Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:9288

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
05-08-2021
Datum publicatie
06-09-2021
Zaaknummer
NL21.8083
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

asiel - lesbische geaardheid - ongegrond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG


Bestuursrecht

zaaknummer: NL21.8083


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres, V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. M.M. Volwerk),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. E. de Jong).


Procesverloop
Bij besluit van 20 mei 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 juli 2021. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen M.G. Nyabukye. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiseres heeft de Ugandese nationaliteit en is geboren op [geboortedag] 1993. Eiseres heeft aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij lesbisch is. Ze had sinds 2014 een relatie met een man om de schijn op te houden. Sinds 2017 heeft ze een lesbische relatie met [A] . Op 20 mei 2019 zijn ze betrapt in een hotel door de vriend van [A] . Eiseres is bang dat haar familie en omgeving is geïnformeerd over haar geaardheid en vreest voor vervolging door de overheid en haar omgeving.

2. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen: 1. identiteit, nationaliteit en herkomst; 2. seksuele gerichtheid; en, 3. problemen.

Verweerder heeft zich hierover op het standpunt gesteld dat het eerste element geloofwaardig is. Voor de geaardheid heeft verweerder getoetst aan de hand van de thema’s: privéleven; huidige en voorgaande relaties, contacten in het land van herkomst en contact met of kennis van lhbti groepen; contact met lhbti’s in Nederland en kennis van de Nederlandse situatie; en discriminatie, repressie en vervolging in land van herkomst.1 Op basis van de verklaringen van eiseres acht verweerder het tweede en derde element ongeloofwaardig. De asielaanvraag wordt daarom afgewezen als ongegrond.

Zorgvuldige besluitvorming

3.1.

Eiseres vindt dat verweerder onvoldoende zorgvuldig onderzoek heeft gedaan. Verweerder had volgens eiseres moeten doorvragen en heeft onvoldoende duidelijk gemaakt welke verklaringen zijn betrokken en beoordeeld.

3.2.

De rechtbank stelt voorop dat het aan eiseres is om de vluchtmotieven duidelijk naar voren te brengen en niet aan verweerder om deze met vragen - nader - aan het licht te brengen. Voorts houdt de omstandigheid dat verweerder geen nadere vragen heeft gesteld aan eiseres niet in dat zij niet in de gelegenheid is gesteld eigener beweging, bijvoorbeeld door middel van correcties en aanvullingen op de gehoren, datgene naar voren te brengen wat zij ter onderbouwing van haar asielaanvraag van belang acht.2 Daarbij stelt de rechtbank vast dat de gehoorambtenaar op meerdere punten heeft doorgevraagd, heeft gezegd dat haar antwoorden oppervlakkig waren en ook expliciet heeft gevraagd naar de persoonlijke ervaring van eiseres.3 Verder hoeft verweerder niet elke individuele verklaring die is afgelegd expliciet en kenbaar te betrekken in zijn motivering van het bestreden besluit. Verweerder mag zich voor zijn motivering beperken tot de kern en van belang is dat de bestuursrechter de motivering kan toetsen.

Lesbische geaardheid

4.

4.1.

Eiseres voert aan dat verweerder de verklaringen over [D] alsnog in haar nadeel betrekt. Verder betoogt eiseres dat verweerder de verklaringen over haar opluchting en blijdschap die ze voelde toen ze open was over haar gevoelens tegenover [A] onvoldoende heeft betrokken. Zo zijn niet alle details van haar verklaringen kenbaar betrokken en miskent verweerder dat eiseres de tegenstrijdigheden over [A] in de correcties en aanvullingen heeft toegelicht. De relatie met [B] was om haar eigen geaardheid te onderdrukken en niet zozeer om haar gerichtheid voor de buitenwereld te verbergen. Over de kennis van eiseres over lhbti-organisaties had verweerder moeten doorvragen. Daarbij is het onduidelijk waarom zij kennis zou moeten hebben over lhbti-organisaties.

4.2

De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet ten onrechte de lesbische geaardheid van eiseres ongeloofwaardig heeft geacht. De rechtbank stelt daarbij voorop dat verweerder een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling maakt waarbij alle mogelijke geloofwaardigheidsindicatoren worden betrokken. Hoewel eiseres enige inzicht geeft in haar gevoelens, heeft verweerder het geheel aan verklaringen onvoldoende mogen achten. Zo heeft verweerder niet ten onrechte aan eiseres tegengeworpen dat haar verklaringen omtrent [A] vaag en oppervlakkig blijven, dit temeer nu zij zelf verklaart dat zij jarenlang een geheime liefdesrelatie met haar had. Eiseres verwijst in haar beroepsgronden naar verklaringen die zij heeft afgelegd, maar deze zijn oppervlakkig en bieden geen (verder) inzicht in de gestelde relatie. De verklaringen geven geen blijk dat de relatie een vriendschappelijke band overstijgt, maar blijven steken in algemene observaties. Dat eiseres kan verklaren over bijvoorbeeld de geboortedatum en het werk van [A] , is onvoldoende om te spreken van een meer dan vriendschappelijke band. Hierbij acht de rechtbank van belang dat eiseres universitair geschoold is en verweerder daarom van haar mag verwachten dat zij diepgaandere en meer inzichtelijke verklaringen kan afleggen dan zij heeft gedaan. Ook heeft verweerder niet ten onrechte betrokken dat eiseres ongerijmd verklaard heeft met betrekking tot haar relatie met [B] . Haar stelling in de zienswijze dat zij een relatie met [B] had om de schijn hoog te houden, is namelijk tegenstrijdig met haar verklaring tijdens het nader gehoor dat niemand hem in levenden lijve heeft ontmoet. Eiseres heeft over deze relatie in het nader gehoor uitgebreid verklaard dat zij geen problemen met haar familie wilde krijgen en mensen kunnen vermoeden dat je lesbisch bent als je niet met een jongen wordt gezien. Dat eiseres stelt de relatie te zijn aangegaan om haar eigen lesbische gevoelens te onderdrukken en een “straight life” te krijgen, is hiermee tegenstrijdig. Verweerder heeft dit dan ook terecht in haar nadeel meegewogen. Ook heeft verweerder terecht geconcludeerd dat de verklaringen van eiseres over de tijd die ze doorbracht met [A] tegenstrijdig zijn. Waar zij eerst aangeeft dat zij twee weken per maand elke avond bij [A] op haar kamer was, verklaart zij vervolgens dat ze maar één keer per week bij [A] (de nacht) op haar kamer was.

4.3

De rechtbank overweegt verder dat eiseres niet kan worden gevolgd in haar betoog dat de verklaringen van eiseres omtrent haar gevoelens over [D] ten opzichte van het voornemen meer in haar nadeel worden betrokken. Verweerder motiveert in het bestreden besluit dat eiseres wordt gevolgd in haar betoog dat de verklaringen hieromtrent moeten worden betrokken bij de beoordeling. Geenzins overweegt verweerder dat de verklaringen in haar nadeel worden betrokken. Verweerder motiveert dat deze verklaringen niet tot een ander standpunt over de geloofwaardigheid leiden.

4.4

Ten aanzien van de kennis over lhbti-organisaties overweegt de rechtbank dat de antwoorden van eiseres geen aanleiding gaven om door te vragen. Eiseres verklaart namelijk niets te weten over lhbti-organisaties in Uganda. Verweerder heeft gemotiveerd waarom van eiseres meer mag worden verwacht en overwogen dat het gebrek van kennis haar niet wordt tegengeworpen, maar ook niet in haar voordeel werkt. Dat het eiseres wel zou zijn tegengeworpen, wordt dan ook niet gevolgd. De Facebookposts heeft verweerder ook onvoldoende mogen achten. Haar kennis en deelname aan activiteiten in Nederland heeft verweerder kenbaar in haar voordeel betrokken. De gronden van eiseres slagen niet.

Problemen

5.

5.1.

Over de problemen stelt eiseres dat de toevalligheid van [C] is toegelicht in de zienswijze, maar niet is betrokken door verweerder. Dat er geen aanwijzingen zijn dat de familie bekend is geraakt met de geaardheid van eiseres, staat bovendien los van [C] . Verder is eiseres direct ondergedoken waardoor zij niet kon onderzoeken of [C] de dreiging heeft uitgevoerd en kan het legaal verlaten van Uganda evenmin afbreuk doen aan de problemen. Ook zal eiseres problemen kunnen ondervinden naar aanleiding van haar Facebookposts, nu deze in Uganda bekendheid kunnen krijgen.

5.2.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder de gestelde ondervonden problemen niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. Verweerder heeft daarbij van belang kunnen achten dat eiseres geen aanwijzingen had dat de lokale overheid, politie, journalisten op de hoogte waren van haar geaardheid. Ze wist niet of haar werkgever op de hoogte was en van haar familie had ze enkel een vermoeden. De rechtbank volgt de motivering van verweerder dat het vreemd is dat eiseres alles heeft achtergelaten, waaronder [A] , zonder zich te verdiepen in de vraag in hoeverre haar geaardheid bekend was geworden en of ze daadwerkelijk moest vrezen. De enige mogelijke aanwijzing op haar Facebookpagina heeft eiseres pas gezien toen ze in Nederland aankwam, en draagt daarom niet bij aan haar reden voor vertrek uit Uganda. De afwezigheid van aanwijzingen heeft, in tegenstelling tot het betoog van eiseres, invloed op de geloofwaardigheid van de betrapping door [C] . Omdat er geen aanwijzingen zijn dat iemand achter de gestelde geaardheid van eiseres is gekomen, is minder geloofwaardig dat zij daadwerkelijk is betrapt. Bovendien heeft verweerder daarbij niet ten onrechte betrokken dat de toevalligheid dat [C] bij eiseres en [A] voor de hoteldeur stond verdere afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van het asielrelaas van eiseres.

5.3

Ten aanzien van het betoog van eiseres dat zij bij terugkeer naar Uganda vreest voor problemen naar aanleiding van haar Facebookpost, is de rechtbank het met verweerder eens dat eiseres hierin niet gevolgd kan worden. Zoals verweerder terecht ter zitting heeft aangegeven is het niet zeker bij wie de Facebookpost bekend is en geven ook de drie negatieve reacties geen aanleiding voor een ander oordeel. Het is immers voor iedereen mogelijk een Facebookaccount aan te maken en comments te posten.

Conclusie

6. Verweerder heeft het tweede en derde element niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. Eiseres komt niet in aanmerking voor toelating op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vreemdelingenwet 2000. De aanvraag is op goede gronden afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond.

7. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. M.D. Gunster, rechter, in aanwezigheid vanmr. A.M. Petersen, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

1 Op basis van de openbare werkinstructie 2019/17 ‘Horen en beslissen in zaken waarin lhbti-gerichtheid als asielmotief is aangevoerd’.

2 Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1040.

3 Zie bijvoorbeeld pagina 10, 11, 12, 17 en 20, van het nader gehoor.