Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:8941

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
11-08-2021
Datum publicatie
17-08-2021
Zaaknummer
AWB 20/3512
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

leges, evenredigheidsbeginsel, buitenschuld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JV 2021/225 met annotatie van Fernandez Ferreiro, L.
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 20/3512

v-nummers: [Nummer 1] , [Nummer 2]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam 1] , eiser,

[Naam 2] , eiseres,

tezamen: eisers

(gemachtigde: mr. D.P.J. Cain)

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: R. van der Heijden)

Procesverloop

Bij besluit van 1 april 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers

tegen de weigering om eisers vrij te stellen van de legesverplichting voor de

verlengingsaanvraag regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘humanitair tijdelijk’,

ongegrond verklaard.

Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Met toestemming van partijen doet de rechtbank op grond van artikel 8:57, eerste lid, van de Awb1 uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Eisers, geboren op respectievelijk [Geb. datum 1] 1985 en [Geb. datum 2] 1987, zijn staatloos. Op 20 november 2019 hebben zij een aanvraag ingediend om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd.

2. Op 23 januari 2020 hebben eisers verzocht om vrijstelling van de leges. Eisers hebben de leges desondanks betaald. Bij afzonderlijke besluiten van 12 februari 2020 heeft verweerder de aanvragen om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning ingewilligd. Eisers hebben hiertegen bezwaar gemaakt, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op het verzoek tot vrijstelling van de leges. Bij het bestreden besluit heeft verweerder overwogen dat eisers niet voor vrijstelling van de leges in aanmerking komen en het bezwaar ongegrond verklaard.

3. Eisers hebben in beroep aangevoerd dat er sprake is van betalingsonmacht en dat zij daarom moeten worden vrijgesteld van de verplichting tot het betalen van de leges. Zij ontvangen alleen een bijstandsuitkering en vormen een gezin met vijf minderjarige kinderen. Daarnaast zullen zij elk jaar de leges moeten betalen nu de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning slechts één jaar is. Ter onderbouwing van hun standpunt verwijzen eisers naar een uitspraak van de voorzieningenrechter van deze rechtbank, zittingsplaats Groningen, van 22 juli 2015.2

De rechtbank oordeelt als volgt.

4. Verweerder heeft zich voldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat eisers niet voor vrijstelling van leges in aanmerking komen. Terecht heeft verweerder gewezen op artikel 3.34 van het Voorschrift Vreemdelingen 2000. In de tarieftabel, rij q, in dit artikel is bepaald dat de vreemdeling die een verlengingsaanvraag indient voor een verblijfsvergunning ‘tijdelijke humanitaire gronden’ een bedrag van € 326 is verschuldigd.

Voor de verlengingsaanvraag van eisers is in deze regeling geen vrijstellingsmogelijkheid van de wettelijke legesverplichting opgenomen. De door eisers aangevoerde feiten en omstandigheden zijn niet zo bijzonder of knellend dat de gevolgen van de legesheffing onevenredig zijn in verhouding tot de met de legesheffing te dienen doelen. Het achterwege laten van matiging of vrijstelling van legesbetaling levert dan ook geen schending op van artikel 3:4, tweede lid, van de Awb. Het beroep op de uitspraak van de voorzieningenrechter slaagt niet, reeds omdat in die zaak sprake was van een aanvraag om verlenging van een verblijfsvergunning ‘niet tijdelijk humanitaire gronden’.

5. Het beroep is ongegrond.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, op 11 augustus 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van bekendmaking hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

1 Algemene wet bestuursrecht.

2 ECLI:NL:RBDHA:2015:9057