Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:848

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
01-02-2021
Datum publicatie
05-02-2021
Zaaknummer
C/09/20/354 F
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:RBDHA:2021:845
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Vernietiging faillissement, omdat gefailleerde -gedurende het door hem ingestelde verzet tegen het faillissement- is toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. De wet staat niet toe dat een en dezelfde persoon gelijktijdig in staat van faillissement verkeert en dat op hem de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing is.

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 3
Faillissementswet 3a
Faillissementswet 3b
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
INS-Updates.nl 2021-0059
Prg. 2021/76
RI 2021/33
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team Insolventies – enkelvoudige kamer

insolventienummer: C/09/20/[000] F

Vonnis in verzet van 1 februari 2021

[gefaileerde],

geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats],

woonadres: [postcode woonplaats, adres],

handelend onder de naam '[X]',

ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer [00000000],

statutair gevestigd te [statutaire vestigingsplaats],

vestigingsadres: [postcode en vestingsplaats, vestigingsadres],
hierna: gefailleerde,
advocaat: mr. M. Goedhart.

1 Procesverloop

1.1.

Op 4 januari 2021, binnengekomen op 5 januari 2021, heeft gefailleerde verzet ingesteld tegen het vonnis van 22 december 2020, waarbij hij in staat van faillissement werd verklaard, met benoeming van mr. R.G.C. Veneman tot rechter-commissaris en van mr. E.H.J. van de Velde tot curator.

1.2.

Bij brief van 8 januari 2021 heeft de curator zijn advies ter zake het ingestelde verzet gegeven.

1.3.

Op 8 januari 2021 heeft gefailleerde een verzoek ingediend strekkende tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.

1.4.

Partijen is telefonisch door de griffie van Team Insolventies van de rechtbank Den Haag medegedeeld dat de behandeling van het ingestelde verzet is aangehouden, nu gefailleerde een verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling heeft ingediend.

1.5.

Op 14 januari 2021 is partijen per e-mail door de griffier van de rechtbank Den Haag bericht dat de behandeling van het ingestelde verzet thans zal plaatsvinden op 2 februari 2021 om 14:00.

1.6.

Op 1 februari 2021 is het verzoek van gefailleerde tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling ter terechtzitting behandeld en is per diezelfde datum op gefailleerde de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard.

1.7.

Gelet op het onder 1.5 vermelde is het ingestelde verzet op 1 februari 2021 pro forma behandeld.

1.8.

De rechtbank heeft de uitspraak bepaald op vandaag.

2 De beoordeling

2.1.

Het verzet is tijdig ingesteld.

2.2.

De wet staat niet toe dat een en dezelfde persoon gelijktijdig in staat van faillissement verkeert en dat op hem de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing is. Nu de wettelijke schuldsaneringsregeling per heden op gefailleerde van toepassing is verklaard, dient het faillissement te worden vernietigd.

2.3.

Op verzoek van de curator zal de rechtbank het salaris van de curator en het bedrag van de faillissementskosten op nihil vaststellen. De kosten van de aanvraag van het faillissement zullen ten laste worden gebracht van gefailleerde, met dien verstande dat deze schuldeiser de vordering kan indienen in de reeds uitgesproken wettelijke schuldsaneringsregeling.

3 De beslissing

De rechtbank:

- vernietigt het op 22 december 2020 uitgesproken faillissement van gefailleerde;

- stelt het salaris van de curator, voornoemd, en de faillissementskosten vast op nihil;

- bepaalt dat de kosten van de aanvraag van het faillissement ten laste komen van gefailleerde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.C.M. Höppener, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 februari 2021 in aanwezigheid van C.R. Cortenbach-van der Lek LL.B., griffier.

Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof te Den Haag.