Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:8326

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
17-05-2021
Datum publicatie
30-07-2021
Zaaknummer
NL21.6842
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

vreemdelingenbewaring, vervolgberoep, Guinee, ongegrond, rechtsplicht, enkele stelling contact op te nemen met de consul van Guinee en het Rode Kruis onvoldoende, dossierniveau

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.6842

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. S. Akkas),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: M. Lorier).

Procesverloop

Verweerder heeft op 5 februari 2021 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd. Verweerder heeft ook een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Eiser stelt van Guinese nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [1997].

2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 20 april 2021 (in de zaak NL21.5313) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu, voor zover dat in beroep wordt

aangevochten, alleen ter beoordeling of sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek de maatregel van bewaring rechtmatig is.

4. Eiser voert aan dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan de verwijdering. Eiser bevindt zich al ruim drie maanden in vreemdelingenbewaring. Eiser heeft diverse keren aangegeven dat hij meewerkt aan zijn uitzetting naar Guinee. Hij heeft in dat kader contact gezocht met de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), het Rode Kruis en met de consul van Guinee. Gelet hierop had verweerder op dossierniveau moeten rappelleren bij de autoriteiten van Guinee. Verweerder heeft dit niet gedaan en handelt daardoor onvoldoende voortvarend aan zijn uitzetting, aldus eiser.

5. Verweerder stelt zich hierover op het standpunt dat niet is gebleken dat eiser daadwerkelijk invulling geeft aan zijn medewerkingsplicht. In het vertrekgesprek van

23 april 2021 verklaart eiser weliswaar dat hij zo spoedig terug wil keren naar Guinee, maar ook dat hij zich niet wenst in te schrijven bij de IOM. Met betrekking tot het gestelde contact met het Rode Kruis en de consul verklaart eiser te hebben gebeld, maar geen contact te hebben gekregen. Verweerder stelt dat hij voldoende voortvarend handelt, door periodiek schriftelijk te rappelleren bij de Guinese autoriteiten en door onderzoek te doen naar de identiteit en nationaliteit van eiser. Daarbij wijst verweerder erop dat vertrek niet alleen met een laissez passer kan plaatsvinden, maar ook met een paspoort dat eiser kan opvragen bij de autoriteiten van Guinee.

7. In wat eiser aanvoert, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan de verwijdering uit Nederland. De rechtbank verwijst hieromtrent allereerst naar haar eerdere uitspraak van 20 april 2021 (in de zaak NL21.5313), rechtsoverweging 5. Daaraan voegt de rechtbank toe dat verweerder op 23 april 2021 een vertrekgesprek heeft gevoerd met eiser. Op eiser rust de rechtsplicht Nederland te verlaten. Deze plicht brengt onder meer mee dat hij actieve en volledige medewerking aan zijn uitzetting dient te verlenen. Eisers enkele stelling dat hij getracht heeft om contact op te nemen met de consul van Guinee en het Rode Kruis is daartoe onvoldoende. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende is gebleken dat eiser de vereiste mate van medewerking verleent. Eiser heeft verder geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die maken dat verweerder bij de huidige stand van zaken op dossierniveau had moeten rappelleren bij de Guinese autoriteiten.

8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep ongegrond;

  • -

    wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van

N. Dayerizadeh, griffier.

De uitspraak is uitgesproken op

17 mei 2021

en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

Documentcode: [Documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.