Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2022:11585

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
21-10-2022
Datum publicatie
10-11-2022
Zaaknummer
09/842137.21
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Onderzoek Kiwi. Veroordeling tot 42 maanden gevangenisstraf voor de deelname aan een criminele organisatie en het plegen van voorbereidingshandelingen gericht op de invoer van cocaïne middels Sky ECC. De verdachte had binnen de criminele organisatie de rol van tussenpersoon. Binnen de organisatie werd gebruik gemaakt van EncroChat-telefoons. Vrijspraak voor het medeplegen van de grootschalige uitvoer van cocaïne omdat de bijdrage van de verdachte daarbij van onvoldoende gewicht is geweest. Uitgebreide overwegingen over de rechtmatigheid van de EncroChat- en Sky ECC-gegevens en de criminele organisatie. Afwijzing voorwaardelijk aanhoudingsverzoek

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummers: 09/842137-21 (dagvaarding I) en 09/837057-21 (ttz. gev., dagvaarding II)

Datum uitspraak: 21 oktober 2022

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1969 te Voorburg,

BRP-adres: [adres] ,

op dit moment gedetineerd in de penitentiaire inrichting Arnhem.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 22 juli 2021, 23 september 2021, 2 december 2021, 10 februari 2022, 21 april 2022 en 14 juli 2022 (alle pro forma), 12, 13, 15, 19, 20 en 22 september 2022 (inhoudelijke behandeling) en 10 oktober 2022 (sluiting onderzoek).

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie mr. R.P. Tuinenburg en mr. E.J. Huisman (hierna samen aangeduid als: de officier van justitie) en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. M. van Stratum naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging op de terechtzitting van 15 september 2022 - ten laste gelegd dat:

Ten aanzien van dagvaarding I

1.

hij in de periode van 27 maart 2020 tot en met 29 mei 2020 te 's-Gravenhage, in elke geval in Nederland en/of Engeland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, 192,5 kilogram cocaïne en/of 343 kilogram cocaïne en/of 347 kilogram cocaïne in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij in de periode van 27 maart 2020 tot en met 12 juni 2020 te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 8] en/of een of meer andere (onbekende) personen welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde, vierde, vijfde lid, 10a eerste lid, 11 derde, vijfde lid en/of 11a Opiumwet;

Ten aanzien van dagvaarding II

hij in of omstreeks de periode van 19 januari 2020 tot en met 1 oktober 2020 te ’s-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen

een of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, immers heeft verdachte (via PGP-telefoons):

- bericht dat hij de kapitein spreekt van een vissersboot die spullen op kan vissen in de Duitse bocht en/of informatie uitgewisseld over prijzen en/of (transport)kosten en/of vluchten uit Brazilië en/of Peru en/of informatie uitgewisseld over (dekmantel)bedrijven en/of gezocht naar duiker(s) (chatgesprek [nummerreeks] - [nummerreeks] , p. 10060) en/of

- ( een) kolenbo(o)t(en) voor transport naar Gent en/of Rotterdam aangeboden (chat [nummerreeks] - QSV7IG, p. 10123), en/of

- bericht dat de uithaal zowat alles kan en/of dat [nummerreeks] moet kijken of ze kunnen matchen (chat [nummerreeks] - [nummerreeks] , p. 10128), en/of

- bericht dat gebruikers [nummerreeks] - [nummerreeks] met elkaar moeten chatten over de opzet en uithaal en/of informatie uitgewisseld over een corrupt douanecontact in haven 1742 (Antwerpen) die kan zorgen dat een bak niet op rood komt en/of een corrupt douanecontact in 1700 (Rotterdam) en/of een bedrijf/bedrijven die gebruikt kunnen worden en/of informatie uitgewisseld over hoeveelheden en bakken en/of bestellingen fruit en/of bericht dat er een inklaarder nodig is (groepschat Sky ID [nummerreeks] - [nummerreeks] - [nummerreeks] , p. 10132),

althans, (telkens) informatie uitgewisseld over manieren en/of mogelijkheden om cocaïne te smokkelen,

en/of

zich of een of meer anderen gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te verschaffen, immers heeft verdachte:

- gevraagd/geinformeerd naar een corrupt douanecontact die bedrijven kan checken en/of containers op groen kan zetten en/of de gegevens van [bedrijf 1] verstrekt (chat [nummerreeks] - [nummerreeks] , p. 10118),

en/of

voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en), immers heeft verdachte een of meer PGP-telefoons voorhanden gehad.

3 Algemene inleiding

In april 2020 is bij het Team Criminele Inlichtingen van de politie-eenheid Den Haag een melding binnengekomen dat [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) hennep zou laten exporteren naar Engeland. [medeverdachte 1] was al betrokken in een ander strafrechtelijk onderzoek, te weten onderzoek Paris, waarin hij werd verdachte van witwassen. Naar aanleiding van deze bevindingen is de politie op 11 mei 2020 een nieuw strafrechtelijk onderzoek naar [medeverdachte 1] gestart, genaamd Kiwi.

Om het telefoonnummer van [medeverdachte 1] te kunnen achterhalen heeft de politie op grond van artikel 126nb van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) een telecommunicatieonderzoek uitgevoerd. Op basis van dit onderzoek heeft de politie geconcludeerd dat hij de gebruiker zou zijn van een PGP-telefoon met daarop het EncroChat-account [account 1] @encrochat.com. Blijkens informatie uit een ander opsporingsonderzoek met de naam Eems, zou de gebruiker van dat account zich samen met anderen bezighouden met het transporteren van verdovende middelen van Nederland naar Engeland. Om deze verdenking verder te kunnen onderzoeken heeft de politie toegang gekregen tot de onderzoeksresultaten van het hierna te bespreken onderzoek 26Lemont. Deze onderzoeksresultaten bestonden onder meer uit een grote hoeveelheid communicatie van het bovengenoemde EncroChat-account en de daarbij behorende contacten.

Deze onderzoeksresultaten hebben er uiteindelijk toe geleid dat op 13 april 2021 meerdere verdachten zijn aangehouden in het onderzoek Kiwi. De negen nu vervolgde verdachten hebben volgens de officier van justitie allen deel uitgemaakt van een criminele organisatie die het plegen van drugsdelicten tot doel had (dagvaarding I, feit 2). Acht van hen, waaronder de verdachte, zouden binnen deze organisatie betrokken zijn geweest bij de uitvoer van in totaal 882,5 kilogram cocaïne naar Engeland (dagvaarding I, feit 1). Daarnaast wordt de verdachte nog verweten dat hij voorbereidingshandelingen heeft verricht voor het plegen van drugsdelicten (dagvaarding II).

De rechtbank merkt op voorhand op dat een EncroChat-account steeds bestond uit een gebruikersnaam, gevolgd door de toevoeging ‘@encrochat.com’. De rechtbank zal in het vervolg van dit vonnis waar verwezen wordt naar een EncroChat-account kortheidshalve enkel verwijzen naar de gebruikersnaam.

4 Rechtmatigheid van de EncroChat- en Sky ECC-gegevens

4.1

Het standpunt van de verdediging

Namens de raadsman en de raadslieden van de overige verdachten in het onderzoek Kiwi heeft mr. E.A. Blok verweer gevoerd ten aanzien van de rechtmatigheid van het verkrijgen en gebruik van EncroChat-gegevens. Ten aanzien van de verdachte is ditzelfde verweer ook gevoerd ten aanzien van de Sky ECC-gegevens. Het verweer is gevoerd ter zitting en vervat in de pleitnotitie van 19 september 2022.

Volgens de verdediging is – kort samengevat – het verkrijgen en gebruik van EncroChat- en Sky ECC-gegevens strijdig met het EVRM en/of het nationale recht en daarmee onrechtmatig. Deze onrechtmatigheid dient te leiden tot de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, dan wel bewijsuitsluiting van de verkregen gegevens, dan wel strafvermindering.

Op specifieke standpunten van de verdediging zal hierna – voor zover van belang – nader worden ingegaan.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich gemotiveerd op het standpunt gesteld dat de verwerving van de gegevens rechtmatig heeft plaatsgevonden en dat de berichten voor het bewijs kunnen worden gebezigd. Weliswaar is in strijd met het Unierecht gehandeld doordat geen voorafgaande toetsing heeft plaatsgevonden door de rechter-commissaris bij het opvragen van de historische verkeersgegevens en is in zoverre sprake van een vormverzuim, maar volstaan kan worden met de enkele constatering daarvan. Er is dus geen sprake van een vormverzuim waarop enige consequentie dient te volgen zodat de verweren verworpen dienen te worden, aldus de officier van justitie.

Op specifieke standpunten van de officier van justitie zal hierna – voor zover van belang – nader worden ingegaan.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Inleiding

De verdenking tegen de verdachte en de andere verdachten in het onderzoek Kiwi is in belangrijke mate gebaseerd op het vermoeden dat zij gebruik hebben gemaakt van de diensten aangeboden door het bedrijf EncroChat, die hen in staat stelden versleutelde berichten te versturen en te ontvangen. Bij de verdachte is de verdenking er mede op gebaseerd dat hij naast EncroChat gebruik heeft gemaakt van de (gelijksoortige) diensten van Sky ECC.

Ter beoordeling van het verweer is het nuttig eerst het verloop van het onderzoek naar de bedrijven EncroChat en Sky ECC te schetsen. Daarna zal de rechtbank inhoudelijk ingaan op de gevoerde verweren.

Feitelijke gang van zaken onderzoek EncroChat

Vanaf 2017 vond er in onder meer Frankrijk en Nederland vrijwel gelijktijdig onderzoek plaats naar EncroChat. De verdenkingen waren dat EncroChat en de daaraan gelieerde personen zich schuldig maakten aan witwassen, deelname aan een criminele organisatie en aan medeplichtigheid aan strafbare feiten die door de gebruikers van de diensten van EncroChat werden gepleegd.

In het Franse onderzoek heeft een Franse rechter, op aanvraag van het Franse Openbaar Ministerie, op 30 januari 2020 toestemming gegeven voor het gebruik van een interceptiemiddel op een server van EncroChat in Roubaix, Frankrijk. Dit middel is op 1 april 2020 ingezet. Door de inzet daarvan kon in de periode van 1 april 2020 tot en met 26 juni 2020 (live) informatie van de EncroChat-telefoons worden verzameld.

Op 10 februari 2020 is het Nederlandse onderzoek genaamd 26Lemont gestart, een vervolg op een eerder onderzoek genaamd 26Bismarck, gericht op het bedrijf EncroChat, de daaraan gelieerde personen en de onbekende gebruikers ervan.

Voorafgaand aan de inzet van het interceptiemiddel in Frankrijk heeft het Nederlandse Openbaar Ministerie op 13 maart 2020 bij de rechter-commissaris in Rotterdam een vordering ingediend om een machtiging op grond van artikelen 126uba en 126t Sv te verkrijgen. De rechter-commissaris heeft de gevorderde machtigingen verleend op 27 maart 2020.

Op 10 april 2020, voortbouwend op overleg tussen verschillende landen om de gerezen verdenkingen verder gezamenlijk te onderzoeken, is een Joint Investigation Team (JIT) overeenkomst getekend. De Franse autoriteiten hebben – zoals reeds daarvoor was afgesproken – de door hen verzamelde gegevens, op basis van Franse strafvorderlijke bepalingen, gedeeld met de overige JIT-partners, waaronder met Nederland, ten behoeve van het onderzoek 26Lemont. Andersom is informatie die door de Nederlandse autoriteiten is verzameld ook met Frankrijk gedeeld.

Op 18 juni 2020 is door de rechter-commissaris toestemming verleend voor het verstrekken van gegevens uit 26Lemont aan onderzoek Kiwi.

Feitelijke gang van zaken onderzoek Sky ECC

Vanaf 2018 vond in Frankrijk, België en Nederland onderzoek plaats naar Sky ECC. Informatie verkregen door de Franse autoriteiten via een zogenaamde IP-tap is in juli 2019 op basis van het Cybercrime-verdrag met de Nederlandse autoriteiten gedeeld.

Na gezamenlijk overleg is op 13 december 2019 een JIT opgericht om de verdenkingen tegen Sky ECC nader te onderzoeken. De verdenkingen waren vergelijkbaar met die jegens EncroChat.

Op 11 december 2020 is het Nederlandse onderzoek genaamd Argus gestart, gericht op de onbekende gebruikers van de diensten van Sky ECC. Dit onderzoek heeft onder meer tot doel om aan de hand van de inhoudelijke data de criminele samenwerkingsverbanden die gebruikmaken van cryptotelefoons van Sky ECC in beeld te brengen en te analyseren.

In het onderzoek Argus is op 15 december 2020 door de rechter-commissaris bepaald dat de in dat onderzoek verkregen ontsleutelde informatie slechts kan worden gebruikt voor opsporing, indien daartoe aanvullende toestemming is verleend.

Op 17 december 2020 heeft een Franse rechter in het Franse onderzoek naar Sky ECC, op aanvraag van het Franse Openbaar Ministerie, toestemming gegeven voor het gebruik van een interceptiemiddel op een server van Sky ECC in Frankrijk. Door de inzet van dit middel hebben de Franse autoriteiten een aantal gegevens verkregen. Die gegevens zijn gedeeld met de overige JIT-partners, waaronder met Nederland. Andersom is informatie die door de Nederlandse autoriteiten is verzameld ook – binnen het kader van het JIT – met Frankrijk gedeeld, zoals er ook technische kennis en expertise is gedeeld met betrekking tot de interceptie.

Nadien heeft de officier van justitie van het onderzoek Argus op 11 november 2021 ex artikel 126dd Sv toestemming gegeven om de Sky ECC-gegevens te verstrekken aan onderhavig onderzoek.

Beoordelingskader artikel 359a Sv

Voordat de rechtbank toekomt aan de bespreking van de verweren, zal eerst het juridisch kader van artikel 359a Sv worden uiteengezet.

De rechtbank stelt voorop dat toepassing van artikel 359a Sv is beperkt tot onherstelbare vormverzuimen die zijn begaan bij het voorbereidend onderzoek tegen de verdachte ter zake het aan hem ten laste gelegde feit. De Hoge Raad heeft bepaald dat onder omstandigheden ook buiten de gevallen van artikel 359a Sv (dus buiten het voorbereidend onderzoek en/of buiten het onderzoek tegen deze verdachte) een rechtsgevolg kan worden verbonden aan een vormverzuim als dit een onrechtmatige handeling jegens de verdachte oplevert (HR 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1890). In dat geval moet het betreffende vormverzuim echter van bepalende invloed zijn geweest op het verloop van het opsporingsonderzoek naar en/of de (verdere) vervolging van de verdachte. Indien binnen deze grenzen sprake is van een vormverzuim en voor zover de rechtsgevolgen daarvan niet uit de wet blijken, moet de rechter beoordelen of aan dat vormverzuim enig rechtsgevolg dient te worden verbonden en, zo ja, welk rechtsgevolg in aanmerking komt.

Bij deze beoordeling zal de rechter rekening dienen te houden met de in het tweede lid van artikel 359a Sv genoemde factoren, te weten: het belang dat het geschonden voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt. Bij de beoordeling van de ernst van het verzuim zijn de omstandigheden waaronder het verzuim is begaan van belang. Bij de beoordeling van het nadeel dat door het verzuim is veroorzaakt, is onder meer van belang of en in hoeverre de verdachte door het verzuim daadwerkelijk in zijn verdediging is geschaad. Vaste rechtspraak is tevens dat het belang van de verdachte dat het gepleegde feit niet wordt ontdekt niet kan worden aangemerkt als een rechtens te respecteren belang dat een nadeel oplevert als bedoeld in artikel 359a, tweede lid, Sv (HR 30 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AM2533). Indien het niet de verdachte is die door de niet-naleving van het voorschrift is getroffen in het belang dat de overtreden norm beoogt te beschermen, zal ‘als regel’ geen rechtsgevolg behoeven te worden verbonden aan het vormverzuim. Dit kan onder omstandigheden, zoals hierboven geschetst, anders zijn als er sprake is van een onrechtmatige handeling jegens de verdachte die van bepalende invloed is geweest op het verloop van het opsporingsonderzoek naar en/of de (verdere) vervolging.

De vraag of een en zo ja welk rechtsgevolg aan een vormverzuim moet worden verbonden, dient te worden beoordeeld op grond van een weging en waardering van de wettelijke beoordelingsfactoren en aan de hand van alle omstandigheden van het geval.

Indien de rechter tot het oordeel komt dat niet kan worden volstaan met de vaststelling dat een onherstelbaar vormverzuim is begaan, en dat het verzuim niet zonder consequenties kan blijven, zal hij daaraan een van de in artikel 359a, eerste lid, Sv genoemde rechtsgevolgen verbinden, te weten strafvermindering, bewijsuitsluiting of niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging.

Binnen de grenzen die de toepassingsvoorwaarden van artikel 359a Sv stellen, komt strafvermindering slechts in aanmerking indien aannemelijk is dat (a) de verdachte daadwerkelijk nadeel heeft ondervonden, (b) dit nadeel is veroorzaakt door het verzuim, (c) het nadeel geschikt is voor compensatie door middel van strafvermindering en (d) strafvermindering ook in het licht van het belang van het geschonden voorschrift en de ernst van het verzuim gerechtvaardigd is. Het moet dus gaan om een voldoende ernstig vormverzuim dat concreet de belangen van de verdachte in de strafzaak heeft aangetast.

Voor toepassing van bewijsuitsluiting als een op grond van artikel 359a Sv voorzien rechtsgevolg geldt allereerst de voorwaarde dat het bewijsmateriaal door het verzuim is verkregen. De bewijsverkrijging zal dus het rechtstreeks gevolg van de onrechtmatigheid moeten zijn. De Hoge Raad onderscheidt twee categorieën van bewijsuitsluiting met bijbehorende criteria en motiveringseisen. Ten eerste kan toepassing van bewijsuitsluiting noodzakelijk zijn ter verzekering van het recht van de verdachte op een eerlijk proces in de zin van artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Daarnaast is onder strikte voorwaarden bewijsuitsluiting mogelijk in geval van een ernstige schending van andere (strafvorderlijke) voorschriften of rechtsbeginselen, waarbij de uitsluiting noodzakelijk is als rechtsstatelijke waarborg en als middel om te voorkomen dat vergelijkbare vormverzuimen in de toekomst zullen plaatsvinden (HR 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889 en HR 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1890).

Ingevolge vaste jurisprudentie van de Hoge Raad komt niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging als een in artikel 359a Sv voorzien rechtsgevolg slechts in uitzonderlijke gevallen in aanmerking. Daarvoor is alleen plaats ingeval het vormverzuim daarin bestaat dat er een zodanig ernstige inbreuk op het recht van de verdachte op een eerlijke behandeling van zijn zaak is gemaakt, dat er geen sprake meer kan zijn van een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM (HR 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1890). Het moet dan gaan om een ernstige onherstelbare inbreuk op het recht op een eerlijk proces die niet op een aan de eisen van een behoorlijke en effectieve verdediging beantwoordende wijze is of kan worden gecompenseerd. Daarbij moet die inbreuk het vérstrekkende oordeel kunnen dragen dat “the proceedings as a whole were not fair".

Toepasselijkheid kader in onderzoek Kiwi

De rechtbank is van oordeel dat het feit dat de EncroChat- en Sky ECC-data in andere onderzoeken (26Lemont en Argus) zijn vergaard, niet aan een toetsing in de weg staat. Zoals volgt uit het hiervoor aangehaalde arrest van de Hoge Raad van 1 december 2020 kan toetsing aan de orde komen bij een onrechtmatige handeling jegens de verdachte begaan in een ander voorbereidend onderzoek indien het vormverzuim van bepalende invloed is geweest op het verloop van het opsporingsonderzoek naar en/of verdere vervolging van de verdachte ter zake van het ten laste gelegde feit.

De rechtbank constateert dat de onderschepte berichten van beide diensten in het onderzoek Kiwi een prominente rol spelen in de bewijsconstructie van de officier van justitie. Dat heeft het Openbaar Ministerie ook onderkend. De rechtbank is daarmee van oordeel dat eventuele vormverzuimen bij de verkrijging en de verwerking van deze data binnen 26Lemont en Argus van bepalende invloed zouden kunnen zijn bij het opsporingsonderzoek en de vervolging van de verdachten binnen Kiwi. Het voorgaande betekent niet dat de rechtbank de onderzoeken 26Lemont en Argus als voorbereidende onderzoeken naar de verdachte in het onderzoek Kiwi beschouwt. Het betekent uitsluitend dat de rechtbank geen reden ziet te oordelen dat het bepaalde in artikel 359a Sv aan verdere toetsing van de datavergaring en/of analyse in de weg staat. Daaruit volgt dat de rechtbank dit kader bij haar beoordeling zal betrekken.

Ontvankelijkheid Openbaar Ministerie

Zoals hierboven is aangegeven is voor niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie alleen plaats wanneer sprake is van een vormverzuim dat daarin bestaat dat met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op beginselen van een behoorlijke procesorde – waartoe is te rekenen het verbod op misleiding van de rechter – waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan.

De rechtbank ziet zich hier voor de vraag gesteld of het Openbaar Ministerie de rechtbank moedwillig onjuist, onvolledig en in strijd met de waarheid geïnformeerd heeft, zoals is aangevoerd door de verdediging.

Vertrouwensbeginsel

Uitgangspunt is dat de inzet van de interceptietools ten aanzien van EncroChat en Sky ECC en de daarvoor benodigde aanvragen en toetsingen in Frankrijk hebben plaatsgevonden. De data zijn in Frankrijk verzameld, op basis van Franse strafvorderlijke bevoegdheden, waarvoor telkens een Franse rechter een machtiging heeft verleend op grond van daartoe strekkende verzoeken van het Franse Openbaar Ministerie. Deze feiten brengen de rechtbank tot de conclusie dat er sprake is van strafrechtelijke onderzoeken die onder verantwoordelijkheid van de Franse (rechterlijke) autoriteiten hebben plaatsgevonden. Het staat niet ten toets van de Nederlandse strafrechter of in het recht van het desbetreffende land – in casu Frankrijk – al dan niet een toereikende wettelijke grondslag bestond voor de door de buitenlandse autoriteiten verrichte onderzoekshandelingen (Hoge Raad 5 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010: BL5629). Het is niet de taak van de Nederlandse strafrechter om te controleren of de wijze waarop het Franse onderzoek is uitgevoerd strookt met de daarvoor in Frankrijk geldende rechtsregels, en evenmin om te controleren of de Franse rechter de gegeven machtiging heeft kunnen verlenen.

Het betoog van de verdediging dat het vertrouwensbeginsel hier niet aan de orde is omdat – kort gezegd – de betrokkenheid van de Nederlandse autoriteiten bij het verkrijgen van de EncroChat- en Sky ECC-gegevens van verregaande invloed is geweest en (veel) groter dan het Openbaar Ministerie heeft doen voorkomen, wordt niet gevolgd. In het dossier bevinden zich processen-verbaal waarin uiteen is gezet hoe de communicatiediensten van EncroChat en Sky ECC werkten, hoe de EncroChat- en Sky ECC-gegevens door de Franse opsporingsdiensten zijn verkregen en zijn gedeeld, en hoe die gegevens uiteindelijk terecht zijn gekomen in het onderhavige onderzoek Kiwi. Uit deze stukken blijkt niet van feiten of omstandigheden die de rechtbank tot het oordeel leiden dat het onderzoek naar EncroChat en Sky ECC in Frankrijk en de inzet van de interceptietools niet onder Franse verantwoordelijkheid hebben plaatsgevonden, ook niet nadat internationale samenwerking leidde tot de formatie van een JIT. Dat blijkt ook niet zonder meer uit hetgeen de verdediging naar voren heeft gebracht, waaronder de rogatoire opdracht van de rechtbank Lille van 6 oktober 2020 inzake Sky ECC, nu de rechtbank de feitelijke en juridische context van dit stuk binnen de desbetreffende Franse procedure op geen enkele wijze kan duiden. Een Nederlandse inbreng in de techniek van de interceptietool - hoe groot ook - maakt op zich zelf bezien voorts nog niet dat de inzet van interceptiemiddelen die (deels) gebruik maken van die Nederlandse inbreng ook onder verantwoordelijkheid van Nederland heeft plaatsgevonden: het is nog steeds de Franse rechter die, op aanvraag van het Franse Openbaar Ministerie, de rechtmatigheid van de inzet van de interceptiemiddelen heeft getoetst en heeft goed bevonden. Kortom, dat Nederlandse autoriteiten medeverantwoordelijk zouden zijn ten aanzien van de uitgevoerde hacks kan niet uit de stukken worden afgeleid. Dat betekent dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel onverkort van toepassing is.

Dat het Openbaar Ministerie, zoals de verdediging heeft gesteld, de rechtbank moedwillig onjuist, onvolledig en in strijd met de waarheid heeft geïnformeerd over de mate van betrokkenheid van de Nederlandse opsporingsautoriteiten, is een stelling die de rechtbank niet volgt, nu daar geen concrete aanknopingspunten voor zijn. Reden om het Openbaar Ministerie op die grond niet-ontvankelijk te verklaren is er dus niet.

Evenmin is er reden het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren omdat het in het kader van EncroChat onjuiste informatie zou hebben verstrekt over het subject van onderzoek 26Lemont, zoals aangevoerd door de verdediging. Gebleken is dat dat onderzoek was gericht op het bedrijf EncroChat, de directeuren van het bedrijf, de resellers van de EncroChat-telefoons van het bedrijf en daarnaast op de onbekende gebruikers ervan die zich (vermoedelijk) schuldig maken aan diverse vormen van georganiseerde criminaliteit. Het Openbaar Ministerie heeft de rechter-commissaris te Rotterdam een lijst verstrekt van opsporingsonderzoeken waarbij criminele samenwerkingsverbanden werden onderzocht die gebruikt maakten van EncroChat-toestellen. Om toetsing aan het bepaalde in artikel 126uba, eerste lid, Sv mogelijk te maken was daarbij de inhoud van die onderzoeken nader omschreven, evenals de strafbare feiten waarop die criminele samenwerkingsverbanden zich richtten. Het was de rechter-commissaris derhalve duidelijk wat ter toetsing voorlag en hij heeft zijn toetsing daarop ook ingericht en met inachtneming en afweging van alle daarop betrekking hebbende belangen, waaronder die van de individuele gebruikers, uitgevoerd. Dat geldt ook voor de onderzoeken die later separaat ter toetsing zijn voorgelegd, zoals onderzoek Kiwi. De stelling van de verdediging dat het Openbaar Ministerie aantoonbaar (bewust) een verkeerde voorstelling van zaken zou hebben gegeven volgt de rechtbank dan ook niet. Wat er ook zij van de terughoudendheid die het Openbaar Ministerie om haar moverende redenen met name in de beginfase van de strafrechtelijke procedures heeft betracht als het gaat om het verstrekken van inhoudelijke informatie aangaande de hacks, uit niets blijkt dat sprake is geweest van het bewust verstrekken van onjuiste informatie, laat staan dat er sprake is geweest van een handelwijze die tot de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie zou moeten leiden.

Gevraagde bewijsuitsluiting EncroChat- en Sky ECC-berichten in verband met schendingen EVRM

Equality of arms en artikel 6 EVRM

Aangevoerd is dat het beginsel van equality of arms is geschonden omdat de stukken met betrekking tot de interceptie van de EncroChat-gesprekken in Frankrijk niet aan de processtukken zijn toegevoegd. Daarmee is volgens de verdediging sprake van een schending van artikel 6 EVRM en dienen de onderschepte berichten van het bewijs te worden uitgesloten. Het beginsel van equality of arms noopt echter naar het oordeel van de rechtbank niet tot verstrekking van stukken die zien op de verkrijging van de EncroChat- en Sky ECC-gegevens in Frankrijk en de daarop volgende overdracht van die gegevens door de Franse autoriteiten aan Nederland: een andere uitleg zou het interstatelijk vertrouwensbeginsel van elke betekenis ontdoen. Het gaat er bij dit beginsel om of het gebruik van die gegevens in de onderhavige strafzaak door de verdediging toetsbaar is. De rechtbank is van oordeel dat het aan partijen verstrekte dossier Kiwi daartoe alle noodzakelijke stukken bevat, zodat het beginsel van equality of arms niet is miskent. Opmerking verdient daarbij in het bijzonder dat de verdediging de mogelijkheid is geboden de gehele dataset behorende bij de verdachte bij het Nederlands Forensisch Instituut in te zien, teneinde de desbetreffende berichten zelfstandig op authenticiteit en volledigheid te kunnen beoordelen.

Artikel 8 EVRM

Voor zover het verweer dat artikel 8 EVRM is geschonden ziet op het onderscheppen van de berichten van EncroChat en Sky ECC geldt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel opnieuw in de weg staat aan een rechtmatigheidsoordeel door de Nederlandse rechter. Er moet van worden uitgegaan dat ook de Franse rechter bij het geven van toestemming voor de inzet van het interceptiemiddel heeft getoetst aan het toepasselijke Europese recht.

Voor zover het verweer dat artikel 8 EVRM is geschonden betrekking heeft, niet op de verkrijging en de overdracht van de gegevens in en door Frankrijk, maar op het gebruik ervan in de onderhavige strafzaak, overweegt de rechtbank als volgt. Aan het doorzoeken en analyseren van de EncroChat-data door Nederlandse opsporingsambtenaren ligt artikel 126uba Sv ten grondslag. Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat dit artikel de juiste wettelijke grondslag biedt voor het doorzoeken en analyseren van de data. Artikel 126uba Sv omvat het binnendringen in een geautomatiseerd werk, het onderzoek van dat geautomatiseerd werk inclusief de vastlegging en verwerking van de daarbij aangetroffen gegevens. Dit wordt niet anders als het gaat om gegevens van vele (onbekende) gebruikers zolang het gebruikers betreft van wie een verdenking bestaat dat zij betrokken zijn bij misdrijven in georganiseerd verband. Dat is hier het geval.

Het feitelijke binnendringen van het geautomatiseerde werk waar artikel 126uba Sv op ziet, is weliswaar gebeurd door en onder verantwoordelijkheid van de Franse justitiële autoriteiten, maar de Nederlandse opsporingsambtenaren hebben daarna de verkregen data geanalyseerd. De rechtbank is anders dan de verdediging van oordeel dat de in dit artikel neergelegde bevoegdheid tot het vastleggen van de data ook de bevoegdheid tot het doen van onderzoek aan of naar die data omvat. Anders zou die bevoegdheid slechts een lege huls betreffen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het onderzoek naar de verkregen data op grond van artikel 126uba Sv voorzienbaar was en ook verder op rechtmatige wijze is geschied. Daarbij valt nog op te merken dat de rechter-commissaris heeft overwogen dat het aannemelijk is dat in een groot tot zeer groot aantal gevallen communicatie via EncroChat betrekking heeft op ernstige strafbare feiten in georganiseerd verband, dat het kennisnemen van die communicatie noodzakelijk is voor het onderzoek naar die feiten en dat het niet mogelijk was om op andere effectieve wijze onderzoek te doen naar die communicatie. Door middel van de aanvullende voorwaarden die door de rechter-commissaris zijn gesteld, is tevens voldaan aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Zo mochten er alleen naar reeds bestaande onderzoeken en aan de hand van vooraf bepaalde zoektermen worden gezocht in de informatie. Vervolgens moest aan aanvullende voorwaarden zijn voldaan om de informatie te gebruiken voor andere strafrechtelijke onderzoeken, aan welke voorwaarden in onderzoek Kiwi is getoetst waarna de machtiging op 18 juni 2020 is verstrekt. Een gelijksoortige werkwijze is door de rechter-commissaris ten aanzien van de Sky ECC-gegevens gehanteerd, de machtiging is in dat onderzoek ten aanzien van het SKY-ID strandjutter op 12 september 2021 verstrekt. Er zijn verder geen concrete feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit de rechtbank kan afleiden dat er reden was om te veronderstellen dat het verwerken (analyseren en gebruiken) van de EncroChat- en Sky ECC-data in de strafzaak tegen de verdachte onrechtmatig is geweest.

Conclusie verzochte bewijsuitsluiting

De rechtbank komt aldus tot het oordeel dat de waarborgen van de artikelen 6 en 8 EVRM in acht genomen zijn. De wijze waarop van de resultaten van dit buitenlandse onderzoek in de strafzaak van de verdachte gebruik is gemaakt, maakt naar het oordeel van de rechtbank geen inbreuk op het recht op een eerlijk proces, als bedoeld in artikel 6 EVRM. Evenmin is sprake geweest van een onrechtmatige inmenging in het privéleven van verdachte. Dit betekent dat voor bewijsuitsluiting op die grond geen reden bestaat en de rechtbank zal dan ook EncroChat- en Sky ECC-berichten voor het bewijs bezigen.

Strafvermindering in verband met onrechtmatige verwerking EncroChat- en Sky ECC-berichten

Nu de rechtbank tot de conclusie komt dat geen sprake is van een onrechtmatige verwerking van de berichten is strafvermindering om die reden evenmin op zijn plaats.

De verstrekking van historische gegevens

De rechtbank is van oordeel dat het arrest van het HvJ-EU van 2 maart 2021 (C-746/16, Prokuratuur) van toepassing is, en de opgevraagde mastgegevens – hoewel deze zijn opgevraagd in overeenstemming met de voorschriften uit het Wetboek van Strafvordering – achteraf gezien niet door een officier van justitie gevorderd hadden mogen worden zonder voorafgaande toetsing door een rechterlijke instantie of een onafhankelijke bestuurlijke entiteit. Dit betekent dat sprake is van schending van het Unierecht. De rechtbank is echter van oordeel dat het nadeel dat door de schending is veroorzaakt beperkt is. De mastgegevens beslaan slechts een beperkte tijdspanne en niet kan worden gezegd dat daarmee een min of meer compleet beeld van het privéleven van de verdachte is verkregen.

Het voorgaande brengt met zich dat de rechtbank zal volstaan met de constatering dat sprake is van een vormverzuim, zonder dat daaraan een rechtsgevolg wordt verbonden.

Conclusie

Samengevat komt de rechtbank tot het oordeel dat het gevoerde verweer, strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, bewijsuitsluiting en/of strafvermindering, in al zijn onderdelen faalt. De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van vormverzuimen die tot enig rechtsgevolg dienen te leiden en dat de EncroChat- en Sky ECC-gegevens kunnen worden gebruikt voor het bewijs.

5 Identificatie EncroChat-gebruikers en bijnamen

5.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft het standpunt ingenomen dat op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting kan worden vastgesteld dat de verdachten in onderzoek Kiwi gebruik hebben gemaakt van de EncroChat-accounts die door de politie aan hen worden toegeschreven. Dit brengt met zich mee dat de verdachte de gebruiker is geweest van het account Strandjutter.

5.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen verweer gevoerd met betrekking tot de identificatie van de verdachte als gebruiker van het aan hem toegeschreven EncroChat-account.

5.3

Het oordeel van de rechtbank1

Bij het beantwoorden van de vraag of hetgeen bij dagvaarding I onder de feiten 1 en 2 ten laste is gelegd wettig en overtuigend bewezen kan worden, komt grote betekenis toe aan de EncroChat-berichten die zijn verzonden tussen de verschillende accounts die voorkomen in het procesdossier van onderzoek Kiwi. Dit brengt met zich mee dat de rechtbank allereerst dient na te gaan of buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat de verdachten gebruik hebben gemaakt van de accounts die door de politie aan hen worden toegeschreven. Tevens zal de rechtbank - voor zover relevant - ingaan op de bijnamen die blijkens het dossier worden gebruikt om de gebruikers van de betreffende accounts aan te duiden.

5.3.1

Strandjutter

De politie heeft de verdachte geïdentificeerd als de gebruiker van het EncroChat-account Strandjutter. De verdachte heeft op de zitting verklaard dat het klopt dat hij de gebruiker is geweest van dit EncroChat-account en dat hij de verschillende gesprekken heeft gevoerd die van dat account in het dossier zijn gevoegd.2

Het oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank kan, gelet op de bekennende verklaring van de verdachte, buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat het de verdachte is geweest die gebruik heeft gemaakt van het EncroChat-account Strandjutter. De rechtbank zal daarom in het vervolg van het vonnis bij de bespreking van berichten verzonden door dit account ervan uitgaan dat het de verdachte is geweest die deze berichten heeft verzonden.

5.3.2

[account 1] en [account 2]

De politie heeft de medeverdachte [medeverdachte 1] geïdentificeerd als de gebruiker van de EncroChat-accounts [account 1] en [account 2] . De feiten en omstandigheden die aan deze identificaties ten grondslag hebben gelegen zijn opgenomen in de processen-verbaal van identificatie van de voornoemde accounts.3

De accounts [account 1] en [account 2] waren door verschillende gebruikers opgeslagen onder de naam ‘ [naam] ’.4

Het oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van de feiten en omstandigheden zoals weergegeven in de processen-verbaal van identificatie, in onderling verband en samenhang bezien, buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat het medeverdachte [medeverdachte 1] is geweest die gebruik heeft gemaakt van [account 1] en [account 2] . De rechtbank zal daarom in het vervolg van het vonnis bij de bespreking van berichten verzonden door deze accounts ervan uitgaan dat het [medeverdachte 1] is geweest die deze berichten heeft verzonden.

Het voorgaande brengt ook met zich mee dat de bijnaam ‘ [naam] ’ aan [medeverdachte 1] kan worden toegeschreven.

5.3.3

[account 3] , [account 4] en [account 5]

[getuige 1] (hierna: [getuige 1] ) is op 7 december 2021 als getuige gehoord in onderzoek Kiwi. Hij heeft in dat verhoor onder andere verklaard dat hij in opdracht van medeverdachte [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ) een website en een e-mailadres voor een printerbedrijf genaamd [bedrijf 2] heeft opgezet. [getuige 1] had met [medeverdachte 2] onder andere contact via EncroChat. [medeverdachte 2] maakte volgens [getuige 1] gebruik van de accounts [account 3] en [account 4] .5

[medeverdachte 2] is ook door de politie geïdentificeerd als de gebruiker van de accounts [account 3] en [account 4] . Daarnaast is [medeverdachte 2] geïdentificeerd als de gebruiker van het account [bedrijf 3] . De feiten en omstandigheden die aan deze identificatie ten grondslag hebben gelegen zijn opgenomen in het proces-verbaal van identificatie van het account [bedrijf 3] .

Daarnaast waren alle drie de accounts door verschillende andere EncroChat-gebruikers opgeslagen onder de naam ‘ [naam] ’.6

Het oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van de verklaring van getuige [getuige 1] , in combinatie met de feiten en omstandigheden zoals weergegeven in het proces-verbaal van identificatie van het account [bedrijf 3] , buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat het medeverdachte [medeverdachte 2] is geweest die gebruik heeft gemaakt van de accounts [account 3] , [account 4] en [bedrijf 3] . De rechtbank zal daarom in het vervolg van het vonnis bij de bespreking van berichten verzonden door deze accounts ervan uitgaan dat het [medeverdachte 2] is geweest die deze berichten heeft verzonden.

Het voorgaande brengt ook met zich mee dat de bijnaam ‘ [naam] ’ aan [medeverdachte 2] kan worden toegeschreven.

5.3.4

[account 6]

De politie heeft de medeverdachte [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3] ) geïdentificeerd als de gebruiker van het EncroChat-account [account 6] . De feiten en omstandigheden die aan deze identificatie ten grondslag hebben gelegen zijn opgenomen in het proces-verbaal van identificatie van het voornoemde account.

[account 6] was door andere EncroChat-gebruikers opgeslagen onder de naam ‘ [naam] ’. In de status behorende bij het account [account 6] was door de gebruiker van dit account de naam ‘ [account 7] ’ ingevuld.7

Het oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van de feiten en omstandigheden zoals weergegeven in het proces-verbaal van identificatie, in onderling verband en samenhang bezien, buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat het medeverdachte [medeverdachte 3] is geweest die gebruik heeft gemaakt van [account 6] . De rechtbank zal daarom in het vervolg van het vonnis bij de bespreking van berichten verzonden door dit account ervan uitgaan dat het [medeverdachte 3] is geweest die deze berichten heeft verzonden.

Het voorgaande brengt ook met zich mee dat de bijnaam ‘ [naam] ’ aan [medeverdachte 3] kan worden toegeschreven.

5.3.5

[naam]

De politie heeft de medeverdachte [medeverdachte 4] (hierna: [medeverdachte 4] ) geïdentificeerd als de gebruiker van het EncroChat-account [naam] . De feiten en omstandigheden die aan deze identificatie ten grondslag hebben gelegen zijn opgenomen in het proces-verbaal van identificatie van het voornoemde account.

[naam] was door de verdachte opgeslagen onder de naam ‘ [naam] ’. Verder bleek uit verschillende gesprekken dat de gebruiker van EncroChat-account [naam] ook wel ‘ [naam] ’ of ‘ [naam] ’ werd genoemd. [medeverdachte 4] is de [naam] van de verdachte.8

Het oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van de feiten en omstandigheden zoals weergegeven in het proces-verbaal van identificatie, in onderling verband en samenhang bezien, buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat het medeverdachte [medeverdachte 4] is geweest die gebruik heeft gemaakt van [naam] . De rechtbank zal daarom in het vervolg van het vonnis bij de bespreking van berichten verzonden door dit account ervan uitgaan dat het [medeverdachte 4] is geweest die deze berichten heeft verzonden.

Het voorgaande brengt ook met zich mee dat de bijnamen ‘ [naam] ’, ‘ [naam] ’ en ‘ [naam] ’ aan [medeverdachte 4] kunnen worden toegeschreven.

5.3.6

[account 8] en [account 10]

De politie heeft de medeverdachte [medeverdachte 6] (hierna: [medeverdachte 6] ) geïdentificeerd als de gebruiker van de EncroChat-accounts [account 8] en [account 10] . De feiten en omstandigheden die aan deze identificaties ten grondslag hebben gelegen zijn opgenomen in het proces-verbaal van identificatie van de voornoemde accounts.

De accounts [account 8] en [account 10] waren door verschillende gebruikers opgeslagen onder de naam ‘ [naam] ’.9

Het oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van de feiten en omstandigheden zoals weergegeven in het proces-verbaal van identificatie, in onderling verband en samenhang bezien, buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat het medeverdachte [medeverdachte 6] is geweest die gebruik heeft gemaakt van [account 8] en [account 10] . De rechtbank zal daarom in het vervolg van het vonnis bij de bespreking van berichten verzonden door deze accounts ervan uitgaan dat het [medeverdachte 6] is geweest die deze berichten heeft verzonden.

Het voorgaande brengt ook met zich mee dat de bijnaam ‘ [naam] ’ aan [medeverdachte 6] kan worden toegeschreven.

5.3.7

[account 11]

De politie heeft de medeverdachte James [medeverdachte 9] (hierna: [medeverdachte 9] ) geïdentificeerd als de gebruiker van het EncroChat-account [account 11] . De feiten en omstandigheden die aan deze identificatie ten grondslag hebben gelegen zijn opgenomen in het proces-verbaal van identificatie van het voornoemde account.

In een gesprek met [medeverdachte 2] geeft [account 11] aan dat hij ‘ [medeverdachte 9] ’ uit Engeland is. Tevens bleek dat [account 11] opgeslagen was door [medeverdachte 2] onder de naam ‘ [medeverdachte 9] ’.10

Het oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van de feiten en omstandigheden zoals weergegeven in het proces-verbaal van identificatie, in onderling verband en samenhang bezien, buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat het medeverdachte [medeverdachte 9] is geweest die gebruik heeft gemaakt van [account 11] . De rechtbank zal daarom in het vervolg van het vonnis bij de bespreking van berichten verzonden door dit account ervan uitgaan dat het [medeverdachte 9] is geweest die deze berichten heeft verzonden.

Het voorgaande brengt ook met zich mee dat de bijnamen ‘ [medeverdachte 9] ’ en ‘ [medeverdachte 9] ’ aan [medeverdachte 9] kunnen worden toegeschreven.

5.3.8

[account 12] en [account 13]

De politie heeft de medeverdachte [medeverdachte 5] (hierna: [medeverdachte 5] ) geïdentificeerd als de gebruiker van de EncroChat-accounts [account 12] en [account 13] . De feiten en omstandigheden die aan deze identificaties ten grondslag hebben gelegen zijn opgenomen in de processen-verbaal van identificatie van de voornoemde accounts.

[account 12] was door andere EncroChat-gebruikers opgeslagen onder de namen ‘ [naam] ’ en ‘ [naam] ’. Ook [account 13] was opgeslagen onder de naam ‘ [naam] ’. Verder kan uit een gesprek tussen [medeverdachte 2] en [naam] worden afgeleid dat de persoon met de bijnaam ‘ [naam] ’ ook wel ‘ [naam] ’ wordt genoemd.11

Het oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van de feiten en omstandigheden zoals weergegeven in de processen-verbaal van identificatie, in onderling verband en samenhang bezien, buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat het medeverdachte [medeverdachte 5] is geweest die gebruik heeft gemaakt van [account 12] en [account 13] . De rechtbank zal daarom in het vervolg van het vonnis bij de bespreking van berichten verzonden door deze accounts ervan uitgaan dat het [medeverdachte 5] is geweest die deze berichten heeft verzonden.

Het voorgaande brengt ook met zich mee dat de bijnamen ‘ [naam] ’ en ‘ [naam] ’ aan [medeverdachte 5] kunnen worden toegeschreven.

5.3.9

[account 14] en [account 15]

De politie heeft de medeverdachte [medeverdachte 8] (hierna: [naam] ) geïdentificeerd als de gebruiker van de EncroChat-accounts [account 14] en [account 15] . De feiten en omstandigheden die aan deze identificaties ten grondslag hebben gelegen zijn opgenomen in de processen-verbaal van identificatie van de voornoemde accounts.

De accounts [account 14] en [account 15] waren beide door andere EncroChat-gebruikers opgeslagen als ‘ [naam] ’.12

Het oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van de feiten en omstandigheden zoals weergegeven in de processen-verbaal van identificatie, in onderling verband en samenhang bezien, buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat het medeverdachte [naam] is geweest die gebruik heeft gemaakt van [account 14] en [account 15] . De rechtbank zal daarom in het vervolg van het vonnis bij de bespreking van berichten verzonden door deze accounts ervan uitgaan dat het [naam] is geweest die deze berichten heeft verzonden.

Het voorgaande brengt ook met zich mee dat de bijnaam ‘ [naam] ’ aan [naam] kan worden toegeschreven.

5.3.10

[account 16]

De politie heeft de medeverdachte [medeverdachte 7] (hierna: [medeverdachte 7] ) geïdentificeerd als de gebruiker van het EncroChat-account [account 16] . De feiten en omstandigheden die aan deze identificatie ten grondslag hebben gelegen zijn opgenomen in het proces-verbaal van identificatie van het voornoemde account.

Uit een gesprek tussen [naam] en [naam] kan worden afgeleid dat de gebruiker van het account [account 16] ook wel ‘ [naam] ’ werd genoemd. In een ander gesprek tussen [account 16] en [medeverdachte 1] noemde [account 16] zichzelf ‘ [naam] ’.13

Het oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van de feiten en omstandigheden zoals weergegeven in het proces-verbaal van identificatie, in onderling verband en samenhang bezien, buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat het medeverdachte [medeverdachte 7] is geweest die gebruik heeft gemaakt van [account 16] . De rechtbank zal daarom in het vervolg van het vonnis bij de bespreking van berichten verzonden door dit account ervan uitgaan dat het [medeverdachte 7] is geweest die deze berichten heeft verzonden.

Het voorgaande brengt ook met zich mee dat de bijnamen ‘ [naam] ’ en ‘ [naam] ’ aan [medeverdachte 7] kunnen worden toegeschreven.

6 Beoordeling van de tenlastelegging

6.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich ten aanzien van de bij dagvaarding I ten laste gelegde feiten op het standpunt gesteld dat deze wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. De verdachte heeft als tussenpersoon/makelaar gefungeerd tussen de leiders van de transportlijn en zijn oom [medeverdachte 4] . De verdachte heeft daarmee een cruciale rol gespeeld bij de verschillende transporten en, in het verlengde daarvan, binnen de criminele organisatie.

Ook ten aanzien van het bij dagvaarding II ten laste gelegde heeft de officier van justitie gerekwireerd tot bewezenverklaring. De verschillende chatgesprekken die de verdachte middels Sky ECC heeft gevoerd leveren voorbereidingshandelingen op in de zin van artikel 10a van de Opiumwet.

Op specifieke standpunten van de officier van justitie zal de rechtbank - voor zover van belang - hierna ingaan.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de bij dagvaarding I ten laste gelegde feiten. Het handelen van de verdachte als tussenpersoon tussen twee groepen is onvoldoende om hem als medepleger bij de uitvoer van cocaïne aan te kunnen merken. Daarnaast is niet voldaan aan de vereisten om te kunnen spreken van deelneming aan een criminele organisatie, zodat ook voor dat feit vrijspraak dient te volgen. Voor zover de verdachte zich in de EncroChat-berichten een rol in de organisatie leek toe te bedelen door bijvoorbeeld te spreken over ‘onze lijn’ was dit enkel grootspraak.

Ook ten aanzien van het bij dagvaarding II ten laste gelegde heeft de raadsman vrijspraak bepleit, omdat er onvoldoende bewijsmiddelen zijn met voldoende en overtuigende zelfstandige betekenis. In de verschillende chatgesprekken die de verdachte heeft gevoerd is enkel gepraat en rondgevraagd, zonder dat er daadwerkelijk iets is gebeurd. De verdachte heeft geen opzet gehad op enige voorbereidingshandeling en hij heeft ook niet nauw en bewust samengewerkt met anderen.

Op specifieke standpunten van de verdediging zal de rechtbank - voor zover van belang - hierna ingaan.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

6.3.1

De transportlijn

Alvorens de rechtbank de vraag kan beantwoorden of de verdachte betrokken is geweest bij de uitvoer van cocaïne, moet worden vastgesteld dat er daadwerkelijk cocaïnetransporten naar Engeland hebben plaatsgevonden. De rechtbank zal hieronder de redengevende feiten en omstandigheden opsommen die mede aan deze verdenking ten grondslag liggen. Toevoegingen van de rechtbank in de chatgesprekken zijn onderstreept weergegeven.

Voorbereidingen voor de transportlijn

Gesprek tussen de verdachte en [medeverdachte 1] op 31 maart 2020: 14

Verdachte: “Alles goed? Bij oom [naam] gewoon mega druk dus denk gewoon een keer gaan beginnen? Of overkant drama??

[medeverdachte 1] : “Die [naam] is vrijdag bij me dan ga ik overkant texte maar je weet niet de haken en ogen wat er aan zit ga je dalijknineens lock down staat ding vast enz. Maar ik ga er vrijdag mee aan de slag

Gesprek tussen [medeverdachte 2] en [naam] op 6 april 2020: 15

[medeverdachte 2] : “Right bro, I will try make it clear by message, as you know for the situation here as far as they know, its me T and D since today we taking money of scrooge and working him out. As you know we have the other tp system we used 7 years. We have that all ready to go but we dont want be associated because they might have attention. So sunday have spoken and they said why we dont give the system to you and lob (they dont know about me) and we tell our clients we sold it and we do half half. They dont know anyone to trust to give our guy at the company and system (…) The 2000 we ask would go 1000/1000. We would use [medeverdachte 9] and my [naam] to handle it here and pack it. And you or lob would control by a new encro the distribution in uk

(…)

[naam] : “So we get quin and your [naam] to do it on flats. And then I think its best to use the old guys before. (…) Way me and d see it is 1/6 for me. 1/6 for d. 1/6 for d dutch. 1/6 for t. 1/3 for you.

De rechtbank leidt uit bovenstaand gesprek af dat er een transportlijn (‘tp system’) heeft bestaan waar in elk geval [medeverdachte 2] en twee personen die worden aangeduid met ‘T’ en ‘D’ bij betrokken zijn geweest. Door [medeverdachte 2] is voorgesteld om deze transportlijn te delen met [naam] en een persoon die [naam] wordt genoemd (ook aangeduid met ‘D’). Kennelijk bedragen de kosten voor het transport 2000, waarvan door [medeverdachte 2] is voorgesteld om het 1000/1000 te verdelen. [medeverdachte 9] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 9] ) zou het volgens [medeverdachte 2] samen met ‘ [naam] ’ (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 5] ) gaan regelen en inpakken aan de Nederlandse zijde. [naam] of [naam] zou dan de distributie in Engeland moeten regelen. Door [naam] is vervolgens een verdeling voorgesteld waarbij 1/3 deel van de winst voor [medeverdachte 2] zou zijn, 1/6 voor ‘T’, 1/6 voor ‘D’ aan de Nederlandse kant, 1/6 voor de andere D en 1/6 voor [naam] zelf.

Gesprek tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] op 14 april 2020: 16

[medeverdachte 2] : “Hey vriendje kan jij morgen overal de spullen gaan halen om er een te maken? Je weet waar alles gehaald moet worden toch?

[medeverdachte 5] : “Ja is goed vriendje ja ik weet waar dat gehaald wordt ook de zakken?

[medeverdachte 2] : “Ja doe alles maar. We gaan beginnen alleen doen we er 40 pakken bloem of suiker in verder alles zelfde

Het is de politie ambtshalve bekend dat in het drugscircuit wel eens gebruik wordt gemaakt van dummyzendingen. Dit zijn testzendingen zonder verdovende middelen waaruit voor de verzendende en ontvangende partij moet blijken dat de goederen niet worden onderschept tijdens het transport.17

Gesprek tussen de verdachte en [medeverdachte 4] op 14 april 2020: 18

Verdachte: “Goede middag, mannen doen maandag dummie en als goed loopt werken.

[medeverdachte 4] : “Krijg ik nog wel nieuw factuur adres, toch

Gesprek tussen de verdachte en [medeverdachte 2] op 20 april 2020: 19

[medeverdachte 2] : “Heb jij de mail van [naam] de normale waar ik het bedrijf heen kan mailen?

Verdachte: “[email] @gmail.com

[medeverdachte 2] : “Afgeleverd en mail verstuurd maat

Verdachte: “Oke maat dummy toch dit? Even kijken hoe loopt

[medeverdachte 2] : “Klopt zit niks in maar komt helemaal goed

Het bedrijf Organisatiebureau [bedrijf 4] was gevestigd aan de [adres] in Den Haag. Dit adres was tevens gekoppeld aan een depot van het koeriersbedrijf DHL. De eigenaar van dit bedrijf bleek op basis van het register van de Kamer van Koophandel [medeverdachte 4] te zijn.20

Gesprek tussen [medeverdachte 2] en [naam] op 21 april 2020:

[naam] : “EIN-EC- [nummerreeks]

[medeverdachte 2] : “Thats fast mate isnt it. (…) Been send yesterday

Uit bovenstaande chatgesprekken leidt de rechtbank af dat er op 20 april 2020 een dummyzending is verzonden met het nummer [nummerreeks] . Door de politie is onderzoek gedaan naar de code door deze in te voeren op de website van DHL. De code was gekoppeld aan een pallet met een lading van 85 kilogram die op 24 april 2020 in Oldbury (Engeland) is afgeleverd.21

Gesprekken tussen de verdachte en [medeverdachte 2] op 27 april 2020 en 28 april 2020: 22

[medeverdachte 2] : “Maat het is dicht die jongen staat daar met die pallet zeg ff tegen je [naam] dat die snel komt

Verdachte: “Die zit in Zeeland winkel is dicht vandaag

[medeverdachte 2] : “We zouden vandaag dummy sturen? Nou kunnen we volgendr week ook niet sturen

Verdachte: “Kan toch morgen

[medeverdachte 2] : “Maakt niet uit dan word weekje later maat ik laat hem ff ergens opslaan. Brengt die hem morgen

(…)

Verdachte: “Morge maat. [naam] zegt 12 uur beste. En beter dat hij encro krijgt van jouw of gene die brengt

[medeverdachte 2] : “Volgende week als voor het echt gaat krijgt hij de mail van de bezorger die dan komt

Verdachte: “Maat die jongen die komt regelen hier is dat [naam] ?

[medeverdachte 2] : “Ja

Verdachte: “Oke moet die teksten met [naam] ? Weet niet of ie engels kan gahahaha

[medeverdachte 2] : “Nee haha hij komt alleen langs geeft de pallet af en zwaait en gaat weer weg

Gesprekken tussen [medeverdachte 2] en [naam] op 28 april 2020 en 29 april 2020: 23

[medeverdachte 2] : “The dummy been send today because yesterday bank holiday and everything closed
[naam] : “Cheers I’ll get the code tomorrow

(…)

[naam] : “[nummerreeks]

De rechtbank leidt uit dit gesprek af dat er op 28 april 2020 opnieuw een dummy transport is verzonden. Aan deze zending was de code [nummerreeks] gekoppeld. Door de politie is onderzoek gedaan naar de code door deze in te voeren op de website van DHL. De code was gekoppeld aan een pallet met een lading van 92 kilogram die op 5 mei 2020 in Oldbury (Engeland) is aangekomen.24

Tussenconclusie van de rechtbank

De rechtbank komt op grond van voorgaande chatgesprekken, in combinatie met de overige bevindingen, tot de conclusie dat er op 20 april en 28 april 2020 vanuit Nederland via DHL twee zogenaamde dummyzendingen zijn verzonden naar Engeland. Verder stelt de rechtbank vast dat de communicatie over deze zendingen plaatsvond via PGP-telefoons. Tevens is door [medeverdachte 2] op 28 april 2020 aangegeven dat er ‘volgende week voor het echt wordt gegaan’. Gelet hierop kunnen deze dummyzendingen naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet anders worden begrepen dan als middel om een transportlijn voor illegale goederen, vermoedelijk verdovende middelen, naar Engeland te testen.

Het eerste transport

Gesprek tussen de verdachte en [medeverdachte 4] op 2 mei 2020: 25

Verdachte: “Maatje maandag komt gevulde!!

Gesprek tussen de verdachte en [medeverdachte 2] op 3 mei 2020: 26

[medeverdachte 2] : “Maat morgen komt de engelse jongen de spullen brengen dat je [naam] wel op de hoogte brengt en dat die hem even helpt is eerste keer. [naam]

Verdachte: “Heb hem uitgenodigd en zorg dat ie ervan afweet. Ben morgenvroeg bij hem. Heb hem. Zorg dat [naam] er tussen 3 en 4 is voor hem

Gesprekken tussen [medeverdachte 2] en [naam] op 3 en 4 mei 2020: 27

[naam] : “ – 20 bits. [adres] , Arnhem. 9:30. [naam] – 117.5 bits. [adres] , Arnhem. 10:00

[medeverdachte 2] : “For the delivery and packing its important the bits are marked good so we will have p 1 and p 2 on boxes written so we know what is for who. [medeverdachte 9] will report you end of packing what signs on the boxes are for who

[naam] : “Okay cool. Qwinny knows all this yeah?

[medeverdachte 2] : “Yes and my [naam] does this for years so all goes by itself

(…)

[naam] : “Do I need to send [naam] amount on tp to each client?

[medeverdachte 2] : “No for this clients its all good. They know us all for years

[naam] : “The [naam] on this is 182.5 Just so I know. 22 [naam] . 23 us. 117.5 [naam] . 20 [naam]

[medeverdachte 2] : “Plus 10 mexi

Gesprek tussen de verdachte en [medeverdachte 2] op 4 mei 2020: 28

Verdachte: “Heeft ie afgeleverd?? [naam] reageert weer is niet

[medeverdachte 2] : “Yes bevestigd ook alles klaar. [naam] was druk geloof ik

Verdachte: “Oke beter. Gelijk nerveus die lijp.(…) Maar 3 pallets zei hij? Veel voor start

[medeverdachte 2] : “192,5 stuks

Gesprek tussen de verdachte en [medeverdachte 2] op 5 mei 2020: 29

Verdachte: “Maat heb via nose jongens die tussen 30 tot 60 pw willen gooien is dat intressant?

[medeverdachte 2] : “Nee maat we hebben paar mensen die lekker vullen beter dat niemand wat weet en word er minder gepraat

Verdachte: “Oke wimpel ik af maat snap hem beter

Gesprek tussen [medeverdachte 2] en [naam] op 6 mei 2020: 30

[naam] : “Its only been shipped from the port today it won’t be on the system till tomorrow. (…) [nummerreeks]

Door de politie is onderzoek gedaan naar de code [nummerreeks] door deze in te voeren op de website van DHL. De code was gekoppeld aan drie pallets met een lading van in totaal 411 kilogram, die op 12 mei 2020 zijn afgeleverd in Oldbury (Engeland).31 Verder leidt de rechtbank uit bovenstaande gesprekken af dat er op dit transport door vijf verschillende personen in totaal 192,5 ‘bits’ zijn ingelegd. [medeverdachte 9] en [medeverdachte 5] zijn kennelijk betrokken bij het inpakken van deze ‘bits’.

Het tweede transport

Gesprekken tussen [naam] en [naam] op 17 en 19 mei 2020:

[naam] : “You sending tommorow

[naam] : “Yeah bro. Nearly full one

(…)

[naam] : “[nummerreeks]

De rechtbank leidt uit bovenstaand gesprek af dat er op 18 mei 2020 opnieuw een transport is verzonden. Door de politie is onderzoek gedaan naar de code [nummerreeks] door deze in te voeren op de website van DHL. De code was gekoppeld aan 4 pallets met een lading van in totaal 647 kilogram, die op 22 mei 2020 zijn afgeleverd in Oldbury (Engeland).32

Gesprekken tussen de verdachte en [medeverdachte 4] op 22 en 23 mei 2020: 33

Verdachte: “Hij is binnen. Maandag weer 4

[medeverdachte 4] : “Oke

Verdachte: “Niet normaal pffft. Haha en door

[medeverdachte 4] : “Maar woord niet out zo

Verdachte: “Als mannen zo door pompen dan kan je vervroegd met pensioen. Betaling is volgende week. Ontvangen en geld versturen hebben ze week voor nodig. Heb gezegd is goed maar nooit meer als 1 open. (…) Ze willen iedere week dit. Dus wel snel electrische palletwagen regelen

Gesprek tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 27 mei 2020: 34

[medeverdachte 2] : (stuurt een foto van een papier waarop aantekeningen staan, voor zover relevant uitgewerkt in de tabel hieronder). “Dat hebben we van vorige week vriendje

Tabel 1

[naam]

20 x 2000

40000

Paid

[naam]

196 x 2000

392000

Week 1 owes 40000

Week 2 owes 67360

[naam]

64 x 2000

128000

paid

[naam]

23 x 1100

25300

Remove from wages

[naam]

40 x 2000

80000

paid

[naam]

343 bits

686000

Het derde transport

Gesprekken tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 25 en 26 mei 2020: 35

[medeverdachte 2] : “Amigo praat jij straks ff met [naam] ook die zich overal mee aan het bemoeien en doen vandaag zijn er weer 347 gegaan krijg vandaag of morge overzicht van vandaag en tas met geld laten wij ons aub erbuiten houden toch.

(…)

09.00

dt – 27 bits (dt on bits). 09.30 [naam] – 28 bits (j on bits). 10.00 willy – 50 bits (w on bits). 11.30. [naam] – 75 bits (da on bits). 11.30-11.45 [naam] – 117 bits (P1 – 88, P2 – 19, P3 – 10). 12.00 bigbadbuffalo – 50 bits (bi on bits)

Gesprek tussen [medeverdachte 2] en [naam] op 26 mei 2020:

[medeverdachte 2] : “Allright mate no worries u got the codes yesterday?

[naam] : “Yea bro. [nummerreeks]

De rechtbank leidt uit bovenstaand gesprek af dat er op 25 mei 2020 opnieuw een transport is verzonden. Door de politie is onderzoek gedaan naar de code EIN-EC-2624736 door deze in te voeren op de website van DHL. De code was gekoppeld aan 4 pallets met een lading van in totaal 648 kilogram, die op 29 mei 2020 zijn afgeleverd in Oldbury (Engeland).36

Gesprekken tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 29 en 31 mei 2020: 37

[medeverdachte 2] : “Happy days vriendje

[medeverdachte 1] : “Lekker zegggggg heeerlijkkkkk

(…)

[medeverdachte 2] : “Gaat niet goed generaal reageerd al niet meer 35 minuten hij moest er nog 2 doen. Politie. Zijn vingerafdrukken nemen op auto
[medeverdachte 1] : “Meen je niet kanker zooi. Pakhuis nog goed?

[medeverdachte 2] : “Is gepakt politie bij pakhuis ook

(…)

[medeverdachte 2] : “Jo vriendje. Gen loaded up van with both last 2 customers work bro left his [naam] at the unit… gen got grabbed about 12.30 then at 1,15 police turned up at unit grabbed his [naam] who was waiting for gen. Alles is weg kk zooi pfff (…) Ik ben bang dat die aflever bon daar ligt. Dan kunnen ze terug kijken alle zendingen. Hij zit 18 maanden deze unit

[medeverdachte 1] : “Oke pf maar wat dnek je dat we okm niks meer kunne doe. Met [naam]

[medeverdachte 2] : “Dit word overgedragen aan de speciale dienst van die engelse

[medeverdachte 1] : “Ja ja en nee ze kunne nooit bewijzen dat in die andere zendingen wat heeft gezeten. Laten we wek voor de zekerheid allemaal andere telneme iedereen. Hoeveel was er wel gelukt dan eigelijk

[medeverdachte 2] : “Op [naam] 88 en 75 na

Gesprek tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 30 mei 2020: 38

[medeverdachte 2] : “Goed vriendje ik vertel strand wel ja

(…)

[medeverdachte 1] : (stuurt een gekopieerd chatgesprek tussen hemzelf en de verdachte door). Verdachte: “He vriendje. Ja kreeg [naam] niet te pakken maar heb hem al gehoord. Drama hoop onze lijn nog oke. We gaan het zien

Gesprek tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 6] op 6 juni 2020: 39

[medeverdachte 2] : “Ik kan je alle namen geven zeg maar welke je wil

[medeverdachte 6] : “Naam van shofer

[medeverdachte 2] : “[naam]

[medeverdachte 6] : “Is die man tog waar met die 88 stuk

[medeverdachte 2] : “Ja dat is hij

Operatie Belshazzar

Door de Engelse politie zijn de resultaten van Operatie Belshazzar gedeeld met de Nederlandse politie. Dit onderzoek was gericht op een aangetroffen partij verdovende middelen op 29 mei 2020 in Engeland. Voor zover relevant is uit dit onderzoek het volgende naar voren gekomen.

Op 29 mei 2020 bevonden meerdere eenheden van de Engelse politie zich rond de Jeffrey Road en Oldbury road in de plaats Oldbury. Zij hadden informatie gekregen dat daar mogelijk een drugsdeal zou plaatsvinden. Door Engelse verbalisanten werd waargenomen dat de bestuurder van een witte Vauxhall Combo kartonnen dozen aan het overladen was naar de kofferbak van een grijze Audi A6. De bestuurders van beide voertuigen zijn na de overdracht door de Engelse politie aangehouden. De bestuurder van de Vauxhall Combo bleek genaamd [naam] . Bij de aanhouding van [naam] werd in zijn broekzak een mobiele telefoon van het merk V-smart aangetroffen.40 Deze telefoon maakte gebruik van het SIM-nummer: [nummerreeks] . Dit SIM-nummer komt overeen met het SIM-nummer waar EncroChat-gebruiker [naam] gebruik van maakte.41

De inhoud van de dozen aangetroffen in de Vauxhall Combo en de Audi A6 zijn door de politie bekeken. Hieruit kwam naar voren dat in de dozen blokken zaten die gewikkeld waren in plasticfolie. De blokken bevatten een onbekende substantie. Daarop zijn de blokken inbeslaggenomen (bewijsstukken SDD/1, SDD/2 en SSD/4 tot en met SDD/19 aangetroffen in de Vauxhall Combo en LFM/8 tot en met LFM/20 aangetroffen in de Audi A6).42

Tevens is er op 29 mei 2020 een doorzoeking geweest van een Citroën bestelauto in de Hollybush Farm Cottages, [nummerreeks] . In een verborgen ruimte van dit voertuig werden zes dozen met daarin blokken van een onbekende substantie aangetroffen (bewijsstukken ATL/25 tot en met ATL/30).43

Alle hierboven aangetroffen en inbeslaggenomen bewijsstukken zijn forensisch onderzocht. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat:

- in de Vauxhall Combo in totaal 88 blokken zijn aangetroffen in dozen die gelabeld waren met ‘P1’;

- in de Audi A6 in totaal 74 blokken zijn aangetroffen in dozen die gelabeld waren met ‘DA’;

- in de Citroën in totaal 49 blokken zijn aangetroffen in dozen die gelabeld waren met ‘W’;

- alle hierboven genoemde blokken cocaïnehydrochloride bevatten. Dit is de chemische benaming voor cocaïne.44

De verbalisanten hebben gezien dat [naam] uit de richting van de Safestore, Birchley Island, Birchfield Lane, [nummerreeks] kwam. Dit bleek een bedrijfsgebouw met verschillende units te zijn. In het pand werd een jongen, die later bleek te zijn [naam] , aangetroffen. Hij verklaarde dat hij wachtte op zijn neef [naam] . De verbalisanten troffen in een unit van het pand pallets aan met daarop dozen, waarin weer kleinere doosjes met daarin printertoners zaten. In het midden van de pallets lagen kartonnen dozen die leken op de dozen die waren gezien bij de overdracht vanuit de Vauxhall Combo naar de Audi A6.45

Uit camerabeelden die door de Engelse politie zijn veiliggesteld van de Safestorage in Oldbury blijkt dat er niet alleen op 29 mei 2020, maar ook op 5, 12, en 22 mei 2020 veel activiteit was bij de unit. Op de camerabeelden van de vier data is telkens een man te zien, waarvan de Engelse politie aanneemt dat het [naam] is, die in de weer is met (een) pallet(s) met daarop blauwwitte dozen. Op de beelden van 12, 22 en 29 mei 2020 is verder te zien dat [naam] kleinere kartonnen dozen naar buiten brengt en in een stationwagen laadt.46

Doorzoeking [adres]

Op 13 april 2021 heeft een doorzoeking plaatsgevonden op het adres [adres] in Den Haag. Op dit adres was het bedrijf Organisatiebureau [bedrijf 4] gevestigd waar [medeverdachte 4] de eigenaar van was. Bij deze doorzoeking zijn in de kantoorruimte verschillende schriftelijke bescheiden inbeslaggenomen, waaronder:

- een DHL-factuuroverzicht met daarop één zending door Organisatiebureau [bedrijf 4] . De zending was op 20 april 2020 verzonden naar [bedrijf 5] , [adres] Oldbury. De zending bestond uit één pallet;

- een DHL-factuuroverzicht met daarop één zending door Organisatiebureau [bedrijf 4] . De zending was op 28 april 2020 verzonden naar [bedrijf 5] , [adres] Oldbury. De zending bestond uit één pallet;

- een DHL-factuuroverzicht met daarop twee zendingen door Organisatiebureau [bedrijf 4] . Eén van de zendingen was op 4 mei 2020 verzonden naar [bedrijf 5] , [adres] Oldbury. De zending bestond uit drie pallets;

- een DHL-factuuroverzicht met daarop één zending door Organisatiebureau [bedrijf 4] . De zending was op 18 mei 2020 verzonden naar [bedrijf 5] , [adres] Oldbury. De zending bestond uit vier pallets;

- een DHL-factuuroverzicht met daarop één zending door Organisatiebureau [bedrijf 4] . De zending was op 25 mei 2020 verzonden naar [bedrijf 6] , [adres] , B691DT Oldbury. De zending bestond uit vier pallets.47

De verklaring van de verdachte

De verdachte heeft voorafgaand aan de zitting van 12 september 2020 een op schrift gestelde verklaring aan de rechtbank doen toekomen. Op de zitting heeft de verdachte verklaard bij de inhoud van deze verklaring te blijven en heeft hij deze verklaring op punten aangevuld of verduidelijkt. Deze verklaring houdt – kort samengevat – het volgende in.

De verdachte is eind 2019 benaderd door zijn [naam] [medeverdachte 4] omdat deze het vermoeden had dat er iets niet in orde was met de pallets die werden verzonden. In de winter van 2019/2020 heeft er een gesprek plaatsgevonden waarbij de verdachte bemiddeld heeft tussen zijn [naam] en de betrokkenen van de transportlijn. De verdachte zou samen met zijn [naam] 150 euro per stuk krijgen. Hij is een tussenpersoon geweest tussen zijn [naam] en de betrokkenen van de transportlijn en heeft enkel berichten doorgegeven.48

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat de twee dummytransporten zijn opgevolgd door drie transporten met cocaïne. Daartoe is het volgende van belang.

Uit de bevindingen van de Engelse politie blijkt dat er op 29 mei 2020 in Oldbury (Engeland) dozen met daarin blokken cocaïne zijn aangetroffen. Op deze dozen stonden verschillende afkortingen, te weten ‘P1’, ‘DA’ en ‘W’. Deze afkortingen komen terug in het EncroChat-gesprek tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] van 26 mei 2020, waarin wordt gesproken over personen die ‘bits’ aanleveren. In het gesprek van 3 mei 2020 met [naam] legt [medeverdachte 2] uit dat het belangrijk is dat de ‘bits’ gemarkeerd worden door dit op de doos te schrijven, zodat ze weten welke ‘bits’ van wie zijn. Verder komen ook de hoeveelheid blokken cocaïne aangetroffen in de dozen gemarkeerd met ‘P1’, welke blokken zijn aangeleverd door [medeverdachte 6] , overeen met de hoeveelheid die wordt genoemd in de chats. Gelet op deze bevindingen stelt de rechtbank vast dat met de term ‘bits’ kennelijk blokken cocaïne worden bedoeld. Voor elk van de drie transporten geldt dat er in de EncroChat-gesprekken is gesproken over hoeveelheden en ‘bits’.

Voor wat betreft de transporten die op 4 mei 2020 en 18 mei 2020 zijn verzonden is bovendien nog relevant dat het bewijs niet enkel is gebaseerd op chatgesprekken, maar dat er ook andere onderzoeksbevindingen zijn die deze chatgesprekken ondersteunen. Zo blijkt uit de DHL-informatie dat de pallets met de ‘bits’ daadwerkelijk zijn verzonden en aangekomen in Engeland. Tevens is op de camerabeelden van de aankomstdata van de pallets bij de unit in Engeland te zien dat een man, vermoedelijk [naam] (EncroChat-gebruiker [naam] ), met pallets en kartonnen dozen in de weer is. Dit komt overeen met hetgeen door de Engelse politie is geconstateerd op 29 mei 2020, waarbij daadwerkelijk blokken cocaïne zijn aangetroffen.

De pallets zijn via het bedrijf Organisatiebureau [bedrijf 4] , waarvan medeverdachte [medeverdachte 4] de eigenaar was, aangeboden bij koeriersdienst DHL en vervolgens door deze dienst getransporteerd naar Engeland. De rechtbank acht op grond van de bewijsmiddelen, in combinatie met hetgeen hiervoor is overwogen, wettig en overtuigend bewezen dat er op 4 mei 2020, 18 mei 2020 en 25 mei 2020 pallets met respectievelijk 192,5, 343 en 347 kilogram cocaïne zijn uitgevoerd naar Engeland.

6.3.2

Betrokkenheid bij de uitvoer van cocaïne (dagvaarding I, feit 1)

Het juridisch kader

De rechtbank stelt voorop dat de verdachte niet als pleger van de uitvoer van cocaïne kan worden aangemerkt. Immers kan op basis van de bewijsmiddelen worden vastgesteld dat het niet de verdachte is geweest die de cocaïne van Nederland naar Engeland heeft gebracht. Eventuele strafrechtelijke aansprakelijkheid van de verdachte bij de transporten dient dan ook bezien te worden in het kader van de deelnemingsvorm ‘medeplegen’.

In het geval van medeplegen houden de voorwaarden voor strafrechtelijke aansprakelijkheid vooral in dat sprake moet zijn van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking met (een) ander(en) bij het plegen van een strafbaar feit. De bijdrage van de medepleger zal in de regel worden geleverd tijdens het begaan van het strafbare feit in de vorm van een gezamenlijke uitvoering van het feit, maar de bijdrage kan ook worden geleverd in de vorm van diverse gedragingen voor en/of tijdens en/of na het strafbare feit. Voor een bewezenverklaring van medeplegen is niet vereist dat de verdachte lijfelijk aanwezig is geweest bij het plegen van het feit. Ook hoeft niet iedere medepleger exact op de hoogte te zijn van de bijdrage(n) van de andere medepleger(s) aan het strafbare feit. Kortom, de vraag of er sprake is van medeplegen ziet met name op de mate waarin door de verdachten is samengewerkt en minder op de vraag wie welke feitelijke handeling heeft verricht. Wel kan er slechts van medeplegen worden gesproken als de bijdrage van de verdachte aan het delict, zij het intellectueel of materieel, van voldoende gewicht is geweest.

Bij de beoordeling van de vraag of de feitelijke gedragingen van de verdachte als bewijs voor een nauwe en bewuste samenwerking kunnen worden aangemerkt komt waarde toe aan de volgende factoren: de intensiteit van de samenwerking, eventuele taakverdeling, de rol in de voorbereiding, gezamenlijke uitvoering en afhandeling van het delict en het belang van die rol, het zich niet terugtrekken op daarvoor geëigende tijdstippen en aanwezigheid op de beslissende momenten.

Het oordeel van de rechtbank

Op grond van de verschillende EncroChat-berichten in het dossier, bezien in combinatie met de verklaring van de verdachte, kan worden vastgesteld dat hij wetenschap heeft gehad van het bestaan van een transportlijn voor cocaïne naar Engeland. De rechtbank duidt de rol van de verdachte bij deze transportlijn als die van een tussenpersoon. De feitelijke handelingen van de verdachte hebben bestaan uit het opvragen van informatie bij zijn [naam] , bij [medeverdachte 1] en bij [medeverdachte 2] en vervolgens het doorgeven van deze informatie aan de andere partij. De verdachte was als het ware een buffer tussen [medeverdachte 4] en de eigenaren van de transportlijn. Verder heeft de verdachte eenmalig informatie aangeleverd bij [medeverdachte 2] over een potentiële klant voor de transportlijn en is hij, na de onderschepping van een deel van het transport in Engeland, door [medeverdachte 2] geïnformeerd over de situatie.

De rechtbank is, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat de hiervoor beschreven bijdrage van de verdachte bij de transporten van onvoldoende gewicht is geweest om hem als medepleger bij de uitvoer van cocaïne aan te kunnen merken. De rechtbank merkt op dat de bijdrage van de verdachte wellicht wel als medeplichtigheid bij de uitvoer van cocaïne zou kunnen worden aangemerkt. Echter, nu de officier van justitie ervoor heeft gekozen om dit niet (subsidiair) aan de verdachte ten laste te leggen, kan de rechtbank aan een inhoudelijke beoordeling daarvan niet toekomen. Dit brengt met zich mee dat de verdachte moet worden vrijgesproken.

Conclusie

De rechtbank acht onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig om de verdachte als medepleger van de uitvoer van cocaïne dan wel één van de andere onder feit 1 ten laste gelegde handelingen aan te merken, zodat hij van dit feit zal worden vrijgesproken.

6.3.3

De criminele organisatie (dagvaarding I, feit 2)

Onder feit 2 is de verdachte ten laste gelegd dat hij heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, waaraan ook de andere verdachten in het onderzoek Kiwi hebben deelgenomen, die tot doel had om strafbare feiten te plegen zoals bedoeld in de artikelen 10, 10a, 11 en 11a van de Opiumwet (OW).

6.3.3.1 Juridisch kader

De rechtbank stelt voorop dat de jurisprudentie die betrekking heeft op artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht ook van toepassing is wanneer artikel 11b OW ten laste is gelegd.

Volgens bestendige jurisprudentie49 moet onder een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr respectievelijk artikel 11b OW worden verstaan: een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en ten minste één andere persoon. Niet is vereist dat daarbij komt vast te staan dat een persoon om als deelnemer aan die organisatie te kunnen worden aangemerkt moet hebben samengewerkt met, althans bekend moet zijn geweest met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is. De deelneming moet voor de betrokkene op zichzelf worden beoordeeld. Het is dus bijvoorbeeld niet van belang of andere personen meer hebben gedaan of een belangrijker rol vervulden dan betrokkene.

Aanwijzingen voor het bestaan van een dergelijk samenwerkingsverband kunnen bijvoorbeeld zijn gemeenschappelijke regels, het voeren van overleg, gezamenlijke besluitvorming, een taakverdeling, een bepaalde hiërarchie en/of geledingen. Dit zijn echter geen constitutieve vereisten om van een samenwerkingsverband te kunnen spreken.

Een organisatie wordt pas een criminele organisatie als vast komt te staan dat de organisatie het oogmerk heeft op het plegen van misdrijven. Voor een bewezenverklaring is voldoende dat het plegen van misdrijven wordt beoogd. Er hoeft geen begin met het plegen te zijn gemaakt. Voor bewijs van het bestanddeel oogmerk zal onder meer betekenis kunnen toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie reeds zijn gepleegd, aan het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking, en meer algemeen, aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie.

Het is niet vereist dat de verdachte precies wist op welke misdrijven het oogmerk van de organisatie was gericht. De verdachte dient in zijn algemeenheid te weten dat de organisatie het oogmerk had tot het plegen van misdrijven. Daarnaast is niet van belang of de verdachte is vrijgesproken van betrokkenheid bij een misdrijf dat in het verband van de organisatie is begaan.

Om van deelnemen aan een criminele organisatie te kunnen spreken, dient de verdachte te behoren tot de organisatie en moet hij een aandeel hebben in, dan wel ondersteuning bieden aan gedragingen ter verwezenlijking van het oogmerk van die organisatie. Een dergelijke bijdrage kan bestaan uit het (mede) plegen van enig misdrijf, maar ook uit het verrichten van handelingen die op zichzelf niet strafbaar zijn, zolang van bovenbedoeld aandeel of ondersteuning kan worden gesproken.

De rechtbank zal aan de hand van dit juridisch kader beoordelen of sprake is geweest van een duurzaam samenwerkingsverband, of de onderhavige organisatie als oogmerk had het plegen van misdrijven ter zake de Opiumwet, en of de verdachte heeft deelgenomen aan de criminele organisatie.

6.3.3.2 Duurzame samenwerking

Zoals in het vorenstaande is overwogen hebben er meerdere cocaïnetransporten plaatsgevonden tussen Nederland en Engeland, waar ook de verdachte een rol in heeft gespeeld.

Hieruit kan reeds worden afgeleid dat sprake was van een samenwerking tussen de verdachte en de andere verdachten. De samenwerking was behoorlijk intensief. Uit de onderschepte EncroChat-berichten blijkt de verdachte in ieder geval heeft overlegd met [medeverdachte 2] over de transporten die naar het DHL-punt van zijn [naam] (medeverdachte [medeverdachte 4] ) moeten komen en uiteraard met zijn [naam] zelf. Er gold een afspraak dat, zoals hierna ook aan de orde komt bij de beschrijving van de rol van de verdachte binnen de organisatie, de verdachte met beide kanten (de leiders enerzijds en de uitvoerder anderzijds) contact had zodat tussen hen geen directe link kan worden gelegd. Hieruit blijkt duidelijk dat sprake is van een samenwerking.

De samenwerking was ook duurzaam en bestendig. De bewezen verklaarde feiten hebben plaatsgevonden gedurende twee maanden, te weten van 27 maart 2020 tot en met 29 mei 2020, waarbij sprake was van nauwe afstemming van de planmatige activiteiten. Er was sprake van een structuur en een bepaalde hiërarchie en rolverdeling binnen de organisatie.

Wanneer deze feiten en omstandigheden in onderling en verband en samenhang worden bezien is de rechtbank van oordeel dat sprake is geweest van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband.

6.3.3.3 Crimineel oogmerk van de organisatie

De vervolgvraag die de rechtbank dient te beantwoorden, is of de organisatie tussen verdachten het plegen van misdrijven tot oogmerk had. Dat de organisatie het oogmerk had op het plegen van misdrijven met betrekking tot de uitvoer van cocaïne via een transportlijn naar Engeland, blijkt onder meer uit de hiervoor bewezen transporten naar Engeland. De rechtbank verwijst naar de inhoud en de veelheid en frequentie van de EncroChat-berichten. Mede daaruit kan het oogmerk van de organisatie op het plegen van Opiumwetdelicten worden afgeleid.

De rechtbank ziet overigens in het dossier geen aanwijzing dat de criminele organisatie oogmerk had op het opzettelijk verwerken, verkopen, vervoeren, enz. van een (grote hoeveelheid van een) middel als bedoeld op lijst II bij de Opiumwet als bedoeld in artikel 11 (derde en vijfde lid) OW dan wel voorbereidingshandelingen tot het plegen van dergelijke feiten als bedoeld in artikel 11a OW. De rechtbank zal de verdachte en ook de medeverdachten van dit deel van de tenlastelegging vrijspreken.

6.3.3.4 Deelnemers aan de organisatie en hun rol daarin

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat van de criminele organisatie – naast mogelijk (een) ander(en) die (nog) niet als verdachte heeft (hebben) terechtgestaan – in elk geval deel hebben uitgemaakt de verdachte, [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 7] , [naam] en [medeverdachte 9] .

Zij hebben – daargelaten wat reeds volgt uit hetgeen ten laste van ieder van hen afzonderlijk bewezen is verklaard – op hoofdlijnen de volgende deelname aan de organisatie geleverd.

De verdachte

De verdachte heeft als tussenpersoon tussen de leiders van de organisatie en de daadwerkelijke uitvoerder, zijn [naam] [medeverdachte 4] , gefungeerd als essentieel onderdeel binnen de organisatie. Hij was een belangrijke buffer, zodat de organisatoren niet direct konden worden gelinkt aan DHL en de uitvoer. Alle communicatie met betrekking tot het verzenden door DHL liep via de verdachte. In een gesprek met [medeverdachte 1] spreekt de verdachte over “onze lijn”. De stelling van de verdachte dat dit moeten worden gezien als grootspraak kan de rechtbank in het licht van het voorgaande niet volgen. De verdachte voelde zich betrokken bij de organisatie en heeft bekend dat hij wist dat de organisatie het oogmerk had om, kort gezegd, Opiumwetdelicten te plegen.

Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat de verdachte een bemiddelende rol speelde in de criminele organisatie waarin hij diende als buffer tussen de leiding en de uitvoering.

[medeverdachte 1]

was, samen met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , leider van de criminele organisatie. Deze drie leiders namen alle belangrijke beslissingen samen, zoals de prijzen voor het transport, de beloningen voor de overige leden van de organisatie, hoeveel pallets werden getransporteerd en wie wat in de organisatie moest regelen (zoals een pakhuis) en met elkaar contact had. Zij beheerden met z’n drieën ook de financiën en werden steeds op de hoogte gehouden van de status van de transporten. Zij kregen alle drie 1/3 van de winst aan Nederlandse zijde. [medeverdachte 1] heeft verder samen met [medeverdachte 2] nagedacht over het regelen van stashauto’s en cryptotelefoons.50 Er zijn meerdere berichten waarin hij instructies geeft aan de medeverdachten of waarin zij hem om instructies vragen. [medeverdachte 1] maakte gebruik van PGP-telefoons en EncroChat om met leden van de organisatie te communiceren.

Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 1] , qua hiërarchie in de criminele organisatie, een leidende en coördinerende rol vervulde.

[medeverdachte 2]

gold, samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] , als leider van de criminele organisatie. Deze drie leiders namen alle belangrijke beslissingen samen, zoals de prijzen voor het transport, de beloningen voor de overige leden van de organisatie, hoeveel pallets werden getransporteerd en wie wat in de organisatie moest regelen (zoals een pakhuis) en met elkaar contact had. Zij beheerden met z’n drieën ook de financiën en werden steeds op de hoogte gehouden van de status van de transporten. [medeverdachte 2] was de spin in het web met betrekking tot de organisatie, hij hield de touwtjes in handen en zette alle lijnen uit. Hij onderhield de contacten met de Engelse tak van de transportlijn, besprak met hen de overdracht van de transportlijn en onderhandelde over de kosten en de winst van de lijn, voor zowel zichzelf als voor medeverdachten. [medeverdachte 2] is degene die als eerste op de hoogte is dat in Engeland een deel van het transport is onderschept. Hij informeert daarop meteen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] en onderneemt actie. [medeverdachte 2] maakte gebruik van PGP-telefoons en EncroChat om met leden van de organisatie te communiceren.

De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat [medeverdachte 2] , qua hiërarchie in de criminele organisatie, een essentiële, leidende rol vervulde.

[medeverdachte 3]

was, samen met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] , leider van de criminele organisatie. Deze drie leiders namen alle belangrijke beslissingen samen, zoals de prijzen voor het transport, de beloningen voor de overige leden van de organisatie, hoeveel pallets werden getransporteerd en wie wat in de organisatie moest regelen (zoals een pakhuis) en met elkaar contact had. Zij beheerden met z’n drieën ook de financiën en werden steeds op de hoogte gehouden van de status van de transporten. Zij kregen alle drie 1/3 van de winst aan Nederlandse zijde. [medeverdachte 3] was bijvoorbeeld betrokken bij het beslisproces over belangrijke onderdelen van de transportlijn zoals het laten maken van stashauto’s. [medeverdachte 3] werd door [medeverdachte 2] meteen op 29 mei 2022 op de hoogte gebracht dat “generaal is gepakt”. [medeverdachte 3] bespreekt vervolgens met [medeverdachte 2] wat er moet gebeuren om te voorkomen dat de politie bij de “unit” in Engeland komt.51 maakte gebruik van een PGP-telefoon en EncroChat om met leden van de organisatie te communiceren. Hij had ook, naast [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] , een belangrijke stem in de discussie over deelname van [medeverdachte 7] aan een samenwerkingsverband in het kader van Opiumwetdelicten.52

Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 3] , qua hiërarchie in de criminele organisatie, een belangrijke, leidende rol vervulde.

[medeverdachte 4]

vormde een onmisbare schakel binnen de keten van drugstransporten.

De twee dummytransporten en de drie transporten met cocaïne zijn naar Engeland verstuurd via het DHL-depot aan de Treilerweg in Den Haag van [medeverdachte 4] . De transporten werden uitgevoerd op naam van het bedrijf Webpackage, een onderdeel van Organisatiebureau [bedrijf 4] van [medeverdachte 4] . Hij kreeg via zijn neef, de verdachte, instructies van de leiders van de criminele organisatie.

Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 4] een essentiële, uitvoerende rol speelde binnen de criminele organisatie.

[medeverdachte 5]

had een actieve rol bij het ophalen, inpakken en verstoppen van de verdovende middelen. [medeverdachte 5] werkte hierbij nauw samen met [medeverdachte 9] . [medeverdachte 5] kreeg regelmatig instructies van [medeverdachte 2] , bijvoorbeeld over het ophalen van spullen. [medeverdachte 5] maakte gebruik van PGP-telefoons en EncroChat om met leden van de organisatie te communiceren.

Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 5] een ondersteunende en vooral uitvoerende, maar essentiële rol vervulde.

[medeverdachte 9]

is in opdracht van de betrokkenen aan Engelse zijde speciaal naar Nederland gekomen om hier, samen met [medeverdachte 5] , de drugs voor de transportlijn op te halen dan wel aan te nemen, in te pakken en te verstoppen Hij maakte gebruik van een PGP-telefoon en EncroChat om met leden van de organisatie te communiceren.

Op grond van het vorenstaande acht de rechtbank bewezen dat [medeverdachte 9] een ondersteunende en vooral uitvoerende, maar essentiële rol vervulde.

[naam]

Hoewel hij is vrijgesproken van het aan hem ten laste gelegde uitvoer van cocaïne naar Engeland, is de rechtbank van oordeel dat in het dossier wettig en overtuigend bewijs aanwezig is dat [naam] een bijdrage heeft geleverd aan de criminele activiteiten van de organisatie en dat hij daarom heeft deelgenomen aan de criminele organisatie.

[naam] heeft het geld dat met de transporten werd verdiend rondgereden. Hij vormde, als geldkoerier, een belangrijke en essentiële schakel binnen de organisatie. Niet vastgesteld kan worden dat [naam] weet had van het concrete oogmerk van de organisatie en de concrete misdrijven die door de organisatie werden beoogd. Echter, gelet op het feit dat hij met tonnen aan euro’s in een stashauto heeft rondgereden moet hij in ieder geval redelijkerwijs het vermoeden hebben gehad dat hij meewerkte aan de handel in harddrugs en heeft hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij meedeed met een organisatie die als oogmerk had het plegen van misdrijven, meer in het bijzonder de overtreding van de Opiumwet.

Op grond van het vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [naam] heeft deelgenomen aan de criminele organisatie.

[medeverdachte 7]

is, na betaling van een geldbedrag, weer deel uit gaan maken van de criminele organisatie. Hij had een meer uitvoerende en ondersteunende rol en had kennis van bepaalde zaken. Zo werd hem gevraagd om pakhuizen leeg te halen en wist hij wie van “ons” nog busjes en stashauto’s hadden. Hij vertelde [medeverdachte 1] over iemand die vroeg naar het transport en hij vroeg de verdachte wat hij daarop moest antwoorden. Hij werd na de aanhouding in Engeland meteen op de hoogte gebracht en dacht daarbij mee over wat vervolgens te doen.53 Aldus heeft [medeverdachte 7] handelingen verricht die dienstbaar waren aan het criminele oogmerk van de organisatie door inlichtingen te verschaffen. Hij had gedurende een korte tijd geen grote rol binnen de organisatie, maar zijn bijdrage was voldoende groot om hem als deelnemer aan te merken.

Op grond van het vorenstaande acht de rechtbank bewezen dat [medeverdachte 7] een ondersteunende rol vervulde.

6.3.3.5 Vrijspraak voor [medeverdachte 6]

Bij vonnis van heden heeft de rechtbank [medeverdachte 6] van dit feit vrijgesproken.

6.3.3.6 Conclusie

Op grond van het vorenstaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank het onder 2 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

6.3.4

Voorbereidingshandelingen (dagvaarding II)54

De verdachte wordt verweten, kort samengevat, dat hij in de periode van 19 januari 2020 en 1 oktober 2020 met anderen voorbereidingshandelingen heeft gepleegd om de Opiumwet te overtreden. Die verdenking komt na onderzoek door de politie van chats van Sky ECC, gebruiker [nummerreeks] , met als gebruikersnaam Strandjutter.

Identificatie verdachte Sky

Op de zitting van 12 september 2022 heeft de verdachte verklaard de gebruiker te zijn van het Sky ECC-account [nummerreeks] met de gebruikersnaam Strandjutter.55

De rechtbank zal er bij de verdere bespreking van de ten laste gelegde feiten dan ook van uitgaan dat de verdachte de gebruiker was van dit Sky ECC-account.

Bewijsmiddelen en het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de verdenking bevat het dossier onder meer de volgende berichten met de daarop door de verbalisanten gegeven commentaren.

De gebruikers van de overige Sky ECC-accounts zijn in het onderzoek KIWI niet geïdentificeerd. Met uitzondering van de groepschat van verdachte met de gebruikers van de Sky ECC-accounts [nummerreeks] en [nummerreeks] , zijn alleen de chats die de verdachte heeft gestuurd beschikbaar.

Chats van de verdachte aan de gebruiker van Sky ECC-account [nummerreeks]

In de periode van 24 januari 2020 tot en met 17 september 2020 heeft de verdachte, met het Sky ECC-account [nummerreeks] , de volgende chats gestuurd aan de gebruiker van Sky ECC-account [nummerreeks] .

Duitse bocht

31 maart 2020: “Also today I sit with captain fisher boat they can pick up netherlands in the German corner “duitse bocht”.56

De Duitse Bocht is een deel van de Noordzee, ten noorden van de Waddeneilanden.

Informatie uitgewisseld over prijzen

24 januari 2020: “Colo 29 they say. Nobody eat. (…) Oke but is a lot 1000+.What price can you work with they say.”57

Informatie uitgewisseld over (transport)kosten en vluchten uit Brazilië en Peru

24 april 2020: “Friend for flight thing. Can you ask if they can put in postal bag.”

22 mei 2020: “Morning friend, how is with flight? You think will happen now.”

17 september 2020: “Blond ask for prices fly (…) I told blond price for fly is 6500/7000 is that correct? (…) oke only Brazil more 1000 / Oke Peru also same price (…) Told him between 6500/7000 so will be ok.” 58


Een feit van algemene bekendheid is dat Peru en Brazilië bronlanden van cocaïne zijn.

Informatie uitgewisseld over (dekmantel)bedrijven


Fruitbedrijf

18 april 2020: [foto’s gedeeld van Athena Foods in Paraguay] “Monday he go to fruit company to check harbor and for flight he will ask also.”

21 april 2020: “About 300 a year. All but no banaan.”

28 april 2020: “Friend, fruit company is no good. Is already known in colo. So we look further for that.”

14 september 2020: “And blond is waiting on answer for fruit. Getting crazy there but strong people. His wife is colo and sister of a big man there.”59

De politie verbaliseert (p. 10065) dat met colo Colombia wordt bedoeld en dat het onderwerp en datum (in april) waarop in deze chat gechat gesproken wordt overeenkomt met groepschat van de verdachte met [nummerreeks] en [nummerreeks] (zie hierna).

Vleesbedrijf

31 januari 2020: “Also I get company that import waste meat 10/20 box a week and waste fish. One price for work they want 1 mil.

Oke I see him tomorrow I think maybe then we can work with them for your meat company also.”

26 februari 2020: “Meat I have is from other man. I asked price is big company. 1.1 mil and guy who have contact he say just put few piece for him.”

31 maart 2020: “Friend are you still looking for meat company. Paraguay Uruguay and Brazil the work already”

9 april 2020: “About Paraguay, does meatcompany here have to order at your company or can you work on existing line?”

10 april 2020: “Good day amigo, meat company is 28 years old and normal do 5 to 6 containers each month from Brazil,Paraguay and Uruguay. I asked for BL.”60

De politie verbaliseert (p. 10067) dat BL staat voor Bill of Lading. Dit betreft een document dat bij een verzending van een container altijd is bijgevoegd.

Wijnimporteur

6 februari 2020: “I have my house wine from Argentina but I don’t think they want to work in our business (…) Maybe we can start true broker or something. (…) I know a man who did a lot before. But also he fucked up a lot. But he is lisened to import alcohol. If guided he can do the job.”

7 februari 2020: “Morning friend wine we can do. I have to check one thing if his books are oke.”

17 februari 2020: “I think we have the way. Friend in sitting for wine how much you want to start?”

25 februari 2020: “Wine, first time 10% oke and 30k for man who order. Al next time 500k and man who order 100k. Only this [time] me and old guy are not in we depend on you and we buy in next time. Oke better your people say what wine to order.”

29 februari 2020: [foto’s gedeeld van visitekaartje Hans Zandstra van Grapezz] 61

De politie verbaliseert (p. 10078) dat uit het register van de Kamer van Koophandel blijkt dat Grapezz een eenmanszaak is gericht op groothandel, opslag en kleinhandel via internet van wijn. De eigenaar heet Zandstra.

Gezocht naar duiker(s)

10 maart 2020: “Friend scooter berry we van not use. Do you want me to ask uncle we can use our one and propeller one / Send you pictures tomorrow”

12 maart 2020: [foto’s onderwaterscooters]

26 maart 2020: “Its Nearby because we have the people on the island just in front of it. So it can be done. (…) My people go with him /20% first time, there is 5% for me in. Second time 15% because I want to buy in then. (…) 10% is divers 5% is island and 5% is me (…) Make it 30 pc max please / Oke so 10% of what we work I do”

20 juni 2020: “Busy my friend. Don’t understand what divers do work in this?”

21 juni 2020: “Friend lets meet and talk. About sub thing.”

21 augustus 2020: “Diver of mine can get for 29”

8 september 2020: “I see Thursday diver that good enough? (…) Dive job when will be? (…) We do need 2 divers. (…) Normal they get 10%. (…) Diver say if no work he get 30k for going there and al. Can I say oke on that? / Oke and 2 divers we need or 1 enough?

10 september 2020: “Question is diver from there coming also to take out here? Because otherwise almost impossible to find. Oke I will talk with them. Because is really big the boat so difficult to find. And also you need to be sure of people who put in because don’t want discussion if not there when they dive. That’s why I always want diver who put go with them and point out. Oké then we have to take that risk. I’m with diver now he have some questions. (…) He say if possible he best do alone.

14 september 2020: Friend did they put under?(…) Oke next time then maybe better diver come also hope borders open.”62

De politie verbaliseert (p. 10071) dat de waterscooters op de foto’s die op 12 maart 2020 door de verdachte zijn verzonden, exact de waterscooters zijn die bij de doorzoeking van de [adres] te Den Haag in beslag zijn genomen (bij de [naam] van de verdachte, tevens medeverdachte in het onderzoek Kiwi).

De rechtbank leidt uit deze chats af dat de verdachte met de gebruiker van het Sky ECC-account [nummerreeks] actief bezig was met voorbereidingen voor het opzetten van een transport voor de invoer van cocaïne. Het gaat hierbij om het regelen van een vissersboot, het opduiken van verdovende middelen en het vervoeren van deze middelen via een transport met wijnflessen, fruit of vlees. Er worden in de chats meerdere landen in Zuid-Amerika genoemd zoals Peru, Colombia en Brazilië. Het is een feit van algemene bekendheid dat landen op dit continent bekend staan als de grote producenten van cocaïne.

Chats van de verdachte aan de gebruiker van Sky ECC-account [nummerreeks]

Kolenboot naar Gent en/of Rotterdam

20 juli 2020: “Boot Gent nog optie? En rott? (…) Kolenboten. Rott is emo kan je daar iets. (…) Ja maar hij gaf aan Gent en emo. Oke maat zet ik door aan me maat in colo (…) Hij zegt mensen gepakt in Gent? Weet jij daar iets van? Oke, maar wilde gewoon de boot op dan of zo / Oké das kamikaze."63

Zowel Gent als Rotterdam zijn havensteden. De politie verbaliseert (p. 10124) dat Emo in Rotterdam een bedrijf is dat zich bezig houdt met de overslag van bulkgoederen zoals kolen. Ook Gent heeft een haven waar de overslag van kolen plaatsvindt. Bij een eerdere chat over kolen tussen de verdachte en de gebruiker van het Sky ECC-account [nummerreeks] op 26 maart 2020 verbaliseert de politie (p. 10066) dat de afgelopen jaren met regelmaat cocaïne is aangetroffen, al dan niet verwerkt in kolen.

De rechtbank is van oordeel dat dit gesprek, mede gezien de toelichting van de politie, aldus moet worden uitgelegd dat het gaat om transport van cocaïne per kolenboten.

Chats van de verdachte aan gebruiker van Sky ECC-account [nummerreeks]

Uithaal en matchen

5 februari 2020: “Morge vrienden neem aub alles met elkaar door. En dan kijken we of we iets kunnen doen.”

10 februari 2020: “Uithaal kan zowat alles wat ik begrijp dus kijk of je kan matchen.”64

De politie verbaliseert (p. 10130) dat de gebruiker van het Sky ECC-account [nummerreeks] hierop vier foto’s stuurt. Twee foto’s zijn genomen van karretjes met daarop KLM. Op een andere foto is de tekst ‘ULD splitsingslijst’ te zien. ULD staat voor Unit Load Device. Deze foto’s moeten volgens de politie zijn genomen door iemand die werkzaam is binnen de afhandeling van vracht die via de lucht vervoer wordt.65

Deze chats tussen de verdachte en de gebruiker van het Sky ECC-account [nummerreeks] zien naar het oordeel van de rechtbank op de voorbereiding van smokkel van verdovende middelen via luchtvracht, waarbij gebruik wordt gemaakt van uithalers die werkzaam zijn binnen de afhandeling van de luchtvracht. Hierbij neemt de rechtbank tevens in ogenschouw dat de verdachte ook in een groepschat praat met deze gebruiker over uithaal en luchtvracht en daarmee over het invoeren van verdovende middelen.

Chats van verdachte ( [nummerreeks] ) in groepschat met [nummerreeks] en [nummerreeks]

De verdachte is op 17 april 2020 een geroepsgesprek gestart met de gebruikers van de Sky ECC-accounts [nummerreeks] en [nummerreeks] .

Met elkaar chatten, opzet en uithaal

17 april 2020

[nummerreeks] : “Mannen praat net elkaar / Want zo heb je 2 kanten. / Opzet en uithaal.”66

Corrupt douanecontact in haven 1742 (Antwerpen)

17 april 2020

[nummerreeks] : ”10 bakken per week/ Dus na corona wil je starten?”

[nummerreeks] : “yes en als je gegevens heb van Peru dan stuur ik ze direct op”

[nummerreeks] : “zie je dat ik gelijk heb”

[nummerreeks] : “er is 1742 streep die zorgt dat bak niet rood komt of fesiek ze hebben me filmpjes laten zien van scan hebbe ze onder controle (…) Daarom wil ik graag 1742 beginnen meer controle”

[nummerreeks] : “lekker mannen”67

Corrupt douanecontact in 1700 (Rotterdam)

27 april 2020

[nummerreeks] : “Dit van streep is rotterdam… Ik heb 1700 controle over fysiek en scan die kunnen we omzeilen. Kijk je kan der ook 100 doen op rotterdam met streep. Hij vraagt 50 ruggen bij vertrek bvs hoeven niet top te zijn (…) Douanier zal ook alles filmen met bodycam.”

[nummerreeks] : “weet je zeker dat hij hem alleen fesiek zet dat die niet naar scan gaat.”

[nummerreeks] : “dat weet ik zeker maar laat maar douanier over ik ga ook morgen vragen hoe zeker die daarvan is en hoe die dat dan aanpast.”

[nummerreeks] :” alleen wel jammer met streep wordt wel weer duur”

[nummerreeks] : “Zit blij mee te lezen vrienden (…) Moeten we uitkomen toch (…) Alleen eerste keer maar das voor kleine test. 1 k of meer of meer moet ie voor minder doen.”

[nummerreeks] : “Ja ze trekken nu veel vakken binnen van costa brasil en peru”

[nummerreeks] : “ja normal werken streep niet voor procenten maar bedragen”

[nummerreeks] : “Probeer vast bedrag en zelf meedoen”

[nummerreeks] : “ik laat je morgen weten wanneer ze willen bestellen orbanex”

[nummerreeks] : “Ja en kijken wat mogelijk is met douane”

[nummerreeks] : “We bespreken morgen maat. Even streep naar vast bedrag of acceptabel %. Of wil je zonder streep?/ Beter bespreken vast bedrag of goede % want dan is veel teveel 20%”68

14 juli 2020

[nummerreeks] : “Goeie avond heren / Alles goed en wel had je nog antwoord gekregen / Of het stabiel is streep maersk colo Rotterdam / Je zou vandaag antwoord hebben we wachten hier op / Om te kijken waar we gaan”

[nummerreeks] : He vriend. Heb hem niet zal wel reageren anders zoek ik hem morgen wel op.”69

Naar algemene ervaringsregels begrijpt de rechtbank dat met ‘streep’ een douane- of politiecontact wordt bedoeld dat is gecorrumpeerd om mee te werken aan criminele activiteiten.

Bedrijven die gebruikt kunnen worden

27 april 2020

[nummerreeks] : “Ik zie op foto iets positiefs / Die orbanex”

[nummerreeks] : “Ja die orbanex”

[nummerreeks] : “Wij gaan daar 10 bakken bestellen met fruit / Zal je daar op kunnen spelen toevallig”

[nummerreeks] : “die heb ik hier volledige grip op / Die andere heb ik ook Die met opticol werkt”70

28 april 2020

[nummerreeks] : “we kunnen bestellen bij orbanex of bij ciondex”

29 april 2020

[nummerreeks] : “Goeie morgen me neef heeft deze week gesprek met 2 bedrijven”

2 mei 2020

[nummerreeks] : “Deze vriend”

[nummerreeks] : “Okido top / Me neef heft deze week 2 bv gesproken”

[nummerreeks] : “Zowel orbanex als ciondex staat tot mijn beschikking om direct than delen”

[nummerreeks] : “He maat ik ga checken of ik eerder bv heb want der is nog een fruit knaller uit 1960”71

23 mei 2020

[nummerreeks] : “Heb die 2 bv s hier klaar”

[nummerreeks] : “Duidelijk is goed doen we en als ik inderdaad eerder de info hebt dan hoor je dat van mijn”

[nummerreeks] : “Tnks wou even update dat we weten hoe we er voor staan fijn weekend mocht je wat anders hebben van santa of turbo gooi het in de groep”

[nummerreeks] : “Is goed amigo. Houden contact.”

[nummerreeks] : “Schroot heb ik mega bedrijf”

[nummerreeks] : “Weet denk iemand die zoekt”

[nummerreeks] : “Doet ook kranen importeren uit brasil”

[nummerreeks] : “Heb iemand die oude ankers wil sturen en daarin verwerken / Ga checken”

Informatie over hoeveelheden en bakken en/of bestellingen fruit

28 april 2020

[nummerreeks] : “heb via deze bv 4 bakken laten komen moet even zeker weten”

[nummerreeks] : “Oke, dus je werkt al mee. Of is dat verleden?”

[nummerreeks] : “kunnen we sneller schakelen”

[nummerreeks] : “Oké maat check en dan horen we het.”72

23 mei 2020

[nummerreeks] : “Day vriend. Alles goed”

[nummerreeks] : “Ik heb een fruit bv die gaat bestellen naar Rotterdam maersk apm half July beginne we is nog een tyd je maargoed/ Is op dit moment geen seizoen voor banaan”73

Inklaarder

4 mei 2020

[nummerreeks] : “We hebben van Belgie goeie maar nl is anders omdat we met joui willen doen was de vraag of wij bv aanleveren of jij evt inklaarder heb”

30 mei 2020

[nummerreeks] : “Als ik een bv heb die half July gaat bestellen hebben jullie op Rotterdam toevallig goeie inklaarder”

[nummerreeks] : “Goedemiddag vriend ga ik even navragen voor inklaarder die hoeft van niets te weten toch?”

[nummerreeks] : “Nee hoeft van niks te weten maar als die wel aan onze zeiden staat beter”

[nummerreeks] : “Zorg dat zelfs de mensen van het fruit keuren aan onze kant staat”74


7 juli 2020

[nummerreeks] : “Bv heb ik hebben alleen inklaarder nodig (…) Bv wil binnenkort gaan beginnen einde deze maand begint banaan seizoen”75

De rechtbank leidt uit bovengenoemde groepschats af dat de verdachte de gebruikers van de Sky ECC-accounts [nummerreeks] en [nummerreeks] bij elkaar heeft gebracht om hen zo in staat te stellen om zaken met elkaar te doen en voorbereidingen te treffen om een cocaïnelijn te (laten) opzetten tussen Colombia en Rotterdam. Hierbij zou gebruik worden gemaakt van fruitbedrijven en een “streep”. De verdachte heeft de rol van een soort tussenpersoon: hij brengt de “opzet en uithaal” met elkaar in contact, hij denkt mee en hij houdt het gesprek gaande.

Chat van de verdachte aan gebruiker van Sky ECC-account [nummerreeks]

Geïnformeerd naar corrupt douanecontact en gegeven [bedrijf 1]

20 april 2020: Ja bv doet 300 bak per jaar zo een beetje. Nu veel uit Peru en brasil (…) Maar had al gekoppeld met maat van me in colo. Maar jij hebt streep en opzet ook? Dus je zoekt alleen besteller / Maar moet costa zijn en banaan

21 april 2020: Als jij streep hebt kunnen ze die bv goed checken toch? (…) Praat met je maat. En als ie wat vind dan vraag ik bv gegevens kan ie checken. En wat doet streep maat? Zet ie groen of wat?? / (…) Kijk maar of je maat wat vind dan kom ik gewoon met bv gegevens. Kan ie checken. Dan weten we gelijk of wat is of niet. Geloof niet zoveel mensen meer haha beter checken. (…) Bedrijf 20 jaar en bv vorm 5 jaar. Doet 350 bak per jaar nu. (…) Nu veel Peru en Brasil.

Vervolgens stuurt de verdachte twee afbeeldingen met de gegevens van [bedrijf 8] ., gevestigd in Bleiswijk.76

Uit algemene ervaringsregels begrijpt de rechtbank dat met bakken containers worden bedoeld. Ook begrijpt de rechtbank daaruit dat het belangrijk is dat een bedrijf al lange tijd actief is in het vervoeren van containers, omdat dit een lager risico op onderschepping van verdovende middelen door de douane oplevert.

In bovenstaand gesprek spreekt de verdachte met de gebruiker van het Sky ECC-account [nummerreeks] over verschillende landen in Zuid-Amerika (Brazilie, Peru, Colombia (Colo)), over containers (bakken) en fruit (banaan), over een “streep” en hoe lang een bepaalde bv al bestaat en hoeveel bakken deze doet per jaar. De rechtbank leidt hieruit af dat dit gesprek gaat over het opzetten van een lijn voor het transporteren van cocaïne uit Zuid-Amerika.

PGP-telefoons

De politie heeft bij de doorzoeking van de woning van de verdachte op 13 april 2021 onder meer twee PGP-telefoons in beslag genomen, te weten een Apple iPhone 6S en een Apple iPhone 6. Via deze telefoon heeft de verdachte van de chatdiensten van Sky ECC gebruik gemaakt.77

Conclusie

De rechtbank stelt vast dat de verdachte in een tijdsbestek van ongeveer acht maanden met meerdere contactpersonen heeft gechat over verschillende transporten. Het versluierd taalgebruik en de onderwerpen wijzen – mede gelet op de door de politie gegeven commentaren op de chats en hetgeen de rechtbank ambtshalve bekend is – op de voorbereiding van het binnen het grondgebied brengen van Nederland van cocaïne. Er is onder meer gesproken over havens, verschillende bedrijven die kunnen worden gebruikt, duikers, douanecontroles, verschillende landen in Zuid-Amerika, fruit en kolen. De verdachte heeft kennelijk een uitgebreid netwerk en brengt ook mensen samen. Ook heeft de verdachte meerdere PGP-telefoons voorhanden gehad waarmee hij via de berichtendienst Sky ECC heeft gechat met deze contactpersonen, terwijl hij wist dat deze bestemd waren voor het plegen van dit feit.

Dit alles laat geen andere conclusie toe dan dat de verdachte opzet heeft gehad op het voorbereiden van invoer van cocaïne in Nederland. Uit de verklaring van de verdachte ter zitting leidt de rechtbank ook af dat hij wist dat het om illegale activiteiten ging.

Verder is de rechtbank gelet op de inhoud van de chats van oordeel dat de verdachte zich in bewuste en nauwe samenwerking met anderen hiermee heeft bezig gehouden. In de kern ging het immers om de gezamenlijke uitvoering van plannen. De verdachte heeft hierbij met name als tussenpersoon gefungeerd, die mensen met elkaar in contact bracht, met mensen heeft gepraat, heeft geprobeerd zaken te regelen en heeft meegedacht in de te nemen stappen. De verdachte heeft ook bekend een dergelijke rol te hebben vervuld. Hiermee is de verdachte een cruciale schakel in het geheel.

Gelet op al het voorgaande en op de bewijsmiddelen is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte tezamen en in vereniging met anderen meermalen voorbereidingshandelingen heeft gepleegd die zien op het binnen het grondgebied van Nederland brengen van cocaïne middels de handelingen zoals omschreven in de tenlastelegging. Dat deze plannen, zoals de verdachte zelf heeft verklaard, zonder resultaat zijn gebleven, maakt dit niet anders aangezien niet de daadwerkelijke invoer maar enkel de voorbereidingshandelingen ten laste zijn gelegd.

Als pleegperiode zal de rechtbank uitgaan van de periode van 24 januari 2020 tot en met 17 september 2020 omdat de berichten in die periode zijn verstuurd.

Ten aanzien van de pleegplaats overweegt de rechtbank dat niet met zekerheid is vast te stellen of de berichten verzonden zijn vanuit Den Haag (zijn woonplaats) of elders. De rechtbank zal daarom als pleegplaats “Den Haag en/of elders in Nederland” bewezen verklaren.

6.3.5

Voorwaardelijk verzoek

Het verzoek van de verdediging

Voor het geval de rechtbank komt tot een bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten, heeft de verdediging verzocht de zaak aan te houden om de eerder toegewezen getuige [medeverdachte 2] te doen horen.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich verzet tegen dit verzoek, nu de verwachting is dat deze getuige niet binnen afzienbare termijn kan worden gehoord. Er is voor de zitting nogmaals navraag gedaan naar de verblijfplaats en status van [medeverdachte 2] maar er is geen nieuwe informatie naar boven gekomen. Onduidelijk is waar deze getuige verblijft.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal het verzoek om de zaak aan te houden en het alsnog horen van getuige [medeverdachte 2] afwijzen en neemt hierbij het volgende in aanmerking.

De rechter-commissaris heeft het verzoek van de raadsman van de verdachte om onder meer [medeverdachte 2] te horen als getuige toegewezen. De getuige [medeverdachte 2] verbleef (en mogelijk ook: verblijft) in de Verenigde Arabische Emiraten (VAE). De rechter-commissaris heeft de gang van zijn zaken rond de uitvoering van het getuigenverzoek uiteen gezet in twee processen-verbaal van bevindingen, van 14 april 2022 en van 11 juli 2022. Kort gezegd komt het erop neer dat [medeverdachte 2] , ondanks de verwachtingen, niet is uitgeleverd aan Nederland en de VAE vervolgens niet meteen uitvoering hebben willen geven aan het rechtshulpverzoek.

De rechter-commissaris heeft overwogen dat het niet zou lukken om deze getuige voor de inhoudelijke behandeling te horen, dat er geen garantie is dat de getuige zal worden gehoord in de VAE en dat er evenmin zicht bestaat op de termijn waarbinnen een verhoor dan zou kunnen plaatsvinden. De conclusie is dan ook geweest dat deze getuige niet binnen afzienbare tijd kon worden gehoord en de rechter-commissaris heeft hierop het onderzoek in de zaken die het betreft gesloten.

De rechtbank is van oordeel dat de rechter-commissaris uitgebreid en deugdelijk gemotiveerd heeft wat hij aan onderzoek heeft gedaan en inzichtelijk heeft gemaakt hoe dat is gegaan en uitgelegd waarom dat niet gelukt is. De rechter-commissaris heeft zich naar het oordeel van de rechtbank voldoende ingespannen en duidelijk uitgelegd waarom op dit moment niet te verwachten is dat de getuige binnen afzienbare tijd kan worden gehoord. Nu geen omstandigheden zijn gebleken waaruit zou kunnen worden afgeleid dat de situatie ten aanzien van deze getuige nu anders is en hij wel binnen afzienbare tijd zou kunnen worden gehoord, wijst de rechtbank het verzoek de zaak aan te houden om getuige [medeverdachte 2] alsnog te horen thans af.

6.4

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

Ten aanzien van dagvaarding I

2.

hij in de periode van 27 maart 2020 tot en met 12 juni 2020 te ’s-Gravenhage heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] en [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8] en een of meer andere (onbekende) personen welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde, vierde, vijfde lid en 10a eerste lid Opiumwet;

Ten aanzien van dagvaarding II

hij in de periode van 24 januari 2020 tot en met 17 september 2020 te ’s-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het binnen het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden of te bevorderen

om daartoe gelegenheid, middelen en inlichtingen te verschaffen, immers heeft verdachte (via PGP-telefoons):

- bericht dat hij de kapitein spreekt van een vissersboot die spullen op kan vissen in de Duitse bocht en informatie uitgewisseld over prijzen en (transport)kosten en vluchten uit Brazilië en Peru en informatie uitgewisseld over (dekmantel)bedrijven en gezocht naar duiker(s) (chatgesprek [nummerreeks] - [nummerreeks] , p. 10060) en

- een kolenboot voor transport naar Gent en Rotterdam aangeboden (chat [nummerreeks] - [nummerreeks] , p. 10123), en

- bericht dat de uithaal zowat alles kan en dat [nummerreeks] moet kijken of ze kunnen matchen (chat [nummerreeks] - [nummerreeks] , p. 10128), en

- bericht dat gebruikers [nummerreeks] - [nummerreeks] met elkaar moeten chatten over de opzet en uithaal en informatie uitgewisseld over een corrupt douanecontact in haven 1742 (Antwerpen) die kan zorgen dat een bak niet op rood komt en een corrupt douanecontact in 1700 (Rotterdam) en bedrijven die gebruikt kunnen worden en informatie uitgewisseld over hoeveelheden en bakken en bestellingen fruit en bericht dat er een inklaarder nodig is (groepschat Sky ID [nummerreeks] - [nummerreeks] - [nummerreeks] , p. 10132),

telkens informatie uitgewisseld over manieren en mogelijkheden om cocaïne te smokkelen,

en

een of meer anderen gelegenheid en inlichtingen tot het plegen van die feiten hebben getracht te verschaffen, immers heeft verdachte:

- geïnformeerd naar een corrupt douanecontact die bedrijven kan checken en containers op groen kan zetten en de gegevens van [bedrijf 1] verstrekt (chat [nummerreeks] - [nummerreeks] , p. 10118),

en

voorwerpen, voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van die feiten, immers heeft verdachte meer PGP-telefoons voorhanden gehad.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

7 De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert de in het dictum genoemde strafbare feiten op.

8 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

9 De strafoplegging

9.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien jaar.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat ten aanzien van de verdachte, bij bewezenverklaring, rekening moet worden gehouden met zijn beperkte rol in deze zaak. Hoe dan ook is de eis van de officier van justitie, ook gelet op uitspraken van rechtbanken in vergelijkbare zaken, zeer buitensporig en zou een veel lagere straf passend zijn.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

De verdachte wordt veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie en het plegen van voorbereidingshandelingen, beide gericht op de internationale handel in harddrugs. Harddrugs zijn verslavend en schadelijk voor de gezondheid van de gebruikers. De handel in grote hoeveelheden daarvan is daarom ook schadelijk voor de volksgezondheid in het algemeen. Bovendien gaat de verspreiding van en handel in harddrugs gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte en leidt het tot gewelddadige uitwassen met grote maatschappelijke onrust en verontwaardiging tot gevolg.

De rechtbank heeft bij gebrek aan landelijke oriëntatiepunten voor de feiten waar de verdachte voor wordt veroordeeld bij het bepalen van de straf met name aansluiting gezocht bij de uitspraken van rechtbanken in zaken met vergelijkbare strafrechtelijke verwijten en met de rol die de verdachte heeft vervuld. Hij was makelaar tussen enerzijds de leidende kant van de organisatie en anderzijds één van de belangrijkste uitvoerende leden. Eenzelfde rol van makelaar vervulde hij bij het verrichten van voorbereidingshandelingen. Voor wat betreft het strafblad van de verdachte geldt dat hij alleen vele jaren geleden in aanraking is gekomen met justitie voor feiten die in dit verband relevant zouden kunnen zijn. Het strafrechtelijke verleden van de verdachte is daarom niet van enige invloed op de strafmaat.

Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank acht een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden passend en geboden en zal de verdachte daartoe dan ook veroordelen, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

10 De inbeslaggenomen voorwerpen

10.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de op de beslaglijst onder 8 en 9 genoemde voorwerpen, te weten een Samsung telefoontoestel en een telefoontoestel (Apple Iphone 8), worden verbeurd verklaard.

10.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van het beslag.

10.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de op de beslaglijst onder 8 en 9 genoemde voorwerpen verbeurd verklaren. Deze voorwerpen zijn voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien deze voorwerpen aan de verdachte toebehoren en deze voorwerpen zijn vervaardigd of bestemd tot het begaan van het bij dagvaarding I onder 2 bewezen verklaarde misdrijf.

11 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen:

- 33, 33 a, 47, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht;

- 10 a en 11b van de Opiumwet.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

12 De beslissing

De rechtbank:

wijst af het voorwaardelijk verzoek tot aanhouding van de zaak;

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding I met parketnummer 09/842137-21 onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het bij dagvaarding I met parketnummer 09/842137-21 onder 2 ten laste gelegde feit en het bij dagvaarding II met parketnummer 09/837057-21 ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hierboven onder 6.4 bewezen is verklaard en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

ten aanzien van dagvaarding I, feit 2:

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven als bedoeld in de artikelen 10, derde, vierde en vijfde lid en 10a eerste lid van de Opiumwet;

ten aanzien van dagvaarding II:

medeplegen van, om een feit, bedoeld in het vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet voor te bereiden of te bevorderen, een ander gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van dat feit te verschaffen en voorwerpen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte daarvoor strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 42 (TWEEËNVEERTIG) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

verklaart verbeurd de op de beslaglijst onder 8 en 9 genoemde voorwerpen, te weten:

- 1 STK telefoontoestel, kl: blauw, Samsung;

- 1 STK telefoontoestel kl: zwart, Apple Iphone.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.M. Meessen, voorzitter,

mr. P.G. Salvadori, rechter,

mr. H.H.J. Zevenhuijzen, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. S.R. van der Klugt, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 21 oktober 2022.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het procesdossier onderzoek Kiwi, onderzoeksnummer DHRAA20027 van de districtsrecherche Den Haag-West, met bijlagen (doorgenummerd p. 1 t/m 5879).

2 De verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 12 september 2022.

3 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 1656-1658 en het proces-verbaal van bevindingen, p. 1668-1669.

4 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 1665.

5 Het proces-verbaal van verhoor getuige F.D. [getuige 1] d.d. 7 december 2021, p. 5861-5863.

6 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 2250.

7 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 1952-1953.

8 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 2784-2799.

9 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 4023-4032.

10 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 3415-3418.

11 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 3203-3212 en het proces-verbaal van bevindingen, p. 3222-3223.

12 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 3471-3480 en het proces-verbaal van bevindingen, p. 3486-3487.

13 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 4365-4372.

14 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 1704-1705.

15 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 587-590.

16 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 3218.

17 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 813.

18 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 2787.

19 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 553.

20 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 851-854.

21 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 857.

22 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 555-556.

23 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 814-815.

24 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 858.

25 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 2789-2790.

26 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 2790.

27 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 571 en 579.

28 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 2790.

29 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 890-891.

30 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 858.

31 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 859.

32 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 860.

33 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 2790-2791.

34 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 530.

35 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 535 en 538.

36 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 861.

37 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 540-542.

38 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 540-541.

39 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 4178.

40 Het vertaalde proces-verbaal van verhoor van [verbalisant 1] als getuige d.d. 29 mei 2020, p. 1150-1151 en het vertaalde proces-verbaal van verhoor van [verbalisant 2] als getuige d.d. 29 mei 2020, p. 1158-1159.

41 Het vertaalde proces-verbaal van [verbalisant 3] als getuige d.d. 31 juli 2020, p. 1232.

42 Het vertaalde proces-verbaal van verhoor van [verbalisant 4] als getuige d.d. 30 mei 2020, p. 1178-1181 en het vertaalde proces-verbaal van verhoor van [verbalisant 5] als getuige d.d. 30 mei 2020, p. 1186-1188.

43 Het proces-verbaal van verhoor van [verbalisant 6] als getuige d.d. 12 juni 2020, p. 5737-5739 en 5749-5751.

44 Het vertaalde forensische rapport inzake onderzoek Belshazzar van de deskundige [naam] opgemaakt op 30 september 2020, p. 1207-1210.

45 Het vertaalde proces-verbaal van verhoor van [verbalisant 7] als getuige d.d. 29 mei 2020, p. 1162-1165.

46 Het proces-verbaal van bevindingen relaas onderzoek Engeland, p. 1138-1139.

47 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 1030-1033.

48 De verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 12 september 2022.

49 Zie onder meer HR 10 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:264, HR 14 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:413 en HR 5 juli 2022, ECLI:NL:HR:HR:2022:969

50 Proces-verbaal van bevindingen, p. 536-537

51 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1725

52 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1699

53 Proces-verbaal van verdenking, p. 4350 t/m 4358

54 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal ‘Kiwi Sky Onderzoeksdossier’, onderzoeksnummer DHRAA20027/KIWI van de politie eenheid Den Haag, districtsrecherche Den Haag-West, met bijlagen (doorgenummerd pagina 10001 tot en met 10358).

55 Verklaring van de verdachte op de terechtzitting van 12 september 2022.

56 Proces-verbaal van bevindingen analyse chatgesprek [nummerreeks] - [nummerreeks] , opgemaakt op 3 november 2021, p. 10061

57 Proces-verbaal van bevindingen, p. 10062

58 Proces-verbaal van bevindingen, p. 10063-10064

59 Proces-verbaal van bevindingen, p. 10064-10065

60 Proces-verbaal van bevindingen, p. 10066-10068

61 Proces-verbaal van bevindingen, p. 10075-10078

62 Proces-verbaal van bevindingen, p. 10068-10074

63 Proces-verbaal van bevindingen, p. 10123-10125

64 Proces-verbaal van bevindingen, p. 10128 en 10129

65 Proces-verbaal van bevindingen Analyse chat [nummerreeks] - [nummerreeks] , opgemaakt op 4 november 2021, p. 10128-10130

66 Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 4 november 2021, p. 10135

67 Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 4 november 2021, p. 10136-10137

68 Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 4 november 2021, p. 10138-10143

69 Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 4 november 2021, p. 10160-10161

70 Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 4 november 2021, p. 10139

71 Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 4 november 2021, p. 10152

72 Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 4 november 2021, p. 10148

73 Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 4 november 2021, p. 10153

74 Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 4 november 2021, p.10155

75 Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 4 november 2021, p. 10160

76 Proces-verbaal van bevindingen Analyse Sky chat [nummerreeks] - [nummerreeks] , opgemaakt op 25 oktober 2021, p. 10118-10122

77 Proces-verbaal van relaas, p. 10007 en beslagdossier KIWI p. 375