Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:8708

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
09-08-2021
Datum publicatie
09-08-2021
Zaaknummer
C/09/17/479 R
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Schone lei.

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 352
Faillissementswet 351a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team Insolventies – enkelvoudige kamer

insolventienummer: C/09/17/[000] R

Vonnis van 9 augustus 2021

in de zaak van:

[schuldenares],

geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats],

wonende te [adres, postcode en woonplaats],

schuldenares.

1 Verloop van de procedure

1.1

Bij vonnis van 20 november 2017 is ten aanzien van schuldenares de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken, met benoeming van, laatstelijk, mr. R.G.C. Veneman tot rechter-commissaris en van J.M. Hoogland (Sociaal.nl Schuldsanering) kantoorhoudende te Purmerend, tot bewindvoerder.

1.2

Bij vonnis van 15 oktober 2020 heeft de rechtbank de looptijd van de regeling verlengd met acht maanden, derhalve tot 20 juli 2021.

1.3

De bewindvoerder heeft op de voet van artikel 351a van de Faillissementswet (Fw) schriftelijk verslag uitgebracht ten aanzien van de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.

1.4

Bij brief van 5 augustus 2021 heeft de bewindvoerder de rechtbank geïnformeerd over de laatste stand van zaken.

1.5

Op 9 augustus 2021 heeft de zitting als bedoeld in artikel 352 Fw pro forma plaatsgevonden. De uitspraak is bepaald op heden.

2 De beoordeling

2.1

De termijn als bedoeld in artikel 349a Fw is op 20 juli 2021 verstreken. De rechtbank staat daarmee thans voor de vraag of schuldenares tijdens de schuldsaneringsregeling, tekort is geschoten in de nakoming van één of meer verplichtingen uit die regeling en, indien daarvan sprake mocht zijn, of deze tekortkoming aan schuldenares kan worden toegerekend.

2.2

Uit de verslaglegging van de bewindvoerder is gebleken dat sprake is van een nieuwe schuld betreffende een terugvordering van de belastingdienst van de zorgtoeslag 2019 ten bedrage van € 38,-.

2.3

De rechtbank is van oordeel dat deze tekortkoming van schuldenares, alle omstandigheden in aanmerking genomen, te gering is om de zogenoemde “schone lei” aan haar te onthouden, zodat zij deze tekortkoming buiten beschouwing zal laten. Zij weegt hierbij mee dat deze nieuwe schuld niet bovenmatig is en dat het aannemelijk is dat schuldenares deze nieuwe schuld binnen afzienbare tijd kan inlopen. De rechtbank neemt daarbij ook in ogenschouw dat schuldenares de overige verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling inmiddels naar behoren is nagekomen.

2.4

Geen van de schuldeisers heeft redenen aangevoerd om tot een ander oordeel te komen en van zodanige redenen zijn ook niet gebleken. De rechtbank zal beslissen zoals hierna vermeld. Kort gezegd brengt deze beslissing mee dat de schuldsaneringsregeling ten aanzien van schuldenares eindigt met de zogenoemde “schone lei”.

2.5

De rechtbank zal de vergoeding van de bewindvoerder vaststellen.

3 De beslissing

De rechtbank:

- stelt vast dat schuldenares toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten;

-bepaalt dat deze tekortkoming gezien haar geringe betekenis buiten beschouwing blijft;

- verstaat dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden, doch dat de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen van schuldenares zijn geëindigd op 20 juni 2021;

- stelt de vergoeding van de bewindvoerder vast op € 4.001,03 (inclusief de verschuldigde omzetbelasting), voor zover de boedel toereikend is;

- stelt het vastrecht vast op € 657,-, voor zover de boedel toereikend is.

Gewezen door mr. H.J. van Harten, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 augustus 2021 in tegenwoordigheid van D.D. Elsayed-Vorst, griffier.