Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:8768

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
05-08-2021
Datum publicatie
10-08-2021
Zaaknummer
C/09/612652 / KG ZA 21-509
Rechtsgebieden
Aanbestedingsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Aanbesteding (digitale hulpmiddelen voor verkiezingen). In geschil is of het verzoek tot deelname van eiser terecht ongeldig is verklaard, omdat eiser niet met de referenties heeft aangetoond aan de (technische) geschiktheidseisen te voldoen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/612652 / KG ZA 21-509

Vonnis in kort geding van 5 augustus 2021

in de zaak van

REGIO IT GESELLSCHAFT FÜR INFORMATIONSTECHNOLOGIE MBH te Aken (Duitsland),

eiseres,

advocaten mr. P.F.C. Heemskerk en mr. M. van den Brink te Amsterdam,

tegen:

DE STAAT DER NEDERLANDEN (het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Kiesraad) te Den Haag,

gedaagde,

advocaten mr. J.E. Palm en mr. S.L. Berghoef te Den Haag.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Regio iT’ en ‘de Kiesraad’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in kort geding van 31 mei 2021, met producties;

- de door de Kiesraad overgelegde conclusie van antwoord, met producties;

- de op 20 juli 2021 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1.

De Kiesraad heeft een niet-openbare Europese aanbestedingsprocedure georganiseerd ten behoeve van, kort gezegd, de levering, het beheer en de (door)ontwikkeling van digitale hulpmiddelen voor verkiezingen.

2.2.

De aanbesteding bestaat uit een selectiefase en een inschrijvingsfase. De Kiesraad is voornemens maximaal vijf gegadigden te selecteren voor de inschrijvingsfase.

2.3.

De aanbestedingsprocedure is uitgewerkt in een selectiedocument met kenmerk 201865002.001.021 (hierna: ‘het Selectiedocument’). In paragraaf 3.3 van het Selectiedocument zijn geschiktheidseisen opgenomen, waaraan een gegadigde moet voldoen om voor de opdracht in aanmerking te komen. De (technische) geschiktheidseisen houden in dat de gegadigde moet beschikken over de ervaring (kerncompetenties) die de Kiesraad noodzakelijk acht om de opdracht te kunnen uitvoeren. Volgens paragraaf 3.3 betreft het de volgende kerncompetenties: (1) Ontwikkelen van veilige maatwerksoftware, (2) Hosten van maatwerksoftware, (3) Hosting-dienstverlening voor een gecompartimenteerde omgeving en (4) Op aanvraag (on demand) schaalbare Virtual Desktop Infrastructure (VDI). Verder staat in paragraaf 3.3 dat de gegadigde door middel van ondertekende referentieverklaringen moet aantonen dat hij aan deze geschiktheidseis voldoet. De in te vullen referentieverklaringen zijn als bijlage 3 bij het Selectiedocument gevoegd. Uit de referentieverklaringen moet blijken dat de gegadigde aantoonbaar ervaring heeft met de vier genoemde kerncompetenties. De gegadigde moet minimaal één en maximaal zes referentieverklaringen indienen. De vier kerncompetenties moeten ten minste éénmaal voorkomen in de aangeleverde referentieopdrachten. Als in één referentieopdracht meerdere kerncompetenties voorkomen, mag de gegadigde voor die kerncompetenties dezelfde referentie gebruiken. Ten slotte staat in paragraaf 3.3 van het Selectiedocument dat de Kiesraad de aangeleverde gegevens kan verifiëren (onder andere bij de referenten).

2.4.

De hierboven genoemde vier kerncompetenties zijn nader omschreven in een tabel in paragraaf 3.3 van de Selectiedocument. Hierin is met betrekking tot kerncompetentie 1 (het ontwikkelen van veilige maatwerksoftware) het volgende opgenomen:

2.5.

In bijlage E (DHV basisarchitectuur) is op pagina 7, met betrekking tot ‘maatregelen rond naleving en controle’, onder meer het volgende opgenomen:

“Het ontwerp van het DHV bevat diverse belangrijke beveiligingsnormenkaders, -voorschriften, richtlijnen en eisen die van toepassing zijn op verschillende partijen. Indien een van de partijen niet voldoet aan een beveiligingseis, kan dit resulteren in beveiligingsrisico's. Het is bijvoorbeeld van belang dat de ontwikkelpartij conform Secure Software Development beveiligingsrichtlijnen werkt, om te voorkomen dat kwetsbaarheden worden geïntroduceerd in de software tijdens het ontwikkelproces.”

Verder staat in paragraaf 7.4.2 van bijlage E, onder ‘Eisen ontwikkelen software’:

2.6.

In het Selectiedocument is bepaald dat een verzoek tot deelname ongeldig wordt verklaard, als een gegadigde niet aan de geschiktheidseisen van paragraaf 3.3 voldoet. Ook staat in paragraaf 6.3 dat een verzoek tot deelname van een gegadigde ongeldig wordt verklaard, als dit niet voldoet aan de formele eisen. Die formele eisen houden onder meer in dat het verzoek tot deelname op tijd wordt ingediend en dat bij dit verzoek alle gevraagde informatie, waaronder ook de referentieverklaring, wordt ingeleverd (paragraaf 6.3 Selectiedocument en Bijlage A ‘Checklist Verzoek tot Deelname’). De Kiesraad beoordeelt voorafgaand aan de inhoudelijke beoordeling van een verzoek tot deelname eerst of aan de geschiktheidseisen en de formele eisen is voldaan en er geen uitsluitingsgronden op de gegadigde van toepassing zijn (paragraaf 4.1 Selectiedocument).

2.7.

Op de aanbesteding hebben zes partijen een verzoek tot deelname ingediend, waaronder Regio iT. Regio iT is ook de huidige leverancier van de verkiezingssoftware voor de Kiesraad. Regio iT heeft bij haar verzoek zes referentieverklaringen overgelegd, waaruit volgens Regio iT blijkt dat zij over de gevraagde kerncompetenties beschikt.

2.8.

Bij brief van 12 mei 2021 heeft de Kiesraad aan Regio iT bericht dat haar verzoek tot deelname ongeldig is verklaard, omdat het verzoek niet voldoet aan de geschiktheidseis technische bekwaamheid (hierna te noemen: de Selectiebeslissing). In de motivering van de Selectiebeslissing heeft de Kiesraad, voor zover van belang, het volgende geschreven:

“U voldoet niet aan de geschiktheidseis technische bekwaamheid. Uit uw ingediende referentieverklaringen blijkt niet dat u voldoet aan kerncompetentie 1 (Ontwikkelen van veilige maatwerksoftware) en kerncompetentie 4 (Op aanvraag (on demand) schaalbare VDI).

(…)

Kerncompetentie 1:

(…) Ondanks dat u voor deze kerncompetentie vijf referentieverklaringen heeft ingeleverd, heeft u bij geen enkele van deze referenties aangetoond dat in het ontwikkelproces secure software development principes (SSD) zijn toegepast. Daarmee heeft u niet aangetoond dat u voldoet aan de geschiktheidseis.

(…)

Kerncompetentie 4:

(…) Voor deze kerncompetentie heeft u twee referentieverklaringen ingeleverd. In deze referentieverklaringen heeft u niet aangetoond dat er sprake was van een op aanvraag schaalbare VDI. Daarmee heeft u niet aangetoond dat u voldoet aan de gestelde geschiktheidseis.

(…)”

2.9.

Regio iT heeft zich op het standpunt gesteld dat de Kiesraad haar verzoek tot deelname onterecht ongeldig heeft verklaard. Op verzoek van Regio iT heeft op 25 mei 2021 een toelichtend gesprek tussen partijen plaatsgevonden. Voorafgaand aan dat gesprek heeft Regio iT bij bericht van 21 mei 2021 een schriftelijke reactie gegeven met haar bezwaren op de Selectiebeslissing. In het bericht schrijft Regio iT onder meer het volgende:

“In de eerste plaats voldoet regio iT aan kerncompetentie 1; het ontwikkelen van veilige maatwerksoftware. Uit Europese regelgeving en internationale normen volgt dat verkiezingssoftware door middel van secure software development (“SSD”) dient te worden ontwikkeld. regio iT toont met referentie 1 en referentie 2 aan ervaring te hebben met de ontwikkeling, de verzorging en het onderhoud van verkiezingssoftware. Het Ministerie had als specialist moeten begrijpen dat regio iT hiermee heeft aangetoond dat zij SSD in het ontwikkelproces heeft toegepast en derhalve voldoet aan kerncompetentie 1, zeker waar regio iT op dit moment vergelijkbare software voor nota bene de Nederlandse staat heeft ontwikkeld. Dat niet met zoveel woorden uit de ingediende referentieverklaringen blijkt dat in het ontwikkelproces SSD principes zijn toegepast, komt doordat de verklaringen door de desbetreffende referenten zijn opgesteld. Deze referenten hebben uitgebreide kennis over onder meer de toepassing van de door regio iT geleverde software. Echter, deze referenten hebben geen kennis van interne processen en specifieke ontwikkeling van de geleverde software. Om die reden hebben de referenten deze informatie niet specifiek in de referentieverklaring vermeld.

Daarnaast voldoet regio iT ook aan kerncompetentie 4; op aanvraag (on demand) schaalbare VDI. regio iT heeft dat ook met de door haar ingediende referentieverklaringen aangetoond. Met referentie 6 toont regio iT namelijk aan schaalbare virtual desktop infrastructure (“VDI”) te kunnen opzetten, hosten en beheren.

Uit de referentieverklaring blijkt dat het stadsbestuur van Aken momenteel ongeveer 1.800 van de in totaal meer dan 4.000 virtuele werkstations in gebruik heeft. Het Ministerie had hieruit moeten begrijpen dat in dit geval sprake was van een schaalbare VDI en regio iT daarmee voldoet aan kerncompetentie 4.

(…)

Indien niettemin toch nog onduidelijkheid bestond bij het Ministerie over de kwalificatie van regio iT, had het op de weg van het Ministerie gelegen om een en ander te verifiëren bij regio iT en/of de referenten van regio iT om deze onduidelijkheid weg te nemen. Dat regio iT voldoet aan de gevraagde technische bekwaamheid had zij zoals gezegd ook intern kunnen navragen. Het Ministerie is immers bekend met het feit dat regio iT momenteel de huidige leverancier is van de verkiezingssoftware van het Ministerie.

(…)”

2.10.

De Kiesraad is na het toelichtend gesprek van 25 mei 2021 bij haar Selectiebeslissing gebleven. Daarop heeft Regio iT dit kort geding aanhangig gemaakt.

3 Het geschil

3.1.

Regio iT vordert – samengevat – dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis de Kiesraad beveelt om:

- primair: (i) de Selectiebeslissing in te trekken, (ii) het verzoek tot deelname van Regio iT geldig te verklaren en (iii) inhoudelijk op basis van de selectiecriteria door een nieuw beoordelingsteam een nieuwe selectiebeslissing te laten nemen;

- subsidiair: (i) de Selectiebeslissing in te trekken, (ii) het verzoek van Regio iT door een nieuw beoordelingsteam te laten herbeoordelen conform het bepaalde in het Selectiedocument, en (iii) een nieuwe selectiebeslissing te nemen;

in alle gevallen met oplegging van een dwangsom zoals in de dagvaarding gevorderd en met veroordeling van de Kiesraad in de proceskosten, de nakosten daaronder begrepen.

3.2.

Regio iT voert daartoe – samengevat – aan dat de Kiesraad haar verzoek tot deelname ten onrechte ongeldig heeft verklaard. Regio iT heeft met referenties 1 tot en met 5 aangetoond dat zij aan kerncompetentie 1 (ontwikkelen van veilige maatwerksoftware) voldoet. Dat in het ontwikkelproces van deze referentieprojecten door Regio iT Secure Software Development (hierna: SSD) principes zijn toegepast, is een gegeven, aangezien Regio iT (ook bij deze opdrachten) ISO 27001 is gecertificeerd (en zich in het verlengde daarvan conformeert aan ISO 27002) Die certificering heeft ook betrekking op de diensten en producten die een gecertificeerde organisatie aan haar klanten aanbiedt. Gelet hierop dient op basis van ISO 27001 elke softwareontwikkeling van Regio iT te voldoen aan de principes van SSD. Regio iT heeft in haar referenties letterlijk geduid dat zij ISO 27001 is gecertificeerd. Regio iT verwijst als voorbeeld naar referentieverklaring 4 van Smartlab Innovationsgesellschaft mbH (Smartlab), waarin uitvoerig wordt omschreven hoe Regio iT in samenspraak met Smartlab een laadstationsinformatiesysteem heeft ontwikkeld, en waarin ook staat dat de veiligheids- en bedrijfsprocessen van Regio iT zijn gecertificeerd conform ISO 27001. De Kiesraad had als specialist moeten begrijpen dat Regio iT hiermee heeft aangetoond dat zij SSD principes in het ontwikkelproces heeft toegepast en daarmee voldoet aan kerncompetentie 1, zeker waar Regio iT als zittende dienstverlener in opdracht van de Kiesraad en in lijn met de ISO 27001/2 al jarenlang SSD principes toepast.

Daarnaast heeft Regio iT, anders dan de Kiesraad betoogt, met haar referentieverklaring 6 aangetoond dat zij ervaring heeft met een schaalbare VDI en dus eveneens voldoet aan kerncompetentie 4.

Indien desondanks toch nog onduidelijkheid bestond bij de Kiesraad over de kwalificatie van Regio iT, had het op de weg van de Kiesraad gelegen om één en ander te verifiëren bij Regio iT en/of de referenten om deze onduidelijkheid weg te nemen. Niet alleen rust op de Kiesraad een inspanningsverplichting om de juistheid van de inhoud van de ontvangen inschrijvingen te controleren (zie ook artikel 2.113a Aanbestedingswet 2012 (Aw 2012), maar ook rust op grond van het zorgvuldigheidsbeginsel op de Kiesraad een verplichting om zorgvuldig onderzoek te verrichten naar de aanmelding van Regio iT als daarover onduidelijkheid bestaat en zo nodig verduidelijking te vragen. Indien de Kiesraad navraag zou hebben gedaan bij de referenten, zouden deze hebben bevestigd dat Regio iT in het ontwikkelproces SSD principes heeft toegepast en daadwerkelijk ervaring heeft met het opzetten, hosten en beheren van een op aanvraag schaalbare VDI, aldus – steeds – Regio iT.

3.3.

De Kiesraad voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4 De beoordeling van het geschil

4.1.

In dit kortgeding is aan de orde of de Kiesraad het verzoek tot deelname van Regio iT terecht als ongeldig terzijde heeft gelegd, omdat uit de overgelegde referentieverklaringen niet blijkt dat Regio iT aan de kerncompetenties 1 en 4 voldoet. De voorzieningenrechter gaat hierna eerst in op het geschil met betrekking tot kerncompetentie 1 (het ontwikkelen van veilige maatwerksoftware).

4.2.

De voorzieningenrechter neemt daarbij, met partijen, het volgende tot uitgangspunt. Op grond van het Selectiedocument moet Regio iT met referenties aantonen dat zij ervaring heeft met het ontwikkelen van veilige maatwerksoftware. Gelet op de omschrijving van deze kerncompetentie in paragraaf 3.3, houdt dit tevens in dat uit de referentieopdrachten blijkt dat

Regio iT in het ontwikkelproces bij het betreffende project aantoonbaar SSD-principes heeft toegepast. Het geschil tussen partijen draait om de vraag of Regio iT dit met de door haar aangeleverde referenties heeft aangetoond.

4.3.

Regio iT heeft zich in de dagvaarding op het standpunt gesteld dat het een gegeven is dat Regio iT in het ontwikkelproces van de referentieprojecten SSD-principes heeft toegepast, omdat Regio iT ISO 27001 is gecertificeerd en op basis van ISO 27001 (een internationaal erkende norm op het gebied van informatiebeveiliging) elke softwareontwikkeling moet voldoen aan de principes van SSD. De Kiesraad heeft ter zitting aangevoerd dat dit standpunt niet als juist kan worden aanvaard, aangezien ook ISO 27001 gecertificeerde bedrijven een opdracht mogen aannemen waarin bij het ontwikkelproces geen SSD-principes worden toegepast (bijvoorbeeld uit financiële overwegingen). Volgens de Kiesraad heeft zij daarom de eis gesteld dat gegadigden moesten aantonen dat zij op een specifiek project al SSD-principes hadden toegepast.

4.4.

Regio iT heeft, in reactie op het bovenstaande betoog van de Kiesraad, niet bestreden dat het inderdaad mogelijk is dat een ISO 27001 gecertificeerd bedrijf in een klantsituatie geen SSD-principes toepast. Dat met het bezit van een ISO 27001 certificering nog niet automatisch is gegeven dat in een concreet project altijd volgens SSD-principes is ontwikkeld, volgt overigens ook (impliciet) uit het standpunt dat Regio iT eerder in haar brief van 21 mei 2021 heeft ingenomen. Daarin heeft Regio iT gesteld dat zij met referenties 1 en 2 heeft aangetoond dat zij aan kerncompetentie 1 voldoet. De Kiesraad heeft terecht aangevoerd dat dit niet strookt met de stelling van Regio iT dat zij vanwege het bezit van een ISO 27001 certificaat altijd SSD-principes toepast, aangezien dit dan immers voor alle referenties die voor kerncompetentie 1 zijn overgelegd (1, 2, 3, 4 en 5) zou moeten gelden.

4.5.

Voor zover Regio iT zich erop beroept dat zij ISO 27001 gecertificeerd is, is dat dus niet voldoende. De maatstaf is of uit (de tekst van) de referentieverklaringen volgt dat Regio iT bij het ontwikkelproces bij het referentieproject SSD-principes heeft toegepast.

4.6.

Regio iT heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat uit de referentieverklaring van Smartlab (voor wie een laadpaal informatiesysteem is ontwikkeld) weldegelijk blijkt dat bij het ontwikkelproces door Regio iT SSD-principes zijn toegepast. Regio iT wijst daartoe, allereerst, naar de omschrijving van het door Regio iT ontwikkelde veiligheidsconcept (vanaf pagina 11, linksonder), waarin is omschreven hoe het laadpaal informatiesysteem in samenspraak met Smartlab is ontwikkeld. Ook verwijst Regio iT naar de verklaring van Smartlab (p. 12, halverwege): “De werking van LISY2 vindt plaats op gevirtualiseerde servers en databanken in de rekencentra van de firma regio iT. De veiligheids-en bedrijfsprocessen van de firma regio iT zijn gecertificeerd conform ISO 9001, ISO 20000 en ISO 27001.” Uit deze omschrijving, in onderlinge samenhang bezien, volgt volgens Regio iT voldoende duidelijk dat bij het ontwikkelproces voor Smartlab de normen van ISO 27001 zijn toegepast.

4.7.

Volgens de Kiesraad volgt ook uit de door Regio iT aangehaalde referentieverklaring van Smartlab niet dat bij het ontwikkelproces voor Smartlab SSD-principes zijn toegepast. De Kiesraad heeft toegelicht dat de (zes) leden van het beoordelingsteam individueel en onafhankelijk van elkaar naar de gegeven omschrijving van de referentieopdrachten hebben gekeken, maar unaniem tot de conclusie zijn gekomen dat uit die omschrijving niet blijkt dat bij deze opdrachten in het ontwikkelproces SSD-principes zijn toegepast. Volgens de Kiesraad heeft het beoordelingsteam daarbij niet uitsluitend gezocht naar het woordje ‘SSD’ in de verklaring, maar is er gekeken of uit de gegeven omschrijving van de opdracht voortvloeit dat SSD-principes zijn toegepast. Dat was volgens de Kiesraad niet het geval. De Kiesraad heeft in dat verband aangevoerd – en Regio iT heeft dat niet weersproken – dat de kern van veilig ontwikkelen volgens SSD-principes is, dat sprake is van een interactief traject waarbij de opdrachtgever vanaf dag 1 bij diverse taken van het ontwikkeltraject is betrokken. Dat houdt in dat de opdrachtgever specifieke beveiligingseisen opstelt en dat er tussentijds meerdere momenten zijn waarop de opdrachtgever en de leverancier samen controleren of aan de opgelegde veiligheidseisen is voldaan (onder meer via “code reviews”). Volgens de Kiesraad kon in de verklaring van Smartlab niet worden gelezen dat op deze manier is ontwikkeld. Uit de verklaring volgt slechts dat er sprake is van een bestaand veiligheidsconcept dat was ontwikkeld, wat vervolgens met de firma Smartlab is geactualiseerd, aldus de Kiesraad.

4.8.

Aldus heeft de Kiesraad gemotiveerd gesteld waarom zij tot het oordeel is gekomen dat uit de inhoud van de referentieverklaring van Smartlab niet kan worden afgeleid dat op het referentieproject bij het ontwikkelproces SSD-principes zijn toegepast. Regio iT heeft daartegenover onvoldoende onderbouwd dat de Kiesraad niet in redelijkheid tot dit oordeel heeft kunnen komen. Ook ten aanzien van de overige referentieverklaringen (1, 2, 3 en 5) heeft Regio iT niet onderbouwd waarom het oordeel van de Kiesraad dat uit die referenties niet aantoonbaar blijkt dat in het ontwikkelproces SSD-principes zijn toegepast, onjuist is.

4.9.

De voorzieningenrechter volgt Regio iT niet in haar betoog dat het – hetzij op basis van de in het Selectiedocument opgenomen verificatiemogelijkheid, hetzij op basis van het zorgvuldigheidsbeginsel – op de weg van de Kiesraad had gelegen om naar aanleiding van de referentieverklaringen navraag te doen bij de referenten. Er is hier geen sprake van een vormfout of een evidente omissie, die zich voor herstel leent. In de aanbestedingsstukken is bepaald dat gegadigden binnen de voorgeschreven sluitingstermijn een verzoek tot deelname moeten indienen, met daarbij referentieverklaringen waaruit volgt – onder andere – dat de gegadigde bij referentieopdrachten aantoonbaar SSD-principes heeft toegepast (en daarmee aantoonbaar aan de geschiktheidseis van het ontwikkelen van veilige maatwerksoftware voldoet). Ook volgt uit de aanbestedingsstukken dat het ontbreken van een referentieverklaring waaruit deze aantoonbare ervaring met het toepassen van SSD-principes blijkt, leidt tot ongeldigverklaring van het verzoek tot deelname (paragraaf 3.3 en 6.3 van het Selectiedocument). In dit geval heeft Regio iT vijf verklaringen van referenten overgelegd, waaruit volgens haar aantoonbaar blijkt dat Regio iT ervaring heeft met het ontwikkelen van maatwerksoftware (en dus ook aantoonbaar SSD-principes heeft toegepast). Een ter zake deskundig beoordelingsteam van de Kiesraad is vervolgens, na inhoudelijke bestudering van de referentieverklaringen, eensgezind tot het oordeel gekomen dat uit géén van de aangeleverde verklaringen aantoonbaar blijkt dat bij de betreffende referentieopdracht in het ontwikkelproces SSD-principes zijn toegepast, zodat het verzoek tot deelname niet aan de gestelde geschiktheidseisen voldoet. Niet als juist kan worden aanvaard dat de Kiesraad bij die stand van zaken navraag had moeten doen bij Regio iT of bij de referenten om te verifiëren of bij het ontwikkelproces SSD-principes waren toegepast. De Kiesraad voert terecht aan dat het door de aanbestedende dienst te respecteren gelijkheidsbeginsel daaraan in de weg zou staan, aangezien de Kiesraad dan, in strijd met de vooraf opgestelde spelregels, Regio iT in staat zou stellen om haar referentieverklaringen na de sluitingstermijn aan te vullen. De stelling van Regio iT dat de ingediende verklaringen zijn ingevuld door referenten die geen kennis hebben van de specifieke ontwikkeling van de geleverde software (en dat daarom uit de verklaringen niet met zoveel woorden blijkt dat in het ontwikkelproces SSD-principes zijn toegepast), kan Regio iT verder niet baten. De Kiesraad stelt terecht dat dit, voor zover dat al juist is, voor rekening en risico van Regio iT komt. Evenmin kan Regio iT met succes aanvoeren dat de Kiesraad had moeten begrijpen dat Regio iT over de gevraagde technische bekwaamheid beschikt en SSD-principes toepast, omdat Regio iT als huidige leverancier vergelijkbare software voor de Kiesraad heeft ontwikkeld. De Kiesraad mag immers uit hoofde van het eerdergenoemde gelijkheidsbeginsel slechts informatie in haar beoordeling betrekken die haar uit hoofde van de inschrijvingen bekend is, en niet tevens informatie waarover de Kiesraad uit anderen hoofde beschikt.

4.10.

Om dezelfde reden als hiervoor genoemd heeft de Kiesraad terecht de aanvullende referentieverklaringen (van onder meer Smartlab) buiten beschouwing gelaten, die Regio iT in dit geding als productie 13 heeft ingebracht (vier maanden na haar verzoek tot deelname en na sluiting van de indieningstermijn). Aanvaarding van die stukken zou erop neerkomen dat Regio iT in strijd met het gelijkheidsbeginsel de kans krijgt om na de sluitingstermijn tot bewijs van haar geschiktheid aanvullende referentieverklaringen aan te leveren, terwijl in de aanbestedingsstukken was bepaald dat de referentieverklaringen met het bewijs van de gevraagde competenties tegelijk met het verzoek tot deelname moesten worden aangeleverd.

4.11.

De voorzieningenrechter komt op grond van het voorgaande tot het oordeel dat de Kiesraad op goede gronden heeft geoordeeld dat Regio iT niet heeft aangetoond dat zij aan kerncompetentie 1 voldoet, omdat Regio iT met haar referentieverklaringen niet heeft aangetoond dat zij in ontwikkelprocessen SSD-principes heeft toegepast. De Kiesraad heeft reeds daarom het verzoek tot deelname van Regio iT terecht ongeldig verklaard. Daarmee kan het geschil tussen partijen over de beslissing van de Kiesraad ten aanzien van (de referenties voor) kerncompetentie 4 verder onbesproken blijven.

4.12.

Als de in het ongelijk gestelde partij wordt Regio iT veroordeeld in de proceskosten, aan de kant van de Kiesraad begroot op € 1.683 (€ 1.016 aan salaris advocaat en € 667 aan griffierecht). Voor veroordeling in de nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert (vergelijk Hoge Raad 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116). De nakosten zullen, zoals gevorderd, worden begroot conform het toepasselijke liquidatietarief. Ook zal de wettelijke rente over de proceskosten worden toegewezen zoals gevorderd.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

wijst de vorderingen af;

5.2.

veroordeelt Regio iT om binnen veertien dagen nadat dit vonnis is uitgesproken de kosten van dit geding aan de Kiesraad te betalen; begroot de proceskosten aan de zijde van de Kiesraad op € 1.683 aan kosten tot op heden en op € 163 aan nakosten, te vermeerderen met € 85 bij betekening, en bepaalt dat Regio iT bij gebreke van tijdige betaling de wettelijke rente over de proceskosten verschuldigd is;

5.3.

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Hoekstra-van Vliet en in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2021.

av