Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:9863

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
08-09-2021
Datum publicatie
08-09-2021
Zaaknummer
09/058502-21
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

verdovende middelen en vuurwapen gevonden in woning medeverdachte. Schutznorm.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer: 09/058502-21

Datum uitspraak: 8 september 2021

Tegenspraak

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

[geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats] ),

[adres 1] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 11 juni 2021 (pro forma) en 25 augustus 2021 (inhoudelijke behandeling).

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. J. Roosma en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. E.A. Breetveld naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.
hij op of omstreeks 28 februari 2021 te Gouda tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een semi automatisch pistool, van het merk CZ, type P-10 S, kaliber 9mm (9.19 mm), zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of bijbehorende munitie (9 patronen) voorhanden heeft gehad;


2.
hij op of omstreeks 28 februari 2021 te Gouda tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, als bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een of meer hoeveelhe(i)d(en) van (een) middel(en) vermeld op lijst I en/of II van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen
- een weegschaal en/of
- een of meer auto(s), al dan niet voorzien van verborgen ruimte(n) en/of
- versnijdingsmiddelen en/of
- een geldbedrag van 37.115 euro en/of
- (een) telefoon(s) en/of
- sealbag(s) en/of
- een sealer en/of
- tas(sen),
voorhanden heeft gehad,
waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);


3.
hij op of omstreeks 28 februari 2021 te Gouda tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1485 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

4.
hij op of omstreeks 28 februari 2021 te Gouda tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen stoffen en/of voorwerpen heeft bereid, bewerkt, verwerkt, te koop aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd, vervaardigd of voorhanden gehad, dan wel vervoermiddelen, ruimten, gelden, andere betaalmiddelen en/of gegevens voorhanden heeft gehad, te weten
- een weegschaal en/of
- een of meer auto(s), al dan niet voorzien van verborgen ruimte(n) en/of
- versnijdingsmiddelen en/of
- een geldbedrag van 37.115 euro en/of
- (een) telefoon(s) en/of
- sealbag(s) en/of
- tas(sen) en/of
- een sealer,
waarvan hij en zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten;


5.
hij op of omstreeks 28 februari 2021 te Gouda tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 4,9 kilo, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
6.
hij op of omstreeks 28 februari 2021 te Gouda, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van een voorwerp (contant geldbedrag van 37115 euro)
- de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of heeft verborgen en/of heeft verhuld, wie de rechthebbende op dit voorwerp is/zijn en/of
- dit voorwerp heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of daarvan gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden dat dit voorwerp, onmiddellijk of middellijk, afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf.

3 De ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

3.1.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard op grond van vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. De raadsman heeft daartoe gesteld dat de met de opsporing belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op de beginselen van een behoorlijke procesorde door doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte, zonder huiszoekingsbevel binnen te treden in de woning aan de [adres 2] te Gouda, waar de verdachte zich op dat moment bevond. Het daarna verkregen bewijs is op onrechtmatige wijze verkregen en dient van het bewijs te worden uitgesloten. Voor zover van belang zal de rechtbank hierna nader ingaan op hetgeen de raadsman heeft aangevoerd.

3.2.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich verzet tegen de door de verdediging bepleite niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie. De officier van justitie heeft erop gewezen dat de politieagenten de woning zijn binnengetreden omdat er een reële kans bestond dat de bestuurder en een eventuele bijrijder van de in de sloot aangetroffen auto onderkoelingsverschijnselen hadden en dat zij hiertoe bevoegd waren op grond van artikel 3 van de Politiewet. De aanhoudingen zijn vervolgens rechtmatig geacht door de rechter-commissaris. Voorts heeft de officier van justitie gewezen op het zogenoemde Schutznormvereiste. Voor zover van belang zal de rechtbank hierna nader ingaan op hetgeen de officier van justitie heeft gesteld.

3.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging. De rechtbank overweegt hiertoe dat de politie op 28 februari 2021 om 4.53 uur de melding ontving dat er een personenauto te water was geraakt bij de [adres 3] te Gouda. De verbalisanten die ter plaatse kwamen hebben vervolgens geconstateerd dat er natte voetsporen liepen van de plaats van het ongeval vandaan. [verbalisant 1] heeft de sporen (over een afstand van 300 à 400 meter) gevolgd tot aan de voordeur van de woning aan de [adres 2] te Gouda. Op aanbellen werd niet opengedaan. De verbalisanten zijn vervolgens de woning binnengetreden (door het verbreken van een ruit in de voordeur), omdat uit onderzoek van de brandweer volgde dat er mogelijk twee personen in de auto hadden gezeten en dat deze, gezien de klap die het voertuig had gemaakt en de lage temperatuur van het water (de buitentemperatuur lag tegen het vriespunt), mogelijk letsel zouden hebben of onderkoeld waren.

De rechtbank constateert op grond van het dossier en hetgeen de verdachte hierover heeft verklaard, dat hij niet woonachtig was in de woning aan de [adres 2] te Gouda, maar dat hij hier slechts op bezoek was om iets te drinken. De rechtbank is op grond hiervan van oordeel dat, zelfs indien het binnentreden door de politieambtenaren onrechtmatig zou zijn geweest, niet is voldaan aan het Schutznormvereiste. De in dat geval geschonden norm (het huisrecht) strekt onder deze omstandigheden immers niet tot bescherming van de belangen van de verdachte. De vraag of sprake is van een vormverzuim zal de rechtbank daarom onbesproken laten.

4 De bewijsbeslissing

4.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van de onder 4 en 5 aan de verdachte ten laste gelegde feiten en tot bewezenverklaring van de onder 1, 2, 3 en 6 ten laste gelegde feiten.

4.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat niet is gebleken dat de verdachte zich bewust is geweest van de aanwezigheid van de in de woning aangetroffen verdovende middelen en de daarmee verband houdende voorwerpen, het geladen vuurwapen met munitie en het contante geldbedrag. De afbeeldingen en video’s op de telefoon van de verdachte waarop een vuurwapen en drugs te zien zijn, zijn via Telegram verkregen. Het aantreffen van één dactyloscopisch spoor op een pot waarin een verpakking met cocaïne zat is onvoldoende bewijs voor de conclusie dat de verdachte enige zeggenschap over de drugs heeft gehad.

4.3.

Gebruikte bewijsmiddelen

De rechtbank heeft hierna opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.

Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2021057810, van de politie-eenheid Den Haag, districtsrecherche Alphen aan den Rijn-Gouda, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 522).

De rechtbank bezigt de volgende bewijsmiddelen:

1. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 28 februari 2021, voor zover inhoudende (p. 29):

Op 28 februari 2021 omstreeks 5:30 uur was ik, [verbalisant 2] , gekleed in het uniform van politie en belast met de noodhulp voor de gemeente Gouda. Ik stond op dat moment voor een woning gelegen aan de [adres 2] te Gouda. (…) Toen ik de woning betrad riep ik op luide toon, "politie, politie laat u zien". Ik zag dat er een persoon de trap af kwam lopen. Later bleek dit [verdachte] te zijn. (…) Verdachte: [verdachte] , [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats] .

2. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 28 februari 2021, voor zover inhoudende (p. 105-106):

Op zondag 28 februari 2021 omstreeks 09:27 uur bevond ik mij in de woning aan de [adres 2] te Gouda. (…) In de woning werden aangetroffen:

In de vaste kast in de hal, welke op slot zat:

- (…) de volgende coupures:

77 briefjes van vijf euro.

350 briefjes van tien euro.

629 briefjes van twintig euro.

387 briefjes van vijftig euro.

11 briefjes van honderd euro.

- Zwart vuurwapen. CZP-10.

Deze was geladen, maar niet doorgeladen. Er zaten 9 patronen in het magazijn. Dit vuurwapen lag in de kast, gewikkeld in een witte doek met groene stippen erop.

- Rode tas met: geld en een groen- en wit pakket.

Het was een pakket gewikkeld in groene folie met daarop een affiche met de 212. Het was een wit pakket. Dit was wit poeder, gewikkeld in transparante folie.

- Jumbo tas met versnijdingsmiddelen.

- witkleurig voorraadbusje met daarin boterhamzakjes met daarin een witte substantie.

- Zwarte rugtas met blokken in bruine folie. Deze blokken tezamen hadden een gewicht 4,9 kilo.

- Een boterhamzakje met witte brokken, gebruikershoeveelheid. Dit lag in een zwarte emmer in de kast. (…)

In de keuken:

- weegschaal met wit poeder erop, op het aanrecht.

- steelpannetje op het aanrecht.

In de rechter keukenlade trof ik:

- weegschaal in een zwart hoesje, met daarop vlekken van wit poeder.

- een zakje met daarin veel lege nieuwe gripzakjes.

3. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 2 maart 2021, voor zover inhoudende (p. 57-58):

Op zondag 28 februari 2021, omstreeks 07:05 uur, was ik verbalisant dienstdoende als wijkagent drugs voor BT Gouda, in de woning [adres 2] te Gouda. (…) Ik ben vervolgens naar de overige ruimtes waaronder de keuken gelopen en heb daar rondgekeken. (…) Op het aanrecht zag ik een steelpannetje staan. Deze stond op zijn kop op een vaatdoek. Daarnaast lag een lepel. (…) Ik kreeg het vermoeden dat het pannetje gebruikt kon zijn om cocaïne uit te koken. Ik ben ambtshalve bekend met de kookmethode, dat daarbij een steelpannetje gebruikt wordt en dat er dan met een eetlepel in geroerd wordt. In de keuken zag ik op de koelkast een digitale weegschaal staan. Ik zag dat deze zwart van kleur was en zag dat er aan de zijkant een witte afdruk van een poeder zat. Ik zag in die afdruk een deel van het profiel van een vingerafdruk. Vanuit mijn taak heb ik altijd zogenaamde cocaïne-swipes op zak. Dit gebruik ik om de aanwezigheid van de werkbare stof in cocaïne aan te tonen wat mij kan helpen bij bijv. een controle of onderzoek. Vanuit mijn taak ben ik ambtshalve bekend met de uiterlijke kenmerken van cocaïne en het feit dat dit op weegschalen gewogen wordt. Omdat ik het idee had dat de witte poeder op de weegschaal cocaïne kon zijn heb ik de weegschaal gepakt en een cocaïne-swipe langs de zijkant gehaald waar ik de witte afdruk zag. Ik zag dat de swipe, welke roze van kleur is, direct felblauw kleurde wat indiceert dat de werkbare stof van cocaïne aanwezig is. Ik zette de weegschaal op het aanrecht en zag dat het weeggedeelte was schoongeveegd. Ik zag sporen van een natte doek die eroverheen gehaald was. Ik maakte met een niet gebruikte kant van de swipe een tweede swipe over het weeggedeelte. Ook toen zag ik dat het roze kleurde naar felblauw. Ik zag op het aanrecht enkele witte brokjes liggen. Ik heb er niet op gelet of deze brokjes er al lagen voordat ik de weegschaal op het aanrecht plaatste, maar het weeggedeelte was te schoon waardoor hetgeen wat ik op het aanrecht trof nooit van de weegschaal kan zijn gekomen. Ik heb vervolgens wederom met een schone kant van de swipe het aanrecht afgenomen. Wederom zag ik dat de roze swipe kleurde naar felblauw.

4. Het proces-verbaal van bevindingen (2e onderzoek GSM [verdachte] ), opgemaakt op 27 maart 2021, voor zover inhoudende (p. 271-281):

Verbalisant merkt op dat bij alle onderzochte inbeslaggenomen mobiele telefoons alleen dit toestel een samenhang geeft vanaf 12 februari 2021 tot aan 27 februari 2021.

1. Zo worden er onder andere video's gemaakt van het verpakken van drugs. Foto 1/3

2. Wordt er een grote bruine zak met geld gefilmd. Foto 4

3. Worden er bruine brokken drugs gefilmd en is te zien dat die op de tafel in de woning [adres 2] te Gouda liggen. Foto 5

4. En draait de camera naast die tafel waar een zak met henneptoppen te zien is. Foto 5

5. Een video waar twee vuurwapens in een doek worden getoond. Foto 6

6. Verder is er een video te zien van een wit brok met daarop het nummer 212 die op zicht overeenkomt met wat er gevonden is in de woning [adres 2] te Gouda. foto 7

7. Verpakte bruine substantie liggend op de bank [adres 2] te Gouda. Foto 8

8. En filmt [verdachte] zichzelf eerst in zijn gezicht als hij een auto bestuurt, waarna hij de camera bij draait naar zijn schoot. Op zijn schoot is een vuurwapen in een lap zichtbaar. Het vuurwapen en de print op de lap komen overeen met wat er is aangetroffen in de afgesloten kast in de woning [adres 2] te Gouda.

RESUMÉ. Bij het doorkijken van de opgenomen video's opgeslagen in de telefoon van [verdachte] is te zien dat de verdachte [verdachte] zichzelf regelmatig filmt en zo ook regelmatig in de woning [adres 2] te Gouda. Op het toestel van [verdachte] zijn in aanloop naar de zoeking op 28 februari 2021 video's te zien met daarop drugs, veel geld en vuurwapens. Het vuurwapen waar [verdachte] zichzelf mee filmt komt samen met de doek overeen met het vuurwapen welke was aangetroffen in de afgesloten kast op de [adres 2] te Gouda.

5. Het proces-verbaal van bevindingen (DCIM-bestanden), opgemaakt op 19 april 2021, voor zover inhoudende (p. 307):

Op de pagina's 271 tot en met 281 zijn onder andere Videoprints te zien met bijbehorende File data's, lees opslagnaam van de betreffende gegevens. Alle video's hebben een DCIM-bestandsnaam, die automatisch wordt meegegeven als een video door dat betreffende toestel wordt gemaakt. In deze bestandsnaam zitten in de filenaam geen verwijzingen dat een betreffend bestand door een andere manier, zoals bijvoorbeeld toegezonden worden via WhatsApp, op dit mobiele apparaat van [verdachte] zijn gekomen. DCIM staat voor digitale camerabeelden, een directorynaam in het Design rule for Camera File system, onderdeel van het bestandssysteem voor een digitale camera. Derhalve lijkt het aannemelijk dat de betreffende video's zijn opgenomen met het telefoontoestel van de verdachte [verdachte] . En is het derhalve niet aannemelijk dat een van die video's hem zijn toegezonden door derden.

6. Het proces-verbaal (narcotica), opgemaakt op 12 april 2021, voor zover inhoudende (p. 314-316):

Op maandag 12 april 2021 heb ik verbalisant de in perceel [adres 2] te Gouda substanties (nader) onderzocht.

Goednummer [-] .

Item 1 - rechthoekig pakket met blok vermoedelijke cocaïne. Het nettogewicht van dit blok vermoedelijke cocaïne betreft 1003 gram. (…) Van deze substantie werd een monster gemaakt en voorzien van [-] .

(…)

Item 2 - half blok vermoedelijke cocaïne. Het nettogewicht betreft 482 gram.

Van deze substantie werd een monster gemaakt en voorzien van [-] .

een plastic zak (…) met daarin een witte brokkelige poedersubstantie, met een nettogewicht van 1000 gram. Van deze substantie werd een monster gemaakt en voorzien van [-] . (…) Bij een uitgevoerde indicatieve test op deze substantie (middels Resolve-Agilent, scan 1539), bleek het hier om de vermoedelijke substantie levamisol te gaan. (…) De bovengenoemde substantie levamisol heeft van oorsprong een legale medische toepassing. In het kader van drugs handel/gebruik is het mij verbalisant uit ervaring en informatie van het Nederlands Forensisch Instituut bekend, dat deze substantie ook wordt gebruikt als

versnijdingmiddel voor cocaïne.

7. Het geschrift, te weten het rapport NFiDENT, gedateerd 13 april 2021, voor zover inhoudende (p. 320):

AANK9544NL gecomprimeerd poeder, wit, uit 1003 gram; aantal in onderzoek: een; conclusie bevat cocaïne.

AANK9539NL brok, wit, uit 482 gram; aantal in onderzoek: een; conclusie bevat cocaïne.

11. Het proces-verbaal van bevindingen (onderzoek hasjiesj), opgemaakt op 25 mei 2021, voor zover inhoudende (p. 353):

Op 28 februari 2021 werd tijdens een doorzoeking in de woning [adres 2] te Gouda een hoeveelheid materiaal vermoedelijk drugs in beslag genomen. (…) Vandaag dinsdag 25 mei 2021 omstreeks 10:45 uur is het materiaal door mij,

taakaccenthouder drugs (…) onderzocht. Ik zag en bevond het hiernavolgende:

Het materiaal betrof 5 grote, 5 middelgrote en 11 kleine verpakkingen. In de grote verpakking zat elk 4 kleine verpakking (totaal 20 kleine verpakkingen). In de middelgrote verpakking zat elk 3 kleine verpakking (totaal 15 kleine verpakkingen). Het betrof dus in totaal 46 kleine verpakkingen. De grote en middelgrote verpakkingen was met tape dicht geseald. Na de verpakking opengemaakt te hebben werd een blauw/rood/gele ballon aangetroffen. In deze ballonnen zaten de kleine verpakkingen welke in doorzichtig plastic waren verpakt. De doorzichtige verpakking van een 5-tal pakketjes werd verwijderd. De verpakking betrof 1,5 gram per pakketje. De 46 pakketten werd door mij met een geijkte weegschaal gewogen. In totaal wogen deze 46 pakketten 4,5 kilogram. Nettogewicht van alle 46 pakketten totaal bedroeg 4500 gram – (46 x1,5 gram) = 4431gram. Het gemiddelde gewicht van een (1) kleine verpakking bedroeg 96,3 gram. Nadat de pakketten waren ontdoen van het plastic rook in de mij bekende typisch geur van Hashish. Tevens herkende ik de Hashish aan de mij bekende kleur en vormgeving.

12. Het proces-verbaal (onderzoek vuurwapen en munitie), opgemaakt op 28 februari 2021, voor zover inhoudende (p. 115-118):

Soort wapen: semi-automatisch pistool. Fabrikant: Crvena Zastava. Merk: CZ. Model: P-10 S. Kaliber 9mm (9x19mm). (…) Omschrijving munitie. Soort: pistoolmunitie. Merk: Sellier & Bellot. Kaliber: 9mm (9x19mm). Aantal: 9 stuks. Bijzonderheden: de aangetroffen munitie kan wel met het in dit proces-verbaal genoemde vuurwapen worden verschoten. (…) Opmerking verbalisant. De in dit proces-verbaal gevoegde foto’s zijn mogelijk gecorrigeerd voor wat betreft grootte, contrast, helderheid, kleur en scherpte.

13. Het proces-verbaal relaas C-dossier, opgemaakt op 5 mei 2021, voor zover inhoudende (p. 304):

HERKENNING [verdachte] – VUURWAPEN. Op de telefoon van de [verdachte] werd een videobestand gevonden waarop de [verdachte] te zien was met op zijn schoot een soortgelijk vuurwapen en lap (kleur en print) als de lap

en het vuurwapen zoals was aangetroffen door de politie. (…) De collega [verbalisant 3] herkende de persoon als zijnde de [verdachte] .

14. Het proces-verbaal herkenning persoon door opsporingsambtenaar (herkenning verdachte op still van video), opgemaakt op 20 april 2021, voor zover inhoudende (p. 308):

Ik, verbalisant, [verbalisant 3] verklaar het volgende. Op dinsdag 20 april 2021 kreeg ik via e-mail een aandachtvestiging van [naam] /Eenheid Den Haag/District G/Basisteam Gouda. Daarin werd op basis van de volgende informatie en beeldmateriaal de herkenning van een persoon gevraagd. (…) Verstrekt beeldmateriaal. De aandachtvestiging bevatte 1 foto. (..) De persoon op foto 1 herken ik als: achternaam: [verdachte] ; voornamen: [verdachte] ; [geboortedatum] 1997; [geboorteplaats] in Bosnië-Herzegovina. (…) Ik ken hem vanuit mijn werkzaamheden als pGA (persoonsgerichte aanpak), woninginbrakenteam en ondermijningsteam. Ik ken de persoon van eerdere onderzoeken, aanhoudingen en controles. De verdachte is een bekende crimineel uit de wijk Korte akkeren die de bijnaam "Bosniër" heeft. De verdachte valt op door zijn mollige postuur, lange haar en vlassige baard. De laatste keer dat ik hem zag was op woensdag 24 februari 2021 om 01:20 uur. Het contact duurde toen ongeveer 1 uur. Ik herkende hem aan het totaalbeeld van zijn kenmerken. Ik herkende hem aan zijn mollige postuur, zijn opvallend lange haar, zijn pokdalige gezicht, zijn vlassige baardje en zijn algemene gezichtskenmerken. Aan zijn herkenning droegen de volgende specifieke kenmerken bij: Vooral zijn vlassige baardje en zijn pokdalige huid in zijn gezicht droegen bij aan de herkenning. Ik herkende hem onmiddellijk toen ik de foto zag. Over zijn identiteit was mij door anderen geen informatie verstrekt.

15. Het proces-verbaal van bevindingen (onderzoek sealapparaat), opgemaakt op 2 maart 2021, voor zover inhoudende (p. 242):

Op zondag 28 februari 2021 werd door de politie, in de woning [adres 2] te Gouda diverse goederen in beslag genomen. (…) Ik, [verbalisant 4] , tevens taakaccenthouder drugs, heb onderzoek gedaan naar de goederen. [-] : Betrof een sealapparaat wat ik ambtshalve herken om dergelijke zakken luchtdicht af te sluiten. Ik zag diverse witte poedervegen en resten aan de buitenzijde rondom het apparaat. Ik opende de sealklep en zag aan de binnenzijde ook diverse witte poedervegen en resten. Ik heb middels een cocaïne-swipe een indicatietest gedaan en zag dat het de roze-gekleurde swipe felblauw kleurde na contact met de witte poederresten. Dit betekent dat de werkzame stof van cocaïne aanwezig is in de witte poederresten. [-] : Dit betroffen diverse sealbags.

- Er waren 36 transparante sealbags, formaat 20 cm x 25 cm. Ik herkende dit ambtshalve als sealzakken waar verdovende middelen, veelal cocaïne en amfetamine, in afgesloten en vervoerd worden.

- Er waren 3 grijskleurige sealbags formaat 68 cm x 57.5 cm. Ik herkende dit ambtshalve als sealzakken waar verdovende middelen, veelal henneptoppen, in afgesloten en vervoerd worden.

- Er waren 6 transparante sealbags met groene sluitstrip, formaat 52.5 cm x 50 cm. Ik herkende dit ambtshalve als sealzakken waar verdovende middelen, veelal henneptoppen, in afgesloten en vervoerd worden. In 1 van de sealbags zag ik resten van een plantaardig goed. Ik opende de bag en rook een lucht welke ik ambtshalve herkende als de lucht die hennep geeft.

- Er was 1 transparante sealbag, formaat 58 cm x 35 cm. Ik herkende dit ambtshalve als sealzakken waar verdovende middelen, veelal henneptoppen, in afgesloten en vervoerd worden.

- Er was 1 zwartkleurige tas met handvatten welke middels een rits afgesloten kon worden, formaat 110 cm x 42 cm x 43 cm. De tas was open en ik rook een lucht welke ik ambtshalve herkende als de lucht die hennep geeft. Ik zag in de tas de resten van henneptoppen. Ik herkende dit ambtshalve als een tas waar verdovende middelen, veelal henneptoppen, in afgesloten en vervoerd worden.

- Er waren twee zwartkleurige sealbags, formaat 80 cm x 66 cm. Beide bags waren al geseald, maar vervolgens opengesneden. Ik opende de bags en rook in beide een lucht welke ik ambtshalve herkende als de lucht die hennep geeft. Ik herkende dit ambtshalve als sealbags waar verdovende middelen, veelal henneptoppen, in afgesloten en vervoerd worden.

16. De eigen waarneming van de rechtbank, gedaan op de terechtzitting van 25 augustus 2021, voor zover inhoudende:

Op de foto op pagina 102 staat een witte pot met een deksel met daarop een witte doek met groene stippen. Op de foto op pagina 103 is te zien dat in deze doek gewikkeld een zwart pistool zit. Deze doek en dit pistool vertonen gelijkenis met de witte doek met groene stippen en het zwarte pistool zoals afgebeeld op de foto/still op pagina 280. Ten aanzien van het pistool komt met name de vorm van het pistool ter hoogte van de patroonhouder overeen, het pistool heeft daar aan de

onderkant een uitstulping.

Op de foto op pagina 278 is een blok van vermoedelijk cocaïne zichtbaar met daarin gedrukt het getal 212. Dit blok bestaat uit twee losse delen, een rechter- en een linkerdeel, waarbij de breuklijn schuin over het getal 1 loopt. Op de onderste foto op pagina 314 is een half blok vermoedelijke cocaïne afgebeeld, dat is

aangetroffen in de woning aan de [adres 2] te Gouda. Dit halve blok vertoont

sterke gelijkenis met het rechterdeel zoals afgebeeld op pagina 278, doordat de

breuklijn eveneens schuin over het getal 1 loopt.

4.4.

Bewijsoverwegingen

De rechtbank is met betrekking tot de onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde feiten van oordeel dat deze feiten wettig en overtuigend zijn bewezen.

De rechtbank overweegt met betrekking tot de onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten in het bijzonder dat uit de hiervoor genoemde bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte, anders dan de verdediging heeft betoogd, op de hoogte was van de aanwezigheid van de goederen die zijn aangetroffen in de met sleutel en slot afgesloten kast in de woning aan de [adres 2] te Gouda en dat de verdachte deze goederen opzettelijk aanwezig respectievelijk voorhanden heeft gehad. De rechtbank wijst hiertoe op de video’s die de verdachte zelf – zo blijkt uit de bewijsmiddelen – met zijn telefoon heeft gemaakt in de twee weken voorafgaand aan zijn aanhouding. Aan de hand van de inhoud van deze video’s stelt de rechtbank vast dat de verdachte de beschikkingsmacht had over het pistool en dat hij zich bewust was van de aanwezigheid van de aangetroffen drugs en bijbehorende goederen in de woning. Voorts wijst de rechtbank op de vingerafdruk van de verdachte die is aangetroffen op de witte pot in deze kast waar cocaïne in is aangetroffen en waar het pistool op lag.

Anders dan de officier van justitie heeft gerekwireerd gaat de rechtbank er ook vanuit dat de verdachte op de hoogte was van de hasj die in de kast is aangetroffen. Ook ten aanzien van deze partij hasj wijst de rechtbank op de video’s die de verdachte heeft gemaakt met zijn telefoon, onder andere die waarop twee blokken hasj, liggend op de eettafel van de woning aan de [adres 2] te Gouda, te zien zijn.

Ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde feit overweegt de rechtbank in het bijzonder het volgende. Aan de hand van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de verdachte een contant geldbedrag van 36.915 euro voorhanden heeft gehad. De rechtbank wijst op een video die de verdachte met zijn telefoon heeft gemaakt van een groot geldbedrag, opgebouwd uit een vergelijkbare hoeveelheid coupures.

Gelet op de in de bewijsmiddelen opgenomen feiten en omstandigheden, met name dat dit grote contante geldbedrag zich in een afgesloten kast bevond waarin ook de genoemde hoeveelheden cocaïne en hasj en het geladen vuurwapen zijn aangetroffen, is er sprake van een vermoeden van witwassen. In dit geval mag van de verdachte verwacht worden dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van dit geldbedrag. De verdachte heeft echter geen verklaring ten aanzien van het geldbedrag afgelegd. De verdachte heeft ten aanzien van zijn inkomsten voorafgaand aan zijn aanhouding verklaard dat hij geen werk had, maar een Wajong-uitkering genoot. Nu dit geen afdoende verklaring is voor de aanwezigheid van het genoemde geldbedrag, concludeert de rechtbank dat het niet anders kan dan dat het genoemde geldbedrag onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig is.

4.5.

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

1.
hij op of omstreeks 28 februari 2021 te Gouda een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een semi-automatisch pistool, van het merk CZ, type P-10 S, kaliber 9mm (9x19 mm), zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en bijbehorende munitie (9 patronen) voorhanden heeft gehad;


2.
hij op 28 februari 2021 te Gouda, om een feit als bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, van hoeveelheden van middelen vermeld op lijst I van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen
- een weegschaal en
- versnijdingsmiddelen en
- een geldbedrag van 36.915 euro en
- een telefoon en
- sealbags en
- een sealer en
- tassen,
voorhanden heeft gehad,
waarvan verdachte wist dat die bestemd waren tot het plegen van die feiten;


3.
hij op 28 februari 2021 te Gouda opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1485 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

4.
hij op 28 februari 2021 te Gouda voorwerpen heeft voorhanden gehad, te weten
- een weegschaal en
- een geldbedrag van 36.915 euro en
- een telefoon en
- sealbags en
- tassen en
- een sealer,
waarvan hij wist dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten;


5.
hij op 28 februari 2021 te Gouda opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 4,431 kilo van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;
6.
hij op 28 februari 2021 te Gouda, een voorwerp (contant geldbedrag van 36.915 euro
voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat dit voorwerp, onmiddellijk of middellijk, afkomstig was uit enig misdrijf.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

6 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

7 De strafoplegging

7.1.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

7.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

7.3.

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

De verdachte heeft 1.485 gram cocaïne en 4.431 gram hasj voorhanden gehad. Ook heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan strafbare voorbereidingshandelingen met betrekking tot cocaïne en hasj. Verdovende middelen zijn verslavende stoffen en kunnen bij langdurig gebruik schadelijk zijn voor de gezondheid. Daarnaast ontstaat door het bezit van hard- en softdrugs en de daarmee samenhangende handel, schade en overlast voor de samenleving. Het handelen van de verdachte heeft hieraan bijgedragen.

De verdachte heeft voorts een geladen vuurwapen voorhanden gehad. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens brengt een onaanvaardbaar risico met zich mee voor de veiligheid van personen. Dit geldt des te meer als het vuurwapen geladen is en wordt gedragen in het openbaar. Uit een zelfgemaakte video blijkt dat de verdachte het vuurwapen bij zich droeg in de auto. De combinatie met de bewezenverklaarde handel in verdovende middelen maakt het risico van het bezit van het vuurwapen nog groter.

Tot slot heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het witwassen van 36.915 euro. Door zo te handelen heeft de verdachte eraan meegewerkt dat opbrengsten van misdrijven aan het zicht van justitie worden onttrokken. Dat is kwalijk, omdat daardoor ook andere strafbare feiten worden verhuld en het voordeel dat is genoten door het plegen van delicten niet kan worden ontnomen. Het witwassen van crimineel geld vormt een ernstige bedreiging van de legale economie en tast de integriteit aan van het financiële en economische verkeer.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 16 augustus 2021. In het nadeel van de verdachte weegt de rechtbank mee dat de verdachte al eerder is veroordeeld ter zake van misdrijven. De rechtbank houdt voorts ingevolge artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht rekening met het feit dat de verdachte op 14 mei 2021 is veroordeeld tot een taakstraf van 30 uren.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de ernst van de feiten en het strafblad van de verdachte, niet kan worden volstaan met een andere straf dan een (onvoorwaardelijke) gevangenisstraf. Zij acht een gevangenisstraf zoals gevorderd door de officier van justitie passend en geboden.

8 De inbeslaggenomen voorwerpen

8.1.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (beslaglijst) onder 1 en 2 genoemde voorwerpen zullen worden verbeurdverklaard en dat de onder 3, 4, 5, 6 en 7 genoemde voorwerpen zullen worden onttrokken aan het verkeer.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De raadsman heeft verzocht het geldbedrag van 115 euro dat bij zijn fouillering in beslag is genomen aan de verdachte terug te geven.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de op de beslaglijst (zie bijlage) onder 1 en 2 genoemde voorwerpen verbeurdverklaren. Deze voorwerpen zijn voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien deze voorwerpen aan de verdachte toebehoren en zijn bestemd tot het begaan van de onder 2 en 4 bewezenverklaarde misdrijven.

De rechtbank zal de op de beslaglijst (zie bijlage) onder 3, 4, 5, 6 en 7 genoemde voorwerpen onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn voor onttrekking aan het verkeer vatbaar, aangezien met betrekking tot deze voorwerpen de onder 1, 3 en 5 bewezenverklaarde feiten zijn begaan en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

Ten aanzien van het hiervoor genoemde verzoek van de raadsman om het bedrag van 115 euro uit de fouillering van de verdachte aan hem terug te geven, overweegt de rechtbank dat dit bedrag niet op de beslaglijst is opgenomen zodat hierover geen beslissing kan worden genomen.

9 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 33, 33 a, 36b, 36c, 57, 63, 420bis van het Wetboek van Strafrecht;

- 2, 3, 10, 10 a, 11 en 11a van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijsten I en II;

- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

10 De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 4.5 bewezen is verklaard en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;

ten aanzien van feit 2:

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;

ten aanzien van feit 3:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

ten aanzien van feit 4:

voorwerpen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde lid en vijfde lid, van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten;

ten aanzien van feit 5:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

ten aanzien van feit 6:

witwassen;

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte daarvoor strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 20 (twintig) maanden;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

verklaart verbeurd de op de beslaglijst onder 1 en 2 genoemde voorwerpen, te weten:

1. euro, goednummer 2557500;

2. sealbags, goednummer 2557542;

verklaart onttrokken aan het verkeer de op de beslaglijst genoemde voorwerpen, te weten:

3. cocaïne, goednummer 2557557;

4. 2 st. cocaïne, goednummer 2557560;

5. 1 kg poeder, goednummer 2557555;

6. 1 st. wapen, goednummer 2623102;

7. 9 st. patroon, goednummer 2623136.

Dit vonnis is gewezen door

mr. S.M. van der Schenk, voorzitter,

mr. M.S. Neervoort, rechter,

mr. A.J. van der Ven, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. J.M. Molenaar, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 8 september 2021.

Bijlage:

beslaglijst.