Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2022:10082

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
04-10-2022
Datum publicatie
04-10-2022
Zaaknummer
C-09-632312-KG ZA 22-640
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vorderingen van gemeente Bodegraven-Reeuwijk tegen Twitter in kort geding afgewezen

Twitter heeft op dit moment voldoende gedaan om onrechtmatige content over het ‘verhaal Bodegraven’ van haar platform te verwijderen. Twitter heeft een specifiek twitteraccount dat lasterlijke en opruiende tweets bevatte, definitief geschorst en ook alle retweets van dat account verwijderd. Twitter is niet verplicht uit eigen beweging nog andere tweets van anderen te verwijderen. Dat gaat in dit geval te ver. Niet alles is onrechtmatig en een goed filter is in dit geval volgens Twitter niet te maken. Dat zou betekenen dat veel legale content wordt geraakt, terwijl een autonome beoordeling van het zoekresultaat niet is toegestaan. Wel vindt de rechter dat Twitter prompt moet reageren op concrete verwijderingsverzoeken van de Gemeente.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/632312/ KG ZA 22-640

Vonnis in kort geding van 4 oktober 2022

in de zaak van

GEMEENTE BODEGRAVEN-REEUWIJK te Bodegraven,

eiseres,

advocaten: mr. C.A.H. van der Sanden en mr. J.J. Hartman Kok te Eindhoven,

tegen:

TWITTER INTERNATIONAL COMPANY te Dublin, Republiek Ierland,

gedaagde,

advocaten: mr. J.P. van den Brink en mr. N.M. de Visser te Amsterdam.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de Gemeente’ en ‘Twitter’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 18 juli 2022, met producties en aanvullende producties;

- de conclusie van antwoord, met producties;

- de pleitnotities van de Gemeente en Twitter.

1.2.

De mondelinge behandeling is gehouden op 16 september 2022. Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1.

Twitter houdt zich bezig met het aanbieden en hosten van het gelijknamige discussieplatform in de Europese Unie, waaronder in Nederland. Op dit platform kunnen gebruikers wereldwijd openbare berichten delen, onder meer via Tweets (Twitterberichten) en Retweets (opnieuw geplaatste berichten). In het tweede kwartaal van 2022 werd het platform wereldwijd dagelijks door ruim 237,8 miljoen personen gebruikt. Bij haar dienstverlening hanteert Twitter algemene voorwaarden (Terms of Service) en Twitter-regels.

2.2.

In de periode van januari 2021 tot en met juni 2021 hebben [A] , [B] en [C] (hierna: [A c.s.] ) via meerdere internetplatforms, waaronder Twitter, het verhaal verspreid dat [B] zo’n dertig jaar voordien getuige zou zijn geweest van satanisch-ritueel misbruik van en moorden op jonge kinderen (verder aangeduid als: het verhaal Bodegraven). Kern van dit verhaal, dat volgens [B] gebaseerd is op ‘hervonden herinneringen’ is dat er gedurende vele jaren in Bodegraven een pedo-satanisch netwerk zou hebben bestaan waar, naast [B] zelf, talloze jonge kinderen het slachtoffer van zijn geworden, die zijn misbruikt en/of vermoord. De autoriteiten zouden het bestaan van dit netwerk verzwijgen en weigeren daarnaar onderzoek te doen.

2.3.

In deze periode hebben [A c.s.] online oproepen gedaan om naar Bodegraven te komen, onder meer om bloemen en berichten te leggen bij de graven van kinderen die volgens [A c.s.] . het slachtoffer zouden zijn van het pedo-satanische netwerk.

2.4.

Vanaf 3 februari 2021 hebben tientallen personen bloemen gelegd op en in de nabijheid van begraafplaats Vredehof te Bodegraven, al dan niet voorzien van teksten die verwijzen naar ritueel-satanisch kindermisbruik. Dat heeft tot grote onrust en woede geleid bij veel inwoners van Bodegraven en in het bijzonder bij de ouders van daar begraven kinderen.

2.5.

De burgemeester heeft op 17 maart 2021 een noodverordening (2021-01) vastgesteld voor begraafplaats Vrederust en het omliggende gebied. Deze noodverordening gold aanvankelijk tot 17 juni 2021 en is nadien verlengd tot uiteindelijk half september 2021.

2.6.

Bij vonnissen van 30 juni 2022 zijn [C] en [B] strafrechtelijk veroordeeld voor opruiing, bedreiging en smaad, onder meer in verband met het verspreiden van opruiende en bedreigende filmpjes op social media. In deze vonnissen is onder meer geoordeeld dat de rechtbank in het geheel niet heeft kunnen vaststellen dat sprake is geweest van een satanisch pedofielennetwerk, en dat dat [C] en [B] er niet van heeft weerhouden aan het adres van concrete personen ernstige beschuldigingen te uiten.

2.7.

[A] is in augustus 2021 in Noord-Ierland in hechtenis genomen en in augustus 2022 overgeleverd aan Nederland in verband met verdenking van eveneens opruiing, bedreiging en smaad.

2.8.

Bij vonnis van 2 juli 2021 (hierna: het Kortgedingvonnis) heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank op vordering van (onder meer) de Gemeente aan [A c.s.] een verbod opgelegd om uitlatingen in de openbaarheid te brengen waarbij

  • -

    personen met naam worden aangeduid als pleger, slachtoffer, getuige of verhuller van satanisch-pedofiele misdrijven in de gemeente Bodegraven-Reeuwijk;

  • -

    locaties binnen de Gemeente worden aangewezen als locaties van deze vermeende misdrijven;

  • -

    mensen worden opgeroepen deze locaties te bezoeken teneinde slachtoffers van deze vermeende misdrijven te eren/herdenken dan wel anderszins de openbare orde te verstoren;

  • -

    de Gemeente en de bij haar werkzame personen anderszins in verband worden gebracht met satanisch-pedofiele misdrijven.

In dit vonnis heeft de voorzieningenrechter [A c.s.] bevolen alle reeds in voormelde zin gedane uitingen van alle door hen beheerde en/of gebruikte websites, online platforms en sociale media te verwijderen en verwijderd te houden en deze binnen 48 uur a) te ontkoppelen van de zoekfunctie van alle internetzoekmachines (waaronder Google, Yahoo!, Bing, DuckDuckGo, Startpage en Ask) c.q. onvindbaar te maken voor de webcrawlers en/of spiders en/of bots van deze zoekmachines en b) te wissen uit het cachegeheugen van deze zoekmachines (voor zover zij daarin zijn opgeslagen), zulks met dien verstande dat wanneer [A c.s.] dit niet eigenhandig kunnen bewerkstelligen, zij gehouden zijn daartoe een verzoek in te dienen bij de exploitanten van deze zoekmachines, onder verstrekking van een afschrift van dit verzoek aan de Gemeente. Hierbij heeft de voorzieningenrechter bepaald dat wanneer [A c.s.] het gebod niet naleven, het Kortgedingvonnis in de plaats treedt van het verzoek aan de zoekmachine-exploitanten.

2.9.

In het Kortgedingvonnis heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat het belang van de vrijheid van meningsuiting van [A c.s.] moet wijken voor de zwaarder wegende belangen van de Gemeente en de andere eiser in dat kort geding. Hiertoe is onder meer het volgende overwogen:

4.8. Met hun uitlatingen vragen [A c.s.] publiekelijk aandacht voor het volgens hen bestaan van een satanisch-pedofiel netwerk in de Gemeente. Meer in het bijzonder onthullen zij de namen van personen die volgens hen als dader, slachtoffer of verhuller bij het netwerk betrokken zijn (geweest). Daarnaast roepen [A c.s.] mensen op om actief tegen het netwerk in actie te komen door a) via het leggen van bloemen en kaarten op graven hun deelneming aan vermeende slachtoffers van het netwerk te betuigen, b) het bezoeken van locaties in de Gemeente waar het netwerk actief zou zijn (geweest) en c) het telefonisch/fysiek benaderen van medewerkers van de Gemeente. De zware aantijgingen, die bovendien geregeld op dreigende en opruiende wijze door [A c.s.] worden gepresenteerd, in samenhang met daarmee verband houdende oproepen tot actie, grijpen vanzelfsprekend diep in op de persoonlijke levenssfeer van de (directe nabestaanden en familieleden van) personen op wie deze uitlatingen betrekking hebben. Dit is als zodanig ook niet door [A c.s.] betwist. Er rust op de Gemeente een publieke taak om de persoonlijke levenssfeer van haar inwoners naar vermogen te beschermen. In de uitvoering van die taak wordt de Gemeente thans door de diffamerende en opruiende uitlatingen en acties van [A c.s.] belemmerd. Daarnaast hebben de uitlatingen van [A c.s.] een enorme impact op de handhaving van de openbare orde en veiligheid binnen de Gemeente. Door de uitlatingen en de daaruit voortvloeiende acties van [A c.s.] wordt naar het oordeel van de voorzieningenrechter in strijd gehandeld met de APV, zoals de Gemeente terecht naar voren heeft gebracht. Die APV vermeldt in artikel 2.1. namelijk dat het verboden is op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden, anderen lastig te vallen of op andere wijze de openbare orde te verstoren. Vast staat dat de uitlatingen en oproepen van [A c.s.] reeds geleid hebben tot meerdere schendingen van de grafrust, waardoor de burgemeester genoodzaakt is geweest een (nog immer van kracht zijnde) noodverordening voor de desbetreffende begraafplaats en omliggend gebied vast te stellen. [A c.s.] hebben bovendien niet weersproken dat er inmiddels in de Gemeente een ‘tegenbeweging’ actief is, bestaande uit verontruste burgers die zich actief willen verzetten tegen de acties van de volgelingen van [A c.s.] Ook deze uit de uitlatingen van [A c.s.] voortvloeiende maatschappelijke onrust vormt een gevaar voor de openbare orde en veiligheid binnen de Gemeente. Voorts straalt de vermeende aanwezigheid van een satanisch-pedofiel netwerk in algemene zin negatief af op het imago van de Gemeente. Een en ander klemt te meer nu [A c.s.] hun uitlatingen inmiddels gedurende een aanzienlijke periode (vanaf januari 2021) en op stelselmatige wijze (de Red Pill Journals verschijnen tot op heden met grote regelmaat) via de hen ter beschikking staande digitale kanalen wereldkundig maken en niet voornemens zijn hun handelwijze te beëindigen.

4.9.

Aan de onrechtmatigheid van het handelen van [A c.s.] doet niet af dat het in dit geval verhalen over kindermisbruik betreft. [A c.s.] kunnen uiteraard worden gevolgd in hun standpunt dat het bestaan van een satanisch-pedofiel netwerk een ernstige misstand betreft, waarvoor in beginsel publiekelijk aandacht mag worden gevraagd. Echter, gezien de onmiskenbaar verstrekkende gevolgen die in dit geval de uitlatingen voor de daarbij direct betrokkenen en de openbare orde en veiligheid binnen de Gemeente hebben, mag van [A c.s.] worden verlangd dat zij hun uitlatingen slechts doen, indien die van een deugdelijke feitelijke onderbouwing zijn voorzien. Hieraan ontbreekt het echter volledig. De uitlatingen van [A c.s.] zijn immers feitelijk slechts gebaseerd op beweerdelijk ‘hervonden’ herinneringen van [B] . Deze herinneringen vinden echter geen enkele steun in thans beschikbaar objectief feitenmateriaal. (...)”

2.10.

Bij (advocaat)brief van 28 juli 2021 heeft de Gemeente aan Twitter Inc (gevestigd in de Verenigde Staten) verzocht om alle tweets van [A] te verwijderen met daarin uitlatingen die in het Kortgedingvonnis onrechtmatig zijn bevonden.

2.11.

In antwoord op voormelde brief heeft mr. De Visser bij brief van 23 november 2021 namens Twitter Inc. aan de Gemeente meegedeeld dat Twitter Inc. de verkeerde entiteit is om dergelijke verzoeken aan te richten. In deze brief verzoekt zij de Gemeente om verdere correspondentie over deze kwestie te richten aan Twitter International Company, de gedaagde in deze zaak, die de dienst exploiteert voor gebruikers in de Europese Unie. Hierbij is verwezen naar Twitters postadres in Dublin.

2.12.

In december 2021 hebben (de advocaten van) partijen met elkaar contact gehad over het verwijderingsverzoek en de wijze waarop dit zou moeten worden gedaan en of dit kan worden gedaan aan het door de advocaat van Twitter gebruikte e-mailadres. Daarop is door de Nederlandse advocaat van Twitter te kennen gegeven dat een dagvaarding niet aan haar kantooradres kan worden betekend.

2.13.

In februari 2022 heeft de Gemeente een anonieme brief ontvangen waarin opnieuw verwezen wordt naar het bestaan van een pedofiel netwerk in Bodegraven. Daarin wordt de Gemeente onder meer verweten “het onrecht in stand te houden”, wat volgens de schrijver niet zonder gevolgen zal blijven.

2.14.

Bij e-mail van 17 mei 2022 heeft de advocaat van de Gemeente een conceptdagvaarding verzonden aan de advocaat van Twitter en Twitter gesommeerd om de in het Kortgedingvonnis onrechtmatig bevonden uitlatingen te verwijderen. De conceptdagvaarding bevat een lijst met 231 URL’s (webadressen), allemaal afkomstig van het account [het Account] .

2.15.

Bij brief van 20 mei 2022 heeft (een kantoorgenoot van) de advocaat van Twitter aan de advocaat van de Gemeente meegedeeld dat het account [het Account] is geschorst wegens overtreding van de Terms of Service van Twitter en dat zij op korte termijn zal reageren op de rest van het verzoek.

2.16.

Bij e-mail van 16 mei 2022 heeft de advocaat van Twitter aan de advocaat van de Gemeente meegedeeld dat door de schorsing van het account [het Account] de (inhoud van die) berichten niet langer toegankelijk zijn. In deze e-mail schrijft de advocaat van Twitter verder dat Twitter geen andere maatregelen zal nemen, omdat met de schorsing van het account voldaan is aan de vordering en de vordering voor het overige te algemeen is en strekt tot oplegging van een op grond van artikel 15 lid 1 van de Richtlijn inzake elektronische handel ontoelaatbaar filterverbod. Verder bevat de e-mail het verzoek om bij het rapporteren van eventuele aanvullende twitterberichten te vermelden onder welke URL’s deze toegankelijk zijn.

3. Het geschil

3.1.

De Gemeente vordert, zakelijk weergegeven:

1. Twitter te veroordelen alle uitlatingen van [A c.s.] binnen 48 uur na betekening van dit vonnis van Twitter te verwijderen en verwijderd te houden waarin:

 personen met naam worden aangeduid als pleger, slachtoffer, getuige of verhuller van satanisch-pedofiele misdrijven in de gemeente Bodegraven-Reeuwijk;

 locaties binnen deze gemeente worden aangewezen als locaties van deze vermeende misdrijven;

 mensen worden opgeroepen deze locaties te bezoeken, teneinde slachtoffers van deze vermeende misdrijven te eren/herdenken dan wel anderszins de openbare orde te verstoren;

 de Gemeente en de bij, met en voor haar werkzame personen anderszins in verband worden gebracht met satanisch-pedofiele misdrijven;

2. erop toe te zien dat alle informatie die identiek is aan de sub 1 genoemde informatie van Twitter wordt verwijderd en verwijderd wordt gehouden;

3. erop toe te zien dat alle informatie die inhoudelijk overeenstemt met de sub 1 genoemde informatie van Twitter wordt verwijderd en verwijderd wordt gehouden;

4. waarbij tot de onder 1 tot en met 3 van dit petitum aangehaalde uitlatingen behoren in ieder geval doch niet uitsluitend de 270 in de dagvaarding vermelde URL’s (waarvan 231 afkomstig van het account [het Account] en 38 afkomstig van andere accounts);

5. deze uitlatingen binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis

a) te ontkoppelen van de zoekfunctie van alle internetzoekmachines (waaronder Google, Yahoo!, Bing, DuckDuckGo, Startpage en Ask) c.q. onvindbaar te maken voor de webcrawlers en/of spiders en/of bots van deze zoekmachines en

b) te wissen uit het cachegeheugen van deze zoekmachines (voor zover zij daarin zijn opgeslagen), zulks met dien verstande dat wanneer Twitter dit niet

eigenhandig kan bewerkstelligen, zij gehouden is daartoe een verzoek in te dienen bij de exploitanten van deze zoekmachines, onder verstrekking van een afschrift van dit verzoek aan de Gemeente;

6. een en ander op straffe van een dwangsom met bepaling dat nadat het maximale bedrag aan dwangsommen is verbeurd het vonnis uitvoerbaar zal zijn bij lijfsdwang jegens de bestuurders van Twitter, met dien verstande dat de termijn gedurende welke deze lijfsdwang ten uitvoer kan worden gelegd wordt gesteld op maximaal negentig dagen per persoon;

7. met veroordeling van Twitter in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

Aan deze vordering legt de Gemeente het volgende ten grondslag.

Op Twitter wordt door verschillende gebruikers nog altijd het onrechtmatige en strafbare verhaal verspreid dat er in Bodegraven een satanisch pedofiel netwerk zou hebben bestaan. Deze uitlatingen zijn in het Kortgedingvonnis en door de strafrechter onrechtmatig bevonden.

Door de aanwezigheid van deze uitlatingen lijdt de Gemeente schade, aangezien haar goede naam hierdoor wordt aangetast en omdat er nog steeds mensen moeten worden beveiligd in verband met bedreigingen. Twitter is, als exploitant van haar platform, verplicht om actief mee te werken aan het voorkomen van de verspreiding van des- en misinformatie, al dan niet door toepassing van een geautomatiseerd filter en/of via passend geformuleerde zoekopdrachten. Hieronder vallen ook uitlatingen die afkomstig zijn van andere personen dan [A c.s.] Ondanks meerdere sommaties van de Gemeente, is Twitter hiertoe niet overgegaan. De schorsing van het account van [A] is onvoldoende, ook omdat nergens uit blijkt dat zijn onrechtmatige uitlatingen daarmee definitief ontoegankelijk zijn. Vanwege het voortdurende, opruiende en dreigende karakter van de uitlatingen, heeft de Gemeente bij haar vordering een spoedeisend belang.

3.3.

Twitter concludeert tot afwijzing van het gevorderde en voert daartoe gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4 De beoordeling van het geschil

Bevoegdheid, spoedeisend belang, goede procesorde

4.1.

Ambtshalve overweegt de voorzieningenrechter dat zij internationaal bevoegd is tot kennisname van de vorderingen van de Gemeente, alleen al omdat Twitter deze bevoegdheid niet heeft betwist.

4.2.

Aangezien de Gemeente heeft gesteld dat de thans nog aanwezige tweets onrechtmatig zijn en dat zij daardoor schade lijdt, is voldaan aan het voor deze procedure vereiste spoedeisend belang. De juistheid van deze stelling komt bij de materiële beoordeling aan de orde.

4.3.

Twitter heeft zich op het standpunt gesteld dat de dagvaarding van de Gemeente in strijd is met artikel 111 Rv en de goede procesorde, aangezien in de dagvaarding niet is toegelicht wat er op Twitter heeft gestaan of nog staat dat maakt dat Twitter onrechtmatig zou handelen en waarom dat de Gemeente het recht zou geven op de door haar gevraagde filters. De voorzieningenrechter volgt Twitter hierin niet. De Gemeente heeft gesteld dat in de in de dagvaarding bedoelde Twitterberichten wordt verwezen naar een satanisch pedofiel netwerk dat in Bodegraven zou hebben bestaan, en dat Twitter, als platformaanbieder, deze berichten dient te verwijderen. Hiermee bevat de dagvaarding de eis en gronden ervan, zodat in ieder geval op dat punt is voldaan aan artikel 111 Rv. Hoewel een nadere inhoudelijke toelichting op de gestelde onrechtmatigheid van de in de dagvaarding genoemde URL’s, die kennelijk als voorbeeld van onrechtmatige content zijn bedoeld, niet had misstaan, maakt het ontbreken van die toelichting niet dat Twitter daardoor onevenredig in haar verdediging is geschaad. Duidelijk is immers dat de Gemeente beoogt twitterberichten met een inhoud die hetzelfde, althans vergelijkbaar, is als de als onrechtmatige aangemerkte uitlatingen van [A c.s.] ,. te doen verwijderen.

Inhoudelijke beoordeling

4.4.

Bij de beoordeling van de vraag of Twitter de in de dagvaarding bedoelde Twitterberichten moet verwijderen, neemt de voorzieningenrechter tot uitgangspunt dat Twitter moet worden aangemerkt als een partij die diensten van de informatiemaatschappij verleent, bestaande uit het op verzoek opslaan van van een ander afkomstige informatie. Dit zijn “host”-diensten in de zin van artikel 6:196c lid 4 BW (de omzetting van artikel 14 van de Richtlijn inzake elektronische handel)1. Dit is tussen partijen niet in geschil.

4.5.

Dit betekent dat Twitter op grond van artikel 6:196c lid 4 BW niet aansprakelijk is voor de door haar op haar platform opgeslagen informatie, indien zij voldoet aan de daar gestelde voorwaarden, te weten dat zij geen kennis heeft van de onwettige activiteit of informatie, dan wel dat zij, zodra zij daarvan kennis heeft, prompt de informatie verwijdert of de toegang daartoe onmogelijk maakt.

4.6.

Nog afgezien van de vraag of Twitter aan haar verplichting heeft voldaan om onrechtmatige informatie tijdig te verwijderen en afgezien van eventuele aansprakelijkheid geldt dat de rechter haar op grond van artikel 6:196c lid 5 BW kan bevelen om maatregelen te nemen ter beëindiging van een inbreuk of ter voorkoming van een nieuwe inbreuk.

4.7.

Op grond van artikel 15 lid 1 van de Richtlijn inzake elektronische handel mogen de lidstaten de dienstverleners geen algemene verplichting opleggen om toe te zien op de informatie die zij doorgeven of opslaan, noch om actief te zoeken naar feiten of omstandigheden die duiden op onwettige activiteiten. Dit (algemene) filterverbod doet niet af aan de hiervoor vermelde mogelijkheid om in speciale gevallen een rechterlijk verbod te verkrijgen op grond waarvan bepaalde informatie moet worden verwijderd of ontoegankelijk moet worden gemaakt. Zo’n speciaal geval kan zijn bepaalde informatie die door de betrokken hostingprovider op verzoek van een bepaalde gebruiker van zijn netwerk is opgeslagen en die in een rechterlijk oordeel onrechtmatig is bevonden.2

4.8.

Op grond van het door beide partijen aangehaalde arrest Glawischnig/Facebook3 kan een dergelijk bevel zich ook uitstrekken tot informatie die identiek is aan de als onrechtmatig aangemerkte informatie, ongeacht van wie die informatie afkomstig is. Daarnaast kan op grond van voormeld arrest het bevel zich ook uitstrekken tot soortgelijke informatie, mits deze overeenstemmende informatie specifieke gegevens bevat die naar behoren zijn aangewezen door degene die het rechterlijke bevel heeft uitgevaardigd, zoals de naam van de persoon op wie de eerder vastgestelde inbreuk betrekking had, de omstandigheden waarin deze inbreuk is vastgesteld en een inhoud die overeenstemt met de eerder onwettig verklaarde inhoud. Hierbij heeft het Europese Hof overwogen dat verschillen tussen de formulering van die overeenstemmende inhoud en de formulering van de onwettig verklaarde inhoud hoe dan ook niet van dien aard mogen zijn dat de betrokken hostingprovider verplicht is die inhoud autonoom te beoordelen.

4.9.

In het Kortgedingvonnis heeft de voorzieningenrechter [A c.s.] een gebod opgelegd om onrechtmatige uitlatingen offline te halen. Hierbij ging het om uitlatingen (zie 2.8) waarin:

 personen met naam worden aangeduid als pleger, slachtoffer, getuige of verhuller van satanisch-pedofiele misdrijven in de gemeente Bodegraven-Reeuwijk;

 locaties binnen de Gemeente worden aangewezen als locaties van deze vermeende misdrijven;

 mensen worden opgeroepen deze locaties te bezoeken teneinde slachtoffers van deze vermeende misdrijven te eren/herdenken dan wel anderszins de openbare orde te verstoren;

 de Gemeente en de bij haar werkzame personen anderszins in verband worden gebracht met satanisch-pedofiele misdrijven.

Dit gebod is gegeven tegen de achtergrond dat de ernstige beschuldigingen van [A c.s.] , die bovendien op dreigende en opruiende wijze werden gepresenteerd, diep ingrijpen op de persoonlijke levenssfeer van de betrokken personen en dat deze uitlatingen toen leidden tot grote maatschappelijke onrust en verstoring van de openbare orde op de plaatselijke begraafplaats. De onrechtmatigheid van de uitlatingen onder de laatste bullet kan niet los gezien worden van de overweging dat medewerkers van de Gemeente destijds telefonisch en fysiek (agressief) werden benaderd. Anders dan de Gemeente kennelijk meent kan uit het Kortgedingvonnis niet worden afgeleid dat iedere uitlating waarin Bodegraven gecombineerd wordt met mogelijk kindermisbruik, zonder meer onrechtmatig is. Dat zou immers met zich brengen dat ook een neutrale (bijvoorbeeld journalistieke) bespreking van de gebeurtenissen rond ‘het verhaal Bodegraven’ als onrechtmatig zou moeten worden aangemerkt. Dat is niet inherent aan het aan [A c.s.] opgelegde verbod. Dat verbod werd immers opgelegd in verband met de wijze waarop door [A c.s.] feitelijk werd gehandeld, te weten het bedreigen en belasteren van onschuldige burgers en ambtenaren en het (oproepen tot) het verstoren van de openbare orde.

4.10.

In dit kort geding heeft de Gemeente de verwijdering gevorderd van a) onrechtmatige uitlatingen van [A c.s.] ; b) identieke uitlatingen en c) soortgelijke uitingen.

4.11.

Tussen partijen staat niet ter discussie dat [A] (ook) op Twitter onrechtmatige uitlatingen heeft gedaan. Twitter heeft het door [A] gebruikte account [het Account] medio mei 2022 in zijn geheel permanent geschorst, alhoewel door de Gemeente slechts was verzocht om diens onrechtmatige tweets te verwijderen. Ter zitting heeft de advocaat van Twitter nadrukkelijk verklaard dat de schorsing betekent dat de berichten van dit account, alsmede de (identieke) Retweets van tweets van [A] door andere gebruikers, permanent verwijderd zijn. Hoewel het woord ‘schorsing’ lijkt te duiden op een tijdelijk karakter, mag de Gemeente er, na de uitdrukkelijke verklaring van Twitter ter zitting, op vertrouwen dat de inmiddels verwijderde onrechtmatige uitlatingen van [A] niet opnieuw online komen. Deze uitlatingen – waarvan de voorzieningenrechter overigens geen kennis heeft kunnen nemen omdat ze inhoudelijk niet waren weergegeven in de dagvaarding en bij pogingen de URL’s te openen reeds waren verwijderd – hoeven daarom geen verdere bespreking meer. Niet is gesteld of aannemelijk geworden dat er nu nog berichten van andere gebruikers die identiek zijn aan de onrechtmatige uitlatingen van [A] op Twitter staan. Evenmin is aannemelijk geworden dat [B] en/of [C] onrechtmatige uitlatingen hebben gedaan op Twitter. Zij hebben en hadden immers geen Twitteraccount. De vorderingen onder 1 en 2 worden daarom afgewezen bij gebrek aan belang. De discussie tussen partijen over de vraag of Twitter zich voldoende actief en toegankelijk jegens de Gemeente heeft opgesteld en of zij tijdig tot verwijdering van alle uitingen op het account [het Account] en de retweets ervan is overgegaan, als ook de vraag of de Gemeente een en ander op de juiste wijze bij Twitter heeft aangevraagd, is voor de beoordeling in dit kort geding niet van belang.

4.12.

De discussie spitst zich thans nog met name toe op de vraag of van Twitter nog meer mag worden verwacht dan zij al heeft gedaan. De Gemeente heeft betoogd dat Twitter verder verplicht is om – uit eigen beweging – uitlatingen soortgelijk aan de onrechtmatig bevonden uitlatingen van [A c.s.] van haar platform te verwijderen. Deze vordering is niet toewijsbaar. De voorzieningenrechter licht dit als volgt toe.

4.13.

Zoals hiervoor in 4.8 is overwogen kan een bevel tot verwijdering van bepaalde (onrechtmatig bevonden) informatie zich ook uitstrekken tot soortgelijke informatie. Op grond van het arrest Glawischnig/Facebook kan dit alleen indien de overeenstemmende informatie specifieke gegevens bevat die naar behoren zijn aangewezen door degene die het rechterlijk bevel heeft uitgevaardigd, zoals de naam van de persoon op wie de eerder vastgestelde inbreuk betrekking had, de omstandigheden waarin deze inbreuk is vastgesteld en een inhoud die overeenstemt met de eerder onwettig verklaarde inhoud en dat de verschillen tussen de formulering van die overeenstemmende inhoud en de formulering van de onwettig verklaarde inhoud hoe dan ook niet van dien aard mogen zijn dat de betrokken hostingprovider verplicht is die inhoud autonoom te beoordelen. In het betreffende arrest is het bevel voor soortgelijke berichten toelaatbaar geacht omdat het beperkt was tot specifieke gegevens en omdat de hostingprovider in dat geval niet verplicht was een autonome beoordeling te verrichten, zodat hij geautomatiseerde technieken en onderzoeksmethoden kon aanwenden. Anders dan de Gemeente heeft betoogd kan dus niet van Twitter worden gevergd na een zoekslag op basis van een filter nog een autonome beoordeling van het zoekresultaat te verrichten. Er moet immers sprake zijn van een geautomatiseerde selectietechniek. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Twitter verklaard dat het voor haar feitelijk onmogelijk is een algoritme te maken dat onrechtmatige uitlatingen die vergelijkbaar zijn met de onrechtmatige uitingen van [A c.s.] eruit filtert, zonder daarmee ook vele rechtmatige berichten te raken. Zo zouden bijvoorbeeld ook berichten waarin het bestaan van een satanisch pedofiel netwerk juist wordt ontkend, en/of beschrijvende, vragende, journalistieke en/of anderszins niet onrechtmatige berichten over aspecten van ‘het verhaal Bodegraven’ eruit worden gefilterd, terwijl die berichten niet onrechtmatig zijn. Dat is strijdig met de vrijheid van meningsuiting, aldus Twitter. Hiertegenover heeft de Gemeente voorshands onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Twitter hier wel toe in staat is. De enkele stelling van de Gemeente dat Twitter goed is in het maken van algoritmes en genoeg geld en mankracht kan inzetten om een en ander voor elkaar te krijgen volstaat in dit kort geding niet. Daarbij weegt de voorzieningenrechter mee dat aan het spoedeisend belang naar voorlopig oordeel voldoende tegemoet kan worden gekomen door het notice-and-takedown systeem, zoals hierna zal worden besproken, te meer daar ook de (re)tweets van [A] al zijn verwijderd. Overigens acht de voorzieningenrechter de vordering van Bodegraven op dit punt ook niet één op één vergelijkbaar met die uit voormeld arrest. ‘Het verhaal Bodegraven’ betreft immers, anders dan in voormeld arrest, een conglomeraat van vele aantijgingen en stellingen, waarin ook diverse personen een rol spelen. Dat een en ander niet makkelijk in een algoritme te vangen is, lijkt dan ook voorshands niet onaannemelijk. Hetzelfde geldt voor het door Twitter gestelde risico dat indien toch een geautomatiseerde techniek zou worden toegepast daardoor in dit geval (te) veel legale content ten onrechte zal worden geblokkeerd. Daarmee is vordering 3, het verwijderen van vergelijkbare uitingen, niet toewijsbaar.

4.14.

Het voorgaande betekent dat de Gemeente vooralsnog is aangewezen op de notice-and- takedown procedure om onrechtmatige content te doen verwijderen. Niet weersproken is dat de Gemeente op eenvoudige wijze kan aangeven welke tweets volgens haar onrechtmatig zijn en om verwijdering daarvan door Twitter kan verzoeken. Slechts indien Twitter vervolgens weigert een tweet met onrechtmatige inhoud te blokkeren, handelt zij jegens de Gemeente onrechtmatig. Die situatie doet zich hier echter vooralsnog niet voor, zoals hierna zal blijken.

4.15.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat de Gemeente tot op heden feitelijk helemaal geen gebruik heeft gemaakt van voormelde notice-and-takedown procedure. Wel heeft de Gemeente in de dagvaarding, naast de hiervoor besproken berichten van het account [het Account] , verwezen naar 38 verschillende van andere accounts afkomstige berichten, die volgens haar als voorbeeld moesten dienen van onrechtmatige tweets. Van deze 38 berichten heeft Twitter er na het uitbrengen van de dagvaarding 30 verwijderd, kennelijk omdat deze in de visie van Twitter in strijd waren met de door haar gehanteerde regels. Met betrekking tot de 8 resterende berichten – waarvan de voorzieningenrechter inhoudelijk overigens geen kennis heeft kunnen nemen, nu de tekst in de dagvaarding niet is weergegeven – heeft Twitter betoogd dat de inhoud ervan in haar visie niet onrechtmatig is. Hoewel dat vervolgens wel op haar weg had gelegen heeft de Gemeente niet aannemelijk gemaakt dat de overgebleven berichten soortgelijk zijn aan de onrechtmatig bevonden uitlatingen van [A] . Zo is niet gesteld of aannemelijk geworden dat hierin concrete personen worden beschuldigd, dat er specifieke locaties worden aangewezen waarbij mensen worden opgeroepen deze locaties te bezoeken of dat de Gemeente en/of de mensen die er werken op onrechtmatige wijze in verband worden gebracht met een satanisch pedofiel netwerk. Voor een gebod tot verwijdering van die tweets bestaat dan ook geen aanleiding.

4.16.

Met betrekking tot de door de Gemeente als aanvullende productie 15 overgelegde recentere tweets overweegt de voorzieningenrechter het volgende. De Gemeente heeft niet eerder om verwijdering van deze berichten verzocht. Van Twitter mag in redelijkheid worden verwacht dat zij deze berichten op dezelfde wijze beoordeelt als zij met de hiervoor bedoelde 38 berichten heeft gedaan, ook al is de notice-and-takedown-procedure door de Gemeente hier niet gevolgd. Twitter heeft de Gemeente overigens al meerdere keren uitgenodigd om wel gebruik te maken van haar notice-and-takedown-procedure, maar De Gemeente heeft dit tot op heden niet gedaan. Het ligt op de weg van de Gemeente eventuele nadere tweets die volgens haar verwijderd moeten worden, in beginsel conform de gebruikelijke procedure onder de aandacht van Twitter te brengen ter beoordeling. Overigens mag in verband met de bekendheid van Twitter met de onrechtmatigheid van de uitlatingen betreffende ‘het verhaal Bodegraven’ in redelijkheid wel van haar worden verwacht prompt te reageren op een door de Gemeente op te stellen lijst van nieuwe URL’s die volgens de Gemeente eveneens moeten worden verwijderd.

4.17.

Anders dan de Gemeente kennelijk meent, kan Twitter niet worden verplicht om alle berichten waarin de term “Bodegraven” gecombineerd wordt met “kindermisbruik” uit eigen beweging en dus zonder verzoek van de Gemeente te verwijderen. Zoals hiervoor in 4.9 is overwogen kan niet iedere uitlating waarin Bodegraven gecombineerd wordt met kindermisbruik zonder meer als onrechtmatig worden beschouwd. De uitlatingen van [A c.s.] zijn immers onrechtmatig bevonden in de context van hun beschuldigende en opruiende karakter. De als productie 15 overgelegde uitlatingen zijn divers. In sommige van deze uitlatingen wordt Bodegraven in het geheel niet genoemd en sommige andere zijn – zeker zonder verdere toelichting – onbegrijpelijk, dan wel neutraal gesteld. Dat brengt met zich dat per tweet, conform de notice-and-takedown-procedure, zal moeten worden beoordeeld of er sprake is van onrechtmatigheid die noopt tot verwijdering. Het enkele feit dat alle tweets op enigerlei wijze gerelateerd zijn aan ‘het verhaal Bodegraven’ maakt immers nog niet dat daarmee vaststaat dat die uitingen soortgelijk zijn aan de onrechtmatige uitingen van [A] .

4.18.

Ook de vordering van de Gemeente om Twitter te gelasten de gewraakte uitlatingen te ontkoppelen van de zoekfunctie van de in de dagvaarding genoemde zoekmachines zal worden afgewezen. Daargelaten dat niet weersproken is dat de verwijderde uitlatingen van [A] al niet meer vindbaar zijn in de zoeksystemen van Twitter, heeft Twitter gemotiveerd gesteld dat zij geen mogelijkheden heeft dergelijke opdrachten te geven aan andere zoekmachines, terwijl de stelling van de Gemeente dat Twitter een dergelijk verzoek zou kunnen doen in het geheel niet is onderbouwd. Twitter heeft zich op het standpunt gesteld dat het op de weg van de Gemeente ligt dergelijke verzoeken desgewenst aan andere zoekmachines te richten. De voorzieningenrechter volgt Twitter op dit punt. Vast staat dat de Gemeente in het Kortgedingvonnis de mogelijkheid heeft gekregen zelf zoekmachines om verwijdering van onrechtmatige content te verzoeken. Los van de vraag of het voor Twitter überhaupt mogelijk is verzoeken aan andere zoekmachines te doen, valt onder voormelde omstandigheden niet in te zien welk belang, laat staan welk spoedeisend belang, de Gemeente gegeven die mogelijkheid heeft bij deze vordering. In dat kader is nog relevant dat ter zitting is gebleken dat de Gemeente al acties tegen andere sociale media heeft ingezet, maar heeft geweigerd daarover exacte informatie te verstrekken.

4.19.

De slotsom is dat alle vorderingen van de Gemeente worden afgewezen. De Gemeente wordt, als de in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld in de kosten van dit geding. Voor veroordeling in de nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert (vgl. HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116, NJ 2011/237).

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

wijst het gevorderde af;

5.2.

veroordeelt de Gemeente in de kosten van dit geding, tot dusver aan de zijde van Twitter begroot op € 1.692,--, waarvan € 1.016,-- aan salaris advocaat en € 676,-- aan griffierecht;

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Hoekstra-van Vliet en in het openbaar uitgesproken op 4 oktober 2022.

WJ

1 Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt ("Richtlijn inzake elektronische handel")

2 HvJEU 3 oktober 2019, ECLI:EU:C:2019:821 (Glawischnig/Facebook), ro. 35.

3 HvJEU 3 oktober 2019, ECLI:EU:C:2019:821