Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:6821

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
30-06-2021
Datum publicatie
05-07-2021
Zaaknummer
NL21.7086
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Sri Lanka. Ongeloofwaardige verklaringen. Ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL21.7086


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. A. Heida),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: E. van Hoof).


Procesverloop
Bij besluit van 30 april 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 juni 2021. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiseres is van Sri Lankaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum].

2. Eiseres heeft aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij tijdens de oorlog een schuld heeft opgebouwd bij [naam 2]. Nadat zij haar schuld niet kon terugbetalen, heeft [naam 2] haar bedreigd. Eiseres is naar Nederland gevlucht vanwege een incident met [naam 2] waarbij hij haar een zak over het hoofd heeft gedaan en haar probeerde te wurgen.

3. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiseres afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vw1, juncto artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder h, van de Vw. Verweerder acht de identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig. De problemen vanwege de schuld worden ongeloofwaardig geacht, nu betrokkene hier niet eensluidend over heeft verklaard. Tevens heeft eiseres zich niet onverwijld gemeld bij binnenkomst in Nederland. Verweerder concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen als kennelijk ongegrond.

4. Op wat eiseres hiertegen heeft aangevoerd, wordt hierna ingegaan.

De rechtbank oordeelt als volgt.

FMMU-advies

5. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling2 bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat verweerder ervan mag uitgaan dat een overeenkomstig het Protocol opgesteld FMMU-advies voldoet aan de uit een oogpunt van vakkundigheid te stellen eisen en zorgvuldig tot stand is gekomen. Verweerder dient zich ingevolge artikel 3:2 van de Awb3 ervan te vergewissen dat een door de FMMU uitgebracht advies naar totstandkoming zorgvuldig en naar inhoud inzichtelijk en concludent is. Als de vreemdeling ná het uitbrengen van het FMMU-advies, maar vóór het afnemen van de gehoren medische informatie inbrengt die de FMMU niet bekend was ten tijde van het opstellen van dat advies, vereist de zorgvuldigheid dat verweerder onderzoekt wat deze informatie betekent voor het horen van de vreemdeling en zo nodig de FMMU daarover raadpleegt.

6. Eiseres stelt zich op het standpunt dat zij kwetsbaar is en dat zij moeite heeft met zaken onder woorden te brengen. Het FMMU-advies doet hier volgens haar niets aan af, nu deze keuring plaatsvindt in een kort tijdsbestek. Eiseres is warrig, praat bijna niet en heeft assistentie nodig. Ook staat eiseres onder behandeling van de GGZ.

7. De rechtbank volgt eiseres niet in haar stelling, nu zij heeft nagelaten om vóór haar gehoren informatie over te leggen waaruit blijkt dat het medisch advies niet correct is dan wel onvolledig zou zijn. Eiseres heeft weliswaar in de correcties en aanvullingen aangegeven dat zij moeite heeft met het afleggen van verklaringen, maar dit is niet onderbouwd met enige documenten. Door dit niet te doen mocht verweerder uitgaan van het FMMU-advies en mocht van eiseres verwacht worden dat zij eensluidend weet te verklaren over essentiële onderdelen van haar asielrelaas.

Visum Zwitserland en het paspoort

8. Ter zitting is gebleken dat niet langer in geschil is dat eiseres conform de EU-VIS4 een visum voor Zwitserland heeft ontvangen dat geldig was van 1 september 2018 tot 14 oktober 2018.

9. De rechtbank overweegt dat hiermee de tegenstrijdigheden uit het asielrelaas van eiseres niet worden weggenomen. Onduidelijk blijft wanneer eiseres Nederland is ingereisd. In haar gehoren verklaart eiseres dat zij in september 2019 Nederland is ingereisd, terwijl op zitting duidelijk is geworden dat eiseres met het Zwitsers visum Nederland is ingereisd. Dit betekent dat eiseres Nederland moet zijn ingereisd in de periode van 1 september 2018 tot 14 oktober 2018. Ook de tegenstrijdigheden over wie haar paspoort in zijn bezit heeft blijven bestaan. Uit de verklaringen van eiseres blijkt dat zij haar paspoort aan haar reisagent heeft gegeven.5 Zij verklaart over de reisagent dat zij niet weet wie dit is.6 In het nader gehoor verklaart eiseres dat haar paspoort bij de controle op het vliegveld is ingenomen.7 In de correcties en aanvullingen geeft eiseres daarentegen steeds aan dat haar paspoort bij de zoon van haar nicht ligt. Eiseres heeft de mogelijkheid om in de correcties en aanvullingen terug te komen op eerdere verklaringen, mits zij afdoende verklaart waarom volgens haar het rapport van gehoor niet klopt.8 Eiseres heeft nagelaten een verklaarbare reden te geven voor het verschil over wat zij zelf heeft verklaard in haar gehoren over wie haar paspoort heeft, met wat er in de correcties en aanvullingen hierover is opgenomen. Ook nadat haar in het nader gehoor is voorgehouden dat zij eerder zou hebben verklaard dat haar paspoort bij familieleden ligt, blijft eiseres bij haar verklaring dat het paspoort niet bij haar familieleden ligt.9 De verklaring dat eiseres warrig is en moeite heeft met verklaren biedt onvoldoende onderbouwing voor dit verschil. Deze stelling is ook niet onderbouwd met enige documenten. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres tegenstrijdig heeft verklaard. Van eiseres mag worden verwacht dat zij eensluidend weet te verklaren over wat er met haar paspoort is gebeurd en wanneer zij Nederland is ingereisd.

Contact met echtgenoot en kinderen

10. Eiseres stelt dat zij niet tegenstrijdig heeft verklaard over het contact met haar echtgenoot en kinderen, nu het doel van de correcties en aanvullingen is om het verslag van gehoor te wijzigen.

11. Deze beroepsgrond faalt. Zoals eerder is overwogen, is het voor eiseres mogelijk om in de correcties en aanvullingen terug te komen op eerder afgelegde verklaringen, mits er afdoende wordt verklaard waarom het rapport van gehoor niet klopt. Eiseres heeft een dergelijke afdoende verklaring niet gegeven. Eiseres heeft eerst verklaard geen contact te hebben met haar man en kinderen10 en vervolgens heeft zij verklaard dat zij af en toe contact heeft met haar echtgenoot.11 Dit zijn twee uiteenlopende verklaringen die niet met elkaar te verenigen zijn en waarvoor in de correcties en aanvullingen geen afdoende verklaring voor wordt gegeven. De rechtbank is van oordeel dat verweerder heeft gehandeld conform de werkinstructie 2014/10.

Problemen met [naam 2]

12. Eiseres voert verder aan dat zij niet wisselend heeft verklaard over het feit dat [naam 2] weleens anderen meebracht als hij haar bezocht. Weleens zou niet per se betekenen dat dit meer dan één keer is gebeurd.

13. De rechtbank volgt eiseres niet in haar standpunt. In het nader gehoor heeft eiseres verklaard dat [naam 2] weleens mensen met zich meenam.12 Dit impliceert dat [naam 2] eerder andere mensen met zich heeft meegebracht tijdens een van de bezoeken aan eiseres. Vervolgens verklaart eiseres dat [naam 2] alleen mensen had meegenomen op de dag van het incident.13 Dit is tegenstrijdig met hetgeen eiseres eerder in het gehoor heeft verklaard. Eiseres heeft geen afdoende verklaring gegeven voor haar tegenstrijdige verklaring. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres hierover inconsistent heeft verklaard.

Verhuizing

14. Eiseres stelt zich op het standpunt dat verhuizen in haar geval geen zin had. [naam 2] zou haar toch weer gevonden hebben. Daarnaast had zij ook geen financiële mogelijkheden om te verhuizen.

15. De rechtbank overweegt dat de verklaringen van eiseres omtrent de verhuizing niet rijmen met de verklaringen over haar echtgenoot die wel is verhuisd en is ondergedoken voor [naam 2].14 Eiseres heeft namelijk verklaard dat [naam 2] iedereen kan vinden.15 Niet valt in te zien waarom eiseres dan vervolgens verklaart dat haar echtgenoot is ondergedoken en niet is gevonden door [naam 2]. De verklaring van eiseres dat haar echtgenoot buiten haar problemen met [naam 2] zou staan, aangezien zij het geld heeft geleend, rijmt weer niet met haar verklaring dat zij stelt dat haar man ook door [naam 2] is mishandeld in verband met de schuld en zij samen met haar man geld heeft terugbetaald aan [naam 2].16 Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat er tegenstrijdig is verklaard.

Onderduiken en oproepen politie

16. Eiseres voert verder aan dat het niet vreemd is dat zij op de hoogte was van de oproepen die de politie achterliet tijdens de huiszoekingen in haar woning toen zij was ondergedoken, omdat niet is gebleken dat zij helemaal niet meer thuiskwam.

17. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat er sprake is van ongerijmdheden op dit punt. Eiseres heeft namelijk verklaard dat zij ondergedoken heeft gezeten bij haar buren.17 Vervolgens verklaart eiseres dat zij zich constant verborgen heeft gehouden en het riskant is om naar huis te gaan als de politie regelmatig langskomt.18 Dat eiseres in de gronden van beroep aangeeft dat dit niet betekent dat zij nooit naar huis ging, heeft verweerder tegenstrijdig kunnen vinden. Dat eiseres wel bereid is om weleens naar huis te gaan, terwijl ze voor haar leven vreest en altijd ondergedoken heeft gezeten, heeft verweerder dan ook terecht niet gevolgd. Van belang is ook dat eiseres geen enkel document heeft overgelegd van deze oproepen.

Kennelijk ongegrond

18. Eiseres heeft op 17 februari 2020 een asielaanvraag ingediend. Ter zitting is gebleken dat niet langer meer in geschil is dat eiseres een Schengen-visum heeft ontvangen dat geldig was tot 14 oktober 2018.

19. Eiseres heeft een geruime tijd gewacht met het indienen van een asielaanvraag. Verweerder heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 30b, eerste lid, onder h, van de Vw, op grond waarvan de aanvraag als kennelijk ongegrond kan worden afgewezen. Verweerder heeft niet ten onrechte gesteld dat eiseres geen verschoonbare reden heeft aangevoerd voor het niet onverwijld indienen van een asielaanvraag.

20. De aanvraag is terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond.

21. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid vanmr. S. Zohrabian, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

1 Vreemdelingenwet 2000.

2 Zie onder meer ECLI:NL:RVS:2018:2086.

3 Algemene wet bestuursrecht.

4 Visum Informatie Systeem van de Europese Unie

5 Aanmeldgehoor, pagina4.

6 Nader gehoor, pagina 4.

7 Nader gehoor, pagina 11.

8 WI 2014/10, 3.2.1.1.

9 Nader gehoor, pagina 4.

10 Aanmeldgehoor, pagina 7.

11 Nader gehoor, pagina 8.

12 Nader gehoor, pagina. 19.

13 Nader gehoor, pagina 20.

14 Nader gehoor, pagina 12.

15 Nader gehoor, pagina 20.

16 Nader gehoor, pagina’s 18 tot en met 21.

17 Nader gehoor, pagina 22.

18 Nader gehoor, pagina 28.