Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:6678

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
01-07-2021
Datum publicatie
01-07-2021
Zaaknummer
09/767105-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Cybercrime. Veroordeling voor het maken en verkopen van phishing panels, een technisch hulpmiddel als bedoeld in art. 139d Sr. Witwassen. Betaling in bitcoins is een verhullingshandeling. Gebruik maken van phishing panels, waarmee oplichting en eendaadse samenloop van computervredebreuk en diefstal met valse sleutel. Gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk. Bijzondere voorwaarde o.a. interventie Hack_Right.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummers: 09/767105-20 en 09/767246-21 (ttz. gev.)

Datum uitspraak: 1 juli 2021

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] ,

op dit moment gedetineerd in de penitentiaire inrichting Alphen aan den Rijn, locatie Eikenlaan.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 3 juni 2021 (inhoudelijke behandeling) en 17 juni 2021 (sluiting).

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. K. Hermans en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. T. Scheffer naar voren is gebracht.

De officier van justitie heeft op de terechtzitting van 3 juni 2021 medegedeeld dat hij voornemens is een ontnemingsvordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) aanhangig te maken.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is – kort samengevat, na wijziging en nadere omschrijving van de tenlastelegging op de terechtzitting van 3 juni 2021 – ten laste gelegd:

parketnummer 09/767105-20 (zaak A)

  1. het ontwerpen, vervaardigen en verkopen van tikkiepanels en phishingpanels, zijnde technische hulpmiddelen, met de bedoeling om daarmee bepaalde misdrijven te plegen, in de periode van 1 januari 2019 tot en met 18 oktober 2020;

  2. het witwassen van bitcoins en/of geldbedragen, ten bedrage van € 23.335,22, in de periode van 1 januari 2019 tot en met 18 oktober 2020;

  3. het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie op 19 oktober 2020.

parketnummer 09/77246-21 (zaak B)

  1. het medeplegen van oplichting van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] , door hen te bewegen tot afgifte van persoonsgegevens, in de periode van 18 januari 2019 tot en met 30 november 2019;

  2. het medeplegen van computervredebreuk in de internetbankieromgeving van SNS Bank en/of ING Bank, in de periode van 18 januari 2019 tot en met 30 november 2019;

  3. het medeplegen van diefstal van meerdere geldbedragen na zich de toegang te hebben verschaft tot een internetbankieromgeving door middel van een valse sleutel, in de periode van 18 januari 2019 tot en met 30 november 2019;

  4. het voorhanden hebben van een lijst met emailadressen en bijbehorende wachtwoorden, zijnde een technisch hulpmiddel, met de bedoeling om daarmee bepaalde misdrijven te plegen, op 19 oktober 2020.

De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 De bewijsbeslissing

3.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich – kort gezegd – op het standpunt gesteld dat alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

3.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft – kort gezegd – de volgende standpunten ingenomen.

Zaak A, feit 1: vrijspraak van een aantal gedragingen (verwerven, verhuren en invoeren), voor het overige referte aan het oordeel van de rechtbank. Feit 2: vrijspraak. Feit 3: referte.

Zaak B, feit 1: vrijspraak ten aanzien van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 4] , voor het overige referte aan het oordeel van de rechtbank. Feit 2: referte. Feit 3: vrijspraak ten aanzien van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] , voor het overige referte. Feit 4: vrijspraak.

Op specifieke standpunten van de raadsman wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

3.3.

De beoordeling van de tenlastelegging1

3.3.1.

Zaak A

Feit 1: ontwikkelen en verkopen van tikkiepanels en phishingpanels

In deze zaak gaat het over zogeheten ‘tikkiepanels’ en ‘phishingpanels’. Hiermee wordt bedoeld software waarmee het mogelijk is om websites te maken die lijken op de inlogpagina’s van de internetbankieromgeving van banken. Voor de beheerder van het panel is het mogelijk om met op die websites ingevoerde gegevens de controle te krijgen over bankrekeningen en daarmee betalingen te doen. Met de term ‘phishing’ wordt geduid op een vorm van fraude waarbij een slachtoffer wordt verleid om bepaalde gegevens te delen.2 Met de term ‘tikkie’ wordt gedoeld op de dienst Tikkie waarmee betaalverzoeken kunnen worden gemaakt.3 De software zal in dit vonnis ook wel worden aangeduid als ‘panel’.

Het onderzoek in deze zaak is begonnen op 24 februari 2020 toen de beveiliging van de Mediamarkt te Den Haag [medeverdachte] aanhield. [medeverdachte] had zich bij de Mediamarkt gemeld om een internetbestelling op te halen. De beveiliging van de Mediamarkt was alert op deze bestelling omdat het bij de bestelling opgegeven adres eerder was gebruikt bij een andere oplichtingszaak. In die zaak was betaald via een bankrekening zonder dat de eigenaar daarvan op de hoogte was. Nadat [medeverdachte] was overgedragen aan de politie, zijn de telefoons die [medeverdachte] bij zich had, in beslag genomen en doorzocht. Op een van die telefoons werd een Telegram-chatsessie aangetroffen tussen twee personen, van wie één zich Haiku noemde. Deze chatsessie liep van 19 oktober 2019 tot en met 24 februari 2020. Uit de chats bleek dat Haiku een panel aanbood en dat de andere persoon dit wilde kopen. Dit panel kon betaalverzoekpagina’s van verschillende banken maken. Er werd overeenstemming bereikt over de prijs van het panel en door Haiku werd een bestand met daarin het panel verstuurd aan de andere persoon. Later gaf Haiku instructies voor gebruik van het panel.4

Het in deze chatsessie door Haiku verzonden bestand is door de politie geanalyseerd om de functionaliteit van het panel in kaart te brengen. Het betreft een webapplicatie met een beheergedeelte, genaamd ‘Haiku’s live panel’. Op het beheergedeelte kan de gebruiker inloggen. Vervolgens heeft de gebruiker de mogelijkheid om zogenaamde ‘betaallinks’ aan te maken. Wanneer een beoogd slachtoffer een betaallink opent, krijgt hij een webpagina te zien die uiterlijk vrijwel gelijk is aan de werkelijke online betaalomgeving van een bank. Wanneer het slachtoffer zijn bankgegevens invult krijgt hij een scherm te zien waaruit blijkt dat even gewacht moet worden. Op dit moment krijgt de gebruiker van het panel in het beheergedeelte de melding dat er een slachtoffer online is. De gebruiker kan zien welke gegevens het slachtoffer heeft ingevoerd. Terwijl het slachtoffer nog aan het wachten is, kan de gebruiker deze gegevens gebruiken om in te loggen bij de bank van het slachtoffer of een iDeal-betaling te verrichten. Voor het doen van een betaling is over het algemeen nog een extra code nodig. Per bank kunnen de vervolgstappen in het panel worden verwerkt om ook deze code te verkrijgen.5

Naar aanleiding hiervan is door de politie een onderzoek ingesteld naar de identiteit van Haiku. Na uitgebreid onderzoek in open bronnen, waarbij verschillende aliassen, nicknames en emailadressen door de politie met elkaar in verband konden worden gebracht, is de verdachte in beeld gekomen. Het dataverkeer op het IP-adres van de internetaansluiting op het huisadres van de verdachte is vervolgens enige tijd getapt en ook zijn telefoongesprekken zijn getapt. Uiteindelijk is de verdachte op 19 oktober 2020 aangehouden in zijn slaapkamer, in de woning van zijn moeder in Almelo. Zijn computer stond aan en werd live doorzocht. Er waren diverse programma’s geopend, waaronder een browser waarop een website met ‘developers tools’ van een tikkiepanel was geopend, en het programma Visual Studio met daarin een programmeercode waarin de woorden ‘rabobank’, ‘inloggen’, ‘pincode veranderen’ voorkwamen.6

Na zich aanvankelijk op zijn zwijgrecht te hebben beroepen, heeft de verdachte op 29 oktober 2020 bij de politie een verklaring afgelegd. Deze heeft hij ter terechtzitting herhaald. De verklaring van de verdachte komt erop neer dat hij Haiku is en dat hij tikkiepanels en phishingpanels heeft gemaakt en verkocht. Deze panels waren bedoeld om fraude mee te plegen.7

Op vragen over hoeveel panels hij heeft verkocht, in welke periode, en wat hij daarmee heeft verdiend, heeft de verdachte geen antwoord willen geven. De politie heeft daar onderzoek naar gedaan aan de hand van in de woning van de verdachte in beslag genomen gegevensdragers. Op de computer van de verdachte zijn veel chatberichten van het programma Telegram aangetroffen. Deze zijn door de politie geanalyseerd. Daaruit is gebleken dat de verdachte voor zijn panels onder meer werd betaald in bitcoins. Uit de berichten valt op te maken dat zodra de verdachte een panel klaar had, hij een bitcoinadres voor de betaling naar de afnemer stuurde. Als hij de bitcoins had ontvangen, stuurde hij via Telegram het panel naar de afnemer. Vanaf 23 januari 2019 heeft de verdachte 97 bitcoinadressen naar andere Telegramgebruikers gestuurd in gesprekken waarin de aanschaf van panels werd besproken. De politie heeft op deze manier 49 verschillende afnemers gevonden die een of meerdere panels hebben afgenomen van de verdachte.8

Het oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank zijn panels als de onderhavige technische hulpmiddelen die hoofdzakelijk zijn ontworpen tot het plegen van computervredebreuk. Immers zijn de panels specifiek ontworpen om gegevens te verkrijgen teneinde daarmee onbevoegd in te loggen op een internetbankieromgeving. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte deze technische hulpmiddelen heeft vervaardigd, verkocht, verspreid en voorhanden gehad. Niet bewezen kan worden dat de verdachte deze technische hulpmiddelen heeft verworven, verhuurd of heeft ingevoerd. De rechtbank zal de verdachte daarvan vrijspreken.

Feit 2: witwassen

Zoals hiervoor reeds is vermeld, is uit Telegramberichten op de computer van de verdachte op te maken dat hij voor de levering van zijn panels werd betaald in bitcoins. Vanaf de eerste helft van 2019 verliepen de betalingen uitsluitend in bitcoins. Uit analyse door de politie volgt dat vanaf 23 januari 2019 49 verschillende afnemers één of meer panels hebben afgenomen van de verdachte en daarvoor hebben betaald in bitcoins. De vraagprijs voor een panel bedroeg doorgaans tussen de € 300,- en € 600,-, afhankelijk van het aantal verschillende banken dat was opgenomen in het panel, maar kon oplopen tot € 2.000,-.9

De politie heeft onderzoek verricht naar de bij- en afschrijvingen op de bankrekening van de verdachte in de periode van 1 januari 2018 tot en met 1 september 2020. In 2018 was de geldstroom over de bankrekening gemiddeld € 150,- per maand. In 2019 ging er per maand gemiddeld € 1.000,- over de bankrekening. In 2019 is er in totaal € 6.566,97 bijgeschreven uit de verkoop van bitcoins. Dit bedrag is uitgegeven aan zaken als snacks en luxe aankopen als merkkleding en uitgaan. In de eerste acht maanden van 2020 ging er gemiddeld per maand € 3.000,- over de bankrekening. In deze periode is er in totaal € 16.768,25 bijgeschreven uit de verkoop van bitcoins. Van deze inkomsten zijn met name luxe goederen gekocht, is eten besteld en is een vakantie naar Griekenland betaald.10

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat de verkoop van de door hem ontwikkelde panels zijn voornaamste bron van inkomsten was.11

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat de verdachte, door zich voor de verkoop van zijn panels te laten betalen in bitcoins, uit misdrijf afkomstige bitcoins heeft verworven en voorhanden heeft gehad. Door deze bitcoins om te zetten naar giraal geld en dat geld vervolgens uit te geven, heeft de verdachte uit misdrijf afkomstige bitcoins omgezet en van uit misdrijf afkomstige geldbedragen gebruik gemaakt. Nu het gaat om ten minste 49 bitcointransacties in een periode van bijna twee jaar, heeft de verdachte daarvan een gewoonte gemaakt.

De rechtbank acht het onder 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. Of het bewezen verklaarde gekwalificeerd kan worden als witwassen, zal de rechtbank in rubriek 4 van dit vonnis bespreken.

Feit 3: voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie

Bij zijn aanhouding op 19 oktober 2020 zijn in de slaapkamer van de verdachte in zijn woning in Almelo een pistool en munitie aangetroffen.12 Blijkens onderzoek van de politie betreft het een pistool van het merk Glock, model 19 GEN 4 9mm (categorie III sub 1)13 en was het patroonmagazijn van dit pistool gevuld met vijftien patronen van 9mm (categorie III). Voorts zijn een doosje met zes 9mm S&B volmantel pistoolpatronen (categorie III) en een doosje met achttien 9mm GECO hollow point pistoolpatronen (categorie II) aangetroffen.14

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het onder 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

3.3.2.

Zaak B

Feiten 1, 2 en 3: oplichting, computervredebreuk en diefstal met een valse sleutel

Naar aanleiding van gegevens die zijn aangetroffen op de computer van de verdachte, in het bijzonder Telegramchats, is de verdenking ontstaan dat de verdachte niet alleen panels heeft ontworpen en verkocht, maar ook zelf, samen met anderen, van de door hem ontworpen panels gebruik heeft gemaakt om fraude te plegen. De politie heeft verbanden gelegd met de gegevens op de computer van de verdachte en diverse aangiftes van fraude. Ook heeft de politie bij ING Bank fraudedossiers opgevraagd waarin het IP-adres van het huisadres van de verdachte voorkwam. Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in tenlastelegging van betrokkenheid bij vier gevallen van oplichting en diefstal met een valse sleutel en daarmee samenhangende computervredebreuk. De verdachte heeft hierover geen vragen willen beantwoorden. De rechtbank zal deze feiten in samenhang bespreken.

Aangiftes

Uit de aangifte van [slachtoffer 2] blijkt dat hij op 7 maart 2019 een SMS-bericht heeft ontvangen met de tekst: “Uw ING is in de quarantainezone geplaatst en dient opnieuw te worden geverifieerd. Voorkom blokkade en volg de stappen: https://mijn.ingblokkade.nl/”. Nadat hij op de link klikte, kwam hij in een menu terecht en heeft hij een SMS-bericht ontvangen met een iDeal-betaling voor een bedrag van € 102,49 en diverse volgnummers en TAN-codes. Uiteindelijk bleek dat er € 102,49 was overgemaakt naar een Duits rekeningnummer.15

Uit de aangifte van [slachtoffer 3] blijkt dat zij op 7 maart 2019 een SMS-bericht heeft ontvangen. In dit bericht stond dat haar betaalrekening in een quarantaine zone was geplaatst en dat deze opnieuw geverifieerd moest worden via de website https://mijn.ingdeblokkade.nl/. Zij heeft op de link geklikt en kwam op een ING-pagina waar zij haar persoonlijke gegevens moest invullen. Na het invullen van haar gegevens ontving zij wederom een SMS-bericht met de vraag een TAN-code in te vullen. Zij heeft vervolgens een TAN-code ingevuld. Daarna kwam zij op een nieuwe pagina waar zij wederom een TAN-code moest invullen, hetgeen zij ook gedaan heeft. Daarna kwam zij op een pagina waarop stond dat alles voltooid was. Zij heeft vervolgens op haar rekening gekeken en zag dat er twee keer € 102,95 euro was afgeschreven ten behoeve van ‘Beltegoed.nl’.16

Uit de aangifte van [slachtoffer 1] blijkt dat haar man op 8 november 2019 een SMS-bericht heeft ontvangen waarin het volgende stond: “Uw SNS is in de Quarantainezone geplaatst en dient opnieuw te worden geverifieerd. Voorkom blokkade en volg de stappen op https://sns-deblokkeren.com”. Haar man heeft op de link geklikt en kreeg een scherm te zien waarvan hij dacht dat dit van SNS Bank was. Hij moest inloggen met zijn digipas waarna hij een code toegestuurd kreeg, die hij vervolgens ook op de site moest invullen. Toen aangeefster [slachtoffer 1] op de rekening keek, zag zij dat € 846,35 was afgeschreven en overgemaakt naar [rekeningnummer 1] .17

Aanwijzingen dat de verdachte zich met fraude bezig hield

Uit een datatap op het IP-adres van de verdachte bleek dat in de weken voorafgaand aan de aanhouding van de verdachte veelvuldig verbinding werd gemaakt met de website https://wemoeteneten.online/. Ten tijde van zijn aanhouding stond zijn computer aan en stond deze website open. De titel van deze website was ‘Haiku’s live panel’. Uit analyse van deze website door de politie blijkt dat, na met een gebruikersnaam en wachtwoord te zijn ingelogd, kon worden genavigeerd naar de pagina ‘Entries’. Deze pagina bevatte een lijst met persoonsgegevens, bankgegevens en inlogcodes. Aan 55 van de 449 opgaven in de lijst was Haiku als ‘handler’ gekoppeld.18

Voorts bleek dat op de computer van de verdachte bestanden stonden met daarin een grote hoeveelheid persoonsgegevens, waaronder telefoonnummers. In één geval ging het om een bestand met de naam ‘243k leads’. Het is de politie bekend dat de term ‘leads’ wordt gebruikt om een collectie aan persoonsgegevens van potentiële slachtoffers van phishing aan de duiden.19

Op de computer van de verdachte is een Telegramchat, beginnend op 7 augustus 2019, aangetroffen tussen de verdachte (Haiku) en ‘V_SMS’. Hierin informeerde de verdachte naar de prijzen voor het sturen van SMS-berichten binnen Nederland en België. V_SMS schreef dat het verzenden van één SMS in Nederland € 0,12 kost en in België € 0,08. De verdachte heeft in augustus en september 2020 in vijftien etappes voor € 2.680 aan SMS-berichten gekocht.20

Ook is op de computer van de verdachte een Telegramgroepschat aangetroffen, genaamd ‘Andere Saus 2.0’, tussen de verdachte (Haiku) en twee anderen. Deze chat liep van 4 oktober tot 19 oktober 2020 en bevat duizenden berichten die verband houden met phishing. Van deze chat maakte ook een ‘bot’ genaamd ‘MeLogsV3’ deel uit. MeLogsV3 stuurde enkel berichten met daarin de standaardtekst: “New user landed on bank page [naam van een bank]”. MeLogsV3 heeft 175 van zulke berichten verstuurd. Wanneer een dergelijk bericht van MeLogsV3 binnenkwam, vroegen de gebruikers in de chat – onder wie dus de verdachte – aan elkaar of, en wanneer, er ‘geduwd’ ging worden. Verder werd er besproken wie er zou ‘pakken’ of ‘klemmen’. Te lezen is dat de verdachte dat ook regelmatig deed. Zo zei de verdachte, volgend op een bericht van MeLogsV3 over ING Bank, “orra? laat me klemme”. Daarop volgden vaak berichten over het al dan niet binnen kunnen geraken in de bankieromgeving van een potentieel slachtoffer en over het saldo dat op de rekening van een slachtoffer werd aangetroffen. Zo schreef een andere gebruiker, na een bericht van MeLogsV3, “hoeveel heeft ie. Hvl staat erop?”, waarop de verdachte antwoordde “gaan we nu checke”.21

Verder is op de computer van de verdachte een Telegramchat aangetroffen tussen de verdachte (Haiku) en ‘Ghost’. Daarin werd gesproken over het opzetten van een tikkiepanel. Op 26 september 2019 stuurde de verdachte: “Als de mijne klaar is kunnen we wel samen werken” en “Doen we gwn 50/50 met hosting betalen”. Hierop reageerde Ghost met “Isgoes”. In de gesprekken tot 31 oktober 2019 ging het hoofdzakelijk over het aankopen en opzetten van phishingdomeinen, en over het overnemen van bankrekeningen.22

Aanwijzingen dat de verdachte betrokken was bij fraude jegens de in de tenlastelegging genoemde aangevers

Eén van de door ING Bank verstrekte fraudedossiers betreft [slachtoffer 2] . Hierin staat dat op 7 maart 2019 een klantafwijkende inlog heeft plaatsgevonden. Op die datum is een geslaagde transactie geregistreerd van € 102,49. Deze transactie is uitgevoerd vanaf het [IP-adres] , dat op dat moment aan het huisadres van de verdachte was toebedeeld.23

In de Telegramchat tussen de verdachte en Ghost is te zien dat zij op 7 maart 2019 een gesprek hadden over ING Bank en beltegoed.nl. Zij waren bezig om geld van ING-bankrekeningen van slachtoffers over te boeken naar andere rekeningen en aankopen te doen op de website beltegoed.nl. De verdachte vroeg Ghost foto’s die door slachtoffers waren geüpload naar hem te sturen. Een van de foto’s betrof een foto van de voorkant van een identiteitskaart van een persoon genaamd [slachtoffer 3] . Tevens deelden de verdachte en Ghost persoonsgegevens van [slachtoffer 3] met elkaar, waaronder haar bankrekeningnummer.24

Op de computer van de verdachte is een Telegramchat aangetroffen tussen de verdachte (Haiku) en een gebruiker wiens account later is verwijderd, en die wordt aangeduid als ‘Deleted Account’. Vanaf het begin op 1 november 2019 ging dit gesprek over phishing activiteiten. Op 8 november 2019 om 20:34 uur (in Telegram weergegeven tijd) stuurde de verdachte als voorbeeld van een SMS-bericht: “Uw SNS is in de quarantainezone geplaatst en dient opnieuw te worden geverifieerd. Voorkom blokkade en volg de stappen op: https://sns-deblokkeren.com/”. Nadat Deleted Account de tekst had goedgekeurd stuurde hij een lijst met ‘leads’ naar het door de verdachte opgegeven emailadres. Nadat de route van de te gebruiken SMS-gateway was gewijzigd om een blokkade door de mobiele provider te omzeilen en de werking was getest, verstuurde de verdachte het hiervoor genoemde SMS-bericht naar de leads in etappes van 50. Om 22:08 uur (in Telegram weergegeven tijd) zei Haiku: “er is eentje”. Deleted Account zei dat Haiku die moest oppakken en gaf het volgende rekeningnummer door: [rekeningnummer 1] .25

Het oordeel van de rechtbank

Uit de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, leidt de rechtbank af dat de verdachte niet alleen panels heeft ontwikkeld, maar deze ook heeft gebruikt om met anderen fraude te plegen. In het bijzonder leidt de rechtbank dit af uit de analyse van het panel dat open stond op de computer van de verdachte ten tijde van zijn aanhouding, de vele Telegramchats die gaan over phishing en het aantreffen van lijsten met telefoonnummers en chats over het in bulk verzenden van SMS-berichten. Uit de aangiftes komt immers naar voren dat de fraude telkens begon met de ontvangst door de aangevers van een SMS-bericht met daarin een link.

De rechtbank leidt uit de bewijsmiddelen ook af dat de verdachte met zijn mededader(s) betrokken was bij de fraude gepleegd jegens [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] :

  • -

    bij de frauduleuze transactie die [slachtoffer 2] in zijn aangifte heeft genoemd, is het IP-adres van de woning van de verdachte gebruikt;

  • -

    de verdachte sprak op 7 maart 2019 in de chat met Ghost over ING Bank en beltegoed.nl, en wisselde met zijn gesprekspartner een foto van het legitimatiebewijs van [slachtoffer 3] en haar persoonsgegevens. In haar aangifte heeft [slachtoffer 3] diezelfde datum genoemd als de datum waarop er vanaf haar ING-rekening twee frauduleuze betalingen ten gunste van beltegoed.nl zijn gedaan;

  • -

    de verdachte heeft op 8 november 2019 een grote hoeveelheid SMS-berichten gestuurd met dezelfde tekst als het SMS-bericht dat [slachtoffer 1] op die datum heeft ontvangen. Op dezelfde dag liet de verdachte in de chat weten dat ‘er eentje is’, waarop zijn gesprekspartner hetzelfde rekeningnummer opgaf dat [slachtoffer 1] in haar aangifte heeft genoemd als de rekening waarnaar frauduleus geld is overgemaakt.

Op grond daarvan is de rechtbank van oordeel dat de verdachte door het aannemen van een valse hoedanigheid, listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels, bij de aangevers een onjuiste voorstelling van zaken in het leven heeft geroepen waardoor deze zijn bewogen tot de afgifte van hun persoonsgegevens en/of de inloggegevens van hun internetbankieromgeving. In het bijzonder heeft de rechtbank bij de beoordeling van het gewicht van de betreffende oplichtingsmiddelen als omstandigheden in aanmerking genomen dat de verdachte telkens een samen met anderen tevoren bedachte werkwijze heeft gehanteerd waarbij hij de aangevers heeft doen geloven dat zij met de bank te maken hadden, dat hun bankrekening in een quarantainezone was geplaatst en dat zij actie moesten ondernemen om dat ongedaan te maken, waarna de aangevers zijn overgegaan tot het afgeven van hun gegevens.

Met deze gegevens is vervolgens door de verdachte en zijn mededader(s) ingelogd op de internetbankieromgeving van de aangevers. Daarmee is binnengedrongen in een (deel van een) geautomatiseerd werk, namelijk de servers van de beveiligde internetbankieromgeving van de bank. Nu de verdachte en zijn mededader(s) dat hebben gedaan met inloggegevens tot het gebruik waarvan zijn niet bevoegd waren, en door zich voor te doen als geautoriseerde klanten van de bank, is sprake van een valse sleutel en een valse hoedanigheid.

Nadat was binnengedrongen in de internetbankieromgeving, zijn door de verdachte en zijn mededaders(s) aankopen en overboekingen gedaan. Ook dit hebben zij gedaan met gebruikmaking van gegevens tot het gebruik waarvan zij niet bevoegd waren, zodat sprake is van een valse sleutel.

De rechtbank komt dus tot bewezenverklaring van het onder 1 en 3 ten laste gelegde voor zover dat ziet op [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] en van het onder 2 ten laste gelegde.

Vrijspraak ten aanzien van [slachtoffer 4]

Ten laste gelegd is ook dat de verdachte betrokken is geweest bij soortgelijke fraude gepleegd jegens [slachtoffer 4] . Volgens de aangifte van [slachtoffer 4] vond deze fraude plaats op 29 augustus 2019. Op de computer van de verdachte is een foto van het identiteitsbewijs van [slachtoffer 4] aangetroffen. De rechtbank kan echter niet met voldoende zekerheid vaststellen dat de verdachte ook daadwerkelijk bij deze fraude betrokken is geweest. [slachtoffer 4] wordt in de Telegramchats niet genoemd. Uit de chatgesprekken op 29 augustus 2019 kan ook niet worden afgeleid dat de verdachte op die datum betrokken was bij fraude jegens [slachtoffer 4] . De verdachte wordt derhalve hiervan vrijgesproken.

Feit 4: voorhanden hebben van een lijst met emailadressen en wachtwoorden

De verdachte wordt verweten op een gegevensdrager een lijst voorhanden te hebben gehad met miljoenen emailadressen en bijbehorende wachtwoorden, met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste lid, 138b of 139c Sr werd gepleegd. Uit het dossier komt naar voren dat zogenoemde ‘combolijsten’ met miljoenen emailadressen en wachtwoorden zijn aangetroffen op een externe harde schijf van de verdachte. Ter terechtzitting heeft de verdachte hierover verklaard dat hij deze lijsten op internet heeft gevonden en dat hij deze heeft bewaard als verzameling. De rechtbank acht deze verklaring niet onaannemelijk. Zij neemt daarbij in aanmerking dat haar ambtshalve bekend is dat dergelijke lijsten, veelal afkomstig uit datalekken, circuleren op internet. Dergelijke lijsten met emailadressen en wachtwoorden passen bovendien niet bij de vorm van fraude waarmee de verdachte zich bezighield. Het dossier bevat onvoldoende aanwijzingen dat de verdachte met het voorhanden hebben van die lijsten het oogmerk had tot het plegen van voormelde misdrijven. De rechtbank merkt daarbij nog op dat op gegevensdragers van de verdachte ook andere lijsten zijn aangetroffen, namelijk lijsten met telefoonnummers en lijsten met namen, adressen en bankrekeningnummers. Die lijsten passen wél bij de vorm van fraude waarmee de verdachte zich bezighield, maar het voorhanden hebben van die lijsten is kennelijk niet ten laste gelegd.

De verdachte wordt derhalve vrijgesproken van het onder 4 ten laste gelegde.

3.4.

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

09/767105-20 (Zaak A)

1.

hij in de periode van 18 januari 2019 tot en met 18 oktober 2020 te Almelo, althans in Nederland, telkens met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt gepleegd, technische hulpmiddelen, die telkens hoofdzakelijk ontworpen zijn tot het plegen van een zodanig misdrijf, heeft vervaardigd en verkocht en verspreid en voorhanden gehad, immers heeft hij, verdachte, tikkiepanels en phishingpanels ontworpen en gemaakt en verkocht (aan in ieder geval 49 unieke afnemers) en verspreid en voorhanden gehad;

2.

hij in de periode van 23 januari 2019 tot en met 18 oktober 2020 te Almelo, althans in Nederland, bitcoins en geldbedragen ten bedrage van € 23.335,22 heeft verworven en voorhanden gehad en omgezet, en van voornoemde geldbedragen gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat die voorwerpen onmiddellijk afkomstig waren uit enig misdrijf, en hij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt;

3.

hij op 19 oktober 2020 te Almelo een wapen van categorie III onder 1 van de Wet Wapens en Munitie, te weten een Glock, model 19 GEN 4 9mm, zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool, en munitie van categorie II en III van de Wet Wapens en Munitie, te weten

- ( in de patroonhouder van voornoemd vuurwapen) 15 9mm patronen (cat III) en
- (in een doosje) 6 9mm S&B volmantel pistoolpatronen (cat III) en
- (in een doosje) 18 9mm GECO hollow point pistoolpatronen (cat II)

voorhanden heeft gehad;

09/767246-21 (zaak B)

1.
hij in de periode van 18 januari 2019 tot en met 30 november 2019 te Almelo tezamen en in vereniging met (een) ander(en), met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse hoedanigheid, door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,

-
[slachtoffer 1] en

- [slachtoffer 2] en

- [slachtoffer 3] en

heeft bewogen tot het ter beschikking stellen van gegevens, te weten:

- rekeninggegevens en/of

- pincode en/of

- verificatiecode en/of

- de (inlog)gegevens (gebruikersnaam en/of wachtwoord) voor het (internet)bankieren bij de SNS Bank en/of ING Bank,

door - zakelijk weergegeven - aan voornoemde personen een SMS-bericht te sturen, waarin verdachte en/of zijn mededader(s) zich voordeden als de bank, waarbij in dat SMS-bericht een URL was opgenomen met als tekst

"uw SNS is in de Quarantainezone geplaatst en dient opnieuw te worden geverifieerd. Voorkom blokkade en volg de stappen op: https://sns-deblokkeren.com"

en/of

"uw ING is in de quarantaine zone geplaatst en dient opnieuw te worden geverifieerd. Voorkom Blokkade en volg de stappen op: https://mijn.ingdeblokkade.nl"

en/of

een verzoek om te klikken op de link ''mijn.Ing-verificatie.nl"

waarmee, na het klikken op die URL, personen werden doorgeleid naar een site waar zij zijn bewogen tot afgifte van gegevens waarmee kon worden ingelogd in de account van de SNS en/of ING Bank;

2.

hij in de periode van 18 januari 2019 tot en met 30 november 2019 te Almelo tezamen en in vereniging met (een) ander(en), meermalen opzettelijk en wederrechtelijk is binnengedrongen in een geautomatiseerd werk of in een deel daarvan, te weten servers van de (beveiligde) internetbankierenomgeving van de SNS Bank en ING Bank,

waarbij verdachte en zijn mededader(s) telkens de toegang tot de geautomatiseerde werken hebben verworven met behulp van (een) valse sleutel(s),

- te weten de (inlog)gegevens voor het internetbankieren (zoals de gebruikersnaam en/of het wachtwoord en/of verificatiecode) bij de SNS Bank en/of ING Bank en

- door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten als geautoriseerde klanten van SNS Bank en ING Bank;

3.

hij in de periode van 18 januari 2019 tot en met 30 november 2019 te Almelo tezamen en in vereniging met (een) ander(en), meermalen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geldbedragen, toebehorende aan klanten van de SNS Bank en ING Bank, te weten:

- [slachtoffer 1] (€ 846,35);

- [slachtoffer 2] (€ 102,49);

- [slachtoffer 3] (€ 204,98);

waarbij verdachte en zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, immers heeft verdachte, tezamen en in vereniging,

- zich telkens toegang verschaft tot de SNS en/of ING internetbankrekeningen van SNS en ING klanten, met gebruikmaking van aan deze klanten toebehorende

(inlog)gegevens,

- waarna verdachte en zijn mededader(s) geldbedragen van de bankrekeningen van voornoemde klanten, hebben overgemaakt naar een bankrekening van een derde.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4 De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Met betrekking tot de strafbaarheid van het in zaak A onder 2 bewezen verklaarde overweegt de rechtbank het volgende.

Het verwerven of voorhanden hebben van een voorwerp dat afkomstig is uit een door een verdachte zelf begaan misdrijf, kan slechts als witwassen worden gekwalificeerd, indien kan worden vastgesteld dat de gedragingen van die verdachte ook (kennelijk) gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van het voorwerp. Daarmee wordt mede beoogd te voorkomen dat een verdachte die een bepaald misdrijf heeft begaan en die de door dat misdrijf verkregen voorwerpen verwerft of onder zich heeft, zich automatisch ook schuldig maakt aan het witwassen van die voorwerpen.

Dat geldt ook voor het omzetten of gebruik maken van door eigen misdrijf verkregen voorwerpen, indien dat plaatsvindt onder omstandigheden die niet wezenlijk verschillen van gevallen waarin een verdachte onmiddellijk door eigen misdrijf verkregen voorwerpen verwerft of voorhanden heeft. Ook dan moet sprake zijn van een gedraging die een op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van die voorwerpen gericht karakter heeft.

In deze zaak heeft de verdachte zich laten betalen in bitcoins, die bitcoins omgezet in giraal geld en dit geld uitgegeven. Daarmee is dus sprake van het verwerven, voorhanden hebben en omzetten van bitcoins en van het gebruik maken van geldbedragen. De bitcoins en geldbedragen waren direct afkomstig uit door de verdachte zelf gepleegde misdrijven.

Met het omzetten van de bitcoins heeft de verdachte naar het oordeel van de rechtbank geen gedragingen verricht die gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van de bitcoins. Integendeel, door de bitcoins om te zetten in euro’s en te storten op een op zijn eigen naam staande bankrekening, werd het bestaan van die bitcoins juist zichtbaarder. De rechtbank merkt daarbij op dat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte de bitcoins eerst door een bitcoinmixer heeft gehaald. In het verlengde daarvan kan ook het gebruik maken van het girale geld niet worden aangemerkt als gericht op het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat geld. Dat betekent dat het omzetten en gebruik maken niet als witwassen kan worden gekwalificeerd. De verdachte zal in zoverre van worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Met betrekking tot het verwerven en voorhanden hebben van de bitcoins komt de rechtbank tot een ander oordeel. De verdachte heeft de keuze gemaakt om zich voor de verkoop van zijn panels vanaf 2019 uitsluitend te laten betalen in bitcoins. Virtuele valuta als bitcoin maken het mogelijk om anoniem en buiten het zicht van overheden en financiële instellingen, wereldwijd transacties te verrichten en vermogens aan te houden. Hoewel transacties in virtuele valuta voor een ieder zichtbaar zijn in de blockchain, staat anonimiteit de koppeling met een identiteit in de weg. De partijen achter die transacties blijven dus in hoge mate ongrijpbaar.26 Aangezien de verdachte de keuze voor betaling in bitcoins heeft gemaakt, mag worden aangenomen dat hij bekend is geweest met deze – verhullende –eigenschappen van virtuele valuta. De rechtbank acht het aannemelijk dat de verdachte juist vanwege die eigenschappen heeft gekozen voor betaling in bitcoins. Daarmee kunnen het verwerven en voorhanden hebben van de bitcoins naar het oordeel van de rechtbank worden aangemerkt als kennelijk gericht op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst. De rechtbank merkt daarbij op dat zij geen wezenlijk verschil ziet tussen de situatie van de verdachte, waarin de opbrengst van eigen criminele activiteiten van meet af aan in bitcoins was, en de situatie van een verdachte die uit eigen criminele activiteiten verkregen euro’s pas later omzet in bitcoins. Het resultaat is immers in beide gevallen hetzelfde. Die laatste situatie is in de rechtspraak breed aanvaard als een situatie waarin sprake is van een verhullingshandeling en dus van witwassen.27

Het bewezen verklaarde is voor het overige volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De rechtbank is van oordeel dat sprake is van eendaadse samenloop van het in zaak B onder 2 en 3 bewezen verklaarde. Met de diefstallen met valse sleutel pleegden de verdachte en zijn mededader(s) telkens ook computervredebreuk. Die valse sleutel bestond er immers in dat onbevoegd werd ingelogd in een internetbankieromgeving, welke gedraging tevens de kern vormt van de bewezen verklaarde computervredebreuk. Er is daarmee sprake van een in die mate samenhangend, zich op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex, dat de verdachte daarvan in wezen één verwijt wordt gemaakt.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, en een geldboete van € 50.000,-, subsidiair 285 dagen hechtenis.

6.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ter terechtzitting verzocht om oplegging van een straf met een onvoorwaardelijk deel gelijk aan de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht en voorwaardelijk deel met een lange proeftijd en als bijzondere voorwaarde deelname aan de interventie Hack_Right.

6.3.

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en is gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Het zwaartepunt in deze zaak ligt uit een oogpunt van straftoemeting bij het ontwikkelen en verkopen van tikkiepanels en phishingpanels. Deze panels, die de verdachte tenminste 49 keer heeft verkocht, maken het mogelijk om op grote schaal fraude te plegen, waarmee in potentie grote financiële schade kan worden aangericht. De verdachte heeft die fraude gefaciliteerd. Hij zag het als een uitdaging om zijn panels de beste in hun soort te maken en hij gaf zijn klanten allerhande tips en adviezen voor het gebruik van de panels. Hij heeft daarmee dus een product ontwikkeld en aangeboden waarmee het meest effectief en gemakkelijk deze vorm van fraude kan worden gepleegd. Hoe vaak dat daadwerkelijk is gedaan kan uit het dossier niet worden afgeleid, maar gelet op alleen al de 49 afnemers, is geenszins denkbeeldig dat het om grootschalige fraude gaat die met aanzienlijke schade gepaard is gegaan. De verdachte heeft daarvoor geen oog gehad, maar heeft gehandeld uit financieel gewin. Gelet op de schaal waarop de verdachte zich hiermee bezig hield, acht de rechtbank voor dit feit in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden passend.

De opbrengst van de verkoop van de panels (in ieder geval zo’n € 23.000,-) heeft de verdachte witgewassen. Hij koos er bewust voor om zich te laten uitbetalen in bitcoins, om de herkomst van het geld zo veel mogelijk aan het zicht te onttrekken. Na de bitcoins te hebben omgezet in euro’s heeft de verdachte de opbrengst gebruikt om luxe goederen van te kopen. Gelet op de hoogte van het witwasbedrag acht de rechtbank voor dit feit in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden passend.

Daarnaast heeft de verdachte de door hem ontwikkelde panels zelf gebruikt om samen met anderen fraude te plegen. Het gaat hier om phishing, een geraffineerde vorm van fraude waarbij slachtoffers werden misleid en bestolen. De hoogte van het benadelingsbedrag bij de bewezen verklaarde feiten is relatief gering. De strafwaardigheid van dit feitencomplex is er dan ook met name in gelegen dat door deze vorm van fraude het vertrouwen dat door consumenten moet kunnen worden gesteld in het betalingsverkeer en bankwezen, wordt ondermijnd. Wanneer dit vertrouwen niet meer aanwezig is, bestaat het risico van ontwrichting van het maatschappelijk en economisch verkeer. De rechtbank acht voor deze feiten – oplichting en diefstal met een valse sleutel – in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden passend.

Tot slot heeft de verdachte een geladen pistool en extra munitie voorhanden gehad. Hij had het wapen verstopt achter het kussen van zijn bureaustoel, waar hij een groot deel van zijn dag doorbracht, en hij had het wapen dus binnen handbereik. Het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie is verboden, omdat dit een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich brengt. De rechtbank acht voor dit feit in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden passend.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank, gezien de ernst van de feiten, in beginsel dus een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden passend. De officier van justitie heeft in zijn requisitoir verwezen naar andere zaken waarin hogere straffen zijn opgelegd, maar die zaken acht de rechtbank in beperkte mate vergelijkbaar. In die zaken kon de desbetreffende verdachte rechtstreeks verantwoordelijk worden gehouden voor het plegen van fraude met zeer hoge benadelingsbedragen, of was sprake van lidmaatschap van een criminele organisatie gericht op het plegen van die fraude. Dat is in deze zaak anders. Weliswaar heeft de verdachte op grote schaal fraude gefaciliteerd, maar dat betekent niet dat hij rechtstreeks verantwoordelijk kan worden gehouden voor de door de afnemers van zijn panels toegebrachte schade – nog daargelaten dat de hoogte van die schade niet is vastgesteld. Ook is niet ten laste gelegd – en dus ook niet komen vast te staan – dat de verdachte deel uitmaakte van een criminele organisatie.

Vervolgens dient te worden nagegaan of de persoon van de verdachte of zijn persoonlijke omstandigheden invloed hebben op de strafoplegging en zo ja, in welke mate.

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van de verdachte van 6 mei 2021. Hieruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

De verdachte is in het kader van de strafzaak onderzocht door drs. I. Snijders, GZ-psycholoog. Uit het onderzoeksrapport van 14 april 2021 blijkt dat geen sprake is van een ziekelijke stoornis en geen behandeling is geïndiceerd. Geadviseerd wordt om de feiten volledig aan de verdachte toe te rekenen.

De rechtbank ziet in het voorgaande geen aanleiding om af te wijken van het genoemde uitgangspunt van een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden. Die aanleiding ziet de rechtbank ook niet in de proceshouding van de verdachte. Weliswaar heeft de verdachte gezegd openheid van zaken te willen geven, maar tegelijk heeft hij op vele vragen geen antwoord willen geven, bijvoorbeeld op de vraag hoeveel hij heeft verdiend met de verkoop van de panels. Eventuele angst voor represailles is daarvoor geen aannemelijke verklaring, want die angst zou hem niet beletten over zijn eigen aandeel en winst te verklaren. De verdachte heeft hiermee de schijn gewekt dat hij slechts die feiten heeft willen bekennen waar hij dacht niet onderuit te kunnen.

De rechtbank ziet echter wel aanleiding om af te wijken van het genoemde uitgangspunt vanwege het volgende. De verdachte is een nog jonge man. Hij is nu 20 jaar oud, ten tijde van de bewezen verklaarde feiten was hij 18 en 19. Hij heeft dus nog een heel leven voor zich en moet de kans krijgen om te resocialiseren en zijn leven een wending ten goede te geven.

Voor de vraag hoe die resocialisatie het beste vorm kan krijgen, heeft de rechtbank acht geslagen op het reclasseringsadvies van 20 mei 2021. De reclassering adviseert aan de verdachte een deels voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering en meewerken aan de interventie Hack_Right. De interventie Hack_Right is specifiek ontwikkeld om recidive te voorkomen en het cybertalent van jongeren verder te ontwikkelen. De verdachte zou in de ICT kunnen werken bij een door Hack_Right aangedragen bedrijf, waarbij hij begeleiding krijgt. Het begeleidingstraject richt zich onder meer op welke regels er online gelden (juridisch en ethisch) en met welke reden, er wordt stilgestaan bij de impact op slachtoffers en er wordt gekeken hoe een deelnemer zijn talent het beste kan inzetten. Mocht deze interventie onverhoopt toch niet passend blijken te zijn, dan adviseert de reclassering om te bepalen dat de verdachte een inspanningsverplichting heeft voor het hebben van een door de reclassering goedgekeurde dagbesteding voor ten minste 26 uren per week.

De rechtbank gaat ervan uit dat de verdachte na zijn detentie hulp kan gebruiken om zijn leven op de rit te krijgen. De voorbije jaren heeft hij geen noemenswaardige dagbesteding gehad, anders dan het plegen van de bewezen verklaarde feiten. Daarbij komt dat de verdachte onmiskenbaar een talent heeft voor programmeren. Met de juiste begeleiding zou hij dit talent voor niet-criminele doeleinden kunnen inzetten. De verdachte heeft zich gemotiveerd verklaard deel te nemen aan Hack_Right. Anders dan de officier van justitie heeft gesteld, ziet de rechtbank niet op voorhand in waarom de zaak van de verdachte ‘te zwaar’ zou zijn voor deelname aan deze interventie. Blijkens het reclasseringsadvies voldoet de verdachte aan de criteria voor deelname aan Hack_Right en is hij besproken in het intake-overleg.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank passend en geboden een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met daaraan verbonden een proeftijd van drie jaren en de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. Het voorwaardelijke strafdeel strekt er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

De rechtbank acht het daarnaast opleggen van een geldboete, zoals door de officier van justitie is gevorderd, passend noch geboden. Desgevraagd heeft de officier van justitie toegelicht dat hij hiermee beoogt dat de verdachte het door hem verdiende geld terugbetaalt. Daarvoor ligt echter de maatregel tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel in de rede, die de officier van justitie voornemens is te vorderen in een afzonderlijke procedure. De met bestraffing te dienen doelen – vergelding, normbevestiging en voorkoming van recidive – zijn naar het oordeel van de rechtbank voldoende gediend met oplegging van de hiervoor vermelde deels voorwaardelijke gevangenisstraf.

7 De vordering van de benadeelde partij ING Bank NV

7.1.

De vordering

ING Bank NV heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 1.452,47, ter zake van materiële schade, bestaande uit de posten schadevergoeding klanten (€ 1.152,47) en onderzoekskosten (€ 300,-). De benadeelde partij heeft verzocht voornoemd bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente en aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

7.2.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering toewijsbaar is met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

7.3.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering voor zover deze ziet op schadevergoeding aan [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] . Ten aanzien van de gestelde onderzoekskosten heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat deze niet zijn onderbouwd en om die reden moeten worden afgewezen, dan wel dat de benadeelde partij ten aanzien van dat deel van de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

7.4.

Het oordeel van de rechtbank

Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het in zaak B onder 3 bewezen verklaarde. De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij deels toe, tot een bedrag van € 307,47, zijnde de door de bank vergoede schade aan [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 7 maart 2019.

De rechtbank zal de benadeelde partij, voor zover de vordering betrekking heeft op het aan [slachtoffer 4] vergoede bedrag van € 845,-, niet-ontvankelijk verklaren in de vordering omdat de verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging wordt vrijgesproken.

Ook zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering voor zover deze betrekking heeft op het gevorderde bedrag aan onderzoekskosten (€ 300,-), nu dit onderdeel van de vordering niet is onderbouwd en het de benadeelde partij in de gelegenheid stellen een nadere onderbouwing te geven, een onevenredige belasting van het strafgeding zou betekenen.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan de uitspraak in verband met haar vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog moet maken.

8 De vordering van de benadeelde partij Volksbank NV

8.1.

De vordering

Volksbank NV heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 846,35 ter zake van materiële schade. De benadeelde partij heeft verzocht voornoemd bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente en aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

8.2.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering toewijsbaar is met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.3.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering omdat vrijspraak is bepleit. Subsidiair heeft de raadsman bepleit dat de vordering ziet op de geleden schade van [slachtoffer 5] , terwijl de naam van deze persoon niet in het dossier voorkomt. Niet valt vast te stellen dat de verdachte daadwerkelijk schade heeft veroorzaakt bij [slachtoffer 5] , zodat de vordering moet worden afgewezen.

8.4.

Het oordeel van de rechtbank

Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het in zaak B onder 3 bewezen verklaarde. Deze schade bestaat uit het bedrag dat de benadeelde partij heeft vergoed aan haar klant [slachtoffer 5] . De rechtbank acht voldoende onderbouwd dat dit de echtgenoot betreft van aangeefster [slachtoffer 1] . Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat blijkens een brief van 31 mei 2021 van een fraudespecialist van de Volksbank € 846,35 is uitgekeerd naar [rekeningnummer 2] . Dit is hetzelfde rekeningnummer als door aangeefster [slachtoffer 1] is genoemd in haar aangifte. Ook het bedrag komt overeen met het in de aangifte genoemde bedrag. De rechtbank wijst derhalve de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van € 846,35, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 november 2019.

9 De schadevergoedingsmaatregel

De verdachte zal voor het in zaak B onder 3 ten laste gelegde feit, zoals dat hiervoor onder 3.4 is bewezen verklaard, worden veroordeeld en hij is daarom tegenover de slachtoffers aansprakelijk voor schade die door dit feit aan hen is toegebracht. De rechtbank zal aan de verdachte de verplichting opleggen om aan de Staat te betalen een bedrag van in totaal € 1.153,82, vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 307,47 vanaf 7 maart 2019, en over een bedrag van € 846,35 vanaf 8 november 2019, beide tot aan de dag dat deze bedragen zijn betaald, ten behoeve van ING Bank NV (€ 307,47) en Volksbank NV (€ 846,35).

10 De in beslag genomen voorwerpen

Onder de verdachte zijn 25 voorwerpen in beslag genomen waarop de rechtbank een beslissing dient te nemen. De officier van justitie heeft in zijn requisitoir aangegeven welke voorwerpen teruggegeven kunnen worden, welke verbeurd verklaard dienen te worden en welke dienen te worden onttrokken aan het verkeer. De verdediging heeft zich aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd ten aanzien van het beslag. De rechtbank volgt het standpunt van de officier van justitie. Het wapen en de munitie moeten worden onttrokken aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet. De telefoons, computers en gegevensdragers waarop gegevens zijn aangetroffen die in verband kunnen worden gebracht met de bewezen verklaarde feiten, moeten worden verbeurd verklaard. De overige voorwerpen kunnen worden teruggeven. In rubriek 12 van dit vonnis is in detail weergegeven om welke voorwerpen het gaat.

11 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straffen en maatregelen zijn gegrond op de artikelen:

  • -

    14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 47, 55, 57, 139d, 311, 326 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht;

  • -

    26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

12 De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding met nummer 09/767246-21 (zaak B) onder 4 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de bij dagvaarding met nummer 09/767105-20 (zaak A) onder 1, 2 en 3 en bij dagvaarding met nummer 09/767246-21 (zaak B) onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.4 bewezen is verklaard, en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

Zaak A

onder 1:

met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt gepleegd, een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is tot het plegen van een zodanig misdrijf, vervaardigen, verkopen en verspreiden, meermalen gepleegd;

onder 2:

gewoontewitwassen;

onder 3:

handelen in strijd met het bepaalde in artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

en

handelen in strijd met het bepaalde in artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot munitie van categorie II, meermalen gepleegd

en

handelen in strijd met het bepaalde in artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot munitie van categorie III, meermalen gepleegd;

Zaak B

onder 1:

medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;

onder 2 en 3:

eendaadse samenloop van

medeplegen van computervredebreuk, meermalen gepleegd

en

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd;

verklaart het in zaak A onder 2 bewezen verklaarde “omzetten” en “gebruik maken” niet strafbaar en ontslaat de verdachte in zoverre van alle rechtsvervolging;

verklaart het overige bewezen verklaarde en de verdachte daarvoor strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 36 (ZESENDERTIG) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot 12 (TWAALF) MAANDEN, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op drie jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit, en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende de proeftijd meldt bij de Reclassering Nederland, adres Molenstraat 50 te Enschede, op door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zolang deze de reclassering dat noodzakelijk acht;

- gedurende zijn toezicht meewerkt aan de Hack_Right-interventie, waarbij de veroordeelde zich houdt aan de aanwijzingen zoals die gedurende deze gedragsinterventie door of namens de reclassering aan hem worden gegeven. Mocht het traject toch niet passend blijken te zijn en stoppen, dan heeft de veroordeelde een inspanningsverplichting voor het hebben van een door de reclassering goed gekeurde dagbesteding van ten minste 26 uur per week (welke kan bestaan uit het volgen van een opleiding, een betaalde baan of vrijwilligerswerk);

geeft opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden. Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht daaronder begrepen;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij ING Bank NV deels toe tot een bedrag van € 307,47 en veroordeelt de verdachte om dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 7 maart 2019 tot de dag waarop deze vordering is betaald;

bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;

veroordeelt de verdachte in de kosten die de benadeelde partij tot aan de uitspraak in verband met haar vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij Volksbank NV toe tot een bedrag van € 846,35 en veroordeelt de verdachte om dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 8 november 2019 tot de dag waarop deze vordering is betaald;

veroordeelt de verdachte in de kosten die de benadeelde partij tot aan de uitspraak in verband met haar vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte op de verplichting om aan de Staat te betalen een bedrag van € 307,47, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 maart 2019, tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van ING Bank NV;

bepaalt dat als het verschuldigde bedrag niet volledig wordt betaald of kan worden verhaald, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 6 dagen. De toepassing van gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;

legt aan de verdachte op de verplichting om aan de Staat te betalen een bedrag van € 846,35, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 november 2019, tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van Volksbank NV;

bepaalt dat als het verschuldigde bedrag niet volledig wordt betaald of kan worden verhaald, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 16 dagen. De toepassing van gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke betaling van het verschuldigde bedrag aan de benadeelde partijen de betalingsverplichtingen aan de Staat in zoverre doet vervallen, en dat gehele of gedeeltelijke betaling van het verschuldigde bedrag aan de Staat de betalingsverplichtingen aan de benadeelde partijen in zoverre doet vervallen;

gelast de teruggave aan de verdachte van de volgende op de beslaglijst genoemde voorwerpen:

1. A.01.02.001 Holland Casino Platinum Card [verdachte] ;

3. A.07.01.002 Factuur 1049.95 Canada Goose mens emory parka;

9. A.07.01.017 Zwarte Nokia TA-1010;

11. A.07.02.001 Factuur De Bijenkorf 395 euro Alexander McQueen sneakers;

13. A.07.02.001 USB stick datatraveler G3 8GB;

16. A.08.01.001 aankoopbon parajumpers jas;

17. A.08.03.001 T-shirt van het merk ‘Stone Island’;

18. A.08.03.002 twee aankoopbonnen Bijenkorf, behorende bij IBG Stone Island; kledingstukken, 1x a 189 euro, 1x a 419 euro;

verklaart verbeurd de volgende op de beslaglijst genoemde voorwerpen:

2. A.07.01.001 iPhone 11 pro max (met kapotte achterkant);

4. A.07.01.004 Laptop Apple;

6. A.07.01.014 Witte Nokia 3 met roze rand;

7. A.07.01.015 Zwarte Wiko smartphone;

8. A.07.01.016 Zwarte Nokia TA-1032;

10. A.07.01.018 Zwarte Samsung J5;

12. A07.02.002 Raspberry PI 3 Model B V1.2 met 16GB SD kaart;

14. A.07.03.002 Zwarte externe harde schijf Toshiba 2TB, was gekoppeld aan de inbeslaggenomen Desktop;

15. A.07.03.003 computerkast corsair;

19. A.09.01.004 Witte iPhone 6;

20. A.09.01.005 Witte iPhone Apple 4s in doorzichtig grijze bescherming;

21. A.09.01.006 Samsung Galaxy a5 kapotte voor- en achterkant;

22. A.09.01.007 Witte Samsung Galaxy Grand Neo met kapotte voorkant;

verklaart onttrokken aan het verkeer de volgende op de beslaglijst genoemde voorwerpen:

5. A.07.01.008 Doos met patronen;

23. 2381730 Vuurwapen GLOCK, model 19 met houder, houder gevuld met 15 patronen;

24. 2381730 Patroonhouder afkomstig uit goed met volgnummer;

25. 2381731 Munitie 9mm afkomstig uit goed met volgnummer.

Dit vonnis is gewezen door

mr. B.W. Mulder, voorzitter,

mr. S.W.E. de Ruiter, rechter,

mr. N.R.A. Meerbeek, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. C. de Beer, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 1 juli 2021.

Bijlage I: tekst van de tenlastelegging

09/767105-20 (zaak A)

1.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van l januari 2019 tot en met 18 oktober 2020 te Almelo, althans in Nederland, (telkens) met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste lid, 138b of 139c wordt gepleegd, een of meerdere technische hulpmiddelen, die (telkens) hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen zijn tot het plegen van zodanig misdrijf, heeft vervaardigd en/of verkocht en/of verworven en/of ingevoerd en/of verspreid en/of anderszins ter beschikking heeft gesteld en/of voorhanden heeft gehad,

immers heeft hij, verdachte, één of meerdere tikkie-panels en/of phishing-panels ontworpen en/of gemaakt en/of verkocht (aan in ieder geval zo’n 49 unieke afnemers) en/of verspreid en/of verhuurd en/of voorhanden gehad,

welke voornoemde panels (vervolgens) werden gebruikt om phishing en/of bankfraude en/of betaalfraude en/of tikkie-fraude mee te plegen, waarbij klanten van één of meerdere banken werden bewogen tot het afgeven van (inlog)gegevens, met welke (inlog)gegevens vervolgens wederrechtelijk werd ingelogd op de online bankieren omgevingen van voornoemde klanten;

2.
hij in of omstreeks de periode van l januari 2019 tot en met 18 oktober 2020 te Almelo, althans in Nederland, (een) voorwerp(en), te weten één of meer bitcoins en/of een of meerdere geldbedrag(en) (ten bedrage van € 23.335,22, althans enig bedrag), heeft verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of van deze voorwerpen, te weten voornoemde bitcoins en/of geldbedragen gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf, en hij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt;

3.
hij op of omstreeks 19 oktober 2020 te Almelo een wapen van categorie III onder 1 van de Wet Wapens en Munitie, te weten een Glock, model 19 GEN 4 9MM, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool

en/of

munitie van categorie II en/of III van de Wet Wapens en Munitie, te weten

- ( in de patroonhouder van voornoemd vuurwapen) 15, althans meerdere 9mm patronen (cat III) en/of
- (in een doosje) 6, althans eerdere 9mm S&B volmantel pistoolpatronen (cat III) en/of
- (in een doosje) 18, althans meerdere, 9mm GECO hollow point pistoolpatronen (cat II)

voorhanden heeft gehad;

09/767246-21 (zaak B)

1.
hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 18 januari 2019 tot en met 30 november 2019 te Almelo, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich of

een ander wederrechtelijk te bevoordelen, hetzij door het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, hetzij door listige kunstgrepen, hetzij door een samenweefsel van verdichtsels,

- [slachtoffer 1] en/of

- [slachtoffer 2] en/of

- [slachtoffer 3] en/of

- [slachtoffer 4]

althans één of meerdere personen, heeft bewogen tot het ter beschikking stellen van gegevens, te weten:

- rekeninggegevens en/of

- pincode en/of

- verificatiecode en/of

- de (inlog)gegevens (gebruikersnaam en/of wachtwoord) van/voor het (internet)bankieren bij de SNS en/of ING,

door - zakelijk weergegeven - aan voornoemde (rechts)perso(o)nen een (SMS-)bericht te sturen, waarin verdachte en/of zijn mededader(s) zich voordeed / voordeden als zijnde de ING Bank, waarbij in dat (SMS-)bericht een URL was opgenomen met als tekst

"uw SNS is in de Quarantainezone geplaatst en dient opnieuw te worden geverifieerd. Voorkom blokkade en volg de stappen op: https: //sns-deblokkeren.com"

en/of

"uw ING is in de quarantaine zone geplaatst en dient opnieuw te worden geverifieerd. Voorkom Blokkade en volg de stappen op: https//mijn.ingdeblokkade.nl"

en/of een verzoek om te klikken op de link ''mijn.Ing-verificatie.nl'

of woorden van soortgelijke aard of strekking,

waarmee, na het klikken op die URL, personen werden doorgeleid naar een op site waar zij zijn bewogen tot afgifte van gegevens waarmee kon worden ingelogd in de account van de (SNS en/of ING) bank;

2.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 18 januari 2019 tot en met 30 november 2019 te Almelo, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen opzettelijk en wederrechtelijk is binnengedrongen in een geautomatiseerd werk of in een deel daarvan, te weten server(s) van de (beveiligde) internetbankieren omgeving van de SNS bank en/of ING bank, althans een deel daarvan,

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) de toegang tot de geautomatiseerde werken heeft/hebben verworven met behulp van (een) valse sleutel(s),

- te weten de (inlog)gegevens voor het internetbankieren (zoals de gebruikersnaam en/of het wachtwoord en/of verificatiecode) van/bij de SNS en/of ING bank en/of

- door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten als zijnde een of meer geautoriseerde klant van SNS en/of ING;

3.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 18 januari 2019 tot en met 30 november 2019 te Almelo, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander(en), althans alleen, meermalen, althans éénmaal,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen één of meerdere geldbedrag(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan één of meerdere klanten van de SNS bank en/of ING bank, te weten (in ieder geval):

- [slachtoffer 1] (€ 846,35);

- [slachtoffer 2] (€ 102,49);

- [slachtoffer 3] (€ 204,98);

- [slachtoffer 4] (€ 845,00)

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, immers heeft verdachte, tezamen en in vereniging, althans alleen,

- zich (telkens) toegang verschaft tot de SNS en/of ING (internet)bankrekening(en) van één of meerdere SNS en/of ING klanten, met gebruikmaking van aan deze klanten toebehorende (inlog)gegevens,

- waarna verdachte en/of zijn mededader(s) één of meerdere geldbedrag(en) van de bankrekening(en) van voornoemde klanten, heeft / hebben overgemaakt naar één of meerdere bankrekening(en) van (een) derde(n);

4.

hij in de periode op of omstreeks 19 oktober 2020 te Almelo, althans in Nederland, meerdere computerwachtwoorden, toegangscodes en/of daarmee vergelijkbare gegevens, waardoor toegang kon worden verkregen tot een (deel van een) geautomatiseerd werk voorhanden heeft gehad, met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste lid, 138b of 139c Wetboek van strafrecht werd gepleegd, door op een gegevensdrager een lijst voorhanden te hebben met meerdere (miljoenen), e-mailadressen met bijbehorende wachtwoorden.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met proces-verbaalnummer DHRDD20005, van het Team Digitale Opsporing Den Haag (doorgenummerd zaaksdossier p. 1 t/m 529, persoonsdossier p. 1 t/m 274 en een losbladig proces-verbaal van bevindingen met nummer DHRDD20005-325 met bijlagen, p. 1 t/m 39. Bij het papieren dossier behoren ook diverse digitale bijlagen).

2 Proces-verbaal van bevindingen, zaaksdossier p. 48, en proces-verbaal van relaas, zaaksdossier.

3 Proces-verbaal van verdenking, zaaksdossier p. 203.

4 Proces-verbaal van verdenking, zaaksdossier p. 1-3.

5 Proces-verbaal van bevindingen, zaaksdossier p. 172-191.

6 Proces-verbaal van bevindingen, zaaksdossier, p. 326-344.

7 Verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 3 juni 2021.

8 Proces-verbaal van bevindingen, zaaksdossier p. 366-367.

9 Proces-verbaal van bevindingen, zaaksdossier, p. 366-367.

10 Proces-verbaal van bevindingen, zaaksdossier, p. 345-350.

11 Verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 3 juni 2021.

12 Proces-verbaal van bevindingen, zaaksdossier p. 280-281.

13 Proces-verbaal, zaaksdossier, p. 293 en p. 295-297.

14 Proces-verbaal, zaaksdossier, p. 295-297.

15 Proces-verbaal van aangifte, p. 29, bijlage bij het losbladige proces-verbaal van bevindingen met nummer DHRDD20005-325.

16 Proces-verbaal van aangifte, zaaksdossier, p. 467-469.

17 Proces-verbaal van aangifte, p. 6-7, bijlage bij het losbladige proces-verbaal van bevindingen met nummer DHRDD20005-325.

18 Proces-verbaal van bevindingen, zaaksdossier, p. 454-463.

19 Proces-verbaal van bevindingen, zaaksdossier, p. 472-479.

20 Proces-verbaal van bevindingen, zaaksdossier, p. 523.

21 Proces-verbaal van bevindingen, zaaksdossier, p. 520-525.

22 Proces-verbaal van bevindingen, zaaksdossier, p. 526.

23 Proces-verbaal van bevindingen, zaaksdossier, p. 453.

24 Proces-verbaal van bevindingen, zaaksdossier, p. 516-517.

25 Proces-verbaal van verdenking, persoonsdossier, p. 92-94.

26 L.M. de Zeeuw en R. Bastiaan, ‘Risico’s op witwassen via virtuele valuta in Nederland geregeld?’, TBS&H 2019/1, p. 17.

27 Zie voor een overzicht de conclusie van advocaat-generaal mr. Keulen, ECLI:NL:PHR:2020:148.