Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:9695

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
01-09-2021
Datum publicatie
15-09-2021
Zaaknummer
AWB - 20 _ 8699
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Regulier, artikel 64 Vw, beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 20/8699

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 september 2021 in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres,

V-nummer [V-nummer]

(gemachtigde: mr. F. Arslan),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. S.S.H. Orsel).

Procesverloop

Bij besluit van 7 september 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres om uitstel van vertrek afgewezen.

Bij besluit van 27 oktober 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft beroep tegen het bestreden besluit ingesteld.

Op 11 augustus 2020 is de zaak via skype op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Ook was ter zitting aanwezig K. Lemmen, tolk in de Engelse taal.

Overwegingen

Waar gaat de zaak over?

1. Eiseres is geboren op [geboortedag] 1982 en heeft de Ghanese nationaliteit. Eiseres heeft medische klachten en heeft gelet op haar gezondheidstoestand verweerder verzocht haar uitstel van vertrek te verlenen op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet.

2. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres bij het primaire besluit afgewezen onder verwijzing naar het advies van het Bureau Medische Advisering (hierna: BMA-advies) van 7 september 2020. Uit dat advies volgt dat eiseres medische klachten heeft, bestaande uit littekenvorming, maagklachten, pijn in de bovenbuik en zuurbranden. Zij staat onder behandeling van een plastisch chirurg en een huisarts. Van de brieven van de behandelaars van 12 augustus 2020, 2 juni 2020 en 31 augustus 2020 is kennisgenomen. Ook gebruikt eiseres in verband met longproblemen een puffer. Verder volgt uit het BMA-advies dat bij het uitblijven van de medische behandeling geen medische noodsituatie op korte termijn wordt verwacht en dat eiseres in staat is om te reizen. Aanbevolen wordt dat eiseres bij de reis een schriftelijke overdracht van haar medische gegevens meeneemt en haar medicatie continueert tijdens de reis.

3. Eiseres heeft tegen het primaire besluit bezwaar ingesteld. Verweerder heeft het bezwaar bij het bestreden besluit ongegrond verklaard.

Wat stelt eiseres in beroep?

4. Eiseres stelt - voor zover thans van belang - dat verweerder het BMA-advies niet aan zijn besluitvorming ten grondslag had mogen leggen. Volgens eiseres is onvoldoende rekening gehouden met haar longproblemen. Eiseres meent dat er bij het uitblijven van een medische behandeling een medische noodsituatie op korte termijn zal ontstaan. Eiseres wijst er verder op dat zij bij terugkeer naar Ghana vanwege haar longproblemen een verhoogd risico loopt op het coronavirus. Eiseres zal bij besmetting geen toegang hebben tot de gezondheidszorg daar.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

5. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) is een advies van het BMA een deskundigenbericht aan verweerder ten behoeve van de uitoefening van zijn bevoegdheden. Indien verweerder een BMA-advies aan zijn besluitvorming ten grondslag legt, strekt de door de rechtbank te verrichten toetsing, als een vreemdeling geen contra-expertise overlegt, niet verder dan dat zij naar aanleiding van een daartoe strekkende beroepsgrond beoordeelt of verweerder zich ervan heeft vergewist dat dit advies - naar wijze van totstandkoming - zorgvuldig en - naar inhoud - inzichtelijk en concludent is.1

6. Eiseres heeft geen contra-expertise overgelegd. Ook anderszins is niet gebleken van een concreet aanknopingspunt voor twijfel aan de juistheid en volledigheid van het BMA-advies. Voor zover eiseres stelt dat het BMA-advies onzorgvuldig tot stand is gekomen, omdat onvoldoende rekening is gehouden met haar longproblemen, faalt deze stelling. Bij het opstellen van het BMA-advies, waarbij is uitgegaan van de door eiseres en haar behandelaars verstrekte informatie, zijn de longproblemen van eiseres betrokken. Daarover is in het advies vermeld dat eiseres in verband met longproblemen een puffer gebruikt, maar dat verdere informatie over de longproblematiek ontbreekt. Daarnaast is in het advies vermeld dat bij het uitblijven van een behandeling de longklachten kunnen toenemen, maar dat er geen medische noodsituatie op korte termijn zal ontstaan. Dat het uitblijven van een behandeling volgens eiseres tot een medische noodsituatie op korte termijn zal leiden, is op geen enkele wijze onderbouwd, zodat ook deze stelling faalt. De rechtbank is dan ook van oordeel dat er geen aanleiding is voor twijfel aan de juistheid en volledigheid van het BMA-advies en dat verweerder dit advies aan zijn besluitvorming ten grondslag heeft mogen leggen.

7. De ter zitting aangevoerde grond dat eiseres bij besmetting met het coronavirus in het land van herkomst geen toegang tot de gezondheidszorg zal hebben, is op geen enkele wijze onderbouwd en slaagt daarom niet.

Conclusie

8. Nu geen van de beroepsgronden slaagt, verklaart de rechtbank het beroep ongegrond.

9. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.M. de Keuning, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Kroes, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 september 2021.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de hogerberoepsrechter, waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. U moet dit hogerberoepschrift indienen binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u hoger beroep hebt ingesteld, kunt u de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter verzoeken een voorlopige voorziening te treffen.

1 Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling van 16 augustus 2013, ECLI:NL:RVS:2013:826 en van 14 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1765.