Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:9738

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
27-08-2021
Datum publicatie
02-09-2021
Zaaknummer
NL20.22169
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ongeloofwaardig asielrelaas. Identiteit en seksuele geaardheid niet aannemelijk gemaakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL20.22169


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. N. Wouters),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. C.H.H.P.M. Kelderman).


Procesverloop
Bij besluit van 4 december 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag afgewezen als ongegrond.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 9 juli 2021 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen A.M. Nakamya. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiseres stelt van Ugandese nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [datum] 1991. Eiseres heeft aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij vanwege haar homoseksuele geaardheid niet kan terugkeren naar Uganda.

2. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:

  • -

    Identiteit, nationaliteit en herkomst;

  • -

    De seksuele geaardheid van betrokkene;

  • -

    Problemen als gevolg van de seksuele geaardheid.

3. Verweerder heeft de gestelde nationaliteit en herkomst geloofwaardig geacht. Verweerder acht de identiteit van eiseres echter niet geloofwaardig, omdat eiseres in dat verband geen relevante documenten heeft overgelegd en verder vaag, onsamenhangend en inconsistent heeft verklaard over de wisselende geboortedatum. Verweerder acht ook de gestelde seksuele geaardheid van eiseres en de daaruit voortvloeiende problemen ongeloofwaardig.

4. Eiseres voert aan dat verweerder ten onrechte twijfelt aan de identiteit van eiseres. Eiseres is daadwerkelijk geboren op [datum] 1991. Er is gebruik gemaakt van een vals paspoort bij het verkrijgen van een Schengenvisum voor Spanje. Op dit paspoort staat de geboortedatum [datum 1] 1985, omdat de mensensmokkelaars alleen vrouwen wilden helpen die ouder waren dan 25 jaar. Verweerder stelt ten onrechte dat de Birth Notification Record, die eiseres daarnaast heeft overgelegd ter onderbouwing van haar identiteit, is afgegeven op basis van door eiseres zelf verstrekte gegeven. Dit document is opgesteld door lokale autoriteiten en dient voor registratie bij nationale autoriteiten. Verder acht verweerder de verklaringen met betrekking tot de seksuele geaardheid ten onrechte niet geloofwaardig. Hiertoe voert eiseres aan dat verweerder Werkinstructie 2019/7 niet heeft gevolgd door onvoldoende rekening te houden met het referentiekader van eiseres. Verder heeft eiseres voldoende inzicht gegeven in de ontdekking van haar homoseksualiteit, het acceptatieproces en haar relatie met de kerk. Met betrekking tot de relatie met [naam 1] heeft verweerder ten onrechte opgemerkt dat er geen langzaam opbouw van contacten is geweest. Het zoenen en samen douchen is een opbouw tot nader contact en verweerder miskent dat je dit niet met iedere willekeurige persoon doet. Bovendien moet een relatie tijdens de tienerjaren anders worden beoordeeld dan een affectieve relatie op latere leeftijd. Verweerder heeft verder niet uitgelegd waarom het incident met betrekking tot het dorpshoofd niet wordt geloofd.

De rechtbank oordeelt als volgt.

Identiteit

5. Verweerder heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiseres haar identiteit niet aannemelijk heeft gemaakt. Daartoe heeft verweerder allereerst kunnen overwegen dat eiseres geen relevante documenten heeft overgelegd waarmee haar identiteit kan worden vastgesteld. Uit het onderzoeksrapport van Bureau Documenten blijkt dat de door eiseres overgelegde Birth Notification Record geen officiële geboorteakte is, waardoor het niet als bewijs van geboorte kan dienen. Eiseres heeft in beroep alsnog een geboortecertificaat overgelegd. Verweerder heeft desgevraagd op zitting toegelicht dat Bureau Documenten dit certificaat ook heeft onderzocht. Uit dat onderzoek blijkt dat het geboortecertificaat weliswaar een echt document is, maar dat het vanwege het ontbreken van een foto of nationaliteitsgegevens niet als een identificerend document kan worden aangemerkt. Bureau Documenten heeft verder niets gezegd over de opmaak en afgifte van het document, waardoor er geen conclusies kunnen worden getrokken over de inhoud van het document. Dit is door eiseres niet weersproken.

6. Verweerder heeft verder terecht overwogen dat eiseres vage, onsamenhangende en inconsistente verklaringen heeft afgelegd over haar geboortedatum. Eiseres stelt dat zij is geboren op [datum] 1991. Verweerder heeft echter vastgesteld dat aan eiseres op 14 februari 2018 een visum voor Spanje is verleend op grond van een Ugandees paspoort met de geboortedatum [datum 2] 1985. Eiseres heeft verklaard dat het gaat om een vals paspoort dat zij al in 2010 via een mensensmokkelaar heeft verkregen om naar het Verenigd Koninkrijk te kunnen reizen. Ook heeft zij verklaard dat met dit (valse) paspoort in 2010 een visum voor het Verenigd Koninkrijk is aangevraagd, maar dat deze aanvraag werd afgewezen omdat eiseres minderjarig was.1 Nu eiseres volgens de geboortedatum in dat paspoort in 2010 echter 24 of 25 jaar oud - en dus meerderjarig - moet zijn geweest, heeft verweerder terecht aan eiseres tegengeworpen dat zij hierover niet geloofwaardig heeft verklaard. Bovendien gaat eiseres er kennelijk aan voorbij dat zelfs indien wel zou moeten worden uitgegaan van de door haar gestelde geboortedatum in 1991, zij in 2010 ook al meerderjarig moet zijn geweest, waardoor eens te meer niet aannemelijk is dat eiseres een vals paspoort met een onjuiste geboortedatum nodig had om haar meerderjarigheid aan te tonen. Verweerder heeft zich dan ook niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiseres de door haar gestelde geboortedatum van [datum] 1991 niet aannemelijk heeft gemaakt. Verweerder gaat er bij de beoordeling van de aanvraag van eiseres terecht van uit dat zij is geboren op [datum 2] 1985.

De seksuele geaardheid

7. Voor de beoordeling van asielaanvragen waarbij seksuele geaardheid als asielmotief wordt aangevoerd, hanteert verweerder Werkinstructie 2019/17. Hierin staat dat aan de hand van vijf thema’s (het privéleven, huidige en voorgaande relaties, contacten in het land van herkomst en contact met of kennis van LHBTI-groepen, contact met LHBTI’s in Nederland en kennis van de Nederlandse situatie en discriminatie, repressie en vervolging in het land van herkomst) wordt beoordeeld of van de geloofwaardigheid van de gestelde geaardheid van de betrokken uit kan worden gegaan. In het algemeen ligt het zwaartepunt op de antwoorden op vragen over de eigen ervaringen en persoonlijke beleving van de vreemdeling met betrekking tot zijn seksuele gerichtheid, wat dit voor hem en zijn omgeving heeft betekend, wat de situatie is voor personen met die gerichtheid in het land van herkomst en hoe diens ervaringen in het algemeen beeld passen. Dit geldt temeer als een vreemdeling – zoals eiseres – afkomstig is uit een land waar een LHBTI-gerichtheid maatschappelijk onacceptabel of strafbaar gesteld is.

8. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de gestelde seksuele geaardheid van eiseres niet ten onrechte als ongeloofwaardig heeft aangemerkt. Daartoe is allereerst van belang dat eiseres, zoals hiervoor is overwogen, niet geloofwaardig heeft verklaard over haar geboortedatum. Verweerder heeft niet ten onrechte overwogen dat dit met zich brengt dat ook aan de geloofwaardigheid van de verklaringen van eiseres over zowel de ontdekking van haar homoseksuele geaardheid als de daaropvolgende gebeurtenissen afbreuk wordt gedaan. Zo heeft eiseres verklaard dat zij in 2006 voor het eerst gevoelens kreeg voor een meisje. Op dat moment zat zij in de tweede klas van de middelbare school.2 Nu verweerder er echter van uitgaat dat eiseres in 1985 is geboren, waardoor zij in 2006 tenminste 20 jaar oud moet zijn geweest, volgt de rechtbank verweerder in zijn standpunt dat niet aannemelijk is dat eiseres toen pas in de tweede klas van de middelbare school zat. Verweerder heeft daaraan niet ten onrechte de conclusie verbonden dat de verklaringen van eiseres over haar eerste relatie met een meisje niet geloofwaardig zijn.

9. Verder heeft eiseres haar gestelde seksuele geaardheid niet aannemelijk gemaakt, omdat zij onvoldoende in staat is gebleken om inzicht te geven in haar eigen ervaringen en persoonlijke beleving met betrekking tot haar seksuele gerichtheid. Van eiseres mag worden verwacht dat zij kan verklaren wat de ontdekking van haar homoseksuele gevoelens voor haar heeft betekend in een land waar homoseksualiteit niet wordt geaccepteerd. Eiseres verklaart in dit kader dat zij, toen zij jong was, heel erg van meisjes hield en dat zij altijd met de meisjes wilde zijn.3 Eiseres verklaart verder dat zij niet meteen kon accepteren dat zij gevoelens had voor meisjes. Eiseres heeft geprobeerd om het te stoppen, maar het was haar niet gelukt.4 Verweerder mocht van eiseres verwachten dat zij hierover uitgebreid en diepgaand kan verklaren. Eiseres is echter, ook bij doorvragen, niet in staat gebleken om nader te verklaren over de wijze waarop zij dit (denk)proces heeft ervaren en hoe dat proces (verder) is verlopen. Daarnaast heeft verweerder het opmerkelijk kunnen vinden dat de summiere beantwoording van de nadere vraagstelling in contrast staat met de uitgebreide wijze waarop eiseres haar vrije relaas heeft gedaan.

10. Ten aanzien van de relatie met [naam 1] heeft verweerder kunnen overwegen dat eiseres hierover vage, algemene en weinig gedetailleerde verklaringen heeft afgelegd. Zo heeft eiseres hoofdzakelijk de lichamelijke kenmerken benoemd die zij leuk vond aan [naam 1].5 Dat eiseres daarnaast heeft verklaard dat zij op het zorgzame karakter van [naam 1] viel, heeft verweerder als een weinig op de persoon toegespitste beschrijving kunnen aanmerken. Voor wat betreft de langzame opbouw van contact en de stelling van eiseres dat een relatie van een tiener anders dient te worden beoordeeld als een volwassen relatie, heeft verweerder kunnen overwegen dat dat de relatie met [naam 1] een liefdesrelatie betreft waarop eiseres haar seksuele geaardheid baseert. Daarom mocht van eiseres worden verwacht dat zij hier gedetailleerder en overtuigender over kan verklaren dan zij heeft gedaan.

11. De rechtbank volgt eiseres niet in de stelling dat verweerder bij de weging van haar verklaringen geen rekening heeft gehouden met haar referentiekader en dat haar verklaringen onvoldoende binnen de context van wat gebruikelijk is in de Ugandese samenleving zijn beoordeeld. Niet is gebleken dat verweerder in zijn onderzoek naar en bij de beoordeling van de seksuele gerichtheid van eiseres onvoldoende rekening heeft gehouden met de wijze waarop in Uganda naar homoseksualiteit wordt gekeken. Daarbij mag, ook in het licht van de culturele context in Uganda, van eiseres worden verwacht dat zij (voldoende concrete) verklaringen aflegt over haar eigen ervaringen. Eiseres heeft niet concreet onderbouwd waarom dit van haar niet mag worden verwacht.

12. Ook het feit dat eiseres in staat is algemene informatie over de situatie van homoseksuelen in Uganda te verstrekken, heeft verweerder niet ten onrechte onvoldoende geacht om eiseres te volgen in haar stelling dat zij homoseksueel is. Daartoe heeft verweerder kunnen overwegen dat het lidmaatschap van en/of deelname aan activiteiten van LHBTI-organisaties nog niets zegt over de geaardheid van een persoon, nu een lidmaatschap makkelijk kan worden verworven. Daarnaast benadrukt verweerder terecht dat de verklaringen van eiseres zelf centraal staan en dat zij er niet is geslaagd om hiermee te overtuigen.

13. Met betrekking tot de door eiseres overgelegde verklaringen van derden – waaronder een verklaring van [naam 2] die stelt seksueel contact te hebben gehad met eiseres – oordeelt de rechtbank als volgt. Uit paragraaf 3.1 van Werkinstructie 2019/17 volgt dat verweerder ingebrachte informatie van derden altijd meeweegt, maar dat het gewicht dat hieraan wordt toegekend afhankelijk is van de individuele casus. Het is aan verweerder om in het besluit te motiveren hoe rekening is gehouden met ingebrachte verklaringen van derden of waarom daar geen rekening mee is gehouden. De enkele stelling dat het aan de vreemdeling is om het lhbti-zijn aannemelijk te maken middels zijn verklaringen, is onvoldoende. De rechtbank stelt vast dat verweerder voor wat betreft de overgelegde verklaringen slechts heeft overwogen dat deze niet tot een ander geloofwaardigheidsoordeel leiden, aangezien de verklaringen van eiseres centraal staan en dienen te overtuigen. Dit is volgens het eigen beleid van verweerder zoals hiervoor uiteengezet een onvoldoende draagkrachtige motivering. Dit leidt evenwel niet tot een vernietiging van het bestreden besluit, en wel hierom. Desgevraagd heeft verweerder zich ter zitting op het standpunt gesteld dat de verklaringen van eiseres over haar eigen ervaringen met betrekking tot haar seksuele geaardheid centraal staan. Daar heeft verweerder aan toegevoegd dat een enkel seksueel contact met een vrouw op zichzelf nog niet bepalend is voor de seksuele geaardheid van eiseres. Nu verweerder bij de geloofwaardigheidsbeoordeling in lhbti-zaken de nadruk legt op het op het relaas van de vreemdeling zelf over zijn of haar seksuele gerichtheid en verweerder niet ten onrechte heeft gesteld dat eiseres met haar verklaringen de door haar gestelde geaardheid niet aannemelijk heeft gemaakt, heeft verweerder daarmee voldoende - en in overeenstemming met de geldende werkinstructie - gemotiveerd dat de door verklaringen van derden die eiseres heeft overgelegd van onvoldoende gewicht zijn om tot een ander oordeel te kunnen leiden.

14. Nu verweerder zich naar het oordeel van de rechtbank niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiseres over haar homoseksuele gerichtheid ongeloofwaardig heeft verklaard, heeft verweerder ook de verklaringen van eiseres over de daaruit voortgekomen gebeurtenissen in Uganda, waaronder de gestelde problemen met het dorpshoofd, niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. Verweerder heeft dat standpunt in het bestreden besluit ook voldoende gemotiveerd. Zodoende is niet aannemelijk dat eiseres bij terugkeer naar Uganda voor vervolging moet vrezen dan wel een reëel risico loopt op ernstige schade.

15. Gelet op het voorgaande komt eiseres niet in aanmerking voor toelating op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vw.6 De aanvraag is terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van mr.N.H. de Zeeuw, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.

1 Rapport eerste gehoor, p. 16.

2 Rapport nader gehoor, p. 4.

3 Rapport nader gehoor, p. 11.

4 Rapport nader gehoor, p. 12.

5 Rapport nader gehoor, p. 12.

6 Vreemdelingenwet 2000.