Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2022:4119

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
14-04-2022
Datum publicatie
03-05-2022
Zaaknummer
9576082 \ EJ VERZ 21-86391
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

"Stageovereenkomst” kwalificeert als arbeidsovereenkomst. Toewijzing transitievergoeding en gefixeerde schadevergoeding

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2022-0490
Prg. 2022/210
RAR 2022/106
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK [woonplaats]

Zittingsplaats Leiden

MK

Rep.nr.: 9576082 \ EJ VERZ 21-86391

Datum: 14 april 2022

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekende partij,

gemachtigde: mr. T. Harmankaya,

tegen

de besloten vennootschap Tandartspraktijk Merenwijk B.V.,

gevestigd te Leiden,

verwerende partij,

gemachtigde: mr. E.W. van Bavel.

Partijen worden aangeduid als “ [verzoeker] ” en “Tandartspraktijk Merenwijk”.

1 Het procesverloop

1.1.

[verzoeker] heeft een verzoek gedaan – kort samengevat – primair om de opzegging van de arbeidsovereenkomst door Tandartspraktijk Merenwijk te vernietigen en subsidiair om ten laste van Tandartspraktijk Merenwijk een billijke vergoeding, transitievergoeding en gefixeerde schadevergoeding toe te kennen. Tandartspraktijk Merenwijk heeft een verweerschrift ingediend.

1.2.

Op 17 maart 2022 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft [verzoeker] bij brief van 12 maart 2022 nog een wijziging van het verzoek en aanvullende producties 10-15 toegezonden en heeft Tandartspraktijk Merenwijk nog producties 10 en 18-21 toegezonden.

2 De feiten

2.1.

[verzoeker] is in augustus 2018 bij MBO Rijnland gestart met de driejarige opleiding tot tandartsassistente in de beroepsbegeleidende leerweg (BBL). In het kader van haar opleiding heeft [verzoeker] gesolliciteerd bij Tandartspraktijk Merenwijk.

2.2.

Tandartspraktijk Merenwijk is een erkend leerbedrijf. Tussen MBO Rijnland als de onderwijsinstelling, [verzoeker] als student en Tandartspraktijk Merenwijk als leerbedrijf is in oktober 2018 een praktijkovereenkomst gesloten met een geplande einddatum van 31 juli 2021.

2.3.

Naast de praktijkovereenkomst is tussen [verzoeker] en Tandartspraktijk Merenwijk een “stage-overeenkomst voor bepaalde tijd” gesloten waarin onder meer het volgende is bepaald:

“De ondergetekenden:

1. Tandartspraktijk Merenwijk (…) hierna te noemen: ‘werkgever’,

en

2. De mevrouw [verzoeker] (…) hierna te noemen: ‘stagiaire’,

zijn met elkaar de volgende arbeidsovereenkomst aangegaan.

1. Duur van de overeenkomst

1.1

Stagiaire treedt met ingang van 01 november 2018 bij werkgever in dienst voor de bepaalde tijd tot 31-juli 2021. Deze overeenkomst eindigt van rechtswege op laatste genoemde datum zonder dat hiervoor enige opzeggingshandeling noodzakelijk is.

2. Functie

2.1

Stagiaire wordt aangesteld in de functie van tandartsassistente.

(…)

4. Werktijden

4.1

De met stagiaire overeengekomen werktijd bedraagt variabele uren per week. (…)

5. Algemene verplichtingen stagiaire

(…)

6. Maandsalaris & reiskosten

6.1

Stagiaire ontvangt een salaris van € 9,68 bruto per gewerkt uur, exclusief 8% vakantietoeslag. Niet-gewerkte uren (bijv. door ziekte) worden niet uitbetaald Het salaris o.b.v. 38 uur per week bedraagt € 1.594,20 bruto per maand.

(…)

7. Vakantie

(…)

8. Geheimhoudingsplicht

(…)

9. Non-concurrentiebeding

(…)

10. Relatiebeding

(…)

12. Ronselbeding

(…)

11. Nevenwerkzaamheden

(…)

12. Wijzigingsbeding

(…)

13. Toepasselijk recht

Op deze arbeidsovereenkomst is Nederlands recht van toepassing.”

2.4.

De overeenkomst tussen [verzoeker] en Tandartspraktijk Merenwijk is mondeling verlengd. Na de oorspronkelijke einddatum op 31 juli 2021 heeft [verzoeker] bij Tandartspraktijk Merenwijk nog werkzaamheden verricht.

2.5.

Op 31 augustus 2021 heeft [verzoeker] zich ziek gemeld.

2.6.

Bij brief van 21 oktober 2021 heeft Tandartspraktijk Merenwijk aan [verzoeker] het volgende bericht:

“Op 1 november 2021 eindigt jouw stage-overeenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege.

Wij hebben jou al de vorige maand mondeling laten weten dat wij géén arbeidsovereenkomst met jou zullen aangaan. Dit houdt in dat je laatste werkdag zal zijn op 31 oktober 2021.

De eindafrekening van je stagevergoeding zal plaatsvinden in november 2021.

(…)”

2.7.

[verzoeker] is in november 2021 gestopt met haar studie. De uitschrijving is op 16 november 2021 definitief gemaakt.

3 Het verzoek

3.1.

[verzoeker] verzoekt, na wijzing van haar verzoek bij brief van 12 maart 2022, samengevat:

Primair

  1. vernietiging van de opzegging op 21 oktober 2021;

  2. toelating tot de werkvloer;

  3. doorbetaling van het gebruikelijke loon en emolumenten;

  4. betaling van het achterstallige loon met de wettelijke verhoging van 50%;

  5. betaling van de buitengerechtelijke incassokosten;

  6. betaling van de wettelijke rente over c, d en e;

  7. het verstrekken van kloppende salarisspecificaties vanaf 1 november 2018 op straffe van een dwangsom;

  8. veroordeling van Tandartspraktijk Merenwijk tot het afdragen van de wettelijke premies voor onder andere WW, WIA en WAO en juiste verwerking van het salaris, zodat [verzoeker] is verzekerd voor de genoemde sociale verzekeringen, op straffe van een dwangsom;

  9. de (na)kosten van de procedure.

Subsidiair

  1. verklaring voor recht dat Tandartspraktijk Merenwijk onrechtmatig of in strijd met de wet de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd en hierdoor ernstig verwijtbaar heeft gehandeld jegens [verzoeker] ;

  2. te bepalen dat de arbeidsovereenkomst zal eindigen en voor recht te verklaren dat het einde van de arbeidsovereenkomst niet aan [verzoeker] is te wijten;

  3. betaling van het achterstallige salaris over de maanden september en oktober 2021 ad € 1.636,27 bruto per maand (althans het salaris tot de datum waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig tot een einde is gekomen), alsmede de wettelijke verhoging van 50%, onder uitkering van de vakantietoeslag en de opgebouwde maar niet-genoten vakantiedagen;

  4. het verstrekken van salarisspecificaties vanaf 1 november 2018 op straffe van een dwangsom;

  5. en billijke vergoeding van € 40.000,- wegens ernstig verwijtbaar handelen, althans een in goede justitie te bepalen bedrag;

  6. de transitievergoeding van € 1.767,17 bruto;

  7. de gefixeerde schadevergoeding van € 14.726,40 bruto en de wettelijke rente;

  8. veroordeling van Tandartspraktijk Merenwijk tot het afdragen van de wettelijke premies voor onder andere WW, WIA en WAO en juiste verwerking van het salaris, zodat [verzoeker] is verzekerd voor de genoemde sociale verzekeringen, op straffe van een dwangsom;

  9. de buitengerechtelijke incassokosten;

  10. de wettelijke rente over c, e, f, g en h;

  11. de (na)kosten van de procedure.

3.2.

[verzoeker] legt aan haar verzoek ten grondslag dat tussen partijen een arbeidsovereenkomst is gesloten ingaande op 1 november 2018. De arbeidsovereenkomst is na 31 juli 2021 verlengd en [verzoeker] heeft zich op 31 augustus 2021 ziek gemeld. Tandartspraktijk Merenwijk heeft de arbeidsovereenkomst in strijd met artikel 7:671 en 7:670 BW opgezegd. Tandartspraktijk Merenwijk heeft daarnaast ten onrechte de ziekmelding van [verzoeker] niet in behandeling genomen, zodat sprake is van een schending van de re-integratieverplichting. Het salaris is om onbekende reden aangemerkt als stagevergoeding waardoor niet de juiste heffingen en premies zijn afgedragen en het salaris is al langere tijd niet op de juiste wijze uitbetaald. Ook in deze procedure zijn onjuiste en onduidelijke salarisspecificaties verstrekt.

3.3.

Ter mondelinge behandeling van het verzoek heeft [verzoeker] medegedeeld te berusten in de opzegging. Tandartspraktijk Merenwijk heeft ernstig verwijtbaar gehandeld door het loon niet op juiste wijze uit te betalen, geen of onjuiste salarisspecificaties te verstrekken, de ziekmelding van [verzoeker] volledig te negeren en de arbeidsovereenkomst op basis van onjuiste informatie op te zeggen op 21 oktober 2021. Tandartspraktijk Merenwijk dient gelet daarop te worden veroordeeld tot betaling van een billijke vergoeding van € 40.000,- en daarnaast de gefixeerde schadevergoeding en de transitievergoeding, aldus [verzoeker] .

4 Het verweer

4.1.

Tandartspraktijk Merenwijk voert verweer en voert – samengevat – het volgende aan. Tussen partijen is geen sprake van een arbeidsovereenkomst, maar van een stageovereenkomst. De stageovereenkomst zou van rechtswege eindigen met ingang van 1 augustus 2021, omdat deze datum samenviel met de beoogde einddatum van de studie van [verzoeker] . Wegens studievertraging is de overeenkomst voortgezet tot het moment dat [verzoeker] de studie alsnog zou afronden. De werkzaamheden die [verzoeker] heeft verricht, hebben altijd het doel gehad de kennis en ervaring van [verzoeker] uit te breiden. Er was geen sprake van productieve arbeid en [verzoeker] heeft haar werkzaamheden altijd onder toezicht en instructie van de tandarts verricht. De verzoeken van [verzoeker] dienen daarom te worden afgewezen, omdat de overeenkomst niet als arbeidsovereenkomst moet worden aangemerkt.

4.2.

Voor zover wel sprake zou zijn van een arbeidsovereenkomst, is de billijke vergoeding niet onderbouwd en weerspreekt Tandartspraktijk Merenwijk de wijze waarop de transitievergoeding is berekend. Partijen zijn een variabel rooster overeengekomen en het door [verzoeker] berekende maandloon is niet correct. Omdat [verzoeker] stagiaire was zijn geen werknemerspremies afgedragen. De stagevergoeding werd steeds uitbetaald op basis van de vooraf door [verzoeker] opgegeven uren. Dit werd regelmatig achteraf bijgesteld aan de hand van de werkelijk gewerkte uren, waardoor de urenoverzichten en maandspecificaties niet op elkaar aansluiten, aldus Tandartspraktijk Merenwijk.

4.3.

Op de verdere stellingen en weren van partijen wordt hierna bij de beoordeling, zij het in samengevatte vorm en slechts voor zover van belang voor de uitkomst van de procedure, teruggekomen.

5 De beoordeling

5.1.

Het gaat in deze zaak allereerst om de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst en, zo ja, of Tandartspraktijk Merenwijk de overeenkomst in strijd met de bepalingen van Boek 7 BW heeft opgezegd.

5.2.

De kantonrechter neemt tot uitgangspunt dat in zaken die voortvloeien uit de Wet werk en zekerheid (Wwz), zoals deze zaak, het bewijsrecht in beginsel van toepassing is, tenzij de aard van de zaak zich hiertegen verzet. In dit geval verzet de aard van de zaak zich niet tegen toepassing van het bewijsrecht.

Arbeids- of stageovereenkomst?

5.3.

Of de tussen partijen gesloten overeenkomst kwalificeert als arbeidsovereenkomst moet worden beoordeeld aan de hand van de criteria van artikel 7:610 BW: dat arbeid wordt verricht, dat loon wordt betaald en dat er sprake is van een gezagsverhouding.

Bij de toetsing of een rechtsverhouding beantwoordt aan de criteria voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst moet acht worden geslagen op alle omstandigheden van het geval, in onderling verband bezien. Daarbij dienen niet alleen de rechten en verplichtingen in aanmerking te worden genomen die partijen bij het aangaan van de rechtsverhouding voor ogen stonden, maar dient ook acht te worden geslagen op de wijze waarop partijen uitvoering hebben gegeven aan hun rechtsverhouding en aldus daaraan inhoud hebben gegeven. Voorts is niet één enkel kenmerk beslissend, maar moeten de verschillende rechtsgevolgen die partijen aan hun verhouding hebben verbonden, in hun onderling verband worden bezien (HR 9 oktober 2015, NJ 2016/276). Dat betekent dat niet beslissend is welke juridische kwalificatie partijen zelf aan hun verhouding hebben gegeven, maar of de (feitelijke) afgesproken rechten en verplichtingen, mede gelet op de feitelijke uitvoering daarvan, al dan niet voldoen aan de in artikel 7:610 BW vermelde kenmerken van een arbeidsovereenkomst.

5.4.

Volgens Tandartspraktijk Merenwijk is sprake van een stageovereenkomst. Een stageovereenkomst vertoont vaak de kenmerken van een arbeidsovereenkomst, bijvoorbeeld omdat de noodzakelijke ervaring moet worden opgedaan door in het kader van de opleiding arbeid te verrichten die vergelijkbaar is met de arbeid van een gewone werknemer. Er wordt dan ook arbeid verricht onder begeleiding (gezagsverhouding) en er wordt een stagevergoeding (loon) betaald. Afhankelijk van de omstandigheden van het geval kan in bepaalde situatie naast een stageovereenkomst tevens sprake zijn van een arbeidsovereenkomst. Daarvoor geldt als maatstaf of de werkzaamheden die worden verricht naar de bedoeling van partijen zozeer gericht zijn op het uitbreiden van eigen kennis en ervaring (mede gelet op het voltooien van de opleiding), dat niet kan worden gesproken van een overeenkomst waarbij de ene partij zich verbindt om voor de andere arbeid te verrichten. Het komt er op aan of het verrichten van de werkzaamheden in overwegende mate in het belang is van de opleiding die wordt gevolgd of dat het primaire doel van de arbeidsprestatie verschuift naar een (actieve) bijdrage aan de verwezenlijking van het primaire doel van de onderneming.

5.5.

[verzoeker] stelt dat zij arbeid heeft verricht dat diende tot verwezenlijking van het primaire doel van Tandartspraktijk Merenwijk als werkgever. Zij assisteerde aan de tandartsstoel tijdens behandelingen, opende de praktijk, controleerde de voorraad, plaatste bestellingen, diende achter de balie en prepareerde de behandelkamer en de instrumenten. Dit deed zij zelfstandig en zij functioneerde en presteerde niet anders dan de andere tandartsassistenten. Op [verzoeker] werd ook een beroep gedaan als er bijvoorbeeld geen andere assistent was. [verzoeker] overlegt daartoe Whatsappberichten van “di 21 sep.”, 10 mei 2021 en “zo 1 sep.” waarin aan [verzoeker] wordt gevraagd: “Een vraagje kan je volgende week dinsdag van 10:00u tot 16:00u komen werken? [collega 1] is op vakantie en we hebben geen assistent!” en “woensdag is agenda ook voor mij ingepland dan heeft tandarts geen assistente voor assisteren ga je de woensdag komen?” en “ [collega 1] is sick en [collega 2] heeft al vorige week 2 maandagen alleen gewerkt, vanaf volgende week maandagen svp haar assisteren , (…)”

5.6.

Tegenover de stelling van [verzoeker] dat sprake is van een arbeidsovereenkomst heeft Tandartspraktijk Merenwijk aangevoerd dat [verzoeker] niet zelfstandig werkte, maar altijd onder toezicht en instructie van de tandarts. Andere tandartsassistenten voeren daartegenover zelfstandig en zonder toezicht van de tandarts bij patiënten taken uit, zoals het geven van poetsinstructie, het verwijderen van tandsteen en het polijsten van het gebit. [verzoeker] is voor Tandartspraktijk Merenwijk uitsluitend een kostenpost geweest, zonder dat daartegenover enige productieve arbeid heeft gestaan. Het is juist dat [verzoeker] enkele werkzaamheden op enig moment zelfstandig heeft uitgevoerd, zoals het openen en sluiten van de praktijk, het schoonmaken van de gebruikte ruimte en instrumenten, het maken van afspraken met patiënten, baliewerkzaamheden en het doen van bestellingen. Deze werkzaamheden werden wel gecontroleerd. Dat [verzoeker] na verloop van tijd zelfstandig werkzaamheden is gaan uitvoeren maakt niet dat om die reden op enig moment kan worden gesproken van een arbeidsovereenkomst.

5.7.

De kantonrechter is van oordeel dat tussen partijen een arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen en overweegt daartoe het volgende.

Niet in geschil is dat de overeenkomst tussen partijen is gesloten in het kader van de BBL-opleiding van [verzoeker] voor variabele uren per week voor de duur van tenminste 3 jaar. Dat gedurende de samenwerking sprake is van meer of minder intensieve begeleiding en leren hangt daarmee samen, met name waar het ziet op de specialistische handelingen bij de tandartsstoel waarin [verzoeker] stap voor stap aan de hand is genomen. Dat de werkzaamheden van [verzoeker] in overwegende mate in het teken stonden van het opdoen van kennis en in het belang van de opleiding is naar het oordeel van de kantonrechter daaruit niet komen vast te staan. Uit hetgeen partijen hebben aangevoerd komt naar voren dat [verzoeker] zelfstandig aan de slag was met baliewerkzaamheden, bestellingen, afspraken maken, openen en sluiten en schoonmaakwerkzaamheden. Waaruit de gestelde controle daarop door Tandartspraktijk Merenwijk bestond, is niet nader toegelicht. Uit de overgelegde Whatsappberichten blijkt voorts dat Tandartspraktijk Merenwijk in het uitvoeren van de dagelijkse werkzaamheden rekende op [verzoeker] en dat zij als vervanging diende bij afwezigheid van andere assistenten. Dat zij enkel als leerling is ingezet en dat, tegenover de betwisting door [verzoeker] , van een verdere structurele vorm van begeleiding door Tandartspraktijk Merenwijk sprake is geweest (kennelijk is alleen het voortgangsformulier van jaar 1 ingevuld), blijkt daaruit niet. Dit strookt ook niet met het verweer van Tandartspraktijk Merenwijk dat [verzoeker] uitsluitend een kostenpost is geweest, hetgeen Tandartspraktijk Merenwijk ook niet verder heeft onderbouwd.

5.8.

De werkzaamheden van [verzoeker] bij Tandartspraktijk Merenwijk kunnen daarom niet in overwegende mate worden aangemerkt als activiteiten die waren gericht op het uitbreiden van de eigen kennis en ervaring, zulks mede met het oog op de voltooiing van de opleiding. De arbeid die de [verzoeker] voor Tandartspraktijk Merenwijk heeft verricht kwalificeert dan ook als reële arbeid en Tandartspraktijk Merenwijk heeft in die zin profijt gehad van de arbeid van [verzoeker] . Dat [verzoeker] nog niet gekwalificeerd was om alle handelingen die door een tandartsassistente worden verricht, te mogen verrichten, maakt dat niet anders. De kantonrechter begrijpt dat Tandartspraktijk Merenwijk wil benadrukken dat in haar beleving al het mogelijke is gedaan om [verzoeker] gedurende de samenwerking intensief te begeleiden, zowel privé als bij haar opleiding, en dat ondanks dat de resultaten niet altijd naar wens van Tandartspraktijk Merenwijk waren, wat [verzoeker] heeft betwist. Als er problemen waren met het functioneren van [verzoeker] – wat daar ook van zij – maakt dat echter het antwoord op de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst niet anders. Gelet op het voorgaande is sprake van arbeid in de zin van artikel 7:610 BW en is de conclusie dan ook dat tussen [verzoeker] en Tandartspraktijk Merenwijk een (leer)arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen. Dat boven de overeenkomst “stage-overeenkomst” staat vermeld, maakt dit niet anders en bovendien is de kantonrechter gebleken dat de tekst in de overeenkomst niet eenduidig is, nu enerzijds wordt gesproken over ‘stage’ en anderzijds de overeenkomst als ‘arbeidsovereenkomst’ wordt aangemerkt met de daarbij behorende bedingen en een salaris ter hoogte van het destijds geldende minimumloon. Die onduidelijkheid dient voor rekening van Tandartspraktijk Merenwijk te komen.

Opzegging van de arbeidsovereenkomst

5.9.

Tandartspraktijk Merenwijk heeft de arbeidsovereenkomst bij brief van 21 oktober 2021 opgezegd tegen 1 november 2021. [verzoeker] heeft berust in de opzegging. Daarmee is komen vast te staan dat de arbeidsovereenkomst op 1 november 2021 is geëindigd. Gelet op de wijze waarop [verzoeker] haar verzoek bij brief van 12 maart 2022 heeft gewijzigd (hiervoor weergegeven onder 3.1) en de berusting in de opzegging, komt de kantonrechter vervolgens toe aan de beoordeling van de subsidiaire verzoeken onder a tot en met k, waaronder de verzoeken tot toekenning van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een billijke vergoeding. In dat kader dient beoordeeld te worden of de arbeidsovereenkomst door Tandartspraktijk Merenwijk rechtsgeldig is beëindigd.

5.10.

Partijen zijn bij aanvang van de overeenkomst overeengekomen dat [verzoeker] “in dienst treedt voor de bepaalde tijd tot 31 juli 2021” en dat de “overeenkomst eindigt van rechtswege op laatste genoemde datum zonder dat hiervoor enige opzeggingshandeling noodzakelijk is.” Partijen hebben uitsluitend mondeling overleg gevoerd over de verlenging van de overeenkomst na 31 juli 2021. [verzoeker] stelt zich op het standpunt dat de arbeidsovereenkomst na 31 juli 2021 mondeling met één jaar is verlengd. Tandartspraktijk Merenwijk erkent dat de arbeidsovereenkomst is verlengd, maar alleen gedurende de BBL-opleiding van [verzoeker] . De datum van 31 juli 2021 viel samen met de beoogde einddatum van de opleiding van [verzoeker] . Omdat [verzoeker] studievertraging heeft opgelopen, is de overeenkomst voortgezet tot het moment dat de studie door [verzoeker] alsnog zou worden afgerond, aldus Tandartspraktijk Merenwijk.

5.11.

Ingevolge artikel 7:667, lid 1 BW eindigt een arbeidsovereenkomst van rechtswege, wanneer de tijd is verstreken bij overeenkomst of bij de wet aangegeven. Artikel 7:668, lid 1 BW bepaalt voorts dat de werkgever de werknemer schriftelijk, uiterlijk een maand voordat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege eindigt, informeert over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst en bij voortzetting, over de voorwaarden waaronder hij de arbeidsovereenkomst wil voortzetten. De arbeidsovereenkomst wordt ingevolge artikel 7:668, lid 4, sub a BW geacht voor dezelfde tijd, maar ten hoogste voor een jaar, op de vroegere voorwaarden te zijn voortgezet, indien de arbeidsovereenkomst vervolgens na het verstrijken van de bepaalde tijd wordt voortgezet en de werkgever de aanzegverplichtingen van artikel 7:668, lid 1 BW niet is nagekomen.

5.12.

Tandartspraktijk Merenwijk heeft niet uiterlijk een maand voor 31 juli 2021 [verzoeker] schriftelijk geïnformeerd over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst en onder welke voorwaarden. Dat betekent dat de onderhavige arbeidsovereenkomst wordt geacht te zijn voortgezet voor een jaar, dus tot 31 juli 2022. Hoewel het niet ongebruikelijk is om in overeenkomsten met BBL-leerlingen een ontbindende voorwaarde op te nemen, is dat in dit geval niet gebeurd. Dat de overeenkomst dan na het eindigen van de opleiding inhoudsloos zou zijn geworden volgens Tandartspraktijk Merenwijk, dient voor rekening en risico van de werkgever te komen. Ook verder is er geen tussentijdse opzegmogelijkheid tussen partijen overeengekomen. Dat betekent dat Tandartspraktijk Merenwijk de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met [verzoeker] zonder inachtneming van een opzegtermijn, zonder toestemming van UWV en zonder instemming van [verzoeker] heeft beëindigd, terwijl van een dringende reden voor een ontslag op staande voet niet is gebleken. Het gevolg daarvan is dat Tandartspraktijk Merenwijk de arbeidsovereenkomst in strijd met artikel 7:671 BW heeft opgezegd.

Uurloon en arbeidsomvang

5.13.

Partijen zijn bij aanvang van de arbeidsovereenkomst een brutoloon van € 9,68 per gewerkt uur, exclusief 8% vakantietoeslag overeengekomen (€ 1.594,20 bruto per maand bij een werkweek van 38 uur) met een arbeidsomvang van een variabel aantal uur per week.

5.14.

Tandartspraktijk Merenwijk heeft bij verweerschrift salarisspecificaties overgelegd van periode 11 (ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst) en 12 van 2018, periode 1 tot en met 12 van 2019, periode 1 tot en met 12 van 2020 en periode 1 tot en met 8 van 2021. Tandartspraktijk Merenwijk heeft voorts bij verweerschrift en in de pleitaantekeningen voor de mondelinge behandeling het aantal gewerkte uren per maand vanaf november 2018 uiteengezet. Dat resulteert in een gemiddelde van 77,92 per maand in de laatste 12 maanden. De uren werden elke maand voor de 20ste van de maand door [verzoeker] zelf doorgegeven. Eventueel daarna alsnog niet gewerkte uren voor die maand werden dan verrekend, zodat dit verklaart dat de urenoverzichten in de maandspecificaties niet op elkaar aansluiten. De definitieve versie van de specificatie werd aan [verzoeker] verstrekt, aldus Tandartspraktijk Merenwijk.

5.15.

[verzoeker] stelt zich op het standpunt dat sprake is van een arbeidsomvang van 32 uur per week, maar heeft dit tegenover de gemotiveerde betwisting door Tandartspraktijk Merenwijk niet nader onderbouwd. De enkele stelling dat de specificaties onnavolgbaar zijn en dat ziekte- en verlofuren niet zijn meegenomen, zonder concreet te maken om welke uren dit dan zou gaan, is daartoe onvoldoende. Dit geldt te meer nu [verzoeker] ook zelf ter zitting heeft verklaard dat zij eerst 3 dagen werkte, daarna 4 dagen en later weer minder dagen. De kantonrechter gaat daarom uit van het door Tandartspraktijk Merenwijk berekende gemiddelde van 77,92 uur per maand tegen een – ook door [verzoeker] bij brief van 12 maart 2022 als laatstelijk uurloon berekend – bruto uurloon van € 11,80.

Achterstallig loon

5.16.

[verzoeker] verzoekt subsidiair onder c veroordeling van Tandartspraktijk Merenwijk tot betaling van het achterstallig salaris van de maanden september en oktober 2021. Nu vast is komen te staan dat de arbeidsovereenkomst is geëindigd per 1 november 2021 zal dit verzoek van [verzoeker] tot betaling van het salaris over de maanden september en oktober 2021 worden toegewezen tot een bedrag van (77,92 x € 11,80 =) € 919,46 bruto per maand exclusief 8% vakantiegeld.

5.17.

Artikel 7:625 BW is bedoeld als prikkel voor de werkgever om het loon op tijd te betalen, zodat de werknemer tijdig over het loon kan beschikken. Tandartspraktijk Merenwijk achtte zich vanwege de stageovereenkomst niet gehouden een vergoeding te betalen voor niet gewerkte uren en heeft om die reden het loon niet betaald. De kantonrechter zal gelet op die omstandigheden de wettelijke verhoging matigen tot 10%. De wettelijke rente zal worden toegewezen op de hierna in het dictum vermelde wijze.

Salarisspecificaties

5.18.

[verzoeker] verzoekt om Tandartspraktijk Merenwijk te veroordelen tot het verstrekken van de salarisspecificaties vanaf 1 november 2018 op straffe van een dwangsom. [verzoeker] heeft dit verzoek ook na de bij verweerschrift overgelegde specificaties gehandhaafd, omdat de specificaties niet kloppen en onnavolgbaar zijn. Er is sprake van sterk fluctuerende uurlonen en gebrek aan registratie van ziekte en verlofdagen, zodat Tandartspraktijk Merenwijk alsnog kloppende en juiste specificaties dient te verstrekken, aldus [verzoeker] .

5.19.

Dit verzoek zal worden afgewezen voor zover het ziet op de salarisspecificaties tot en met augustus 2021. Tandartspraktijk Merenwijk heeft bij verweerschrift al alle salarisspecificaties tot aan die datum verstrekt. Dat en in hoeverre deze specificaties onjuist zijn, is niet komen vast te staan. Dat, zoals hierna zal blijken, premies door de werkgever moesten en zullen moeten worden afgedragen doet hier niet aan af. Dit kan via een (gecorrigeerde) eindafrekening worden verantwoord. Tandartspraktijk Merenwijk zal wel worden veroordeeld tot het verstrekken van de salarisspecificaties over de maanden september en oktober 2021, nu over die maanden nog geen uitbetaling heeft plaatsgevonden. De verzochte dwangsom zal worden afgewezen, nu er geen reden is aan te nemen dat Tandartspraktijk Merenwijk hieraan geen gevolg zal geven.

Transitievergoeding

5.20.

Nu de arbeidsovereenkomst door Tandartspraktijk Merenwijk als werkgever is opgezegd zal de kantonrechter de transitievergoeding toekennen. Tandartspraktijk Merenwijk heeft met inachtneming van een arbeidsomvang van 77,92 uur en een bruto uurloon van € 11,80 de transitievergoeding berekend op 993,00 bruto. [verzoeker] heeft deze berekening met deze uitgangspunten niet betwist, zodat Tandartspraktijk Merenwijk zal worden veroordeeld tot betaling van die vergoeding.

5.21.

Met toepassing van artikel 7:686a lid 1 BW zal de gevorderde wettelijke rente over de transitievergoeding worden toegewezen, te rekenen vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 1 december 2021.

Gefixeerde schadevergoeding

5.22.

Tandartspraktijk Merenwijk heeft de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig opgezegd, zodat [verzoeker] daarom aanspraak maakt op de vergoeding wegens onregelmatige opzegging en er naar het oordeel van de kantonrechter sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 7:677 lid 4 BW. De wetgever heeft er voor gekozen de gevolgen van de opzegging van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die niet tussentijds kan worden opgezegd, te regelen in artikel 7:677 lid 4 BW. Daarbij heeft de wetgever artikel 7:677 lid 4 BW niet willen beperken tot de gevolgen van een niet rechtsgeldig ontslag op staande voet (Hof ’s-Hertogenbosch 21 december 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:537).

5.23.

Tandartspraktijk Merenwijk is in beginsel een vergoeding verschuldigd gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst geduurd zou hebben indien deze van rechtswege zou zijn geëindigd, dus tot en met 31 juli 2022. Duidelijk is evenwel dat partijen de overeenkomst sloten met het oog op, en deze samenhing met, de door [verzoeker] te volgen BBL-opleiding. Dat mondeling zou zijn afgesproken dat de overeenkomst na afloop van de aanvankelijke 3 jaar met nog een jaar zou worden verlengd is door [verzoeker] tegenover de betwisting door Tandartspraktijk Merenwijk niet aannemelijk gemaakt. [verzoeker] had studievertraging opgelopen, haar opleiding was nog niet afgerond en in dat licht is het aannemelijk dat partijen de overeenkomst hebben willen voortzetten tot het moment van het afronden van de opleiding. Gelet op die omstandigheden komt het de kantonrechter billijk voor de vergoeding te matigen tot het in artikel 7:677 lid 4 BW bepaalde minimum van het in geld vastgestelde loon voor drie maanden.

5.24.

Tandartspraktijk Merenwijk heeft bij verweerschrift de gefixeerde schadevergoeding met inachtneming van een arbeidsomvang van 77,92 uur per maand en een bruto uurloon van € 11,80 berekend op € 993,00 bruto voor één maandsalaris inclusief vakantiegeld (€ 77,92 x € 11,80 x 1,08). Aan vergoeding zal daarom worden toegewezen (3 x € 993,00 =) € 2.979,00 bruto. Met toepassing van artikel 7:686a, lid 1 BW is de wettelijke rente daarover verschuldigd vanaf de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd.

Billijke vergoeding

5.25.

Uit artikel 7:681 lid 1, onderdeel a BW volgt dat de kantonrechter op verzoek van de werknemer een billijke vergoeding kan toekennen indien de werkgever heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. De rechtsgrond voor toekenning van een billijke vergoeding is in beginsel gegeven met het oordeel dat er geen dringende reden voorligt voor het gegeven ontslag op staande voet en dat is opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW (zie: Kamerstukken I, 2013-2014, 33 818, nr. C, pag. 99 en 113).

5.26.

[verzoeker] heeft haar verzoek tot toekenning van een billijke vergoeding van € 40.000,00 op geen enkele manier onderbouwd of toegelicht. Het had op haar weg gelegen inzichtelijk te maken waarom zij aanspraak heeft op het door haar verzochte bedrag. Daar komt bij dat de kantonrechter van oordeel is dat in casu sprake is van een dienstverband van bijzondere aard (de zogenaamde leerarbeidsovereenkomst) waarbij het, gelet op de omstandigheden, voor partijen vanaf het begin duidelijk was dat het dienstverband voor een bepaalde duur zou zijn en een dergelijke overeenkomst doorgaans eindigt op het moment dat de BBL-opleiding, althans de praktijkovereenkomst, eindigt. [verzoeker] had er rekening mee moeten en kunnen houden dat de overeenkomst niet (voor een jaar) zou worden verlengd. Bovendien is [verzoeker] inmiddels gestopt met de opleiding. Hoewel de ontstane onduidelijkheid over de kwalificatie van de overeenkomst en de voortgang daarvan na 31 juli 2021 voor rekening van Tandartspraktijk Merenwijk komt, is de kantonrechter in de gegeven omstandigheden van oordeel dat [verzoeker] reeds voldoende compensatie wordt geboden met het toekennen van de transitievergoeding en de gefixeerde schadevergoeding. De kantonrechter zal het verzoek om een billijke vergoeding daarom afwijzen.

Verklaringen voor recht

5.27.

De verzochte verklaringen voor recht vloeien reeds voort uit de verzochte en toe te wijzen vergoedingen. Dit verzoek zal worden afgewezen, nu niet is gebleken dat [verzoeker] daarbij een separaat belang heeft.

Wettelijke premies

5.28.

Tandartspraktijk Merenwijk heeft geen wettelijke premies afgedragen voor [verzoeker] , zodat ook geen opbouw van sociale verzekeringen heeft plaatsgevonden. [verzoeker] verzoekt om Tandartspraktijk Merenwijk te veroordelen de wettelijke premies voor onder andere WW, WIA en WAO af te dragen vanaf het begin tot het einde van het dienstverband, en het salaris juist te verwerken, zodat [verzoeker] is verzekerd voor de genoemde sociale verzekering, op straffe van een dwangsom. Dit verzoek zal als niet weersproken worden toegewezen, met dien verstande dat de verzochte dwangsom zal worden afgewezen nu er geen reden is aan te nemen dat Tandartspraktijk Merenwijk hieraan geen gevolg zal geven. Tandartspraktijk Merenwijk heeft ter zitting aangevoerd dat indien sprake is van een arbeidsovereenkomst aan dit verzoek te zullen voldoen, maar dat nog onderzocht dient te worden op welke wijze dit kan plaatsvinden.

Buitengerechtelijke kosten

5.29.

[verzoeker] vordert tot slot vergoeding van de buitengerechtelijke kosten. [verzoeker] maakt aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Voldoende is gebleken dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht die een afzonderlijke vergoeding rechtvaardigen. De vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, waarop ingevolge het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten aanspraak kan worden gemaakt, zal worden berekend aan de hand van de toewijsbare hoofdsom. De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen tot een bedrag van € 682,83 exclusief btw.

Proceskosten

5.30.

Tandartspraktijk Merenwijk zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De nakosten zijn daarbij inbegrepen voor zover deze kosten daadwerkelijk worden gemaakt. De nakosten worden begroot op een halve salarispunt met een maximum van € 124,00.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt Tandartspraktijk Merenwijk tot betaling om aan [verzoeker] te betalen het achterstallige salaris over de maanden september en oktober 2021 ad 919,46 bruto per maand exclusief 8% vakantiegeld, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 10% en onder uitkering van de over deze maanden opgebouwde, maar niet-genoten vakantiedagen, de aldus verhoogde bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW, vanaf het tijdstip van opeisbaarheid tot aan de dag van algehele voldoening;

6.2.

veroordeelt Tandartspraktijk Merenwijk tot het verstrekken van de salarisspecificaties van de maanden september en oktober 2021;

6.3.

veroordeelt Tandartspraktijk Merenwijk om aan [verzoeker] te betalen een transitievergoeding van € 993,00 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 1 december 2021 tot aan de dag van de algehele betaling;

6.4.

veroordeelt Tandartspraktijk Merenwijk om aan [verzoeker] te betalen de vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 2.979,00 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 1 november 2021 tot aan de dag van de algehele betaling;

6.5.

veroordeelt Tandartspraktijk Merenwijk de wettelijke premies voor onder andere WW, WIA en WAO af te dragen van het begin tot het einde van het dienstverband;

6.6.

veroordeelt Tandartspraktijk Merenwijk om aan [verzoeker] te betalen de buitengerechtelijke kosten van € 682,83 exclusief btw;

6.7.

veroordeelt Tandartspraktijk Merenwijk tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [verzoeker] tot en met vandaag vaststelt op € 832,00, waaronder begrepen een bedrag van € 747,00 aan gemachtigdensalaris, een en ander onverminderd de eventueel over deze kosten verschuldigde btw;

6.8.

veroordeelt Tandartspraktijk Merenwijk tot betaling van € 124,00 aan nasalaris, voor zover [verzoeker] daadwerkelijk nakosten zal maken;

6.9.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.10.

wijst af het anders of meer verzochte.

Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. M.S. Vonck en uitgesproken ter openbare zitting van 14 april 2022.