Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:7179

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
22-06-2021
Datum publicatie
02-08-2021
Zaaknummer
AWB - 20 _ 5853
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geen urgent woonprobleem, beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN Haag

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 20/5853

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 juni 2021 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. K. Mohasselzadeh),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leidschendam-Voorburg, verweerder

(gemachtigde: M. Schuurman).

Procesverloop

Bij besluit van 21 november 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de urgentieverklaring van eiseres afgewezen.

Bij besluit van 26 augustus 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De zitting was op 22 juni 2021 via een Skypeverbinding. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Eiseres woont sinds 2015 in de woning te [plaats] . Het betreft een driekamerwoning op de eerste etage. Vanwege de psycho-sociale klachten van eiseres zijn haar twee kinderen in 2018 uit huis geplaats en onder toezicht gesteld.

2. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres om een urgentieverklaring afgewezen op grond van artikel 4:5 van de Huisvestingsverordening Leidschendam-Voorburg 2019 (de Huisvestingsverordening) met inachtneming van het advies van Salude Medisch Advies. Volgens verweerder is er geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem. Ook zijn de feiten niet zo bijzonder dat sprake is van hardheid.

3. Eiseres voert aan dat haar woning te klein is. Verweerder gaat voorbij aan het feit dat haar kinderen niet teruggeplaatst kunnen worden zolang zij in een driekamerwoning woont. Om deze reden is een grotere woning noodzakelijk.

4. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat er geen sprake is van een urgent woonprobleem. Eiseres woont alleen en er is geen zicht op dat de kinderen op korte termijn weer thuis kunnen wonen. De driekamer woning is groot genoeg voor een vrouw alleen. Bovendien is uit onderzoek aan de zijde van verweerder niet gebleken dat een grotere woonruimte een voorwaarde is voor de terugplaatsing van de kinderen.

5. Hoewel eiseres haar kinderen graag weer thuis heeft, is dit nog niet aan de orde. Mocht de situatie ontstaan dat haar kinderen alleen teruggeplaatst kunnen worden bij een grotere woning dan kan eiseres een nieuwe aanvraag om een urgentieverklaring indienen. Zoals verweerder ter zitting heeft aangegeven zal hij dan opnieuw toetsen of toepassing kan worden gegeven aan de hardheidsclausule.

Met deze stand van zaken kan niet worden geoordeeld dat verweerder een urgentieverklaring had moeten verlenen.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Abdolbaghai, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2021.

griffier rechter

De griffier in verhinderd te ondertekenen.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.