aan de orde gesteld. Zo geeft zij bij haar vertrek naar het basisteam Midden-Leiden aan een leidinggevende informatie over een integriteitskwestie in het basisteam Hoefkade. Vanaf juni 2019 plaatst eiseres berichten op Instagram over onder meer collega’s die grensoverschrijdend gedrag binnen de politieorganisatie aankaarten, maar stellen daarbij geen steun te vinden bij hun leidinggevenden en tegen een muur op te lopen. Zij noemt dat ‘the blue wall of silence’. Deze berichten hebben tot aandacht van onder meer de landelijke media geleid en zijn aanleiding geweest voor gesprekken tussen eiseres en haar leidinggevende (het sectorhoofd). Ook zijn de berichten onderwerp van gesprek geweest in bijeenkomsten van het managementteam (MT), waarvan eiseres deel uitmaakt. Verder heeft een lid van de eenheidsleiding via een interne blog op 13 juni 2019 laten weten dat zij van harte hoopt dat het Instagrambericht van eiseres voor iedereen aanleiding vormt om met elkaar het gesprek aan te gaan zodat grensoverschrijdend gedrag, zoals discriminatie en intimidatie, bespreekbaar wordt gemaakt en dat wordt ingegrepen wanneer dat plaatsvindt.

3. In een gesprek op 18 juni 2019 heeft het sectorhoofd aan eiseres gevraagd om zich te houden aan de richtlijnen voor het gebruik van social media en in het vervolg Instagramberichten over grensoverschrijdende zaken eerst aan hem voor te leggen. Eiseres heeft daarna geen berichten meer geplaatst over dit onderwerp op het Instagram-account van de politie. Zij gebruikt in plaats daarvan haar eigen (privé) Instagram-account.

4. Op 9 juli 2019 heeft eiseres een gesprek gevoerd met haar eenheidschef. Bij dit gesprek is ook de portefeuillehouder ‘Kracht van het Verschil’ van de eenheid aanwezig. Eiseres heeft dit gesprek heimelijk opgenomen, omdat zij op dat moment naar eigen zeggen te maken heeft met intimidatie, verdraaiingen van woorden en ontkenningen van wat zij zegt. In het gesprek geeft eiseres onder meer aan dat zij door leidinggevenden op een onprettige wijze is aangesproken en dat zij door de leiding negatief wordt ‘geframed’. De eenheidschef en portefeuillehouder hebben onder meer aangegeven in de toekomst met eiseres te willen bezien welke ideeën er zijn om grensoverschrijdend gedrag bespreekbaar te maken.

5. Medio juli 2019 wordt in een landelijk dagblad een artikel gepubliceerd over grensoverschrijdend gedrag bij de politie. Daarin wordt ook het Instagrambericht van eiseres aangehaald en geschreven dat zij niet meer op Instagram mag publiceren en een spreekverbod heeft. Een paar dagen later is in een MT-bijeenkomst, waarbij eiseres ook aanwezig was, onder meer dit artikel onderwerp van gesprek geweest. Ook blijkt in deze bijeenkomst dat er in het MT twijfel bestaat over het antwoord op de vraag of eiseres samen met haar collega’s wil optrekken bij het bespreekbaar maken van grensoverschrijdend gedrag.

6. Eind juli 2019 wordt vanwege de onrust in het MT besloten een onafhankelijke derde in te schakelen om onderzoek te doen en daarover advies uit te brengen. Naar aanleiding daarvan heeft eiseres een e-mail aan de korpsleiding gestuurd waarin zij onder meer schrijft dat het sectorhoofd aan haar heeft medegedeeld dat een goede bekende van de korpschef onderzoek gaat doen naar haar functioneren en dat zij zich door deze gang van zaken geïntimideerd en bedreigd voelt. In reactie daarop heeft de eenheidschef in een e-mail geschreven dat het geenszins de bedoeling is om onderzoek te laten doen naar het functioneren van eiseres, maar om het MT als geheel een stap verder te brengen en te versterken, en dat de onderzoeker geen goede bekende is van de korpschef. Op dezelfde dag laat een journalist van een landelijk dagblad op Twitter weten dat eiseres een gepland interview heeft afgezegd omdat zij represailles vreest. Het sectorhoofd heeft vervolgens besloten toekomstige gesprekken met eiseres in aanwezigheid van een verslaglegger of schriftelijk te laten plaatsvinden. In reactie daarop heeft eiseres excuses van het sectorhoofd geëist en aangegeven anders verdere maatregelen te nemen.

7. Medio september 2019 wordt in een landelijk dagblad een artikel gepubliceerd over uitkomsten van het interne onderzoek naar misstanden op het politiebureau Hoefkade. Vervolgens wordt een paar dagen later in een MT-bijeenkomst door een aantal MT-leden het vertrouwen in eiseres opgezegd. Door deze MT-leden wordt mediation niet zinvol gevonden. Het sectorhoofd heeft vervolgens aan de eenheidsleiding gemeld dat de positie van eiseres onhoudbaar is geworden, omdat meerdere leden van het MT vinden dat het vertrouwen in haar onherstelbaar is beschadigd. Naar aanleiding daarvan wordt eiseres op 24 september 2019 door de korpsleiding verzocht een pauze te nemen van haar werkzaamheden als teamchef, om tot een duurzame oplossing te kunnen komen. Dit leidt tot landelijke media-aandacht en een optreden van eiseres in een bekende talkshow op tv op 26 september 2019. Een dag daarvoor heeft eiseres een bericht op Instagram geplaatst waarin zij spreekt over leiders die haar aanvallen omdat zij opkomt voor gerechtigheid en zij deze leiders vergelijkt met bange witte dinosaurussen die zichzelf met uitsterven bedreigd zien.

8. In de talkshow heeft eiseres onder meer verteld over haar redenen om grensoverschrijdend gedrag bij de politie op Instagram aan de kaak te stellen. Op de vraag of het klopt dat zij voorstellen van de korpsleiding heeft afgewezen om tot een duurzame oplossing te komen, zegt eiseres dat dit een pertinente leugen is. Daarnaast zegt eiseres over een eventueel toekomstig gesprek tussen haar en de eenheidsleiding, dat wanneer in een organisatie gelogen en bedrogen wordt, zo’n gesprek hetzelfde zou zijn als aan een vrouw vragen het gesprek aan te gaan met haar verkrachter.

9. In een op 1 oktober 2019 gepubliceerd interview in een landelijk dagblad heeft eiseres voorbeelden gegeven van grensoverschrijdend gedrag binnen de politie en heeft zij verteld over het onderzoek naar de misstanden op politiebureau Hoefkade. Ook vindt zij het de omgekeerde wereld dat zij nu als klokkenluider naar huis is gestuurd, alleen maar omdat zij een ‘paar mannen in een patriarchale organisatie pissed off heeft gemaakt.’ Tegelijkertijd stelt zij vastbesloten te zijn om bij de politie te blijven werken.

10. Op 8 oktober 2019 wordt door een ingeschakeld extern onderzoeksbureau het adviesrapport ‘Diversiteit, Inclusiviteit en het Teamproces binnen het managementteam Leiden-Bollenstreek’ uitgebracht aan de eenheidschef. In het rapport staat dat een recent optreden van één van de teamleden heeft geleid tot een vertrouwensbreuk binnen het MT en dat geen sprake meer is van een effectief functionerend team.

11. In een gesprek van 14 oktober 2019 heeft de eenheidschef aan eiseres medegedeeld dat er onvoldoende vertrouwen bestaat om haar een functie te laten vervullen in de eenheid. Op 23 oktober wordt dit met een schriftelijk besluit toegelicht (het verplaatsingsbesluit). De eenheidschef heeft in dit besluit gesteld dat sprake is van een onherstelbare vertrouwensbreuk tussen eiseres en de leden van het MT en dat daardoor een onwerkbare situatie is ontstaan. Dit is volgens hem onder meer het gevolg van de uitlatingen van eiseres in de media en de nadien vruchteloze pogingen van MT-leden om samen met eiseres op te trekken. Daarnaast heeft de eenheidschef gesteld dat ook zijn vertrouwen in eiseres is geschaad. Hij benoemt daarbij onder meer het tv-optreden van eiseres en het heimelijk opnemen van het gesprek van 9 juli 2019. Eiseres wordt op grond van artikel 64 van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp) ontheven uit haar functie.

12. Op 2 november 2019 is in een landelijk dagblad een artikel verschenen over eiseres waarin onder meer wordt geschreven over vermeende gedragingen van eiseres bij haar vorige eenheid. Ook wordt geciteerd uit het verplaatsingsbesluit. Dezelfde dag heeft de journalist van het artikel een kopie van het verplaatsingsbesluit op Twitter geplaatst.

13. In de periode tussen november 2019 en februari 2020 wordt, met instemming van eiseres, een externe bemiddelaar ingeschakeld. Dit leidt tot een gesprek op 19 december 2019. Het vervolggesprek heeft eiseres afgezegd, omdat zij er onvoldoende vertrouwen in heeft dat de politie haar veiligheid kan garanderen op een volgende werkplek. Eiseres heeft vervolgens laten weten dat zij uit dienst wil treden, maar het lukt niet om in dat kader tot een vaststellingsovereenkomst te komen. Daarnaast heeft eiseres zich ziekgemeld.

14. Met het besluit van 17 februari 2020 wordt eiseres ontslagen op grond van artikel 95 van het Barp (het ontslagbesluit). In het besluit wordt gesteld dat de vertrouwensbreuk met eiseres heeft geleid tot een zodanig ernstig verstoorde arbeidsrelatie dat een onwerkbare situatie is ontstaan. De diverse pogingen tot herstel van het vertrouwen zijn afgeketst op de focus van eiseres op externe berichtgeving in de (sociale en reguliere) media en op haar conflicterende toonzetting. Eiseres wordt verweten in de publieke ruimte een conflictkoers te hebben gevaren die het vertrouwen ondermijnt en de samenwerking onmogelijk maakt.

De vraag die de rechtbank moet beantwoorden

15. De rechtbank stelt voorop dat het belangrijk is dat grensoverschrijdende zaken die zich afspelen bij de politie, zoals intimidatie en discriminatie, bespreekbaar moeten zijn of bespreekbaar gemaakt moeten worden en dat in het geval van misstanden onderzoek plaats dient te vinden en zo nodig maatregelen moeten worden getroffen. In deze zaak zijn partijen het hierover eens. Wat partijen met name verdeeld houdt, is de wijze waarop misstanden aan de kaak moeten worden gesteld. Eiseres is van mening dat haar boodschap zo belangrijk is dat verweerder niet of nauwelijks eisen zou mogen stellen aan haar uitingen in dit verband. Op het moment dat verweerder dit wel doet, ziet zij dit als een vorm van censuur of als een bevestiging dat de problemen worden ontkend of onvoldoende serieus worden genomen. Verweerder is van mening dat een ambtenaar met een leidinggevende functie op belangrijke en gevoelige dossiers als deze strategisch(er) en in overleg moet werken om onrust te voorkomen en om het draagvlak voor verandering of maatregelen zo groot mogelijk te laten zijn. De vraag die daarmee centraal staat is of de wijze waarop eiseres de door haar gesignaleerde problemen aan de orde heeft gesteld en de wijze waarop de organisatie daarop heeft gereageerd, al dan niet ertoe geleid heeft dat de arbeidsverhouding verstoord is geraakt in een mate die maakt dat het verplaatsingsbesluit en het ontslagbesluit mochten worden genomen. Vervolgens moet bezien worden welk aandeel partijen hebben gehad in het verstoord raken van de arbeidsverhouding en of hen dat in meer of mindere mate te verwijten is.

16. De rechtbank zal aan de hand van de argumenten die eiseres heeft aangevoerd (de beroepsgronden) deze vraag beantwoorden. De rechtbank beperkt zich hierbij tot de kern van de aangevoerde beroepsgronden1 en zal achtereenvolgens de volgende punten bespreken:

a. a)Wat is het toetsingskader in deze zaak?

b)Was sprake van een onherstelbaar verstoorde arbeidsverhouding?

c)Heeft de korpschef een overwegend aandeel gehad in het ontstaan en voortbestaan van de situatie die tot het ontslag van eiseres heeft geleid?

d)Staat een beroep op een klokkenluidersregeling het ontslag in de weg?

e)Is sprake van een beroepsziekte en mocht eiseres daarom niet worden ontslagen?

f)Wat is de conclusie van de rechtbank?

Wat is het toetsingskader in deze zaak?

17. Voor het verplaatsingsbesluit geldt dat een politieambtenaar kan worden verplicht een andere functie te vervullen dan die hem of haar is toegewezen, wanneer het belang van de dienst daar in bijzondere gevallen om vraagt.2 Dat kan het geval zijn als sprake is van een ernstige verstoring van de arbeidsverhouding.3 Een verplaatsingsbesluit bestaat uit twee componenten, namelijk het ontheffen uit de eigen functie en het vervolgens opdragen van een andere functie.4

18. Voor het ontslagbesluit geldt dat de in deze zaak toegepaste ontslaggrond kan worden toegepast als sprake is van een zodanig verstoorde arbeidsverhouding dat het daardoor niet redelijk is om voortzetting van het dienstverband te verlangen. Dit betekent dat bij het nemen van het ontslagbesluit duidelijk moet zijn dat herplaatsing elders binnen de organisatie niet mogelijk is of dat van verdere inspanningen om een herplaatsing voor elkaar te krijgen geen resultaat te verwachten is.5 Bij een dergelijk ontslag hoort dat de ontslagen politieambtenaar een redelijke financiële regeling krijgt. Deze regeling mag financieel gezien niet minder zijn dan de uitkering die zou worden ontvangen in geval van bijvoorbeeld een ontslag vanwege arbeidsongeschiktheid.6 Deze financiële regeling kan onvoldoende zijn wanneer vast komt te staan dat verweerder een overwegend aandeel heeft gehad in het ontstaan en voortbestaan van de situatie die tot het ontslag heeft geleid. In dat geval ontstaat echter geen recht op een volledige schadevergoeding, maar om compensatie van dat aandeel. Daarbij is ook het aandeel van de ambtenaar van betekenis.7

Is sprake van een onherstelbaar verstoorde arbeidsverhouding?

19. Eiseres voert aan dat geen sprake is geweest van een onwerkbare situatie die heeft geleid tot een onherstelbare vertrouwensbreuk. Zij stelt steeds bereid te zijn geweest om samen met haar collega’s in het MT op te trekken en volmondig ‘ja’ te hebben geantwoord op verzoeken daartoe. Daarnaast vindt eiseres dat in het onderzoek dat is uitgevoerd door het externe onderzoeksbureau geen concrete aanwijzingen naar voren komen die erop duiden dat het dienstverband niet kan worden voortgezet. Ook stelt eiseres dat mediation had kunnen bijdragen aan het herstel van vertrouwen. Verder voert zij aan dat zij een gesprek met de externe bemiddelaar heeft afgezegd, omdat haar psychische veiligheid niet kon worden gegarandeerd. Volgens eiseres is zij daarna onder druk gezet om haar dienstverband te beëindigen, terwijl zij ziek was en haar tijd had moeten worden gegund om te herstellen. Volgens eiseres handelt de korpschef in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur.

20. De rechtbank merkt om te beginnen op dat het ontslag dat eiseres heeft gekregen geen strafontslag is. Het gaat om een eervol ontslag (inclusief een financiële regeling) omdat geen grond wordt gezien voor een verdere samenwerking. De rechtbank gaat daarom voorbij aan het betoog van eiseres dat verweerder de Adviescommissie Grondrechten en Functie-uitoefening Ambtenaren had moeten raadplegen. Deze commissie heeft immers slechts een rol wanneer een politieambtenaar een disciplinaire straf wordt gegeven vanwege schending van artikel 10 van de Ambtenarenwet 2017.8 Dat is hier niet aan de orde. Ook merkt de rechtbank op dat voor het antwoord op de vraag of sprake is van onherstelbaar verstoorde arbeidsverhouding niet van doorslaggevend belang is wie het meeste te verwijten valt. De rechtbank is in dit licht bezien van oordeel dat uit de feiten en omstandigheden, zoals hierboven beschreven onder rechtsoverwegingen 3 tot en met 14, sprake is van een onherstelbaar verstoorde arbeidsverhouding. Zij zal hierna uitleggen hoe zij tot dit oordeel is gekomen.

21. Het staat volgens de rechtbank vast dat (de gevolgen van) de Instagramberichten van eiseres in juni 2019 onvrede en onrust veroorzaakten in het MT. Dit kwam mede omdat de collega’s van eiseres hier niet vooraf in gekend waren en wel de ophef die uit de berichten voortkwam in goede banen moesten zien te leiden. Dit blijkt alleen al uit het feit dat in juni en juli 2019, de berichten en de media-aandacht in verband daarmee, een terugkerend onderwerp van gesprek waren. De berichten van eiseres waren in negatieve zin onderwerp van gesprek in MT-bijeenkomsten en gesprekken met het sectorhoofd. In de tweede plaats staat vast dat al in juli 2019 sprake was van wederzijds wantrouwen tussen eiseres en haar leidinggevenden. Dit blijkt bijvoorbeeld enerzijds uit het besluit van het sectorhoofd om toekomstige communicatie met haar schriftelijk te laten verlopen of alleen met haar te spreken in aanwezigheid van een verslaglegger. Anderzijds blijkt dit uit het feit dat eiseres een gesprek met haar eenheidschef op 9 juli 2019, heimelijk heeft opgenomen. Ook blijkt uit een e-mail van 23 juli 2019 aan (onder meer) de korpsleiding dat eiseres zich geïntimideerd en bedreigd voelt door de wijze waarop haar leidinggevenden met het gebeurde omgaan.

22. Dat dit wederzijdse wantrouwen vervolgens verder toeneemt blijkt uit de (aanloop naar de) vertrouwensbreuk in het MT in september 2019 en het verzoek van het sectorhoofd aan de eenheidsleiding om eiseres niet langer werkzaam te laten zijn in het MT. De uitlatingen die eiseres niet lang daarna doet op Instagram, in een bekende talkshow op tv en in een landelijk dagblad, bevestigen dat het wantrouwen en de onvrede wederzijds zijn. Zo stelt zij in die media dat de korpsleiding liegt en maakt zij duidelijk dat zij het niet ziet zitten om in gesprek te gaan met haar eenheidsleiding. Deze omstandigheden in samenhang bezien, maken naar het oordeel van de rechtbank voldoende duidelijk dat in september en oktober 2019 al sprake was van een ernstig verstoorde arbeidsverhouding.

23. De rechtbank is van oordeel dat deze verstoorde arbeidsverhouding tot de conclusie leidt dat verweerder terecht stelt dat het verplaatsingsbesluit mocht worden genomen. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat de verstoorde arbeidsverhouding zich uitstrekte tot meerdere collega’s en leidinggevenden en dat eiseres als teamchef een belangrijke leidinggevende functie vervulde, waarbij een goede samenwerking met haar collega’s in het MT en met haar leidinggevenden van groot belang was. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat op het moment van het verplaatsingsbesluit het conflict alleen maar verder leek te escaleren en er geen zicht was op verbetering. In dit licht kan daarom worden gezegd dat sprake was van een bijzonder geval, waarin het belang van de dienst het noodzakelijk maakte dat eiseres uit haar functie werd ontheven om te worden verplaatst naar een andere functie.

24. Eiseres stelt op dit punt terecht dat in geval van een verplaatsingsbesluit, de ontheffing moet worden gevolgd door een plaatsing op een andere functie. De rechtbank merkt hierover op dat niet is vereist dat de plaatsing op een andere functie gelijktijdig plaatsvindt. Verder blijkt uit de bemiddelingspoging dat verweerder tot op dat moment kennelijk de intentie had om eiseres op een andere functie te plaatsen. Niet in geschil is dat eiseres daarna uit dienst wilde treden. Gelet op deze omstandigheden kan, naar het oordeel van de rechtbank, het feit dat eiseres niet (direct) op een andere functie is geplaatst niet aan verweerder worden tegengeworpen.

25. De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder terecht stelt dat op het moment van het ontslagbesluit de arbeidsverhouding inmiddels onherstelbaar was beschadigd. De rechtbank vindt hier vooral van belang dat ondanks alle gebeurtenissen tussen juni 2019 en december 2019 een poging is ondernomen om de arbeidsverhouding met behulp van een externe bemiddelaar te herstellen en dat deze poging op niets is uitgelopen. Hierna is geprobeerd om samen tot een regeling te komen ter beëindiging van de arbeidsrelatie. Pas toen dat niet lukte, heeft verweerder de ontslagprocedure gestart. De rechtbank is gelet op het voorgaande dan ook van oordeel dat verweerder tot de conclusie heeft mogen komen dat voortzetting van het dienstverband van eiseres niet langer van hem kon worden verlangd. Van strijd met een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur is de rechtbank verder niet gebleken.

Heeft de korpschef een overwegend aandeel gehad in het ontstaan en

voortbestaan van de situatie die tot het ontslag van eiseres heeft geleid?

26. Wanneer sprake is van een overwegend aandeel van verweerder in het ontstaan en voortbestaan van het arbeidsconflict, kan dat tot het oordeel leiden dat de financiële regeling die gepaard gaat met het ontslag, onvoldoende is. Eiseres heeft in dit verband in haar beroepschrift aangegeven en op de zitting toegelicht dat zij van mening is dat verweerder een overwegend aandeel heeft in de verstoorde arbeidsverhouding en dat zij daarom een schadevergoeding van € 300.000,- op zijn plaats vindt. Zij stelt onder meer dat zij steeds ten onrechte verantwoordelijk is gehouden voor de inhoud van artikelen in landelijke dagbladen, dat zij wel wilde samenwerken met collega’s in het aankaarten van grensoverschrijdende zaken, dat de politie het verplaatsingsbesluit heeft gelekt naar een journalist van een landelijk dagblad en dat mediation is uitgesloten.

27. De rechtbank is van oordeel dat verweerder van een teamchef als eiseres mocht verwachten dat zij vooraf een inschatting maakt van de gevolgen van berichten op sociale media, en waar nodig afstemming zoekt met leidinggevenden en andere collega’s over een te plaatsen bericht met een aan het werk gerelateerde inhoud, zeker als voorzienbaar is dat het bericht vragen zal oproepen of een maatschappelijke discussie teweeg zal brengen. Daarbij had eiseres zich redelijkerwijs moeten realiseren dat haar berichten door de wijze waarop ze zijn opgesteld (in algemene, veroordelende termen en zonder context of koppeling met een concrete zaak) tot speculatie en onrust zouden leiden en bovendien de collega’s van eiseres in een negatief daglicht zou plaatsen. Zij is hiermee geconfronteerd door haar leidinggevende en haar teamgenoten, maar dit heeft niet geleid tot een andere benadering of wijze van communiceren door eiseres. Dit kan wellicht worden begrepen vanuit de ervaringen van eiseres met misstanden in het verleden, haar diepgevoelde wens om zo snel mogelijk veranderingen teweeg te brengen en de steunbetuigingen van (ex)collega’s met soortgelijke ervaringen, maar dat neemt de verantwoordelijkheid van eiseres voor de negatieve gevolgen van haar uitlatingen niet weg. Het is verder juist dat eiseres niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor de wijze waarop de media omgaan met haar berichten en voor het debat dat daarmee een eigen leven leidt. Dit betekent echter dat juist bij onderwerpen met een mogelijk grote maatschappelijke impact, een zwaarwegend belang ontstaat om extra aandacht te besteden aan de wijze waarop de boodschap wordt gebracht en verwoord en aan de vraag of daarmee het gestelde doel wordt gediend. Hierbij hoort ook dat zo mogelijk op voorhand afstemming hierover plaatsvindt ter voorkoming van onduidelijkheid en het minimaliseren van onrust. Eiseres heeft dit onvoldoende onderkend en naar het oordeel van de rechtbank is dit doorslaggevend geweest voor de ontstane vertrouwensbreuk.

28. De rechtbank overweegt voorts dat eiseres terecht stelt dat mediation al in een vroeg stadium door leden van het MT is uitgesloten. Dit terwijl mediation (ook volgens rechtspraak van de hoogste bestuursrechter in dit soort zaken9) licht kan werpen op de aard van het conflict en de mogelijke oplossing daarvan. De rechtbank is echter van oordeel dat het uitsluiten van mediation in dit geval wordt gecompenseerd doordat in een later stadium alsnog is overgegaan tot een poging tot herstel van de arbeidsverhouding met behulp van externe bemiddeling. De rechtbank vindt in dit kader van belang dat het eiseres was die niet verder wilde met de externe bemiddeling. Hierbij is voorts van belang dat de reden van eiseres om niet verder te gaan met de bemiddeling (geen garantie op een veilige werkplek) bespreekbaar had kunnen worden gemaakt in een vervolggesprek. Eiseres koos er in plaats daarvan voor dat gesprek af te zeggen zonder een alternatief voor te stellen en is daar niet meer op teruggekomen.

29. De rechtbank stelt daarnaast vast dat verweerder ook voordat mediation aan de orde was, openingen heeft geboden om samen op te trekken en samen een strategie te ontwikkelen. Dat dit niet tot een oplossing heeft geleid is deels te wijten aan het feit dat eiseres dit kennelijk onwenselijk vond in die zin dat zij de vrijheid wenste om zonder ruggespraak berichten over dit onderwerp te plaatsen. Voor een ander deel komt dit doordat de ontwikkelingen elkaar in hoog tempo opvolgden. Voor zover eiseres van mening is dat verweerder haar tegen zichzelf in bescherming had moeten nemen, bijvoorbeeld door contacten met de media te verbieden of (beter) te begeleiden, overweegt de rechtbank dat dit niet zonder meer kan worden gevolgd. Hierbij is van belang dat een spreekverbod volgens verweerder geen recht zou doen aan de achterliggende problematiek die zowel verweerder als eiseres wilde agenderen en dat een spreekverbod daarbij de onwenselijke indruk zou wekken dat kritiek de kop in moet worden gedrukt. Verder geldt dat het een gedeelde verantwoordelijkheid is om optredens in de media op de juiste wijze voor te bereiden. Wellicht was het beter geweest om gelet op de ontstane commotie en vertrouwenscrisis het tv-optreden van eiseres vanuit verweerder meer te begeleiden. Dit laat echter onverlet dat de tijdens dat optreden gedane uitlatingen, waarvan niet in geschil is dat die ongepast en onnodig grievend waren, in de eerste plaats voor verantwoordelijkheid van eiseres komen en verweerder daarbij op voorhand niet kon voorzien dat eiseres dit soort uitlatingen zou doen. Ten slotte is niet gebleken dat leidinggevenden zich op intimiderende wijze hebben uitgelaten jegens eiseres.

30. Concluderend is in deze zaak sprake van een verschil van inzicht tussen eiseres en haar leidinggevenden over de wijze waarop zij publiekelijk misstanden aan de orde stelde en over de gevolgen die dat met zich bracht. Dit meningsverschil is vervolgens zeer snel geëscaleerd en heeft geleid tot een vertrouwensbreuk die onherstelbaar is gebleken. De rechtbank ziet alles overziend echter geen grond voor het oordeel dat sprake is van een overwegend aandeel van verweerder in het ontstaan en voortbestaan van de verstoorde arbeidsverhouding. Het is verder betreurenswaardig dat er mogelijk vanuit de politie informatie over eiseres is gelekt, maar dat legt onvoldoende gewicht in de schaal en kan daarom niet tot een ander oordeel leiden. De overige punten die eiseres in dit kader heeft aangevoerd zijn onvoldoende komen vast te staan of van onvoldoende gewicht om tot een ander oordeel te kunnen leiden.

31. Dit betekent dat geen aanleiding bestaat tot het toekennen van een ontslagvergoeding aanvullend op de financiële regeling waarop eiseres al aanspraak maakt.

Staat een beroep op een klokkenluidersregeling het ontslag in de weg?

32. Eiseres beroept zich op de bescherming van klokkenluiders zoals neergelegd in onder meer artikel 47 van de Politiewet 2012 en de Interne klokkenluidersregeling Rijk, Politie en Defensie (de klokkenluidersregeling). Hoewel eiseres zich niet van meet af aan op de klokkenluidersregeling heeft beroepen, stelt de rechtbank vast dat niet in geschil is dat zij in elk geval in 2018 informatie over een integriteitskwestie aan een leidinggevende heeft doorgegeven. Naar het oordeel van de rechtbank zijn er echter geen aanwijzingen dat het verplaatsingsbesluit of het ontslagbesluit zijn genomen vanwege het feit dat eiseres informatie over misstanden aan leidinggevenden heeft doorgegeven. Het beroep op de klokkenluidersregeling staat het ontslag van eiseres dan ook niet in de weg.

Is sprake van een beroepsziekte en mocht eiseres daarom niet worden ontslagen?

33. Anders dan eiseres betoogt, is de rechtbank van oordeel dat een mogelijke beroepsziekte, het ontslag niet in de weg staat. De rechtbank wijst hier op vaste rechtspraak waaruit volgt dat een ontslag zoals hier aan de orde, niet slechts mag worden gegeven als andere ontslaggronden uitgesloten zijn. Bij (eventuele) samenloop van ontslaggronden heeft het bestuursorgaan keuzevrijheid.10 Daarnaast kan een procedure in verband met een erkenning van een beroepsziekte -en de daarmee samenhangende rechtspositionele aanspraken- parallel lopen aan een ontslag zoals hier aan de orde, wat in deze zaak het geval is.

Wat is de conclusie van de rechtbank?

34. De rechtbank komt tot de conclusie dat het beroep ongegrond is. Vanwege een onherstelbaar verstoorde arbeidsverhouding mocht worden overgegaan tot het ontheffen van eiseres uit haar functie door middel van een verplaatsingsbesluit en mocht haar een eervol ontslag worden verleend. Bij een ontslag zoals hier aan de orde is sprake van een financiële regeling. De rechtbank is van oordeel dat deze regeling in dit geval afdoende is, omdat niet is gebleken dat verweerder een overwegend aandeel heeft gehad in het ontstaan en het voortbestaan van de verstoorde arbeidsverhouding. Verder zijn er naar het oordeel van de rechtbank geen aanwijzingen dat het verplaatsingsbesluit of het ontslagbesluit zijn genomen vanwege het feit dat eiseres informatie over misstanden aan leidinggevenden heeft doorgegeven. Tot slot staat een eventuele beroepsziekte het ontslag van eiseres niet in de weg.

35. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.R. Aaron, voorzitter, en mr. D. Biever en

mr. M.J.L. van der Waals, leden, in aanwezigheid van mr. A. Badermann, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2022.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

1 Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 8 februari 2007 (ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8746 ), rechtsoverweging 4.

2 Artikel 64 van het Barp.

3 Zie de uitspraak van de CRvB van 21 juli 2011 (ECLI:NL:CRVB:2011:BR3150).

4 Zie de uitspraak van de CRvB van 18 december 2014 (ECLI:NL:CRVB:2014:4291).

5 Zie de uitspraak van de CRvB van 26 april 2018 (ECLI:NL:CRVB:2018:1289).

6 Artikel 95, tweede lid, van het Barp, in samenhang met artikel 97 van het Barp.

7 Zie de uitspraak van de CRvB van 7 oktober 2010 (ECLI:NL:CRVB:2010:BO1803).

8 Artikel 80 van het Barp.

9 Zie de uitspraak van de CRvB van 26 april 2018 (ECLI:NL:CRVB:2018:1289).

10 Zie de uitspraak van de CRvB van 30 mei 2013 (ECLI:NL:CRVB:2013:CA1835).