Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:7748

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
15-06-2021
Datum publicatie
10-08-2021
Zaaknummer
C/09/612365 / JE RK 21-1232
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ondertoezichtstelling 1:255 BW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaaksgegevens: C/09/612365 / JE RK 21-1232

Datum uitspraak: 15 juni 2021

Beschikking van de kinderrechter

Ondertoezichtstelling

in de zaak naar aanleiding van het op 21 mei 2021 ingekomen verzoekschrift van:

de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Haaglanden (hierna te noemen: de Raad),

betreffende:

- [minderjarige] geboren op [geboortedag] 2004 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de man]

hierna te noemen: de vader,

en

[de vrouw]
hierna te noemen: de moeder,

wonende te [woonplaats] .

De kinderrechter merkt als informant aan:

Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland,hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.

Het procesverloop

De kinderrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen, waaronder het raadsrapport d.d. 21 mei 2021.

Op 15 juni 2021 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Daarbij zijn verschenen:

  • -

    [vertegenwoordiger van de raad] namens de Raad;

  • -

    [vertegenwoordigers van de GI] namens de gecertificeerde instelling;

  • -

    de ouders, bijgestaan door een [tolk] .

[minderjarige] is op 15 juni voorafgaand aan de zitting in raadkamer gehoord.

Feiten

  • -

    De vader en de moeder zijn met elkaar gehuwd.

  • -

    De vader en de moeder zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

  • -

    [minderjarige] verblijft feitelijk bij de ouders.

Verzoek

Het verzoek strekt tot ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de periode van één jaar.

Aan het verzoek ligt het volgende ten grondslag. Er zijn zorgen over de opvoedomgeving van [minderjarige] . Het gezin is in een vicieuze cirkel beland waarbij het stellen van regels en grenzen zorgt voor conflicten. [minderjarige] is zelfbepalend en gaat al langere tijd niet meer naar school. Hij onttrekt zich aan het gezag van de ouders en is vaak zonder contact weg van huis. Hierdoor ontstaan er thuis vaak ruzies tussen [minderjarige] en de ouders. De ouders zijn niet in staat om aan te sluiten bij de kindeigen problematiek van [minderjarige] . Ze hebben veel verwachtingen van hem en leggen de volledige verantwoordelijkheid voor de huidige situatie bij hem. Het is van belang dat er systemische hulpverlening wordt ingezet in het gezin en [minderjarige] begeleiding krijgt bij zijn groei naar volwassenheid. Een ondertoezichtstelling is daarom noodzakelijk.

De gecertificeerde instelling onderschrijft het verzoek van de Raad. [minderjarige] laat wisselend gedrag zien. De ene keer wil hij meewerken aan de hulpverlening en op andere momenten houdt hij zich niet aan de afspraken. Er zijn zorgen over zijn schoolgang en de mensen met wie hij omgaat. Het is van belang dat [minderjarige] de komende periode stappen in de juiste richting gaat zetten en daar ondersteuning bij krijgt.

De ouders hebben ingestemd met het verzochte. Ze hebben verklaard dat het iets beter gaat met [minderjarige] sinds de betrokkenheid van de hulpverlening. De ouders vinden het belangrijk dat [minderjarige] op tijd thuis komt en weer naar school gaat.

Beoordeling

De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter zitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:255, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor ondertoezichtstelling aanwezig zijn.

De concrete bedreigingen in de ontwikkeling van [minderjarige] bestaan uit het hierna volgende. Er zijn zorgen over de thuissituatie en de ontwikkeling van [minderjarige] . Hij vertoont zeer zelfbepalend gedrag en accepteert het gezag van de ouders niet. Hij blijft soms dagenlang weg, waardoor er geen zicht is op hem. Daarnaast verloopt de schoolgang van [minderjarige] nog steeds moeizaam en laat hij stemmingswisselingen en een verstoorde emotieregulatie zien, wat zich uit in verbale en fysieke agressie. Ook is [minderjarige] beïnvloedbaar en zijn er zorgen over de mensen met wie hij omgaat. De ouders zijn rigide in hun denkpatroon en het lukt hen onvoldoende om hun eigen aandeel in de situatie in te zien. Dit zorgt regelmatig voor spanningen en conflicten tussen [minderjarige] en de ouders in de thuissituatie. De kinderrechter is daarom van oordeel dat [minderjarige] ernstig wordt bedreigd in zijn ontwikkeling en acht een ondertoezichtstelling noodzakelijk, zodat er een veilige en stabiele opvoedomgeving kan worden gecreëerd waarin geen gesprake meer is van verbale en fysieke escalaties. Hierbij is het van belang dat [minderjarige] de komende periode naar school gaat en passende ondersteuning krijgt. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling daarom toewijzen zoals verzocht.

Daarom zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:

stelt [minderjarige] van 15 juni 2021 tot 15 juni 2022 onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland;

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2021 door mr. D.G.J. Dop, kinderrechter, in tegenwoordigheid van V.A.H. Schoorl als griffier.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 19 juli 2021.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van

het gerechtshof Den Haag.