Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:6694

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
21-06-2021
Datum publicatie
01-07-2021
Zaaknummer
NL21.7874
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Asielaanvraag buiten behandeling gesteld op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder a en b, Vw.

Niet in geschil is dat eiser is gediagnosticeerd met paranoïde schizofrenie en dat hij last heeft van psychoses. Hij heeft onder meer hallucinaties en stemmen in zijn hoofd en gebruikt medicatie. Uit het door eiser overgelegde, en door verweerder niet betwiste, medische dossier blijkt verder dat eiser in het verleden meermaals vermist is geweest, dat niemand weet waar hij in die periodes verbleef en dat hij meermaals afspraken met behandelaars heeft gemist.

De rechtbank overweegt dat verweerder terecht als uitgangspunt heeft genomen dat het in de eerste plaats aan de vreemdeling is om zijn asielrelaas aannemelijk te maken. Dit laat onverlet dat verweerder zich gedurende de gehele procedure moet inspannen en zich ervan moet vergewissen of een vreemdeling bijzondere procedurele waarborgen behoeft. Dit vereist een actieve houding van verweerder. De rechtbank betrekt hierbij punt 29 van de considerans en artikel 24 van de Procedurerichtlijn[1], die zijn omgezet in artikel 3.108b van het Vb[2]. De rechtbank wijst in dit verband op de uitspraak van de Afdeling van 26 augustus 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:2057), waarin is overwogen dat verweerder, nadat een asielaanvraag is gedaan, moet nagaan of een vreemdeling bijzondere procedurele waarborgen voor het onderzoek naar die aanvraag behoeft. Als dit het geval is, maar enige vorm van horen mogelijk is, moet verweerder gedurende het onderzoek passende steun bieden. Dit volgt ook uit Werkinstructie 2015/8 ‘bijzondere procedurele waarborgen’.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich in het geval van eiser niet zorgvuldig voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd op het standpunt gesteld dat het aan eiser is toe te rekenen dat hij meerdere malen niet is verschenen op het gehoor en dat hij onvoldoende informatie over zijn aanvraag heeft verstrekt. Verweerder had, met inachtneming van de psychische aandoening van eiser, onderzoek moeten doen naar andere, passende vormen van informatievergaring. Naar het oordeel van de rechtbank rust op verweerder in dit geval de plicht om een extra inspanning te leveren om eiser in de gelegenheid te stellen zijn relaas naar voren te brengen. Zo had onderzocht kunnen worden of verweerder eiser op locatie, dus in het asielzoekerscentrum waar hij verblijft, had kunnen horen, of anderszins met de gemachtigde van eiser in overleg kunnen treden. Gelet op het verloop van de onderhavige procedure en de psychische en medische omstandigheden van eiser, is de rechtbank van oordeel dat de motivering van verweerder in dit geval niet volstaat. De stelling dat het op de weg van de gemachtigde van eiser had gelegen om deze mogelijkheden (opnieuw) aan te kaarten, doet aan het voorgaande niet af. De beroepsgrond slaagt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL21.7874


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [#]

(gemachtigde: mr. A. Hashem Jawaheri),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. E. Slutzky).


Procesverloop
Bij besluit van 19 mei 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure buiten behandeling gesteld. Daarnaast heeft verweerder aan eiser een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening met zaaknummer NL21.7875, plaatsgevonden op 8 juni 2021. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

Inleiding

1. Eiser heeft de Iraanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] .

2. De rechtbank gaat uit van het volgende. Eiser heeft op 30 december 2015 zijn eerste asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft deze aanvraag op 30 mei 2017 afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31 van de Vw1. Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. Bij uitspraak van 23 oktober 2017 is dit beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat was gebleken dat eiser sinds 15 juni 2017 met onbekende bestemming was vertrokken.

3. Op 12 januari 2019 heeft eiser onderhavige aanvraag ingediend.

Uit het procesdossier volgt dat verweerder op 22 februari 2019 heeft besloten om de asielaanvraag van eiser naar de verlengde asielprocedure te zenden. Eiser is vervolgens op 22 mei 2019, 12 juni 2019 en 26 juni 2019 uitgenodigd om te verschijnen voor een afspraak bij het FMMU inzake een medisch advies. Al deze keren is eiser niet verschenen. Eiser is vanaf ongeveer eind juni in [naam] opgenomen geweest voor een paar maanden.
Op 26 november 2019 heeft het FMMU alsnog vastgesteld dat eiser psychische klachten heeft, maar dat deze niet dusdanig ernstig zijn dat dit beperkingen zal opleveren bij het horen en beslissen. Het gehoor heeft toen niet aansluitend kunnen plaatsvinden. Het gehoor van 9 januari 2020 is geannuleerd op verzoek van de gemachtigde van eiser, omdat eiser niet in staat was om zelfstandig naar Aanmeldcentrum [locatie 1] te reizen.
Op 23 november 2020 is weer een FMMU advies uitgebracht, waarin is geconstateerd dat eiser gehoord kan worden, mits er rekening wordt gehouden met zijn psychische omstandigheden. Eiser is op 11 maart 2021 niet verschenen op de afspraak voor zijn gehoor. Op 30 maart 2021 is eiser wel verschenen, maar is door de medische dienst van het Aanmeldcentrum (AC) [locatie 2] geconstateerd dat eiser mentaal niet in staat was om te worden gehoord.
Op 17 april 2021 is wederom een FMMU advies uitgebracht, waarin is geadviseerd dat eiser in staat is te worden gehoord indien rekening wordt gehouden met bepaalde beperkingen. Op 4 mei 2021 is eiser wederom niet verschenen op het geplande gehoor. Daarop heeft verweerder, nadat een paar keer is geprobeerd met de gemachtigde van eiser contact op te nemen, op diezelfde dag het voornemen uitgebracht om de aanvraag buiten behandeling te stellen. Eiser heeft op 13 mei 2021 zijn zienswijze daarover ingediend. Op 19 mei 2021 heeft verweerder onderhavig besluit genomen.

Besluit

5. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser buiten behandeling gesteld op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder a en b, Vw. Op grond van deze bepalingen kan verweerder een aanvraag buiten behandeling stellen in de zin van artikel 28 van de Procedurerichtlijn, indien de vreemdeling heeft nagelaten te antwoorden op verzoeken om informatie te verstrekken die van wezenlijk belang is voor zijn aanvraag (a) en de vreemdeling niet is verschenen bij een gehoor en hij niet binnen een termijn van twee weken heeft aangetoond dat dit niet aan hem is toe te rekenen (b).

Gronden van beroep

6. Eiser voert aan dat verweerder zijn asielaanvraag ten onrechte buiten behandeling heeft gesteld. Hij heeft voldoende onderbouwd dat hij niet in staat was om zelfstandig, zonder enige ondersteuning, bij het gehoor met verweerder te verschijnen. Eiser heeft veel moeite met het naleven van afspraken gelet op zijn psychische gesteldheid. Uit het dossier blijkt duidelijk dat eiser ernstige mentale problemen heeft en meermaals niet is verschenen op afspraken of wel is verschenen, maar dan niet in staat was om te worden gehoord. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiser nader toegelicht dat hij, dan wel een kantoorgenoot, regelmatig met eiser is meegegaan naar een afspraak om ervan verzekerd te zijn dat eiser daadwerkelijk op de afspraak zou verschijnen. Verweerder heeft onvoldoende zorgvuldig onderzoek gedaan naar de redenen waarom eiser niet is verschenen. Verweerder had ook alternatieven kunnen bieden, zoals een gehoor op het aanmeldcentrum waar eiser verblijft. In het bestreden besluit is niet gemotiveerd waarom daarvan geen gebruik is gemaakt. Daarnaast is eiser niet verzocht om informatie te verstrekken.

6.1

Verweerder volgt de stelling van eiser dat hij niet op het gehoor kon verschijnen vanwege zijn mentale problemen, niet. Niet is onderbouwd dat eiser geen besef heeft van tijd en plaats. Daarom mocht van eiser verwacht worden dat hij op de datum van het gehoor in [locatie 1] zou verschijnen. Uit het FMMU-advies van 17 april 2021 blijkt dat eiser gehoord kan worden, indien verweerder rekening houdt met bepaalde beperkingen. Het FMMU-advies is een deskundigenadvies waar verweerder vanuit mag gaan. De stelling dat eiser niet in staat is om zelfstandig, zonder enige vorm van ondersteuning, bij het gehoor te verschijnen omdat hij onbereikbaar is (voor zijn gemachtigde), wordt niet gevolgd. Verweerder heeft eiser meerdere keren in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. Verder is eiser niet alleen niet verschenen voor het gehoor, maar heeft hij evenmin gebruik gemaakt van de gelegenheid om relevante informatie omtrent zijn asielaanvraag, dan wel de reden van zijn afwezigheid, kenbaar te maken.

Oordeel rechtbank

7. De rechtbank overweegt ambtshalve dat sprake is van procesbelang zodat eiser in zijn beroep kan worden ontvangen. Weliswaar heeft gemachtigde van eiser ter zitting verklaard dat eiser af en toe spoorloos is en ook nu niet bekend is waar hij verblijft, maar niet in geschil is dat eiser in het asielzoekerscentrum in [plaats] geregistreerd staat en niet met onbekende bestemming is vertrokken. Gemachtigde van eiser heeft contact met eisers broer, die in Nederland verblijft.

8. Niet in geschil is dat eiser is gediagnosticeerd met paranoïde schizofrenie en dat hij last heeft van psychoses. Hij heeft onder meer hallucinaties en stemmen in zijn hoofd en gebruikt medicatie. Uit het door eiser overgelegde, en door verweerder niet betwiste, medische dossier blijkt verder dat eiser in het verleden meermaals vermist is geweest, dat niemand weet waar hij in die periodes verbleef en dat hij meermaals afspraken met behandelaars heeft gemist.

9. De rechtbank overweegt dat verweerder terecht als uitgangspunt heeft genomen dat het in de eerste plaats aan de vreemdeling is om zijn asielrelaas aannemelijk te maken. Dit laat onverlet dat verweerder zich gedurende de gehele procedure moet inspannen en zich ervan vergewissen of een vreemdeling bijzondere procedurele waarborgen behoeft. Dit vereist een actieve houding van verweerder. De rechtbank betrekt hierbij punt 29 van de considerans en artikel 24 van de Procedurerichtlijn2, die zijn omgezet in artikel 3.108b van het Vb3. De rechtbank wijst in dit verband op de uitspraak van de Afdeling van 26 augustus 20204, waarin is overwogen dat verweerder, nadat een asielaanvraag is gedaan, moet nagaan of een vreemdeling bijzondere procedurele waarborgen voor het onderzoek naar die aanvraag behoeft. Als dit het geval is, maar enige vorm van horen mogelijk is, moet verweerder gedurende het onderzoek passende steun bieden. Dit volgt ook uit Werkinstructie 2015/8 ‘bijzondere procedurele waarborgen’.

10. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich in het geval van eiser niet zorgvuldig voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd op het standpunt gesteld dat het aan eiser is toe te rekenen dat hij meerdere malen niet is verschenen op het gehoor en dat hij onvoldoende informatie over zijn aanvraag heeft verstrekt. Niet in geschil is immers dat eiser ernstige psychische problemen heeft. De stelling ter zitting, dat onvoldoende is onderbouwd dat eiser geen besef van tijd en plaats zou hebben, volgt de rechtbank dan ook niet. Daarbij weegt mee dat ook uit het procesdossier voldoende blijkt dat eiser ernstige psychische problemen heeft. Ook heeft het FMMU meerdere malen5 vastgesteld dat eiser niet gehoord kon worden gelet op zijn medische problemen. Dat uit het laatste FMMU-advies van 17 april 2021 blijkt dat eiser gehoord kon worden, laat onverlet dat vlak daarvoor, op 30 maart 2021, nog door de medische dienst op het AC [locatie 2] was geconstateerd dat eiser niet gehoord kon worden. Daarnaast volgt uit het procesdossier én het medisch dossier dat het zeer lastig is om met eiser afspraken te maken gelet op zijn medische situatie. Verweerder had, met inachtneming van de psychische aandoening van eiser, onderzoek moeten doen naar andere, passende vormen van informatievergaring. Naar het oordeel van de rechtbank rust op verweerder in dit geval de plicht om een extra inspanning te leveren om eiser in de gelegenheid te stellen zijn relaas naar voren te brengen. Zo had onderzocht kunnen worden of verweerder eiser op locatie, dus in het asielzoekerscentrum waar hij verblijft, had kunnen horen, of anderszins met de gemachtigde van eiser in overleg kunnen treden. Verweerder heeft dat in het verleden ook gedaan, nadat eiser was opgenomen in de [naam] in 2019, zoals ter zitting door gemachtigde van eiser is toegelicht. Ook blijkt uit het dossier dat de broer van eiser zeer betrokken is en contact heeft met de gemachtigde van eiser. Gelet op het verloop van de onderhavige procedure, zoals hiervoor is weergegeven onder 3, en de psychische en medische omstandigheden van eiser, is de rechtbank van oordeel dat de motivering van verweerder in dit geval niet volstaat. De stelling dat het op de weg van de gemachtigde van eiser had gelegen om deze mogelijkheden (opnieuw) aan te kaarten, doet aan het voorgaande niet af. De beroepsgrond slaagt.

11. Voor zover de gemachtigde van eiser (eerst ter zitting) heeft aangevoerd dat het horen van eiser wellicht niet mogelijk is gelet op zijn psychische problemen, overweegt de rechtbank dat verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat deze stelling, gelet op het laatste FMMU-advies, onvoldoende is onderbouwd. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.

Conclusie

12. De rechtbank concludeert dat - nu eiser niet valt te verwijten dat hij op 4 mei 2021 niet is verschenen en evenmin dat hij geen informatie over zijn asielaanvraag kon verstrekken - verweerder zijn asielaanvraag ten onrechte buiten behandeling heeft gesteld.

13. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit is genomen in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van acht weken nadat verweerder eiser heeft gehoord dan wel het onderzoek heeft afgesloten.

14. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.068,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 534,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing


De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;

- bepaalt dat verweerder binnen acht weken nadat verweerder eiser heeft gehoord dan wel het onderzoek heeft afgesloten, een nieuw besluit dient te nemen op de aanvraag van eiser;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.068,-.


Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.J. van Beek, rechter, in aanwezigheid vanmr. C.H. Gall, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

1 Vreemdelingenwet 2000.

2 Richtlijn 2013/32/EU.

3 Vreemdelingenbesluit 2000.

4 ECLI:NL:RVS:2020:2057.

5 Zie FMMU-adviezen van 5 juli 2016 en 17 januari 2019 en een mail-bericht van 30 maart 2021