Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:9507

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
10-08-2021
Datum publicatie
31-08-2021
Zaaknummer
C/09/615729 / JE RK 21-1854
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp na een spoedmachtiging

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Kinderrechter

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaaksgegevens: C/09/615729 / JE RK 21-1854

Datum uitspraak: 10 augustus 2021

Beschikking van de kinderrechter

Machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp na een spoedmachtiging

in de zaak naar aanleiding van het op 29 juli 2021 ingekomen verzoekschrift van:

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag, hierna te noemen: het college,

betreffende:

- [minderjarige] geboren op [geboortedag] 2007 te [geboorteplaats]

hierna te noemen: [minderjarige] ,
advocaat: mr. A. van Eijck, te Den Haag.

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de vrouw] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende te [woonplaats]

Het procesverloop

Bij beschikking d.d. 29 juli 2021 heeft de kinderrechter een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven van 29 juli 2021 tot 12 augustus 2021 en het verzoek voor het overige aangehouden tot deze zitting.

De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder thans ook:

  • -

    voornoemde beschikking d.d. 29 juli 2021;

  • -

    de instemmingsverklaring d.d. 30 juli 2021 van een gedragswetenschapper als bedoeld in artikel 6.1.2, zesde lid, van de Jeugdwet, die de jeugdige met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht.

Op 10 augustus 2021 is de behandeling van de zaak ter zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij zijn verschenen:

  • -

    [minderjarige] , bijgestaan door haar advocaat;

  • -

    mevrouw [vertegenwoordiger van de gemeente] namens het college;

  • -

    de moeder;

  • -

    een begeleider van [verblijfplaats] als toehoorder.

Verzoek

Het verzoek strekt tot machtiging [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de periode van drie maanden.

Aan het verzoek ligt het volgende ten grondslag. Er zijn ernstige zorgen over het gedrag van [minderjarige] en de gevolgen voor haar ontwikkeling. Ze accepteert geen gezag, kan afspraken niet naleven en brengt zichzelf herhaaldelijk in gevaarlijke situaties. Ze loopt regelmatig weg en wil niet vertellen waar zij dan is geweest. Er zijn zorgen dat [minderjarige] bij mannen is die geen goede intenties met haar hebben en misbruik van haar maken. [minderjarige] ziet het gevaar van haar (seksuele) gedrag niet in en is erg beïnvloedbaar. Daarnaast hebben verschillende incidenten plaatsgevonden in het logeerhuis waarbij [minderjarige] verbaal en fysiek geweld heeft gebruikt. De moeder en de hulpverlening krijgen geen grip op haar gedrag.

[minderjarige] heeft, mede bij monde van haar advocaat, ingestemd met het verzochte, althans heeft zich niet tegen toewijzing daarvan verzet. [minderjarige] heeft verklaard dat het goed met haar gaat. Ze voelde zich niet veilig bij de moeder thuis en wil daar niet meer naartoe. [minderjarige] heeft aangegeven dat ze zich de komende maanden wil inzetten en zich aan de afspraken wil houden. Daarna wil ze graag naar een open en gemengde groep. De advocaat heeft namens [minderjarige] naar voren gebracht dat [minderjarige] zich neerlegt bij de gesloten plaatsing. Het is van belang dat er zo snel mogelijk een plan wordt opgesteld en er wordt gewerkt naar plaatsing op een open groep.

De moeder heeft ingestemd met het verzochte. De moeder heeft verklaard dat [minderjarige] zonder reden wegliep en zichzelf en anderen hierdoor in gevaar bracht. De moeder staat achter de gesloten plaatsing.

Beoordeling

De kinderrechter overweegt dat uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat het verzoek tot machtiging [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp de instemming heeft van de gezaghebbende ouder(s). Nu derhalve sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 6.1.2, derde lid onder c, van de Jeugdwet, is een ondertoezichtstelling van [minderjarige] niet vereist.

De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter zitting naar voren is gekomen, van oordeel dat sprake is van ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren en die maken dat de opneming en het verblijf in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp noodzakelijk zijn om te voorkomen dat [minderjarige] zich aan de zorg die zij nodig heeft onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.

Daarbij overweegt de kinderrechter dat [minderjarige] zelfbepalend gedrag vertoont en geen gezag accepteert. Ze kan verbaal en fysiek geweld laten zien en de hulpverlening heeft geen grip meer op [minderjarige] . Ze houdt zich niet aan de afspraken en brengt zichzelf in gevaarlijke situaties door regelmatig weg te lopen zonder te vertellen waar ze dan is. [minderjarige] is een kwetsbaar meisje en er zijn ernstige zorgen over de (seksuele) contacten die zij heeft, maar [minderjarige] (h)erkent deze zorgen niet. De kinderrechter acht de structuur en veiligheid van de gesloten setting daarom noodzakelijk en zal de gesloten machtiging toewijzen zoals verzocht.

Daarom zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:

verleent een machtiging [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp zoals bedoeld in artikel 6.1.2, eerste lid, van de Jeugdwet van 12 augustus 2021 tot 29 oktober 2021.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 augustus 2021 door mr. M. van Loenhoud, kinderrechter, in tegenwoordigheid van V.A.H. Schoorl als griffier.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 24 augustus 2021.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van

het gerechtshof Den Haag.