Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:9273

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
23-06-2021
Datum publicatie
06-09-2021
Zaaknummer
AWB - 20 _ 3752
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

terugkeerbevel Bulgarije - procesbelang - niet-ontvankelijk

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 20/3752

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juni 2021 in de zaak tussen

[eiser] , eiser, V-nummer [V-nummer]

(gemachtigde: mr. J.S. Jordan),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. A.T.M. Vroom-van Berckel).

Procesverloop

Bij besluit van 29 januari 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder eiser het bevel gegeven om onmiddellijk naar Bulgarije terug te keren.

Bij besluit van 22 april 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De zitting was op 10 juni 2021 middels een Skype-beeldverbinding. Beide partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.

Overwegingen

Waar gaat deze zaak over?

1. Eiser is geboren op [geboortedag] 1990 en heeft de Pakistaanse nationaliteit.

2. Op 29 januari 2020 heeft de politie eenheid Den Haag aan eiser het bevel gegeven om onmiddellijk terug te keren naar Bulgarije. Dit omdat eiser op 28 januari 2020 werkend is aangetroffen bij het restaurant ‘ [bedrijf] ’, terwijl hij niet in het bezit was van documenten die vereist zijn voor het uitvoeren van deze werkzaamheden.

Wat vinden eiser en verweerder in beroep?

3. Eiser stelt dat het bestreden besluit is genomen in strijd met artikel 3:46, artikel 7:2 en artikel 7:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Ook is het bestreden besluit in strijd met Richtlijn 2008/115/EG (de Terugkeerrichtlijn) en wordt eiser door het besluit belemmerd in zijn recht op vrij verkeer van personen en het recht van de EU-partner van eiser om zich, samen met eiser en haar minderjarig kind, in Nederland te vestigen conform Richtlijn 2004/38/EG (de Verblijfsrichtlijn).

4. Verweerder heeft gemotiveerd op de beroepsgronden gereageerd. Verweerder heeft zich primair op het standpunt gesteld dat het beroep niet-ontvankelijk is.

5. Op de specifieke argumenten van partijen gaat de rechtbank hierna in, voor zover dat nodig is.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

6. De rechtbank moet eerst beoordelen of het beroep ontvankelijk is voor zij het beroep inhoudelijk kan behandelen. De vraag is namelijk of eiser wel procesbelang heeft bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Niet in geschil is dat eiser, nadat hem op 29 januari 2020 het bevel is gegeven onmiddellijk naar Bulgarije terug te keren, Nederland ook daadwerkelijk heeft verlaten. Eiser heeft dus reeds aan het terugkeerbevel voldaan. Ook de aan het terugkeerbevel gekoppelde signalering is reeds opgeheven. Eiser heeft ter zitting gesteld dat hij desondanks procesbelang heeft, omdat hij als partner van een gemeenschapsonderdaan in Nederland rechtmatig verblijf had en door het onrechtmatige terugkeerbevel materiële schade heeft geleden en ten onrechte proceskosten heeft moeten betalen. Deze schade wil eiser vergoed zien.

De rechtbank volgt eiser niet. Eiser heeft in het politieverhoor voorafgaand aan het terugkeerbevel verklaard dat zijn vrouw op dat moment in Bulgarije woonde. Ook de gemachtigde van eiser heeft ter zitting verklaard dat eisers vrouw op 29 januari 2020 niet in Nederland verbleef. Hieruit volgt dat eiser ten tijde van het bestreden besluit geen rechtmatig verblijf in Nederland had op grond van de Verblijfsrichtlijn. Dit maakt naar het oordeel van de rechtbank dat eiser geen belang heeft bij de inhoudelijke behandeling van zijn zaak. Eiser kan door zijn beroep namelijk niet in een materieel gunstiger positie komen. De rechtbank komt daarom niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de gronden die eiser tegen het bestreden besluit heeft aangevoerd.

7. Het beroep is niet-ontvankelijk.

8. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.D. Gunster, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Petersen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2021.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.