Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2022:2018

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
10-03-2022
Datum publicatie
31-03-2022
Zaaknummer
8938203\RL EXPL 20-23873
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vervolg van ECLI:NL:RBDHA:2021:11367; overeenkomst met consument; annuleringsbeding in algemene voorwaarden van horeca-onderneming in strijd met wettelijke regeling opdrachtovereenkomst; oneerlijk beding wordt vernietigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats ’s-Gravenhage

esp/c

Rolnr.: 8938203 \ RL EXPL 20-23873

10 maart 2022

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Orangerie Elswout B.V. ,
statutair gevestigd te Bloemendaal, kantoorhoudende te Overveen,
eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,
gemachtigde: mr. K. Aupers,

tegen

1 [gedaagde 1] ,

2. [gedaagde 2] ,

wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partijen in conventie,

eisende partijen in reconventie,
procederend in persoon.

Partijen worden Orangerie en [gedaagden] genoemd.

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1.

In het tussenvonnis van 23 september 2021 (het tussenvonnis) heeft de kantonrechter vastgesteld dat op 20 december 2019 een overeenkomst van opdracht tussen partijen tot stand is gekomen met betrekking tot het verzorgen van de huwelijksdag van [gedaagden] door Orangerie en dat dat deze overeenkomst op 5 juli 2021 door [gedaagden] is geannuleerd. In de op de overeenkomst toepasselijke reserveringsvoorwaarden is in artikel 7 een annuleringsbeding opgenomen, dat bepaalt dat (onder de gegeven omstandigheden) [gedaagden] aan Orangerie een bedrag ter grootte van 70% van de reserveringwaarde (daarmee is bedoeld: de totale omzetverwachting inclusief bedieningsgeld en btw gebaseerd op binnen het horecabedrijf geldende gemiddelden) verschuldigd zijn. Dat is een bedrag van € 19.263,30.

1.2.

De kantonrechter heeft in het tussenvonnis overwogen dat - zonder nadere toelichting van Orangerie waaruit het tegendeel blijkt - het annuleringsbeding in strijd is met de artikelen 7:406, 7:408 en 7:411 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en daarmee als een oneerlijk en onredelijk bezwarend beding moet worden aangemerkt. Een dergelijk annuleringsbeding dient te worden vernietigd. De kantonrechter heeft partijen in de gelegenheid gesteld te hierop te reageren.

Standpunt Orangerie

1.3.

In haar akte na tussenvonnis heeft Orangerie, ten aanzien van de hiervoor door de kantonrechter genoemde strijdigheid met de wet, naar voren gebracht dat het annuleringsbeding niet oneerlijk of onredelijk bezwarend is omdat het niet in strijd is met de goede trouw en het evenwicht tussen partijen niet aanzienlijk verstoort. Zij voert aan dat de Uniforme Voorwaarden Horeca (UVH) van Koninklijke Horeca Nederland (KHN), waarin het annuleringsbeding is opgenomen, door vele horecabedrijven worden gehanteerd en dat deze voorwaarden, inclusief het annuleringsbeding, cruciaal zijn voor de continuïteit van hun onderneming. Orangerie kan niet voor elk bruidspaar en op elk moment, de gemaakte onkosten bijhouden (dat zou een enorme workload betekenen) en er is sprake van hoge overheadkosten die door alle bruidsparen gezamenlijk terug moeten worden verdiend. Bij een annulering in de ‘huwelijksbranche’ is het feitelijk onmogelijk om na annulering een ander huwelijk op dezelfde datum te plannen. Orangerie verzorgt uitsluitend besloten huwelijksdagen waarbij de datum exclusief voor het bruidspaar wordt gereserveerd. Bij annulering kan Orangerie die dag dus niets meer omzetten. Als elke bruidspaar op elk moment zou mogen annuleren zonder financiële consequenties, kan Orangerie haar bedrijf sluiten. Annulering van dergelijke horecaovereenkomsten is daarom noodzakelijkerwijs onderhevig aan annuleringskosten. Het annuleringsbedrag is redelijk en gekoppeld (door een staffel) aan het moment van annuleren en aan de reserveringswaarde (de omzetverwachting).

1.4.

Indien en voor zover het annuleringsbeding wordt vernietigd, stelt Orangerie zich op het standpunt dat [gedaagden] haar de daadwerkelijk geleden schade dienen te vergoeden, althans dat zij haar de kosten en een redelijk loon dienen te vergoeden. Daarom wenst Orangerie haar eis aan te vullen met een (meer) subsidiaire vordering waarmee zij vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagden] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 21.069,- aan vaste kosten, althans € 11.444,- aan redelijk loon, althans een in goede justitie te bepalen bedrag aan vergoeding van vaste kosten en/of redelijk loon, binnen vijf dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van annulering, dan wel de dag van dagvaarding, dan wel vanaf een in goede justitie te bepalen datum, tot en met de dag van algehele voldoening.

1.5.

Ter onderbouwing van de redelijkheid van het annuleringsbeding en van de schade, kosten en loon die verbandhouden met de geannuleerde opdracht, heeft Orangerie haar (concept)jaarstukken overgelegd over de jaren 2017-2019. Daaruit volgt, volgens Orangerie, dat de gemiddelde doorlopende vaste kosten (exclusief personeelskosten) op jaarbasis 35% bedragen van de omzet. Bij een offertewaarde van € 27.500,- bedragen die circa € 9.625,-, althans dit bedrag kan aan de huwelijksdag van [gedaagden] worden toegeschreven. Uit de jaarstukken volgt verder dat de gemiddelde loonkosten meer dat 40% uitmaken van de omzet. Het loon wordt door Orangerie daarom gesteld op € 11.000,- aan kosten van het personeel in vaste dienst en € 444,- voor de zes bedieningsmedewerkers (die allen voor gemiddeld 10 uren geprogrammeerd stonden en nu zijn teruggegaan naar minimaal 4 uren).

Standpunt [gedaagden]

1.6.

[gedaagden] verzetten zich tegen de aanvulling van de eis. Het is niet zo dat Orangerie pas door het tussenvonnis op de hoogte is van het oneerlijke en het onredelijk bezwarende karakter van het annuleringsbeding; dit is al eerder door [gedaagden] aangevoerd en zij hebben in verband daarmee de voorwaarden bij brief van 11 augustus 2020 al vernietigd. Er is dan ook geen nieuw feit. Eiswijzing is onder de gegeven omstandigheden ongepast en niet goed te rijmen met consumentenbescherming.

1.7.

In hun akte na tussenvonnis hebben [gedaagden] , ten aanzien van de hiervoor door de kantonrechter genoemde strijdigheid van de wet, verder het volgende naar voren gebracht.
De door Orangerie gehanteerde berekeningswijze is in strijd met, en oneerlijk in de zin van de richtlijn (93/13/EEG) oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (richtlijn 93/13). Een opsomming in de breedste zin van de term ‘vaste kosten’ en het gebruik van vaste percentages voor ontbinding van de overeenkomst zijn niet toelaatbaar. Hetzelfde geldt voor de berekening van loon. De gebruikte conceptcijfers zijn niet relevant, hebben geen status en zijn oud. Daarnaast zien de cijfers op allerlei verschillende activiteiten van Orangerie. Bij de bepaling van een redelijk loon is ook van belang of de opdrachtnemer voordeel heeft genoten door de overeenkomst tot het moment van beëindigen; [gedaagden] hebben geen enkel voordeel genoten van de overeenkomst. Ook is de grond van de beëindiging van belang: uitstel was geen optie en (vanwege de anderhalvemetermaatregel, gelimiteerd aantal gasten, niet dansen en zingen) uitvoering van de overeenkomst zoals besproken was niet mogelijk. Daarom is besloten tot een ceremonie in klein gezelschap in eigen tuin. Orangerie heeft als gevolg van de coronapandemie loonsteun ontvangen (€ 169,745,-) via NOW-regelingen en ook bedragen via de Tegemoetkoming Vaste Lasten ontvangen (deze bedragen zijn niet openbaar beschikbaar gemaakt). Het is redelijk het redelijke loon op nihil te bepalen, althans op niet meer dan € 600,- te stellen in aansluiting op de post advies en planning in de offerte. Hoewel in de offerte huur van de locatie is opgenomen van donderdag 17 september tot en met zaterdag 19 september 2020, heeft Orangerie kennelijk toch een bruiloftsevenement kunnen verzorgen op 18 september 2020 (zie onder 4.18 conclusie van repliek). Verder merken [gedaagden] op dat hier artikel 7 van de Uniforme voorwaarden Orangerie Elswout voorligt; niet de UVH, die daarvan substantieel verschillen. Het betoog van Orangerie waarin zij bepleit dat het annuleringsbeding niet oneerlijk en niet onredelijk bezwarend is, heeft betrekking op de UVH, aldus [gedaagden]

2 Beoordeling

Aanvulling eis

2.1.

De kantonrechter overweegt dat op grond van artikel 130 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) zolang geen eindvonnis is gewezen, de eiser zijn eis of de gronden daarvan kan veranderen of vermeerderen. De gedaagde kan hiertegen bezwaar maken op de grond dat de verandering of vermeerdering in strijd is met de eisen van een goede procesorde. Hoewel Orangerie er geen verklaring voor heeft gegeven dat zij heeft nagelaten de aanvulling (van de gronden) van haar eis in een eerder stadium van de procedure naar voren te brengen - de aan haar vordering ten grondslag liggende feiten zijn immers sinds de dagvaarding niet gewijzigd - staat vast dat [gedaagden] in het vervolg van de procedure voldoende in de gelegenheid zijn gesteld inhoudelijk op de gewijzigde (gronden van de) eis te reageren, waar zij ook gebruik van hebben gemaakt. De aanvulling (en het verweer daarop) ligt in het verlengde van hetgeen in eerste instantie is aangevoerd (en waarop verweer is gevoerd). Van een onredelijke bemoeilijking van de verdediging of onredelijke vertraging van het geding is dan ook niet gebleken, zodat de kantonrechter de aanvulling toestaat en daarover zal oordelen.

Het annuleringsbeding

2.2.

De kantonrechter blijft bij hetgeen in het tussenvonnis is overwogen. Artikel 7 zoals geciteerd in het tussenvonnis ligt ter beoordeling voor. Dat in de UVH ook een (al dan niet gelijkluidend) annuleringsbeding is opgenomen, is voor de beoordeling hier niet relevant; het gaat om de tekst zoals die tussen partijen is overeengekomen.

2.3.

Zoals in het tussenvonnis is opgenomen, is de kantonrechter van oordeel dat de overeenkomst tussen partijen een overeenkomst van opdracht is in de zin van artikel 7:400 BW. Als een opdrachtnemer, zoals Orangerie, met natuurlijke personen, zoals [gedaagden] , contracteert kan niet ten nadele van de natuurlijke personen worden afgeweken van de wettelijke regeling van de opdrachtovereenkomst (artikel 7:413 BW). Dat houdt in dat als een natuurlijk persoon de overeenkomst opzegt hij geen schadevergoeding verschuldigd is (artikel 7:408 lid 3 BW). Indien een opdrachtovereenkomst eindigt voordat de opdracht is volbracht, zoals hier het geval is, heeft de opdrachtnemer recht op een naar redelijkheid vast te stellen deel van het loon (artikel 7:411 BW). Verder is een opdrachtgever bij opzegging slechts gehouden tot vergoeding van de onkosten verbonden aan de uitvoering van de opdracht voor zover deze niet in het loon zijn begrepen (artikel 7:406 lid 1 BW).

2.4.

Uit de door Orangerie verschafte toelichting blijkt niet dat haar vordering bestaat uit of is gelijk te stellen met een naar redelijkheid vast te stellen deel van het loon en eventuele door Orangerie gemaakte kosten die niet in het loon zijn begrepen. Gesteld noch gebleken is dat er enige relatie is tussen de door Orangerie gevorderde vergoeding enerzijds en een naar redelijkheid vast te stellen deel van het loon en eventuele daarin niet begrepen onkosten. Het gaat namelijk, volgens de toelichting, om overheadkosten en personeelskosten in het algemeen, die door Orangerie volgens een verdeelsleutel aan deze opdracht worden toegerekend, zonder dat daar een directe relatie voor bestaat of kan worden aangewezen.

2.5.

De kantonrechter overweegt dat de strijdigheid van het door Orangerie gehanteerde annuleringsbeding met de wettelijke regeling van de overeenkomst van opdracht gesloten met natuurlijke personen, niet wordt weggenomen doordat meer bedrijven daarvan (of van een vergelijkbaar beding) gebruikmaken. Dat Orangerie haar bedrijf zou moeten sluiten indien zij geen gebruik zou kunnen maken van een dergelijk annuleringsbeding, is door haar niet nader onderbouwd. Orangerie heeft het over een ‘enorme workload’ als zij voor elk bruidspaar de gemaakte kosten en verrichte werkzaamheden zou moeten bijhouden. Orangerie licht echter niet toe waarom dat voor haar enorm veel werk met zich mee zou brengen en waarom dat werk niet van haar kan worden gevergd. De kantonrechter concludeert dat het een keuze van Orangerie is en geen noodzaak - althans de noodzaak daartoe is niet komen vast te staan - dat zij haar bedrijfsvoering zo heeft ingericht dat zij met een dergelijk annuleringsbeding zou moeten werken. Overigens lijkt Orangerie zichzelf tegen te spreken waar zij stelt dat het bij een annulering in de ‘huwelijksbranche’ het feitelijk onmogelijk is om op haar locatie na annulering een ander huwelijk op dezelfde datum te plannen. Zij heeft het namelijk over een geslaagd huwelijksfeest op 18 september 2020, terwijl volgens de offerte voor het huwelijksfeest van [gedaagden] op zaterdag 19 september 2020, de kosten van ‘locatiehuur donderdag-zaterdag’ zijn opgenomen.

2.6.

Het voorgaande brengt de kantonrechter tot het oordeel dat het annuleringsbeding van artikel 7 van de reserveringsvoorwaarden in strijd is met de hiervoor genoemde wettelijke regels voor de overeenkomst van opdracht. Dat betekent dat dit beding als een oneerlijk en onredelijk bezwarend beding moet worden aangemerkt. De kantonrechter zal het beding daarom vernietigen. Dat heeft tot gevolg dat Orangerie daarop geen beroep meer kan doen als grondslag van haar vordering.

Schade, kosten, loon

2.7.

Door Orangerie is (meer) subsidiair gevorderd dat [gedaagden] haar de daadwerkelijk geleden schade, althans de kosten en een redelijk loon dienen te vergoeden. [gedaagden] hebben hiertegen verweer gevoerd.

2.8.

Nog daargelaten dat - zoals hiervoor is overwogen - er geen voldoende onderbouwde relatie bestaat tussen de door Orangerie gevorderde bedragen en overgelegde stukken enerzijds en de geannuleerde opdracht anderzijds, waaruit blijkt van een redelijk loon en onkosten die voor vergoeding in aanmerking komen noch van enige concrete onderbouwing van daadwerkelijk door haar geleden schade, is het hier de vraag of Orangerie nog aanspraak kan maken op grond van de wettelijke bepalingen die zien op de opdrachtovereenkomst en schadevergoeding. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft in zijn arrest van 27 januari 2021 (ECLI:EU:C:2021:68) namelijk bepaald dat richtlijn 93/13 aldus moet worden uitgelegd dat een verkoper die - in die hoedanigheid - een consument een oneerlijk beding heeft opgelegd dat door een rechter oneerlijk is verklaard en dus is vernietigd, wanneer de overeenkomst zonder dat beding kan voortbestaan, geen aanspraak kan maken op de in een bepaling van aanvullend nationaal recht vastgestelde wettelijke schadevergoeding die zonder dat beding van toepassing zou zijn geweest.

2.9.

Die situatie doet zich hier voor zodat Orangerie geen aanspraak kan maken op vergoeding van redelijk loon en kosten als bedoeld in de artikelen 7:411en 7:406 BW noch op schadevergoeding volgens de wet.

Conclusie in conventie

2.10.

Orangerie kan zich niet beroepen op het annuleringsbeding, omdat dit is vernietigd; zij kan evenmin beroepen op toepassing van een wettelijke bepaling als aanvullende grondslag voor haar vordering. Haar vordering wordt daarom afgewezen.

2.11.

Orangerie zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van [gedaagden] worden begroot op nihil.

Conclusie in reconventie

2.12.

[gedaagden] hebben gevorderd dat Orangerie de aanbetaling van € 950,- restitueert en de voor de buitengerechtelijke ontbinding gemaakte kosten van € 266,20 (factuur van deurwaarder) vergoedt. Het verweer van Orangerie volgt uit de door haar stellingen in conventie ingenomen stellingen.

2.13.

De kantonrechter overweegt dat met annulering van de overeenkomst en na vernietiging van het annuleringsbeding, zoals in conventie aan de orde, er geen grond (meer) bestaat voor de aanbetaling, zodat deze dient te worden gerestitueerd. Waarom Orangerie de deurwaarderskosten verband houdende met de ontbinding dient te vergoeden, is door [gedaagden] niet (voldoende) onderbouwd zodat deze vordering wordt afgewezen.

2.14.

Orangerie zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van [gedaagden] worden begroot op nihil.

3 Beslissing

De kantonrechter:

in conventie:

- wijst de vordering af;

in reconventie:

- veroordeelt Orangerie tot betaling van een bedrag van € 950,- aan [gedaagden] ;

- wijst af het meer of anders gevorderde;

in conventie en in reconventie:

- veroordeelt Orangerie tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [gedaagden] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op nihil;

- verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. E.A.W. Schippers en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 maart 2022.