Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:9923

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
10-06-2021
Datum publicatie
14-09-2021
Zaaknummer
20/4419
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijk

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 20/4419


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juni 2021 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. C. Moustaïne),

en

de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (Uwv), verweerder

(gemachtigde: F.J. Latenstein).

Procesverloop

Eiser heeft op 30 juni 2020 beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 20 mei 2020.

De rechtbank heeft de ontvangst van het beroep bevestigd op 2 juli 2020.

Op 2 juli 2020 heeft de griffier van de rechtbank eiser een nota voor het griffierecht ad € 48,- gestuurd.

Op 16 juli 2020 heeft de gemachtigde van eiser verzocht om vrijstelling van het griffierecht wegens betalingsonmacht.

Op 16 juli 2020 heeft de griffier van de rechtbank eiser per aangetekende post een formulier toegestuurd voor een verklaring over zijn inkomen en vermogen, met het verzoek dit binnen twee weken ingevuld samen met bewijsstukken retour te zenden. Daarbij is erop gewezen dat indien het formulier niet op tijd retour gestuurd wordt, het niet compleet is ingevuld en/of gegevens ontbreken, het beroep op betalingsonmacht wordt afgewezen.

Op 29 juli 2020 heeft de gemachtigde van eiser het formulier ingevuld geretourneerd.

Op 3 augustus 2020 heeft de griffier van de rechtbank het beroep op betalingsonmacht voorlopig toegewezen.

Beide partijen hebben de rechtbank toestemming gegeven om de zaak schriftelijk af te handelen.

Overwegingen

1. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 8:41 van de Awb griffierecht betalen. Voor deze zaak is het griffierecht vastgesteld op € 48,-. De griffier stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet zijn betaald. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht betrokkene niet is toe te rekenen.

2. Een beroep op betalingsonmacht kan worden ingewilligd wanneer het netto maandinkomen minder bedraagt dan 90% van de voor een alleenstaande geldende bijstandsnorm en wanneer er niet over vermogen wordt beschikt.

3. Eiser heeft op het formulier van 29 juli 2020 ingevuld dat hij alleenstaand is, geen inkomen geniet en niet over vermogen beschikt. Eiser heeft dat niet met bewijsstukken onderbouwd.

4. Op 15 februari 2020 heeft de griffier het kantoor van de gemachtigde van eiser gebeld en verzocht om een onderbouwing van de gestelde betalingsonmacht. Er is niet gereageerd op dit verzoek.

5. Op 10 maart 2020 heeft de griffier van de rechtbank de gemachtigde van eiser per brief nogmaals verzocht om een onderbouwing van de betalingsonmacht of om alsnog het griffierecht te voldoen. De gemachtigde van eiser is hiervoor een termijn van twee weken gegeven. De gemachtigde van eiser is er in deze brief op gewezen dat de behandelend rechter het beroep zonder nader bericht niet-ontvankelijk kan verklaren als er niet wordt voldaan aan dit verzoek. De gemachtigde van eiser heeft niet gereageerd op dit verzoek.

6. Nu de stelling van eiser dat hij geen inkomen en vermogen heeft, nadere onderbouwing dan wel toelichting behoeft en deze ondanks herhaalde verzoeken is uitgebleven, is niet vast komen te staan dat eiser aan de criteria voor betalingsonmacht voldoet.

7. Eiser heeft het griffierecht niet betaald. Dat dit eiser niet is toe te rekenen, is niet gebleken. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D.R. van der Meer, rechter, in aanwezigheid van mr. E.A.C. van Poelgeest, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 10 juni 2021.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een hogerberoepschrift. U moet dit hogerberoepschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.