Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:9245

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
06-05-2021
Datum publicatie
03-09-2021
Zaaknummer
NL21.5430
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

opvolgende aanvraag - niet-ontvankelijk - medische situatie - beroep ongegrond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: NL21.5430


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser, V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. A.A. Hardoar),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. J.W. van Deel).


Procesverloop
Bij besluit van 1 april 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard. Tevens handhaaft verweerder het eerder opgelegde terugkeerbesluit en het eerder door Duitsland uitgevaardigde inreisverbod.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL21.5431, plaatsgevonden op 29 april 2021. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.W.F. Menick, als waarnemer van zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt van Oekraïense nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedag] 1967. Eiser heeft eerder een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft deze aanvraag bij besluit van 19 februari 2021 afgewezen. Eisers beroep tegen dit besluit is bij uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Rotterdam, van 2 april 2021, ongegrond verklaard. Op 22 februari 2021 heeft eiser opnieuw een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Die aanvraag ligt ten grondslag aan het nu bestreden besluit.

2. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000), omdat eiser geen nieuwe elementen of bevindingen aan deze aanvraag ten grondslag heeft gelegd. Hij heeft dit gedaan onder verwijzing naar het hierboven genoemde besluit van 19 februari 2021.

3. Eiser stelt voorop dat het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen nu verweerder eiser ten onrechte niet medisch heeft onderzocht alvorens hem te horen dan wel de zaak in de verlengde asielprocedure verder te behandelen. Eiser vertoont symptomen van een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Eiser voert daarnaast aan dat hij bij terugkeer naar de Oekraïne wel degelijk een reëel en voorzienbaar risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) dan wel artikel 3 van het Antifolterverdrag. Verweerder heeft ten onrechte de aangekondigde getuigenverklaring van zijn broer niet als een nieuw element of bevinding aangemerkt. Het terugkeerbesluit en inreisverbod zijn daarom onterecht aan eiser opgelegd. Subsidiair meent eiser dat hem een redelijke vertrektermijn geboden te worden gezien zijn medische gesteldheid.

4. De rechtbank overweegt als volgt.

De rechtbank stelt voorop dat als er geen relevante wijziging van het recht is, de rechter aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden toetst of verweerder de aanvraag niet ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard met toepassing van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vw 2000. De rechtbank verwijst in dit kader naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 22 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1759). Nieuwe elementen of bevindingen zijn feiten of omstandigheden die na het eerdere besluit zijn voorgevallen of die niet vóór dat besluit konden en dus moesten worden aangevoerd. Daaronder vallen ook bewijsstukken van al eerder gestelde feiten of omstandigheden die niet vóór het nemen van dat eerdere besluit konden en dus moesten worden overgelegd.

5. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat een mogelijke toekomstige getuigenverklaring van de broer van eiser niet als nieuw element kan worden gezien, reeds omdat deze (nog) niet is overgelegd. Verder heeft verweerder terecht overwogen dat aan een eventuele getuigenverklaring van de broer van eiser niet de benodigde objectieve bewijswaarde kan toekomen, waardoor deze verklaring ook om deze reden niet als een nieuw element of bevinding kan worden aangemerkt. De enkele stelling van eiser dat aan de hand van de inhoud van de mogelijke verklaring de objectiviteit kan worden vastgesteld, leidt niet tot een ander oordeel.

6. Het betoog van eiser dat verweerder nader onderzoek naar de medische klachten van eiser had moeten verrichten alvorens eiser te horen, slaagt evenmin. Hiertoe overweegt de rechtbank dat verweerder terecht heeft overwogen dat de medische klachten van eiser reeds in de vorige procedure zijn aangevoerd en beoordeeld en dat eiser nog steeds geen medische documenten heeft overgelegd om aan te tonen dat hij medische behandeling ondergaat dan wel behoeft. Hierbij heeft verweerder ook kunnen betrekken dat nu onderhavige aanvraag een opvolgende asielaanvraag betreft en eiser uit een veilig derde land komt, verweerder niet automatisch eiser medisch advies aanbiedt en het dan ook op de weg van eiser lag om, indien hij medisch advies nodig achtte, dit voor het gehoor bij verweerder kenbaar te maken. Dat eiser blijkens het proces-verbaal van 5 januari 2021 aan de vreemdelingenpolitie en in zijn eerste asielprocedure tijdens zijn aanmeldgehoor van 13 januari 2021 heeft aangegeven dat hij gezondheidsproblemen heeft, maakt dit niet anders, nu deze feiten reeds zijn betrokken in de eerste asielprocedure van eiser. Daarbij komt dat eiser aan het begin van het gehoor opvolgende asielaanvraag van 15 maart 2021 is gevraagd of hij zich lichamelijk en geestelijk in staat voelde het gehoor te doen, hetgeen eiser heeft bevestigd. Ook is tijdens dit gehoor de gehoorbeperking van eiser en de mogelijkheid tot het vragen om een pauze besproken en heeft eiser aan het eind van het gehoor aangegeven dat hij de tolk goed heeft kunnen verstaan en dat hij geen op- of aanmerkingen heeft over de werkwijze van de gehoorambtenaar of van de tolk.

7. Voor zover eiser betoogt dat hem, gelet op zijn medische situatie, ten onrechte een terugkeerverplichting is opgelegd en subsidiair dat aan hem een redelijke vertrektermijn geboden dient te worden, overweegt de rechtbank als volgt. In het kader van de onderhavige procedure, waarin het gaat om een opvolgende asielaanvraag, hoeft verweerder op grond van artikel 3.6a, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 niet ambtshalve te beoordelen of eiser in aanmerking komt voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw 2000. Indien eiser van mening is dat hij medisch gezien niet in staat is om Nederland onmiddellijk te verlaten, dient hij een aanvraag tot uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw 2000 in te dienen.

8. De slotsom is dat verweerder zich naar het oordeel van de rechtbank niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat er geen sprake is van nieuwe elementen of bevindingen als bedoeld in artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vw 2000. Er zijn evenmin bijzondere feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 83.0a van de Vw 2000 die maken dat de rechtbank het bestreden besluit moet toetsen als ware het de afwijzing van de eerste aanvraag.

9. De aanvraag is terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is ongegrond.

10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. M.D. Gunster, rechter, in aanwezigheid vanmr. A.M. Petersen, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.