Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:838

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
28-01-2021
Datum publicatie
01-03-2021
Zaaknummer
C/09/601441 / KG ZA 20-1002
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Inbreuk aangenomen op Uniemerken en op Gemeenschapsmodelrecht en auteursrecht op blender voor het bereiden van babyvoeding en verpakking daarvan. Tevens aangenomen dat oneerlijke handelspraktijken zijn verricht. EU-wijde stakingsgeboden opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/601441 / KG ZA 20-1002

Vonnis in kort geding van 28 januari 2021

in de zaak van

1 OMNICHANNEL GROUP B.V.,
te Laren (Noord-Holland),

2. TT SHOPPING B.V., handelend onder de namen TOMMY TELESHOPPING en NUTRIBULLET BENELUX,
te Laren (Noord-Holland),

3. OCG RETAIL B.V., handelend onder de naam JML BENELUX,

te Laren (Noord-Holland),

eiseressen,

advocaat mr. D.E. Stols te Amsterdam,

tegen

1 [gedaagde sub 1] , tevens handelend onder de naam [Handelsnaam I] ,

te [plaats 1] ,
in persoon verschenen,

2. [gedaagde sub 2], tevens handelend onder de naam [Handelsnaam II],

te [plaats 1] ,
in persoon verschenen,

3. [B.V. I],

te [plaats 2] ,
vertegenwoordigd door [de heer A] , indirect bestuurder,

gedaagden.

Eiseressen zullen hierna (ook) worden aangeduid als OmniChannel c.s. (vrouwelijk enkelvoud) en afzonderlijk als OmniChannel, TT Shopping en JML. Gedaagden zullen hierna (ook) gezamenlijk [gedaagde sub 1 c.s.] (vrouwelijk enkelvoud) en afzonderlijk [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en [B.V. I] genoemd worden.

De zaak is voor OmniChannel c.s. inhoudelijk behandeld door mr. Stols voornoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaardingen van 3 november 2020 (uitgebracht tegen [B.V. I] ) en 4 november 2020 (uitgebracht tegen [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] ), waarin, conform de instructies van de voorzieningenrechter, is opgenomen dat [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en [B.V. I] , als zij verweer willen voeren, in het geding moeten verschijnen op 5 januari 2021 om 10.00 uur, dat op 7 januari 2021 om 10.00 uur een digitale zitting zal plaatsvinden en dat verschijning op 5 januari 2021 om 10.00 uur kan geschieden hetzij vertegenwoordigd door een advocaat (in welk geval op 5 januari 2021 om 10.00 uur een pleitnota moet worden ingediend), hetzij in persoon (in welk geval op genoemde datum op genoemd tijdstip óf een pleitnota moet worden ingediend óf moet worden meegedeeld dat tijdens de digitale zitting op de dagvaarding(en) zal worden gereageerd);
- de akte houdende overlegging producties van OmniChannel c.s., met producties 1 tot en met 31;
- het e-mailbericht van OmniChannel c.s. van 4 januari 2021 met als bijlagen aan
[gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en [B.V. I] verstuurde e-mailberichten met in elk daarvan een overzicht van de tot dan toe door OmniChannel c.s. gemaakte proceskosten;
- de pleitnota van [B.V. I] met daaraan gehecht de producties 1 tot en met 7 (ingediend op 4 januari 2021 om 16.40 uur en door de voorzieningenrechter doorgestuurd naar OmniChannel c.s.);
- de pleitnota van OmniChannel c.s. met daaraan gehecht één bijlage (ingediend en met [B.V. I] uitgewisseld op 5 januari 2021 om 10.00 uur);
- de beslissing van de voorzieningenrechter van 5 januari 2021 om 10.00 uur inhoudende dat verstek wordt verleend tegen [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] ;
- de mededeling van [gedaagde sub 2] , gedaan op 5 januari 2021 rond 13.30 uur, dat hij tijdens de digitale zitting op 7 januari 2021 wil reageren op de aan hem uitgebrachte dagvaarding, welke mededeling de voorzieningenrechter heeft opgevat als zuivering van het tegen
verleende verstek;
- de beslissing van de voorzieningenrechter, genomen na consultatie van OmniChannel c.s. en [gedaagde sub 2] , om het zuiveren van het tegen [gedaagde sub 2] verleende verstek toe te staan en de voor 7 januari 2021 geplande digitale zitting doorgang te laten vinden;
- het e-mailbericht van OmniChannel c.s. van 6 januari 2021 met als bijlagen (drie) exploten waarmee de hiervoor genoemde proceskostenoverzichten aan [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en [B.V. I] zijn betekend.

1.2.

Op 7 januari 2021 heeft de digitale zitting plaatsgevonden. Bij aanvang van die zitting heeft ook [gedaagde sub 1] zich gemeld. Hij heeft bij die gelegenheid te kennen gegeven op de aan hem uitgebrachte dagvaarding te willen reageren. Deze mededeling heeft de voorzieningenrechter opgevat als een verzoek om het tegen [gedaagde sub 1] verleende verstek te zuiveren. Na OmniChannel c.s. de mogelijkheid te hebben gegeven zich hierover uit te laten, heeft de voorzieningenrechter besloten het zuiveren van verstek toe te staan. In overleg met partijen is besloten dat de digitale zitting doorgang kan vinden.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De in de Verenigde Staten van Amerika (hierna: VS) gevestigde onderneming Capital Brands is sinds 2003 actief op de markt voor blenders en aanverwante producten, die zij ontwikkelt en distribueert. De producten van Capital Brands worden verkocht in vrijwel alle grote retailketens in de VS en, via distributeurs, in tientallen landen wereldwijd. Eén van deze producten is een blender voor het bereiden van babyvoeding die sinds kort wordt verhandeld onder de naam ‘NUTRIBULLET BABY’ en voorheen onder de naam ‘BABY BULLET’ (hierna ook: het NutriBullet Baby-product en het Baby Bullet-product).

2.2.

Het NutriBullet Baby-product en het Baby Bullet-product worden geleverd met potjes waarin de babyvoeding bewaard en eventueel ingevroren kan worden, een receptenboek en een gebruikershandleiding. De blenders en de verpakkingen van de blenders zijn voorzien van een CE-markering (die aangeeft dat het product voldoet aan de daarvoor binnen de Europese Economische Ruimte geldende regels).

2.3.

Het NutriBullet Baby-product en de meegeleverde potjes zien er als volgt uit:

2.4.

Het Baby Bullet-product, de met dat product meegeleverde potjes, het meegeleverde receptenboek en de meegeleverde gebruikershandleiding zien er als volgt uit:

2.5.

De verpakkingen van het Nutribullet Baby-product en het Baby Bullet-product staan hieronder afgebeeld:

2.6.

De in de VS gevestigde onderneming Capbran Holdings, LLC, groepsmaatschappij van Capital Brands (hierna: Capbran), is rechthebbende op het Gemeenschapsmodel met registratienummer 001872607-0001, geregistreerd op 3 juni 2011 voor ‘Machines for preparing food (part of-)’. Bij deze registratie hoort – onder meer – de volgende afbeelding:

2.7.

Capbran is tevens houdster van de volgende woordmerken:

a. het Uniemerk BABY BULLET, geregistreerd op 4 oktober 2010 onder nummer
008917049 voor waren en diensten in klasse 7 (‘Electronic appliances, namely, kitchen food processors’);

b. het Uniemerk NUTRIBULLET, geregistreerd op 12 augustus 2015 onder nummer 0113921069 voor – onder meer – waren in klasse 7 (onder meer: ‘Blenders and machine tools’).

2.8.

Capbran is ook rechthebbende op de auteursrechten die rusten op de verpakkingen van het NutriBullet Baby-product en het Baby Bullet-product.

2.9.

OmniChannel is importeur en distributeur van consumentenproducten. TT Shopping en JML zijn dochtermaatschappijen van OmniChannel. TT Shopping houdt zich met name bezig met de wederverkoop van producten aan consumenten door middel van direct response televisieprogramma’s. JML onderhoudt contacten en sluit contracten met derden-retailers zoals CoolBlue, bol.com, De Bijenkorf, Blokker en Kruidvat. Succesvolle producten uit het assortiment van OmniChannel c.s. worden niet alleen via televisie verkocht, maar ook via het internet en – na gebleken succes – tevens via genoemde retailkanalen.

2.10.

OmniChannel heeft van Capital Brands het exclusieve recht gekregen om de producten onder de namen NutriBullet Baby en Baby Bullet in Nederland te importeren en te distribueren en deze te promoten via – onder meer – televisie en internet, met behulp van de door Capital Brands geproduceerde infomercials. TT Shopping zendt deze informercials regelmatig uit in het dagelijkse homeshoppingprogramma ‘Tommy Teleshopping’ op diverse zenders van RTL en Talpa/SBS. De informercials zijn ook te zien op YouTube en worden in enkele gevallen in store (bijvoorbeeld bij Blokker) getoond.

2.11.

Het product met de naam Baby Bullet is in 2013 op de Nederlandse markt geïntroduceerd en het product met de naam NutriBullet Baby begin 2020, zowel door TT Shopping (middels direct response TV en online, onder meer via de webshop van bol.com en via de website www.tommyteleshopping.com) als door JML (verkoop aan
derden-retailers).

2.12.

In een op 8 oktober 2020 gedateerde en door de Chief Legal Officer van Capbran ondertekende ‘Authorization to Enforce Intellectual Property Rights Against Web Shops and Online Retailers Operating in the Benelux and/or Targeted to the Benelux’ is – voor zover hier van belang – het volgende opgenomen:

This letter constitutes Capbran Holdings, LLC (….) (“Capbran”) authorization and appointment of OmniChannel Group B.V. (…) (“Omni Channel”), to enforce intellectual property rights (“Authorization”) in Belgium, the Netherlands, Luxemburg and Lichtenstein (together the “Benelux”) effective as of 1 September 2020 (…) and until terminated by Capbran.

Capbran is the sole and exclusive owner of intellectual property associated with certain blenders (…) (the “Products”), listed from time to time on the website/URL www.nutribullet.com and sold by third-party authorized vendors. The brand names under which the Products are sold include NUTRIBULLET®, MAGIC BULLET®, BABY BULLET® and NUTRIBULLET BABY®.

Capbran hereby authorizes OmniChannel and its affiliates with exclusive authorization in The Benelux (the “Territory”) to enforce any and all intellectual property rights in and to the Products (…).

Capbran hereby provides OmniChannel with exclusive authority in the Territory to enforce, (….), the Intellectual Property Rights by sending cease and desist letters and – upon specific separate written instruction – by commencing legal proceedings against third-party stores, web shops and online retailers operating in the Benelux and/or targeted to the Benelux (…) which OmniChannel believes, in good faith, are infringing the Intellectual Property Rights. (…)

2.13.

In een op 21 september 2020 gedateerd uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel wordt het volgende vermeld. De eenmanszaak [Handelsnaam I] (ingeschreven onder KvK-nummer [nummer 1] ), waarvan [gedaagde sub 1] de eigenaar was, is op
1 mei 2020 overgedragen aan [Handelsnaam II] , ingeschreven onder KVK-nummer [nummer 2] . [Handelsnaam I] hield zich – onder meer – bezig met de handel in tweedehands goederen. Per 15 juni 2020 is [Handelsnaam I] uitgeschreven uit het handelsregister.

2.14.

De eenmanszaak [Handelsnaam II] houdt zich – onder meer – bezig

met (ook) de handel in tweedehands goederen. [gedaagde sub 2] is eigenaar van [Handelsnaam II] . In een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel, gedateerd op 21 september 2020, wordt vermeld dat de hoofdvestiging van [Handelsnaam II] , die de gelijkluidende handelsnaam voert, is gelegen aan de [adres 1] en de nevenvestiging, die de handelsnaam [Handelsnaam I] voert, aan de [adres 2] . Op de website van [Handelsnaam II] wordt vermeld dat de eenmanszaak in Nederland en in België bezorgt.

2.15.

[B.V. I] legt zich toe op de handel in restpartijen, die veelal afkomstig zijn van webshops zoals bol.com, Amazon en eBay, en die bestaan uit producten die die webshops geretourneerd hebben gekregen van eindgebruikers. [B.V. I] opereert internationaal. Enig aandeelhouder en bestuurder van [B.V. I] is [B.V. II] . Enig aandeelhouder en bestuurder van [B.V. II] is [de heer A] (hierna: [de heer A] ).

2.16.

Met een op 1 september 2020 gedateerde factuur heeft [B.V. I] bij [Handelsnaam I] ( [adres 2] ), het volgende in rekening gebracht:

2.17.

Op de ‘Baby Bullet-productpagina’ van webshop bol.com stond in september 2020 het volgende afgebeeld:

Aan het product zoals dat door TT Shopping, handelend onder de naam NutriBullet Benelux, op genoemde productpagina werd aangeboden, is een zogenaamde EAN-code (Europees Artikel Nummer) gekoppeld1. Dit is een unieke code die onder de streepjescode op een product en/of de verpakking daarvan wordt aangebracht.

2.18.

Onder de link ‘Over deze verkoper’ onder ‘ [Handelsnaam I] ’ stond – voor zover hier van belang – de volgende informatie:

2.19.

Op 16 september 2020 is namens OmniChannel c.s. bij [Handelsnaam I] het product gekocht zoals dat op de hiervoor onder 2.17 afgebeelde productpagina van de webshop bol.com werd aangeboden. Het product dat in reactie op deze testaankoop, op 17 september 2020, is geleverd (hierna: het Happy Baby-product) en de verpakking waarin dit product zat, zien er als volgt uit:

2.20.

Op het Happy Baby-product noch op de verpakking daarvan staat een
CE-markering. Op de verpakking staan – onder meer – de volgende vermeldingen:
- ‘As Seen on TV’ en
- ‘We are proud to announce the latest member of the Bullet family’.
Op het product staat een andere EAN-code vermeld dan de EAN-code die is aangebracht op het product/de verpakking van het op de productpagina van webshop bol.com door TT Shopping, handelend onder de naam NutriBullet Benelux, aangeboden product. In de verpakking van het Happy Baby-product is geen receptenboek aanwezig.

2.21.

OmniChannel c.s. heeft [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] op 21 september 2020 een uitvoerige sommatiebrief met bijlagen gestuurd.

2.22.

Op 24 september 2020 is vanaf het e-mailadres [e-mailadres 1] als volgt op de sommatiebrief gereageerd:
beste heer,
heb met leverancier gesproken hun zeggen dat jij bij hun moet zijn.
dat het geen copy is maar origineel, dus tot zo ver koop ik nu niets van hun tot dat alles boven water is.

hoogachtend,

[Handelsnaam I]

Bij dit e-mailbericht is een e-mailbericht van [de heer A] gevoegd, waarin het volgende wordt vermeld:
Hallo,

Volgens mijn leverancier is dit gewoon een restant en helemaal geen copy!
Zie bijv.: https://www.youtube.com/watch?v=VJcSW6tpxJI

Ze verkopen dit ding overal.

Je mag ze best naar mij sturen…..zou niets betalen.

Onder dit e-mailbericht staat als e-mailadres vermeld: [e-mailadres 2] .

2.23.

De advocaat van OmniChannel c.s. heeft op 24 september 2020 – voor zover hier van belang – als volgt op dit e-mailbericht gereageerd:
Geachte heer [gedaagde sub 1] ,

U bent zelf verantwoordelijk voor uw eigen verkooptransacties. U bent dus ook zelf aansprakelijk voor het verkopen van nagebootste producten onder een merknaam die niet van u is en met het misleidende logo As Seen on TV.

Tenzij u bereid bent een onthoudingsverklaring met boetebeding te tekenen (waarin u toezegt de verkoop definitief te staken) en een vergoeding te betalen voor schade en kosten ga ik mijn cliënten adviseren de zaak voor te leggen aan de rechter.’

2.24.

Op dit e-mailbericht is diezelfde dag vanaf het e-mailadres [e-mailadres 1] als volgt gereageerd:
beste

ik weet niet wat je bedoeld, je moet gewoon het leverancier hebben hun nemen het verantwoordelijkheid over van mij.

Eerste dag van mail van jou heb ik het al weggehaald.

Met vriendelijke groet,


[Handelsnaam I]

2.25.

Kort na het verzenden van de in 2.21 weergegeven sommatie is het aanbod van [Handelsnaam I] van de ‘Baby Bullet-productpagina’ van webshop bol.com gehaald.

2.26.

Op 15 oktober 2020 heeft OmniChannel c.s. een uitgebreide sommatiebrief met bijlagen gestuurd naar het e-mailadres [e-mailadres 2] .

3 Het geschil

3.1.

OmniChannel c.s. vordert – na vermindering van eis – dat de voorzieningenrechter bij, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, vonnis:

I. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] ieder voor zich gebiedt, met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis, te staken en gestaakt te houden, in de gehele Europese Unie, iedere inbreuk op de Uniemerken NUTRIBULLET, BABY BULLET en NUTRIBULLET BABY als bedoeld in artikel 9 lid 1 onder a en b Uniemerkenverordening2, daaronder mede begrepen het gebruik van die merken in advertenties, op websites en op verkoopplatforms;

II. [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en [B.V. I] ieder voor zich gebiedt, met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis, te staken en gestaakt te houden, in de gehele Europese Unie, iedere inbreuk op het Gemeenschapsmodel met registratienummer
001872607-0001 als bedoeld in artikel 19 lid 1 GModVo3, daaronder mede begrepen het vervaardigen, aanbieden, in de handel brengen, invoeren, uitvoeren of anderszins gebruiken van het Happy Baby-product;

III. [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en [B.V. I] ieder voor zich gebiedt, met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis, te staken en gestaakt te houden, in de gehele Europese Unie, iedere inbreuk op de auteursrechten van Capital Brands op de verpakking van het Baby Bullet-product en/of het NutriBullet Baby-product, daaronder mede begrepen:

  • -

    a) het aanbieden, in de handel brengen, invoeren, uitvoeren of anderszins gebruiken van ongeautoriseerde verveelvoudigingen van die verpakkingen; en/of

  • -

    b) het ongeautoriseerd openbaar maken van foto's waarop die verpakkingen te zien zijn;

IV. [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en [B.V. I] ieder voor zich gebiedt, met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis, te staken en gestaakt te houden, in Nederland, iedere slaafse nabootsing van het Baby Bullet-product en/of het NutriBullet Baby-product;

V. [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en [B.V. I] ieder voor zich gebiedt, met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis, te staken en gestaakt te houden, in de gehele Europese Unie, iedere oneerlijke handelspraktijk bestaande uit het gebruik van de slogan Bekend van TV (dan wel varianten daarop als Gezien op TV of As Seen on TV) ter aanprijzing van producten die niet aantoonbaar zijn of worden geadverteerd op Nederlandse of Belgische lineaire televisiekanalen;

VI. [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en [B.V. I] ieder voor zich gebiedt, met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis, te staken en gestaakt te houden, in de gehele Europese Unie, iedere oneerlijke handelspraktijk bestaande uit het verkopen van producten met gebruikmaking van teksten en foto's van producten uit het assortiment van TT Shopping, tenzij de betreffende gedaagde hetzelfde originele product verkoopt als het product uit het assortiment van TT Shopping, dat wil zeggen afkomstig van de fabrikant van het originele product;

VII. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] ieder voor zich gebiedt, met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis, te staken en gestaakt te houden, in de gehele Europese Unie, iedere oneerlijke handelspraktijk bestaande uit het verkopen van producten met vermelding van een EAN-code van een product uit het assortiment van TT Shopping, tenzij de betreffende gedaagde hetzelfde originele product verkoopt dat voorzien is van de EAN­code van dat originele product;

VIII. [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en [B.V. I] ieder voor zich beveelt uiterlijk binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis aan de advocaat van OmniChannel c.s. een schriftelijke verklaring ter beschikking te stellen, vergezeld van leesbare onderliggende documenten, zoals aankooporders, verkoopfacturen, screenprints en overige documenten, waaruit de volgende gegevens zijn op te maken:

  • -

    a) het totale aantal inbreukmakende blenders dat de betreffende gedaagde heeft ingekocht;

  • -

    b) het totale aantal inbreukmakende blenders dat de betreffende gedaagde heeft verkocht;

  • -

    c) het aantal inbreukmakende blenders dat de betreffende gedaagde op de dag van het uitbrengen van de dagvaarding in voorraad had;

  • -

    d) naam, adres, woonplaats, land, e-mail en telefoongegevens van de leverancier(s) van de inbreukmakende blenders;

  • -

    e) naam, adres, woonplaats, land, e-mail en telefoongegevens van afnemers van de betreffende gedaagde die meer dan vijf inbreukmakende blenders besteld hebben;

  • -

    f) de verkoopkanalen waarop de betreffende gedaagde de inbreukmakende blenders heeft aangeboden;

  • -

    g) de inkoopprijs van alle inbreukmakende blenders in totaal;

  • -

    h) de transportkosten en inklaringskosten van alle inbreukmakende blenders in totaal;

  • -

    i) de bruto omzet gegenereerd door de verkoop van alle inbreukmakende blenders in totaal;

IX. bepaalt dat [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en [B.V. I] ieder voor zich een dwangsom van € 5.000,-- verbeuren voor iedere dag (daaronder begrepen een deel van een dag), dat de betreffende gedaagde in strijd handelt met één van de gerechtelijke bevelen of geboden vermeld onder I, II, III, IV, V, VI, VII en/of VIII, dan wel – ter keuze van OmniChannel c.s. – € 500,-- per inbreukmakend product dat de betreffende gedaagde in strijd met dit vonnis aanbiedt of verhandelt;

X. de termijn als bedoeld in artikel 1019i Rv4 bepaalt op zes maanden na de datum van dit vonnis;

XI. [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en [B.V. I] veroordeelt, des de een betalende de ander gekweten zal zijn, tot betaling van de proceskosten, wat de merkenrechtelijke, modellenrechtelijke en auteursrechtelijke grondslagen betreft bestaande uit de volledige kosten voor rechtsbijstand van OmniChannel c.s. op de voet van artikel 1019h Rv dan wel de door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen proceskosten, en wat betreft de overige grondslagen op basis van het liquidatietarief, een en ander te betalen binnen tien dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, inclusief de nakosten.

3.2.

Aan deze vorderingen legt OmniChannel c.s. het volgende ten grondslag.
Onder de handelsnaam [Handelsnaam I] hebben [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] inbreuk gemaakt op de Uniemerken BABY BULLET en NUTRIBULLET van Capbran omdat zij op de productpagina van Baby Bullet bij webshop bol.com, onder die merken, een aan het Baby Bullet-product en NutriBullet Baby-product identiek product hebben aangeprezen en te koop hebben aangeboden.
Ook is, door [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en [B.V. I] , inbreuk gemaakt op het modelrecht van Capbran doordat een product is verkocht en geleverd (onder de handelsnaam [Handelsnaam I] aan in ieder geval de testaankoper van OmniChannel c.s. en door [B.V. I] aan [Handelsnaam I] ) dat een vrijwel één op één kopie is van het product dat door Capital Brands wordt verhandeld onder de namen Baby Bullet en NutriBullet Baby. De door [gedaagde sub 1 c.s.] verkochte en geleverde blender heeft exact dezelfde afmetingen, een identieke golvende voet, een identieke beker, een identieke tekening van een lachend gezichtje op de beker en een deksel dat visueel als ‘hoed’ fungeert.

De verpakking van het product dat onder de handelsnaam [Handelsnaam I] is verkocht aan in ieder geval de testaankoper van OmniChannel c.s. en door [B.V. I] aan [Handelsnaam I] is nagenoeg identiek aan de (auteursrechtelijk beschermde) verpakkingen van de producten die worden verhandeld onder de namen Baby Bullet en NutriBullet Baby; alleen de merknaam is door middel van photoshoppen vervangen door de aanduiding ‘Happy Baby’. [gedaagde sub 1 c.s.] heeft dus ook inbreuk gemaakt op de auteursrechten van Capbran.

De procesvolmacht van Capbran verleent OmniChannel en haar affiliates, dus ook TT Shopping en JML, het recht om (in rechte) op te treden tegen inbreuken op de intellectuele eigendomsrechten van Capbran. In dat kader zijn zij – onder meer – gerechtigd te vorderen dat die inbreuken in de gehele Europese Unie worden gestaakt en gestaakt worden gehouden.

[gedaagde sub 1 c.s.] heeft ook onrechtmatig gehandeld. De Baby Bullet- en NutriBullet-producten hebben een eigen gezicht op de Nederlandse markt. De betreffende producten zijn duidelijk onderscheidend. [gedaagde sub 1 c.s.] veroorzaakt met het verkopen en leveren van het Happy
Baby-product in de bewuste verpakking zonder enige noodzaak verwarring onder consumenten; het Happy Baby-product en de verpakking van dit product vormen nagenoeg exacte kopieën, slaafse nabootsingen, van het Baby Bullet- en het NutriBullet-product en de verpakkingen van die producten. [gedaagde sub 1 c.s.] maakt zich voorts ook schuldig aan oneerlijke handelspraktijken. Zij beweert ten onrechte dat het door haar verkochte en geleverde product ‘bekend van TV’ zou zijn en zij wekt de, verkeerde, indruk dat dat product afkomstig zou zijn van TT Shopping. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] adverteerden daarnaast met een EAN-code die niet op het door hen verkochte en geleverde product staat vermeld.

De procesvolmacht van Capbran strekt zich niet uit tot optreden tegen onrechtmatig handelen. OmniChannel c.s. kan dit in eigen naam doen en vorderen dat [gedaagde sub 1 c.s.] de slaafse nabootsing in Nederland staakt en gestaakt houdt en zij datzelfde doet voor wat betreft de oneerlijke handelspraktijken en dan in de gehele Europese Unie.

De meervoudige inbreuk op intellectuele eigendomsrechten, de slaafse nabootsing en de oneerlijke handelspraktijken zijn uitermate schadelijk voor OmniChannel c.s.. Zij verkoopt als gevolg van het handelen van [gedaagde sub 1 c.s.] minder van haar producten en de slechte kwaliteit van het Happy Baby-product en het ongekeurde, en mogelijk onveilige, karakter daarvan straalt op OmniChannel c.s. af.

OmniChannel c.s. heeft, gelet op dit alles, spoedeisend belang bij toewijzing van de gevorderde geboden en de gevorderde opgave.

3.3.

[gedaagde sub 1 c.s.] voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Is [B.V. I] rauwelijks gedagvaard?

4.1.

[B.V. I] heeft allereerst het verweer gevoerd dat zij rauwelijks (dat wil zeggen: zonder voorafgaande sommatie) door OmniChannel c.s. is gedagvaard en dat OmniChannel c.s. daarom niet in haar vorderingen jegens [B.V. I] kan worden ontvangen dan wel deze vorderingen moeten worden afgewezen, althans de voorzieningenrechter begrijpt dat [B.V. I] dit bedoelt te betogen.

4.2.

OmniChannel c.s. heeft, zoals hiervoor onder 2.26 is weergegeven, op 15 oktober 2020 een uitgebreide sommatiebrief met bijlagen naar het e-mailadres [e-mailadres 2] gestuurd. [B.V. I] heeft niet betwist dat dit e-mailadres haar toebehoort en destijds door haar werd gebruikt. Uit het e-mailbericht dat [B.V. I] aan [Handelsnaam I] stuurde (zie hiervoor onder 2.22) blijkt bovendien dat [B.V. I] dat e-mailadres ook bij haar contactgegevens vermeldt. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter mocht OmniChannel c.s. er daarom van uitgaan dat dit e-mailadres nog steeds gebruikt kon worden en dat de sommatiebrief [B.V. I] had bereikt. Toen [B.V. I] na het verstrijken van ruim twee weken nog niets van zich had laten horen, mocht OmniChannel c.s. tot dagvaarden overgaan. Het verweer van [B.V. I] slaagt dus niet.

Inbreuk op intellectuele eigendomsrechten (in Nederland)?

4.3.

De geldigheid van de door OmniChannel c.s. ingeroepen intellectuele eigendomsrechten is door [gedaagde sub 1 c.s.] niet betwist.

4.4.

Op de aan [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] gerichte sommatie heeft (naar de voorzieningenrechter aanneemt) [gedaagde sub 2] , gereageerd met de mededeling dat het Happy Baby-product een origineel (van OmniChannel c.s. afkomstig, zo begrijpt de voorzieningenrechter) product betreft. Ook [B.V. I] heeft zich op dat standpunt gesteld, in de reactie die zij met een e-mailbericht aan [Handelsnaam I] stuurde (zie hiervoor onder 2.22). [B.V. I] heeft dit standpunt in haar pleitnota echter niet herhaald en evenmin tijdens de digitale zitting. Ook [gedaagde sub 2] heeft dit tijdens de digitale zitting niet nogmaals gezegd en door [gedaagde sub 1] is dit tijdens die zitting ook niet aangevoerd. De voorzieningenrechter gaat er daarom van uit dat tussen [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en OmniChannel c.s. niet langer in geschil is dat met het aanprijzen en te koop aanbieden van het NutriBullet Baby-product in de webshop van bol.com, omdat een ander product (het Happy Baby-product) werd verkocht en geleverd, (in Nederland) in beginsel inbreuk is gemaakt op de merkrechten van Capbran (op de Uniemerken BABY BULLET en NUTRIBULLET, die beide op de betreffende productpagina staan vermeld). De voorzieningenrechter gaat er, om diezelfde reden, voorts vanuit dat tussen [gedaagde sub 1 c.s.] en OmniChannel c.s. niet meer in geschil is dat met het verkopen en leveren van het Happy Baby-product op het modelrecht en de auteursrechten van Capbran (in Nederland) inbreuk is gemaakt.

Wie waren er bij de inbreuk op intellectuele eigendomsrechten (in Nederland) betrokken?

4.5.

[gedaagde sub 1] heeft tijdens de digitale zitting betwist dat hij bij het aanprijzen en te koop aanbieden van het NutriBullet Baby-product (in de webshop van bol.com) en het verkopen en leveren van het Happy Baby-product betrokken is geweest. In dit verband heeft hij verteld dat hij zijn eenmanszaak, [Handelsnaam I] , op 1 mei 2020 heeft overgedragen aan zijn broer [gedaagde sub 2] , eigenaar van eenmanszaak [Handelsnaam II] , en deze onderneming per 15 juni 2020 heeft uitgeschreven uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel. [gedaagde sub 1] heeft verder verteld dat hij is vergeten om de verkopersinformatie op de website van bol.com aan te passen of een verzoek tot aanpassing daarvan te doen. Later, nádat de dagvaarding aan hem was uitgebracht, is de informatie alsnog gecorrigeerd, aldus [gedaagde sub 1] .

4.6.

OmniChannel c.s. stelt dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] (gezamenlijk) verantwoordelijk moeten worden gehouden voor het aanprijzen en te koop aanbieden van het NutriBullet Baby-product als hiervoor bedoeld en vervolgens verkopen en leveren van het Happy Baby-product (aan de testaankoper van OmniChannel c.s.) in september 2020. OmniChannel c.s. verwijst in dit verband naar de verkopersinformatie op de website van bol.com (zie hiervoor onder 2.18) en naar de uittreksels uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel betreffende de eenmanszaken [Handelsnaam I] en [Handelsnaam II] (hiervoor weergegeven onder 2.13 en 2.14). Die stukken geven, aldus OmniChannel c.s., geen zekerheid over de vraag wie de aanbieder is van het NutriBullet Baby-product en wie de verkoper en leverancier van het Happy Baby-product, reden waarom OmniChannel c.s. zowel [gedaagde sub 1] als [gedaagde sub 2] heeft gedagvaard.

4.7.

Dat de eenmanszaak [Handelsnaam I] op 1 mei 2020 (dus vóórdat de in deze zaak aan de orde zijnde inbreuken op intellectuele eigendomsrechten hebben plaatsgevonden) is overgedragen aan eenmanszaak [Handelsnaam II] en enkele weken later is uitgeschreven uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel, wordt bevestigd door de door OmniChannel c.s. in het geding gebrachte uittreksels uit dat register. Tijdens de digitale zitting heeft [gedaagde sub 2] voorts verklaard dat hij het is geweest die het NutriBullet
Baby-product in de webshop van bol.com heeft aangeprezen en aangeboden en in reactie op de namens OmniChannel c.s. verrichtte testaankoop het Happy Baby-product heeft verkocht en geleverd. Van belang is verder dat [de heer A] tijdens de digitale zitting heeft verklaard dat [gedaagde sub 2] op 31 augustus 2020 de producten die staan vermeld op de hiervoor onder 2.16 weergegeven factuur kwam ophalen. OmniChannel c.s. heeft tijdens de digitale zitting, tot slot, bevestigd dat de verkopersinformatie op de website van bol.com na het uitbrengen van de dagvaarding aan [gedaagde sub 1] is aangepast. Gelet op deze verklaringen, in onderlinge samenhang bezien, is de voorzieningenrechter van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat [gedaagde sub 1] bij de hiervoor opgesomde inbreukmakende handelingen betrokken is geweest. Dat geldt te meer, nu andere aanwijzingen voor betrokkenheid van [gedaagde sub 1] bij die inbreuken ontbreken. In het navolgende zal daarom tot uitgangspunt worden genomen dat het NutriBullet Baby-product door
[gedaagde sub 2] is aangeprezen en aangeboden in de webshop van bol.com en het Happy
Baby-product in ieder geval één keer door hem is verkocht en geleverd, te weten aan de testaankoper van OmniChannel c.s.

4.8.

[B.V. I] heeft betwist het Happy Baby-product aan [gedaagde sub 2] te hebben verkocht en geleverd. Zij heeft in dit verband aangevoerd dat wat OmniChannel c.s. stelt, uit niets blijkt en dat zij alle in haar bedrijfspand aanwezige pallets met restpartijen heeft doorzocht en daarin alleen het originele Baby Bullet-product heeft aangetroffen.

4.9.

Uit de hiervoor onder 2.16 weergegeven factuur van [B.V. I] blijkt dat [B.V. I] voor een bedrag van in totaal € 181,82 exclusief BTW tien ‘nieuwe baby mixers’ aan [Handelsnaam I] ( [gedaagde sub 2] ) heeft verkocht, welke producten op 31 augustus 2020 bij [B.V. I] zijn afgehaald. Tijdens de digitale zitting heeft [gedaagde sub 2] verklaard dat hij de betreffende factuur van [B.V. I] herkent, dat de producten die daarop vermeld staan door hemzelf bij [B.V. I] zijn opgehaald en dit allemaal exact dezelfde (in ieder geval qua verpakking) Happy Baby-producten betroffen. Voor die producten heeft hij, per stuk,
€ 18,10 exclusief BTW betaald, aldus [gedaagde sub 2] . Eén van de betreffende producten heeft hij verkocht en geleverd aan de persoon die op 16 september 2020 namens OmniChannel c.s. een testaankoop heeft gedaan, aldus nog steeds [gedaagde sub 2] . [gedaagde sub 2] heeft ook verklaard dat hij nooit eerder een vergelijkbaar product bij een leverancier heeft gekocht. Gelet hierop acht de voorzieningenrechter voorshands aannemelijk dat [B.V. I] tien Happy
Baby-producten aan [gedaagde sub 2] (die daarbij handelde onder de naam [Handelsnaam I] (als handelsnaam van [Handelsnaam II] )) heeft verkocht en geleverd. Hierbij heeft de voorzieningenrechter ook nog meegewogen dat [B.V. I] aan [Handelsnaam I] heeft gesuggereerd OmniChannel c.s. naar haar te sturen. Het valt niet in te zien waarom zij dat zou doen als zij niets met de zaak te maken zou hebben. Dat [B.V. I] in haar bedrijfspand alle pallets met restpartijen heeft doorzocht en daarbij alleen maar originele Baby
Bullet-producten heeft aangetroffen, mag zo zijn, maar dit wil niet zeggen dat [B.V. I] niet óók de betreffende Happy Baby-producten kan hebben verkocht en geleverd. De voorzieningenrechter volgt [B.V. I] daarom niet in haar verweer en gaat er in het navolgende van uit dat [B.V. I] de verkoper en leverancier is geweest van het
Happy Baby-product dat in deze zaak centraal staat.

Overige verweren

4.10.

Het verweer van [gedaagde sub 2] en [B.V. I] dat zij niet wisten dat zij inbreuk maakten op aan Capbran toekomende intellectuele eigendomsrechten, verwerpt de voorzieningenrechter. Dit doet niet ter zake en pleit [gedaagde sub 2] en [B.V. I] niet vrij.

4.11.

[B.V. I] heeft voorts nog aangevoerd dat ook andere aanbieders, zoals de webshop Amazon, het Happy Baby-product te koop hebben aangeboden. De voorzieningenrechter begrijpt dat [B.V. I] daarmee wil zeggen dat ook anderen inbreuk maken op de intellectuele eigendomsrechten van Capbran. Wat daar ook van zij, dat maakt niet dat [B.V. I] dit (ook) mag doen.

4.12.

[B.V. I] heeft tot slot nog gesuggereerd dat Capital Brands dan wel OmniChannel c.s. dan wel aan hen gelieerde marktpartijen zelf namaakproducten op de markt brengen om zo, zoals zij het noemt, ‘allerlei kleine onschuldige ondernemers’ het vel over de neus te kunnen halen. De voorzieningenrechter begrijpt [B.V. I] aldus dat zij bedoelt te betogen dat een houder van intellectuele eigendomsrechten zich niet op die rechten mag beroepen als zij via webshops als bol.com namaakproducten in de markt zet en deze producten, als ze door consumenten worden geretourneerd, door die webshops laat doorverkopen aan marktpartijen als [B.V. I] en zij die marktpartijen vervolgens op inbreuk op genoemde rechten aanspreekt. Dat zich in deze zaak iets dergelijks heeft voorgedaan, heeft [B.V. I] echter van geen enkele onderbouwing voorzien. De voorzieningenrechter gaat hier dan ook aan voorbij.

Onrechtmatig handelen (in Nederland)?

4.13.

Gelet op wat in 4.5 tot en met 4.7 is overwogen, gaat de voorzieningenrechter er van uit dat [gedaagde sub 1] ook niet bij het gestelde onrechtmatig handelen (bestaande uit het slaafs nabootsen van (de verpakkingen van) het Baby Bullet-product en het NutriBullet Baby-product en het verrichten van oneerlijke handelspraktijken) betrokken is geweest. Dit is anders voor [gedaagde sub 2] en [B.V. I] .

4.14.

Het verweer van [gedaagde sub 2] en [B.V. I] dat zij niet wisten dat zij zich met het verkopen en leveren van (de verpakking van) het Happy Baby-product schuldig maakten aan onrechtmatig handelen, passeert de voorzieningenrechter. [gedaagde sub 2] en [B.V. I] konden onrechtmatig handelen in ieder geval redelijkerwijs vermoeden, gezien de vermelding op de verpakking van het Happy Baby-product ‘We are proud to announce the latest member of the Bullet family’ (terwijl het Happy Baby-product geen ‘Bullet-product’ is), het ontbreken op het product en de verpakking van een CE-markering en het ontbreken, in de verpakking, van een receptenboek (terwijl op de verpakking staat vermeld dat deze wordt meegeleverd). Voor [gedaagde sub 2] komt daar nog bij dat hij wist hoe het NutriBullet Baby-product er uit ziet, gezien de afbeelding op de productpagina van webshop bol.com waarop [Handelsnaam I] zich als aanbieder heeft gepresenteerd.

4.15.

Hetgeen [B.V. I] voor het overige als verweer heeft aangevoerd, is gelijk aan hetgeen zij heeft aangevoerd in reactie op de verwijten betreffende het maken van inbreuk op de intellectuele eigendomsrechten van Capbran. Die verweren heeft de voorzieningenrechter hiervoor al verworpen.

De vorderingen

4.16.

Nu de voorzieningenrechter niet aannemelijk acht dat [gedaagde sub 1] bij de inbreuk op intellectuele eigendomsrechten van Capbran en bij onrechtmatig handelen jegens OmniChannel c.s. betrokken is geweest, zullen de vorderingen van OmniChannel c.s., voor zover gericht tegen hem, worden afgewezen.

4.17.

Hiervoor is overwogen dat voorshands aannemelijk is dat [gedaagde sub 2] en [B.V. I] inbreuk hebben gemaakt op de aan Capbran toekomende intellectuele eigendomsrechten en zij onrechtmatig jegens OmniChannel c.s. hebben gehandeld. Gelet hierop en nu niet in geschil is dat OmniChannel c.s. de aan Capbran toekomende intellectuele eigendomsrechten in rechte mag handhaven (voor de gehele Europese Unie) en zij in eigen naam vorderingen gegrond op onrechtmatig handelen mag instellen, zullen de vorderingen die er toe strekken verdere inbreuk en verder onrechtmatig handelen te staken en gestaakt te houden, worden toegewezen, met inachtneming van het volgende.

4.18.

De vordering onder I strekt er toe dat [gedaagde sub 2] wordt geboden inbreuken op de Uniemerken BABY BULLET en NUTRIBULLET te staken en gestaakt te houden én dat hem wordt geboden datzelfde te doen ten aanzien van het Uniemerk NUTRIBULLET BABY. OmniChannel c.s. heeft echter niet gesteld en ook is niet gebleken dat het teken NUTRIBULLET BABY als Uniemerk door Capbran is ingeschreven. De vordering onder I zal in zoverre dan ook worden afgewezen. De voorzieningenrechter gaat er van uit dat OmniChannel c.s. heeft bedoeld te vorderen dat [gedaagde sub 2] wordt geboden geen inbreuk als bedoeld in artikel 9 lid 2 (en niet lid 1) onder a en b UMVo te maken en zal de vordering op die manier toewijzen.

4.19.

In de vordering onder III wordt Capital Brands als auteursrechthebbende aangemerkt. De voorzieningenrechter gaat er van uit dat dit op een verschrijving berust. Vast staat immers dat de auteursrechten op de verpakkingen van het NutriBullet
Baby-product en het Baby Bullet-product bij Capbran berusten. De voorzieningenrechter zal de vordering onder III daarom in aangepaste vorm toewijzen.

4.20.

Nu uit de rechtspraak van het HvJ5 volgt dat het auteursrechtelijk werkbegrip en grotendeels ook de beschermingsomvang van het auteursrecht zijn geharmoniseerd6, gaat de voorzieningenrechter er van uit dat het verkopen en leveren van de verpakkingen van het Baby Bullet-product en het NutriBullet Baby-product in alle lidstaten van de Europese Unie tot de aan de auteursrechthebbende voorbehouden handelingen behoort en, in geval van inbreuk op het auteursrecht, in al die landen een gebod als door OmniChannel c.s. gevorderd kan worden opgelegd. Dat gebod wordt daarom toegewezen voor de gehele Europese Unie.

4.21.

De vordering onder IV, gericht op een gebod tot het staken en gestaakt houden van slaafse nabootsing van (de verpakkingen van) het Baby Bullet-product en het NutriBullet Baby-product, zal worden afgewezen, nu niet valt in te zien welk afzonderlijk (spoedeisend) belang OmniChannel c.s. heeft bij toewijzing daarvan naast een gebod tot het staken en gestaakt houden van modelrecht- en auteursrechtinbreuk.

4.22.

De gevorderde geboden gericht op het staken en gestaakt houden van oneerlijke handelspraktijken, zullen, nu voorshands aannemelijk is dat dit onrechtmatig handelen heeft plaatsgevonden dan wel dreigt plaats te vinden in alle landen van de Europese Unie, ook voor al die landen worden toegewezen. Op grond van artikel 6 lid 2 in combinatie met artikel 4 lid 2 Rome II7 is Nederlands recht op die vorderingen van toepassing. Voor de andere lidstaten van de Europese Unie geldt de hiervoor gegeven beoordeling dus ook. Het gebod zoals gevorderd onder V zal wel worden gekoppeld aan het assortiment van TT Shopping.

4.23.

Ten aanzien van de vordering onder VIII overweegt de voorzieningenrechter als volgt. Voor zover die vordering er toe strekt dat opgave moet worden gedaan van de gegevens als vermeld onder g, h en i, zal deze worden afgewezen. Aan de hand van die gegevens wenst OmniChannel c.s., zo begrijpt de voorzieningenrechter, de schade die zij heeft geleden vast te stellen. OmniChannel c.s. heeft echter niet gesteld waarom van haar niet gevraagd kan worden dat zij voor dit onderdeel van de vordering de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. Daarmee is het spoedeisend belang bij toewijzing daarvan onvoldoende gebleken. Voor het overige is de vordering onder VIII toewijsbaar. Om executiegeschillen te voorkomen, zal de termijn voor het doen van opgave worden gesteld op vier weken na betekening van dit vonnis.

4.24.

Oplegging van een dwangsom als stimulans tot nakoming van de op te leggen geboden en het op te leggen bevel is aangewezen. De gevorderde dwangsom zal echter worden gematigd en aan het totaal van de te verbeuren dwangsommen zal een maximum worden verbonden.

Proceskosten

4.25.

Zoals hiervoor is overwogen, moeten de vorderingen van OmniChannel c.s., voor zover ingesteld tegen [gedaagde sub 1] , worden afgewezen. Dit betekent dat OmniChannel c.s. moet worden veroordeeld in de kosten die [gedaagde sub 1] heeft gemaakt. Die kosten belopen een bedrag van € 304,-- aan griffierecht.

4.26.

In de zaak van OmniChannel c.s. tegen [gedaagde sub 2] en [B.V. I] gelden [gedaagde sub 2] en [B.V. I] als de overwegend in het ongelijk gestelde partijen. Zij zullen daarom, hoofdelijk, worden veroordeeld in de kosten van OmniChannel c.s..

4.27.

OmniChannel c.s. maakt voor wat betreft de vorderingen die berusten op handhaving van intellectuele eigendomsrechten (merkenrecht, modellenrecht en auteursrecht), aanspraak op een proceskostenveroordeling op grond van artikel 1019h Rv. De voorzieningenrechter schat het gedeelte van de zaak dat betrekking heeft op handhaving van intellectuele eigendomsrechten (het ‘IE-deel’) op 75%.

4.28.

OmniChannel c.s. heeft een specificatie van haar kosten van in totaal € 8.201,73 overgelegd. Dit betreft een bedrag van € 7.290,-- aan honorarium van de advocaat van OmniChannel c.s. en een bedrag van € 911,73 aan verschotten (deurwaarderskosten, pakketpostkosten en griffierecht). Om de redelijkheid en evenredigheid van het genoemde honorarium te kunnen beoordelen, voor zover dit betrekking heeft op het IE-deel van de zaak, zoekt de voorzieningenrechter aansluiting bij de Indicatietarieven in IE-zaken (versie van 1 april 2017). De voorzieningenrechter is van oordeel dat deze zaak onder de in die Indicatietarieven genoemde categorie ‘eenvoudig kort geding’ valt. Het maximumtarief aan honorarium in die categorie is een bedrag van € 6.000,--. Voor het IE-deel van de zaak zal het honorarium daarom worden begroot op een bedrag van € 4.500,-- (75% x € 6.000,-). Voor het ‘niet-IE-deel’ van de zaak zal de voorzieningenrechter voor het vaststellen van de honorarium van de advocaat van OmniChannel c.s. het in deze gebruikelijke liquidatietarief toepassen. Dit betekent dat een bedrag van € 245,-- (25% van € 980,--) zal worden toegekend. Vermeerderd met het door OmniChannel c.s. betaalde griffierecht (van € 667,--) en de door haar betaalde deurwaarderskosten en pakketpostkosten (van € 244,73), sluiten de proceskosten dan op een totaalbedrag van € 5.656,73.

Nakosten

4.29.

Voor een (separate) veroordeling in de gevorderde nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert. Deze nakosten zullen worden begroot op € 157,-- zonder betekening dan wel € 239,-- in geval van betekening.

Termijn ex artikel 1019i Rv

4.30.

De voorzieningenrechter zal de termijn als bedoeld in artikel 1019i Rv stellen op zes maanden na de datum van dit vonnis.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

In de procedure tussen OmniChannel c.s. en [gedaagde sub 1] :

5.1.

wijst de vorderingen van OmniChannel c.s. af;

5.2.

veroordeelt OmniChannel c.s. in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [gedaagde sub 1] begroot op een bedrag van € 304,--;

In de procedure tussen OmniChannel c.s. en [gedaagde sub 2] en [B.V. I]:

5.3.

gebiedt [gedaagde sub 2] om met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis in de gehele Europese Unie iedere inbreuk als bedoeld in artikel 9 lid 2 onder a en b UMVo op de Uniemerken NUTRIBULLET en BABY BULLET te staken en gestaakt te houden, daaronder mede begrepen het gebruik van die merken in advertenties, op websites en op verkoopplatforms;

5.4.

gebiedt [gedaagde sub 2] en [B.V. I] ieder voor zich om met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis in de gehele Europese Unie iedere inbreuk als bedoeld in artikel 19 lid 1 GModVo op het Gemeenschapsmodel met registratienummer 001872607-0001 te staken en gestaakt te houden, daaronder mede begrepen het vervaardigen, aanbieden, in de handel brengen, invoeren, uitvoeren of gebruiken van het Happy Baby-product;

5.5.

gebiedt [gedaagde sub 2] en [B.V. I] ieder voor zich om met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis in de gehele Europese Unie iedere inbreuk op de auteursrechten van Capbran op de verpakkingen van het Baby Bullet-product en het Nutribullet-product te staken en gestaakt te houden, daaronder mede begrepen het aanbieden, in de handel brengen, invoeren, uitvoeren of anderszins gebruiken van ongeautoriseerde verveelvoudigingen van die verpakkingen en/of het ongeautoriseerd openbaar maken van foto’s waarop die verpakkingen te zien zijn;

5.6.

gebiedt [gedaagde sub 2] en [B.V. I] ieder voor zich om met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis in de gehele Europese Unie iedere oneerlijke handelspraktijk bestaande uit het gebruik van de slogan Bekend van TV (dan wel varianten daarop als Gezien op TV of As Seen on TV) ter aanprijzing van producten die niet aantoonbaar zijn of worden geadverteerd door TT Shopping op Nederlandse en Belgische lineaire televisiekanalen, te staken en gestaakt te houden;

5.7.

gebiedt [gedaagde sub 2] en [B.V. I] ieder voor zich om met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis in de gehele Europese Unie iedere oneerlijke handelspraktijk bestaande uit het verkopen van producten met gebruikmaking van teksten en foto’s van producten uit het assortiment van TT Shopping te staken en gestaakt te houden, tenzij
[gedaagde sub 2] en [B.V. I] hetzelfde originele product verkopen als het product uit het assortiment van TT Shopping, dat wil zeggen afkomstig van de fabrikant van het originele product;

5.8.

gebiedt [gedaagde sub 2] om met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis in de gehele Europese Unie iedere oneerlijke handelspraktijk bestaande uit het verkopen van producten met vermelding van een EAN-code van een product uit het assortiment van TT Shopping te staken en gestaakt te houden, tenzij hij hetzelfde originele product verkoopt als het product uit het assortiment van TT Shopping en dat product is voorzien van de
EAN-code van dat originele product;

5.9.

beveelt [gedaagde sub 2] en [B.V. I] ieder voor zich om uiterlijk binnen vier weken na betekening van dit vonnis aan de advocaat van OmniChannel c.s. een schriftelijke verklaring ter beschikking te stellen, vergezeld van leesbare onderliggende documenten zoals aankooporders, verkoopfacturen, screenprints en overige documenten, waaruit de volgende gegevens zijn op te maken:
a. het totale aantal inbreukmakende blenders dat de betreffende gedaagde heeft ingekocht;
b. het totale aantal inbreukmakende blenders dat de betreffende gedaagde heeft verkocht;
c. het aantal inbreukmakende blenders dat de betreffende gedaagde op de dag van het uitbrengen van de dagvaarding in voorraad had;
d. naam, adres, woonplaats, land, e-mail en telefoongegevens van de leverancier(s) van de inbreukmakende blenders;
e. naam, adres, woonplaats, land, e-mail en telefoongegevens van afnemers van [gedaagde sub 2] en [B.V. I] die méér dan vijf inbreukmakende blenders besteld hebben;

f. de verkoopkanalen waarop [gedaagde sub 2] en [B.V. I] de inbreukmakende blenders hebben aangeboden;

5.10.

bepaalt dat [gedaagde sub 2] en [B.V. I] ieder voor zich een dwangsom verbeuren van
€ 1.000,-- voor iedere dag (daaronder begrepen een deel van een dag) dat zij in strijd handelen met één van de geboden en het bevel zoals vermeld onder 5.3 tot en met 5.9 dan wel – ter keuze van OmniChannel c.s. – € 250,-- per (inbreukmakend) product dat zij in strijd met dit vonnis aanbieden of verhandelen, met een maximum van in totaal
€ 100.000,--;

5.11.

veroordeelt [gedaagde sub 2] en [B.V. I] hoofdelijk, dat wil zeggen dat als de ene gedaagde betaalt de ander niet meer hoeft te betalen, in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van OmniChannel c.s. begroot op een bedrag van € 5.656,73, te betalen binnen tien dagen na betekening van dit vonnis, en aan nog te maken nakosten op € 157,-- zonder betekening dan wel € 239,-- in geval van betekening;

5.12.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.13.

bepaalt de termijn als bedoeld in artikel 1019i Rv op zes maanden na heden;

5.14.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.E. Bierling en in het openbaar uitgesproken door mr. D. Nobel, rolrechter, op 28 januari 2021.

1 Dit is niet zichtbaar op de productpagina zoals afgebeeld in 2.17.

2 Verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake het Uniemerk (Uniemerkverordening)

3 Verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende Gemeenschapsmodellen (Gemeenschapsmodellenverordening)

4 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering

5 Hof van Justitie (te Luxemburg)

6 Onder meer: HvJ EU 16 juli 2009 (Infopaq), zaak C-5/08, ECLI:NL:XX:2009:BJ3749, HvJ EU zaak C-145/10 van 1 december 2011, ECLI:EU:C:2011:798 (Painer) en HvJ EU zaak C-683-17 van 12 september 2019, ECLI:EU:C:2019:721 (Cofemel)

7 Verordening EG nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen