Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2022:11492

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
06-07-2022
Datum publicatie
07-11-2022
Zaaknummer
C/09/616983/ HA ZA 21-778
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Collectieve actie (WAMCA) tegen de Staat inzake de verplichting tot het dragen van mondkapjes. Tussenvonnis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/616983/ HA ZA 21-778

Vonnis van 6 juli 2022

in de zaak van

1 de stichting NATIONAAL COMITÉ TEGEN VERPLICHTE MONDKAPJES, te Overbetuwe,

2. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid ALGEMENE NEDERLANDSE BURGERBELANGEN VERENIGING , te Middelharnis

eiseressen,

advocaat mr. V. Platteuw te Amsterdam,

tegen

DE STAAT DER NEDERLANDEN te Den Haag,

gedaagde,

advocaat mr. J. Bootsma te Den Haag.

Partijen zullen hierna Stichting Ademvrij, ANBB en de Staat genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het (verdere) verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het vonnis van 8 september 2021 waarin – naar aanleiding van de constatering dat niet was voldaan aan de voorschriften van artikel 1018c lid 2 Rv over de indiening van de dagvaarding en de aantekening daarvan in het centraal register voor collectieve vorderingen en de uitlating van partijen daarover – de rechtbank heeft beslist dat dit in deze zaak niet leidt niet-ontvankelijkheid;

  • -

    de conclusie van antwoord met bijlagen.

1.2.

Vervolgens heeft de rolrechter de zaak aangehouden om te beslissen of een mondelinge behandeling zal worden gelast.

2 Het geschil

2.1.

Stichting Ademvrij en ANBB vorderen in deze zaak dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

primair (A) voor recht verklaart dat hoofdstuk Va van de Wet publieke gezondheidszorg en de Ministeriële Regeling aanvullende mondkapjesverplichtingen covid-19 van 19 november 2020, kenmerk 17824379-214492-WJZ, alsmede de daaropvolgende doorgevoerde wijzigingen in haar geheel onrechtmatig zijn en daarmee onverbindend te verklaren, althans buiten werking te stellen, althans buiten toepassing te verklaren,
althans een zodanige beslissing neemt als zij in goede justitie vermeent te behoren,
met veroordeling van de Staat in de proceskosten;

subsidiair (B) voor recht verklaart dat de Ministeriële Regeling aanvullende mondkapjesverplichtingen covid-19 van 19 november 2020, kenmerk 17824379-214492-WJZ, alsmede de daaropvolgende doorgevoerde wijzigingen ten aanzien van personen tot 18 jaar oud in haar geheel onrechtmatig is en daarmee onverbindend te verklaren, althans buiten werking te stellen, althans buiten toepassing te verklaren,
althans een zodanige beslissing neemt als zij in goede justitie vermeent te behoren,
met veroordeling van de Staat in de proceskosten.

2.2.

Het gaat in deze procedure om collectieve vorderingen in de zin van artikel 3:305a BW, waarmee Stichting Ademvrij en ANBB opkomen voor een algemeen belang.

Stichting Ademvrij is opgericht in 2021 met onder meer als doel om in en buiten rechte terugkeer naar de normale situatie van voor de coronamaatregelen te bewerkstelligen en het verrichten van al wat daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. Zij komt in deze procedure op voor het algemeen en collectief belang van burgers om niet langer blootgesteld te worden aan de schadelijke gevolgen van mondkapjesplicht en de daarmee samenhangende schending van de grondrechten van alle burgers in Nederland.

ANBB, opgericht in 2020, is een vereniging die de belangen van een substantieel aantal burgers behartigt met betrekking tot maatschappelijk relevante kwesties. ANBB biedt daartoe een elektronisch platvorm, dat haar leden in staat stelt om hun opinies kenbaar te maken die leiden tot referenda waarvan de uitkomsten dienen als basis voor ANBB om ter zake politieke, juridische dan wel (sociale) media acties namens haar leden te ondernemen. Uit een van de gehouden referenda is naar voren gekomen dat een groot deel van haar leden (zeker 99%) sterk de behoefte heeft aan een algehele afschaffing van de mondkapjesplicht. Stichting Ademvrij en ANBB stellen dat zij voldoende hebben getracht het gevorderde te bereiken door het aankondigen van de dagvaarding als bedoeld in artikel 3:305a lid BW en dat zij voldoen aan alle ontvankelijkheidseisen.

2.3.

De Staat voert verweer en concludeert in de eerste plaats dat Stichting Ademvrij en ANBB niet in hun vorderingen kunnen worden ontvangen omdat niet is voldaan aan de eisen die in artikel 3:305a BW en in artikel 1018c Rv worden gesteld aan de collectieve actie. Volgens de Staat is niet voldoende toegelicht dat Stichting Ademvrij en/of ANBB voldoende representatief is in de zin van artikel 3:305a lid 2 BW en dat is voldaan aan de overige eisen die dat artikel(lid) stelt.

3 De beoordeling

3.1.

Voor de collectieve actie gelden bijzondere procedureregels die zijn neergelegd in artikel 1018b en volgende Rv.

3.2.

Op grond van artikel 1018c lid 5 Rv vindt inhoudelijke behandeling van de collectieve vordering slechts plaats indien en nadat de rechter heeft beslist:
a. dat eiser voldoet aan de ontvankelijkheidseisen van artikel 3:305a lid 1 tot en met 3 BW (of niet aan die eisen hoeft te worden voldaan op grond van artikel 3:305a lid 6 BW);
b. dat de eiser voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het voeren van deze collectieve vordering efficiënter en effectiever is dan het instellen van een individuele vordering doordat de te beantwoorden feitelijke en rechtsvragen in voldoende mate gemeenschappelijk zijn, het aantal personen tot bescherming van wier belangen de vordering strekt, voldoende is en, indien de vordering strekt tot schadevergoeding, dat zij alleen dan wel gezamenlijk een voldoende groot financieel belang hebben, en

c. dat niet summierlijk van de ondeugdelijkheid van de collectieve vordering blijkt op het moment waarop het geding aanhangig wordt.

3.3.

Ten aanzien van grond a (ontvankelijkheidseisen van artikel 3:305a BW) geldt het volgende. Een stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid kan een vordering instellen die strekt tot bescherming van gelijksoortige belangen van andere personen (collectieve vordering) indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • -

    zij behartigt deze belangen ingevolge haar statuten (lid 1),

  • -

    deze belangen zijn voldoende gewaarborgd (lid 1, uitgewerkt in lid 2),

  • -

    de bestuurders betrokken bij de oprichting van de stichting of vereniging, en hun opvolgers, hebben geen rechtstreeks of middellijk winstoogmerk, dat via de stichting of vereniging wordt gerealiseerd (lid 3 sub a)

  • -

    de rechtsvordering heeft een voldoende nauwe band met de Nederlandse rechtssfeer (lid 3 sub b)

  • -

    de stichting of de vereniging heeft in de gegeven omstandigheden voldoende getracht het gevorderde door het voeren van overleg met de verweerder te bereiken (lid 3 sub c),

  • -

    de stichting of de vereniging stelt bestuursverslagen en jaarrekeningen op (lid 5).

Als het gaat om een rechtsvordering met een ideëel doel en een zeer beperkt financieel belang of wanneer de aard van de vordering of van de personen tot bescherming van wier belangen de vordering strekt daartoe aanleiding geeft, kan de rechter een rechtspersoon ontvankelijk verklaren zonder dat aan de vereisten van lid 2 a tot en met e en lid 5 is voldaan (artikel 3:305a lid 6 BW, het zogenoemde lichte regime).

3.4.

Of Stichting Ademvrij en ANBB aan de in artikel 3:305a lid 1 tot en met 3 BW gestelde eisen voldoen, kan op grond van wat in de dagvaarding is aangevoerd niet worden vastgesteld. Zo is niet of nauwelijks ingegaan op vraag (ingevolge artikel 3:305a lid 2 eerste zin) of Stichting Ademvrij en/of ANBB voldoende representatief is of zijn gelet op de achterban en de omvang van de vorderingen en de daarbij verder onder a tot en met e genoemde punten ten aanzien van kort gezegd de structuur van de rechtspersonen de wijze waarop zij hun leden en/of de buitenwereld informeren. Ook is niet ingegaan op het voorschrift van lid 5 over verslagen en jaarrekeningen. Stichting Ademvrij en ANBB hadden hier op grond van artikel 1018c lid 1 (onder d) Rv in de dagvaarding meer aandacht aan moeten besteden. De rechtbank zal Stichting Ademvrij en ANBB in de gelegenheid stellen om daar alsnog verder op in te gaan.

3.5.

De rechtbank wijst er verder op dat als Stichting Ademvrij en ANBB in hun vorderingen kunnen worden ontvangen, in beginsel de vervolgstappen moeten worden genomen die zijn genoemd in artikel 1018e Rv (aanwijzing exclusieve belangenbehartiger), artikel 1018f Rv(bekendmaking aanwijzing exclusieve belangenbehartiger en mogelijkheid opt-out of opt-in ) en 1018g Rv (de pauze in de procedure). Dat ligt voor vorderingen die niet zien op schadevergoeding voor een bepaalde groep benadeelden wellicht niet altijd in de rede, maar in de wet is daarop geen uitzondering gemaakt voor ideële vorderingen. Stichting Ademvrij en ANBB zullen daarom in de gelegenheid gesteld worden om zich ook daarover uit te laten en in elk geval aan te geven wie als belangenbehartiger zou moeten worden aangewezen, op welke wijze de in artikel 1018e Rv beschreven mededeling zou moeten worden gedaan en wat daarin zou moeten staan.

3.6.

De zaak zal daarom worden verwezen naar de rolzitting van 3 augustus 2022 voor een door Stichting Ademvrij en ANBB te nemen conclusie over de hiervoor beschreven punten. De Staat krijgt de gelegenheid om daarop bij antwoordconclusie te reageren.

3.7.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

4 De beslissing

De rechtbank

4.1.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 3 augustus 2022 voor het nemen van een conclusie door Stichting Ademvrij en ANBB over de ontvankelijkheidsvereisten beschreven in artikel 1018c lid 5 Rv en de te nemen vervolgstappen beschreven in 1018e en verder Rv, waarna de Staat vier weken later een antwoordconclusie kan nemen,

4.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Dondorp en in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2022.