Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:7107

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
29-06-2021
Datum publicatie
14-07-2021
Zaaknummer
C/09/612073 / JE RK 21-1178
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging ondertoezichtstelling. De ouders zijn niet in staat om positief en constructief met elkaar te communiceren over de opvoeding van de minderjarige. Hierdoor zit de minderjarige klem tussen de ouders en bevindt hij zich in een loyaliteitsconflict.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaaksgegevens: C/09/612073 / JE RK 21-1178

Datum uitspraak: 29 juni 2021

Beschikking van de kinderrechter

Verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak naar aanleiding van het op 17 mei 2021 ingekomen verzoekschrift van:

Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

betreffende:

- [minderjarige], geboren op [geboortedag] 2014 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de man] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

[de vrouw] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. B.S. van Haeften, gevestigd te Den Haag.

Het procesverloop

De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift met bijlagen d.d. 17 mei 2021.

Op 29 juni 2021 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Daarbij zijn verschenen:

  • -

    de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

  • -

    mw. [vertegenwoordiger van de GI] namens de gecertificeerde instelling.

Hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, is de vader niet verschenen.

Feiten

  • -

    Het huwelijk van de vader en de moeder is door echtscheiding ontbonden.

  • -

    De vader en de moeder zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag.

  • -

    [minderjarige] verblijft feitelijk bij de moeder.

  • -

    De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking d.d. 23 december 2020 [minderjarige] onder toezicht gesteld van 2 januari 2021 tot 2 juli 2021.

Het verzoek

Het verzoek strekt tot verlenging van de ondertoezichtstelling voor de periode van zes maanden. De gecertificeerde instelling legt het volgende aan het verzoek ten grondslag. Na een stabiele periode waarin de ouders vooruitgang boekten in de onderlinge communicatie en er zicht was op een overdracht van de hulpverlening naar het vrijwillig kader is de samenwerking gestagneerd. In de aanloop naar de zitting met betrekking tot het vaststellen van kinderalimentatie ontstond er opnieuw onvrede. Dit uitte zich in uitspraken van [minderjarige] welke erop wijzen dat hij opnieuw wordt belast met volwassenenproblematiek. De samenwerking tussen de vader en de gecertificeerde instelling wordt hierdoor bemoeilijkt. Daarnaast weigert de vader met de moeder te communiceren. [minderjarige] vertoont momenteel weinig kind signalen, maar op termijn kan de strijd en spanning die de ouders voeren schadelijk zijn voor zijn emotionele ontwikkeling. Een verlenging van de ondertoezichtstelling is noodzakelijk zodat de komende tijd gewerkt kan worden aan de mogelijkheden voor het vormgeven van het ouderschap.

Het standpunt van de belanghebbende

De moeder heeft, mede bij monde van haar advocaat, ingestemd met het verzochte. De moeder staat open voor de hulpverlening en is blij met de ondersteuning vanuit de gecertificeerde instelling.

De moeder heeft hierop aanvullend verklaard dat het voor [minderjarige] duidelijk moet zijn wanneer hij de vader ziet. De moeder wil met [minderjarige] op vakantie, maar de vader geeft hiervoor geen toestemming. Hierdoor is de moeder genoodzaakt om een verzoek tot vervangende toestemming ten behoeve van de aanvraag van een paspoort en de vakantie bij de rechtbank in te dienen.

Beoordeling

De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:255, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor ondertoezichtstelling nog aanwezig zijn en dat het noodzakelijk is de ondertoezichtstelling te verlengen als verzocht.

Daarbij wordt als volgt overwogen. Er is nog steeds onverkort sprake van een ernstige bedreiging in de ontwikkeling van [minderjarige] . De ouders zijn niet in staat om positief en constructief met elkaar te communiceren over de opvoeding van [minderjarige] . Hierdoor zit [minderjarige] klem tussen de ouders en bevindt hij zich in een loyaliteitsconflict. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat de moeder van goede wil is, maar dat de vader opnieuw in het oude negatieve patroon is vervallen. [minderjarige] wordt belast met volwassenenzaken. Door de onderlinge strijd van de ouders ziet [minderjarige] de vader momenteel niet. Het uitblijven van het contact met de vader is echter schadelijk voor de identiteitsontwikkeling van [minderjarige] . De kinderrechter drukt de ouders op het hart dat zij beiden de ouders van [minderjarige] zijn, wat gepaard gaat met ouderlijke verantwoordelijkheid. De jarenlange onderlinge strijd is in het geheel niet in het belang van [minderjarige] en de ouders moeten zich ervoor inzetten deze situatie voor [minderjarige] te verbeteren. De komende periode dient de gecertificeerde instelling te onderzoeken welke vorm van hulpverlening noodzakelijk is zodat de ouders gezamenlijk komen tot een constructieve en passende communicatie ten behoeve van de opvoeding van [minderjarige] . Hierbij dient het belang van [minderjarige] nauwlettend in de gaten gehouden te worden.

Derhalve zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] van 2 juli 2021 tot 2 januari 2022 met behoud van de Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden als gecertificeerde instelling die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling;

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2021 door mr. A.J. Japenga, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.P.M. van der Hoorn als griffier.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 5 juli 2021.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van

het gerechtshof Den Haag.