Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:6620

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
29-06-2021
Datum publicatie
29-06-2021
Zaaknummer
09/748012-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Zes jaar cel en tbs met dwangverpleging voor terrorisme- en oorlogsmisdrijven

De rechtbank in Den Haag heeft een 32-jarige vrouw uit Uithoorn veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaar cel en tbs met dwangverpleging voor terrorisme- en oorlogsmisdrijven.

Deelname aan IS

De vrouw hangt het gewelddadig salafistisch gedachtengoed aan en heeft in 2019 op zeer uitgebreide schaal IS-materiaal via Telegram verspreid. Dit past, zo vindt de rechtbank, binnen de mediastrategie van IS. Zij maakte hierdoor deel uit van deze terroristische organisatie die zich in de wereld schuldig maakt aan aanslagen en die de bevolking vrees aanjaagt.

Video’s

De vrouw deelde ook twee video’s waarin krijgsgevangenen van IS op gruwelijke wijze om het leven worden gebracht. De vrouw heeft één van die video’s voorzien van eigen vernederend commentaar. Hiermee heeft zij de overleden personen aangerand in de persoonlijke waardigheid, en dat is een oorlogsmisdrijf. Ook heeft de vrouw anderen opgeruid tot het plegen van terroristische misdrijven en oorlogsmisdrijven, heeft zij zichzelf en anderen getraind voor het maken van een bomgordel met explosieven en geld overgemaakt naar personen die betrokken zijn bij terroristische activiteiten.

Criminele organisatie

De rechtbank heeft verder voor het eerst vastgesteld dat IS door de onmenselijke en wrede behandeling van andersdenkenden ook is aan te merken als een criminele organisatie die als doel heeft om oorlogsmisdrijven te plegen. De rechtbank verwijt de vrouw dat zij IS omschrijft als een groep jongens dat het recht had een Islamitische Staat te stichten. Hiermee gaat ze voorbij aan de ongekende gruweldaden die door en in naam van IS zijn gepleegd en waaraan zij heeft bijgedragen.

Straf

De vrouw lijdt aan een ernstige neurologische aandoening en een psychische impulsstoornis. De feiten worden haar dan ook verminderd toegerekend. De rechtbank vindt de straf die is geëist door de officier van justitie van drie jaar wel veel te laag en veroordeelt de vrouw tot een gevangenisstraf van zes jaar. De rechtbank legt haar daarbij een tbs met dwangverpleging op omdat zij behandeling nodig heeft om de veiligheidsrisico’s in te perken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummers : 09/748012-19 en 09/748012-19-P (ttz. gevoegd)

Datum uitspraak : 29 juni 2021

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[naam verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting [plaats].

Onderzoeksnaam: 26Humble

INHOUD

1. Het onderzoek ter terechtzitting 5

2. De tenlastelegging en opmerkingen vooraf 5

2.1 De tenlastelegging 5

2.2 Verschil beoordeling terroristische misdrijven en oorlogsmisdrijven 5

2.3 Leeswijzer 6

3. Rechtsmacht 6

3.1 Oorlogsmisdrijven 6

3.2 Sanctiewet 1977 7

4. Dagvaarding I: feitelijke vaststellingen 7

4.1 Inleiding 7

4.2 Het standpunt van het Openbaar Ministerie 7

4.3 Het standpunt van de verdediging 8

4.4 Bewijsmiddelen 8

4.4.1 Met betrekking tot het conflict in Syrië en Irak en de strijdgroep Islamitische Staat 8

4.4.2 Telegram, gegevensdragers en OVC-opnamen 13

4.5 Tussenconclusies van de rechtbank 38

5. Dagvaarding I: deelname aan een terroristische organisatie en aan een criminele organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van oorlogsmisdrijven (feit 1) 42

5.1 Inleiding 42

5.2 Het standpunt van het Openbaar Ministerie 42

5.3 Het standpunt van de verdediging 43

5.4 De beoordeling van de tenlastelegging 43

5.4.1 Organisatie 43

5.4.2 Oogmerk plegen van terroristische misdrijven 44

5.4.3 Oorlogsmisdrijven: overwegingen omtrent de toepasselijkheid van het internationaal humanitair recht 45

5.4.4 Oogmerk plegen van oorlogsmisdrijven 47

5.4.5 Deelneming 50

5.4.6 Medeplegen 53

5.4.7 Conclusie 54

5.5 De bewezenverklaring 54

6. Dagvaarding I: Plegen van het oorlogsmisdrijf aanranding van de persoonlijke waardigheid (feit 5) 55

6.1 Inleiding 55

6.2 Het standpunt van het Openbaar Ministerie 55

6.3 Het standpunt van de verdediging 55

6.4 De beoordeling van de tenlastelegging 56

6.4.1 Juridisch kader 56

6.4.2 De beoordeling 56

6.5 De bewezenverklaring 59

7. Dagvaarding I: Opruiing en verspreiding ter opruiing tot een terroristisch misdrijf en tot een oorlogsmisdrijf (feiten 3 en 4) 61

7.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie 61

7.2 Het standpunt van de verdediging 61

7.3 De beoordeling van de tenlastelegging 61

7.3.1 Inleiding 61

7.3.2 Juridisch kader 62

7.3.3 Opmerkingen tenlastelegging 63

7.3.4 Opruiing en verspreiding ter opruiing tot het plegen van terroristische misdrijven: overwegingen vooraf 64

7.3.5 Zijn de berichten qua inhoud opruiend tot het plegen van terroristische misdrijven? 64

7.3.6 Zijn de video’s a, c en e gelet op de context toch opruiend tot het plegen van terroristische misdrijven? 70

7.3.7 Opruiing en verspreiding ter opruiing tot het plegen van oorlogsmisdrijven 71

7.3.8 Slotoverwegingen 72

7.4 De bewezenverklaring 72

8. Dagvaarding I: training voor het plegen van een terroristisch misdrijf (feit 2) 77

8.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie 77

8.2 Het standpunt van de verdediging 78

8.3 De beoordeling van de tenlastelegging 78

8.3.1 Inleiding 78

8.3.2 Juridisch kader 78

8.3.3 De beoordeling 80

8.4 De bewezenverklaring 82

9. Dagvaarding II: overtreding van de Sanctiewet 1977 jo. Sanctieregeling Terrorisme 2007-II 83

9.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie 83

9.2 Het standpunt van de verdediging 83

9.3 De beoordeling van de tenlastelegging 83

9.3.1 Inleiding 83

9.3.2 Juridisch kader 83

9.3.3 De bewijsmiddelen 84

9.3.4 De beoordeling 86

9.4 De bewezenverklaring 87

10. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde 87

11. De strafbaarheid van de verdachte 87

12. De oplegging van de straf en maatregel 87

12.1 De vordering van het Openbaar Ministerie 87

12.2 Het standpunt van de verdediging 88

12.3 Het oordeel van de rechtbank 88

12.3.1 De ernst van de feiten 88

12.3.2 De persoon van de verdachte 89

12.3.3 Stoornis en toerekenbaarheid 93

12.3.4 Tbs-maatregel met dwangverpleging? 93

12.3.5 Op te leggen straf 94

13. De inbeslaggenomen goederen 95

13.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie 95

13.2 Het standpunt van de verdediging 95

13.3 Het oordeel van de rechtbank 95

14. De toepasselijke wetsartikelen 96

15. De beslissing 98

Bijlage I: Tekst tenlastelegging 101

Bijlage II: Eindnoten 111

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 18 november 2019, 10 februari 2020, 16 april 2020, 18 juni 2020, 14 september 2020 en 3 december 2020 (allen pro forma-behandelingen) en de terechtzittingen van 11 februari 2021, 29 maart 2021, 7 juni 2021 en 21 juni 2021 (inhoudelijke behandeling).

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie

mr. C.D. Kardol en mr. W.J. Veldhuis (hierna gezamenlijk: Openbaar Ministerie) en van hetgeen door de verdachte en haar raadsman mr. Y. Özdemir (hierna: de verdediging) naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging en opmerkingen vooraf

2.1

De tenlastelegging

Tegen de verdachte zijn twee dagvaardingen uitgebracht, te weten onder parketnummer 09/748012-19 (hierna: dagvaarding I) en onder parketnummer 09/748012-19 P (hierna: dagvaarding II), waarin is vermeld wat haar wordt ten laste gelegd. De tenlastelegging bij dagvaarding I is op de terechtzittingen van 18 juni 2020 en 29 maart 2021 gewijzigd. De tekst van de beide (gewijzigde) dagvaardingen is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdachte wordt in dagvaarding I - kort gezegd - verweten dat zij zich heeft schuldig gemaakt aan meerdere terroristische misdrijven, te weten deelname aan IS als criminele organisatie die het oogmerk op het plegen van terroristische misdrijven heeft (terroristische organisatie), deelnemen en meewerken aan training voor terrorisme en opruiing en verspreiding van opruiende geschriften/afbeeldingen tot het plegen van een terroristisch misdrijf. De strafbaarstellingen van deze misdrijven hebben tot doel om de openbare orde te beschermen, in het bijzonder de bescherming van de samenleving tegen terroristische misdrijven. Dit geldt ook voor hetgeen onder dagvaarding II aan de verdachte is ten laste gelegd, namelijk dat zij de Sanctiewet 1977 heeft overtreden.

De verdachte worden onder dagvaarding I verder nog misdrijven verweten die eveneens verband houden met IS, namelijk deelname aan IS als criminele organisatie die (ook) het oogmerk op het plegen van oorlogsmisdrijven heeft, het zelf plegen van een oorlogsmisdrijf, te weten het aanranden van de persoonlijke waardigheid, en het opruien tot het plegen van oorlogsmisdrijven.

2.2

Verschil beoordeling terroristische misdrijven en oorlogsmisdrijven

Oorlogsmisdrijven zijn schendingen van het internationaal humanitair recht, te weten het geheel van regels dat geldt ten tijde van (niet-) internationale gewapende conflicten. Het internationaal humanitair recht heeft tot doel om personen te beschermen die niet of niet meer deelnemen aan vijandelijkheden in een gewapend conflict. De strafbaarstellingen van deze misdrijven beschermen daarmee dus een ander belang dan die van de terroristische misdrijven, die de bescherming van de openbare orde tot doel hebben.

Het aan de verdachte verweten oorlogsmisdrijf is strafbaar gesteld in de Wet internationale misdrijven, hierna: de Wim). In artikel 1, vierde lid, van de Wim is bovendien bepaald dat onder meer opruiing tot een oorlogsmisdrijf en deelname aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van oorlogsmisdrijven gelijk moeten worden gesteld met een misdrijf uit de Wim. De Wim is een zogenaamde lex specialis en is voor wat betreft de strafbaarstelling van oorlogsmisdrijven geïnspireerd op het Statuut van Rome betreffende het Internationaal Strafhof. Waar de rechter zich bij de beoordeling van terroristisch misdrijven, alle strafbaar gesteld in het Wetboek van Strafrecht (hierna: het WvSr), zich vooral richt op het commune (Nederlandse) recht, kan de rechter zich bij de beoordeling van oorlogsmisdrijven oriënteren op het internationaal recht, in het bijzonder de Elementen van Misdrijven van het Internationaal Strafhof en de jurisprudentie van het Internationaal Strafhof en de internationale tribunalen, zoals het International Criminal Tribunal for the former Yugoslavia.

2.3

Leeswijzer

Nu de toetsingskaders van terroristische misdrijven en oorlogsmisdrijven (en daarmee gelijkgestelde misdrijven) op onderdelen wezenlijk van elkaar verschillen, zal de rechtbank per feit deze kaders uiteenzetten en telkens benoemen welke feiten en omstandigheden voor de beoordeling van dat feit van belang zijn.

Hoewel de aan de verdachte ten laste gelegde feiten met elkaar samenhangen, zal de rechtbank deze, vanwege de verschillende toetsingskaders, in aparte hoofdstukken behandelen. Het is onvermijdelijk dat hierdoor enige herhaling voorkomt.

De rechtbank zal zich in hoofdstuk 3 allereerst over de rechtsmacht uitspreken. Dan zal zij in hoofdstuk 4 de feitelijke gedragingen vaststellen die van belang zijn voor de beoordeling van dagvaarding I. Daarin wordt verwezen naar de bewijsmiddelen op grond waarvan de rechtbank tot deze vaststellingen komt. Vervolgens zal in hoofdstuk 5 worden ingegaan op de deelname aan een criminele organisatie met het oogmerk het plegen van terroristische misdrijven en oorlogsmisdrijven. In hoofdstuk 6 zal gekeken worden naar het ten laste gelegde oorlogsmisdrijf van aanranding van de persoonlijke waardigheid. Daarna zal in hoofdstuk 7 gekeken worden naar de opruiing en verspreiding ter opruiing tot een terroristisch misdrijf en een oorlogsmisdrijf. In dit hoofdstuk zal verwezen worden naar bewijsmiddelen aan de hand waarvan de rechtbank de feiten beoordeelt. In hoofdstuk 8 komt de ten laste gelegde training voor het plegen van een terroristisch misdrijf aan bod. Tot slot zal de rechtbank in hoofdstuk 9 ingaan op dagvaarding II.

Verwijzing naar bewijsmiddelen geschiedt in voetnoten. Voorts wordt in eindnoten

verwezen naar literatuur en jurisprudentie.

3 Rechtsmacht

3.1

Oorlogsmisdrijven

De verdachte wordt onder dagvaarding I feit 1, tweede cumulatief, en onder feit 5 verweten dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van oorlogsmisdrijven in Nederland, maar ook in Syrië en/of Irak.

De rechtbank Den Haag is ingevolge artikel 15 van de Wet internationale misdrijven (hierna: Wim) bevoegd kennis te nemen van de ten laste gelegde oorlogsmisdrijven.

In artikel 2 van de Wim is bepaald dat Nederland rechtsmacht heeft over misdrijven uit die wet die buiten Nederland zijn gepleegd als de verdachte de Nederlandse nationaliteit, een met een Nederlander gelijkgestelde vreemdeling is, of zich op Nederlands grondgebied bevindt. De verdachte heeft de Nederlandse nationaliteit, zodat Nederland rechtsmacht heeft.

Voor zover de raadsman nog het verweer heeft gevoerd dat de gedragingen van de verdachte onvoldoende ernstig zouden zijn, zodat er geen rechtsmacht bestaat op grond van de Wim, gaat dit gelet op het voorgaande niet op.

3.2

Sanctiewet 1977

De verdachte wordt onder dagvaarding II verweten dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan het overtreden van de Sanctiewet 1977 in Nederland en/of Turkije.

In artikel 13 van de Sanctiewet 1977 is bepaald dat de Nederlandse strafwet toepasselijk is op de Nederlander die zich buiten Nederland schuldig maakt aan een bij of krachtens deze wet strafbaar gesteld feit. Nederland heeft daarom ook rechtsmacht ten aanzien van dit feit.

4 Dagvaarding I: feitelijke vaststellingen

4.1

Inleiding

Het opsporingsonderzoek tegen de verdachte is gestart naar aanleiding van bevindingen in een ander opsporingsonderzoek genaamd ‘26Cochran’ tegen de verdachte [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]). In zijn telefoon zijn gegevens met betrekking tot een Telegramgebruiker aangetroffen, die bij [betrokkene 1] bekend stond als ‘[voornaam verdachte]’, te weten elf Telegram-chats waarin jihadistisch materiaal online werd gedeeld en verspreid.

In het onderhavige opsporingsonderzoek genaamd ‘26Humble’ is onder meer onderzoek gedaan naar die persoon ‘[voornaam verdachte]’, naar meerdere Telegramprofielen die op de verdachte terug te leiden zouden zijn en waarmee jihadistisch materiaal werd gedeeld en verspreid. Ook is onderzoek verricht naar de inhoud van diverse gegevensdragers die bij de verdachte thuis in Uithoorn in beslag zijn genomen. De verdachte is op 10 oktober 2019 door de politie aangehouden.

De rechtbank zal in dit hoofdstuk tot feitelijke vaststellingen komen. Daarbij wordt nog niet ingegaan op de juridische kwalificatie die hieraan kan worden gegeven.

4.2

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de verdachte in de ten laste gelegde periode gebruik maakte van de verschillende Telegramaccounts: NesmuMutawahiddeen en GB, waarmee extremistisch jihadistisch materiaal is verspreid en gedeeld.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat uitsluitend de verdachte gebruik maakte van de verschillende Telegramaccounts NesmuMutawahiddeen en GB, nu de verdachte haar inloggegevens aan derden gegeven zou hebben. De raadsman betwist niet dat er met die accounts extremistisch jihadistisch materiaal is gedeeld en verspreid, maar betwist wel dat de verdachte dat heeft gedaan.

4.4

Bewijsmiddelen 1

4.4.1

Met betrekking tot het conflict in Syrië en Irak en de strijdgroep Islamitische Staat

Het conflict in Syrië en Irak

In het voorjaar van 2011 is de opstand in Syrië begonnen met protesten om hervormingen af

te dwingen bij het regime van president Assad. Het regime probeerde de roep om

hervormingen met grof geweld de kop in te drukken, maar dit bracht het verzet niet tot

zwijgen. Aan het eind van 2011 begon de oppositie zich in reactie op de gewelddadigheden

van het regime met wapens te verzetten. Bij deze strijd zijn gewapende groepen en

diverse staten betrokken.2Mensenrechtenschendingen vonden plaats aan de kant van de

regeringstroepen en paramilitaire milities, maar ook aan de kant van de gewapende

opposities. In 2013 en 2015 zouden door het Syrische regime chemische aanvallen worden

ingezet met een groot aantal slachtoffers tot gevolg. In de laatste maanden van 2013 en de

eerste maanden van 2014, lijkt het Syrische regime aanvallen met zogenaamde ‘barrel

bombs’ te hebben opgevoerd. Ook in de loop van 2014 en in de eerste helft van 2015

kostten luchtaanvallen en aanvallen met barrel bombs door het Syrisch regime in diverse

delen van Syrië vele levens, met name van burgers. Naarmate de strijd in Syrië vorderde,

nam de invloed van jihadistische groepen steeds meer toe. Hun doel was niet alleen het ten

val brengen van het regime van Bashar al-Assad, maar ook – of vooral – de vestiging van

een streng islamitische staat op het grondgebied van Syrië en de terugkeer naar de ‘zuivere

islam’. Dit werd onder meer gerechtvaardigd vanuit de ideologie van het salafisme.3

Eén van de betrokken strijdgroepen: IS

Eén van de jihadistische groepen betreft de Islamitische Staat in Irak (hierna genoemd: ISI).

De groep claimde op 11 maart 2013 een aanval waarbij 48 Syrische soldaten en negen

Iraakse gardisten om het leven zouden zijn gekomen. Het zou gaan om de eerste actie

waarbij ISI zijn betrokkenheid bij het Syrisch conflict bevestigde. ISI doopte zich in april

2013 om tot de Islamitische Staat in Irak en de Levant (hierna genoemd: ISIL). ISIL heeft

als doel op gewelddadige wijze een zuiver islamitische samenleving en/of staat gebaseerd

op de sharia – dit alles zoals door hen gepercipieerd – op te leggen aan de burgerbevolking.

Hiermee beoogden zij de fundamentele politieke structuur van Syrië en Irak te vernietigen.

Op 29 juni 2014 riep ISIL het Islamitisch kalifaat uit in het door IS veroverde gebied in Syrië en Irak en werd ISIL omgedoopt tot IS. Het grondgebied van IS bevond zich in 2014 en in 2015 in Syrië en Irak. Als ‘kalifaat’ claimde IS het religieus, politiek en militair gezag over alle moslims over de gehele wereld. Abu Bakr al-Baghdadi, de emir van IS, werd

aangesteld als ‘kalief’ van IS. Alle moslims ter wereld werden vervolgens opgeroepen de

eed van trouw af te leggen aan de zelf gekroonde ‘kalief’ Abu Bakr al-Baghdadi en zich in

IS-gebied te vestigen. De eed van trouw was niet vrijblijvend; degene die

de eed aflegt committeerde zich aan het gemeenschappelijke doel van IS.

Ook in buurland Irak vond vanaf eind 2013 gewapend geweld plaats tussen onder meer Irakese overheidsstrijdkrachten (vanaf augustus 2014 ondersteund door een internationale coalitie) en IS. In de loop van 2014 breidden de vijandelijkheden zich uit naar de rest van het land en worden er verschillende steden veroverd in het noorden van Irak. Zo veroverde IS in juni 2014 Mosul, een stad met 1,4 miljoen inwoners en claimt IS dat op 12 juni 2014 1700 Irakese soldaten in de omgeving van Tikrit zijn geëxecuteerd, waarvan een deel in de Tigris is gegooid.4 Ook in het daaropvolgende jaar zetten de vijandelijkheden zich voort. Duizenden burgers verloren het leven door de vijandelijkheden, vele duizenden raakten gewond en meer dan een miljoen mensen moesten vluchten.5

In een officieel tijdschrift van IS, Dabiq, werd in 2014 opgeroepen om ongelovigen te doden, ongeacht of diegene een burger of een militair is (“Kill the disbeliever whether he is civilian or military, for they have the same ruling”).6

In de tweede helft van 2014 en begin 2015 werden door IS meerdere buitenlandse journalisten en hulpverleners gegijzeld en onthoofd, waaronder James Foley, Steven Sotloff en Alan Henning als vergeldingsacties.7 De VN rapporteur voor mensenrechten en ontheemden rapporteerde in april 2016 dat IS massa executies, publieke executies, amputaties en onthoofdingen uitvoert op onder meer militairen en religieuze minderheden als onderdeel van een ‘campaign of terror.8 IS pleegde aldus op grote schaal ernstige misdrijven, zoals marteling, deportatie, verminking, verkrachting, moord en standrechtelijke executies van gevangenen en burgers, waarna de lichamen van deze personen werden geëxposeerd door deze bijvoorbeeld langs de kant van de weg op te hangen.9

In juli 2014 werd de christelijke inwoners van Mosul door IS een ultimatum gesteld dat zij zich voor 19 juli moesten bekeren anders zouden zij worden gedood.10 Soennieten die voor de Iraakse regering of het leger hadden gewerkt, dienden spijt te betuigen voor hun vroegere acties of anders executie zou volgen.11 Ook werden binnen het grondgebied van IS alawieten geëxecuteerd en sjiitische moskeeën vernietigd.12 Tegenstanders van IS, personen die waren gevangen door IS, gevangenen en andersdenkenden werden onthoofd, geëxecuteerd, verminkt en tentoongesteld.13 Zo werd in augustus 2014 door de Human Rights Council van de Verenigde Naties gerapporteerd dat in Aleppo van openbare executies een wekelijkse vertoning werd gemaakt door IS, waarbij inwoners van tevoren werden ingelicht en aangemoedigd om te komen. De lichamen werden vervolgens dagenlang publiekelijk tentoongesteld, veelal op kruisbeelden, als waarschuwing voor de lokale bevolking en om onderwerping onder de bevolking af te dwingen door middel van het inboezemen van vrees. Door het publiekelijk tentoonstellen van lichamen en het nalaten van het begraven van de slachtoffers in overeenstemming met de geloofsrituelen van het slachtoffer, heeft IS het internationaal humanitair gewoonterecht geschonden, aldus de Human Rights Council.14 Aldus schond IS de rechten van andersdenkenden - christenen, joden, sjiieten, alawieten en ook niet fundamentalistische soennieten - op zeer gewelddadige wijze.

Het aantal strijders dat zich bij IS heeft aangesloten werd in 2014 geschat tussen de 20.000 en 31.500. In 2014 werd het leiderschap van IS onderverdeeld in verschillende raden: een commandoraad, een zogenaamde majlis al-shura (adviesraad) een rechtsraad, een veiligheidsraad, een militaire raad, een inlichtingenraad, een hulpraad voor strijders, een raad voor de media en een financiële afdeling. De hulpraad voor strijders had tot taak de komst van buitenlandse strijders naar de IS te regelen en hen te helpen huisvesting te vinden. De majlis al-shura bestond uit negen à elf leden en was verantwoordelijk voor het overbrengen van bevelen van Abu Bakr al-Baghdadi aan de lagere commandostructuren en nagaan of deze bevelen worden opgevolgd. Daarnaast besliste het over wetten en hun toepassing en had daarmee taken die de taken van de sharia-raad (die beslist over religieuze zaken) overlapten. Met de stichting van het kalifaat en de verovering van grondgebied in 2014 heeft IS verder ministeries of comités opgericht, die ook het door IS veroverd grondgebied moesten besturen. Op diverse plaatsen in Syrië en Irak bevonden zich trainingskampen van IS waar lessen werden gegeven in kennis van wettelijke regels en de islamitische geloofsleer en waar de rekruut ook gevechtstechnieken en het omgaan met wapens werden bijgebracht. Het leger van IS zou zijn opgebouwd uit onder meer speciale eenheden, luchtverdedigingstroepen, een scherpschuttersbrigade en een administratie.15

Voortzetting van de strijd van IS in Syrië en Irak

Sinds 2016 zijn er verschillende steden en gebieden veroverd op IS. In februari 2019

rapporteerde de Secretaris Generaal van de Verenigde Naties (hierna: de Secretaris

Generaal) dat IS naar schatting nog uit 14.000-18.000 strijders in Irak en Syrië bestond.16 In

maart 2019 vond de verovering van het laatste IS-territorium plaats in Baghouz, waarbij

hevig gevochten werd en vele mensen ontheemd zijn geraakt. Zo werd gerapporteerd dat de populatie in het Al Hawl-vluchtelingenkamp begin 2019 verzevenvoudigd is naar 70.000.17 Op 8 april 2019 kondigde IS een ‘Campaign of Vengeance for the blessed al-Sham Province’ aan, waarbij verschillende aanslagen werden opgeëist. Tussen 8 en 10 april 2019

werden tien aanslagen opgeëist door IS, waarvan verschillende aanslagen zijn opgeëist via

Amaq.18 Op 7 januari 2019 voerde IS een zelfmoordaanslag uit op een gebouw van de gemeenteraad in Raqqa van de Syrische Democratische Strijdkrachten (verder te noemen: SDF), waarbij ten minste vijf doden en meer dan twintig gewonden vielen. Op 3 maart 2019 doodde IS in Karama twee SDF-strijders. Op 29 april 2019 werden bij een bomaanslag in Raqqa City door ISIS verscheidene SDF-strijders en burgers gedood.19

In augustus 2019 rapporteerde het United Nations Office for the Coordination of Humanitarian Affairs (UNOCHA) dat op 1 juli 2019 5,6 miljoen Syrische vluchtelingen geregistreerd waren en dat er 5,9 miljoen mensen in eigen land op de vlucht waren (internally displaced). Ruim elf (11,7) miljoen inwoners, zo stelde de organisatie, hadden humanitaire hulp nodig.20 De Verenigde Naties was reeds in 2014 gestopt met het verzamelen van gegevens over burgerslachtoffers wegens gebrekkige toegang tot en verminderde betrouwbaarheid van de benodigde bronnen. De schattingen in 2019 liepen uiteen van 200.000-500.000 conflict gerelateerde doden.21

In oktober 2019 kwam IS-leider Abu Bakr Al Baghdadi om het leven. Amir Muhammad Sa’id Abdal-Rahman al-Mawla is sinds eind 2019 de nieuwe leider van IS; blijkens een VN-rapportage is de strategie van IS na zijn komst niet veranderd.22 Na het verlies van territorium bestaat IS thans uit zogenoemde ondergrondse cellen,23 en vormt IS nog altijd een significante dreiging in de regio. De Secretaris Generaal heeft gerapporteerd dat IS steeds meer ondergronds opereert, maar wel gecentraliseerd leiderschap heeft.24

De mediastrategie van IS

IS heeft van meet af aan een duidelijke mediastrategie gehanteerd en gebruikt daarvoor zowel officiële publicaties van IS-kanalen als berichten die geproduceerd worden door aanhangers of leden van IS, zogenaamde ‘user generated content’. Aldus worden er zoveel mogelijk mediakanalen gebruikt om propaganda te produceren en te verspreiden. Online supporters worden opgeroepen om deel te nemen en bij te dragen aan deze ‘elektronische jihad’ als ‘media mujahid’ (strijder op het front van de media).25 Een belangrijk onderdeel van de mediastrategie van IS is het filmen van aanslagen en executies en deze vervolgens te delen via de officiële kanalen.26

IS heeft verschillende officiële centrale mediakanalen, waaronder Ajnad Media Production Company en Al-Hayat Media Centre. Het Central Media Department (of Ministry) van IS (‘Diwan al’lam at-Markazi) controleert wat en hoe is gepubliceerd door lokale mediabureaus.27 IS maakt ook gebruik van ‘Amaq News Agency’: een persbureau dat wordt gepresenteerd als een onafhankelijk persbureau, maar onderdeel is van het mediaministerie van IS. Sinds de oprichting is dit persbureau de belangrijkste bron van informatie over aanslagen en de ideologie van de lslamitische Staat.28 In deze officiële IS publicaties wordt de centrale rol van de media in de jihad benadrukt. Zo wordt in de uitgave nummer 12 van Dabiq gesproken over twee soorten strijd die elkaar versterken en ondersteunen, te weten de strijd op het slagveld en de media campagne op het ideologische slagveld. Blijkens een publicatie van Maktabat Al-Himma, ook een officieel mediakanaal van IS, doet de rol van de ‘media operative’ in de jihad niet onder voor de strijd op het slagveld, waarbij ‘media operative’ een breed begrip is van de maker van beeldmateriaal tot de aanhangers die online propaganda verspreiden. Ook wordt in een video van Al-Hayat Media Centre getiteld ‘Inside the Khilafa nr. 8’ uit oktober 2018 opgeroepen om online over te gaan tot actie, om hun khilafah te steunen op het digitale front. In deze video wordt specifiek gesproken over het delen van propaganda door aanhangers.

De aanhangers van IS die IS-content reposten worden door onderzoeker Benigni aangeduid als een vitaal onderdeel van de IS mediastrategie wegens hun deelname aan de IS online extremistische community, waarbinnen zij bijdragen aan het brede bereik van IS-propaganda. Ook zijn dergelijke netwerken volgens onderzoeker Benigni soms doelwit van rekruteerders.29

Uit onderzoek naar 636 pro-IS kanalen en groepen in de periode van november 2015 tot en met oktober 2018 blijkt dat Telegram het middelpunt van de online communicatiestrategie van IS-supporters is. Behalve het medium voor de verspreiding van officiële IS-propaganda en ‘user generated’ propaganda, was Telegram voor het netwerk van IS-supporters onderdeel van een ‘grotere infrastructuur van digitale communicatietechnologieën met verschillende, verweven functies’ zoals: het verspreiden van informatie en communicatie, een-op-een operationele communicatie, het versterken en het verbreden van het netwerk.30 Op de onderzochte kanalen werd (on)officiële IS propaganda verspreid, alsmede audioboodschappen, documenten, foto’s, aankondigingen en oproepen tot actie.31 De politie heeft geverbaliseerd dat de Telegramgroepen ‘Greenb1rds’ niet behoren tot de officiële door IS erkende mediakanalen.

4.4.2

Telegram, gegevensdragers en OVC-opnamen

De werking van de applicatie Telegram

Telegram is een digitale berichtendienst, waarbij in groepen, kanalen en één-op-één-chats

berichten kunnen worden gedeeld. Telegram onderscheidt de rollen eigenaar (owner),

beheerder (admin) en lid (member). Hieronder volgt een overzicht van de rechten en

mogelijkheden per rol in Telegram-groepen:

Iedere groep of kanaal heeft een eigen naam, ID en URL. De naam en URL kunnen worden aangepast, maar een ID niet. Voor het aanmaken van een Telegram-profiel moet een telefoonnummer worden opgegeven, waarnaar vervolgens per sms een verificatiecode wordt verstuurd door Telegram. Met dit originele telefoonnummer is het mogelijk om op meerdere apparaten tegelijk in te loggen. Bij elke eerste aanmelding op een nieuw apparaat wordt er een nieuwe verificatiecode per sms verstuurd naar het originele telefoonnummer om het account op dat nieuwe apparaat te activeren.

Binnen Telegram-groepen kunnen alle leden berichten plaatsen, tenzij daarvoor specifiek minder rechten toebedeeld zijn door een beheerder van de groep. Binnen Telegram bestaan in ieder geval twee soorten groepen:

  • -

    Privé groepen: om toegang te krijgen tot deze groepen moet je toegevoegd worden door de beheerder of je ontvangt een link waarmee je toegang kunt krijgen. Bij privé groepen kan ingesteld worden of nieuwe leden de historie van de groeps-chat kunnen inzien.

  • -

    Open groepen: dit zijn groepen die via een zoekfunctie in Telegram te vinden zijn. Deze groepen zijn te vinden via open zoekopdrachten en via een directe link.

Binnen Telegram bestaan twee soorten één-op-één chats, waar gebruikers één op één kunnen chatten:

  • -

    Privé-chats: hier kunnen gebruikers één-op-één berichten en bestanden uitwisselen.

  • -

    Geheime chats: hier kunnen gebruikers één-op-één berichten en bestanden uitwisselen zoals in privé chats. Daarnaast kan hierbij een zelf vernietigingstimer ingesteld worden waardoor chats na (bijvoorbeeld) vijf seconden na het lezen verdwijnen. Berichten uit geheime chats kunnen niet doorgestuurd worden.32

[betrokkene 1] had contact met ‘[voornaam verdachte]’, beheerder van de Telegramgroep met de naam ‘Greenb1rds’

In het onderzoek tegen [betrokkene 1] is bekend geworden dat [betrokkene 1] contact had met een Nederlandse Telegramgebruiker die bij hem bekend was onder de naam ‘[voornaam verdachte]’, met Telegram user-id [user-ID 1] (hierna: [user-ID 1]). [voornaam verdachte] was beheerder van een groep met de naam ‘Greenb1rds’. Door [voornaam verdachte] werden uitnodigingen voor Telegramgroepen dan wel Telegramkanalen zoals Greenb1rds verstuurd. Daarnaast verstuurde [voornaam verdachte] PayPal- betaallinks om te doneren aan IS-strijders en hun gezinnen, en verspreidde [voornaam verdachte] een oproep aan moslimmannen om zich aan te sluiten bij de gewapende jihad.

Tussen [betrokkene 1] en [voornaam verdachte] vond ook één-op-één contact plaats via Telegram (chat 6). Er werden tussen hen berichten verstuurd over iemand die beheerder is geworden, maar waarvan [voornaam verdachte] zegt dat hij hem geen ‘admin’ heeft gemaakt. Ook schreef [betrokkene 1] aan [voornaam verdachte] dat hij Greenb1rds in al zijn kanalen zou delen, waarop hij een link stuurde. Hierop ontving hij van [voornaam verdachte] een nieuwe link.33

In de telefoon van [betrokkene 1] is door de politie een screenshot aangetroffen van een groep met de naam ‘GreenB1rdsTM’, waarop de woorden ‘[voornaam verdachte]’ en ‘admin’ te zien zijn. Verder onderzoek aan de telefoon leidde tot een Telegram-groep met de naam ‘Greenb1rds’, met 142 berichten, waaraan door [voornaam verdachte] werd deelgenomen.34

In de telefoon van [betrokkene 1] stonden drie Telegram-contacten opgeslagen onder de naam [voornaam verdachte], te weten met telefoonnummer [telefoonnummer 2] (ID [user-ID 2]), met telefoonnummer [telefoonnummer 1] (ID [user-ID 1]) en met telefoonnummer [telefoonnummer 3] (ID [user-ID 3]).

Het telefoonnummer [telefoonnummer 2] (hierna: nummer [telefoonnummer 2]) staat bij de politie sinds 12 maart 2019 als communicatiemiddel van [naam verdachte], de verdachte,

geregistreerd.35

Tijdens de doorzoeking van de woning van de verdachte zijn simkaarten aangetroffen die behoren bij de telefoonnummers eindigend op [telefoonnummer 2] en [telefoonnummer 1].36 Uit de gevorderde historische verkeersgegevens bleek dat in de periode van 17 maart 2019 tot en met 17 september 2019 de telefoonnummers [telefoonnummer 2], [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 3] dezelfde drie zendmasten aanstraalden in de omgeving van de woning van de verdachte.37

Op 24 juni 2019 vanaf 10:51 uur vond een telefoongesprek plaats tussen [betrokkene 1] en de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 2], welk gesprek door de politie is afgeluisterd. In dit gesprek wordt door [telefoonnummer 2] gezegd: ‘vrijdag heb ik rechtszaak toch, in Rotterdam’.38

Uit een afgeluisterd gesprek tussen [betrokkene 1] en [telefoonnummer 2] op diezelfde dag om 12:32 uur blijkt dat zij ruzie maken.39

Uit een afgeluisterd gesprek tussen [betrokkene 1] en [telefoonnummer 2] op 7 juli 2019 blijkt dat [betrokkene 1] de gebruiker van het nummer [telefoonnummer 2] ‘[voornaam verdachte]’ noemt.40

Van 24 juni tot en met 30 juni 2019 vond een Telegram privé-chat tussen [betrokkene 1] en

‘[voornaam verdachte]’ (NesmuMutawahiddeen (ID [user-ID 1])) plaats, waarin onder meer de volgende berichten werden gedeeld (‘chat 6’).

Op 24 juni 2019 om 15:41 uur zegt [voornaam verdachte] ‘Moge Allah ons vergeven’, waarop [betrokkene 1] antwoordt ‘Vergeef mij voor mijn jaloezie en woede’.41

Op 25 juni 2019 stuurt [voornaam verdachte] een bericht getiteld ‘Talk yourself into martyrdom operations’.42 Dit bericht wordt de volgende dag door [voornaam verdachte] gedeeld in de Telegram-chat met ID [ID chat 10] (rechtbank: zie hierna ‘chat 10’).43

Op 25 juni 2019 vraagt [betrokkene 1] ‘U got GB link?’, waarna [voornaam verdachte] een link stuurt.44

Deze link is op 25 juni 2019 (om 23:56 uur en 23:59 uur) en 26 juni 2019 (om 00:03 uur en

00:05 uur) gedeeld in de Telegram groeps-chats met de ID’s [ID chat 3] (rechtbank: zie hierna ‘chat 3’), [ID chat 4] (rechtbank: zie hierna ‘chat 4’), [ID chat 5] (rechtbank: zie hierna ‘chat 5’) en [ID chat 7] (rechtbank: zie hierna ‘chat 7’).45

Op 26 juni 2019 om 18:27 uur zegt [betrokkene 1]: ‘Share my channel on the group’ en hij stuurt een link naar dat kanaal. Vervolgens deelt [voornaam verdachte] die link om 18:28 uur in de Telegram groeps-chat met ID [ID chat 10] (rechtbank: zie hierna ‘chat 10’).46

Op 26 juni 2019 zegt [betrokkene 1]: ‘Ik zie je naam gewoon’, waarop [voornaam verdachte] zegt: ‘That’s how u saved me in ur phone. They see nesmumutawahiddeen’.47

Op 26 juni 2019 stuurt [voornaam verdachte] een bericht getiteld ‘Would you be interested in joining a Group which will be leading the war of mind and souls against the international

coalition?’.48 Dit bericht is door [voornaam verdachte] gedeeld in de Telegram-chat met ID [ID chat 10] (rechtbank: zie hierna ‘chat 10’) op 26 juni 2019.49

Op 30 juni 2019 zegt [voornaam verdachte]: ‘If I don’t come back from Maruecos (rechtbank: Marokko) make dua for me’.50 In de Huawei-tablet van de verdachte zijn tickets aangetroffen voor vluchten naar Marokko (op 2 juli 2019) en terug naar Eindhoven (op 17 juli 2019).51

De aangetroffen Telegram-chats (chat 1-11) tussen [betrokkene 1] en ‘[voornaam verdachte]’ uit onderzoek 26Cochran

In opgeslagen data in de telefoon van [betrokkene 1] werden elf Telegram-chats aangetroffen, waaraan Telegramprofiel met ID [user-ID 1] deelnam. Het gaat om tien Telegram-groepschats en één privé-chat (chat 6) tussen [betrokkene 1] en het Telegramprofiel NesmuMutawahiddeen (ID [user-ID 1]).

Door een Midden-Oostendeskundige werden die chats onderzocht. Deze concludeert het volgende:

‘Gebruiker [voornaam verdachte] kan op basis van de verstuurde berichten aangemerkt worden als IS sympathisant/aanhanger. [voornaam verdachte] draagt actief het gedachtegoed van IS uit, onder andere door het aanhalen van IS-leider Al-Baghdadi, en verspreidt in algemene zin radicaalislamitisch materiaal, onder andere van Al-Qaida. De posts die worden verspreid roepen veelvuldig op tot de gewapende jihad, verheerlijken de mujahideen, en pogen het gebruik van geweld te rechtvaardigen tegen ‘ongelovigen’ (zoals Westerse landen) en ‘afvalligen’ (zoals sjiieten en islamitische hervormers). Een aantal posts wordt herhaaldelijk gebruikt, in meerdere rapporten en soms ook meerdere keren per rapport:

  • -

    uitnodigingen voor Telegramchats, veelal met vermelding van Greenb1rds (onofficieel IS sociaal media kanaal);

  • -

    betaallinks (PayPal), soms samen met een aansporing om te doneren aan IS strijders en hun gezinnen (‘financiële jihad’);

  • -

    een oproep voor moslimmannen om zich aan te sluiten bij de gewapende jihad tegen de ‘ongelovigen’.’52

Chat 1

De politie heeft onderzoek gedaan naar de chat met ID [ID chat 1] (chat 1), die actief was

in de periode van 2 maart 2019 tot en met 17 juli 2019. In de groepsafbeelding staat de

tekst: ‘Al-Shahaba’, wat een aanduiding is voor ‘metgezellen van de profeet’. De chat

bevatte 28 deelnemers.

In de chat werden veel berichten gedeeld die afkomstig zijn van officiële IS-mediakanalen en berichten afkomstig van bekende pro-IS mediakanalen, zoals Furat Media, Al-Battar en Ahlut-Tahwid Publications. Een voorbeeld is het delen van het ‘magazin’ getiteld “From Dabiq to Rome” van Ahlut-Tawhid Publications.

Wat betreft de inhoud van de gedeelde berichten verbaliseert de politie dat daarin de

strijd tegen de ‘ongelovigen’ wordt verheerlijkt, dat daarin wordt opgeroepen tot de strijd tegen de ‘ongelovigen’, dat er berichten zijn gedeeld over veiligheidsbewustzijn, adviezen en relaties met ‘ongelovigen’ en dat die salafistisch van inhoud zijn.

‘[voornaam verdachte]’ (ID [user-ID 1]) plaatste zeven berichten in deze chat, waaronder:

  • -

    op 29 juni 2019: een bericht waarin staat dat [voornaam verdachte] eerder een ‘fundraising event for those sisters’ had gedeeld en zich nu afvraagt of deze wel betrouwbaar was;

  • -

    op 30 juni 2019: een link met als bijschrift ‘Bismillah’ (tolk: in de naam van Allah);

  • -

    op 30 juni 2019: een bericht aan de Australische leden met een oproep om niet te stemmen en afwijzing democratie als ‘shirk’.53

Chat 2

De politie heeft onderzoek gedaan naar de chat met ID [ID chat 2] (chat 2), die actief was

in de periode van 2 maart 2019 tot en met 17 juli 2019. De chat had de naam ‘Leeuwen van

de media’ en bevatte 53 deelnemers.

In deze chat werden veel berichten gedeeld die pro-IS publicaties van pro-IS mediakanalen bevatten of pro-IS berichten. Ook werden er officiële IS-publicaties gedeeld, van Al-Bayan Media en Al-Furqan Media. Een voorbeeld daarvan is het delen door een deelnemer van een toespraak van Abu Bakr al-Baghdadi van 29 april 2019 die door Al-Furqan werd gepubliceerd.

‘[voornaam verdachte]’ plaatste vijftien berichten in deze chat, waaronder:

  • -

    op 19 juni 2019: een bericht dat het mediakanaal Amaq News Agency (onderdeel van het mediaministerie van IS) citeert, waarin wordt gesproken over een militaire confrontatie tussen de Taliban en ‘fighters of the Islamic State’, waarbij leden van de Taliban werden gedood en verwond;

  • -

    op 21 juni 2019 een ‘neuer spendenlink’;

  • -

    op 23 juni 2019: een bericht met een lezing van Anwar al-Awlaki (een radicale prediker, gedood in Jemen), die moslims die geen geweld plegen uit naam van de islam geen echte moslims noemt, maar ‘munafiq’ (hypocrieten);

  • -

    op 24 juni 2019: een bericht van Amaq News Agency over een aanval op de Tsjetsjeense president, waarbij enkele beveiligers werden gedood. De aanslagpleger wordt omschreven als ‘inghimasi’ (strijders die vechten tot de dood) en het bericht eindigt met ‘Moge Allah hem accepteren’;

  • -

    op 26 juni 2019: een link naar Telegram-pagina ‘Greenb1rds’.54

Chat 3

De politie heeft onderzoek gedaan naar de chat met ID [ID chat 3] (chat 3), die actief was

in de periode van 7 mei 2019 tot en met 17 juli 2019. De chat had de naam ‘volgers van de

waarheid’.

In de chat werden veel berichten gedeeld die afkomstig zijn van officiële IS-mediakanalen, zoals berichten uitgegeven door de ‘wilayat’ (provincies) van IS, al-Bayan Radio, a-Furqan, al-Hayat Media, al-Naba’ en Dabiq. Verder werden berichten gedeeld afkomstig van pro-IS mediakanalen. Wat betreft de inhoud van de gedeelde berichten verbaliseert de politie dat daarin IS wordt verheerlijkt en dat wordt opgeroepen om de strijd van IS voort te zetten, dat daarin de gewapende strijd tegen de ongelovigen wordt verheerlijkt en dat die berichten salafistisch van inhoud zijn.

Voorbeelden van berichten zijn onder meer het bericht van 7 mei 2019 waarin wordt gesproken over wanneer ‘takfir’ (iemand tot ongelovige verklaren) mag worden toegepast en het bericht van 17 juli 2019 waarin onder een citaat uit de koran staat geschreven: ‘Het waarschuwen voor de vijand van God. Hij is zelfs bang voor de (af)slachting. Ik ben God dankbaar, dat hij van mij een terrorist heeft gemaakt. Plattrappen. We komen jullie (af)slachten o joden’.

‘[voornaam verdachte]’ plaatste dertien berichten in deze chat, waaronder:

  • -

    op 21 juni 2019: een link naar de Telegram-pagina Greenb1rds;

  • -

    op 21 juni 2019: een ‘neuer spendenlink’;

  • -

    op 23 juni 2019: een lezing van Anwar al-Awlaki die moslims die geen geweld plegen uit naam van de islam geen echte moslims noemt, maar ‘munafiq’ (hypocrieten).55

Chat 4

De politie heeft onderzoek gedaan naar de chat met ID [ID chat 4] (chat 4), die actief was

in de periode van 4 mei 2019 tot en met 17 juli 2019.

In de chat werden veel berichten gedeeld die afkomstig zijn van officiële IS-mediakanalen, zoals al-Bayan Radio, al-Furqan, al-Hayat Media al-Naba’ en Dabiq. Verder werden berichten gedeeld afkomstig van pro-IS mediakanalen. Wat betreft de inhoud van de gedeelde berichten verbaliseert de politie dat daarin IS wordt verheerlijkt, wordt opgeroepen om de strijd van IS voort te zetten, de gewapende strijd tegen de ongelovigen wordt verheerlijkt, dat berichten worden gedeeld waarin citaten zijn opgenomen van leiders van jihadistische organisaties, onder andere Osama bin Laden en Abu Mus’ab al-Zarqawi (leider van de strijdgroep Jama’at al-Tawhid wal-Jihad (JTJ) in Irak) en dat die berichten salafistisch van inhoud zijn.

‘[voornaam verdachte]’ plaatste drieëntwintig berichten in deze chat, waaronder:

  • -

    op 21 juni 219: een link naar Mutarjim Foundation (mutarjim betekent vertaler. In januari 2019 is de al-mutarjim foundation van IS opgericht, met als doel het vertalen van het Arabischtalige nieuws van IS in diverse andere talen);

  • -

    op 21 juni 2019: een ‘neuer spendenlink’ naar PayPal;

  • -

    op 21 juni 2019: een link naar de Telegram-pagina Greenb1rds;

  • -

    op 23 juni 2019: een lezing van Anwar al-Awlaki die moslims die geen geweld plegen uit naam van de islam geen echte moslims noemt, maar ‘munafiq’ (hypocrieten);

  • -

    op 24 juni 2019: een bericht van Amaq News over een uit naam van IS gepleegde aanslag in Tsjetsjenië;

  • -

    op 26 juni 2019: een link naar de Telegram-pagina Greenb1rds;

  • -

    op 29 juni 2019: een link naar de Telegram-pagina Greenb1rdsTM.56

Chat 5

De politie heeft onderzoek gedaan naar de chat met ID [ID chat 5] (chat 5), die actief was

in de periode van 7 mei 2019 tot en met 17 juli 2019. De chat had de naam ‘De jagers van

de collaborateurs = de dienaren van de slachtingen’ en bevatte 85 deelnemers.

De tendens van de groep is pro-IS. In de chat werden pro-IS en jihadistische berichten gedeeld. Verder werden er berichten gedeeld die afkomstig zijn van officiële IS-mediakanalen.

‘[voornaam verdachte]’ plaatste negen berichten in deze chat, waaronder (allen op 21 juni 2019):

- een link naar de Telegram-pagina Greenb1rds;

  • -

    een PayPal betaallink met als bijschrift ‘neuer spendenlink’;

  • -

    een oproep aan moslimmannen om deel te nemen aan de gewapende jihad tegen ‘ongelovigen’, te weten een Engelstalig bericht dat onder meer inhoudt: ‘Where are the men who will defend this Ummah? Where are the men who will stand up? (…) When you were able to drive over the kuffar or stab them with a knife wallahi nothing is impossible!’.57

Chat 7

De politie heeft onderzoek gedaan naar de chat met ID [ID chat 7] (chat 7). De eerste en tweede chat met dit ID waren actief in de periode van 12 juni 2019 tot en met 10 juli 2019 en bevatte acht, respectievelijk zeven deelnemers.

In de tweede chat werden berichten gedeeld die afkomstig zijn van officiële

IS-mediakanalen, zoals uit de wilayat (provincies) van IS en van al-Naba’. Verder werden er berichten gedeeld die afkomstig zijn van pro-IS mediakanalen. Wat betreft de inhoud van de berichten verbaliseert de politie dat daarin de strijd tegen de ‘ongelovigen’ en/of IS wordt verheerlijkt, dat daarin wordt opgeroepen tot de strijd tegen de ‘ongelovigen’ en dat die salafistisch van inhoud zijn.

‘[voornaam verdachte]’ plaatste drieëndertig berichten in deze chat, waaronder:

  • -

    op 21 juni 2019: een link naar een PayPal-pagina met het bijschrift ‘neuer spendenlink’;

  • -

    op 21 juni 2019: een link naar de Telegram-pagina Greenb1rds;

  • -

    op 21 juni 2019: een Engelstalig bericht waarin de vraag klinkt waar de mannen zijn die deze ummah (islamitische gemeenschap) verdedigen, waarin onder meer wordt vermeld: ‘When you were able to drive over the kuffar (ongelovigen) or stab them with a knife wallahi (ik zweer bij Allah) nothing is impossible’.;

  • -

    op 22 juni 2019: een Engelstalig bericht over de noodzaak en het belang van de ‘financiële jihad’, waarmee wordt gedoeld op het geld doneren voor de gewapende strijd of ter ondersteuning van de strijders en hun families. Het bericht bevat een link naar een PayPal-pagina en de waarschuwing om geen ‘islamitische termen’ te gebruiken bij de donatie, omdat het account dan mogelijk wordt gesloten.58

Chat 8

De politie heeft onderzoek gedaan naar de chat met ID [ID chat 8] (chat 8), die actief was in juni 2019.

De tendens van de groep is pro-IS. In de chat werden berichten gedeeld over de strijd tegen de ongelovigen (onder andere het Engelstalige bericht van 12 juni 2019 met een uiteenzetting van redenen waarom men tegen de ‘ongelovigen’ strijdt, met als eerste zin ‘Message to the Kuffar… Why we hate you and why we fight you’), werd pro-IS propaganda gedeeld (onder andere drie links naar drie nummers van het tijdschrift ‘From Dabiq to Rome’) en werd propaganda van officiële IS-mediakanalen gedeeld (onder andere een beschrijving van levenslopen van leiders van IS en voorlopers van IS en Engelse vertalingen van toespraken van Abu Hamza al-Muhajir, Abu Muhammad al-‘Adnani, Abu Bakr al-Bagdadi en Abu I-Hasan al-Muhajir).

‘[voornaam verdachte]’ plaatste één bericht in deze chat, te weten op 16 juni 2019 waarin een link werd gedeeld naar een artikel uit de Engelse krant The Washington Post met de titel ‘The kidnapped yazidi children who don’t want tot be rescued’.59

Chat 9

De politie heeft onderzoek gedaan naar de chat met ID [ID chat 9] (chat 9), die

actief was in juni 2019.

Deze chat bevatte (naast enkele systeemberichten) alleen vier berichten die werden gedeeld door ‘[voornaam verdachte]’, waaronder (allen op 21 juni 2019):

  • -

    een bericht met een Engelstalige tekst met een uiteenzetting over kwaadaardigheid van de ‘vijand’ waarbij Amerika met name wordt genoemd. De tekst begint met de woorden ‘In the defence of our Beloved Prophet [May blessings and peace be upon him].’;

  • -

    een bericht met een Engelstalige tekst, te weten een vertaling van een lied waarbij in de tekst wordt gesteld dat de ‘martelaar’ die de ‘vijand’ heeft doen lijden in het paradijs is en waarin de martelaar als voorbeeld voor ‘ons’ wordt genoemd;

  • -

    een link naar de Telegram-pagina Greenb1rds.60

Chat 10

De politie heeft onderzoek gedaan naar de chat met ID [ID chat 10] (chat 10), die

actief was op 26 juni 2019.

Er werden berichten gedeeld in twee chats met dit ID. In de tweede chat werden berichten gedeeld die afkomstig zijn van officiële IS-mediakanalen, zoals uit de wilayat (provincies) van IS en van al-Naba’. Verder werden er berichten gedeeld die afkomstig zijn van pro-IS mediakanalen. Wat betreft de inhoud van de berichten verbaliseert de politie dat daarin de strijd tegen de ‘ongelovigen’ wordt verheerlijkt, dat daarin wordt opgeroepen tot de strijd tegen de ‘ongelovigen’ en dat die berichten salafistisch van inhoud zijn.

‘[voornaam verdachte]’ plaatste drieënvijftig berichten in deze chat, waaronder (allen op 26 juni 2019):

  • -

    een Engelstalig bericht afkomstig van het officiële IS-mediakanaal Al-Hayat Media Centre met een Engelse vertaling van een toespraak ‘Be Patient, For Indeed the Promise of Allah Is True’;

  • -

    een Engelstalig bericht waarin nummer 12 van het IS-tijdschrift Dabiq, uitgegeven door Al-Hayat Media, wordt aangekondigd;

  • -

    een Engelstalig bericht waarin wordt verwezen naar de ‘Situation of Uighur muslims’ en daarna een Engelstalig bericht met een oproep om door ‘China town in jouw stad’ te rijden vanwege de situatie van de ummah (islamitische gemeenschap) en ‘hen te terroriseren waar je hen ook maar aantreft’;

  • -

    een Engelstalig bericht met een verwijzing naar Osama bin Laden en een oproep van Bin Laden gericht aan de moslims om deel te nemen aan de strijd. Het bericht luidt: ‘#GreenB1rds, Osama bin Laden, urges Muslims to join him in Holy War’;

  • -

    een Engelstalig bericht waarin wordt gesproken over ‘de Islamitische Staat’ en waarin wordt gesteld dat de ‘Islamitische Staat’ blijvend is, waarbij de term baqiya (blijvend) wordt gebruikt;

  • -

    een Engelstalig bericht met een oproep om Telegramkanalen te openen en anderen daartoe uit te nodigen. In het bericht wordt gesteld dat men moet strijden zo lang men kan om ‘de vlag van tawhid (het ware monotheïsme)’ hoog te houden;

  • -

    een Engelstalig bericht waarin wordt gesproken over de strijd tegen ‘the international coalition’ in de ‘strijd van de geest en de zielen’, en de vraag of men mee wil doen aan deze strijd. In het bericht staat onder andere: ‘Would you be interested in joining a group which will be leading the war of mind and souls against the international coalition?’. In het bericht wordt gesteld dat de geïnteresseerden bewijs moeten leveren dat men in het verleden een vorm van hulp (nusra) heeft geboden aan de ‘Islamitische Staat’.61

Chat 11

De politie heeft onderzoek gedaan naar de chat met ID [ID chat 11] (chat 11), die

actief was in juni 2019 en bevatte zes deelnemers.

In de chat werden berichten gedeeld die afkomstig zijn van officiële IS-mediakanalen, zoals uit de wilayat (provincies) van IS en van al-Naba’. Verder werd een bericht gedeeld dat afkomstig is van een pro-IS mediakanaal. Wat betreft de inhoud van de berichten verbaliseert de politie dat daarin wordt opgeroepen tot de strijd tegen de ‘ongelovigen’ en dat die berichten salafistisch van inhoud zijn. Op 27 juni 2019 werd door een gebruiker een Engelstalig bericht gedeeld, te weten een fragment uit een lange toespraak van Abu Bakr al-Baghdadi, die in augustus 2018 is gepubliceerd en is getiteld ‘And give glad tidings tot the patient’. In het fragment worden de supporters in de mediaoorlog door Al-Baghdadi aangeduid als ‘lions of information and warriors of media’, en hen wordt het belang van hun werk onderstreept door hen te verzekeren dat de strijd op dit moment in ‘hun arena’ (van de media) wordt gevoerd. Ze moeten dus standvastig zijn en bijdragen aan de strijd, evenals hun ‘broeders’ die elders aan het strijden zijn.

‘[voornaam verdachte]’ plaatste veertig berichten in deze chat, waaronder (allen op 27 juni 2019):

  • -

    een bericht afkomstig van het pro-IS mediakanaal At-Taqwa Media Foundation met de titel ‘And the best outcome is for the pious’;

  • -

    een bericht waarin de vraag klinkt waar de mannen zijn die ‘deze ummah (islamitische gemeenschap)’ verdedigen;

  • -

    een Engelstalig bericht waarin wordt gewaarschuwd tegen teveel praten over mogelijke acties, omdat de ‘ongelovigen’ meeluisteren en spionneren, en zo kan men dus zichzelf ontmaskeren. In plaats van zoveel praten moet men overgaan tot actie;

  • -

    een Engelstalig bericht waarin wordt gesteld dat Allah ‘het kalifaat’ heeft gestuurd dat als een leeuw ‘de jeugd’ uit de tanden van het Westen rukt zodat de jeugd deel gaat uitmaken van ‘de Islamitische Staat’;

  • -

    een Engelstalig bericht dat opent met de tekst ‘Showing the strength of Mujahideen and their bravery when meeting the enemy’ en spreekt over hoe de jihad gevoerd moet worden: niet als theoretisch concept maar door werkelijk op te staan tegen de vijand: ‘Jihad cannot be on paper but in reality must be in facing the enemy’. Er wordt gesteld dat de vijand zo geïntimideerd zal worden en bang zal zijn voor wat zal komen, terwijl de strijder tegelijkertijd een rolmodel is voor anderen: ‘Also the hero of the battle of Toulouse will be an example and a role model for whomever is behind him among the Muslim youth in the West, especially those who have not joined up with Mujahid groups’;

  • -

    een Engelstalig bericht dat opent met de tekst ‘Destabilizing the security of the enemy and revealing its weakness and fragility to Muslims’ en spreekt van de noodzaak om de eenheid van de vijand te breken, die zich heeft verenigd tegen de moslims. Met name Frankrijk moet aangevallen worden door de ‘strijders’ (mujahidin);

  • -

    oproepen om deel te nemen aan de strijd tegen de vijand (ook online);

  • -

    een link naar de Telegram-pagina Greenb1rdsTM.62

Onderzoek naar Telegramgroepen met de naam ‘Greenb1rds’

Telegramgroep Greenb1rds met ID [ID Telegramgroep 1] (TG1)

Deze groep bevatte 90 leden. In deze groep werd veel jihadistisch materiaal gedeeld. Zo werden er mediaberichten van Amaq-Agency, het officiële persbureau van IS in Irak en Syrië, gedeeld. Ook is een video gedeeld waarop is te zien hoe een vrouw een zelfmoordaanslag pleegt.

Onder meer NesmuMutawahiddeen (ID [user-ID 1]) en GB (Telegram ID [user-ID 3]) waren beheerders van deze groep.63

Telegramgroep Greenb1rds met ID [ID Telegramgroep 2] (TG2)

Deze groep bevatte 147 leden. In deze groep werden veel promotievideo’s van IS geplaatst. Een gedeelte van de inhoud van deze groep is gelijk aan die van Telegramgroep met ID [ID Telegramgroep 1] (TG1). Ook is een video van een onthoofding gedeeld en video’s met strijdliederen.

Telegramprofiel GB (ID [user-ID 3]) was beheerder van deze groep en heeft drie andere Telegramgebruikers uitgenodigd voor deze groep.64

Telegramgroep Greenb1rds met ID [ID Telegramgroep 4] (TG4)

Deze groep bevatte 80 leden en daarin zijn berichten gedeeld door de Telegramprofielen NesmuMutawahiddeen (ID [user-ID 1]) en GB (ID [user-ID 3]).65

Zowel NesmuMutawahiddeen als GB waren lid en tevens beheerders van deze groep.66

Op 25 september 2019 om 22:45 uur is in deze groep door GB een Engelstalig bericht

gedeeld met de titel ‘Take precautions 7, Traps on the path of Jihad’.67Deze Engelse tekst

betreft een vertaling van een Arabischtalig artikel dat is verschenen in Al-Naba van 20 juni

2019. Al-Naba is een wekelijkse nieuwsbrief gepubliceerd door het centrale media-

ministerie van IS.68

Op 25 september 2019 om 23:13 uur zijn in deze groep door NesmuMutawahiddeen twee

video’s gedeeld met beelden van mannen op een heuvel en even later een explosie.69

Op 25 september 2019 om 23.19 uur is in deze groep door NesmuMutawahiddeen een video

met een Arabischtalig bijschrift gedeeld, waarin is te zien dat een man in het hoofd wordt

geschoten.70

Deze video is eveneens aangetroffen in de data van de Huawei-tablet van de verdachte. De video was afkomstig van Telegram-chat met ID [ID Telegramgroep 4].71

Op 26 september 2019 om 00.34 uur is in deze groep door NesmuMutawahiddeen een video

gedeeld waarop is te zien hoe vier mannen in oranje overalls met kettingen aan handen en

voeten aan een stellage hangen en met behulp van een brandbare stof in brand worden

gestoken. Onder de video werd ook een Arabische tekst geplaatst. Enkele seconden later is

door NesmuMutawahiddeen nog de opmerking ‘Like roasted chicken’ onder de video

geplaatst.

Uit onderzoek is gebleken dat tussen 25 september 2019 om 22:47 uur en 26 september

2019 om 01:25 uur door NesmuMutawahiddeen in deze Telegram-groep totaal vijfentwintig

berichten werden geplaatst. In die periode werden door de politie de gesprekken in de

woning van de verdachte afgeluisterd en opgenomen (hierna: de OVC-opnamen). Uit de

OVC-opnamen is gebleken dat tussen 25 september 2019 om 22:45 uur en 26 september

2019 om 01:30 uur geen gesprekken of interacties plaatsvonden, behalve twee korte

momenten waarbij de stem van de verdachte werd herkend. Verder is uit de OVC-opnamen

gebleken dat op 25 september 2019 om 23:19 uur een Arabische tekst in de woning werd

afgespeeld, die is herkend als een onderdeel van een toespraak van Abu Muhammad al-

Adnani, een in 2016 omgekomen woordvoerder van IS. Tegelijk met het afspelen van de

tekst in de woning werd deze toespraak op 25 september 2019 om 23:19 uur als

audiobericht geplaatst in deze Telegram-groep door NesmuMutawahiddeen (ID [user-ID

1]).

Uit de OVC-opnamen blijkt dat op 26 september 2019 tussen 15:46 uur en 15:50 uur de

stem van de verdachte in de woning werd herkend en dat de verdachte zei: ‘Daar ben ik

weer. (…) ik was kapot veel op Telegram (…)’.72

Telegramgroep met ID [ID Telegramgroep 5] (TG5)

Deze groep bevatte 56 leden en daarin zijn berichten gedeeld door de Telegramprofielen NesmuMutawahiddeen (ID [user-ID 1]) en GB (ID [user-ID 3]).73 Zowel NesmuMutawahiddeen als GB waren lid en tevens beheerders van deze groep.74

Op 26 september 2019 om 11:21 uur is in deze groep door NesmuMutawahiddeen een

afbeelding van een bebloede hand met daaronder de tekst ‘Spilling the blood of the

Mushrikin is the greatest form of disavowal’. Na het plaatsen van voornoemde foto werden een Engelstalige tekst en een aantal afbeeldingen/posters gedeeld, welke tekst ingaat op het vergieten van bloed van de ‘polytheïsten’ (mushrikin).75

Telegramgroep met ID [ID Telegramgroep 6] (TG6)

Deze groep bevatte 137 leden en daarin zijn berichten gedeeld door het Telegramprofiel GB

(ID [user-ID 3]).76 Zowel NesmuMutawahiddeen als GB waren lid en tevens beheerders van deze groep. In deze groep werden berichten met bedreigingen naar de ongelovigen gedeeld door GB.77

Op 27 september 2019 om 16:52 uur is in deze groep door GB een video met het Arabische

onderschrift ‘De legendes van de Islamitische Staat in Mosul’ gedeeld.78

Op 27 september 2019 om 16.51 uur is in deze groep door GB de eed van trouw (bay’a) aan

de Islamitische Staat geplaatst.

Verder plaatste GB in deze groep, eveneens om 16.51 uur, Engelse teksten met verheerlijking van de Ummah (de Islamitische geloofsgemeenschap) en van de jihad, een afbeelding van Abu Bakr al Baghdadi (leider van de Islamitische Staat). 79

Telegramgroep met ID [ID Telegramgroep 7] (TG7)

Deze groep bevatte 140 leden en daarin zijn berichten gedeeld door het Telegramprofiel GB

(ID [user-ID 3]).80 GB was lid en tevens één van de beheerders van deze groep.81 In deze groep werden veel gewelddadige beelden en filmpjes van onthoofdingen en bedreigingen naar het Westen gedeeld.82

Op 30 september 2019 deelde GB twee berichten in deze groep.

Ten eerste een Engelstalig bericht dat begint met de tekst ‘Message from camps sent in’. Het bericht spreekt over aanvallen van buitenaf op het kamp en op de ‘kliniek’, waarbij ten minste twee vrouwen zijn gedood. Volgens de schrijver van de tekst is de aanval een poging om naar de buitenwereld te doen alsof de gevangenen aan het vechten zijn, maar dit is een leugen. Het bericht vervolgt en eindigt dan met een smeekbede aan Allah om de bevrijding van ‘onze broeders en zusters’, en een gebed om strijders (mujahidin) die hen zullen bevrijden.

Ten tweede een video waarop beelden van een brand en silhouetten van personen zijn te zien. Het bijschrift luidt: ‘Video of the fire in #Hol-Camp yesterday. The fire was in the sixth phase. The damage was the burning of the tent and the stuff inside it and the injury of its inhabitance. #kafe_project.’.83

Door een andere groepsbeheerder van deze groep (ID [ID groepsbeheerder 1]) is op 30 september 2019 om 20:08 uur een bericht gedeeld met de titel ‘Knife attacks’.

Telegramgroep met ID [ID Telegramgroep 8] (TG8)

Deze groep bevatte 151 leden en daarin zijn op 1 oktober 2019 berichten gedeeld.84 GB was één van de beheerders van deze groep.85

Telegramgroep met ID [ID Telegramgroep 9] (TG9)

Deze groep bevatte 190 leden.86 GB was één van de beheerders van deze groep. De inhoud van deze groep was pro-Islamitische staat en gewelddadig van aard, met veel bedreigingen naar het Westen en de ongelovigen.87

Door GB (ID [user-ID 3]) is op 3 oktober 2019 in deze groep een Engelstalig bericht gedeeld dat begint met de tekst: ‘You were free...’. Hierop volgt een tekst waarin verbazing wordt uitgesproken dat ‘jij’, die ‘vrij’ was, ervoor heeft gekozen om over te gaan naar de vijanden. Door een Midden-Oostendeskundige is deze tekst herkend als de Engelse vertaling van de nashid ‘Kunta Hurran’, uitgegeven door Ajnad Media, een officieel mediakanaal van IS en verwijten bevat richting de mensen die eens in IS-gebied woonden, maar daaruit zijn vertrokken naar de landen van kufr (‘ongeloof’). Zij hebben de vrijheid en de eer van IS verruild voor verdrukking en vernedering, aldus het lied.88

Telegramgroep met ID [ID Telegramgroep 10] (TG10)

Deze groep bevatte 144 leden en daarin zijn op 3 oktober 2019 berichten gedeeld.89

GB was één van de beheerders van deze groep. De inhoud van de groep was pro Islamitische Staat en gewelddadig van aard, met veel bedreigingen naar het Westen en de ongelovigen.90

De politie heeft geverbaliseerd dat de berichten die door NesmuMutawahiddeen en GB in de

hiervoor besproken Telegramgroepen zijn gedeeld, officiële publicaties bevatten van IS en

publicaties van pro-IS mediakanalen, berichten met nieuws over de gewapende strijd tegen

de ongelovigen, berichten waarin de gewapende strijd tegen de ongelovigen wordt

verheerlijkt en onderbouwd, waarin wordt opgeroepen tot het doden van de ongelovigen, en

waarin wordt gesproken over de beloning voor de strijder en martelaar, berichten waarin IS

wordt verheerlijkt en waarin wordt opgeroepen om de strijd van IS voort te zetten en

berichten met een algemenere salafistische inhoud waarin de tweedeling

gelovigen/ongelovigen wordt besproken en onderbouwd.91

Contacten ‘[voornaam verdachte]’ met [betrokkene 2]

[betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 2]) is op 3 juli 2020 in Groot-Brittannië veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf voor het voorbereiden van een terroristische aanslag op de St. Pauls Cathedral en voor het verspreiden van terroristische publicaties. Op 18 augustus 2019 is [betrokkene 2] tegengehouden toen zij vanuit Luton Airport (rechtbank: Londen, Verenigd Koninkrijk) naar Amsterdam wilde vliegen en is haar paspoort ingenomen.92

In veiliggestelde data die de Nederlandse politie heeft verkregen vanuit het Verenigd

Koninkrijk zijn privé-chats aangetroffen tussen:

  • -

    [betrokkene 2] en [voornaam verdachte] (telefoonnummer [telefoonnummer 2]) via de applicatie WhatsApp;

  • -

    [betrokkene 2] en Telegram-profiel GB (ID [user-ID 3]) via de applicatie Telegram;

  • -

    [betrokkene 2] en Telegram-profiel NesmuMutawahiddeen (ID [user-ID 1]) via de applicatie Telegram;

  • -

    [betrokkene 2] en Nesmu_Mutawahiddeen via de applicatie Threema.

Verder zijn groepschats aangetroffen:

  • -

    ‘GB Admins 2’ (ID [ID ‘GB Admins 2’]), waarin Telegram-profiel GB berichten plaatste;

  • -

    ‘GB Admins (ID [ID ‘GB Admins’]), waarin Telegram-profielen GB en NesmuMutawahiddeen berichten plaatsten;

  • -

    ‘Strangers Admins 2’ (ID [ID ‘Strangers Admins 2’]), waarin Telegram-profiel GB berichten plaatste.93

Op 17 augustus 2019 om 14.57 uur startte het nummer [telefoonnummer 2] een WhatsApp-conversatie met [betrokkene 2] dat tot en met 18 augustus 2019 duurde.94

Uit OVC-opnamen volgt dat de verdachte rond 20:00 uur tegen [zoon 1 verdachte] (zoon van de verdachte) zei dat ze morgen tante [betrokkene 2] gaan ophalen. Tegen [dochter verdachte] (dochter van de verdachte) zei de verdachte dat zij [betrokkene 2] gaan ophalen van het vliegveld. Op een vraag van [zoon 1 verdachte] zei de verdachte ‘[betrokkene 2]’.95

Op 18 augustus 2019 om 03:59 uur stuurde [betrokkene 2]: ‘Ik ben vertrokken zus’.

Op 18 augustus 2019 om 06:01 uur stuurde nummer [telefoonnummer 2]: ‘In principe kom ik met mijn kinderen naar vliegveld om je op te halen’.

Op 18 augustus 2019 om 07:51 uur stuurde [betrokkene 2]: ‘In tweede bus naar vliegveld nu’.

Uit OVC-opnamen blijkt dat de verdachte om 08:52 uur in het Engels met iemand sprak en uitlegde dat de persoon alleen naar ‘the gate’ hoeft te gaan, inchecken is niet nodig.

Op 18 augustus 2019 om 09:18 uur stuurde nummer [telefoonnummer 2] ‘Jouw vlucht is om 12 uur of zoiets’ en om 11:44 uur ‘Ik kom met mijn twee kinderen (…)’.96

Uit OVC-opnamen van 18 augustus 2019 tussen 16:00 en 16:30 uur blijkt dat de verdachte zei dat zij niet is gekomen, omdat het paspoort is afgepakt. De verdachte zei dat ze vanuit Londen airport komt en dat het heel jammer is dat [betrokkene 2] niet is gekomen.97

Op de Huawei-tablet van de verdachte werden twee boardingpassen aangetroffen op naam van [betrokkene 2] van Easyjet met als aankomstdatum 18 augustus 2019 en als vertrekdatum 20 augustus 2019.98

Op 21 september 2019 vond de volgende Telegram privé-chat plaats tussen [betrokkene 2]

(Greenb1rdsTM) en GB (ID [user-ID 3]):

[betrokkene 2] : Alles ok met je kinderen?

GB : We gaan naar een vogelplaats en dieren om te bekijken.

[betrokkene 2] : Dat is leuk.

GB : Mijn gezondheid is achteruit gegaan en ik loop de hele tijd tegen ze te schreeuwen subhan Allah.

[betrokkene 2] : Zo jammer dat ik niet kon komen.

GB : Ja, heel vervelend!!!! Ze wisten dat tante zou komen en we waren op het vliegveld. Zij waren ook verdrietig.

(…)

GB : Ik spreek je later moet naar de vogeldierentuinding tot straks xx. 99

Uit de OVC-opnamen in de woning van de verdachte van 22 september 2019 volgt dat de

verdachte met haar kinderen sprak over waar ze gisteren waren. [dochter verdachte] zei: Avifauna. Avifauna is een vogelpark waar ook andere dieren aanwezig zijn.100

Op 23 september 2019 vond een Telegram privé-chat plaats tussen [betrokkene 2] en GB (ID [user-ID 3]), waarbij GB om 15:40 uur aan [betrokkene 2] stuurde: ‘Zal video kijken en je threema verzoek sturen’.

Om 15:41 uur startte vervolgens een chat tussen [betrokkene 2] en Nesmu_Mutawahideen via de app Threema:

Nesmu_Mutawahideen : Dit is NesmuMutawahideen.

[betrokkene 2] : Ik heb je groepen toegevoegd.

Nesmu_Mutawahideen : Ik vind Threema niet goed. Telegram is beter. Threema is alleen

goed voor privé super privé.101

Op 25 september 2019 vond via Telegram de volgende privé-chat plaats tussen Telegram-

profiel GB (ID [user-ID 3]) en [betrokkene 2] (met de naam ‘GreenB1rdsTM):

Om 18:13 uur stuurde [betrokkene 2] een afbeelding van een groene vogel met daaronder de tekst GreenBird.

[betrokkene 2] : ‘Gebruik dit als je profielfoto, ziet er beter uit’.

GB : ‘Jaaa, wilde ik maar ik durfde niet te vragen’.

[betrokkene 2] : ‘Natuurlijk mag dat zus’.

GB : ‘Ik weet niet dacht dat je misschien nee zou zeggen’.

[betrokkene 2] : ‘Zo ben ik niet zus, we zijn allemaal deel van gb’.

GB : ‘Omdat greenb1rds jouw kindje is dus ik wil niet te ver gaan’.

(…)

[betrokkene 2] : ‘En in sha Allah ben ik er binnenkort niet meer’.

GB : ‘Ik heb [persoon 1] gevraagd en hij wilde geen admin zijn. Ja inshaa’Allah, ik bewaar alles, zet mij in alle back up en geef mij toestemming. Ik ga er mee door

inshaa’Allah’.102

Via de app Threema vond vanaf 18:26 uur de volgende privé-chat plaats tussen [betrokkene 2] en Nesmu_Mutawahideen:

[betrokkene 2] : ‘Het is zo moeilijk, ik wou dat ik het je kon vertellen. Maar ik weet dat dat niet kan voor jouw en mijn veiligheid’.

Nesmu_Mutawahideen : ‘Doe maar niet. Inshaa’Allah zal ik het zien. lk kan niet wachten. Alhamdoulilah. Heel spannend!

[betrokkene 2] : ‘Ga baya video maken gaf mij Dawlah IS-media dus dat ga je via hen zien. In sha Allah. Dat gedicht dat houd ik en jullie admins kunnen dat publiceren als ik er niet meer ben’.

Nesmu_Mutawahideen gebruikte in deze Threema-chat als profielfoto het logo van ISIS.103

Vervolgens praatten [betrokkene 2] en GB om 20:34 uur weer verder in hiervoor genoemde

Telegram privé-chat:

GB: ‘Why did [persoon 2] leave?’.

[betrokkene 2] stuurde daarna een printscreen van een doorgestuurd bericht van ‘[persoon 2]’. Het ging om een printscreen van een chat in de Telegramgroep ‘GB-Admins’, met daarin 22 deelnemers. Uit die printscreen blijkt dat GB in die groep om 22:21 uur het bericht ‘May Allah cure him’ stuurde. In de privéchat met [betrokkene 2] zei GB vervolgens: ‘I didn’t curse him. I said may Allah curse him’.

In de Telegramgroep ‘GB Admins’ (ID [ID ‘GB Admins’]) was op 25 september 2019 omstreeks 19:20 uur de volgende melding te zien: ‘[persoon 2] left the group’.104

Op de Huawei-tablet, Samsung-tablet en in Google Drive van de verdachte aangetroffen digitale bestanden

Tijdens de doorzoeking van de woning van de verdachte op 10 oktober 2019 zijn een

Huawei-tablet en een Samsung-tablet aangetroffen en in beslag genomen.105 Op de

Huawei-tablet werd de Google Drive applicatie met opgeslagen data aangetroffen, welke

data eveneens zijn veiliggesteld.106

De politie heeft de inhoud van de data van de Huawei-tablet onderzocht. In die data werd

een instructie voor het maken van de explosieve stoffen TATP en lood azide en het

prepareren van een bomgordel aangetroffen, die afkomstig waren van Telegram.107 Met

betrekking tot de instructie voor het maken van lood azide is op de instructie te zien dat die

afkomstig is uit ‘The jihadist cookbook’.108

Door een Midden-Oostendeskundige zijn de overige op de twee tablets en in Google Drive

aangetroffen bestanden (steekproefsgewijs) onderzocht. Daarbij werden veel bestanden

aangetroffen die afkomstig zijn van officiële IS-mediakanalen of pro-IS mediakanalen, of

afkomstig van ideologen uit het heden en verleden die door salafistische en jihadi-

salafistische groeperingen en individuen worden gebruikt ter onderbouwing van hun

standpunten, zoals Anwar al-Awlaki.

Zo werd een Engelstalige tekst aangetroffen met betrekking tot het principe ‘al-wala wa'l-

bara’, wat volgens de deskundige kan worden vertaald als ‘loyaliteit en afkeer’ (‘loyalty and

disavowal’) en wat een centraal principe is binnen het salafisme om de ware islam te

onderscheiden van de rest. Volgens salafisten moeten de gelovige moslims volledige

loyaliteit betrachten ten opzichte van God, van de islam en van hun medegelovigen, en aan

de andere kant moeten ze een totale afkeer of haat betrachten ten opzichte van de niet-

gelovigen en alles wat wordt beschouwd als niet islamitisch. In de tekst wordt uitgelegd dat

dit zich moet uiten in onder andere het deelnemen aan de jihad.

Verder zijn aangetroffen:

  • -

    nieuwsberichten van Islamitische Staat van Al-Bayan (een officieel mediakanaal van IS);

  • -

    een toespraak van een woordvoerder van IS van Al-Hayat Media (een officieel mediakanaal van IS);

  • -

    twee nummers van het Engelstalig tijdschrift ‘From Dabiq to Rome’ van Ahlut-Tawhid Publications (een pro-IS mediakanaal);

  • -

    een Engelstalig document met als titel ‘44 ways to support jihad’ van Anwar al Awlaki;

  • -

    een verkorte versie van een boek, in het Engels bekend als ‘The book of Jihad’, van Anwar Al-Awlaki;

  • -

    video’s met daarop executies, explosies en een bezongen lied van de vastberadenheid van de ‘soldaten van Allah’ op het pad van de islam;

  • -

    een video met het logo van ‘Greenb1rds’;

  • -

    een afbeelding met daarop de Big Ben in Londen met daarboven de tekst ‘Greenbirds’ en eronder de tekst ‘Know o crusader infidel that you – Allah willing – will soon be pursued in your own homeland’;

  • -

    een afbeelding met daarop de Big Ben in Londen met de effecten van een explosie;

  • -

    een afbeelding met bovenin de tekst ‘Greenbirds’ en waarop drie handen zijn te zien, waarvan één hand met handboei. Onder in staat de tekst ‘And remember when those who disbelieved plotted against you to restrain you or kill you or evict you. But they plan, and Allah plans. And Allah is the best of planners’, met onder in de hashtag ‘#Maastricht’;

  • -

    audiotoespraken van de woordvoerder van IS en andere pro-IS toespraken.109

De inhoud van de Samsung-tablet is eveneens door de politie onderzocht. In de uitgelezen

data werden bladwijzers aangetroffen met een verwijzing van 11 oktober 2017 naar een

artikel op het internet ‘Shirk in Tahakum’, een verwijzing van 19 december 2017 naar een

audio-opname van een lezing van de imam Anwar al-Awlaki, een verwijzing van

27 september 2018 naar zoekresultaten over ‘Islamic State Caliphate’ en een verwijzing van

2 februari 2019 naar de website www.specshop.pl met als titel ‘Handguns | Shooting’.

Verder bleek uit de internetgeschiedenis dat (onder meer) de website Anwar-alawalaki.blogspot.nl is bezocht.110

OVC-opnamen in de woning van de verdachte

Zoals hierboven reeds is beschreven, heeft de politie vertrouwelijke communicatie opgenomen in de woning van de verdachte. Daaruit blijkt volgens de politie dat de verdachte jihadistisch en radicaal islamitisch gedachtegoed bespreekt en deelt met haar kinderen [dochter verdachte] (2014), [zoon 1 verdachte] (2016) en [zoon 2 verdachte] (2018). In dat verband zijn de volgende gesprekken van belang:

Op 16 augustus 2019 vond het volgende gesprek plaats (zakelijk weergegeven):

De verdachte legt de kinderen uit dat ze later, als ze groot zijn, alleen maar hoeven te kijken

en men al bang wordt. De verdachte zegt dat ‘ze bang zijn voor ons’. De verdachte zingt

mee met de nasheed ‘Jundullah - Soldiers of Allah’.

[dochter verdachte] vraagt of iedereen dan bang is, wat de verdachte bevestigt.

De verdachte zegt: ‘Hij was een jundi (soldaat), net als baba, hij was een jundi. De papa van (…) was ook een jundi, die is ook dood gegaan. Wisten jullie dat of niet?

De kinderen spreken vervolgens door elkaar.

De verdachte zegt vervolgens meerdere keren: ‘kijk, kijk’. Op dat moment wordt er een audio(visuele) opname afgespeeld van zingende kinderen, nasheed.

De ‘zingende’ kinderen schreeuwen vervolgens in koor onder andere ‘allahu akhbar’, waarna het geluid overloopt in een nasheed (gezongen door volwassen mannen).

[dochter verdachte] vraagt hierna: ‘Wat is Dawlathu-al-islaam (rechtbank: Islamitische Staat)?’.

De verdachte antwoordt: ‘Oh eehmmm Dawlahtu-al-islaam? Baaqiah! (tolk: deze kreet betekent ‘de Islamitische Staat is blijvend’).

De verdachte zegt: ‘Check deze, deze moeten jullie gewoon zien’. De verdachte zegt: ‘(…) wacht maar we gaan jullie vermoorden’.

[dochter verdachte] mist baba.

De verdachte zegt: ‘laten we ons best doen baba te zien in djenna (tolk: het paradijs) en dat zo snel mogelijk doen. Kuffar zijn de ongelovigen en de moslims moeten de baas zijn. De vader van [dochter verdachte] was een mujahideen. Daar mag je trots op zijn.’.111

Op 20 augustus 2019 vond het volgende gesprek plaats (zakelijk weergegeven):

De verdachte zegt dat ze iets moet uitleggen omdat [dochter verdachte] niet begrijpt wat er gezegd wordt. De verdachte geeft een korte vertaling van wat er net afgespeeld werd. Het gaat erover dat er tussen de moslims en de kuffar haat is, geen acceptatie totdat de kuffar in allah gaan geloven. Het filmpje gaat vervolgens weer verder.

De verdachte zegt duidelijk dat ze wil dat de kinderen net als baba worden.

[dochter verdachte] zegt dat ze al weet wat ze moet zeggen als ze wordt meegenomen.

Het gesprek gaat over djenna (tolk: paradijs) en dat [dochter verdachte] niet verdrietig moet zijn.

De verdachte legt uit dat ze baba weer zullen zien. Ze moeten vechten voor djenna en ervoor werken om daar te kunnen zijn.

[dochter verdachte] begint te huilen en zegt: ‘ik wil baba’.

De verdachte zegt dat ze keihard moeten werken voordat ze baba weer kunnen zien.

[dochter verdachte] zegt dat ze heel snel naar djenna wil.

De verdachte zegt dat [dochter verdachte] aan allah moet vragen om zo snel mogelijk naar djenna te kunnen gaan. De verdachte zegt dat [dochter verdachte] meer van allah moet houden dan van wie dan ook, zo deed baba dat ook.112

Op 1 september 2019 vond het volgende gesprek plaats (zakelijk weergegeven):

De verdachte zegt: ‘(…) gezegd van dit is de vieze en ze gingen hem uitschelden. Ze schelden hem uit he? lk wil dat als jullie ooit iemand horen de profeet salla allahu allahi wa sallam (tolk: vrede/zegeningen zijn met hem) uitschelden, dan moet je hem gewoon doodmaken. Maakt niet uit wie hij is, als iemand zijn bek opentrekt over Mohammed allahu wa sallam of over Allah, mag je hem doodmaken en ga je naar djenna, dan hoef je niet eens meer te werken. Ja dan ga je (n.t.v.), maar dan ga je naar djenna gewoon. Dat is gewoon de belofte van Allah, die belooft je dat je naar djenna kan’.

[dochter verdachte] zegt: Als je over moslims praat? Ook als je over moslims praat?

De verdachte zegt: Ja vriendin, ja echt waar.

De verdachte gaat verder met een uitleg over vergiffenis door allah. De verdachte zegt dat ze geen tv meer wil kijken met de kinderen. De verdachte zegt: ‘Kijk, hij wordt doodgeschoten, kijk hij is nu dood aan het gaan. Hij lacht omdat hij djenna ziet’. De verdachte zegt dat sommige mensen die echt goed zijn voor Allah, hem goed aanbidden, Allah hen al een plekje in djennah geeft voordat ze dood gaan. De verdachte vraagt of de kinderen dat al wisten, waarop [dochter verdachte] ‘Ja’ antwoordt.113

Op 14 september 2019 vond het volgende gesprek plaats (zakelijk weergegeven):

[dochter verdachte] zegt: ‘Wij zijn moslims, boeven zijn kafr (tolk: ongelovigen)’.

De verdachte zegt: ‘Heel goed’.

[dochter verdachte] zegt: ‘Ja, mushrikeen (tolk: persoon die afgoderij pleegt)’.

De verdachte zegt: ‘Heel goed’.

[dochter verdachte] zegt: ‘De politie zijn ehmmmm’.

De verdachte zegt: ‘Mushrikeen’.

[dochter verdachte] zegt: ‘Ja, ook’.

De verdachte zegt vervolgens tegen de kinderen dat ze echt nog moet uitleggen hoe het zit met de taghut (tolk: deze term wordt in het jihadi salafisme gebruikt om alles wat aanbeden wordt in plaats van god aan te duiden. In jihadi salafistische context wordt het vaak gebruikt ter aanduiding van islamitische regimes en monarchieën.) en wat allah daarover zegt. De verdachte legt kort uit wat de taghut inhoudt, bijvoorbeeld koningen, regeringen, president etc en zegt dat de kinderen die vooral niet moeten volgen. 114

Op 23 september 2019 om 9:45 uur was het volgende te horen in de woning:

De verdachte zingt mee met een jihadistische nasheed, die als volgt kan worden vertaald:

“Kom op, vermoord me als martelaar en begraaf me alleen

lk ben niet tevreden over dit zwerversleven tussen mensen

Geef mij dus mijn wapen, mijn tuig en mijn uitrusting

Laat me niet vernederd achter, want ik ben verzwaard door mijn wonden

De glorie/overwinning is slechts een verzet en een sprong naar de dood

Meedogenloosheid en gevecht wanneer de bataljons elkaar tegenkomen

Onze takbeer (allahoe akbar roepen) in de duisternis laat de ongelovigen beven

Dood worden ze ontwaakt door de woede van de gelovigen.” 115

Op 23 september 2019 om 20:00 uur vond het volgende gesprek plaats (zakelijk weergegeven):

De verdachte zegt: ‘Stouteriken die kinderen doodmaken gaan de hellevuur, ik heb jullie vorige keer laten zien, de kinderen die aan het huilen zijn, ze worden doodgemaakt, zo zielig! Ja die moeten naar het hellevuur die mensen’.

[zoon 1 verdachte] zegt: ‘nee’.

De verdachte zegt: ‘Wel, kijk maar, hier’. De verdachte zoekt vermoedelijk een video op, om het aan [zoon 1 verdachte] en [dochter verdachte] te laten zien. De verdachte zegt: ‘Dawlatu al Islam, zijn ze slecht?’. De verdachte doet mensen na die zeggen dat IS slecht is en zegt vervolgens: ‘Deze gaan allemaal naar het hellevuur, want hij liegt, mag niet liegen he! Hij maakt de mensen dood, hij maakt moslims dood met deze vliegtuigen en die bombarderen, kijk wat ze kapot maken, ze maken onze mensen kapot’.

[zoon 1 verdachte] zegt: ‘Wij gaan doodmaken!’.

De verdachte zegt: ‘Ze mogen naar de hellevuur zeg je dat tot nu toe, kijk even, kijk dat kindje kijk! Tfoe (tolk: spuug) op jou oh hond dat je bent! Kijk, kinderen zitten hier in man. Ga jij mij vertellen dat hun niet naar het hellevuur moeten gaan? Deze hond! Hij stuurt deze vliegtuigen om deze moslim kapot te maken, deze honden, deze allemaal gaan naar het hellevuur’.

[zoon 1 verdachte] vraagt wat, maar dat is niet te verstaan. De verdachte zegt: ‘Ja, allemaal naar het hellevuur! Wat is dit voor vlag? Dat is geen islam-vlag. Hij maakt moslims kapot. Ze gaan met een kafir (tolk: ongelovige) dansen. Even serieus deze kafr heeft de moslims kapot gemaakt! Kijk wat ze doen tegen de moslims (tolk: geluiden van oorlog op de achtergrond). [zoon 1 verdachte], kijk wat ze doen.’

[zoon 1 verdachte] zegt: ‘Is hij ook moslim?’.

De verdachte zegt: ‘Hij is geen echte moslim, hij liegt op camera, hij zegt ‘Dawlatoe al Islaam is stout, ze zijn slechte mensen’. Nee hoor, IS die helpen moslims, papa was van IS, hij hielp ook moslims, wat denk je nou? Papa is in djennah (tolk: paradijs), hun gaan lekker naar het hellevuur, ga jij mij vertellen dat ze niet naar djahannam (tolk: hellevuur) moeten?’

[zoon 1 verdachte] zegt: ‘Nee’.

De verdachte zegt: ‘Waarom?’

[zoon 1 verdachte] zegt: ‘Hij moet naar naar de hellevuur dan gaat ie...’.

De verdachte zegt: ‘Ja toch?’.

[zoon 1 verdachte] zegt: ‘Gaat lekker dood!’.

De verdachte zegt: ‘Dus je moet niet zeggen Allah is stout, dat klopt niet he? Allah is juist mercyful, Allah wil helemaal niet dat ze (IS) naar het hellevuur gaan. Allah zegt ook ‘ik zeg tegen jullie doe wat jullie moeten doen, zeg sorry ga geen gekke dingen doen’, jullie doen gekke dingen dan word je gestraft in de hellevuur. Dat is wat Allah zegt, dus je moet niet zeggen.’.

[zoon 1 verdachte] zegt: ‘Sorry papa’.

De verdachte zegt: ‘Je moet zeggen sorry Allah dat ik zei je bent stout’.

[zoon 1 verdachte] zegt: ‘Sorry Allah dat ik …’.

De verdachte zegt: ‘Ik zal het nooit meer zeggen’.

[zoon 1 verdachte] zegt: ‘Ik zal het nooit meer zeggen’.

De verdachte zegt: ‘Want ik zat een soera uit de koran voor je uit te leggen, willen jullie eten? Wat willen jullie eten?’.

[zoon 1 verdachte] zegt: ‘Maar mama, wil je deze nog afmaken?’.

De verdachte start de video verder op en zegt: ‘Bloed van moslims! Is zielig!’. [zoon 1 verdachte] zegt iets onverstaanbaars.

De verdachte zegt: ‘Hij liegt! Kijk naar zijn gezicht. Dawlatoe al Islaam! Allahoe akbar (tolk: Allah is de grootste)’.

(Tolk: Uit de video schreeuwt een man wat onverstaanbaars, het is een ophitsend betoog) [zoon 1 verdachte] vraagt iets wat niet te verstaan is.

De verdachte zegt: ‘Nee, dat zijn onze broeders, wij houden van hen, ja’.

[zoon 1 verdachte] zegt: ‘We hebben ook zo’n vlag’.

De verdachte zegt: ‘Ja. Ze komen op voor moslims. De verdachte vertaalt wat er gezegd wordt in het Arabisch en zegt: ‘We zullen van hen (tolk: moslims die tegen IS zijn) houden ook haten ze ons’.

Hierna wordt een nasheed uit de video gezongen. De verdachte zingt mee. De verdachte zegt: ‘Weet je dat sommige mensen zelfs hen (IS) haten, en wat zeggen ze (IS)? Maakt niet uit, wij komen jullie helpen, dit is wat Dawlatoe al Islaam is MERYAM, Dawlatoe al islaam baaqiah wa tatamaddad! (tolk: houdt stand en breidt zich uit: is een slogan van IS). Ze doen alles wat in de koran en de soenna is. Deze was vroeger goed maar nu is een kafer geworden!’.

(tolk: Uit video is te horen dat het gaat over verketteren van moslims en regeren met wat Allah heeft neergezonden (sharia-wetten)).

[zoon 1 verdachte] zegt: ‘Hij ziet er uit als moslim’.

De verdachte zegt: ‘Hij ziet eruit maar hij gedraagt zich niet zo, hij vindt het ok dat die hond die net aan het praten was, dat ik tegen je zei hij is een kafer (tolk: ongelovige), hij vindt het normaal dat... hij zegt we moeten naar hem luisteren, maar die man stuurt vliegtuigen naar

moslims, hoe kan naar hem luisteren? Hoe kan je luisteren naar een persoon die moslims doodmaakt? Hoe? Hoe kan ernaar luisteren? Kan toch niet’.

[zoon 1 verdachte] zegt: ‘Hoef daar niet naartoe, de vliegtuigen doden mensen’.

[zoon 1 verdachte] zegt: ‘Hond!’.

De verdachte zegt: ‘Ze liegen over Dawlatoe al islaam’.

(Tolk: Ze kijken de video verder. Ik hoor beschieten van joden uit Sinai-gebied)

(…)Tussendoor wordt in de video een jihadistisch nasheed gezongen.116

Op 23 september 2019 om 20:15 uur vond het volgende gesprek plaats (zakelijk weergegeven):

(tolk: er wordt naar een video gekeken met de kinderen).

De spreker op de video prijst IS, waarna de verdachte roept: ‘Allahoe akbara!’

De spreker uit de video zegt dat de jihad voort zal bestaan. Hierna wordt een nasheed gezongen. De verdachte zingt mee. De nasheed gaat gepaard met geluiden van beschietingen.

De verdachte zegt: ‘Ze vechten voor moslims deze mensen, het zijn onze broeders en zusters, we houden van ze. Ja, maak zijn moeder dood, lekker’.

[dochter verdachte] zegt: ‘Is het een moeder?’.

De verdachte zegt: ‘Nee, lekker voor die kafer (tolk: ongelovige).

De verdachte zegt: ‘Dit zijn Afrikaanse broeders, allemaal doden! Dawlatoe al islaam (tolk: IS), Baaaqiah! (tolk: houdt stand!)’.

Uit de video komen geluiden van artillerie en beschietingen. De verdachte zingt de nasheed mee “Onderweg naar de jihad van de gelovigen”.

[dochter verdachte] zegt dat ze de video opnieuw wil kijken, waarop de verdachte lachend zegt dat ze ook het wil maar niet nu. De verdachte zingt een jihadistische nasheed mee. De verdachte zegt: ‘Wij als moslims hebben geen koning he, we hebben een prins, en weet je waar onze prins is? Dit is onze prins, Ameer al Moumimin! (tolk: de leider van de gelovigen), Abu Bakr al Baghdadi (tolk: leider IS). Ondertussen is een jihadistische nasheed te horen.

[zoon 1 verdachte] vraagt iets onverstaanbaars.

De verdachte zegt: ‘Nee, dat zijn onze broeders, I love that. Hier is onze leider van de gelovigen, Abu Bakr Al Baghdadi, dat is onze prins’.

[dochter verdachte] zegt: ‘Waarom is hij geen koning?’

De verdachte zegt: ‘Omdat Allah de enige koning is, daarom zeggen wij niet dat we een koning hebben’.117

Op 8 oktober 2019 om 12:00 uur vond het volgende gesprek plaats (zakelijk weergegeven) tussen de verdachte en een NN-vrouw:

De verdachte zegt dat [voornaam betrokkene 3] heel graag terug wil, te graag. De verdachte heeft haar dat afgeraden, ze is daar zelf ook mee de fout in gegaan. De verdachte dacht dat ze haar kinderen zou kunnen opvoeden als (fluistert) kalifaat, maar dat gaat niet. De verdachte zegt dat [dochter verdachte] alle ‘Prophet Stories’ bekijkt en ook volledig begrijpt. De verdachte zegt dat ze dat samen met [dochter verdachte] kijkt, dat ze ervan leert. [dochter verdachte] zou hebben gezegd: ‘Die kanker kuffar, ik ga ze doodmaken ik wil snel groot worden.’ De verdachte lacht en zegt dat [dochter verdachte] al weet wat de grenzen zijn.

NN-vrouw zegt dat [dochter verdachte] hierdoor wel in de problemen kan komen op school met zulke uitspraken.

De verdachte benadrukt dat ze weg wil van hier en noemt Turkije. De verdachte zegt dat ze een ‘signaal’ heeft, dus al zou ze naar Spanje gaan, dan komt er een attentie (rood scherm).

NN-vrouw vraagt wat de verdachte ‘daar denkt te vinden’.

De verdachte fluistert: ‘Mijn mensen, die zitten allemaal daar’.118

Uit de OVC-opnamen volgt voorts dat de verdachte op 5 september 2019 een gesprek heeft gehad met een onbekend gebleven persoon over het feit dat ze alleen wil trouwen met een mujahideen. Verder zei de verdachte in dit gesprek:

‘Dus enne ja... (ntv) daarzo je weet jezelf daar op vakantie (lacht) waren er alleen maar dit soort mensen. De eerste mensen die... ik ben één van de eerste mensen die daar allemaal waren wollahi (tolk: moge god het zegenen), er waren vrijwel weinig munafiqeen (tolk: huichelaars, zogenaamde gelovigen). Pas toen ik hier in Nederland was en ik ging kijken... je weet toch dan was het op facebook of op Telegram dan gingen ze mij bijvoorbeeld foto’s sturen, van zichzelf met een AK en ik dacht bij mezelf, wat is dit? Foto’s? Heb jij tijd voor foto’s? Waarom maakt die foto’s? Want dat in die tijd... in mijn tijd toen ze hadden geen tijd. Ze waren allemaal bezig, iedereen. Iedereen huilde zelfs omdat ze niet shuhadaa (tolk: martelaar, sneuvelen als jihadstrijder) zijn geworden wollah en daarna bleef alleen rotzooi over die alleen maar mooie auto’s ging kopen, alleen zij die durven trouwen, alleen maar zij die achter de wijven aan zaten... Ga rot op! Nee man, dat zijn geen mannen.’.119

Verder blijkt uit een opgenomen gesprek van 23 september 2019 nog dat de verdachte, als reactie op een audio-opname van een NN-vrouw, in een audio-opname het volgende heeft gezegd:

‘Het is toch raar zuster dat we daarvan schrikken, terwijl toen daar was helemaal niks aan de hand hamdoellah (tolk: godzijdank), en daarna schrik je van de kleinste dingen (…). En trouwens over het eten. Wat kan ik je zeggen… ik ehh at echt niks daarom was ik heel veel afgevallen toen ik zwanger was van de tweede, van mijn zoontje daar. En ja nou ja het eten daar … gatverdamme dat is Syrisch oh my god disgusting hoe leven zij?’.120

Telegramchat tussen het Telegramaccount GB en de politie

Op 10 oktober 2019 vanaf 08:49 uur tot 09:18 uur vond een Telegram privé-chat plaats

tussen GB (ID [user-ID 3]) en de politie (een medewerker van het team Werken Onder

Dekmantel, hierna: WOD-er). Alle berichten die de WOD-er na 09:18 uur stuurde werden

niet meer gezien door GB. De chat ging (zakelijk weergegeven) als volgt:

WOD-er, 08:51 uur : ‘And is there greenb1rds on WhatsApp?’

GB, 09:08 uur : ‘Never ever join on whatsapp. We don’t have whatsapp. Is kuffar claiming those links.’

WOD-er, 09:09:00 uur : ‘So no greenb1rds there?’

GB, 09:09:17 uur : ‘No never on whatsapp because the is no privacy.’

GB, 09:10:55 uur : ‘I will send u our warning inshaa’Allah’.121

Op 10 oktober 2019 om 09:11 uur stuurde GB in de Telegramgroep ‘GB Admins’

(ID [ID ‘GB Admins’]): ‘Do we have whatsapp warning? Some keep asking about whether they should join whatsapp. Whether they should join us on whatsapp’.

De verdachte is op 10 oktober 2019 om 09:19 uur aangehouden.122

Tijdens de aanhouding van de verdachte is een mobiele telefoon aangetroffen (One Plus

6), die bleek te zijn teruggezet naar de fabrieksinstellingen.123

Verklaring van de verdachte

De verdachte heeft bij de politie verklaard dat zij sinds januari 2019 gebruikmaakte van

Telegram. Ze heeft de accounts met de namen Nesmu Mutawahiddeen en GB aangemaakt en gebruikt. Aan het account Nesmu Mutawahiddeen had ze haar eigen telefoonnummer

gekoppeld. Ze gebruikte haar eigen telefoonnummer omdat ze niks te verbergen had. Ze

bezocht Greenbirds op Telegram en ze zocht naar video’s en nasheeds. Ze wilde ook video’s

over de strijd kijken omdat ze die interessant vond.

De verdachte heeft verder verklaard dat zij, kort voordat de politie haar woning binnenviel, haar telefoon heeft gereset.124

Voorts heeft de verdachte verklaard dat [betrokkene 2] voor een week naar haar toe zou komen en dat zij voor haar een ticket heeft geboekt om van Londen naar Amsterdam te vliegen met Easyjet.125

De verdachte heeft verklaard dat zij de op haar Huawei-tablet aangetroffen instructies voor het maken van de explosieve stoffen TATP en lood azide en voor het maken van een bomgordel heeft gedownload.126

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat zij het uitroepen van het kalifaat en de gebeurtenissen in Syrië, onder andere gebeurtenissen waar Assad een rol in speelde, heeft gevolgd. Verder heeft de verdachte verklaard dat zij ook het uit elkaar vallen van het kalifaat heeft meegekregen. Het klopt dat ze in juli 2019 in Marokko is geweest.127

4.5

Tussenconclusies van de rechtbank

Uit bovenstaande bewijsmiddelen blijkt dat in meerdere Telegramgroepen genaamd ‘Greenb1rds’ (uit onderzoek Humble) en in Telegram groeps-chats (uit onderzoek 26Cochran) (hierna gezamenlijk: de Telegramgroepen) berichten met een extremistisch jihadistische inhoud werden gedeeld. In die berichten werd IS verheerlijkt, werd IS-propaganda verspreid, werd (financiële) steun voor IS geworven en werd aangespoord tot het doden van de ‘ongelovigen’. Die Telegramgroepen hadden een ledenaantal variërend tussen de 6 en 190 personen.

De Telegramaccounts NesmuMutawahiddeen (hierna: Nesmu) en GB hebben ook extremistisch jihadistisch materiaal gedeeld. De verdachte heeft erkend dat zij de Telegramaccounts Nesmu en GB heeft aangemaakt en dat zij daarmee aan Telegram heeft deelgenomen en met deze Telegramaccounts gesprekken heeft gevoerd. Zij heeft evenwel ontkend dat zij berichten met een extremistisch jihadistisch karakter heeft gedeeld in de Telegramgroepen. Volgens haar hebben ‘anderen’ gebruik gemaakt van haar Telegramaccounts en moeten deze personen deze berichten hebben gedeeld.

De rechtbank gaat voorbij aan deze verklaring van de verdachte en overweegt daartoe als volgt.

Telegramaccount Nesmu

Voor de accountnaam Nesmu geldt dat dit Telegramaccount met ID-nummer eindigend op

[user-ID 1] was gekoppeld aan het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 1]. De telefoon met dit nummer straalde in de periode van 17 maart 2019 tot en met 17 september 2019 aan bij een telefoonmast in de buurt van de woning van de verdachte in Uithoorn. De verdachte heeft verklaard dat zij voor het Telegram-account Nesmu haar eigen telefoonnummer heeft gebruikt. Hieruit leidt de rechtbank af dat zij daarmee het nummer eindigend op [telefoonnummer 1] bedoeld.

Uit de inhoud van afgeluisterde telefoongesprekken tussen het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 2] en dat van [betrokkene 1] blijkt dat het ook daadwerkelijk de verdachte was die gebruikmaakte van dit telefoonnummer. Zo gaat het op 24 juni 2019 over haar zitting bij de rechtbank Rotterdam en hebben de verdachte en [betrokkene 1] ruzie over de telefoon. De telefoon met het nummer eindigend op [telefoonnummer 2] straalde tijdens deze gesprekken ook aan bij een telefoonmast in de buurt van de woning van de verdachte in Uithoorn.

Beide telefoonnummers stonden ook in de telefoon van [betrokkene 1] onder de naam ‘[voornaam verdachte]’, de voornaam van de verdachte.

Uit het onderzoek naar de telefoon van [betrokkene 1] volgt verder dat deze ‘[voornaam verdachte]’ een gesprek voerde met [betrokkene 1] in een Telegram privé-chat met een Telegramaccount eindigend op ID-nummer [user-ID 1] (Nesmu). De simkaart van dit telefoonnummer is tijdens de doorzoeking op 10 oktober 2019 in de woning van de verdachte aangetroffen.

In de Telegram privé-chat tussen ‘[voornaam verdachte]’ en [betrokkene 1] werd op 24 juni 2019 door [betrokkene 1] vergiffenis gevraagd aan [voornaam verdachte] en vroeg [voornaam verdachte] vergiffenis aan Allah. Dit zou zeer wel kunnen slaan op de eerdergenoemde ruzie over de telefoon. Aan het einde van de privé-chat op 30 juni 2019 ging het over het feit dat ‘[voornaam verdachte]’ naar Marokko zou gaan. Uit het dossier blijkt dat de verdachte in die periode in Marokko is geweest, hetgeen zij ter terechtzitting ook heeft bevestigd. In dat gesprek zei [betrokkene 1] verder nog dat hij haar onder haar naam ([voornaam verdachte]) zag staan in de Telegramgroep eindigend op het ID-nummer [ID chat 10]. ‘[voornaam verdachte]’ zei dat dit kwam omdat hij haar onder die naam heeft opgeslagen, maar dat de anderen haar zien onder de naam NesmuMutawahiddeen. Dit betekent dus dat als in de telefoon van [betrokkene 1] ‘[voornaam verdachte]’ te zien is, deze berichten moeten zijn gedeeld door het account Nesmu.

Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit het bovenstaande dat het daadwerkelijk de verdachte is geweest die heeft deelgenomen aan deze privé-chat.

Tussen deze privé-chat en een aantal Telegramgroepen zijn vervolgens opvallende overeenkomsten te zien. Zo stuurde de verdachte op 25 juni 2019 in de privé-chat aan [betrokkene 1] een bericht met de titel ‘talk yourself into martyrdom operations’. Ditzelfde bericht werd de volgende dag door ‘[voornaam verdachte]’ gedeeld in Telegramgroep eindigend op ID-nummer [ID chat 10] (Chat 10). Op 25 juni 2019 vroeg [betrokkene 1] aan de verdachte om ‘GB-link’ waarmee vermoedelijk een link naar een Telegramgroep van Greenbirds wordt bedoeld. De verdachte stuurde later een link. Deze link is dan al in vier andere Telegramgroepen gedeeld door ‘[voornaam verdachte]’ (Chats 3, 4, 5 en 7). Op 26 juni 2019 stuurde de verdachte een bericht over het lid worden van een groep die de oorlog ‘of mind and souls’ leidt tegen de internationale coalitie in de privé-chat naar [betrokkene 1]. Ditzelfde bericht deelde ‘[voornaam verdachte]’ op dezelfde dag ook in de Telegramgroep eindigend op [ID chat 10] (Chat 10). Verbalisanten die de verdachte afluisterden via de OVC hoorden om 23:19 uur in de woning van de verdachte dat er een Arabische tekst werd afgespeeld. Eén van de verbalisanten herkende de tekst als onderdeel van een langere toespraak van Abu Muhammad al-Adnani, een in 2016 omgekomen woordvoerder van IS. Nesmu had, zo blijkt later, in de Telegramgroep Greenb1rds eindigend op ID-nummer [ID Telegramgroep 4] deze toespraak als audiobericht geplaatst om 23.04 uur.

Telegramaccount GB

Voor het Telegramaccount GB geldt dat in de telefoon van [betrokkene 2] een WhatsApp-gesprek is aangetroffen met het telefoonnummer van de verdachte ([telefoonnummer 2]) gevoerd op 17 augustus 2019. In dat gesprek werd gechat over het ophalen van [betrokkene 2] van het vliegveld door de gebruiker van het nummer. Op enig moment reageerde [betrokkene 2] niet meer. [betrokkene 2] is dan tegengehouden in Engeland en gearresteerd. De verdachte heeft zelf verklaard dat [betrokkene 2] naar haar zou toekomen, dat ze haar zou ophalen en dat zij voor haar een ticket had geboekt. Dat ticket op naam van [betrokkene 2] is ook aangetroffen op de Huawei-tablet van de verdachte. Uit de OVC-opnamen volgt dat zij op 18 augustus 2019 tegen haar dochter zei dat het zo jammer is dat [betrokkene 2] niet kon komen. De rechtbank stelt op basis hiervan vast dat dit gesprek daadwerkelijk tussen de verdachte en [betrokkene 2] is gevoerd.

Op het toestel van [betrokkene 2] werd voorts een Telegram privé-chat aangetroffen tussen de accounts GB en Greenb1rds. Hierin werd op 21 september 2019 gechat over de gezondheid van de gebruiker GB en dat het zo jammer is dat de gebruiker van Greenb1rds niet kon komen en dat de kinderen van GB zich zo hadden verheugd hierop. Ook werd er die dag gesproken over dat GB naar een vogelplaats zou gaan. Uit de OVC volgt dat de verdachte met de kinderen naar Avifauna is geweest die dag. Hieruit leidt de rechtbank af dat de gebruiker van GB de verdachte is geweest en dat het account Greenb1rds bij [betrokkene 2] in gebruik was. Het gesprek dat volgde op 23, 24 en 25 september 2019 is een logisch opvolgend gesprek. De rechtbank stelt daarmee vast dat de verdachte ook aan die gesprekken onder de accountnaam GB heeft deelgenomen. In dit gesprek werd onder meer gesproken over Greenbirds, dat GB het logo van Greenbirds als profielfoto mag gebruiken en dat ‘we allemaal gb zijn’, waarbij de rechtbank ervan uitgaat dat met ‘gb’ Greenb1rds wordt bedoeld.

Verder valt op dat GB op 25 september 2019 om 20:34 uur aan [betrokkene 2] vroeg: ‘why did [persoon 2] leave’. Vervolgens stuurde [betrokkene 2] een printscreen aan GB van de ‘GB (admins)’ Telegramgroep waarin GB een bericht stuurde: ‘may Allah cure him’. GB zei toen om 20:38 uur tegen [betrokkene 2] in de privéchat: ‘I did not curse him. I said may Allah curse him’. Hieruit leidt de rechtbank af dat de persoon achter GB in de groepschat ‘GB (admins)’ dezelfde persoon is als de persoon achter GB in het gesprek met [betrokkene 2], te weten de verdachte.

Voorts is nog relevant dat de WOD-er op 10 oktober 2019 een privé-chat met GB is gestart. De chat startte om 8:49 uur in de ochtend en ging over de vraag of Greenbirds ook op WhatsApp zat. GB zei toen dat WhatsApp niet veilig is en geen privacy heeft en dat de kuffar de links daar claimen. Om 9:11 uur vroeg GB in de “GB admins” groep “Do we have Whatsapp-warning?” omdat sommige mensen bleven vragen of ‘they should join us on whatsapp’. Ook deze berichten vormen een logisch geheel en lijken van één en dezelfde persoon te komen. Het gesprek met de WOD-er duurde tot 9:18 uur waarna de berichten niet meer worden gelezen door GB. De verdachte is die dag om 9:19 uur aangehouden door de politie en de telefoon van de verdachte bleek te zijn teruggezet naar de fabrieksinstellingen. De verdachte heeft ook verklaard dat ze dat kort voor haar aanhouding heeft gedaan.

Telegramaccounts Nesmu en GB samen

Uit de bewijsmiddelen volgt verder dat Nesmu en GB in de nacht van 25 op 26 september 2019 in een tijdsbestek van zo’n twee uur veelvuldig berichten hebben gestuurd, terwijl via de OVC te horen is dat de verdachte dan wakker is. De volgende dag wordt via diezelfde OVC gehoord dat zij tegen iemand zei dat ze ‘kapot veel op Telegram zat’. Voorts valt nog op dat GB in een privé-chat met [betrokkene 2] op 23 september 2019 om 15:40 uur aan [betrokkene 2] een Threema-verzoek zou sturen. Diezelfde dag wordt om 15:41 uur in een privé-chat tussen Nesmu en [betrokkene 2] een Threema-chat geopend.

Conclusie rechtbank

Dit alles leidt tot de conclusie dat het de verdachte is geweest die steeds als Nesmu en GB in de Telegramgroepen berichten heeft gedeeld, waaronder extremistisch jihadistisch materiaal. Dat ‘anderen’ haar accounts hebben gebruikt om het extremistisch jihadistisch materiaal te delen is gelet op het voorgaande volstrekt ongeloofwaardig. Daar komt nog bij dat dit door de verdachte geschetste alternatieve scenario ook volkomen onlogisch is. De ‘anderen’ hadden immers al zelf Telegramaccounts om berichten te delen. Waarom zouden ze daar haar Telegramaccounts voor moeten gebruiken? De verdachte zou van die ‘anderen’ geen berichten mogen plaatsten omdat ze een ‘zuster’ was en geen ‘broeder’, aldus de verdachte, maar die ‘anderen’ zouden haar wel beheerder hebben gemaakt. Een functie met meer rechten dan een ‘gewoon’ lid van de groep. Dat die ‘anderen’ haar beheerder hebben gemaakt zodat zij gebruik kon maken van de ‘library’ is volstrekt niet onderbouwd. Daarnaast hadden die ‘anderen’ dan ook kunnen meekijken in de privé-chats van de verdachte waaronder die met [betrokkene 1], waarin hun liefdesrelatie naar voren komt, als ook de chats met [betrokkene 2], waarin niet alleen zeer persoonlijke gesprekken werden gevoerd, maar ook gesprekken die vermoedelijk gingen over de door [betrokkene 2] beraamde aanslag op St. Paul’s Cathedral. Wie die ‘anderen’ overigens ook concreet zouden moeten zijn, heeft de verdachte bovendien niet kunnen vertellen.

De door de raadsman gegeven voorbeelden waarin het onlogisch lijkt dat Nesmu en GB door dezelfde persoon werden gebruikt, maken het voorgaande niet anders. De link die Nesmu in een groeps-chat naar Threema deelt en het bericht van GB in diezelfde groep dat deze onder de indruk is van Threema kunnen immers zeer wel beide door de verdachte zijn geplaatst. In een groeps-chat kan de verdachte immers onder verschillende gebruikersnamen berichten plaatsen en kan zij ook op een bericht van zichzelf reageren. Dat Nesmu een paar uur later in een privé-chat tegen [betrokkene 2] zegt dat ze Threema niet goed vindt, Telegram beter vindt, maar Threema wel voor privé super vindt, maakt ook niet dat dan dus Nesmu en GB door twee verschillende personen worden gebruikt. De verdachte kan immers onder de indruk zijn van Threema, dat voor privé super vinden, maar Telegram toch beter vinden. Ook het gegeven dat Nesmu op enig moment in een groepschat aangeeft dat ze twee uur weg is, maar er dan na elf minuten toch nog een bericht door GB wordt geplaatst maakt, mede in het licht van al het hierboven genoemde bewijs, niet dat deze accounts door verschillende personen moeten zijn gebruikt. Het is overigens ook goed voorstelbaar dat de verdachte toch nog wilde reageren op het bericht over een ‘sister’ met rare vragen.

De rechtbank stelt gelet op het bovenstaande vast dat het steeds de verdachte is geweest die als Nesmu en GB heeft deelgenomen aan de Telegramgroepen. Uit de bevindingen uit de OVC-gesprekken, zoals genoemd in paragraaf 4.4.2, leidt de rechtbank voorts af, dat de verdachte vanaf de late avond van 25 september 2019 tot en met (in ieder geval) 26 september 2019 om 15:50 uur in haar woning in Uithoorn was. Gelet op het vorenstaande, in onderling verband en samenhang beschouwd, stelt de rechtbank vast dat de verdachte de berichten die zij op 25 en 26 september 2019 vanuit haar woning in Uithoorn heeft gedeeld en de overige berichten die op een andere datum zijn gedeeld in ieder geval, nu nergens blijkt van het tegendeel, vanuit Nederland heeft gedeeld. De hierboven beschreven berichten zijn in ieder geval niet gedeeld in de periode dat de verdachte in Marokko verbleef, te weten van 2 juli tot en met 17 juli 2019.

5. Dagvaarding I: deelname aan een terroristische organisatie en aan een criminele organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van oorlogsmisdrijven (feit 1)

5.1

Inleiding

Deelneming aan een (terroristische) criminele organisatie is strafbaar gesteld in de artikelen 140 en 140a van het WvSr. Aan deze strafbaarstelling ligt de gedachte ten grondslag dat de openbare orde beschermd dient te worden tegen organisaties die beogen misdrijven te plegen. Het gaat hier om een zelfstandig strafbaar feit. Het doet er niet toe of de misdrijven waarop de organisatie het oog heeft zijn gepleegd dan wel pogingen daartoe zijn ondernomen of zelfs maar strafbare voorbereidingen daartoe zijn getroffen. Evenmin is van belang of een deelnemer aan de organisatie heeft meegedaan aan misdrijven welke door andere deelnemers daaraan zijn gepleegd (of zijn gepoogd te plegen of voorbereid). Een persoon is strafbaar vanwege alleen maar zijn deelneming aan een misdadige organisatie.

5.2

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte heeft deelgenomen aan IS, een organisatie die volgens het Openbaar Ministerie ook in de ten laste gelegde periode nog bestond en als organisatie actief was. De verdachte heeft zich geafficheerd als aanhanger van een radicaal islamitische ideologie. Zij heeft met [betrokkene 2] en [betrokkene 1] deelgenomen aan de Telegramgroepen/kanalen Greenb1rds en deze beheerd, welke groepen volgens het Openbaar Ministerie behoorden tot de mediastrategie van IS. In de groepen/kanalen Greenb1rds werd IS verheerlijkt en werd opgeroepen om de strijd van IS voort te zetten. De verdachte heeft zelf pro-IS materiaal gedeeld of anderen daartoe een platform gegeven. Zij heeft een belangrijke rol gespeeld in het opzetten en laten functioneren van het social media platform Greenb1rds. De verdachte was lid/beheerder van Telegramgroepen waarin alleen IS-materiaal was te vinden. Zij heeft zelf de eed van trouw aan IS verspreid op Telegram.

Door het verspreiden van de verschillende in de tenlastelegging genoemde berichten/video’s heeft de verdachte bijgedragen aan het verspreiden van kennis en inlichtingen ten behoeve van en het oproepen tot het plegen van een aanslag met terroristisch oogmerk. Het is bekend dat IS een organisatie is dat het oogmerk heeft op het plegen van terroristische misdrijven.

Het Openbaar Ministerie heeft zich verder op het standpunt gesteld dat er sprake is van een niet-internationaal gewapend conflict vanaf 1 januari 2012 in Syrië en Irak. IS had volgens het Openbaar Ministerie voorts als doel het plegen van oorlogsmisdrijven, zoals blijkt uit de stelselmatigheid van deze gepleegde oorlogsmisdrijven en het publieke karakter ervan. Het kan niet anders dan dat de verdachte hiervan heeft geweten. Met het online verspreiden van video’s, afbeeldingen en teksten heeft de verdachte bijgedragen aan het doel van IS, te weten het vernederen, afstraffen en tentoonstellen van gevangengenomen strijders en andersdenkenden die niet (of niet langer) aan de vijandelijkheden deelnamen, intimideren van de vijanden van IS, onderwerpen van de bevolking, aantonen van de superioriteit van IS en anderen mentaal rijp maken om deel te nemen aan de strijd van IS.

5.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte heeft deelgenomen aan IS. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat er in de ten laste gelegde periode geen sprake meer was van de terroristische organisatie IS.

Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat IS geen organisatie is met oogmerk tot het plegen van oorlogsmisdrijven, dat de Greenb1rds Telegramgroepen niet binnen de mediastrategie van IS vallen, dat de handelingen van de verdachte bovendien niet als deelnemingshandelingen kunnen worden gekwalificeerd en dat het benodigde opzet op deelname ontbreekt. Evenmin is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de beheerders, zodat het medeplegen niet kan worden bewezen.

De verdediging heeft tot slot gewezen op het feit dat in de jurisprudentie wordt aangenomen dat het enkele in bezit hebben en verspreiden van propagandamateriaal onvoldoende is voor deelname aan een terroristische organisatie. Hij heeft daarbij met name gewezen op het vonnis in de zaak [betrokkene 1], die is vrijgesproken van deelname aan een terroristische organisatie, terwijl hij een grotere bijdrage aan de groep Greenb1rds heeft geleverd dan de verdachte. Alleen al daarom zou de verdachte moeten worden vrijgesproken, aldus de raadsman.

5.4

De beoordeling van de tenlastelegging

5.4.1

Organisatie

Juridisch kader

Met een organisatie in de zin van de artikelen 140 en 140a van het WvSr wordt bedoeld een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur tussen de verdachte en tenminste één andere persoon. Niet is vereist dat daarbij komt vast te staan dat men moet hebben samengewerkt met, althans bekend moet zijn geweest met, alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is. Aanwijzingen voor het bestaan van een dergelijk samenwerkingsverband kunnen bijvoorbeeld zijn: gemeenschappelijke regels, het voeren van overleg, gezamenlijke besluitvorming, een taakverdeling, een bepaalde hiërarchie en/of geledingen.

Naarmate samenwerking inniger en duurzamer is, zal eerder aan het vereiste van een samenwerkingsverband met een zekere structuur zijn voldaan. Een dergelijk samenwerkingsverband kan toevallig en in de loop der tijd ontstaan omdat men ‘werkendeweg’ ontdekt dat men een gezamenlijk doel heeft waarvan de realisering met duurzame samenwerking gediend is. Zo'n samenwerkingsverband is niet afhankelijk van regels, uitdrukkelijke afspraken of hiërarchische verhoudingen, maar kan wel degelijk duurzaam zijn en aan het werken aan een gemeenschappelijk doel een bepaalde structuur ontlenen.

Is (nog) sprake van een organisatie?

De verdachte wordt verweten dat zij vanuit Nederland deel heeft genomen aan de (terroristische) criminele organisatie IS (of ISIS of ISIL). De eerste vraag die in dit kader dan ook voorligt, is of IS een organisatie is in de zin van 140 en 140a van het WvSr en of dat ook nog zo was in de ten laste gelegde periode (januari-oktober 2019). De rechtbank stelt voorop dat IS (ISIS/ISIL) sinds 30 mei 2013 respectievelijk 1 juli 2013 tot op de dag van vandaag op de VN en EU-sanctielijsten van terroristische organisaties staat.128 Uit de feiten en omstandigheden zoals hiervoor genoemd onder paragraaf 4.4.1 leidt de rechtbank voorts het volgende af.

In juni 2014 werd het kalifaat van IS uitgroepen. Het grondgebied van IS bevond zich in 2014 en in 2015 in Syrië en Irak. Sinds 2014 was het leiderschap onderverdeeld in verschillende raden, waaronder een raad voor de media en een sharia-raad. Er bestaat geen twijfel over dat op dat moment sprake was van een organisatie in de zin van 140 en 140a van het WvSr. Na de val van het kalifaat van IS in maart 2019 is de gewapende strijd die IS voerde, evenwel niet gestopt. In de periode van juli tot september 2019 was sprake van een versnelde opbouw van IS in de vorm van een ondergronds netwerk. IS bestaat thans uit zogenoemde ondergrondse cellen. Er is voorts nog steeds sprake van een hiërarchische structuur. Eind 2019 is Amir Muhammad Sa’id Abdal-Rahman al-Mawla de nieuwe leider van IS en de strategie van IS is niet veranderd. Nog immer is er sprake van (digitale) propaganda en worden in naam van IS aanslagen gepleegd. Er zijn nog zo’n 10.000 strijders, waarvan 3000 buitenlandse strijders en IS heeft nog altijd veel faciliteiten en middelen waaronder wapens.

Tussenconclusie duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband

Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat uit het voorgaande volgt dat IS ook in de ten laste gelegde periode nog steeds een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband betrof zoals bedoeld in artikel 140 en 140a van het WvSr.

5.4.2

Oogmerk plegen van terroristische misdrijven

Juridisch kader

Voor een bewezenverklaring van artikel 140 van het WvSr is voorts vereist dat de organisatie het oogmerk moet hebben om misdrijven te plegen. Met het oogmerk wordt primair gedoeld op het naaste doel: datgene dat men zich als direct gewild voorstelt. De criminele organisatie behoeft niet een louter misdadige hoofddoelstelling te hebben, zij kan ook – mede – een legaal doel hebben. De organisatie kan ook het oogmerk hebben om misdrijven te plegen indien deze misdrijven worden gepleegd ter verwezenlijking van een oorbaar of in de voorstelling van de organisatie edel einddoel. Het bijzondere aan artikel 140a Sr, het artikel over de criminele terroristische organisatie, is dat er een dubbel oogmerk is vereist: er moet een oogmerk zijn tot het plegen van misdrijven met een terroristisch oogmerk. Voor een bewezenverklaring van het bestaan van een criminele terroristische organisatie moet het naaste doel dus zijn gelegen in het plegen van terroristische misdrijven.

Voor het bewijs van het oogmerk zal onder meer betekenis kunnen toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie reeds zijn gepleegd, aan het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking, zoals daarvan kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie, en, meer algemeen, aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie.

Toetsingskader terroristische misdrijven

De wetgever heeft in artikel 83 van het WvSr bepaald welke misdrijven als terroristische misdrijven hebben te gelden. Gemeenschappelijk daaraan is dat zij moeten zijn begaan met een terroristisch oogmerk. In artikel 83a van het WvSr is dit omschreven als “het oogmerk om de bevolking of een deel van de bevolking van een land ernstige vrees aan te jagen, dan wel een overheid of internationale organisatie wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, dan wel de fundamentele politieke, constitutionele, economische of sociale structuren van een land of een internationale organisatie ernstig te ontwrichten of te vernietigen”.

Had IS het oogmerk om terroristische misdrijven te plegen?

Zoals hierboven reeds is overwogen staat IS sinds 30 mei respectievelijk 1 juli 2013 tot op de dag van vandaag op de VN en EU-sanctielijsten van terroristische organisaties. IS is in bestendige rechtspraak voorts ook als terroristische organisatie aangemerkt in de periode 2014-2018.129 Uit de in paragraaf 4.4.1 opgenomen bewijsmiddelen leidt de rechtbank voorts nog het volgende af. IS wilde een zuiver islamitische samenleving en/of staat gebaseerd op de sharia - dit alles zoals door hen gepercipieerd – op gewelddadige wijze opleggen aan de burgerbevolking. Hiermee beoogden zij de fundamentele politieke structuur van Syrië te vernietigen zoals bedoeld in artikel 83a van het WvSr. Daartoe pleegde IS jarenlang misdaden op grote schaal. Na de val van Baghouz in maart 2019 bleef de gewapende strijd voortduren. Zoals hierboven reeds is overwogen opereert IS sindsdien in ondergrondse cellen. Er wordt gerapporteerd dat IS in 2019 nog steeds een significante dreiging vormt in de regio. In januari, maart en april 2019 werden door IS meerdere aanslagen opgeëist in de regio. Dit om de situatie te destabiliseren. IS heeft bovendien in die periode via officiële publicaties die online op grote schaal zijn gedeeld opgeroepen tot het doden van ongelovigen en het plegen van (zelfmoord)aanslagen wereldwijd.

Tussenconclusie

De rechtbank stelt op grond van bovenstaande vast dat de misdrijven die IS pleegt zoals moord, doodslag, brandstichting en het teweegbrengen van ontploffingen en dergelijke en het bezit van wapens, ook in de ten laste gelegde periode, zijn begaan met een terroristisch oogmerk en daarmee terroristische misdrijven zijn. Gelet op de stelselmatigheid van het plegen daarvan had IS ook het oogmerk op het plegen van die terroristische misdrijven.

5.4.3

Oorlogsmisdrijven: overwegingen omtrent de toepasselijkheid van het internationaal humanitair recht

Toetsingskader oorlogsmisdrijven

Oorlogsmisdrijven zijn schendingen van het internationaal humanitair recht. Het internationaal humanitair recht is alleen van toepassing wanneer sprake is van een gewapend conflict op het grondgebied van een van de verdragsluitende partijen. Voordat de vraag kan worden beantwoord of IS ook het oogmerk had op het plegen van oorlogsmisdrijven moet dus eerst de vraag worden gesteld of het internationaal humanitair recht van toepassing is in deze zaak. Bij de vraag of sprake is van een gewapend internationaal conflict kan een onderscheid worden gemaakt tussen internationaal gewapende conflicten en niet-internationaal gewapende conflicten.130 Gelet op het feit dat de tenlastelegging is toegespitst op oorlogsmisdrijven gedurende een niet-internationaal gewapend conflict, zal de rechtbank zich bij het toetsingskader voor de vaststelling van het type gewapend conflict en beoordeling daarvan beperken tot het niet-internationaal gewapend conflict.

Het Joegoslavië Tribunaal (hierna: ICTY) heeft het begrip niet-internationaal gewapend conflict nader uitgewerkt en criteria geformuleerd voor de beoordeling van de vraag of hier sprake van is. Volgens inmiddels vaste jurisprudentie is sprake van een niet-internationaal gewapend conflict indien er sprake is van aanhoudend gewapend geweld (protracted armed violence) en de betrokken gewapende groepering(en) voldoende georganiseerd zijn.131 Factoren die van belang kunnen zijn voor de vaststelling van de intensiteit van het geweld zijn het aantal, de duur en intensiteit van de confrontaties, de hoeveelheid en het type afgevuurde munitie, het type wapen en overig militair materieel dat wordt ingezet, het aantal slachtoffers, de omvang van de materiele schade en het aantal intern ontheemden. Ook kan betrokkenheid van de VN Veiligheidsraad een indicatie van de intensiteit van het conflict zijn.132

Voor de vaststelling van de organisatiegraad van de gewapende groeperingen in dit kader zijn de volgende factoren van belang: het bestaan van een commando structuur en disciplinaire regels en mechanismen binnen de groep; het bestaan van een hoofdkwartier; de omstandigheid dat de groep een bepaald territoir controleert; de mogelijkheid om de groep toegang tot wapens te geven en ander militair materiaal, rekrutering en militaire training; de mogelijkheid om militaire operaties te plannen, coördineren en uitvoeren, inclusief troepenbeweging en daarmee samenhangende logistiek; de mogelijkheid een uniforme militaire strategie te bepalen en het gebruik van militaire tactieken; en de mogelijkheid om met een stem te spreken en te onderhandelen en overeenkomsten af te sluiten zoals een staakt het vuren of een vredespact.133

Als er is vastgesteld dat sprake is van een niet-internationaal gewapend conflict, is zoals gezegd het internationaal humanitair recht van toepassing tot het moment dat er een vredesakkoord is gesloten of als de algehele militaire operaties geëindigd zijn.134 Een afname van geweld of verminderde mate van organisatie binnen een gewapende groepering is blijkens de jurisprudentie van het ICTY geen indicatie dat geen sprake meer is van een niet-internationaal gewapend conflict.135

Is sprake van een niet-internationaal gewapend conflict?

Eerder is door deze rechtbank in de zaak Nashville vastgesteld dat in Syrië in de periode van 1 januari 2012 tot en met in elk geval begin 2019 sprake was van een niet-internationaal gewapend conflict in Syrië tussen Syrische regeringsstrijdkrachten enerzijds en de strijders van (onder andere) de gewapende groepen ISIL/ISIS/IS en Jabhat al-Nusra (hierna: JaN) anderzijds. Deze rechtbank heeft in die zaak ook bepaald dat ditzelfde geldt voor Irak in de periode vanaf januari 2014 waarbij er sprake is van een niet-internationaal gewapend conflict tussen het Irakese regeringsleger en ISI/IS. De vraag is of ook in deze zaak ten tijde van de gehele ten laste gelegde periode, dus tot en met 10 oktober 2019, sprake was van een niet-internationaal gewapend conflict in Syrië en Irak.136 Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

Er is naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan het vereiste van protracted armed violence. In de ten laste gelegde periode zijn er veelvuldig grootschalige militaire operaties tussen de betrokkenen uitgevoerd, waarbij gebruik werd gemaakt van militaire wapens en voertuigen als tanks en artillerie. Het aantal dodelijke slachtoffers wordt in 2019 geschat op 200.000-500.000. 5,6 miljoen personen zijn Syrië en Irak ontvlucht en 5,9 miljoen mensen zijn in Syrië ontheemd. Volgens de Verenigde Naties hebben meer dan 11 miljoen mensen humanitaire hulp nodig en zijn diverse steden en dorpen in Syrië en Irak vernield. Ook werd er onderhandeld over een vredesplan, de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties veroordeelde het Syrische bewind en de gedragingen van IS. In de periode van juli tot september 2019 was sprake van een versnelde opbouw van IS in de vorm van een ondergronds netwerk in Syrië en was er een toename van aanslagen. Er bevinden zich nog altijd vele gevangen IS-strijders in kampen, en er is voor zover relevant nog steeds sprake van een hiërarchische structuur en een leider. In 2019 werd geschat dat er nog steeds zo’n 10.000 strijders zijn, waarvan 3000 buitenlandse strijders en IS heeft nog altijd veel faciliteiten en middelen.137 Daarmee is voldaan aan het vereiste van aanhoudend gewapend geweld.

De rechtbank is van oordeel dat – mede op basis van de hierboven onder 5.4.1 genoemde feiten en omstandigheden – eveneens is voldaan aan de vereiste organisatiegraad van de gewapende groep. De organisatie beschikte immers over een gecentraliseerde organisatiestructuur en oefende tot en met maart 2019 controle uit over een territorium en voert grootschalige militaire operaties uit. Daarnaast waren er verschillende samenwerkingsverbanden met andere organisaties en is de strategie blijkens rapporten van de VN onveranderd.

Tussenconclusie ten aanzien van het internationaal humanitair recht

De rechtbank is van oordeel dat gedurende de gehele ten laste gelegde periode er sprake was van een niet-internationaal gewapend conflict in Syrië en Irak. Daarmee zijn de regels van het internationaal humanitair recht met betrekking tot niet-internationaal gewapende conflicten van toepassing. Dit betreft in ieder geval gemeenschappelijk artikel 3 van de Verdragen van Genève.

5.4.4

Oogmerk plegen van oorlogsmisdrijven

Ten laste is gelegd dat IS het oogmerk had op de oorlogsmisdrijven bedoeld in artikel 6, lid 1, sub a en c van de Wim. Artikel 6 lid 1 sub a en c van de Wim luidt, voor zover relevant als volgt:

Hij die zich in geval van een niet-internationaal gewapend conflict schuldig maakt aan schending van het gemeenschappelijk artikel 3 van de Verdragen van Genève, te weten het begaan jegens personen die niet rechtstreeks aan de vijandelijkheden deelnemen, met inbegrip van personeel van strijdkrachten dat de wapens heeft neergelegd, of jegens personen die buiten gevecht zijn gesteld door ziekte, verwonding, gevangenschap of enig andere oorzaak, van een van de volgende feiten:

a) Aanslagen op het leven of lichamelijke geweldpleging, in het bijzonder het doden op welke wijze ook, verminking, wrede behandeling of marteling;

c) aanranding van de persoonlijke waardigheid, in het bijzonder vernederende en onterende behandeling;

[…] wordt gestraft […].

De rechtbank zal hierna steeds eerst het juridisch kader weergeven van deze verschillende oorlogsmisdrijven waarna zij bij elk daarvan zal ingaan op de vraag of IS daarop het oogmerk had in de ten laste gelegde periode.

Oorlogsmisdrijf doden (zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 onder a Wim)

Voor de delictsomschrijving van artikel 6 lid 1 onderdeel a WIM is aangesloten bij artikel

8 lid 2 sub a onder i van het Rome Statuut. De rechtbank oriënteert zich voor de uitleg van de delictsbestanddelen van de strafbaarstelling van oorlogsmisdrijven op het internationale recht, zoals het Statuut voor het Internationaal Strafhof en de op de voet van artikel 8 van het Statuut van het Strafhof opgestelde Elementen van Misdrijven, die dienen als hulpmiddel bij de interpretatie van de misdrijven. Voor de vaststelling of de verweten handelingen kunnen worden aangemerkt als het oorlogsmisdrijf doden, zijn blijkens de Elementen van Misdrijven de volgende factoren van belang:

  1. De verdachte heeft een of meer personen om het leven gebracht;

  2. Deze persoon of personen waren hors de combat, of burgers, medisch of religieus personeel die niet actief in de vijandelijkheden deelnamen;

  3. De verdachte was zich bewust van de feitelijke omstandigheden die voor de status zorgde;

  4. De gedraging vond plaats in de context van een niet-internationaal gewapend conflict,

  5. De verdachte was zich bewust van de feitelijke omstandigheden van het gewapend conflict.

Had IS het oogmerk het oorlogsmisdrijf doden te plegen?

De rechtbank is, anders dan de verdediging, van oordeel dat genoegzaam is komen vast te staan dat IS gedurende het conflict, ten tijde van de ten laste gelegde periode, het oogmerk heeft gehad op het doden van beschermde personen onder het internationaal humanitair recht, strafbaar gesteld als oorlogsmisdrijf in artikel 6 lid 1 onder a Wim. De rechtbank wijst in dit verband naar de bewijsmiddelen zoals opgenomen onder paragraaf 4.4.1 waaruit, samengevat, blijkt dat IS op grote schaal en als onderdeel van hun modus operandi burgers en personen die niet meer aan de strijd deelnemen, executeert, onthoofd en doodt. Dat IS hierbij geen onderscheid maakt tussen personen die wel of niet deelnemen aan de strijd, blijkt uit hun handelen en de nadrukkelijke oproep om ongelovigen te doden, ongeacht of zij burger zijn of niet. Niet alleen wordt door IS geen onderscheid tussen personen die wel of niet (meer) deelnemen aan de strijd, ook zijn religieuze minderheden, burgers en gevangenen stelselmatig en specifiek onderwerp van gerichte aanvallen, al dan niet massa executies en onthoofdingen. Deze executies en onthoofdingen vonden vaak publiekelijk plaats, met het doel om de bevolking af te schrikken, onderwerping aan IS af te dwingen en met het doel van vergelding. Zodoende vonden de gedragingen plaats in de context van het niet-internationaal gewapende conflict en was IS zich bewust van de feitelijke omstandigheden van het gewapend conflict.

Oorlogsmisdrijf aanranding van de persoonlijke waardigheid, in het bijzonder vernederende en onterende behandeling (zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 onder c Wim)

Voor de vaststelling of de verweten handelingen kunnen worden aangemerkt als het oorlogsmisdrijf aanranding van de persoonlijke waardigheid, zijn blijkens de Elementen van Misdrijven de volgende factoren van belang:

  1. De verdachte heeft de persoonlijke waardigheid van het slachtoffer aangerand en/of het slachtoffer vernederend en onterend behandeld;

  2. Deze persoon of personen waren hors de combat, of burgers, medisch of religieus personeel die niet actief in de vijandelijkheden deelnamen;

  3. De verdachte was zich bewust van de feitelijke omstandigheden die voor de status zorgde;

  4. Er is een nexus tussen de verweten gedraging van de verdachte en het gewapende conflict.

Menslievende behandeling van beschermde personen in tijden van oorlog is de kern van het internationaal humanitair recht. In gemeenschappelijk artikel 3 van de Verdragen van Genève is het gebod op menslievende behandeling ten tijden van een niet-internationaal gewapend conflict opgenomen. In gemeenschappelijk artikel 3, eerste lid van de Verdragen van Genève zijn voorts verschillende verboden gedragingen opgenomen die volgen uit het gebod op menslievende behandeling, waaronder de aanranding van de persoonlijke waardigheid, in het bijzonder vernederende en onterende behandeling van personen die niet rechtstreeks aan de vijandelijkheden deelnemen. Het door dit misdrijf beschermde belang is de eer en de waardigheid van deze personen.

De Verdragen van Genève en de Aanvullende Protocollen definiëren niet wat er valt onder ‘aanranding van de persoonlijke waardigheid’. In de rechtspraak van het ICTY is hierover onder meer overwogen dat het gaat om een gedraging die de verdachte opzettelijk heeft gepleegd, of daaraan heeft deelgenomen, die in het algemeen gezien zal worden als een ernstige vernederende of onterende behandeling of die op een andere wijze een aanranding van de persoonlijke waardigheid zou vormen.138 Hiertoe spelen objectieve criteria een rol, zoals de vorm, duur, intensiteit van het geweld, al dan niet geestelijk lijden,139 als ook de culturele en/of religieuze achtergrond van de betrokkene.140 Hierdoor vallen gedragingen die bijvoorbeeld vernederend zijn voor iemand van een bepaalde nationaliteit, cultuur or religie, terwijl ze dat niet noodzakelijkerwijs zijn voor anderen, ook onder de reikwijdte van het begrip aanranding van de persoonlijke waardigheid.141 De vernedering moet wezenlijk en ernstig zijn, maar hoeft niet blijvend te zijn.142 Fysieke of mentale pijn is niet vereist.143 Vastgesteld dient te worden dat de verdachte wetenschap had van de onterende en vernederende consequenties van zijn of haar gedraging of omissie.144

Het slachtoffer hoeft zich niet persoonlijk bewust te zijn van de verweten gedraging.145 Overleden personen kunnen eveneens slachtoffer zijn van het misdrijf aanranding van de persoonlijke waardigheid. Het humanitair oorlogsrecht beoogt de menselijke waardigheid van personen ook na de dood te beschermen tegen plundering, verminking en dehumanisering. In verschillende Europese uitspraken zijn veroordelingen gevolgd voor het verminken van overleden personen146 en het poseren met een hoofd van een overleden persoon en het vervolgens delen van foto’s of filmpjes hiervan.147 De verweten handeling of omissie kan op zichzelf een aanranding van de persoonlijke waardigheid vormen, maar kan ook een aanranding van de persoonlijke waardigheid vormen door de handeling of omissie in de context waarin deze heeft plaatsgevonden te beoordelen.148

Had IS het oogmerk het oorlogsmisdrijf aanranding van de persoonlijke waardigheid te plegen?

De rechtbank is, anders dan de verdediging, van oordeel dat ook genoegzaam is komen vast te staan dat IS gedurende het conflict, ten tijde van de ten laste gelegde periode, het oogmerk heeft gehad op aanranding van de persoonlijke waardigheid, strafbaar gesteld als oorlogsmisdrijf in artikel 6 lid 1 onder c van de Wim. De rechtbank wijst in dit verband naar de bewijsmiddelen zoals opgenomen onder paragraaf 4.4.1 waaruit, samengevat, blijkt onder meer dat executies openlijk uitgevoerd werden en mensen aangemoedigd werden om te komen kijken en lichamen van slachtoffers publiekelijk geëxposeerd werden. De omstandigheid dat de overledenen niet zijn begraven maar op deze wijze worden tentoongespreid, levert zonder meer een aanranding van de persoonlijke waardigheid op. De rechtbank betrekt hier voorts bij dat het islamitisch geloof een groot aantal geloofsrituelen of voorschriften kent na het overlijden van een moslim, waaronder het belang om zo snel mogelijk na overlijden begraven te worden en rituele wassingen te verrichten. Door overleden religieuze islamitische minderheden tentoon te stellen en hen en de geloofsgemeenschap daardoor te ontzeggen van deze geloofsrituelen, heeft IS de persoonlijke waardigheid van deze overledenen aangerand. Voorts heeft IS op grote schaal het onthoofden of anderszins doden van personen die niet (meer) deelnamen aan de strijd gefilmd en online via afbeeldingen en video’s verspreid. Daarmee heeft IS niet alleen ter plaatse overledenen tentoongesteld als zijnde een trofee of waarschuwing voor anderen, maar dit ook online gedaan met een groot bereik en ervoor gezorgd dat een groot aantal mensen in de gelegenheid zijn gesteld om kennis te nemen van het beeldmateriaal en dat de vernederende en onterende behandeling verder wordt voortgezet. Deze slachtoffers zijn blijkens het beeldmateriaal van IS nagenoeg uitsluitend gevangenen, burgers of hulpverleners, in elk geval personen die niet langer deelnemen aan de strijd. Deze aanrandingen van de persoonlijke waardigheid vonden al dan niet online publiekelijk plaats, met het doel om de bevolking af te schrikken, onderwerping aan IS af te dwingen, vergelding en uitdraging van de superioriteit van IS. Zodoende vonden de gedragingen plaats in de context van het niet-internationaal gewapende conflict en was IS zich bewust van de feitelijke omstandigheden van het gewapend conflict.

5.4.5

Deelneming

Juridisch kader

Vooropgesteld moet worden dat van deelneming aan een criminele (terroristische) organisatie slechts dan sprake kan zijn, indien de betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteuning biedt aan, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Elke dergelijke bijdrage, ook wel deelnemingshandeling genoemd, aan een organisatie kan strafbaar zijn. Een deelnemingshandeling kan bestaan uit het (mede)plegen van enig misdrijf, maar ook uit het verrichten van hand- en spandiensten en (dus) het verrichten van handelingen die op zichzelf niet strafbaar zijn, zolang van hiervoor bedoeld aandeel of ondersteuning kan worden gesproken. Enkele sympathiseren met een organisatie in onvoldoende.

Voor deelneming is voldoende dat de betrokkene in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van (terroristische) misdrijven. Enig vorm van opzet op de door de organisatie concreet beoogde concrete misdrijven is niet vereist.

Deelname aan IS door de verdachte?

Alhoewel de verdachte dit ontkend heeft, leidt de rechtbank uit de bewijsmiddelen af dat de verdachte het radicaal extremistische gedachtengoed van IS aanhing.

Allereerst is daarvoor van belang dat er zich in het dossier sterke aanwijzingen bevinden dat de verdachte samen met haar eerste man in 2015 in het kalifaat in Syrië is geweest. Zo zegt zij tijdens afgeluisterde gesprekken dat zij één van eerste mensen was die “daar’ waren en dat ze, toen ze weer in Nederland was, zag dat mensen op Facebook foto’s plaatsten met een “AK” en dat zij daar in “haar tijd’ geen tijd voor had. Ze zegt verder dat ze toen aan het huilen waren dat ze geen martelaar waren geworden en dat daarna alleen rotzooi over is gebleven. Ook spreekt ze erover dat het Syrisch eten ‘disgusting’ is. Zij heeft voorts aan haar kinderen verteld dat haar man als ‘mujahideen’ is gestorven en dat ‘papa van IS was’. Zij geeft ook aan graag ‘terug’ te willen.

Uit de afgeluisterde gesprekken met haar kinderen volgt voorts dat de verdachte op de vraag van haar dochter wat “Dawlathu al islaam149 is, de verdachte in het Arabisch zegt dat Islamitische Staat blijvend is. Ook zegt zij tegen haar dochter dat moslims de baas moeten zijn over de ‘kuffar’, de ongelovigen, dat er haat is tussen hen en dat als iemand de profeet uitscheldt je deze mag doden en dat je dan naar Djenna (het paradijs) gaat. Ze wil ook ‘zo snel mogelijk’ met haar kinderen naar Djenna. Verder zegt zij tegen de kinderen dat IS moslims helpt en dat Abu Bakr al Bhagdadi ‘onze prins’, de leider van de gelovigen is.

Op de Huawei-tablet van de verdachte zijn voorts veel documenten en video’s aangetroffen met extremistisch jihadistisch materiaal. Zo waren er documenten van onder andere officiële IS-mediakanalen, waarbij het martelaarschap in het kader van de gewapende strijd wordt verheerlijkt en eenvoudige instructies werden gegeven voor het maken van de explosieve stoffen TATP en lood azide en voor het maken van een bomgordel. Op de video’s waren onder meer onthoofdingen (executies en massamoorden) en bedreigingen met een terroristisch aanslag gericht tegen de ongelovigen/het Westen/politieke leiders en IS trainingsvideo’s en preken van binnen IS hooggeplaatste leiders te zien.

Dit alles leidt tot de conclusie dat de verdachte gedurende de ten laste gelegde periode het radicaal extremistische gedachtengoed van IS aanhing. Het enkele aanhangen van of het geloven in een bepaalde ideologie is evenwel op zichzelf niet strafbaar. De verdachte is echter verder gegaan. Zij is niet enkel een sympathisant van IS gebleven maar heeft daadwerkelijk een bijdrage geleverd aan IS. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat zij de beheerder en lid is geweest van verschillende telegramgroepen met de naam Greenbirds (of een soortgelijke naam). In die Telegramgroepen werd veel jihadistisch/extremistisch materiaal gedeeld over het kalifaat, over de legitimatie van het doden van ongelovigen, over het geen onderscheid maken tussen burgers/strijders en het vergieten van het bloed van ongelovigen. Ook volgt uit de bewijsmiddelen dat zij lid was van een tiental Telegramgroepen (chat 1 tot en met 11, met uitzondering van chat 6) waarin eveneens veel extremistisch jihadistisch materiaal werd gedeeld. Ook werden in die chats PayPal-links gedeeld om geld in te zamelen voor de financiële jihad. Deze groepen hadden namen als “leeuwen van de media” (chat 2) en “de dienaren van de slachtingen” (chat 5). In alle Telegramgroepen werden door de leden, waaronder de verdachte, berichten gedeeld van officiële IS-kanalen.

De verdachte heeft in deze groepen, dan wel als beheerder, dan wel als lid, de grondbeginselen van IS verspreid. Zo heeft zij lezingen van radicale prekers van IS gedeeld en berichten van officiële kanalen van IS, berichten over het verheerlijken van de strijd tegen ongelovigen en een oproep om de democratie af te wijzen. Ook heeft zij berichten gedeeld met verwijten aan mensen die uit het IS-gebied zijn vertrokken en het bericht dat IS blijvend is. Zij heeft voorts een chatbericht gedeeld dat de financiële jihad van belang is met de vraag of mensen geld willen doneren voor de gewapende strijd en deelde PayPal-links. Zij heeft ook een bericht gedeeld waarin daadwerkelijk gezocht werd naar nieuwe mensen die geïnteresseerd waren in deelneming aan een groep die ‘de oorlog wilden leiden tegen de internationale coalitie’. Daarbij vroeg de verdachte om bewijs van “nusra” (i.e. hulp) aan IS. Ook heeft zij een bericht gedeeld waarin wordt opgeroepen Telegramgroepen te openen om ‘zo te strijden om de vlag van Tawhid hoog te houden’. Verder heeft zij berichten gedeeld waarin wordt opgeroepen deel te nemen aan de gewapende strijd, alsook handleidingen voor het plegen van aanslagen. Als haar door een ander lid/beheerder van de groepen werd gevraagd om een link door te sturen of een bepaald bericht te posten, dan deed ze dat. De verdachte heeft op 27 september 2019 in TG 6 (een Greenbirds-groep) de eed van trouw (bay’a) aan IS gedeeld.

Zoals hierboven uiteengezet onder paragraaf 4.4.1 maakt IS gebruik van officiële en onofficiële kanalen om hun propaganda wereldwijd te verspreiden zodat het bereik van de IS extremistische community zo groot mogelijk wordt. In Dabiq 12 wordt beschreven dat de strijd op het slagveld en de media campagne op het ideologische slagveld elkaar ondersteunen. De rol van de ‘media operative’ in de jihad doet niet onder voor de strijd op het slagveld, waarbij ‘media operative’ een breed begrip is en strekt van de maker van beeldmateriaal tot aanhangers die online propaganda verspreiden. Zoals overwogen was Telegram het middelpunt van de online communicatiestrategie van IS-supporters. De Telegramgroepen Greenb1rds behoren weliswaar niet tot de officieel door IS erkende mediakanalen, maar passen binnen de mediastrategie van IS. Gelet op de aard en inhoud van de chats 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8, 9, 10 en 11 is de rechtbank van oordeel dat ook deze groepen daarbinnen passen.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdachte door het veelvuldig verspreiden van officieel en officieus IS-materiaal via verschillende Telegramgroepen feitelijk een bijdrage geleverd aan het propagandasysteem van IS, waarvan de kwaadaardige intentie gelet op al het voorgaande een gegeven is, en is zij tot het samenwerkingsverband van IS gaan behoren. Naar oordeel van de rechtbank heeft zij de rol van supporter overstegen en is zij daadwerkelijk gaan deelnemen aan de organisatie. Immers, zij heeft willens en wetens het gedachtegoed van IS voor een groter publiek toegankelijk gemaakt en daarmee een aandeel gehad in en ondersteuning geboden aan gedragingen die strekken tot en rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van die IS. Dat zij ook het doel had om daadwerkelijk deel te nemen aan IS blijkt wel uit de eed van trouw aan IS die zij heeft gedeeld. Bovendien was zij op de hoogte van het belang voor IS van het online verspreiden van propaganda gelet op de officiële publicaties/lezingen die zij heeft gedeeld en het feit dat zij een aankondiging van voormeld nummer 12 van Dabiq zelf in één van de groepen heeft gedeeld (chat 10).

Dat de verdachte ook echt onderdeel was van de online community van IS volgt voorts uit het chat- en telefonisch contact dat de verdachte had met [betrokkene 2]. In de chats met [betrokkene 2] is immers te lezen dat [betrokkene 2] een Greenbirds logo aan de verdachte stuurt voor haar profielfoto, waarbij de verdachte tegen [betrokkene 2] zegt dat ze dat niet durfde te vragen omdat Greenbirds ‘toch jouw kindje [is], wilde niet te ver gaan’. Hierop zegt [betrokkene 2] dat ‘we allemaal deel [zijn] van gb.’ De verdachte wil voorts graag een back up van [betrokkene 2] zodat ze ‘ermee door [kan] gaan’. [betrokkene 2] geeft aan dat ze een baya video (afscheidsvideo) gaat maken en dat ‘jullie’ die via IS media kunnen zien en dat ‘jullie administratie’ die kunnen publiceren als ze er niet meer is. Dit contact ging via de applicatie Threema waarop de verdachte een ISIS logo als profielfoto had. Hieruit leidt de rechtbank af dat de verdachte kennelijk in nauw contact stond met [betrokkene 2], samen met anderen deel was van Greenbirds en dat zij meer was dan een enkele volger van de community maar de groepen Greenbirds van [betrokkene 2] - nadat deze zou zijn gestorven bij het plegen van een terroristische aanslag - wilde voortzetten.

De verdachte wist ook, gezien de inhoud van de stukken die zij heeft verspreid in de context van al het gedeelde materiaal in die groepen, wat het oogmerk van IS was. Daarbij heeft de rechtbank de aard en inhoud van het (IS-)materiaal dat op de Huawei-tablet is aangetroffen, de communicatie met [betrokkene 2] en de door haar gedane uitlatingen over IS, onder meer tegen haar kinderen nog in aanmerking genomen. Ten slotte merkt de rechtbank in dit kader nog op dat de verdachte naar eigen zeggen het nieuws over IS heeft gevolgd en er aldus van op de hoogte was welke gruwelijke misdaden IS pleegde.

De verklaring van de verdachte dat zij enkel in een moeilijke fase zat in haar leven met haar kinderen en dat ze slechts in een emotionele toestand zo met haar kinderen heeft gepraat, maar dat dat niet serieus moet worden genomen, acht de rechtbank volstrekt ongeloofwaardig. Hoewel uit het dossier volgt dat de verdachte problemen heeft gehad met jeugdzorg, valt niet in te zien waarom ze dan over een periode van maanden dit soort radicale zaken met haar kinderen heeft besproken. Dit verklaart bovendien niet al de gesprekken die ze met anderen over dit onderwerp heeft gevoerd, noch al het extremistisch jihadistisch materiaal dat er bij haar is aangetroffen en zij heeft gedeeld.

In verschillende vonnissen van rechtbanken, waaronder in het vonnis van [betrokkene 1] (Rechtbank Rotterdam d.d. 13 augustus 2020, 10/960101-19), is geoordeeld dat het enkele in bezit hebben en op social media verspreiden van propagandamateriaal voor deelname aan een terroristische organisatie onvoldoende is. In onderhavige zaak is - gezien alles wat hierboven is beschreven - evenwel geen sprake van het enkele in bezit hebben en delen van propagandamateriaal, maar heeft de verdachte de rol van enkele supporter overstegen en is zij daadwerkelijk gaan deelnemen aan IS, waar haar opzet ook op was gericht. Dat [betrokkene 1] een grotere rol dan de verdachte zou hebben gehad in Greenbirds, blijkt niet uit het aan de rechtbank beschikbare dossier.

5.4.6

Medeplegen

De rechtbank kan niet vaststellen dat de verdachte haar gedragingen in nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen heeft verricht. De rechtbank zal haar dan ook van dit onderdeel vrijspreken.

5.4.7

Conclusie

Gelet op al het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte heeft deelgenomen aan een terroristische organisatie en aan een criminele organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van oorlogsmisdrijven, te weten IS, zoals onder 1 ten laste is gelegd.

5.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten aanzien van de verdachte bewezen dat:

zij in de periode van 1 januari 2019 tot en met 10 oktober 2019 te Uithoorn, althans in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten Islamitische Staat (IS),

welke organisatie tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven, te weten:

het opzettelijk brand stichten en een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en levensgevaar voor een ander te duchten is, te begaan met een terroristisch oogmerk en

doodslag te begaan met een terroristisch oogmerk en

moord te begaan met een terroristisch oogmerk en

het voorhanden hebben van een of meerdere wapens en munitie van de categorieën II en/of III te begaan met een terroristisch oogmerk en met het oogmerk om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken;

EN

zij in de periode van 1 januari 2019 tot en met 10 oktober 2019 te Uithoorn, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten Islamitische Staat (IS), welke organisatie tot oogmerk heeft het plegen van oorlogsmisdrijven, te weten:

aanslagen op het leven of lichamelijke geweldpleging, in het bijzonder het doden op welke wijze ook en

aanranding van de persoonlijke waardigheid, in het bijzonder vernederende en onterende behandeling,

van personen die (toen) niet (meer) rechtstreeks aan de vijandelijkheden deelnamen, te weten burgers en personeel van strijdkrachten die de wapens hadden neergelegd en personen die buiten gevecht zijn gesteld door ziekte en/of verwonding en/of gevangenschap en/of enig andere oorzaak,

in geval van een niet-internationaal gewapend conflict op het grondgebied van Irak en Syrië, in strijd met het bepaalde in gemeenschappelijk artikel 3 van de Verdragen van Geneve van 12 augustus 1949.

6. Dagvaarding I: Plegen van het oorlogsmisdrijf aanranding van de persoonlijke waardigheid (feit 5)

6.1

Inleiding

De rechtbank heeft in paragraaf 4.5 vastgesteld dat de verdachte met haar Telegramaccount NesmuMutawahiddeen onder meer twee video’s heeft verspreid. Het gaat om een video van het levend verbranden van vier personen door IS-strijders (verder te noemen: video 1) die door de verdachte voorzien is van het bijschrift ‘like roasted chicken’. De verdachte heeft deze video op 26 september 2019 verspreid. Daarnaast heeft zij op 25 september 2019 een video met beelden van het doodschieten van een persoon (verder te noemen: video 2) door anderen voorzien van emoticons van lachende gezichten en een mes verspreid.

De rechtbank staat voor de vraag of de verdachte, al dan niet samen met (een) ander(en), zich hiermee schuldig heeft gemaakt aan aanranding van de persoonlijke waardigheid, in het bijzonder vernederende en onterende behandeling, zoals verboden in het gemeenschappelijk artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c, van de Verdragen van Genève van 1949. In Nederland is dit als oorlogsmisdrijf strafbaar gesteld in artikel 6, eerste lid aanhef en onder c, laatste volzin, van de Wim.

6.2

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte de menselijke waardigheid van deze mannen heeft aangetast met het verder verspreiden van de twee video’s in het verband van het niet-internationaal gewapend conflict in Syrië en Irak vanaf 2014 met het door haar daaraan toegevoegde commentaar. Deze vernederende en onterende gedragingen zijn van een zodanige ernst dat dit moet worden gezien als een aanranding van de persoonlijke waardigheid van de overleden personen, die bescherming verdienen op grond van het internationaal humanitair recht. Aldus is er sprake van een nexus, een verband met het gewapend conflict, waarbij de verdachte als lid van IS zich geroepen voelde om bij te dragen aan de elektronische jihad door de video’s te verspreiden, daarmee propaganda te maken en de persoonlijke waardigheid van de overleden persoon daarmee (verder) aan te tasten. Er is geen standpunt ingenomen over het al dan niet medeplegen van dit strafbare feit.

6.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich allereerst op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie met artikel 6 Wim een onjuiste grondslag heeft gekozen. De doelstelling van de Wim is het vervolgen van ernstige misdrijven, terwijl daar in het onderhavige geval geen sprake van is. De verdediging heeft verzocht het artikel buiten toepassing te verklaren, dan wel de verdachte vrij te spreken van het ten laste gelegde feit.

Voor zover de rechtbank wel toe komt aan een inhoudelijke beoordeling en ervan uitgaat dat de video’s door de verdachte zijn gedeeld, stelt de verdediging zich op het standpunt dat er geen sprake meer was van een gewapend conflict, dat niet kan worden vastgesteld dat de slachtoffers beschermd worden door het internationaal humanitair recht en evenmin dat de verdachte van die beschermde status op de hoogte was. Het eenmalig op sociale media delen van online te raadplegen video’s met een korte opmerking, levert geen aantasting van de persoonlijke waardigheid dan wel vernederende en/of onterende behandeling van de slachtoffers op. Volgens de verdediging bestaat er bovendien onvoldoende nexus tussen het destijds aanwezige gewapende conflict en het delen van de video eind 2019 en is geen sprake van medeplegen.

6.4

De beoordeling van de tenlastelegging

Opmerking vooraf
In het Nederlandse strafrechtssysteem vormt de tenlastelegging, opgesteld door de officier van justitie, de grondslag voor het onderzoek van de strafrechter. Het opportuniteitsbeginsel houdt niet alleen in dat de officier van justitie bepaalt óf er wordt vervolgd, maar ook welke omvang het strafgeding dient te hebben door te beslissen voor welke gedragingen de verdachte wordt vervolgd en op welke manier deze gedragingen ten laste worden gelegd. Aan de strafrechter is de taak toebedeeld om op grondslag van de tenlastelegging de vragen neergelegd in de artikelen 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering te beantwoorden. Het buiten toepassing verklaren van een artikel, zoals door de raadsman verzocht, kent geen grondslag in de hiervoor genoemde artikelen, zodat de rechtbank niet de bevoegdheid heeft om als zodanig te beslissen. De rechtbank zal in de navolgende paragrafen de tenlastelegging inhoudelijk beoordelen.

6.4.1

Juridisch kader

In paragraaf 5.4.3 is reeds vastgesteld dat er, anders dan de verdediging heeft betoogd, gedurende de ten laste gelegde periode sprake was een gewapend conflict en dat daarmee het internationaal humanitair recht van toepassing is. De rechtbank zal voor de beoordeling van de vraag of de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het oorlogsmisdrijf aanranding van de persoonlijke waardigheid de volgende vragen beantwoorden:

  1. Heeft de verdachte de persoonlijke waardigheid van het slachtoffer aangerand en/of het slachtoffer vernederend en onterend te behandeld?

  2. Wordt het slachtoffer beschermd door het internationaal humanitair recht, in het bijzonder door gemeenschappelijk artikel 3 GC?

  3. Was de verdachte op de hoogte van de feiten en omstandigheden die ten grondslag liggen aan de beschermde status van het slachtoffer?

  4. Is er een nexus tussen de verweten gedraging van de verdachte en het hiervoor genoemde gewapende conflict?

6.4.2

De beoordeling

Ad 1. Heeft de verdachte de persoonlijke waardigheid van het slachtoffer aangerand en/of het slachtoffer vernederend en onterend behandeld?

De rechtbank zal eerst beoordelen of de handelingen van de verdachte vernederend en onterend zijn, en indien dit het geval is, of die vernedering en ontering van dusdanige ernst is dat het handelen van de verdachte een aanranding van de persoonlijke waardigheid oplevert. Het juridisch kader is uiteengezet in paragraaf 5.4.4.

De handelingen van de verdachte zijn verricht binnen de context van de mediastrategie van IS die - zoals hierboven is overwogen - mede gericht is op het uitdragen van de superioriteit van IS. Onderdeel daarvan is dat IS zijn tegenstanders vernedert en dehumaniseert, vaak op zodanige wijze dat hiervan wereldwijd kennis kan worden genomen. Vast staat dat de verdachte beide video’s, die officiële publicaties van IS zijn, heeft verspreid in een Telegramgroep (TG4) van 80 leden en daarbij bij video 1 de tekst “like roasted chicken” heeft toegevoegd. De Telegramgroep is een groep met 80 gelijkgestemde leden die onderling op grote schaal allerlei beeldmateriaal van sektarisch geweld van IS deelden waarin gruwelijk geweld tegen andersgelovigen wordt verheerlijkt en aangeprezen. De inhoud van beide video’s laten bij uitstek zien hoe IS-strijders gevangen genomen soldaten dehumaniseert en vernedert.

Voor video 1 betrekt de rechtbank dat de lichamelijke en psychische integriteit van de gevangen genomen slachtoffers op grove wijze wordt geschonden. In deze video dehumaniseert IS in dit geval leden van sjiitische milities in Irak door ze, terwijl zij worden gefilmd, als dieren - nog levend - aan hun handen en voeten met kettingen aan een stellage te hangen en ze vervolgens een zeer pijnlijke dood te laten ondergaan door hen aldus vastgebonden en hangend levend in brand te steken en door verbranding om het leven te brengen. In de toespraak die te horen is, wordt gezegd dat hun basis moet worden vernield en dat ze volgens Allah gestraft moeten worden zoals ze ook ons gestraft hebben.

Voor video 2 betrekt de rechtbank in haar oordeel dat het filmen van het door het hoofd schieten van een gevangene en vervolgens het verspreiden van dit beeldmateriaal door IS een ernstige vernederende en onterende handeling is. Daarbij betrekt de rechtbank ook het vernederende onderschrift bij dit beeldmateriaal, te weten de woorden “zelfs als je mij een miljoen geeft, zullen wij jou niet aanvaarden. Jij bent een rafidi”. De rechtbank is van oordeel dat met deze video IS duidelijk wil maken dat de sjiieten als ongelovigen moeten worden bestempeld en volgens IS daarom moeten worden gedood.

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat de term ‘Rafedata’ zoals gebruikt in de tekst niet beledigend bedoeld is maar een, zo begrijpt de rechtbank, neutrale aanduiding is voor mensen afkomstig uit het gebied tussen de rivieren de Eufraat en de Tigris. De rechtbank gaat in die uitleg van de verdachte niet mee. Immers, in de tekst behorend bij video 1, wordt de term ‘Rafedata’ direct gevolgd door de woorden ‘vuile en smerige dynastie’, welke woorden volstrekt niet als neutrale aanduiding kunnen worden begrepen.

Het aandeel van de verdachte op 25 en 26 september 2019 in Uithoorn is dat zij de mediastrategie van IS heeft opgevolgd door deze video’s verder te verspreiden via haar Telegramaccount in de Telegramgroep aan 80 leden. Zij heeft bij video 1 bovendien commentaar toegevoegd. Dit betrof een Telegramgroep die als doel had om extremistisch jihadistisch materiaal te verspreiden, waarin IS werd verheerlijkt, (financiële) steun voor IS werd geworven en waarin werd opgeroepen om ongelovigen te doden. Aldus heeft een groot aantal mensen in deze context kennis kunnen nemen van de video’s en het commentaar. Door de video’s te verspreiden, al dan niet met het commentaar, heeft zij laten blijken achter de gruwelpraktijken van IS en het doel waarmee deze video’s zijn gemaakt en de verspreiding daarvan te staan. Op deze wijze heeft zij ook laten blijken dat de lichamen in video 1 als een trofee moeten worden gezien en dat zij, als deelnemer aan IS, superieur is ten opzichte van de overledenen. De handelingen van de verdachte dragen bij aan het etaleren van het doden van ‘ongelovigen’ en passen binnen de mediastrategie van de organisatie. Naar het oordeel van de rechtbank is het verspreiden van de video’s in de context van deze Telegramgroep, waarin de lichamelijke en psychische integriteit van de gevangen genomen personen op grove wijze wordt geschonden en welke personen herkenbaar in beeld zijn, op zichzelf al zonder meer vernederend en onterend. Daarbij komt dat bij video 2 door anderen - onder meer - emoticons van lachende gezichten zijn geplaatst, wat de vernedering van de soldaat nog verder benadrukt. Bij video 1 heeft de verdachte bovendien zelf nog de uiterst vernederende tekst “like roasted chicken” bij de video geplaatst. Deze gedragingen van de verdachte zijn in samenhang bezien dan ook van een zodanige ernst dat deze als een aanranding van de persoonlijke waardigheid van de overleden personen moeten worden gezien.

Ad 2. Is het slachtoffer een beschermd persoon in de zin van gemeenschappelijk artikel 3 GC?

Met personen die niet rechtstreeks aan de vijandelijkheden deelnemen wordt in gemeenschappelijk artikel 3 van de Verdragen van Genève gedoeld op burgers, maar ook op onder meer het personeel van strijdkrachten dat de wapens heeft neergelegd, en op hen die buiten gevecht zijn gesteld door ziekte, verwonding, gevangenschap of enige andere oorzaak.

De personen die te zien zijn op de beelden van video 1 zijn in oranje overalls gekleed, vastgebonden en worden aan een stellage opgehangen door IS. Dit duidt erop dat deze personen gevangen genomen zijn en zich in de macht van IS bevinden. Op de beelden van video 2 is een zittende man te zien met zijn handen op zijn rug gebonden in camouflagekleding. Blijkens de ondertitel gaat het om een gevangen genomen soldaat. Hieruit leidt de rechtbank af dat deze persoon een gevangengenomen soldaat is die zich in de macht van IS bevindt. Anders dan de raadsman heeft betoogd, is het dus wel degelijk duidelijk om wat voor slachtoffers het gaat. De rechtbank stelt vast dat de gedragingen zijn begaan jegens personen die niet (langer) rechtstreeks aan de vijandelijkheden deelnamen.

Ad 3. Was de verdachte op de hoogte van de feiten en omstandigheden die ten grondslag lagen aan de beschermde status van het slachtoffer?

Als komt vast te staan dat de verdachte kennis heeft genomen van de inhoud van de beelden van de video’s staat naar het oordeel van de rechtbank eveneens vast dat de verdachte op de hoogte is van de beschermde status van de slachtoffers, nu immers overduidelijk is dat de slachtoffers op beide video’s gevangenen van IS betreffen. Nu de verdachte video 2 heeft gedownload op haar Huawei tablet en zij deze heeft gedeeld, voorzien van een bijschrift van anderen, in voormelde Telegramgroep, gaat de rechtbank ervan uit dat zij op de hoogte was van de inhoud van het beeldmateriaal. Van het tegendeel is de rechtbank ook niet gebleken. Ook van video 1 staat vast dat zij deze heeft gedeeld in deze Telegramgroep. Nu zij daar zelf nog de tekst “like roasted chicken” aan heeft toegevoegd, terwijl in de video lichamen worden verbrand, kan het niet anders dan dat de verdachte ook deze video heeft bekeken en dus op de hoogte was van de inhoud van de beelden. Dit leidt tot de conclusie dat de verdachte dus op de hoogte was van de beschermde status van de slachtoffers in beide video’s.

Ad 4. Is er een nexus tussen de verweten gedraging van de verdachte en het hiervoor genoemde gewapende conflict?

Voor een bewezenverklaring van een oorlogsmisdrijf, dient er tussen de verweten gedraging en het gewapende conflict sprake te zijn van voldoende samenhang, ook wel ‘nexus’ genoemd.

Uit de jurisprudentie van het ICTY volgt dat in het kader van de nexus niet is vereist dat de gedragingen plaatsvonden in de loop van de gevechten of binnen het gebied waar daadwerkelijk de strijd plaatsvindt, voor zover de misdrijven nauw samenhangen met de vijandelijkheden.150 Een causaal verband is niet vereist, maar het conflict moet wel een wezenlijke rol hebben gespeeld in de mogelijkheid of beslissing om het misdrijf te plegen, de wijze waarop het misdrijf is begaan of het doel waarmee het misdrijf is begaan.151 De strafrechtelijke aansprakelijkheid voor oorlogsmisdrijven is niet gelimiteerd tot de strijdende partijen en degenen die in nabije relatie staan met één van de partijen.152

De nexus kan onder meer kan worden vastgesteld aan de hand van de status van het slachtoffer en de dader onder de Verdragen van Genève en de rol die zij hadden in de vijandelijkheden, of het misdrijf het (eind)doel van een militaire strategie bevordert en/of de handeling(en) zijn gepleegd als onderdeel van of in de context van de officiële taken van de dader.153 De dader moet op de hoogte zijn van de feitelijke omstandigheden die geleid hebben tot het gewapend conflict. Niet vereist is dat de verdachte een juridische analyse heeft gemaakt of er sprake was van een (niet-)internationaal gewapend conflict. Vastgesteld dient te worden of hij of zij zich bewust was van de feitelijke omstandigheden van het gewapend conflict. Concreet overweegt het ICC hiertoe dat de verdachte zich bewust moet zijn van de vijandelijkheden tussen (ten minste twee) entiteiten, en dat deze vijandelijkheden een bepaalde intensiteit hebben en de entiteiten georganiseerd zijn.154

De rechtbank stelt vast dat de verdachte het gedachtengoed van IS aanhangend videobeelden van het levend verbranden en doodschieten van door IS gevangengenomen slachtoffers in 2014 en 2015 in Irak in september 2019 in Nederland verder heeft verspreid, onder 80 leden van een Telegramgroep, waarbij zij één van de video’s heeft voorzien van vernederend commentaar. Anders dan de raadsman heeft gesteld draagt het aldus etaleren van gevangenen en overleden personen ook in september 2019 bij aan een (verdere) aanranding van de persoonlijke waardigheid van gevangen genomen personen. Daarmee heeft de verdachte gehandeld in navolging van de mediastrategie van IS als ‘media mujahedin’. Hiermee is sprake van een nexus tussen de gedraging van de verdachte en het conflict in Syrië en Irak.

De rechtbank overweegt voorts nog dat de regels van het internationaal humanitair recht, die dienen ter bescherming van personen die niet of niet langer deelnemen aan de vijandelijkheden ook van toepassing zijn op (grote) afstand van het gewapende conflict. Het valt immers niet in te zien dat slachtoffers van een gewapend conflict die voor ernstige schendingen bescherming genieten van het internationaal humanitair recht wel beschermd zouden worden in het gebied van het gewapende conflict zelf maar niet elders in de wereld. Zeker niet nu de videobeelden van deze schendingen van de persoonlijke waardigheid door IS juist zijn gemaakt met het doel om deze beelden verder te verspreiden en aldus deze personen verder te vernederen. Van belang is verder dat - zoals hierboven reeds is vastgesteld - het gewapend conflict tussen IS en andere strijdgroepen in Irak en Syrië ten tijde van het ten laste gelegde nog immer voortduurde. Ook in 2014 en 2015 in het kader van dit gewapend conflict overleden slachtoffers verdienen daarom nog steeds bescherming op grond van het internationaal humanitair recht.

Medeplegen?

De rechtbank kan - met de raadsman - niet vaststellen dat de verdachte deze video’s heeft verspreid in nauwe en bewuste samenwerking met een of meer anderen. De rechtbank zal haar dan ook van dit onderdeel vrijspreken.

Conclusie oorlogsmisdrijf aanranding van de persoonlijke waardigheid

Op grond van al het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het haar bij dagvaarding I onder feit 5 ten laste gelegde oorlogsmisdrijf heeft begaan.

6.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten aanzien van de verdachte bewezen dat:

zij in de periode van 25 september 2019 tot en met 26 september 2019, in Nederland,

meermalen,

in geval van een niet-internationaal gewapend conflict op het grondgebied van Irak en Syrië, in strijd met het bepaalde in gemeenschappelijk artikel 3 van de Verdragen van Geneve van 12 augustus 1949,

personen die (toen) niet (meer) rechtstreeks aan de vijandelijkheden deelnamen, te

weten personen die buiten gevecht zijn gesteld door gevangenschap, in hun persoonlijke waardigheid heeft aangerand en in het bijzonder vernederend en onterend heeft behandeld,

immers heeft zij, verdachte, een Telegramgroep TG4 onder de naam GreenB1rds bezocht en in deze groep een bericht en twee video's geplaatst en/of gedeeld, te weten:

- een video met bijschrift. In de video is te zien is hoe vier mannen in oranje overalls met kettingen aan handen en voeten aan een stellage hangen en met behulp van een brandbare stof in brand worden gestoken. Op de achtergrond is een IS-vlag zichtbaar. Het bijschrift bij de video is een Arabische tekst die luidt (vertaald) : Dit is kwelling voor de vijanden van Allah de Verhevene. Verspreid en deel hem #verbranding van de_islam_vijanden.

en

- een bericht bij voornoemde video waarop te zien is hoe vier mannen in oranje overalls met kettingen aan handen en voeten aan een stellage hangen en met behulp van een brandbare stof in brand worden gestoken, te weten: Like roasted chicken.

en

- een video met bijschrift. In de video is een logo van de IS-vlag te zien. De video toont een zittende man, gekleed in camouflagekleding met de Irakese vlag op de borst. De man wordt in het hoofd geschoten, terwijl zijn handen op zijn rug zitten. Ondertussen wordt er "Allahu akbar" geroepen en is er een Arabischtalige nashid (lied) te horen. Het bijschrift bij de video is in het Arabisch en bevat emoticons van lachende gezichtjes en een mes. In het bijschrift wordt gesteld: "jij bent een rafidi", gevolgd door een emoticon van een mes.

en dit bericht en deze video's daarmee verspreid en openbaar gemaakt.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

7. Dagvaarding I: Opruiing en verspreiding ter opruiing tot een terroristisch misdrijf en tot een oorlogsmisdrijf (feiten 3 en 4)

7.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte de in de tenlastelegging genoemde jihadistische geschriften, afbeeldingen en video’s via Telegram in diverse openbare/privé kanalen en groepen heeft verspreid en/of in voorraad heeft gehad om verspreid te worden. Die bestanden hebben een opruiend karakter, omdat daarin volgens het Openbaar Ministerie wordt aangespoord tot deelname aan de gewapende jihadstrijd in het algemeen en die van IS in het bijzonder, en daarmee tot het plegen van terroristische misdrijven en oorlogsmisdrijven. De verdachte wist of had ernstige reden om te vermoeden dat het om opruiende bestanden ging.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 3 en 4 ten laste gelegde. De verdediging heeft bepleit dat het filmpje waarop de gevangenen worden verbrand en de afbeeldingen met aanhef “O! Muslims”, “And O! You Crusaders” niet opruiend van aard zijn. De afbeelding met aanhef “O! You supporters of the Caliphate outside the land of Khilafa” bevat voorts geen oproeping tot moord dan wel doodslag met terroristisch oogmerk. Verder is bepleit dat de bestanden op haar gegevensdragers zijn terechtgekomen omdat zij automatisch downloaden had aan staan. Uit de video’s of bijschriften blijkt voorts niet dat er oorlogsmisdrijven gepleegd moeten worden, zodat ook dat niet bewezen kan worden. Tot slot is geen sprake van medeplegen, aldus de verdediging.

7.3

De beoordeling van de tenlastelegging

7.3.1

Inleiding

De rechtbank heeft hiervoor (paragraaf 4.5) vastgesteld dat de verdachte als beheerder of lid van verschillende Telegramgroepen, veelal onder de naam Greenb1rds, berichten heeft geplaatst. Deze Telegramgroepen hadden - zoals ook hierboven reeds is overwogen - tot doel te fungeren als propagandamiddel voor IS: in deze groepen werd IS verheerlijkt, IS-propaganda verspreid, (financiële) steun voor IS geworven en aangespoord tot het doden van de ‘ongelovigen’. De verdachte wordt onder de feiten 3 en 4 verweten dat zij door het plaatsen van berichten, inhoudende tekstberichten, afbeeldingen en video’s, heeft opgeruid, of heeft verspreid ter opruiing, tot het plegen van - kort gezegd - terroristische misdrijven en oorlogsmisdrijven. De rechtbank zal in het navolgende ingaan op het juridisch kader als het gaat om opruiing en verspreiding ter opruiing, gevolgd door een aantal opmerkingen over de tenlastelegging. De rechtbank zal daarna beoordelen of de ten laste gelegde berichten als opruiend kunnen worden aangemerkt. De rechtbank zal de beoordeling van de berichten als het gaat om de opruiing en het verspreiding ter opruiing tot het plegen van terroristische misdrijven en de opruiing en het verspreiding ter opruiing tot het plegen van oorlogsmisdrijven apart bespreken. Daarna zal de rechtbank afsluiten met een aantal overwegingen over alle ten laste gelegde berichten.

7.3.2

Juridisch kader

Opruiing en verspreiding ter opruiing

In de artikelen 131 en het aanverwante ‘verspreidingsdelict’ 132 van het WvSr is opruiing tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag strafbaar gesteld. Uit feiten en omstandigheden moet kunnen worden afgeleid dat voldoende duidelijk is dat, indien datgene waartoe wordt opgeroepen wordt uitgevoerd, dit een strafbaar feit zou opleveren. Opruiing kan op directe of indirecte wijze plaatsvinden. Opruiing is niet het dwingen van iemand tot het plegen van een (strafbaar) feit, maar het opwekken van de gedachte aan enig feit, het trachten de mening te vestigen dat dit feit noodzakelijk of wenselijk is en het verlangen op te wekken om dat feit te bewerkstelligen. Het gaat dus om een zodanige voorstelling van de wenselijkheid of noodzakelijkheid dat deze geschikt is om de overtuiging daarvan bij anderen op te wekken. Opruiing kan de vorm van een verzoek of een aansporing aannemen of in een imperatieve vorm worden gegoten. Opruiing is reeds voltooid als de uitlating door de opruier is gedaan. Het is niet vereist dat de opruiing enig resultaat heeft, bijvoorbeeld dat het publiek kennis heeft genomen van het opruiend geschrift.155Ook is niet van belang dat het feit waartoe wordt opgeruid daadwerkelijk plaats vindt of dat vast komt te staan dat het redelijkerwijs waarschijnlijk is dat het strafbare feit zal plaatsvinden.

Opzet ligt besloten in de delictshandeling ‘opruit’. Degene die opruit hoeft niet te weten dat strafbaar is waartoe hij aanzet. Het opzet, eventueel in voorwaardelijke zin, dient gericht te zijn op alle bestanddelen van het strafbare feit, waartoe wordt opgeruid. Van belang is ook of degene die de uitlatingen doet, de bedoeling heeft om ze ‘in het openbaar’ te brengen.

Waar het bij artikel 132 van het WvSr om gaat is dat de dader aan de inhoud van een opruiend geschrift of afbeelding ruchtbaarheid wil geven.156

Bij artikel 132 van het WvSr houden de gebruikte werkwoorden (verspreiden, openlijk tentoonstellen, aanslaan, in voorraad hebben) het opzet in, dat mede voorwaardelijk opzet omvat. Degene die de opruiende geschriften verspreidt, hoeft niet precies te weten tot welk soort strafbaar feit daarin wordt opgeruid. Zijn doel hoeft ook niet te zijn om zelf op te ruien. Wel vereist is dat degene die dit doet ten minste ernstige redenen heeft om te vermoeden dat de geschriften of afbeeldingen die worden verspreid, opruiend zijn.

De artikelen 131 en 132 van het WvSr vereisen dat de opruiing in het openbaar plaatsvindt. In het openbaar betekent niet dat het ‘op een openbare plaats’ moet plaatsvinden. Het uiten van opruiende woorden moet onder zodanige omstandigheden en op zodanige wijze plaatsvinden, dat zij door het publiek gehoord kunnen worden. Door het plaatsen van uitlatingen op social media worden deze in de openbaarheid gebracht. Het internet kan worden aangemerkt als een openbare plaats, mits het publiek toegang heeft tot de internetpagina waarop de teksten zijn weergegeven.157

Of sprake is van een opruiende uitlating kan onder meer afhangen van de bewoordingen waarin de uitlating is gesteld, de kennelijke bedoeling van de uitlating, de context waarin de uitlating is gedaan, de plaats waar en de gelegenheid waarbij de uitlating werd gedaan en de doelgroep tot wie de uitlating kennelijk was gericht.

Tot slot geldt dat de in artikelen 131 en 132 van het WvSr genoemde ‘strafbare feiten’ wordt gedoeld op strafbare feiten naar Nederlands recht.

Vrijheid van meningsuiting

Bij de beoordeling van de vraag of een uiting of een geschrift in strafbare zin al dan niet als opruiend moet worden aangemerkt dient bovendien te worden getoetst aan de vrijheid van meningsuiting zoals beschermd door artikel 10 van het EVRM. Dit betreft immers de fundamenten van de Nederlandse rechtsorde. Beperking van dit grondrecht is alleen toegestaan indien deze (i) bij wet is voorzien, (ii) een geoorloofd doel dient en (iii) noodzakelijk is in een democratische samenleving. Uit de Europese jurisprudentie leidt de rechtbank af dat “noodzakelijk” inhoudt: een dringende maatschappelijke noodzaak (“pressing social need”) waarbij aan de lidstaten een zekere vrijheid toekomt bij de waardering van die noodzaak. Bij die waardering moet een afweging worden gemaakt tussen het fundamentele belang van de vrijheid van meningsuiting (het individuele grondrecht) en het fundamentele belang van bescherming van de democratische rechtsstaat (het algemene fundamentele maatschappelijke belang). Een aanvaardbare beperking van deze vrijheid dient in ieder geval te voldoen aan eisen van proportionaliteit. Tegen deze achtergrond is de vraag in hoeverre de overheid gerechtigd is een inbreuk te maken op het grondrecht niet in algemene zin te beantwoorden, maar zullen, naast de letterlijke betekenis van de uiting of boodschap, de omstandigheden van het geval uitsluitsel moeten geven.158

7.3.3

Opmerkingen tenlastelegging

De verdachte wordt verweten dat zij heeft opgeruid en heeft verspreid ter opruiing tot een terroristisch misdrijf en tot een oorlogsmisdrijf. Hiertoe zijn door het Openbaar Ministerie het plaatsen van een aantal chatberichten inhoudende video’s, afbeeldingen en tekstberichten ten laste gelegd en het in voorraad hebben van twee video’s. Voor het eenvoudiger bespreken van deze chatberichten en video’s, heeft de rechtbank ervoor gekozen om de gedachtestreepjes voor deze chatberichten en video’s als volgt te voorzien van een letter of een romeins cijfer:

Feit 3: artikel 131, tweede lid, van het WvSr:

opruiing tot een terroristisch misdrijf

a. video met bijschrift waarop vier mannen in oranje overalls hangende aan een stellage levend worden verbrand en/of

b. afbeelding van een bebloede hand met daarna een tekst over het vergieten van bloed van polytheïsten (mushrikin) gevolgd door 5 afbeeldingen/posters en/of

c. video waarop een man door het hoofd wordt geschoten en/of

d. afbeelding van een persoon met een bebloede hand met tekst en/of

opruiing tot een oorlogsmisdrijf

I. video met bijschrift waarop vier mannen in oranje overalls hangende aan een stellage levend worden verbrand met bijschrift en/of

II. bericht bij video I met de tekst: ‘Like roasted chicken’ en/of

III. video waarop een man door het hoofd wordt geschoten en/of

Feit 4: artikel 132, derde lid, van het WvSr:

verspreiding ter opruiing tot een terroristisch misdrijf

a. video met bijschrift waarop vier mannen in oranje overalls hangende aan een stellage levend worden verbrand en/of

b. afbeelding van een bebloede hand met daarna een tekst over het vergieten van bloed van polytheïsten (mushrikin) gevolgd door 5 afbeeldingen/posters en/of

c. video waarop een man door het hoofd wordt geschoten en/of

d. afbeelding van een persoon met een bebloede hand met tekst en/of

e. twee video’s: geboeide en geblinddoekte mannen op een heuvel en een explosie en/of

f. video met Arabisch onderschrift ‘De legendes van Islamitische Staat in Mosul en/of

g. tekstbericht waarin de vraag wordt gesteld waar de mannen zijn die ‘deze Umma’ (De rechtbank begrijpt: Ummah) moeten verdedigen chat 7 en 11 (onderzoek 26Cochran) en/of

h. video waarin personen worden onthoofd en/of

opruiing tot een oorlogsmisdrijf

I. video met bijschrift waarop vier mannen in oranje overalls hangende aan een stellage levend worden verbrand met bijschrift en/of

II. bericht bij video onder I met de tekst: ‘Like roasted chicken’ en/of

III. video waarop een man door het hoofd wordt geschoten

In totaal gaat het om zeven te beoordelen items, namelijk zes geplaatste tekstberichten/video’s en/of afbeeldingen in Telegramgroepen, al dan niet voorzien van bijschrift en een zevende video die is aangetroffen op de Huawei van de verdachte. De berichten in feit 3 onder a t/m d en feit 4 onder a t/m d betreffen dezelfde berichten. Dit geldt ook voor de berichten in feit 3 onder I, II, III en feit 4 onder I, II en III. Verder zijn er drie berichten en een video (in voorraad) alleen onder feit 4 e t/m h ten laste gelegd. De video’s zullen hierna bij letter of Romeins cijfer worden aangeduid. De rechtbank stelt ten slotte vast dat de onder b en d ten laste gelegde berichten dezelfde berichten zijn; het lijkt erop dat deze berichten per abuis als verschillende items ten laste zijn gelegd.

7.3.4

Opruiing en verspreiding ter opruiing tot het plegen van terroristische misdrijven: overwegingen vooraf

De strafbaarstelling van opruiing en verspreiding ter opruiing is bij wet voorzien en dient een geoorloofd doel, te weten het voorkomen van andere strafbare feiten. Nederland heeft bovendien de internationale verplichting terrorisme te bestrijden.159 De beperking van de vrijheid van meningsuiting is dus bij wet voorzien, dient een geoorloofd doel en is noodzakelijk in een democratische samenleving. Met andere woorden, artikel 10 van het EVRM biedt geen bescherming aan hen die opruien tot terroristische misdrijven dan wel geschriften die daartoe opruien te verspreiden.

Ten laste is gelegd opruiing en verspreiding ter opruiing tot het plegen van (een) terroristische misdrij(f)(ven) dan wel misdrijven ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf. In onderhavige zaak kan dan onder meer worden gedacht aan opruiing tot deelname aan IS (door zich aan te sluiten bij de gewapende strijd), aanslagen te plegen (het doden van de ‘ongelovigen’) en het financieel ondersteunen van IS.

7.3.5

Zijn de berichten qua inhoud opruiend tot het plegen van terroristische misdrijven?

De rechtbank zal nu eerst beoordelen of de berichten gelet op hun inhoud reeds als opruiend kunnen worden aangemerkt. Indien dit niet het geval is zal de rechtbank beoordelen of zij toch als opruiend zijn aan te merken gelet op de overige omstandigheden en factoren zoals in het juridisch kader genoemd.

video a

De verdachte heeft op 26 september 2019 om 00:34:09 in haar woning in Uithoorn in de Telegramgroep GreenB1rds (TG4), een groep met 80 leden, een video van 1:58 minuten geplaatst.

Op de videobeelden is - zoals hiervoor ook in hoofdstuk 6 (video 1) is overwogen - te zien dat vier mannen in oranje overalls met kettingen aan handen en voeten aan een stellage hangen en met behulp van een brandbare stof in brand worden gestoken. Door NesmuMutawahiddeen is vervolgens de opmerking ‘Like roasted chicken’ geplaatst. Op de video is verder een gewapende en gemaskerde man zichtbaar die camouflagekleding draagt. Achter deze man staan vier mannen in oranje overalls met daarachter vier in het zwart geklede mannen die gewapend en gemaskerd zijn. De man in camouflagekleding houdt een toespraak die duurt tot minuut 01:22, waarna een lied begint. Te zien is dat de mannen in overalls levend worden verbrand. Het bijschrift bij de video is als volgt vertaald:

Dit is kwelling voor de vijanden van Allah de Verhevene. Verspreid en deel hem #verbranding van de_islam_vijanden’. De toespraak is als volgt vertaald: ‘Het is niet vreemd, want ze zijn de volgeling[en] van Abin Saba al Yahoudi en kleinkinderen van Abin Al Alqami, daarom moeten we hun basis [opmerking tolk: hun fundament] vernielen. Deze hebben de moslim[s] in de tijd van de Tartaren [opmerking tolk: Turkse volkeren] veel ellende veroorzaakt, en ze hebben toen alles kapot gemaakt. De Rafedata van gisteren zijn de Rafedata van vandaag [opmerking tolk: een vervoeging van het woord rawavid, deze term wordt gebruikt als beledigende term voor sjiieten], een vuile en smerige dynastie. Zij mikken op moslims, ze hebben namelijk [een] paar dagen geleden 1 moslim in de stad al Garma verbrand en daarna 3 andere moslims in de stad Diyala verbrand. Het is nu de tijd om ze te straffen, vandaag gaan wij ze aanvallen zoals zij onze broeders hebben aangevallen. We gaan ze straffen zoals zij onze broeders hebben gestraft. Allah zegt: “als je aangevallen wordt, val je ze op dezelfde manier aan en Allah zegt ook: bestraf ze met dezelfde straf zoals jij mee bent gestraft. Ook zegt Allah: Kwaad straf je met een kwaad". Allah is de beheerder over zijn zaken, maar de meeste mensen weten het niet [opmerking tolk: bron vers 12:21, Surah Yusuf]’.160

Door een Midden-Oostendeskundige is de video geduid. In de rechterbovenhoek is een zwarte vlag met witte tekst te zien. De tekst op de vlag is de islamitische geloofsbelijdenis. De vlag ziet eruit zoals gebruikt door ISIS (rechtbank: IS). Later wordt de vlag afgewisseld met het logo van Al-Anbar, de naam van een provincie (wilaya) van ISIS in Irak. De vlag en het logo van de provincie wijzen erop dat het een video betreft uitgegeven door een officieel mediakanaal van ISIS. De toespraak in het Arabisch gaat in op de misdaden van de rawafid, een scheldwoord gebruikt door ISIS voor de sjiieten. De spreker kondigt aan dat de vier mannen behandeld zullen worden zoals ‘zij onze broeders’ hebben behandeld, en gestraft worden zoals zij ‘ons’ hebben gestraft. Dit wordt door de spreker ondersteund met citaten uit de Koran.161

De rechtbank is van oordeel dat IS door deze video, waarin in dit geval leden van sjiitische milities in Irak die als beesten aan hun handen en voeten aan een stellage hangen, een zeer pijnlijke dood ondergaan doordat zij in brand worden gestoken, te maken en te verspreiden hun tegenstanders vrees aanjagen dat zij eenzelfde lot zullen ondergaan als zij zich niet onderwerpen aan IS. In de toespraak wordt gezegd dat hun basis moet worden vernield en dat ze volgens Allah gestraft moeten worden zoals ze ook ons gestraft hebben. De gewapende jihadstrijd en deze vorm van meedogenloos geweld wordt hiermee gelegitimeerd. Het verspreiden van deze video draagt - zoals ook al eerder door de rechtbank is overwogen - bij aan het etaleren en verheerlijken van de macht van IS en past in de mediastrategie van de organisatie, die onder meer tot doel heeft om vijanden of tegenstanders van IS te intimideren. De rechtbank is, evenals de verdediging en anders dan het Openbaar Ministerie, van oordeel dat deze video met daarbij de tekst ‘like roasted chicken’ en het Arabisch bijschrift op zichzelf niet als opruiend tot een terroristisch misdrijf kan worden aangemerkt. Dat het gaat om meedogenloos geweld en in de video wordt gezegd dat ‘we hun fundament moeten vernielen’ is onvoldoende om anderen aan te sporen hetzelfde te doen. Of deze video toch als opruiend is aan te merken in verband met de context waarin en de bedoeling waarmee deze video geplaatst is, zal de rechtbank hierna onder 7.3.6 bespreken.

bericht b (en d)

Dit bericht is gepost door de verdachte op 26 september 2019 in TG5, een groep met 56 leden op 6 augustus 2019. Het bericht bestaat uit een afbeelding van een bebloede hand, gevolgd door een Engelstalig bericht met bijlage. De tekst eronder gaat in op het vergieten van bloed van de polytheïsten (mushrikin). In de tekst wordt gesteld dat het voor de gelovige moslim is toegestaan om dit bloed te vergieten. Deze stelling wordt onderbouwd met citaten uit de Koran en de overleveringen uit de tijd van de profeet Mohammed (hadith). Deze tekst wordt gevolgd door vijf afbeeldingen of posters: afbeeldingen met Engelstalige tekst die onder andere oproepen bevatten tot aanslagen tegen de ongelovigen, ook als je niet in staat bent om uit te reizen, door bijvoorbeeld aanslagen te plegen met voertuigen door op mensen in te rijden.162

De rechtbank is van oordeel dat dit bericht naar zijn inhoud opruiend is. Duidelijk is dat de boodschap van dit bericht is dat de ‘ongelovigen’ mogen worden gedood en dat wordt opgeroepen om aanslagen te plegen, bijvoorbeeld door met een voertuig op mensen in te rijden. Door dit bericht vervolgens te plaatsen in een Telegramgroep die tot doel had om (on)officiële IS-propagandamateriaal te verspreiden om aanhangers te verwerven voor IS voor financiële steun en steun aan de gewapende strijd, waarbij ook werd opgeroepen om ‘ongelovigen’ te doden, ruit de verdachte met dit chatbericht op tot het plegen van terroristische misdrijven.

video c

Deze video is door de verdachte op 25 september 2019 om 23:19 in TG4 met de naam Greenb1rds met 80 leden gepost en is ook aangetroffen op de Huawei tablet. De verdachte is beheerder van deze groep.

Deze video is geduid door een Midden-Oostendeskundige. De video duurt 00:27 min. Rechts bovenin is als logo een zwarte vlag te zien met in het wit de tekst van de islamitische geloofsbelijdenis, in de vormgeving zoals gebruikt door IS. Dit logo wordt afgewisseld met het logo van Salahuddin, één van de zogenoemde wilaya’s (provincies) van IS in Irak. Uit de logo’s valt af te leiden dat de video een officiële publicatie betreft van IS, uitgegeven door het mediakanaal van de genoemde provincie.

In de video is een zittende man te zien, gekleed in camouflagekleding met de Irakese vlag op de borst. In de ondertiteling is te lezen dat het gaat om een gevangengenomen soldaat van het ‘rafidaleger’ [het sjiitische leger], gevangen genomen door ‘Al-dawla al-islamiyya’ [de islamitische Staat]. De man spreekt met een ander, die buiten beeld blijft en die hem beschuldigt van afvalligheid. De man op de grond spreekt dit tegen. Tegen het einde van de video zijn enkele foto’s te zien van een militair in functie uit het Irakese leger. Vermoedelijk betreffen het foto’s van de geboeide man, om zijn functie in het leger aan te tonen. Het beeld verspringt daarna weer naar de man op de grond. Te zien is dat hij op de grond ligt en in het hoofd wordt geschoten, terwijl zijn handen op zijn rug zitten. Ondertussen wordt er ‘Allahu akbar’ geroepen. (God is de grootste), en een fragment van een Arabischtalige nashid (lied). Het bijschrift bij de video is in het Arabisch en bevat emoticons van lachende gezichtjes en een mes. In het bijschrift wordt onder andere gesteld: ‘Jij bent een rafidi’ [scheldwoord voor ‘sjiiet’], gevolgd door een emoticon van een mes.163

Door een tolk is wat wordt gezegd op de video vertaald. Op de video wordt gesproken tussen twee personen - een spreker die niet zichtbaar is (aangeduid als NN1) en de man in camouflagekleding (NN2) - in een taal die de tolk niet machtig is. De tekst op de video is door de tolk als volgt uit het Arabisch naar het Nederlands vertaald:

“NN1: Zelfs voor miljarden zullen wij jou niet aanvaarden!

NN2: Waarom?

NN1: We zullen jou niet aanvaarden. Jij bent een afvallige!

NN2: Nee, ik ben geen afvallige! Jullie gaan mij leren bidden, koran lezen en ik ga bij jullie aansluiten.

NN1: Waar gaat je voorkeur naar uit? Een mes of een kogel?

NN2: Nee, ik ben bang voor beide!

NN1: Nee nee, je moet wel kiezen, want het is het een of het ander.

NN2: Ik zweer het bij Allah, het zou beter zijn geweest als je er een bom aan mij had vastgemaakt en me had gegooid.”

Vervolgens worden er kort een aantal zwart-wit foto’s getoond in de video (afbeelding 3). Tijdens het tonen van deze afbeeldingen wordt een lied afgespeeld. De tekst van het lied kan als volgt vanuit het Arabisch naar het Nederlands vertaald worden: “De vergelding is gekomen. Waar blijven de hoge functionarissen? We zullen met slachting naar jullie toekomen.” Daarna wordt er tweemaal Allahu akbar geroepen en wordt de soldaat twee keer door zijn hoofd geschoten.

Het bijschrift van de video is als volgt vertaald: “Ik zal bij jullie aansluiten. Wanneer er een ‘Rafidi’ op Telegram wordt blootgesteld, zegt hij: Ik zal bij jullie aansluiten. Dit is ook hoe jullie zijn bij de leeuwen van het kalifaat. Zelfs als je mij een miljoen geeft, zullen we jou niet aanvaarden. Jij bent een ‘rafidi’”.164

Uit onderzoek is gebleken dat deze video deel uitmaakt van een langere video met de titel ‘And Kill Them Wherever You Overtake Them’ en dat dit één van de executies is van in totaal 1700 sjiitische kadetten van Camp Speicher in Tikrit die zijn uitgevoerd door IS in de buurt van Camp in de provincie Salahuddin, Irak op 12 juni 2014.165

De rechtbank is van oordeel dat IS met deze video duidelijk wil maken dat de sjiieten als ongelovigen moeten worden bestempeld en daarom moeten worden gedood; en wil daarmee andere sjiieten intimideren en vrees aanjagen dat zij eenzelfde lot zullen ondergaan. De gewapende jihadstrijd en deze vorm van meedogenloos geweld wordt hiermee gelegitimeerd. Het verspreiden van deze video draagt bij aan het etaleren en verheerlijken van de macht van IS en past in de mediastrategie van de organisatie, die onder meer tot doel heeft om vijanden of tegenstanders van IS te intimideren door hen vrees aan te jagen. De rechtbank is, anders dan het Openbaar Ministerie, van oordeel dat deze video naar zijn inhoud op zichzelf niet als opruiend tot een terroristisch misdrijf kan worden aangemerkt. Dat de video geweld bevat en een bijschrift waarin staat ‘Ik zal bij jullie aansluiten’ is daarvoor onvoldoende. Of deze video toch als opruiend is aan te merken in verband met de context waarin en de bedoeling waarmee deze video geplaatst is, zal de rechtbank hierna onder 7.3.6 bespreken.

video’s e

Deze video’s zijn gepost door de verdachte als beheerder op 25 september 2019 om 23:13 uur in TG4 met 80 leden, genaamd Greenb1rds.

Het betreft twee video’s die een vervolg op elkaar lijken te zijn, met in de rechterbovenhoek een vlag die lijkt op de vormgeving van IS en een logo van Salahuddin, één van de zogenaamde wilaya’s (provincies) van IS in Irak. De eerste video toont op 00:32 min. de volgende titel en ondertitel: ‘Het ene lichaam 3. Het aantonen van de leugen van de taliban’. De tweede video eindigt met de titel en ondertitel: ‘Het ene lichaam 3. Aanval op de barrakken van het rafidi leger dichtbij de stad Samarra’. De eerste video opent met beelden van mannen op een heuvel, die geboeid en met blinddoeken worden geleid door gewapende mannen. Hierop volgen beelden van de geboeide mannen terwijl ze op de grond zitten, en volgt een explosie op de plek waar ze zitten. De explosie wordt vanuit verschillende hoeken in beeld gebracht, en deels vertraagd afgespeeld. Ondertussen klinkt een toespraak in het Arabisch. In de rest van de video 1 en 2 is een persoon te zien die de toespraak houdt. De toespraak gaat onder andere over het leiderschap van de Taliban. Volgens de spreker is in het heden het leiderschap van de Taliban afgedwaald en niet in staat om werkelijk volgens de wet van God te leven en deze wet op te leggen aan anderen. Als voorbeeld hiervan wordt in de video gesproken over de vredesbesprekingen en andere verbonden en coalities die de Taliban sluiten of proberen te sluiten met ‘ongelovige’ landen. Volgens de spreker zijn sjiieten in staat geweest om in de hoge gelederen van de Taliban te infiltreren en de macht te grijpen.166

De rechtbank stelt vast dat de tegenstander, in dit geval de Taliban, wordt bestempeld als ‘ongelovigen’ nu zij heulen met de vijand, ‘ongelovige’ landen en dat sjiieten onderdeel uitmaken van hun organisatie. Door het tonen van de explosie wordt de boodschap overgebracht dat zij mogen worden gedood. Naar het oordeel van de rechtbank draagt het verspreiden van deze video’s bij aan het etaleren en verheerlijken van de macht van IS en past dit in de mediastrategie van de organisatie. Die onder meer tot doel heeft om vijanden of tegenstanders van IS te intimideren. De rechtbank is, anders dan het Openbaar Ministerie van oordeel dat deze video’s op zichzelf niet als opruiend kunnen worden aangemerkt. Of deze video's toch als opruiend zijn aan te merken in verband met de context waarin en de bedoeling waarmee deze video geplaatst zijn, zal de rechtbank hierna onder 7.3.6 bespreken.

video f

Deze video is op 27 september 2019 door de verdachte vanuit Uithoorn als GB geplaatst in de Telegramgroep GreenB1rds met 137 leden (TG6). Door een Midden-Oostendeskundige is de inhoud van de video geduid. Op de video staat rechts boven in beeld afwisselend de vlag van Islamitische Staat, en in Arabische kalligrafie de naam ‘Ninawa’. Ninawa, ook bekend als Ninive, is een provincie in het Noordwesten van lrak waarvan Mosul de hoofdstad is. ISIS duidde de provincie onder zijn bewind aan als Wilayat Ninawa. De video toont een compilatie van (dronebeelden van) autobomaanslagen. Er worden aanslagen getoond in verschillende wijken van Mosul; de namen van de wijken verschijnen links boven in beeld. Voorts toont de video strijders die in geprepareerde voertuigen stappen en de namen en foto's van martelaren die de aanslagen hebben uitgevoerd. Een vertellende stem roemt de daden van deze ‘martelaren’ (‘verdedigers van de Islam’) en vertelt over de

beloningen die zij zullen ontvangen in het hiernamaals. Op de achtergrond klinken nasheeds

(religieus gezang).167

De rechtbank is met het Openbaar Ministerie van oordeel dat de inhoud van de video opruiend is, nu door het tonen van de autobomaanslagen, de daders en hun namen deze bomaanslagen worden verheerlijkt. Door deze video te plaatsen in een Telegramgroep die tot doel had om (on)officiële IS-propagandamateriaal te verspreiden om aanhangers te verwerven voor IS, worden de leden van die groep door de verdachte vervolgens aangespoord tot het plegen van zulke aanslagen, hetgeen terroristische misdrijven zijn.

bericht g

Op 21 juni 2019 en op 27 juni 2019, heeft de verdachte in chat 7 respectievelijk chat 11 dit tekstbericht geplaatst. Chat 7 had 8 deelnemers. Chat 11 had 6 deelnemers. De tekst van het bericht luidt als volgt:

“Where are the men who will defend this Ummah [de islamitische gemeenschap]? Where are the men who will stand up? Are you not afraid of Jahannam [de hel]? That day wallahi [ik zweer bij Allah] Allah will ask you what have you done? What is your excuse? When Allah brings forth evidences against you! You saw the Ummah pleading! Why did you not help? When you were able to drive over the kuffar[ongelovigen]or stab them with a knife wallahi [(ik zweer) bij Allah] nothing is impossible! Our noble prophet SAAW [vrede zij met hem] spent majority of his life fighting Jihad! Are you following him? you think dua [smeekbede] is enough when you are healthy young men masha'Allah [wat Allah wil] and have a sane mind? Rise up ya shabaab [oh jongelingen]! Bring victory to your Deen [religie] Even if you kill one kafir [ongelovige]! Buy your ticket to Jannah [paradijs]!

Bismillah [in de naam van Allah]! Trust in the Almighty, rectify what needs to be rectified before you will regret it that Day!

De rechtbank is van oordeel dat met dit bericht een beroep wordt gedaan op de (morele) plicht van jonge mannen om de moslimgemeenschap te verdedigen door ongelovigen te doden en dat met de woorden in het bericht druk wordt uitgeoefend om zulks te doen door te zeggen dat zij anders door Allah ter verantwoording worden geroepen en niet naar het paradijs gaan, maar naar de hel.

De rechtbank is van oordeel dat dit bericht reeds naar zijn inhoud opruit tot het doden van ongelovigen en dus tot terroristische misdrijven. Het vervolgens plaatsen van dit bericht in deze Telegramgroepen die tot doel hebben aanhangers van IS te werven voor (financiële) steun en het oproepen tot het doden van ‘ongelovigen’, maakt dat de verdachte anderen met dit bericht heeft willen aansporen tot het plegen van terroristische misdrijven.

video h

Op deze video zijn in het zwart geklede personen te zien die achter andere geknield zittende personen staan. Ze hebben steekwapens of zwaarden in de hand. De personen die geknield zitten op de grond zijn gekleed in oranje kleding. Hun onderlichamen lijken deels in zakken te zitten. Hun gezichten zijn niet bedekt. De video opent met een toespraak van een man in het zwart die vrome spreuken gebruikt en onder andere spreekt over de straf voor degenen die samenwerken met de ongelovigen en samenspannen tegen de gelovigen. De gezichten van de personen van beide groepen worden in beeld gebracht. Hierna is te zien hoe iedere in het zwart geklede persoon het hoofd afsnijdt van de persoon in het oranje voor hem. Dit wordt deels in slow-motion en met close-ups in beeld gebracht. Aan het eind worden de lichamen van de gedode personen getoond.

Van deze video is gebleken dat deze enkel is aantroffen op de Huawei van de verdachte. Wat er ook zij van het opruiend karakter van deze video, uit niets blijkt dat de verdachte deze in voorraad had ter verspreiding. Bij het in voorraad hebben ter verspreiding komt het aan op de intentie waarmee de verdachte deze video in voorraad heeft. Uit de omstandigheden moet blijken dat de verdachte de video onder zich had om deze daadwerkelijk te verspreiden. Daarvan is de rechtbank niet gebleken. Dat de verdachte ook andere afbeeldingen en video’s op de Huawei had staan die ze wel heeft verspreid, is weliswaar een aanwijzing dat zij video’s en afbeeldingen op de Huawei op voorraad had ter verspreiding, maar dat is onvoldoende voor het wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte ook deze video in voorraad had ter verspreiding. De verdachte zal dan ook reeds hierom van dit onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

7.3.6

Zijn de video’s a, c en e gelet op de context toch opruiend tot het plegen van terroristische misdrijven?

De rechtbank heeft hiervoor vastgesteld dat de video’s a, c en e, een uiterst gewelddadige inhoud bevatten, maar dat zij naar hun inhoud op zichzelf niet als opruiend kunnen worden aangemerkt. De rechtbank staat daarom nu voor de vraag of deze video’s door de context waarin en de bedoeling waarmee deze video’s zijn gedeeld, toch opruiend zijn.

In de geplaatste video’s gaat het telkens om geweld gepleegd door IS. Uit de inhoud van de video’s blijkt duidelijk dat er sprake is van een strijd van IS tegen ‘ongelovigen’. Deze video’s zijn door de verdachte geplaatst in Telegramgroepen die tot doel hadden IS-propagandamateriaal te verspreiden, waarbij gebruik van gruwelijk geweld werd verheerlijkt, met als doel om aanhangers te werven voor IS voor financiële steun en steun aan de gewapende strijd, waarbij ook werd opgeroepen om ‘ongelovigen’ te doden. De rechtbank is van oordeel dat in dat licht bezien het plaatsen van video’s van dergelijke aard in zulke Telegramgroepen door de verdachte als opruiend kan worden beschouwd.

Daar komt nog bij dat de rechtbank vaststelt dat de verdachte in de avond/nacht van 25 op 26 september 2019 in een tijdsbestek van twee en een half uur, naast deze video’s nog ruim 20 berichten heeft geplaatst, waarvan een deel naar het oordeel van de rechtbank reeds naar hun inhoud alleen al overduidelijk opruiend is. De rechtbank doelt dan ten eerste op de door de verdachte geplaatste tekst getiteld ‘Killing innocent Kuffar?’ waarin geleerden worden aangehaald en waarbij de boodschap is dat het geoorloofd is om ‘ongelovigen’ te doden. Daarnaast doelt de rechtbank op zeven berichten die de verdachte heeft gedeeld over de kwestie ‘Why we hate you’. Hierin wordt gesteld dat zolang de ongelovigen de islam en de profeet Mohammed beledigen, ‘jullie’ tegenreacties kunnen verwachten met kogels en messen. Deze berichten zijn naar hun inhoud evident opruiend. Gelet op de context, te weten het plaatsen van de ten laste gelegde video’s - al dan niet met bijschrift - in een reeks van berichten, waarvan een deel reeds naar inhoud als opruiend aan te merken is, en de doelgroep waarvoor die video’s bedoeld waren, kunnen de video’s worden aangemerkt als opruiend tot het plegen van terroristische misdrijven.

7.3.7

Opruiing en verspreiding ter opruiing tot het plegen van oorlogsmisdrijven

Overwegingen vooraf

Zoals hierboven overwogen is de strafbaarstelling van opruiing en verspreiding ter opruiing bij wet voorzien en dient een geoorloofd doel, te weten het voorkomen van andere strafbare feiten. De beperking van de vrijheid van meningsuiting is dus bij wet voorzien, dient een geoorloofd doel en is noodzakelijk in een democratische samenleving. Met andere woorden, artikel 10 van het EVRM biedt, net als bij terroristische misdrijven, geen bescherming aan hen die opruien tot oorlogsmisdrijven, dan wel geschriften die daartoe opruien verspreiden.

Video I, bijschrift II en video III

Ten laste is gelegd opruiing en verspreiding ter opruiing tot het plegen van (een) oorlogsmisdrijf, te weten de aanranding van de persoonlijke waardigheid. Het gaat hierbij om twee video’s en één bijschrift, video I met bijschrift II en video III.

Hiervoor heeft de rechtbank vastgesteld dat deze video’s naar hun inhoud op zichzelf niet als opruiend tot een terroristisch misdrijf kunnen worden aangemerkt, maar door de context waarbinnen de video’s zijn geplaatst, als opruiend tot een terroristisch misdrijf door de rechtbank worden aangemerkt. De vraag die nu aan de rechtbank voorligt, is of deze video’s waarvan één met onderschrift ook aan te merken zijn als opruiend tot het oorlogsmisdrijf aanranding van de persoonlijke waardigheid. Dit oorlogsmisdrijf ziet - zoals eerder overwogen - op de bescherming van de eer en waardigheid van eenieder die niet (meer) deelneemt aan de gewapende strijd. Zoals overwogen in hoofdstuk 6 is de rechtbank van oordeel dat de verdachte, door deze video’s en bijschrift I te plaatsen in een Telegramgroep, de persoonlijke waardigheid van de slachtoffers in deze video’s heeft aangerand en aldus een oorlogsmisdrijf heeft gepleegd. Nu is de vraag of door het plaatsen van deze berichten de verdachte anderen ertoe heeft aangespoord hetzelfde te doen.

De rechtbank verwijst naar paragraaf 7.3.5 voor de inhoud van de video’s en het bericht. De rechtbank stelt vast dat deze video’s de handelswijze van IS verheerlijken, de mening vestigen dat het verder verspreiden van dergelijke video’s wenselijk is, en het verlangen opwekken dit ook te doen. Deze video’s en de tekst ‘like roasted chicken’ zijn dan ook op zichzelf als opruiend tot het oorlogsmisdrijf: het aanranden van de persoonlijke waardigheid, aan te merken. Voorts heeft de verdachte zoals vastgesteld de video’s verspreid in een Telegramgroep. In deze Telegramgroep is ook door andere leden extremistisch jihadistisch materiaal gedeeld overeenkomstig het doel van die Telegramgroep. Door in deze groep dergelijke video’s met bijschrift II te verspreiden zijn die andere leden door de verdachte aangespoord datzelfde te doen, namelijk deze video’s en bijschrift verder verspreiden, en zijn zij daarmee opgeruid tot het plegen van oorlogsmisdrijven.

7.3.8

Slotoverwegingen

Openbaarheid

De hierboven besproken chatberichten zijn gedeeld in Telegramgroepen met 6 tot 137 leden. Uit de bewijsmiddelen valt op te maken dat een verbalisant (de WOD-er) zonder al te veel moeite lid kon worden van de Telegramgroepen. Hieruit leidt de rechtbank af dat de Telegramgroepen in beginsel voor iedereen toegankelijk waren. Daar komt bij dat de verdachte als beheerder, samen met andere beheerders van de Telegramgroepen, de links van hun groepen met elkaar deelden. Hierdoor had je als lid van één Telegramgroep ook toegang tot de andere Telegramgroepen. Dit alles maakt dat voldaan is aan het vereiste van openbaarheid.

Opzet

De rechtbank heeft eerder in dit vonnis overwogen dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte als deelnemer aan IS zich in de Telegramgroepen heeft gedragen als ‘Media Mujahedin’ en volgens de mediastrategie van IS heeft gehandeld door berichten te verspreiden om aanhangers voor IS te verwerven voor (financiële) steun, IS te verheerlijken en op te roepen om ‘ongelovigen’ te doden. De opzet tot opruiing en verspreiding ter opruiing is daarmee gegeven.

Medeplegen

De rechtbank kan - met de raadsman - niet vaststellen dat de verdachte haar gedragingen in nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen heeft verricht. De rechtbank zal haar dan ook van dit onderdeel vrijspreken.

Opruiing én verspreiding

Verspreiding van opruiende berichten en opruiing liggen veelal in elkaars verlengde. Daar waar de rechtbank opruiing bewezen acht, komt zij tevens tot bewezenverklaring van verspreiding. Dit geldt voor feit 4 onder a t/m d. Feit 4 e t/m g is alleen ten laste gelegd als verspreiding. Vaststaat dat de verdachte die berichten heeft gedeeld in Telegramgroepen die bij uitstek bedoeld zijn om berichten te delen met de mogelijkheid om die berichten verder (ook buiten die groep) te kunnen delen. De rechtbank komt dan ook tot een bewezenverklaring van verspreiding ten aanzien van Feit 4 e t/m g.

In voorraad ter verspreiding

Ten aanzien feit 3 onder c en III en feit 4 onder c en III, kan ook worden bewezen dat de verdachte deze ter verspreiding op haar Huawei in voorraad heeft gehad, nu wettig en overtuigend bewezen is dat deze video ook door de verdachte is verspreid.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 3, onder a, b, c, d, I, II, III en onder feit 4 onder a, b, c, d, e, f, g, I, II, III ten laste gelegde heeft begaan. Zij spreekt de verdachte vrij van feit 4 onder h.

7.4

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten aanzien van de verdachte bewezen dat:

3.

zij in de periode van 1 januari 2019 tot en met 10 oktober 2019 te Uithoorn, althans in Nederland, meermalen,

in het openbaar, bij geschrift en afbeelding, heeft opgeruid tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag, terwijl datgeen waartoe wordt opgeruid

- een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf ter voorbereiding van een terroristisch misdrijf inhoudt,

door het mede beheren en volgen van verschillende Telegramgroepen onder de naam Greenb1rds en het in deze groepen plaatsen van berichten en afbeeldingen en video's, te weten:

[a] - een video waarop te zien is hoe vier mannen in oranje overalls met kettingen aan handen en voeten aan een stellage hangen en met behulp van een brandbare stof in brand worden gestoken. Op de achtergrond is een IS-vlag zichtbaar. Onder de video zijn twee teksten geplaatst; een Engelse en een Arabische. De Arabische tekst luidt (vertaald): Dit is kwelling voor de vijanden van Allah de Verhevene. Verspreid en deel hem #verbranding van de_islam_vijanden. De Engelse tekst (daaronder) luidt: Like roasted chicken.

en

[b] - een (Engelse) tekst en een aantal afbeeldingen/posters. De tekst wordt voorafgegaan door een afbeelding van een bebloede hand. De tekst eronder gaat in op het vergieten van bloed van de "polytheïsten" (mushrikin). In de tekst wordt gesteld dat het voor de gelovige moslim is toegestaan om dit bloed te vergieten. In de tekst wordt ook gesproken over het gijzelen van personen in "de landen van ongeloof'. Gijzelingen zijn niet bedoeld om te onderhandelen met de ongelovigen, zo wordt gesteld, maar om een bloedbad te veroorzaken tot men zelf wordt gedood. Volgens de tekst is de enige taal die de ongelovige (kafir) verstaat de taal van het geweld: "the language of killing, stabbing and slitting throats, chopping off heads, flattering them under trucks, and burning them alive 'until they give the jizya while they are in a state of humiliation"'. De tekst vervolgt met nog enkele citaten uit de Koran waarin de plicht tot het doden van de ongelovigen wordt benoemd en het bloedvergieten wordt gerechtvaardigd. De tekst wordt gevolgd door vijf (5) afbeeldingen/posters: afbeeldingen met (Engelstalige) teksten. Eén van die afbeeldingen/posters (de vierde) met aanhef "O you Muwahedeen", is gericht aan aanhangers van ISIS die niet in staat zijn om uit te reizen. Deze aanhangers en "soldaten van het kalifaat" in Amerika, Europa, Rusland, Australië, Canada en "alle delen van de wereld" worden opgeroepen om een plan te maken en in actie te komen. Deze aanhangers moeten zoveel mogelijk ongelovigen doden als ze kunnen. Een andere afbeelding/poster (de vijfde) met aanhef "Kill your crusader neighbor", roept de ware monotheïst (muwahid) op om de "kruisvaardersbuurman" en zijn familie te doden door ze op te hangen of hun kelen open te snijden, en hun huizen in brand te steken.

en

[c] - een video met bijschrift. In de video is een logo van de IS-vlag te zien. De video toont een zittende man, gekleed in camouflagekleding met de Irakese vlag op de borst. De man wordt in het hoofd geschoten, terwijl zijn handen op zijn rug zitten. Ondertussen wordt er "Allahu akbar" geroepen en is er een Arabischtalige nashid (lied) te horen. Het bijschrift bij de video is in het Arabisch en bevat emoticons van lachende gezichtjes en een mes. In het bijschrift wordt gesteld: "jij bent een rafidi", gevolgd door een emoticon van een mes.

en

[d] - een afbeelding van een persoon met een bebloede hand, met daaronder de tekst: "Spilling the blood of mushrikien is the greatest form of disavowal"

- een oorlogsmisdrijf inhoudt, te weten

aanranding van de persoonlijke waardigheid, in het bijzonder vernederende en onterende behandeling, van personen die (toen) niet (meer) rechtstreeks aan de vijandelijkheden deelnamen, te weten personen die buiten gevecht zijn gesteld door gevangenschap, in geval van een niet-internationaal gewapend conflict op het grondgebied van Irak en Syrië, in strijd met het bepaalde in gemeenschappelijk artikel 3 van de Verdragen van Geneve van 12 augustus 1949,

door het mede beheren en volgen van een Telegramgroep onder de naam Greenb1rds en het in deze groep plaatsen van het bericht en de video’s:

[I] - een video met bijschrift. In de video is te zien is hoe vier mannen in oranje overalls met kettingen aan handen en voeten aan een stellage hangen en met behulp van een brandbare stof in brand worden gestoken. Op de achtergrond is een IS-vlag zichtbaar. Het bijschrift bij de video is een Arabische tekst die luidt (vertaald): Dit is kwelling voor de vijanden van Allah de Verhevene. Verspreid en deel hem #verbranding van de_islam_vijanden.

en

[II] - een bericht bij voornoemde video waarop te zien is hoe vier mannen in oranje overalls met kettingen aan handen en voeten aan een stellage hangen en met behulp van een brandbare stof in brand worden gestoken, te weten: Like roasted chicken.

en

[III] - een video met bijschrift. In de video is een logo van de IS-vlag te zien. De video toont een zittende man, gekleed in camouflagekleding met de Irakese vlag op de borst. De man wordt in het hoofd geschoten, terwijl zijn handen op zijn rug zitten. Ondertussen wordt er "Allahu akbar" geroepen en is er een Arabischtalige nashid (lied) te horen . Het bijschrift bij de video is in het Arabisch en bevat emoticons van lachende gezichtjes en een mes. In het bijschrift wordt gesteld: "jij bent een rafidi", gevolgd door een emoticon van een mes.

4.

zij in de periode van 1 januari 2019 tot en met 10 oktober 2019 te Uithoorn, althans in Nederland, meermalen, geschriften en afbeeldingen, waarin tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag wordt opgeruid, terwijl datgeen waartoe wordt opgeruid

- een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf ter voorbereiding van een terroristisch misdrijf inhoudt,

heeft verspreid en/of om verspreid te worden, in voorraad heeft gehad,

terwijl zij, verdachte, wist dat in de geschriften en de afbeeldingen zodanige opruiing voorkomt,

immers heeft zij, verdachte verschillende Telegramgroepen, waaronder groepen onder de naam GreenB1rds (mede) beheerd en/of gevolgd en bezocht en in deze groepen de volgende berichten en afbeeldingen en video's geplaatst en/of gedeeld:

[a] - een video waarop te zien is hoe vier mannen in oranje overalls met kettingen aan handen en voeten aan een stellage hangen en met behulp van een brandbare stof in brand worden gestoken. Op de achtergrond is een IS-vlag zichtbaar. Onder de video zijn twee teksten geplaatst; een Engelse en een Arabische. De Arabische tekst luidt (vertaald): Dit is kwelling voor de vijanden van Allah de Verhevene. Verspreid en deel hem #verbranding van de_islam_vijanden. De Engelse tekst (daaronder) luidt: Like roasted chicken.

en

[b] - een (Engelse) tekst en een aantal afbeeldingen/posters. De tekst wordt voorafgegaan door een afbeelding van een bebloede hand. De tekst eronder gaat in op het vergieten van bloed van de "polytheïsten" (mushrikin). In de tekst wordt gesteld dat het voor de gelovige moslim is toegestaan om dit bloed te vergieten. In de tekst wordt ook gesproken over het gijzelen van personen in "de landen van ongeloof”. Gijzelingen zijn niet bedoeld om te onderhandelen met de ongelovigen, zo wordt gesteld, maar om een bloedbad te veroorzaken tot men zelf wordt gedood. Volgens de tekst is de enige taal die de ongelovige (kafir) verstaat de taal van het geweld: "the language of killing, stabbing and slitting throats, chopping off heads, flattering them under trucks, and burning them alive 'until they give the jizya while they are in a state of humiliation’". De tekst vervolgt met nog enkele citaten uit de Koran waarin de plicht tot het doden van de ongelovigen wordt benoemd en het bloedvergieten wordt gerechtvaardigd. De tekst wordt gevolgd door vijf (5) afbeeldingen/posters: afbeeldingen met (Engelstalige) teksten. Eén van die afbeeldingen/posters (de vierde) met aanhef "O you Muwahedeen", is gericht aan aanhangers van ISIS die niet in staat zijn om uit te reizen. Deze aanhangers en "soldaten van het kalifaat" in Amerika, Europa, Rusland, Australië, Canada en "alle delen van de wereld" worden opgeroepen om een plan te maken en in actie te komen. Deze aanhangers moeten zoveel mogelijk ongelovigen doden als ze kunnen. Een andere afbeelding/poster (de vijfde) met aanhef "Kill your crusader neighbor", roept de ware monotheïst (muwahid) op om de "kruisvaardersbuurman " en zijn familie te doden door ze op te hangen of hun kelen open te snijden, en hun huizen in brand te steken.

en

[c] - een video met bijschrift. In de video is een logo van de IS-vlag te zien. De video toont een zittende man, gekleed in camouflagekleding met de Irakese vlag op de borst. De man wordt in het hoofd geschoten, terwijl zijn handen op zijn rug zitten. Ondertussen wordt er "Allahu akbar" geroepen en is er een Arabischtalige nashid (lied) te horen. Het bijschrift bij de video is in het Arabisch en bevat emoticons van lachende gezichtjes en een mes. In het bijschrift wordt gesteld : "jij bent een rafidi", gevolgd door een emoticon van een mes.

en

[d] - een afbeelding van een persoon met een bebloede hand, met daaronder de tekst: "Spilling the blood of mushrikien is the greatest form of disavowal"

en

[e] - twee video's, waarbij de eerste video opent met beelden van mannen op een heuvel, die geboeid en met blinddoeken worden geleid door gewapende mannen. Hierop volgen beelden van de geboeide mannen terwijl ze op de grond zitten, en volgt een explosie op de plek waar ze zitten. De explosie wordt vanuit verschillende hoeken in beeld gebracht, en deels vertraagd afgespeeld. Tevens is in de video's een IS vlag te zien en klinkt er een Arabische toespraak

en

[f] - een video met het Arabische onderschrift (vertaald): "De legendes van de Islamitische Staat in Mosul". Op de video is een IS vlag te zien. De video toont een compilatie van (dronebeelden van) autobomaanslagen. Er worden aanslagen getoond in Mosul en vervolgens toont de video strijders die in geprepareerde voertuigen stappen en de namen en foto's van martelaren die de aanslagen hebben uitgevoerd. Een vertellende stem roemt de daden van deze 'martelaren' en vertelt over de beloningen die zij zullen ontvangen in het hiernamaals. Op de achtergrond klinken anasheed (religieus gezang)

en

[g] - een (Engelstalig) bericht waarin de vraag wordt gesteld waar de mannen zijn die "deze Umma" (Islamitische gemeenschap) verdedigen. De tekst stelt dat men de ongelovigen moet doden, bijvoorbeeld door hen te overrijden of door hen met een mes te steken. Het bericht bevat een oproep aan de jeugd om "op te staan" tot de strijd, ook al is het maar om één ongelovige te doden

- een oorlogsmisdrijf inhoudt, te weten

aanranding van de persoonlijke waardigheid, in het bijzonder vernederende en onterende behandeling, van personen die (toen) niet (meer) rechtstreeks aan de vijandelijkheden deelnamen, te weten personen die buiten gevecht zijn gesteld door gevangenschap, in geval van een niet-internationaal gewapend conflict op het grondgebied van Irak en/of Syrië, in strijd met het bepaalde in gemeenschappelijk artikel 3 van de Verdragen van Geneve van 12 augustus 1949,

heeft verspreid en/of om verspreid te worden, in voorraad heeft gehad,

terwijl zij, verdachte, wist dat in de geschriften en de afbeeldingen zodanige opruiing voorkomt,

immers heeft zij, verdachte een Telegramgroep onder de naam GreenB1rds (mede) beheerd en gevolgd en bezocht en in deze groep een bericht en video's geplaatst:

[I] - een video met bijschrift. In de video is te zien is hoe vier mannen in oranje overalls met kettingen aan handen en voeten aan een stellage hangen en met behulp van een brandbare stof in brand worden gestoken. Op de achtergrond is een IS-vlag zichtbaar. Het bijschrift bij de video is een Arabische tekst die luidt (vertaald): Dit is kwelling voor de vijanden van Allah de Verhevene. Verspreid en deel hem #verbranding van de_islam_vijanden.

en

[II] - een bericht bij voornoemde video waarop te zien is hoe vier mannen in oranje overalls met kettingen aan handen en voeten aan een stellage hangen en met behulp van een brandbare stof in brand worden gestoken, te weten: Like roasted chicken.

en

[III] - een video met bijschrift. In de video is een logo van de IS-vlag te zien. De video toont een zittende man, gekleed in camouflagekleding met de Irakese vlag op de borst. De man wordt in het hoofd geschoten, terwijl zijn handen op zijn rug zitten. Ondertussen wordt er "Allahu akbar" geroepen en is er een Arabischtalige nashid (lied) te horen . Het bijschrift bij de video is in het Arabisch en bevat emoticons van lachende gezichtjes en een mes. In het bijschrift wordt gesteld: "jij bent een rafidi", gevolgd door een emoticon van een mes

die al dan niet in onderlinge samenhang een opruiend karakter hebben.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

8. Dagvaarding I: training voor het plegen van een terroristisch misdrijf (feit 2)

8.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte zich het radicaal extremistisch gedachtegoed van IS eigen heeft gemaakt en dat zij, als één van de beheerders van het Telegramplatform Greenb1rds, samen met haar vaste medebeheerders, strafrechtelijk verantwoordelijk is voor de bestanden die op de Telegramgroepen werden gedeeld. De beheerders hadden een nauwe en bewuste samenwerking om de Telegramgroepen Greenb1rds telkens opnieuw op Telegram te vullen met IS-propaganda/handleidingen. De verdachte is medepleger van het verspreiden van de handleiding “Knife Attacks” waardoor inlichtingen aan de leden zijn verschaft of getracht werden te verschaffen dan wel anderen kennis werd bijgebracht tot het plegen van een terroristisch misdrijf. De verdachte heeft in ieder geval zichzelf deze inlichtingen verschaft of trachten te verschaffen door deel te nemen aan deze Telegramgroep. Ten slotte heeft de verdachte ook handleidingen voorhanden gehad door deze te downloaden. Gelet op de context waarin de berichten werden gedeeld, te weten tussen berichten waarin werd opgeroepen tot het plegen van aanslagen, concludeert het Openbaar Ministerie dat het opzet van de verdachte gericht was op het gebruik van die inlichtingen, kennis en vaardigheden voor het plegen van een terroristisch misdrijf of van een misdrijf waarmee het plegen van een terroristisch misdrijf wordt vergemakkelijkt.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van hetgeen haar onder feit 2 wordt verweten. De verdachte heeft geen opzet gehad op het trainen van anderen en op het verwerven van bepaalde technieken. Evenmin was sprake van medeplegen.

Ten aanzien van onderdeel A heeft de verdediging nog aangevoerd dat de verdachte niet geradicaliseerd was en niet het gedachtengoed van IS aanhangt.

Ten aanzien van onderdeel B kan volgens de verdediging niet worden bewezen dat het de verdachte was die het bericht “Take precautions 7” heeft gedeeld. Nu het bestand al eerder door een ander was gedeeld, is het de vraag in hoeverre het opnieuw delen van een document nog training oplevert. De enkele omstandigheid dat de verdachte de bestanden niet uit de Telegramgroep heeft verwijderd, kan haar niet strafrechtelijk worden verweten. Daarnaast kan niet worden bewezen dat de verdachte de berichten die door anderen zijn gestuurd daadwerkelijk heeft gelezen.

Ten aanzien van onderdeel C stelt de verdediging dat het enkele bezoeken van websites en social media en het daarvan downloaden van bestanden niet tot de conclusie kan leiden dat sprake is van training voor een terroristisch misdrijf.

8.3

De beoordeling van de tenlastelegging

8.3.1

Inleiding

De verdachte wordt verweten dat zij zich het radicaal extremistisch gedachtegoed heeft eigengemaakt (feit 2 onder A), één of meer Telegramgroepen heeft beheerd en in Telegramgroepen de tekst getiteld ‘Take Precautions 7, Traps on the path of Jihad’ en een training/handleiding voor het uitvoeren van aanslagen met messen heeft gepost (feit 2 onder B) en een instructie voor het maken van explosieven en een bomgordel heeft gezocht, gedownload en voorhanden heeft gehad (feit 2 onder C).

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de ten laste gelegde training voor terrorisme kan worden bewezen.

8.3.2

Juridisch kader

In artikel 134a WvSr is strafbaar gesteld het meewerken (als trainer) en het deelnemen (als getrainde) aan trainingen voor terrorisme. Deelneming aan en het verlenen van medewerking aan training voor terrorisme zijn zelfstandig strafbaar gestelde voorbereidingsdelicten.

In het Kaderbesluit 13 juni 2002 inzake terrorismebestrijding, gewijzigd op 28 november 2008 (verder: gewijzigde Kaderbesluit) worden op grond van de constatering dat er een verhoogde dreiging is van een aantal terroristische misdrijven, terwijl naast reguliere trainingskampen ook het internet inmiddels als virtueel trainingskamp functioneert, de lidstaten opgeroepen om onder meer training voor terrorisme strafbaar te stellen. Artikel 134a WvSr luidt, voor zover relevant, als volgt:

Hij die zich of een ander opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft of tracht te verschaffen tot het plegen van een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, dan wel zich kennis of vaardigheden daartoe verwerft of een ander bijbrengt, wordt gestraft met […].

Het begrip training ziet op de in artikel 134a WvSr genoemde gedragingen en nadrukkelijk niet op gedragingen die geen relatie hebben tot een (terroristische) training. Training is omschreven als “het opdoen of overbrengen van kennis of zich of een ander bekwamen in vaardigheden of technieken”.168

Artikel 134a WvSr omvat het deelnemen aan een terroristisch trainingskamp waarbij de deelnemers deel uitmaken van een terroristische organisatie of zich schuldig maken aan samenspanning tot het plegen van een terroristisch misdrijf. De training kan echter ook plaatsvinden door middel van het internet (als virtueel trainingskamp), via individuele lessen dan wel in groepsverband.169 Daarbij kan het gaan om de verwerving van fysieke vaardigheden of het opdoen van intellectuele kennis. Voorts kan de training plaatsvinden via zowel persoonlijk contact als door raadpleging van het internet of ander ‘lesmateriaal’. In dit laatste geval, waarbij sprake is van een vorm van ‘zelfstudie’, zal het oordeel of gesproken kan worden van training mede afhangen van (1) de feitelijke vaststellingen ten aanzien van het type geraadpleegde materiaal, (2) de eventuele samenhang van geraadpleegd materiaal en onder omstandigheden (3) de frequentie van de raadpleging. De termen ‘meewerken aan training’ en ‘deelnemen aan training’ hebben dezelfde reikwijdte.170

Blijkens de wetsgeschiedenis dient onderscheid te worden gemaakt tussen het opzet van degene die training volgt en degene die training geeft. Voor degene die training geeft, kan voorwaardelijk opzet reeds voldoende zijn. In de praktijk houdt dit in dat de gedraging strafbaar is, zodra de trainer zich (met/door middel van deze gedraging) welbewust blootstelt aan de aanmerkelijke kans dat zijn cursist die training volgt met het oog op het plegen van een terroristisch misdrijf.171 Voor strafbaarheid van degene die een training volgt is vereist dat die persoon de bedoeling of het kwalijke oogmerk heeft om die kennis of vaardigheden te verwerven ten behoeve van het plegen van een terroristisch misdrijf. Niet alleen moet sprake zijn van willens en wetens informatie vergaren met als doel het plegen van een terroristisch misdrijf, maar tevens is vereist dat er sprake is van een concreet doel. Het moet aantoonbaar zijn en bewezen worden welk misdrijf de verdachte voor ogen stond waarvoor hij de kennis en vaardigheden heeft verworven. Voorts moet het daarbij gaan om één van de misdrijven zoals die limitatief zijn omschreven in de artikelen 83 en 83b WvSr.172

Het opzet van degene die de training volgt kan bijvoorbeeld worden afgeleid uit hetgeen bekend is over de achtergrond van de persoon van de verdachte, waarbij, naast de aard en het karakter van de training, de volgende omstandigheden een rol kunnen spelen:

  • -

    diens haat tegen “ongelovigen” en/of “afvalligen” in de Westerse wereld of elders;

  • -

    zijn/haar fascinatie voor terroristisch geweld;

  • -

    het radicaliseringsproces dat de verdachte heeft ondergaan.

8.3.3

De beoordeling

Eigen maken radicaal extremistisch gedachtegoed (feit 2 onder A)

De rechtbank heeft onder 5.4.5 reeds vastgesteld dat de verdachte zich het radicaal extremistisch gedachtengoed heeft eigengemaakt. De kennisname door de verdachte van informatie van het gedachtegoed van IS kan, gelet op het type materiaal dat geraadpleegd is en de frequentie van de raadpleging, worden aangemerkt als een zelfstudie. Het trainen voor terrorisme in de zin van het ‘zich eigen maken van radicaal extremistisch gedachtengoed’ kent uiteraard een beginpunt waarvan de rechtbank vaststelt dat dit bij de verdachte jaren geleden is aangevangen. Zoals de rechtbank eerder heeft overwogen zijn er sterke aanwijzingen in het dossier aanwezig dat de verdachte in 2015 met haar gezin naar het IS kalifaat in Syrië/Irak is gereisd en dat haar toenmalige echtgenoot omgekomen is in het IS kalifaat als IS-strijder. De rechtbank stelt aldus vast dat het extremistische gedachtegoed al langer bij de verdachte aanwezig was. Het daaropvolgend bekijken van steeds weer nieuwe terreurpropaganda zal de verdachte verder hebben gesterkt in het al bij haar aanwezige extremistische gedachtegoed en door het bekijken van die propaganda zal de verdachte hierin telkens weer zijn aangemoedigd. Immers, in deze bestanden en video’s wordt geweld tegen niet-gelovigen en afvalligen verheerlijkt en als legitiem voorgesteld.173

Zo bezien acht de rechtbank, anders dan de verdediging, bewezen dat de verdachte zich het radicaal extremistisch gedachtengoed in de ten laste gelegde periode verder heeft ‘eigen gemaakt’.

‘Take precautions 7, Traps on the path of Jihad’ (feit 2 onder B, eerste gedachtestreepje)

De rechtbank is van oordeel dat het door de verdachte geplaatste bericht getiteld ‘Take precautions, traps on the path of Jihad’ aan te merken is als een training voor terrorisme, nu in deze post wordt gesproken over verschillende manieren waarop een moslim streeft goed te doen, bijvoorbeeld door uit te reizen en deel te nemen aan de ‘velden van de jihad’ of door financiële ondersteuning en wordt gesproken over maatregelen die getroffen kunnen worden om niet te worden opgemerkt door inlichtingendiensten.

De verdachte heeft dit bericht gedeeld in een Telegramgroep (TG4) met gelijkgestemden waarin veelvuldig werd opgeroepen tot het plegen van aanslagen en het deelnemen op verschillende manieren aan IS. Hierdoor heeft de verdachte zich naar het oordeel van de rechtbank welbewust blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat de leden uit de Telegramgroep kennisnamen van deze informatie met het oog op het plegen van een terroristisch misdrijf. Dat dit bericht al eerder gedeeld is, maakt dit oordeel niet anders.

Een training/handleiding voor het uitvoeren van aanslagen met messen (feit 2 onder B, tweede gedachtestreepje)

De rechtbank is van oordeel dat de inhoud van het bericht getiteld ‘Knife attacks’ aangemerkt kan worden als een training voor terrorisme, nu er onder meer concrete instructies gegeven worden welke messen geschikt zijn voor het plegen van een aanslag.

De volgende vraag is of de verdachte deze training heeft gegeven, of die voor haar rekening komt dan wel dat zij die training heeft gevolgd. De rechtbank stelt vast dat niet de verdachte, maar een ander met Telegram-account met ID [user-ID 4] (hierna: ID [user-ID 4]) dit bericht heeft geplaatst in de Telegramgroep (TG7). Bij het ID-nummer van deze gebruiker staat ‘admin’. Ook de verdachte was een beheerder van deze Telegramgroep.

De rechtbank stelt vast dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat er tussen de verdachte en de gebruiker van het Telegram-account met ID [user-ID 4] sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking. Zelfs indien ervan uit wordt gegaan dat de medebeheerders van de verschillende Telegramgroepen nauw en bewust samenwerkten, betekent dat niet dat zij zonder meer strafrechtelijk gezien verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor de inhoud van elk door die ander gedeeld bericht, noch voor berichten gedeeld door derden in die groepen. Uit het dossier blijkt voorts ook niet dat de gebruiker ID [user-ID 4] onderdeel uitmaakte van de admin-chat waarin tussen de leden van die betreffende chat, waaronder de verdachte, links en berichten werden gedeeld ter verdere verspreiding of dat er op andere wijze sprake was van samenwerking tussen de verdachte en de gebruiker van ID [user-ID 4] voor het plaatsen van dit bericht. Aldus is de rechtbank - zoals ook de raadsman heeft betoogd - van oordeel dat de verdachte deze training niet heeft gegeven en dat zij niet verantwoordelijk gehouden kan houden voor dit gedeelde bericht.

Op basis van het vorenstaande stelt de rechtbank voorts vast dat er evenmin voldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is dat de verdachte daadwerkelijk kennis heeft genomen van het gedeelde bericht in TG7. Uit de enkele omstandigheid dat zij beheerder was van die Telegramgroep en eerder op 30 september 2019 om 15:31 uur in die Telegramgroep een bericht heeft gepost, kan niet worden afgeleid dat de verdachte ook kennis heeft genomen van een bericht dat ruim 4,5 uur later in die groep is geplaatst.

Nu de onder B, tweede gedachtestreepje genoemde gedraging niet door de verdachte is verricht, de verdachte hiervoor niet verantwoordelijk gehouden kan worden en niet vastgesteld kan worden dat de verdachte kennis heeft genomen van deze instructies, zal de verdachte worden vrijgesproken van dit onderdeel van de tenlastelegging.

Instructie voor het maken van explosieven en van een bomgordel (feit 2 onder C)

De rechtbank stelt vast dat op de Huawei tablet van de verdachte een instructie voor het maken van explosieven, meer specifiek lood azide (de instructie was afkomstig uit ‘The jihadist cookbook’) en TATP is aangetroffen. In deze instructie zijn benodigdheden, verhoudingen en instructies opgenomen om TATP en lood azide te maken. Eveneens is op de Huawei tablet van de verdachte een instructie voor het maken van een bomgordel aangetroffen. De rechtbank is van oordeel dat deze instructies zijn aan te merken als een training met het oog op het plegen van een terroristisch misdrijf. Nu de verdachte zelf heeft verklaard dat zij deze instructies heeft gedownload en de instructies zijn aangetroffen op de Huawei tablet van de verdachte, stelt de rechtbank vast dat de verdachte daarvan moet hebben kennisgenomen.

Conclusie

De rechtbank stelt op grond van het vorenstaande – in onderling verband en samenhang bezien – vast dat de verdachte zich in de ten laste gelegde periode heeft geafficheerd als een aanhanger van een radicaal islamitische ideologie en dat zij zich schaarde achter de gewapende jihad, gevoerd door IS. De vaststellingen met betrekking tot wat de verdachte bezighield, bezien in samenhang met hetgeen waarmee de verdachte zich bezighield, namelijk het vergaren van kennis en informatie via aan IS gelieerde social media kanalen c.q. mediaplatforms over het nieuwste propaganda materiaal van IS, het doden van ongelovigen, het plegen van aanslagen, het maken van explosieven (zoals lood azide en TATP) en een bomgordel, brengen de rechtbank tot de slotsom dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het zich opzettelijk inlichtingen (trachten te) verschaffen en het zich verwerven van kennis, met de bedoeling daarmee een terroristisch misdrijf voor te bereiden, zoals hierna in de bewezenverklaring is vermeld. Voorts acht de rechtbank met betrekking tot het bericht getiteld ‘Take precautions, traps on the path of Jihad’ bewezen dat de verdachte anderen heeft getraind.

De verklaring van de verdachte dat zij op zoek was naar mogelijkheden om haar echtgenoot [echtgenoot verdachte] te vermoorden en dat zij daarom deze berichten heeft opgezocht en gedownload, acht de rechtbank volstrekt ongeloofwaardig. Weliswaar zijn er aanwijzingen in het dossier aanwezig dat er problemen waren met haar echtgenoot, maar van een dergelijk extreem plan blijkt niets. Daarnaast passen deze berichten naadloos bij haar gedachtegoed, haar deelname aan IS en de andere berichten die zij deelde in de verschillende Telegramgroepen met gelijkgestemden. Dit alles maakt dat de rechtbank deze verklaring van de verdachte als onaannemelijk terzijde zal schuiven.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit heeft begaan.

8.4

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten aanzien van de verdachte bewezen dat:

zij in de periode van 1 januari 2019 tot en met 10 oktober 2019 te Uithoorn, althans in Nederland, meermalen,

zich en/of anderen, opzettelijk inlichtingen heeft verschaft en heeft getracht te verschaffen, en kennis heeft verworven en/of anderen heeft bijgebracht tot het plegen van een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf ter voorbereiding en ter vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, te weten

- een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en levensgevaar voor een ander te duchten is, te begaan met een terroristisch oogmerk en;

- doodslag te begaan met een terroristisch oogmerk en;

- moord te begaan met een terroristisch oogmerk,

immers heeft verdachte

A. zich het radicaal extremistisch gedachtegoed van de gewapende jihadstrijd met een terroristisch oogmerk gevoerd door de terroristische organisatie Islamitische Staat (IS) eigen gemaakt en

B. één Telegramgroep beheerd en bezocht en (vervolgens) in deze groep één digitaal bestand inhoudende aanwijzingen en instructies over/voor (ondersteuning van) de gewapende jihadstrijd voorhanden gehad en gedeeld, welk bestand bestond uit een (Engelstalige) tekst met als titel: "Take Precautions 7, Traps on the path of Jihad" waarin wordt ingegaan op verschillende mogelijkheden tot actie, en de bijbehorende gevaren voor de persoon en

C. informatie over (instructies voor) het maken van explosieven gedownload en opgeslagen en voorhanden gehad, welke bestanden bestonden uit een (Engelstalige) instructie voor het maken van explosieve stoffen, te weten TATP en Lood Azide en een (Arabische) instructie voor het maken en prepareren van een bomgordel.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

9. Dagvaarding II: overtreding van de Sanctiewet 1977 jo. Sanctieregeling Terrorisme 2007-II

9.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde, mede gelet op de bekennende verklaring van de verdachte, wettig en overtuigend kan worden bewezen.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de verdachte vrij te spreken van het ten laste gelegde, omdat zij niet wist dat [betrokkene 3] en [betrokkene 4] op de sanctielijst stonden. Daarnaast heeft de raadsman bepleit dat [betrokkene 3] en [betrokkene 4] in Turkije zijn vrijgesproken van deelname aan een terroristische organisatie, zodat het doel van de Sanctiewet, namelijk het bestrijden van terrorismefinanciering, niet wordt gediend. De omstandigheid dat zij na de vrijspraak nog steeds op de sanctielijst staan, is in strijd met de onschuldpresumptie van artikel 6, tweede lid, van het EVRM.

9.3

De beoordeling van de tenlastelegging

9.3.1

Inleiding

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte in de ten laste gelegde periode in strijd met de Sanctiewet 1977 juncto de Sanctieregeling Terrorisme 2007-II geld heeft overgemaakt naar [betrokkene 3] en [betrokkene 4].

9.3.2

Juridisch kader

De Sanctiewet 1977 biedt een wettelijke grondslag voor de totstandkoming van nationale regels ter uitvoering van internationale sancties ter voldoening aan verdragen, besluiten of aanbevelingen van organen van volkenrechtelijke organisaties, dan wel aan internationale afspraken, met betrekking tot de handhaving of het herstel van de internationale vrede en veiligheid of de bevordering van de internationale rechtsorde dan wel de bestrijding van terrorisme.174

Bij Wet van 16 mei 2002 tot wijziging van de Sanctiewet 1977 met het oog op de implementatie van internationale verplichtingen gericht op de bestrijding van terrorisme en uitbreiding van het toezicht op de naleving van financiële sanctiemaatregelen is in artikel 2, lid 1 Sanctiewet 1977 uitdrukkelijk de bestrijding van terrorisme opgenomen als doelstelling die met de uitvaardiging van maatregelen op grond van een internationale titel kunnen worden getroffen.175

De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft sinds het Verdrag verscheidene resoluties aangenomen die betrekking hebben op maatregelen ter voorkoming en verhindering van de financiering van terroristen en terroristische organisaties. De Raad van de Europese Unie (verder: de Raad) heeft in dat verband optreden van de Europese Gemeenschap en later de Europese Unie noodzakelijk geacht. De VN-Veiligheidsraad heeft op 28 september 2001 resolutie 1373 (2001) aangenomen na de aanslagen die op 11 september van dat jaar hadden plaatsgevonden in de Verenigde Staten. Aan de staten is de plicht opgelegd de financiering van terroristische daden te voorkomen, te bestrijden en strafbaar stellen van (on)middellijke verstrekking of inzameling van financiële middelen die bestemd zijn om te worden gebruikt of vermoedelijk zullen worden gebruikt voor het plegen van terroristische daden.

Nederland heeft aan voornoemde Resolutie 1373 (2001) onder meer uitvoering gegeven door de Sanctieregeling Terrorisme 2007-II.176 Op basis van deze Sanctieregeling is het verboden om vanaf het moment dat een persoon of organisatie ingevolge de Sanctieregeling Terrorisme 2007-II door de Minister van Buitenlandse Zaken in overeenstemming met de Ministers van Justitie en Financiën is aangewezen middels een besluit (artikel 2, lid 1), financiële diensten te verrichten voor of ten behoeve van die aangewezen personen en organisaties en/of middelen (waaronder geld) ter beschikking te stellen aan die aangewezen personen en organisaties (artikel 2, lid 2 en 3).

Op 30 mei 2013 wordt Islamic State in Iraq and the Levant (ISIL) toegevoegd aan de VN-Sanctielijst.177 De Verenigde Naties houden IS en Jabhat al-Nusra, beiden gelinkt aan Al Qaida, verantwoordelijk voor diverse schendingen van mensenrechten en oorlogsmisdaden. IS is, zijnde gelieerd aan Al-Qaida, opgenomen in Bijlage I van de EG Verordening 881/2002 van de Raad van de Europese Unie van 27 mei 2002. Het is verboden om geld ter beschikking te stellen aan deze organisatie. Ook is het verboden om indirect, bijvoorbeeld aan een persoon die strijdt voor IS, geld ter beschikking te stellen. Het opzettelijk overtreden van deze bepaling is strafbaar gesteld in de Sanctiewet.

Overtreding van de voormelde sanctieregelingen is strafbaar gesteld als economisch delict door middel van de Sanctiewet 1977 jo. artikel 1, aanhef en onder 1 van de Wet op de economische delicten. Het is vaste jurisprudentie dat bij overtreding van de Wet op de economische delicten de leer van het kleurloos opzet geldt. Het doet er niet toe of men met het verbodsvoorschrift bekend was. Het opzet van de verdachte hoeft niet te zijn gericht op het wederrechtelijke aspect van zijn of haar gedraging. Het opzet dient gericht te zijn op de feitelijke gedraging. De dader van een economisch delict is strafbaar, indien hij willens en wetens heeft gehandeld (of nagelaten) zoals in de strafbepaling is omschreven.

9.3.3

De bewijsmiddelen

1. het proces-verbaal van bevindingen van 14 mei 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-284, voor zover inhoudende (p. 1428-1434):

Binnen het onderzoek 26Humble is vertrouwelijke communicatie opgenomen in de woning van de verdachte [opmerking rechtbank: te Uithoorn]. Uit de opgenomen en afgeluisterde vertrouwelijke communicatie komt naar voren dat:

- [verdachte] op 21 september 2019 zei dat een zuster is getrouwd met dezelfde broeder. Zij noemde vervolgens de namen [voornaam betrokkene 4] en [voornaam betrokkene 3]. [verdachte] zei dat [voornaam betrokkene 4] nu [naam] heet en dat het in de krant heeft gestaan. [verdachte] zei dat zij samen met één man zijn. [voornaam betrokkene 4] was als eerste vertrokken, zij is 30 en de andere is 24.

- [verdachte] op 27 september 2019 met iemand sprak. [verdachte] vertelde dat zij naar het nummer van de Turkse zuster vroeg, omdat zij haar wilde spreken, zodat [verdachte] geld kan sturen naar [voornaam betrokkene 4].

- [verdachte] op 2 oktober 2019 een ingesproken bericht van een zuster afluisterde, waarin werd gezegd dat [verdachte] binnenkort een naam van een persoon krijgt naar wie als tussenpersoon geld kan worden gestuurd.

- [verdachte] op 2 oktober 2019 een reeks aan ingesproken berichten tussen [verdachte] en een NN-vrouw afspeelde. [verdachte] legde aan de zuster uit hoe er geld gestuurd kan worden: inloggen op westernunion.nl (..). [verdachte] zei dat zij ([verdachte]) in de gaten werd gehouden, dus dat het voor [verdachte] geen optie is om geld op haar naam te sturen.

Op 16 januari 2020 zag ik dat op 29 mei 2019 een artikel, genaamd “Wat deden [voornaam betrokkene 4] en [voornaam betrokkene 3] in het kalifaat” was gepubliceerd in het NRC. In dit krantenartikel komt naar voren dat de Nederlandse [voornaam betrokkene 3] (24) en de Nederlandse [voornaam betrokkene 4] (29) voor de Turkse rechter staan. “Beide vrouwen kennen elkaar goed, ze zijn in de Syrische Stad [stad 1] getrouwd met dezelfde man”.

Uit de gegevens van Western Union blijkt dat op 8 oktober 2019 300 euro is uitbetaald aan [betrokkene 5], waarbij door deze persoon het adres [straatnaam 1] No 11 D 1 te [stad 2] was opgegeven. Verder bleek dat aan [betrokkene 6] op 25 september 2019 2279,57 Turkse Lira is uitbetaald bij een Western Union agentschap in [stad 2].

Uit de door ABN AMRO verstrekte IP-gegevens blijkt dat vanaf account [rekeningnummer 1] (opmerking verbalisant: hiermee wordt rekeningnummer NL36ABNA0[rekeningnummer 1] op naam van [persoon 3] bedoeld) op 21 september 2019 en 1 oktober 2019 gelden zijn overgemaakt naar Western Union met in de omschrijving WU [BETROKKENE 6] TR Western Union” respectievelijk “WU [BETROKKENE 5] TR Western Union”. Bij beide transacties stond bij user_agent "[Bankieren]/[10.45] [HUAWEl]/[CMR-W09] [Android]/(9] [[unieke app ID]] "en bij unique_app_id stond "[unieke app ID]". Het devicemodel "HUAWEI CMR-W09" met uniqueappid "[unieke app ID]" was zowel gekoppeld aan contract [rekeningnummer 1] als [rekeningnummer 2] (opmerking verbalisant: hiermee wordt bedoeld rekeningnummer NL 19ABNA0[rekeningnummer 2] op naam van [verdachte]). Uit onderzoek in het digitaal beslag blijkt dat de unieke app id "[unieke app ID]", verkregen uit aangeleverde gegevens door de ABN Amro Bank, is aangetroffen in de uitgelezen data van de inbeslaggenomen Huawei Mediapad M5 (CMR-W09) in een XML bestand.

Op I oktober 2019 heeft [betrokkene 5] 300 euro uitbetaald gekregen, waarbij deze persoon als adres [straatnaam 1] No 11 D 1 te [stad 2] had opgegeven. Uit de politiesystemen blijkt dat op 4 september 2019 is vastgelegd dat het adres van [betrokkene 4] en [betrokkene 3] [straatnaam 1] no 6 Kat 3 te [stad 2] was (dezelfde straat als [betrokkene 5]). Op 13 november 2019 is vastgelegd dat het adres van [voornaam betrokkene 4] nog steeds hetzelfde was. Uit de gegevens van Western Union bleek dat de vader van [betrokkene 3] in totaal 700 euro heeft verstuurd naar [betrokkene 6]. [betrokkene 6] heeft de gelden opgehaald bij een Western Union agentschap in [stad 2], de stad waar [betrokkene 4] en [betrokkene 3] woonachtig zijn.

Uit de door Western Union verstrekte gegevens blijkt dat vanaf het e-mailadres [e-mailadres] op naam van [persoon 3] 300 euro werd verstuurd naar [betrokkene 5] en 200 euro naar [betrokkene 6];

2. een geschrift, te weten een afschrift van de Staatscourant d.d. 3 april 2017, inhoudende het Besluit van 24 maart 2017 tot aanwijzing van [betrokkene 4] als persoon jegens wie de Sanctieregeling terrorisme 2007-II van toepassing is, voor zover inhoudende (p. 775):

STAATSCOURANT 3 april 2017

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Gelet op artikel 2, eerste lid, van de Sanctieregeling terrorisme 2007-II,

Besluit:

De Sanctieregeling terrorisme 2007-II is van toepassing op:

- [betrokkene 4], geboren op 5 november 1990 te Geleen;

3. een geschrift, te weten een afschrift van de Staatscourant d.d. 25 oktober 2017, inhoudende het Besluit van 16 oktober 2017 tot aanwijzing van [betrokkene 3] als persoon jegens wie de Sanctieregeling terrorisme 2007-II van toepassing is, voor zover inhoudende (p. 776):

STAATSCOURANT 25 oktober 2017

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Gelet op artikel 2, eerste lid, van de Sanctieregeling terrorisme 2007-II,

Besluit:

De Sanctieregeling terrorisme 2007-II is van toepassing op:

- [betrokkene 3], geboren op 22 juni 1995 te Franeker;

4. de verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 11 februari 2021, voor zover inhoudende (als vermeld op p. 19 van het proces-verbaal van de terechtzitting):

Het klopt dat ik geld overgemaakt heb naar [betrokkene 4] en [betrokkene 3]. Ik heb dat geld overgemaakt naar tussenpersonen, want zij hadden zelf geen identiteitsbewijs. De namen [betrokkene 6] en [betrokkene 5] kloppen. In de maanden oktober en september is er geld overgemaakt.

9.3.4

De beoordeling

Op grond van de hierboven vermelde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de verdachte op 21 september 2019 en op 1 oktober 2019 opzettelijk, middels tussenpersonen, geldbedragen van 200 en 300 euro heeft overgemaakt aan [betrokkene 4] en [betrokkene 3], terwijl op hen in die periode de Sanctieregeling terrorisme 2007-11 van toepassing was. De rechtbank stelt vast dat de verdachte dit deed vanuit haar woning te Uithoorn. Het ten laste gelegde kan daarmee worden bewezen.

Gelet op hetgeen onder 9.3.2 uiteen is gezet, doet de omstandigheid dat de verdachte niet zou hebben geweten dat [betrokkene 4] en [betrokkene 3] op de sanctielijst stonden er voor de bewezenverklaring van dit feit niet toe.

De rechtbank gaat eveneens voorbij aan het verweer van de raadsman dat [betrokkene 3] en [betrokkene 4] in Turkije zijn vrijgesproken van deelname aan een terroristische organisatie en daarom niet op de sanctielijst hadden moeten staan. Immers, voor een bewezenverklaring van het ten laste gelegde is enkel relevant dat deze personen op de sanctielijst stonden op het moment waarop de middelen ter beschikking werden gesteld. De rechtbank merkt daarbij ten overvloede nog op dat de berichtgeving in de media over de vrijspraak pas van 26 november 2019 is, dus van latere datum dan de door de verdachte gedane transacties.

Conclusie

De rechtbank acht op grond van bovenstaande het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

9.4

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten aanzien van de verdachte bewezen dat:

zij op tijdstippen in de periode van 1 september 2019 tot en met 10 oktober 2019 te Uithoorn, meermalen opzettelijk in strijd met het krachtens artikel 2 en 3 van de Sanctiewet 1977 vastgestelde verbod van artikel 2 Sanctieregeling terrorisme 2007-II heeft gehandeld doordat zij middellijk middelen te weten:

- op 21 september 2019 een geldbedrag van 200 euro en

- op 1 oktober 2019 een geldbedrag van 300 euro

via tussenpersonen aan [betrokkene 4] en [betrokkene 3] ter beschikking heeft gesteld, terwijl [betrokkene 4] bij besluit van 24 maart 2017 en [betrokkene 3] bij besluit van 16 oktober 2017 door de Minister van Buitenlandse Zaken zijn aangewezen als personen jegens wie de Sanctieregeling terrorisme 2007-11 van toepassing is.

10 De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

11 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die haar strafbaarheid uitsluiten.

12 De oplegging van de straf en maatregel

12.1

De vordering van het Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie heeft gevorderd dat aan de verdachte wordt opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren met aftrek van voorarrest met oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling van de verdachte (hierna: tbs-maatregel) met dwangverpleging. Het Openbaar Ministerie heeft bij de hoogte van gevorderde gevangenisstraf rekening gehouden met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van de verdachte en het gegeven dat de verdachte binnen afzienbare tijd behandeld moet worden.

12.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat bij een eventuele bewezenverklaring rekening moet worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder de omstandigheid dat zij haar kinderen al langere tijd niet heeft mogen zien en dat zij Multiple Sclerose (MS) heeft die twee jaar lang onbehandeld is geweest. De detentieomstandigheden zijn als gevolg van de MS niet goed voor de verdachte.

Daarbij heeft de raadsman gesteld dat het opleggen van een tbs-maatregel niet mogelijk is, omdat niet aannemelijk is geworden dat de stoornis al aanwezig was in de ten laste gelegde periode en evenmin dat die van invloed was op het handelen van de verdachte. Volgens de raadsman is de stoornis bovendien gerelateerd aan de MS en daarom geen stoornis waarvoor een tbs-maatregel opgelegd kan worden. De verdediging heeft voorts bepleit dat het recidiverisico niet zo hoog is als door de deskundigen wordt gesteld, omdat de verdachte afstand aan het nemen is van haar ideologie.

Subsidiair heeft de verdediging verzocht om, indien de rechtbank de oplegging van een tbs-maatregel noodzakelijk acht, een tbs-maatregel met voorwaarden op te leggen. De verdachte is bereid aan voorwaarden mee te werken, aldus de raadsman.

12.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf en maatregel zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en zijn gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

12.3.1

De ernst van de feiten

De verdachte heeft deelgenomen aan de terroristische organisatie IS die mede tot doel had het plegen van oorlogsmisdrijven. Daarnaast heeft de verdachte verschillende trainingen gegeven en gevolgd voor het plegen van een terroristisch misdrijf, heeft zij afbeeldingen en geschriften verspreid ter opruiing en opgeruid tot een terroristisch misdrijf en tot een oorlogsmisdrijf. Voorts heeft de verdachte zelf een oorlogsmisdrijf gepleegd door twee video’s te delen waarin personen levend verbrand dan wel geëxecuteerd werden, deels voorzien van goedkeurend commentaar. Tot slot heeft zij in strijd met de Sanctiewet 1977 geld overgemaakt aan twee vrouwen die op dat moment eveneens werden geacht deel te nemen aan IS.

Vast staat dat het geweld dat IS gebruikt om zijn doel te bereiken buitengewoon wreed is en dat er jegens andersdenkenden op uitgebreide schaal ernstige mensenrechtenschendingen worden gepleegd zoals standrechtelijke executies, moord, martelingen en verminking van krijgsgevangenen en van burgers. Er zijn in naam van IS talloze aanslagen gepleegd, niet alleen in Syrië en Irak, maar juist ook in Europa en de rest van de wereld. Hierbij zijn veel slachtoffers gevallen. Dit alles heeft vanaf 2014 op grote schaal bij de wereldbevolking tot gevoelens van angst en onveiligheid geleid. Dit is ook het naastgelegen doel van IS: het zaaien van angst en verdeeldheid onder de - in hun ogen - ongelovige wereldbevolking.

De digitale verspreiding van het gedachtegoed en de daden van IS is een essentieel onderdeel van de strategie van IS. De verdachte heeft (als beheerder) in verschillende Telegramgroepen met gelijkgestemden het jihadistisch extremistisch gedachtengoed en propagandamateriaal verspreid. Dit betroffen vaak gruwelijke video’s, geweldsinstructies en haatpreken. Ook wierf zij geld en zocht zij meer deelnemers voor de gewelddadige Jihadstrijd. Hiermee heeft zij bijgedragen aan de mediastrategie van IS en aan het oogmerk van de organisatie, te weten het plegen van terroristische misdrijven en van oorlogsmisdrijven, met alle (gruwelijke) gevolgen van dien.

De misdrijven die de verdachte heeft gepleegd, worden in de internationale gemeenschap gezien als meest ernstige misdrijven. Op Nederland rust dan ook een internationale verplichting om terrorisme te bestrijden. Het deelnemen aan de gewapende Jihadstrijd moet daarom ontmoedigd worden. Dit geldt eveneens voor oorlogsmisdrijven. Juist omdat in oorlog niet is te voorkomen dat er slachtoffers vallen, is het des te belangrijker dat het internationaal humanitair recht wordt nageleefd en dat personen die niet of niet meer deelnemen aan de strijd worden beschermd. Voor nabestaanden van de overledenen moet het vreselijk zijn dat zij op internet geconfronteerd kunnen worden met beelden van hun dierbaren, die op een mensonterende wijze om het leven worden gebracht, en dat de beelden daarvan mogelijk nog lange tijd op internet blijven circuleren mede dankzij het handelen van de verdachte.

De rechtbank zal bij het bepalen van de straf rekening houden met het gegeven dat verdachte niet direct zelf geweld heeft gebruikt. Anderzijds volgt uit de inhoud van het door haar verspreide materiaal wel dat zij geweld bepaald niet schuwt. Immers, het betrof veelal uiterst gewelddadig materiaal waarin het plegen van geweld werd verheerlijkt, waarbij in bepaalde documenten ook serieus werd opgeroepen tot het plegen van geweld en het plegen van aanslagen. Zeer zorgelijk en verontrustend is ook dat de verdachte, naast de deelname aan de Telegramgroepen, één-op-één contact onderhield met personen die zich ook bezighielden en zijn veroordeeld voor terroristische misdrijven ([betrokkene 1] en [betrokkene 2]), waaronder het voorbereiden van een grote zelfmoordaanslag in Londen, waar de verdachte blijkens haar bewoordingen in de privé-chat met [betrokkene 2] geen afstand heeft genomen, maar juist haar waardering voor heeft laten blijken.

De verdachte heeft blijk gegeven geen enkel inzicht te hebben in het kwalijke van haar gedrag. Zo typeert zij IS als enkel een groep jongens die het recht had een Islamitische Staat te stichten. Hiermee gaat ze op nodeloos grievende wijze voorbij aan de ongekende gruweldaden die door en in naam van IS zijn gepleegd en waaraan zij heeft bijgedragen. Dit weegt de rechtbank ten nadele van de verdachte mee.

12.3.2

De persoon van de verdachte

Strafblad

De rechtbank heeft rekening gehouden met het strafblad van de verdachte van 15 januari 2021, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk voor soortgelijke misdrijven is veroordeeld. Wel is zij na het plegen van onderhavige feiten, niet onherroepelijk, veroordeeld voor soortgelijke feiten.

Reclasseringsadvies

De rechtbank heeft kennis genomen van het reclasseringsadvies van 4 februari 2021 betreffende de verdachte. De reclassering concludeert in dat advies dat de verdachte ten tijde van het ten laste gelegde een ideologie aanhing die geweld rechtvaardigt. Verder was er sprake van een zeer zorgelijk sociaal netwerk, omdat de verdachte in contact stond met diverse personen die verdacht worden van of veroordeeld zijn voor terrorisme. Ook is zij getrouwd geweest met een man die in het Verenigd Koninkrijk is veroordeeld voor terrorisme en die inmiddels, vermoedelijk gesneuveld is in Syrië of Irak als IS-strijder. Bij de verdachte is tevens sprake van grieven vanwege vermeend onrecht dat haar wordt aangedaan door jeugdzorg en door de overheid, waarbij sprake is van een sterke mate van wij-zij-denken en waarbij de verdachte andersgelovigen als vijand ziet en moslims als superieur. Dit alles heeft vermoedelijk een rol gespeeld bij het ten laste gelegde, aldus de reclassering. De reclassering schat het algemene recidiverisico in als gemiddeld tot hoog en het risico op extremistisch geweld als hoog.

In het aanvullende advies van de reclassering van 25 maart 2021 concludeert de reclassering met betrekking tot een eventueel op te leggen straf en/of maatregel dat oplegging van bijzondere voorwaarden en/of oplegging van een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel ontoereikend zijn om de nog steeds aanwezige risico’s te beperken, zodat de reclassering enkel mogelijkheden ziet in het kader van een op te leggen maatregel van tbs met dwangverpleging.

Ideologisch duidingsrapport

Voorts heeft de rechtbank kennis genomen van het ideologisch duidingsrapport van Nuance door Training en Advies (NTA), opgemaakt in februari 2021 door [deskundige 1] (theoloog en onderzoeker), waarin het volgende wordt geconcludeerd.

De verdachte is gevormd door zowel staatsgezinde, politieke als gewelddadig salafistische

predikers en geestelijken. Zij is ook gevormd in gewelddadig salafistische concepten. Haar parate kennis over specifieke gewelddadig salafistische concepten gaat verder dan oppervlakkige inzichten. Zij hanteert deze kennis ook in haar gespreksvoering en oordeelsvorming. Zij laat hier namelijk mee blijken dat zij de standpunten en overtuigingen geïnternaliseerd heeft, ook al probeert ze te schuilen achter het feit dat zij niet veel kennis heeft en dat het aan de geleerden is om deze concepten uit te leggen.

De verdachte keurt de democratie per definitie af omdat het tegenstrijdig is met de sharia. Moslims die de democratische rechtsorde en het Nederlandse rechtssysteem wél erkennen en/of erin participeren heeft zij tot in detentie als afvalligen beschouwd. Dit is onderdeel van de gewelddadige salafistische ideologie. Democratie afkeuren is onderdeel van de salafistische ideologie. De verdachte ziet daarnaast een actieve rol voor zichzelf weggelegd als het gaat om het adviseren van individuen om niet deel te nemen aan de democratie via de stembusgang. Dit denkkader kan eveneens leiden tot een geweldsrisico tegen deze mensen, die door haar gezien worden als afvalligen.

De afweging van de verdachte om geen geweld toe te passen lijkt niet gedreven te worden door een diepgewortelde ideologische overtuiging, maar door haar persoonlijke overweging omdat zij kinderen heeft en omdat zij niet durft. De consistentie van het onderscheid tussen legitimering en toepassing van geweld is daardoor wispelturig van aard en kan elk moment veranderen als zij wel durft, voornamelijk in groepsverband. Dit brengt een mogelijk risico op geweld in groepsverband met zich mee wanneer zij aangemoedigd wordt en haar angst wordt weggenomen.

De verdachte legt het concept jihad, en de geweldsimplicaties ervan, consistent uit en zoals gebruikelijk is binnen het gewelddadige salafisme. Zij staat achter gruwelijke gewelddadigheden, zoals de lijfstraffen tegen homoseksuelen, hoofden afsnijden en de doodstraf op afvalligheid. Dit denkkader van de verdachte kan leiden tot een geweldsrisico. Ten slotte geeft de verdachte blijk van steun aan extremistische (jihadistische) groeperingen, zoals ISIS en Al Qaida, omdat zij volgens haar een legitieme jihad voeren. ISIS verdient haar voorkeur en zij verkiest het boven de rest.

Triple onderzoek

Tevens heeft de rechtbank kennis genomen van het triple onderzoek Pro Justitia d.d. 24 maart 2021, opgemaakt door [deskundige 2] (psychiater), [deskundige 3] (GZ-psycholoog) en [deskundige 4] milieuonderzoeker. De deskundigen vermelden in het rapport dat het onderzoek veel beperkingen kende, vanwege de beperkte medewerking van de verdachte. De deskundigen concluderen dat de verdachte op het eerste gezicht vriendelijk is, maar dat zij draait en zichzelf tegenspreekt, waardoor haar verhaal weinig betrouwbaar is. In het rapport wordt geconcludeerd dat sprake is van een ontremd hypomaan toestandsbeeld, in die zin dat bij de verdachte sprake is van een woordenvloed, een verhoogde stemming, een verhoogd zelfbeeld en een ontbrekend zelfinzicht. Er zijn aanwijzingen voor de aanwezigheid van een persoonlijkheidsstoornis bij de verdachte. Verder zijn er aanwijzingen voor gewetensproblemen, thrillseeking gedrag, dominantie en een verhoogde mate van krenkbaarheid. Voor de deskundigen is het onduidelijk of voornoemde kenmerken tevens of deels kunnen worden verklaard vanuit de vastgestelde psychiatrische stoornis, al dan niet voortkomend uit de ernstige vorm van MS die bij de verdachte is vastgesteld. Ten tijde van het rapport was er onvoldoende zicht op het gedrag van de verdachte gedurende haar leven. De deskundigen rapporteren dat niet voldoende kan worden bepaald of het huidige beeld past binnen een patroon of juist in afgelopen jaren is ontstaan. Niet kan worden uitgesloten dat bij de verdachte als gevolg van de MS sprake is van ontremming, met verhoogde mate van impulsiviteit en de afstemmingsproblemen en oordeels- en kritiekstoornissen tot gevolg. De deskundigen noemen als mogelijke verklaring voor het toestandsbeeld verder nog het bestaan van een beginnende bipolaire stoornis, waarbij de verdachte zich nu in een hypomane fase bevindt, waar nader onderzoek uitsluitsel over kan geven.

De deskundigen concluderen dat onbekend is gebleven of het huidige vastgestelde psychiatrische toestandsbeeld ook aanwezig was ten tijde van het ten laste gelegde, zodat niet kan worden vastgesteld of er sprake is van een doorwerking van de stoornis in het ten laste gelegde. Zij geven dan ook geen advies omtrent de toerekeningsvatbaarheid van de verdachte.

Verder concluderen zij dat de hoge mate van impulsiviteit en ontremming als gevolg van het huidige toestandsbeeld van negatieve invloed is op het vanuit haar ideologie en denkbeelden reeds hoge risico op extremistisch gewelddadig gedrag. De problemen in het contact met haar kinderen, met haar ex-man en met jeugdzorg verhogen het risico naar de mening van deskundigen nog verder. De deskundigen zien geen aanwijzingen voor het bestaan van deradicalisering bij de verdachte.

Ten slotte concluderen de deskundigen dat zij vanwege de beperkingen van het onderzoek geen advies kunnen geven met betrekking tot een op te leggen straf en/of maatregel. Wel zijn zij van mening dat een langdurige klinische behandeling noodzakelijk is, om de psychiatrische problemen en eventuele persoonlijkheidsstoornis en de ernstige neurologische problemen beter in kaart te kunnen brengen en behandelen en daarmee het recidiverisico te verlagen. Ook moet worden ingezet op het verbeteren van de penibele sociale situatie rondom de kinderen, ex-partner en huisvesting, en zullen de bij de verdachte aanwezige radicale denkbeelden moeten worden gemonitord en bewerkt middels een religieuze begeleiding.

Rapport gedragsneuroloog [deskundige 5]

De rechtbank heeft voorts kennis genomen van de rapportage van deskundige [deskundige 5] (gedragsneuroloog), opgemaakt op 27 mei 2021. Deze deskundige concludeert op basis van MRI vergelijkend onderzoek van schedel MRI’s van 2016 en 2019 van de verdachte en eerder verricht neuropsychologisch onderzoek van de verdachte van 2020 dat er sprake van hersenorganisch lijden, in het bijzonder het desinhibitie-syndroom. Hij concludeert verder dat gelet op de MRI uit 2019 waarneembare witte stof afwijkingen in het bijzonder in de frontaal en in de ‘fasciculus uncinatus’ (rechtbank: de U-vormige baan die de frontale schors verbindt met de temporale schors) van de hersenen, het waarschijnlijk is dat het desinhibitie-syndroom reeds bestond ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde. Voorts concludeert de deskundige dat het aannemelijk is dat voornoemd syndroom, indien tot een bewezenverklaring gekomen wordt, de gedragingen van de verdachte ten tijden van het ten laste gelegde heeft beïnvloed. Door het hersenorganisch lijden overzag de verdachte de consequenties van haar handelen niet meer, waardoor ze in verminderde mate in staat was haar handelen te toetsen aan een adequaat referentiekader van normen en waarden.

Verklaringen deskundigen [deskundige 5], [deskundige 2] en [deskundige 3] ter terechtzitting d.d. 7 juni 2021

De deskundigen [deskundige 5], [deskundige 2] en [deskundige 3] hebben ter terechtzitting op 7 juni 2021 op vragen van de rechtbank, het Openbaar Ministerie en de verdediging een verklaring afgelegd. [deskundige 5] heeft ter terechtzitting zijn conclusies bevestigd. [deskundige 2] en [deskundige 3] hebben, gelet op de voornoemde rapportage van [deskundige 5] waar zij kennis van hebben kunnen nemen en diens toelichting op zitting, een nadere invulling aan hun eerdere schriftelijke conclusies en aanbevelingen gegeven. Zij hebben beiden verklaard dat het door hen geconstateerde ontremd hypomaan toestandsbeeld past binnen het desinhibitie-syndroom dat [deskundige 5] in zijn rapport beschrijft en dat dit beeld een geestesstoornis betreft. Deskundige [deskundige 3] heeft voorts verklaard dat uitgaande van de bevindingen van [deskundige 5] er moeilijk een scenario te bedenken is dat er geen sprake was gelijktijdigheid van het desinhibitie-syndroom en het ten laste gelegde en dat hij voornoemde gelijktijdigheid dan ook zeer waarschijnlijk acht. Ten aanzien van de toerekenbaarheid heeft [deskundige 3] gezegd dat, hoewel sprake is van complicerende factoren, hij het advies geeft om het ten laste gelegde indien het bewezen wordt verklaard verminderd aan de verdachte toe te rekenen. Dat sprake is geweest van enige doorwerking is volgens hem evident. [deskundige 2] heeft verklaard het daar mee eens te zijn. Deskundige [deskundige 2] heeft voorts verklaard dat nu sprake is van een psychiatrisch ziektebeeld van de verdachte op basis van een neurologische aandoening met een progressief ziektebeeld, het recidive risico hoog is, omdat juist de impulsiviteit en stoornissen in het geweten door het toestandsbeeld worden beïnvloed. [deskundige 3] heeft daar nog aan toegevoegd dat de ontremming van de verdachte in combinatie met haar denkbeelden een verontrustende combinatie betreft.

Voorts hebben deskundigen [deskundige 2] en [deskundige 3] ter terechtzitting verklaard dat een behandeling binnen een forensisch kader nodig is voor de complexe problematiek van de verdachte en daarmee het terugdringen van het risico op recidive. Hierbij is het primair van belang dat de behandeling van MS wordt opgestart dan wel voortgezet wordt. Daarnaast moet er een adequate behandeling worden opgestart voor de psychiatrische stoornis, waarbij behandeling noodzakelijk is gericht op de impulsbeheersing, verwerking, berusting, erkenning en verwerking van mogelijke trauma’s. Deze behandeling staat los van de behandeling op neurologisch vlak. De deskundigen zijn van mening dat alleen behandeling binnen het kader van tbs-maatregel met dwangverpleging toereikend is gelet op de veiligheidsrisico’s en de combinatie van de neurologische problematiek en psychiatrische problematiek. Een tbs-maatregel met voorwaarden is gelet op deze problematiek volgens hen ontoereikend.

12.3.3

Stoornis en toerekenbaarheid

De rechtbank is van oordeel dat de conclusies en adviezen van de psychiater, psycholoog en gedragsneuroloog gedragen worden door hun bevindingen en de onderliggende onderzoeken die naar oordeel van de rechtbank zorgvuldig tot stand zijn gekomen. De rechtbank legt die conclusies dan ook mede aan haar oordeel ten grondslag. Zij oordeelt dat er bij de verdachte sprake is van de psychische stoornis zoals benoemd door de deskundigen. Ondanks het gegeven dat de deskundigen geen volledig concreet advies hebben gegeven omtrent de gelijktijdigheid van de feiten en de stoornis en de toerekenbaarheid, leidt de rechtbank uit het rapport van [deskundige 5] in combinatie met hetgeen daarover door [deskundige 2] en [deskundige 3] is verklaard ter zitting van 7 juni 2021 af dat het zeer waarschijnlijk is dat de stoornis al aanwezig was ten tijde van de feiten en dat deze daarin heeft doorgewerkt. Dit maakt dat de rechtbank tot het oordeel komt dat de feiten de verdachte in verminderde mate kunnen worden toegerekend.

12.3.4

Tbs-maatregel met dwangverpleging?

De rechtbank is van oordeel dat uit het onderzoek ter terechtzitting en de rapportages is gebleken dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen, zowel de terbeschikkingstelling als de verpleging van overheidswege van verdachte eist. Een tbs-maatregel met voorwaarden biedt naar oordeel van de rechtbank een onvoldoende kader om de noodzakelijke behandeling bij de verdachte te waarborgen en de maatschappij te beschermen. Het recidivegevaar wordt immers als hoog ingeschat en volgens de deskundigen zullen minder ingrijpende maatregelen dat risico onvoldoende kunnen verminderen. Gezien de complexe problematiek van de verdachte in combinatie met het extremistisch jihadistische gedachtengoed is het veiligheidsrisico zeer hoog. Dat, zoals de verdediging stelt, de verdachte al afstand aan het nemen zou zijn van haar gedachtengoed blijkt niet uit de bevindingen van de deskundigen en evenmin uit hetgeen voor het overige ter terechtzitting is besproken. De rechtbank heeft ook geen aanwijzingen gezien dat de verdachte een intrinsieke motivatie heeft om voorwaarden op te volgen en het is ook maar zeer de vraag of haar stoornis het toelaat dat ze hier überhaupt toe in staat is. Daar komt nog bij dat in het rapport van de NTA beschreven is dat de consistentie van het onderscheid tussen legitimering en toepassing van geweld bij de verdachte wispelturig van aard is en dat dit op elk moment kan veranderen hetgeen een risico op geweld in groepsverband oplevert. Naar oordeel van de rechtbank kan alleen met voldoende en voortdurend toezicht en intensieve behandeling de recidivepreventie bij de verdachte afdoende worden gerealiseerd.

Ook overigens is aan de wettelijke voorwaarden voor oplegging van deze maatregel voldaan. Het betreft misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van meer dan vier jaren is gesteld.

(On)gemaximeerde tbs-maatregel?

Zoals eerder is overwogen heeft de verdachte zelf geen geweld gebruikt bij de onderhavige feiten. De vraag die aan de rechtbank voorligt is dan ook of de tbs-maatregel met dwangverpleging wordt opgelegd ter zake van misdrijven die zijn gericht tegen en gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen in de zin van artikel 38e, eerste lid, van het WvSr. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend en overweegt daartoe als volgt.

De verdachte heeft deelgenomen aan een evident gewelddadige organisatie die het oogmerk had om - onder meer - gewelddadige terroristische misdrijven en oorlogsmisdrijven te plegen. Daar heeft zij een actieve bijdrage aan geleverd. Zo heeft zij zeer gewelddadige documenten verspreid en heeft zij opgeruid tot het plegen van (gewelddadige) terroristische misdrijven. Bovendien heeft zij - onder meer - een training gevolgd voor het maken van een bomgordel met gebruik van explosieven. De verdachte is aldus verder gegaan dan het enkele legitimeren van geweld. Dat blijkt ook wel uit het hierboven beschreven contact met [betrokkene 2] die een zelfmoordaanslag op St. Pauls Cathedral in Londen aan het voorbereiden was, waarbij het contact betreft over dat zij elkaar willen ontmoeten in het hiernamaals en de gesprekken die de verdachte in haar woning heeft gevoerd waarin ze aangeeft dat zij (en haar kinderen) zo snel mogelijk naar ‘djenna’ (het paradijs) willen gaan. Onder deze omstandigheden is naar oordeel van de rechtbank sprake van misdrijven (de feiten 1, 2, 3 en 4 bij dagvaarding I) die gericht zijn tegen en minst genomen gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen.

Nu dit het geval is, zal een totale duur van de tbs -maatregel met dwangverpleging van meer dan vier jaren niet op voorhand uitgesloten zijn.

12.3.5

Op te leggen straf

Naast de tbs-maatregel zal de rechtbank de verdachte ook een gevangenisstraf opleggen. Gelet op de aard en de ernst van de feiten is naar het oordeel van de rechtbank enkel het opleggen van een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats.

De rechtbank overweegt daartoe allereerst dat op het oorlogsmisdrijf als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder c van de Wim is als straf gesteld een levenslange gevangenisstraf, of een tijdelijke gevangenisstraf van ten hoogste dertig jaren. De rechtbank heeft dus de mogelijkheid de hoogst mogelijke straf op te leggen die het Wetboek van Strafrecht kent, namelijk levenslang. Ook op de deelname aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven is een hoge gevangenisstraf gesteld, te weten van vijftien jaar. De rechtbank komt evenwel niet aan een levenslange of tijdelijke zeer hoge onvoorwaardelijke gevangenisstraf, nu de verdachte zelf geen geweld heeft gebruikt noch, zoals vaak wel aan de orde is bij het oorlogsmisdrijf aanranding van de persoonlijke waardigheid, zij zelf videomateriaal heeft gemaakt van de slachtoffers of daarnaast of daarmee heeft geposeerd. Eerder is door de rechtbank Den Haag als uitgangspunt voor het oorlogsmisdrijf van aanranding van de persoonlijke waardigheid van een overledene een gevangenisstraf van tweeëneenhalf jaar genomen.178

Bij het bepalen van de duur van de gevangenisstraf houdt de rechtbank verder rekening met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van de verdachte en met het feit dat haar de tbs-maatregel met dwangverpleging zal worden opgelegd. Bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen straf zal de rechtbank voorts in aanmerking nemen dat sprake is van eendaadse en meerdaadse samenloop en met artikel 63 WvSr. Ook heeft de rechtbank gekeken naar wat in soortgelijke zaken doorgaans wordt opgelegd.

Al het voorgaande in aanmerking genomen is de rechtbank van oordeel dat wel een fors hogere straf moet worden opgelegd dan door het Openbaar Ministerie is geëist, nu deze onvoldoende recht doet aan de ernst van de bewezen verklaarde feiten. De rechtbank acht gelet op al het voorgaande een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek van voorarrest dan ook passend en geboden.

13 De inbeslaggenomen goederen

13.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie heeft aan de rechtbank een beslaglijst overlegd met daarop de volgende goederen:

  • -

    een wapen (riotgun taser);

  • -

    een wapen (nato traangas);

  • -

    een computer (Samsung tablet);

  • -

    een telefoontoestel (gsm Alcatel);

  • -

    twee IS-vlaggen;

  • -

    een computer (Huawei-tablet);

  • -

    een telefoontoestel (GM smartphone);

  • -

    een telefoontoestel (One Plus 6 smartphone).

Het Openbaar Ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat de inbeslaggenomen wapens en IS-vlaggen dienen te worden onttrokken aan het verkeer, dat de twee tablets en de smartphones verbeurdverklaard dienen te worden en dat de Alcatel gsm kan worden teruggegeven aan de verdachte.

13.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de wapens en de IS-vlaggen kunnen worden verbeurdverklaard. De verdediging heeft verzocht te bepalen dat overige voorwerpen worden teruggegeven aan de verdachte.

13.3

Het oordeel van de rechtbank

De genoemde voorwerpen zijn bij gelegenheid van het onderzoek naar de door de verdachte begane feiten in haar woning aangetroffen. Om die reden kan ervan uit worden gegaan dat deze voorwerpen aan de verdachte toebehoren.

De wapens

Het (busje) traangas en de taser kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten, te weten geweldsfeiten (al dan niet met terroristisch oogmerk). Deze voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet, immers is het voorhanden hebben daarvan strafbaar gesteld in artikel 26 van de Wet Wapens en Munitie. De rechtbank komt op grond van het bovenstaande tot de conclusie dat de wapens op grond van het bepaalde in artikel 36d WvSr dienen te worden onttrokken aan het verkeer.

De Huawei tablet

De rechtbank heeft vastgesteld dat op de Huawei tablet materiaal is aangetroffen dat de verdachte in voorraad had ter opruiing (feit 4). Daarnaast is daarop materiaal aangetroffen dat diende tot het zogenoemde trainen voor terrorisme (feit 2). De onder 2 en 4 bewezen verklaarde feiten zijn aldus begaan met behulp van dit voorwerp. De rechtbank is van oordeel dat dit voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit van de tablet en het zich daarop bevindende materiaal in strijd is met het algemeen belang. De rechtbank onderstreept dat het zeer onwenselijk is dat het genoemde materiaal opnieuw in het verkeer terecht komt. Om die reden zal de Huawei tablet worden onttrokken aan het verkeer.

De GM smartphone

De verdachte heeft verklaard dat zij sinds januari 2019 Telegram had op de GM Smartphone. Daarom stelt de rechtbank vast dat de verdachte de ten laste gelegde feiten met behulp van dit voorwerp zijn begaan.

De politie heeft geverbaliseerd dat de GM smartphone was teruggezet was naar de fabrieksinstellingen en dat de data onleesbaar was geworden. De rechtbank is desondanks van oordeel dat dit voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang, gezien de rechtbank niet kan uitsluiten dat de onleesbare data kunnen worden hersteld en dus weer opnieuw in het verkeer terecht kunnen komen. Om die reden zal de rechtbank de GM smartphone onttrekken aan het verkeer.

De One Plus 6 smartphone

De Rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte de One Plus smartphone vlak voor haar aanhouding heeft teruggezet naar de fabrieksinstellingen. Een paar minuten voor haar aanhouding was het account ‘GB’ nog actief op Telegram, daarna niet meer. Aldus stelt de rechtbank vast dat de verdachte de ten laste gelegde feiten met behulp van dit voorwerp heeft begaan. Voor dit voorwerp geldt hetzelfde als de rechtbank hierboven heeft overwogen over de GM smartphone. De rechtbank zal ook dit voorwerp onttrekken aan het verkeer.

De IS-vlaggen

De twee IS-vlaggen die in de woning van de verdachte zijn aangetroffen kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke feiten als bewezen verklaard, omdat die IS-vlaggen kunnen worden gebruikt ter opruiing. Het bezit van deze vlaggen symboliseert een zekere sympathie voor, dan wel lidmaatschap van IS, een organisatie waarvan de rechtbank hierboven heeft vastgesteld dat zij tot oogmerk hebben het plegen van terroristische misdrijven en oorlogsmisdrijven. Deze voorwerpen zijn dus van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang. De rechtbank zal deze voorwerpen onttrekken aan het verkeer.

De Samsung tablet en Alcatel gsm

Niet kan worden vastgesteld dat de Samsung tablet en Alcatel gsm enig verband houden met de bewezen verklaarde feiten. Nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet, zal de rechtbank de teruggave gelasten van deze voorwerpen aan de verdachte.

14 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en maatregelen zijn gegrond op de artikelen:

- de artikelen 36b, 36c, 36d, 37a, 37b, 55, 57, 63, 131, 132, 134a, 140 en 140a van het Wetboek van Strafrecht;

- artikel 6 van de Wet internationale misdrijven;

- de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten;

- de artikelen 2 en 3 van de Sanctiewet 1977.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

15 De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder dagvaarding I, onder 1 tot en met 5 ten laste gelegde feiten en het onder dagvaarding II ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hierboven onder 5.5, 6.5, 7.4, 8.4 en 9.4 bewezen is verklaard en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

ten aanzien van dagvaarding I, feit 1 (eerste en tweede cumulatief), 3 (eerste en tweede cumulatief), 4 (eerste en tweede cumulatief) en 5:

eendaadse samenloop van

deelname aan een organisatie die het oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven;

en

deelname aan een organisatie die het oogmerk heeft het plegen van oorlogsmisdrijven;

en

in het openbaar bij geschrift en afbeelding tot enig strafbaar feit opruien, terwijl het strafbare feit waartoe wordt opgeruid een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf te voorbereiding van een terroristisch misdrijf inhoudt, meermalen gepleegd;

en

in het openbaar bij geschrift en afbeelding tot enig strafbaar feit opruien, terwijl het strafbare feit waartoe wordt opgeruid een oorlogsmisdrijf inhoudt, meermalen gepleegd;

en

een geschrift en een afbeelding waarin tot enig strafbaar feit wordt opgeruid, verspreiden en om verspreid te worden in voorraad hebben, terwijl zij weet dat daarin zodanige opruiing voorkomt, terwijl het strafbare feit waartoe wordt opgeruid een terroristisch misdrijf inhoudt, meermalen gepleegd;

en

een geschrift en een afbeelding waarin tot enig strafbaar feit wordt opgeruid, verspreiden en om verspreid te worden in voorraad hebben, terwijl zij weet dat daarin zodanige opruiing voorkomt, terwijl het strafbare feit waartoe wordt opgeruid een oorlogsmisdrijf inhoudt, meermalen gepleegd;

en

schending van het gemeenschappelijk artikel 3 van de Verdragen van Genève, bestaande uit aanranding van de persoonlijke waardigheid, in het bijzonder vernederende en onterende behandeling jegens personen die buiten gevecht zijn gesteld door gevangenschap, begaan in een niet-internationaal gewapend conflict, meermalen gepleegd;

ten aanzien van dagvaarding I, feit 2:

zich en/of een ander opzettelijk inlichtingen verschaffen of trachten te verschaffen en kennis verwerven en/of een ander kennis bijbrengen tot het plegen van een terroristisch misdrijf en/of een misdrijf ter voorbereiding en vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, meermalen gepleegd;

ten aanzien van dagvaarding II:

opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 2 van de Sanctiewet 1977, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte daarvoor strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt haar daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de haar opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

gelast de terbeschikkingstelling van de verdachte en beveelt dat zij van overheidswege zal worden verpleegd;

verklaart onttrokken aan het verkeer de op de beslaglijst onder 1, 2, 6, 7, 8, 9, 10 genummerde voorwerpen, te weten:

- een wapen (riotgun taser);

- een wapen (nato traangas);

- twee IS-vlaggen;

- een computer (Huawei-tablet);

- een telefoontoestel (GM smartphone);

- een telefoontoestel (OnePlus 6 smartphone);

gelast de teruggave aan de verdachte van de op de beslaglijst onder 4 en 5 genummerde voorwerpen, te weten:

- een computer (Samsung tablet);

- een telefoontoestel (gsm Alcatel).

Dit vonnis is gewezen door

mr. E.C. Kole, voorzitter,

mr. R.E. Perquin, rechter,

mr. J. Holleman, rechter,

in tegenwoordigheid van mrs. F. Kok en R.C. van Grinsven, griffiers,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 juni 2021.

Bijlage I: Tekst tenlastelegging

1.

Zij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 10 oktober 2019 te Uithoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, heeft deelgenomen aan een of meer organisatie(s), te weten Islamitische Staat (IS), dan wel Islamic State of Iraq and al-Sham (ISIS) en/of Islamic State of Iraq and the Levant (ISIL), althans een aan voornoemde organisatie(s) gelieerde Jihadistische strijdgroep, althans (een) organisatie(s) die de gewapende jihadstrijd voorstaat/voorstaan,

welke organisatie(s) tot oogmerk had(den) en/of heeft/hebben het plegen van terroristische misdrijven, te weten:

A. het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten gevolge heeft (zoals bedoeld in artikel 157 Wetboek van Strafrecht), (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 176a van het Wetboek van Strafrecht) en/of

B. doodslag (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 288a van het Wetboek van Strafrecht) en/of

C. moord (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 289 jo. 83 van het Wetboek van Strafrecht) en/of

D. de samenspanning en/of opzettelijke voorbereiding van en/of bevordering tot eerder vermelde misdrijven (zoals bedoeld in artikel 176a en/of 289a en/of 96 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht) en/of

E. het voorhanden hebben van een of meerdere wapens en/of munitie van de categorieën II en/of 111 (zoals bedoeld in artikel 26 lid 1 van de Wet wapens en munitie) (te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of met het oogmerk om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken (zoals bedoeld in artikel 55 lid 1 en/of lid 5 van de Wet wapens en munitie);

EN

zij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 10 oktober 2019 te Uithoorn, althans in Nederland en/of Irak en/of Syrië, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, heeft deelgenomen aan een of meer organisatie(s), te weten Islamitische Staat (IS), dan wel lslamic State of lraq and al-Sham (ISIS) en/of lslamic State of lraq and the Levant (ISIL), althans een aan voornoemde organisatie(s) gelieerde Jihadistische strijdgroep, althans (een) organisatie(s) die de gewapende jihadstrijd voorstaat/voorstaan, welke organisatie(s) tot oogmerk had(den) en/of heeft/hebben het plegen van (oorlogs)misdrijven, te weten:

A. aanslagen op het leven of lichamelijke geweldpleging, in het bijzonder het doden op welke wijze ook (zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 sub a Wet Internationale Misdrijven) en/of

B. aanranding van de persoonlijke waardigheid, in het bijzonder vernederende en onterende behandeling (zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 sub c Wet Internationale Misdrijven),

van personen die (toen) niet (meer) rechtstreeks aan de vijandelijkheden deelnamen, te weten burgers en/of personeel van strijdkrachten die de wapens hadden neergelegd en/of personen die buiten gevecht zijn gesteld door ziekte en/of verwonding en/of gevangenschap en/of enig andere oorzaak,

in geval van een niet-internationaal gewapend conflict op het grondgebied van Irak en/of Syrië, in strijd met het bepaalde in gemeenschappelijk artikel 3 van de Verdragen van Geneve van 12 augustus 1949;

2.

Zij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 10 oktober 2019 te Uithoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal (telkens),

zich en/of (een) ander(en), opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of heeft getracht te verschaffen, en/of kennis en/of vaardigheden heeft verworven en/of (een) ander(en) heeft bijgebracht tot het plegen van een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf ter voorbereiding en/of ter vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, te weten

- het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten gevolge heeft (zoals bedoeld in artikel 157 Wetboek van Strafrecht), (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 176a van het Wetboek van Strafrecht) en/of;

- doodslag (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 288a van het Wetboek van Strafrecht) en/of;

- moord (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 289 jo 83 van het Wetboek van Strafrecht),

immers heeft/hebben verdachte en/of haar mededader(s) meermalen, althans eenmaal (telkens),

A. zich het radicaal extremistisch gedachtegoed van de gewapende jihadstrijd met een terroristisch oogmerk gevoerd door de (terroristische) organisatie Islamitische Staat (IS), dan wel lslamic State of lraq and al-Sham (ISIS) en/of lslamic State of lraq and the Levant (ISIL), althans een aan voornoemde organisatie( s) gelieerde Jihadistische strijdgroep, althans (een) organisatie(s) die de gewapende jihadstrijd voorstaat/voorstaan, eigen gemaakt en/of

B. één of meer Telegramgroep(en) beheerd en/of gevolgd en/of bezocht en (vervolgens) van/in deze groep(en) één of meer één of meer (digitale) bestanden (zoals documenten en/of filmpjes en/of afbeeldingen) inhoudende informatie betrekking hebbend op het jihadistisch gedachtegoed en/of over onthoofdingen en/of aanwijzingen en/of instructies over/voor (ondersteuning en/of aanmoediging van) de gewapende jihadstrijd gedownload en/of opgeslagen en/of voorhanden gehad en/of gedeeld en/of verspreid en/of laten delen en/of laten verspreiden, welk(e) bestand(en) bestond(en) uit:

- een (Engelstalige) tekst met als titel: "Take Precautions 7, Traps on the path of Jihad" waarin wordt ingegaan op verschillende mogelijkheden tot actie, en de bijbehorende gevaren voor de persoon (door profiel 'GB' gedeeld op 26 september 2019 in Telegramgroep GreenB1rds met ID [ID Telegramgroep 4] (TG4), pagina 589 en 594) en/of

- een training/handleiding voor het uitvoeren van aanslagen met messen (op 30 september 2019 gedeeld door een medebeheerder in Telegramgroep GreenB1rds ID [ID Telegramgroep 7] (TG7), pagina 586) en/of

C. één of meer website(s) en/of social media kana(a)l(en); waarop één of meer (digitale) bestanden (zoals documenten en/of filmpjes en/of afbeeldingen) inhoudende informatie (wordt gedeeld) over (instructie(s) voor) het maken/vervaardigen van explosieven bezocht en/of (vervolgens) informatie over (instructie(s) voor) het maken/vervaardigen van explosieven gedownload en/of opgeslagen en/of gedeeld en/of verspreid en/of voorhanden gehad, welk(e) bestand(en) bestond(en) uit:

- een (Engelstalige) instructie voor het maken van explosieve stoffen, te weten TATP en/of Lood Azide en/of een (Arabische) instructie voor het maken en prepareren van een bomgordel; (aangetroffen op de onder verdachte in beslag genomen Huawei tablet, pagina 807 en 835 e.v.)

3.

Zij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 10 oktober 2019 te Uithoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans éénmaal, (telkens)

in het openbaar, bij geschrift en/of afbeelding, heeft opgeruid tot enig strafbaar feit Of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag, terwijl datgeen waartoe wordt opgeruid

- ( een) terroristisch misdrij(f)(ven) dan wel (een) misdrij(f)(ven) ter

voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf inhoudt,

door het (mede) beheren en/of volgen van (verschillende) Telegramgroepen (telkens) onder de naam Greenb1rds en het in deze groepen plaatsen van de berichten en/of afbeeldingen en/of video's:

- een video waarop te zien is hoe vier mannen in oranje overalls met kettingen aan handen en voeten aan een stellage hangen en met behulp van een brandbare stof in brand worden gestoken. Op de achtergrond is een IS-vlag zichtbaar . Onder de video zijn twee teksten geplaatst; een Engelse en een Arabische. De Arabische tekst luidt (vertaald): Dit is kwelling voor de vijanden van Allah de Verhevene . Verspreid en deel hem #verbranding van de_islam_ vijanden . De Engelse tekst (daaronder) luidt: Like roasted chicken .

(door profiel 'NesmuMutawahiddeen' gedeeld op 26 september 2019 in Telegramgroep Green81rds met ID [ID Telegramgroep 4] (TG4), pagina 589/590, 595 en 646), en/of

- een (Engelse) tekst en een aantal afbeeldingen/posters. De tekst wordt voorafgegaan· door een afbeelding van een bebloede hand. De tekst eronder gaat in op het vergieten van bloed van de "polytheïsten " (mushrikin). In de tekst wordt gesteld dat het voor de gelovige moslim is toegestaan om dit bloed te vergieten. In de tekst wordt ook gesproken over het gijzelen van personen in "de landen van ongeloof' . Gijzelingen zijn niet bedoeld om te onderhandelen met de ongelovigen, zo wordt gesteld, maar om een bloedbad te veroorzaken tot men zelf wordt gedood. Volgens de tekst is de enige taal die de ongelovige (kafir) verstaat de taal van het geweld : "the language of killing, stabbing and slitting throats, chopping off heads, flattering them under trucks, and burning them alive 'until they give the jizya while they are in a state of humiliation"'. De tekst vervolgt met nog enkele citaten uit de Koran waarin de plicht tot het doden van de ongelovigen wordt benoemd en het bloedvergieten wordt gerechtvaardigd . De tekst wordt gevolgd door vijf (5) afbeeldingen/posters : afbeeldingen met (Engelstalige) teksten. Één van die afbeeldingen/posters (de vierde) met aanhef "O you Muwahedeen", is gericht aan aanhangers van ISIS die niet in staat zijn om uit te reizen. Deze aanhangers en "soldaten van het kalifaat" in Amerika, Europa, Rusland, Australië, Canada en "alle delen van de wereld" worden opgeroepen om een plan te maken en in actie te komen. Deze aanhangers moeten zoveel mogelijk ongelovigen doden als ze kunnen. Een andere afbeelding/poster (de vijfde) met aanhef "Kill your crusader neighbor ", roept de ware monotheïst (muwahid) op om de "kruisvaardersbuurman" en zijn familie te doden door ze op te hangen of hun kelen open te snijden, en hun huizen in brand te steken.

(door profiel 'NesmuMutawah iddeen' gedeeld op 26 september 2019 in Telegramgroep Green81rds met ID [ID Telegramgroep 5] (TG5), pagina 596 tlm 600) , en/of

- een video met bijschrift. In de video is een logo van de IS-vlag te zien. De video toont een zittende man, gekleed in camouflagekleding met de Irakese vlag op de borst. De man wordt in het hoofd geschoten, terwijl zijn handen op zijn rug zitten. Ondertussen wordt er "Allahu akbar" geroepen en is er een Arabischtalige nashid (lied) te horen. Het bijschrift bij de video is in het Arabisch en bevat emoticons van lachende gezichtjes en een mes. In het bijschrift wordt gesteld: "jij bent een rafidi", gevolgd door een emoticon van een mes.

(door profiel 'NesmuMutawahiddeen' gepost op 25 september 2019 in Telegramgroep Green81rds met ID [ID Telegramgroep 4] (TG4) en tevens aangetroffen op de onder verdachte in beslag genomen Huawei tablet, pagina 607 en 738), en/of

- een afbeelding van een persoon met een bebloede hand, met daaronder de tekst: "Spilling the blood of mushrikien is the greatest form of disavowal"

(door profiel 'NesmuMutawahiddeen' gedeeld op 26 september 2019 in Telgramgroep Greenb1rds met ID [ID Telegramgroep 5] (TG5), pagina 585 en 618/619);

- ( een) oorlogsmisdrij(f)(ven) inhoudt, te weten

aanranding van de persoonlijke waardigheid, in het bijzonder vernederende en onterende behandeling, van personen die (toen) niet (meer) rechtstreeks aan de vijandelijkheden deelnamen, te weten burgers en/of personeel van strijdkrachten die de wapens hadden neergelegd en/of personen die buiten gevecht zijn gesteld door ziekte en/of verwonding en/of gevangenschap en/of enig andere oorzaak, in geval van een niet-internationaal gewapend conflict op het grondgebied van Irak en/of Syrië, in strijd met het bepaalde in gemeenschappelijk artikel 3 van de Verdragen van Geneve van 12 augustus 1949,

door het (mede) beheren en/of volgen van (verschillende) Telegramgroepen (telkens) onder de naam Greenb1rds en het in deze groepen plaatsen van de berichten en/of afbeeldingen en/of video’s:

- een video met bijschrift. In de video is te zien is hoe vier mannen in oranje overalls met kettingen aan handen en voeten aan een stellage hangen en met behulp van een brandbare stof in brand worden gestoken. Op de achtergrond is een IS-vlag zichtbaar. Het bijschrift bij de video is een Arabische tekst die luidt (vertaald): Dit is kwelling voor de vijanden van Allah de Verhevene. Verspreid en deel hem #verbranding van de_islam_vijanden.

(door profiel 'NesmuMutawahiddeen ' gedeeld op 26 september 2019 in Telegramgroep Green81rds met ID [ID Telegramgroep 4] (TG4), pagina 589/590, 595 en 646), en/of

- een bericht bij voornoemde video waarop te zien is hoe vier mannen in oranje overalls met kettingen aan handen en voeten aan een stellage hangen en met behulp van een brandbare stof in brand worden gestoken, te weten: Like roasted chicken.

(door profiel 'NesmuMutawahiddeen' gedeeld op 26 september 2019 in Telegramgroep Green81rds met ID [ID Telegramgroep 4] (TG4), pagina 589/590, 595 en 646), en/of

- een video met bijschrift. In de video is een logo van de IS-vlag te zien. De video toont een zittende man, gekleed in camouflagekleding met de Irakese vlag op de borst. De man wordt in het hoofd geschoten, terwijl zijn handen op zijn rug zitten. Ondertussen wordt er "Allahu akbar" geroepen en is er een Arabischtalige nashid (lied) te horen . Het bijschrift bij de video is in het Arabisch en bevat emoticons van lachende gezichtjes en een mes. In het bijschrift wordt gesteld: "jij bent een rafidi", gevolgd door een emoticon van een mes.

(door profiel 'NesmuMutawahiddeen' gepost op 25 september 2019 in Telegramgroep Green81rds met ID [ID Telegramgroep 4] (TG4) en tevens aangetroffen op de onder verdachte in beslag genomen Huawei tablet, pagina 607 en 738);

4.

zij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 10 oktober 2019 te Uithoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans éénmaal, (telkens)

één of meer geschrift(en) en/of afbeelding(en) , waarin tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag wordt opgeruid, terwijl datgeen waartoe wordt opgeruid

- ( een) terroristisch misdrij(f)(ven) dan wel (een) misdrij(f)(ven) ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf inhoudt,

heeft verspreid en/of om verspreid te worden, in voorraad heeft gehad,

terwijl zij, verdachte, en/of haar mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat in het/de geschrift(en) en/of de afbeelding(en) zodanige opruiing voorkomt,

immers heeft/hebben zij, verdachte en/of haar mededader(s) (telkens) (verschillende) Telegramgroepen onder de naam GreenB1rds (mede) beheerd en/of gevolgd en/of bezocht en in deze groep(en) de volgende berichten en/of afbeeldingen en/of video's geplaatst en/of gedeeld, althans deze berichten en/of afbeeldingen en/of video's in voorraad heeft gehad:

- een video waarop te zien is hoe vier mannen in oranje overalls met kettingen aan handen en voeten aan een stellage hangen en met behulp van een brandbare stof in brand worden gestoken . Op de achtergrond is een IS-vlag zichtbaar. Onder de video zijn twee teksten geplaatst; een Engelse en een Arabische. De Arabische tekst luidt (vertaald): Dit is kwelling voor de vijanden van Allah de Verhevene. Verspreid en deel hem #verbranding van de_islam_vijanden. De Engelse tekst (daaronder) luidt: Like roasted chicken.

(door profiel 'NesmuMutawahiddeen ' gedeeld op 26 september 2019 in Telegramgroep Green81rds met ID [ID Telegramgroep 4] (TG4) , pagina 589/590 , 595 en 646), en/of

- een (Engelse) tekst en een aantal afbeeldingen/posters. De tekst wordt voorafgegaan door een afbeelding van een bebloede hand. De tekst eronder gaat in op het vergieten van bloed van de "polytheïsten" (mushrikin). In de tekst wordt gesteld dat het voor de gelovige moslim is toegestaan om dit bloed te vergieten. In de tekst wordt ook gesproken over het gijzelen van personen in "de landen van ongeloof”. Gijzelingen zijn niet bedoeld om te onderhandelen met de ongelovigen, zo wordt gesteld, maar om een bloedbad te veroorzaken tot men zelf wordt gedood. Volgens de tekst is de enige taal die de ongelovige (kafir) verstaat de taal van het geweld: "the language of killing, stabbing and slitting throats, chopping off heads, flattering them under trucks, and burning them alive 'until they give the jizya while they are in a state of humiliation’". De tekst vervolgt met nog enkele citaten uit de Koran waarin de plicht tot het doden van de ongelovigen wordt benoemd en het bloedvergieten wordt gerechtvaardigd. De tekst wordt gevolgd door vijf (5) afbeeldingen/posters: afbeeldingen met (Engelstalige) teksten. Één van die afbeeldingen/posters (de vierde) met aanhef "O you Muwahedeen", is gericht aan aanhangers van ISIS die niet in staat zijn om uit te reizen. Deze aanhangers en "soldaten van het kalifaat" in Amerika, Europa, Rusland, Australië, Canada en "alle delen van de wereld" worden opgeroepen om een plan te maken en in actie te komen. Deze aanhangers moeten zoveel mogelijk ongelovigen doden als ze kunnen. Een andere afbeelding/poster (de vijfde) met aanhef "Kill your crusader neighbor", roept de ware monotheïst (muwahid) op om de "kruisvaardersbuurman " en zijn familie te doden door ze op te hangen of hun kelen open te snijden, en hun huizen in brand te steken.

(door profiel 'NesmuMutawahiddeen' gedeeld op 26 september 2019 in Telegramgroep Green8 1rds met ID [ID Telegramgroep 5] (TG5) , pagina 596 t/m 600), en/of

- een video met bijschrift. In de video is een logo van de IS-vlag te zien. De video toont een zittende man, gekleed in camouflagekleding met de Irakese vlag op de borst. De man wordt in het hoofd geschoten, terwijl zijn handen op zijn rug zitten. Ondertussen wordt er "Allahu akbar" geroepen en is er een Arabischtalige nashid (lied) te horen. Het bijschrift bij de video is in het Arabisch en bevat emoticons van lachende gezichtjes en een mes. In het bijschrift wordt gesteld : "jij bent een rafidi", gevolgd door een emoticon van een mes.

(door profiel 'NesmuMutawahiddeen' gepost op 25 september 2019 in Telegramgroep Green81rds met ID [ID Telegramgroep 4] (TG4) en tevens aangetroffen op de onder verdachte in beslag genomen Huawei tablet, pagina 607 en 738), en/of

- een afbeelding van een persoon met een bebloede hand, met daaronder de tekst: "Spilling the blood of mushrikien is the greatest form of disavowal"

(door profiel 'NesmuMutawahiddeen' gedeeld op 26 september 2019 in Telgramgroep Greenb1rds met ID [ID Telegramgroep 5] (TG5) , pagina 585 en 618/619);

- twee video's, waarbij de eerste video opent met beelden van mannen op een heuvel, die geboeid en met blinddoeken worden geleid door gewapende mannen. Hierop volgen beelden van de geboeide mannen terwijl ze op de grond zitten, en volgt een explosie op de plek waar ze zitten. De explosie wordt vanuit verschillende hoeken in beeld gebracht, en deels vertraagd afgespeeld. Tevens is in de video's een IS vlag te zien en klinkt er een Arabische toespraak

(door profiel 'NesmuMutawahiddeen ' gedeeld op 25 september 2019 in Te/egramgroep Green81rds met ID [ID Telegramgroep 4] (TG4), pagina 606) en/of

- een video met het Arabische onderschrift (vertaald): "De legendes van de Islamitische Staat in Mosul". Op de video is een IS vlag te zien. De video toont een compilatie van (dronebeelden van) autobomaanslagen. Er worden aanslagen getoond in Mosul en vervolgens toont de video strijders die in geprepareerde voertuigen stappen en de namen en foto's van martelaren die de aanslagen hebben uitgevoerd. Een vertellende stem roemt de daden van deze 'martelaren' en vertelt over de beloningen die zij zullen ontvangen in het hiernamaals. Op de achtergrond klinken anasheed (religieus gezang) (door profiel 'GB' gedeeld op 27 september 2019 in Telegramgroep Greenb1rds met ID [ID Telegramgroep 6] (TG6), pagina 629) en/of

- een (Engelstalig) bericht waarin de vraag wordt gesteld waar de mannen zijn die "deze Umma" (Islamitische gemeenschap) verdedigen. De tekst stelt dat men de ongelovigen moet doden, bijvoorbeeld door hen te overrijden of door hen met een mes te steken. Het bericht bevat een oproep aan de jeugd om "op te staan" tot de strijd, ook al is het maar om één ongelovige te doden

(door profiel 'NesmuMutawahiddeen ' gedeeld op 21 juni 2019 in Telegramgroep met ID [ID chat 7] (Telegram chat 7), en op 27 juni 2019 in Telegramgroep met ID [ID chat 11] (Telegram chat 11), pagina 525/526 en 497) en/of

- een video waarin zwart geklede personen met steekwapens of zwaarden in hun hand staan, achter personen geknield op de grond, in oranje kleding. Hun onderlichamen lijken deels in zakken te zitten. Dan is er een toespraak te horen van een man die onder andere spreekt over de straf voor degenen die samenwerken met de ongelovigen en samenspannen tegen de ongelovigen. Daarna is te zien dat elke persoon in het zwart de persoon oranje voor hem het hoofd afsnijdt. Dit wordt deels in slow-motion en met close- ups in beeld gebracht

(aangetroffen op de onder verdachte in beslag genomen Huawei tablet, pagina 943/944),

- ( een) oorlogsmisdrij(f)(ven) inhoudt, te weten

aanranding van de persoonlijke waardigheid, in het bijzonder vernederende en onterende behandeling, van personen die (toen) niet (meer) rechtstreeks aan de vijandelijkheden deelnamen, te weten burgers en/of personeel van strijdkrachten die de wapens hadden neergelegd en/of personen die buiten gevecht zijn gesteld door ziekte en/of verwonding en/of gevangenschap en/of enig andere oorzaak, in geval van een niet-internationaal gewapend conflict op het grondgebied van Irak en/of Syrië, in strijd met het bepaalde in gemeenschappelijk artikel 3 van de Verdragen van Geneve van 12 augustus 1949,

heeft verspreid en/of om verspreid te worden, in voorraad heeft gehad,

terwijl zij, verdachte, en/of haar mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat in het/de geschrift(en) en/of de afbeelding(en) zodanige opruiing voorkomt,

immers heeft/hebben zij, verdachte en/of haar mededader(s) (telkens) (verschillende) Telegramgroepen onder de naam GreenB1 rds (mede) beheerd en/of gevolgd en/of bezocht en in deze groep(en) berichten en/of afbeeldingen en/of video's geplaatst en/of gedeeld:

- een video met bijschrift. In de video is te zien is hoe vier mannen in oranje overalls met kettingen aan handen en voeten aan een stellage hangen en met behulp van een brandbare stof in brand worden gestoken. Op de achtergrond is een IS-vlag zichtbaar. Het bijschrift bij de video is een Arabische tekst die luidt (vertaald): Dit is kwelling voor de vijanden van Allah de Verhevene . Verspreid en deel hem #verbranding van de_islam_vijanden.

(door profiel 'NesmuMutawahiddeen' gedeeld op 26 september 2019 in Telegramgroep Green81rds met ID [ID Telegramgroep 4] (TG4) , pagina 589/590, 595 en 646), en/of

- een bericht bij voornoemde video waarop te zien is hoe vier mannen in oranje overalls met kettingen aan handen en voeten aan een stellage hangen en met behulp van een brandbare stof in brand worden gestoken, te weten: Like roasted chicken.

(door profiel 'NesmuMutawahiddeen' gedeeld op 26 september 2019 in Telegramgroep Green81rds met ID [ID Telegramgroep 4] (TG4) , pagina 589/590, 595 en 646), en/of

- een video met bijschrift. In de video is een logo van de IS-vlag te zien. De video toont een zittende man, gekleed in camouflagekleding met de Irakese vlag op de borst. De man wordt in het hoofd geschoten, terwijl zijn handen op zijn rug zitten. Ondertussen wordt er "Allahu akbar" geroepen en is er een Arabischtalige nashid (lied) te horen . Het bijschrift bij de video is in het Arabisch en bevat emoticons van lachende gezichtjes en een mes. In het bijschrift wordt gesteld: "jij bent een rafidi", gevolgd door een emoticon van een mes.

(door profiel 'NesmuMutawahiddeen ' gepost op 25 september 2019 in Telegramgroep Green81rds met ID [ID Telegramgroep 4] (TG4) en tevens aangetroffen op de onder verdachte in beslag genomen Huawei tablet , pagina 607 en 738),

althans uitingen van gelijke aard en/of strekking die al dan niet in onderlinge samenhang een opruiend karakter hebben;

5.

zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2014 tot en met 26 september 2019, in of nabij AI-Anbar (Irak) en/of Salahuddin (Irak), althans (elders) in Irak en/of Syrië en/of Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en) , althans alleen,

meermalen, althans éénmaal, (telkens),

in geval van een niet-internationaal gewapend conflict op het grondgebied van Irak en/of Syrië, in strijd met het bepaalde in gemeenschappelijk artikel 3 van de Verdragen van Geneve van 12 augustus 1949,

personen die (toen) niet (meer) rechtstreeks aan de vijandelijkheden deelnamen, te

weten burgers en/of personeel van strijdkrachten die de wapens hadden neergelegd en/of personen die buiten gevecht zijn gesteld door ziekte en/of verwonding en/of gevangenschap en/of enig andere oorzaak, in hun persoonlijke waardigheid heeft aangerand (en/of) (in het bijzonder) vernederend en/of onterend heeft behandeld, ·

immers heeft/hebben zij, verdachte en/of haar mededader(s) (telkens) (verschillende) Telegramgroepen onder de naam GreenB1rds (mede) beheerd en/of gevolgd en/of bezocht en in deze groep(en) berichten en/of afbeeldingen en/of video's geplaatst en/of gedeeld:

- een video met bijschrift. In de video is te zien is hoe vier mannen in oranje overalls met kettingen aan handen en voeten aan een stellage hangen en met behulp van een brandbare stof in brand worden gestoken. Op de achtergrond is een IS-vlag zichtbaar. Het bijschrift bij de video is een Arabische tekst die luidt (vertaald) : Dit is kwelling voor de vijanden van Allah de Verhevene . Verspreid en deel hem #verbranding van de_islam_vijanden.

(door profiel 'NesmuMutawahiddeen' gedeeld op 26 september 2019 in Telegramgroep Green81rds met ID [ID Telegramgroep 4] (TG4), pagina 589/590, 595 en 646), en/of

- een bericht bij voornoemde video waarop te zien is hoe vier mannen in oranje overalls met kettingen aan handen en voeten aan een stellage hangen en met behulp van een brandbare stof in brand worden gestoken, te weten: Like roasted chicken .

(door profiel 'NesmuMutawahiddeen' gedeeld op 26 september 2019 in Telegramgroep Green81rds met ID [ID Telegramgroep 4] (TG4) , pagina 589/590, 595 en 646), en/of

- een video met bijschrift. In de video is een logo van de IS-vlag te zien. De video toont een zittende man, gekleed in camouflagekleding met de Irakese vlag op de borst. De man word·t in het hoofd geschoten, terwijl zijn handen op zijn rug zitten. Ondertussen wordt er "Allahu akbar" geroepen en is er een Arabischtalige nashid (lied) te horen. Het bijschrift bij de video is in het Arabisch en bevat emoticons van lachende gezichtjes en een mes. In het bijschrift wordt gesteld: "jij bent een rafidi", gevolgd door een emoticon van een mes.

(door profiel 'NesmuMutawahiddeen' gepost op 25 september 2019 in Telegramgroep Green81rds met ID [ID Telegramgroep 4] (TG4) en tevens aangetroffen op de onder verdachte in beslag genomen Huawei tablet, pagina 607 en 738) ,

en deze berichten en/of afbeeldingen en/of video's daarmee (aldus) heeft/hebben verspreid en/of openbaar heeft/hebben gemaakt.

09/748012-19-P

zij (op één of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 september 2019 tot en met 10 oktober 2019 te Uithoorn, althans in Nederland, en/of Turkije, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk in strijd met het krachtens artikel 2 en/of 3 van de Sanctiewet 1977 vastgestelde verbod van artikel 2 Sanctieregeling terrorisme 2007-II heeft gehandeld doordat zij rechtstreeks dan wel middellijk middelen te weten:

- op of omstreeks 21 september 2019 een geldbedrag van 200 euro en/of

- op of omstreeks 1oktober 2019 een geldbedrag van 300 euro

via een of meer tussenperso(o)n(en) aan [betrokkene 4] en/of [betrokkene 3] ter beschikking heeft gesteld, terwijl [betrokkene 4] bij besluit van 24 maart 2017 en [betrokkene 3] bij besluit van 16 oktober 2017 door de Minister van Buitenlandse Zaken is/zijn

aangewezen als perso(o)n(en) jegens wie de Sanctieregeling terrorisme 2007-11

van toepassing is.

Bijlage II: Eindnoten

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het doorgenummerde proces-verbaal met het nummer LERCA19019-292, van de Landelijke Recherche, Team Internationale Misdrijven, met bijlagen.

2 Geschrift, te weten een kennisbijlage 140a WvSr PV de Islamitische Staat van J. Jolen van 25 juni 2018, hoofdstuk 1.

3 Geschrift, te weten een kennisbijlage 140a WvSr PV de Islamitische Staat van J. Jolen van 25 juni 2018, hoofdstuk 1.

4 Geschrift, te weten een kennisbijlage 140a WvSr PV de Islamitische Staat van J. Jolen van 25 juni 2018, hoofdstuk 1.

5 Geschrift, te weten een Thematisch Ambtsbericht Syrië, de veiligheidssituatie van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van juli 2019.

6 Geschrift, te weten een kennisbijlage 140a WvSr PV de Islamitische Staat van J. Jolen van 25 juni 2018, hoofdstuk 1.

7 Geschrift, te weten een kennisbijlage 140a WvSr PV de Islamitische Staat van J. Jolen van 25 juni 2018, hoofdstuk 6.

8 Geschrift, te weten een kennisbijlage 140a WvSr PV de Islamitische Staat van J. Jolen van 25 juni 2018, hoofdstuk 6.

9 Geschrift, te weten een kennisbijlage 140a WvSr PV de Islamitische Staat van J. Jolen van 25 juni 2018, hoofdstuk 6.

10 Geschrift, te weten een kennisbijlage 140a WvSr PV de Islamitische Staat van J. Jolen van 25 juni 2018, hoofdstuk 6.

11 Geschrift, te weten een rapport van het OHCHR & UNAMI, Report on the Protection of Civilians in the Non-International Armed Conflict in Iraq 5 June-5 July 2014, opgemaakt op 18 juli 2014, p. 21,

12 Geschrift, te weten een kennisbijlage 140a WvSr PV de Islamitische Staat van J. Jolen van 25 juni 2018, hoofdstuk 6.

13 Geschrift, te weten een kennisbijlage 140a WvSr PV de Islamitische Staat van J. Jolen van 25 juni 2018, hoofdstuk 6.

14 Geschrift, te weten een VN Rapport van de Human Rights Council Report of the Independent International Commission of Inquiry on the Syrian Arab Republic, A/HRC/27/60, gepubliceerd op 13 augustus 2014.

15 Geschrift, te weten een kennisbijlage 140a WvSr PV de Islamitische Staat van J. Jolen van 25 juni 2018, hoofdstuk 6.

16 Geschrift, te weten het 8e Rapport van de Secretaris Generaal inzake de dreiging die uitgaat van ISIL, opgemaakt op 1 februari 2019, S/2019/103, p. 1 en 3.

17 Geschrift, te weten het 9e Rapport van de Secretaris Generaal inzake de dreiging die uitgaat van ISIL, opgemaakt op 1 februari 2019, S/2019/612, p. 2.

18 Geschrift, te weten een artikel genaamd ‘ISIS brands global attacks as ‘Vengeance for Sham’ van Robert Postings, gepubliceerd op The Defence Post op 14 april 2019, geraadpleegd via https://www.thedefensepost.com/2019/04/14/isis-vengeance-for-sham/; geschrift, te weten een artikel genaamd ‘ISIS steps up attacks on pro-Assad troops in Syria’s Badia desert van Jared Szuba’, gepubliceerd op The Defence Post op 23 april 2019, geraadpleegd via https://www.thedefensepost.com/2019/04/23 /syria-isis-badia-desert-liwa-al-quds/.

19 Geschrift, te weten een Thematisch Ambtsbericht Syrië, de veiligheidssituatie van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van juli 2019, p. 41.

20 Geschrift, te weten een factsheet van het United Nations Office for the Coordination of Humanitarian Affairs (OCHA), gepubliceerd op 9 augustus 2019, geraadpleegd via https://unocha.exposure.co/syria-a-crisis-in-its-9th-year-in-9-figures.

21 Geschrift, te weten een Thematisch Ambtsbericht Syrië, de veiligheidssituatie van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van juli 2019, pagina 42.

22 Geschrift, te weten het 12e Rapport van de Secretaris Generaal inzake de dreiging die uitgaat van ISIL, opgemaakt op 29 januari 2021, S/2021/98, p. 1, 2.

23 Geschrift, te weten een Thematisch Ambtsbericht Syrië, De Veiligheidssituatie van het Cluster Ambtsberichten, opgemaakt in juli 2019, pagina 26, 61.

24 Geschrift, te weten een Thematisch Ambtsbericht Syrië, De Veiligheidssituatie van het Cluster Ambtsberichten, opgemaakt in juli 2019, pagina 17.

25 Het proces-verbaal van bevindingen van 21 januari 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-254, p. 632-636.

26 Geschrift, kennisbijlage ‘140a WvSr PV de Islamitische Staat’ van 25 juni 2018, opgemaakt door dr. J. Jolen, hoofdstuk 6.9, afzonderlijk in het dossier gevoegd.

27 Het proces-verbaal van bevindingen van 21 januari 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-254, p. 635-639.

28 Het proces-verbaal van bevindingen van 24 januari 2020, proces-verbaalnummer LERCA1919-208, p. 462.

29 Het proces-verbaal van bevindingen van 21 januari 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-254, p. 635-639.

30 Het proces-verbaal van bevindingen van 21 januari 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-254, p. 635-639.

31 Het proces-verbaal van bevindingen van 21 januari 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-254, p. 641.

32 Proces-verbaal van bevindingen van 24 januari 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-235, p. 706-728.

33 Proces-verbaal restinformatie van 17 september 2019, proces-verbaalnummer LERCA19014-115, p. 443-444.

34 Proces-verbaal restinformatie van 17 september 2019, proces-verbaalnummer LERCA19014-115, p. 445.

35 Proces-verbaal restinformatie van 17 september 2019, proces-verbaalnummer LERCA19014-115, p. 446-447.

36 Proces-verbaal van bevindingen van 31 januari 2020, documentcode 268, p. 729-731.

37 Proces-verbaal van bevindingen van 26 mei 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-296, p. 1421.

38 Geschrift, te weten een uitdraai van een tapgesprek van 24 juni 2019 (sessienr. 4592), p. 1609.

39 Geschrift, te weten een uitdraai van een tapgesprek van 24 juni 2019 (sessienr. 4602), p. 1610-1611.

40 Geschrift, te weten een uitdraai van een tapgesprek van 7 juli 2019 (sessienr. 6965), p. 1612.

41 Geschrift, te weten een ‘Extractierapport Telegramchat tussen [betrokkene 1] en [voornaam verdachte]’, p. 1540.

42 Geschrift, te weten een ‘Extractierapport Telegramchat tussen [betrokkene 1] en [voornaam verdachte]’, p. 1525.

43 Geschrift, te weten een ‘Extractierapport Telegramchat tussen [betrokkene 1] en [voornaam verdachte]’, p. 1550.

44 Geschrift, te weten een ‘Extractierapport Telegramchat tussen [betrokkene 1] en [voornaam verdachte]’, p. 1525 en 1528.

45 Proces-verbaal van bevindingen van 3 september 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-341, p. 1725.

46 Proces-verbaal van bevindingen van 3 september 2020, proces-verbaalnummer LERCA191019-341, p. 1726.

47 Geschrift, te weten een ‘Extractierapport Telegramchat tussen [betrokkene 1] en [voornaam verdachte]’, p. 1522-1523.

48 Geschrift, te weten een ‘Extractierapport Telegramchat tussen [betrokkene 1] en [voornaam verdachte]’, p. 1522.

49 Geschrift, te weten een ‘Extractierapport Telegramchat tussen [betrokkene 1] en [voornaam verdachte]’, p. 1547.

50 Geschrift, te weten een ‘Extractierapport Telegramchat tussen [betrokkene 1] en [voornaam verdachte]’, p. 1436.

51 Proces-verbaal van bevindingen van 31 maart 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-206, p. 807-808.

52 Proces-verbaal restinformatie van 17 september 2019, proces-verbaalnummer LERCA19014-115, p. 446, en proces-verbaal van relaas van 7 april 2020, p. 42.

53 Proces-verbaal van bevindingen van 24 januari 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-207, p. 449-455, en de bijlage p. 459.

54 Proces-verbaal van bevindingen van 24 januari 2020, proces-verbaalnummer LERCA19109-208, p. 460-464.

55 Proces-verbaal van bevindingen van 22 januari 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-209, p. 465-472.

56 Proces-verbaal van bevindingen van 22 januari 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-210, p. 473-480.

57 Proces-verbaal van bevindingen van 24 januari 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-211, p. 481-484.

58 Proces-verbaal van bevindingen van 14 februari 2020, proces-verbaalnummer LERCA1910-212, p. 493-506, in samenhang met proces-verbaal van bevindingen van 4 maart 2021, proces-verbaalnummer LERCA19019-357 en het proces-verbaal van bevindingen van 4 maart 2021, proces-verbaalnummer LERCA19019-358, die afzonderlijk in het dossier zijn gevoegd.

59 Proces-verbaal van bevindingen van 22 januari 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-213, p. 507-510.

60 Proces-verbaal van bevindingen van 6 februari 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-214, p. 511-514.

61 Proces-verbaal van bevindingen van 7 februari 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-215, p. 515-522.

62 Proces-verbaal van bevindingen van 12 februari 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-216, p. 523-533.

63 Geschrift, te weten een CTER OSINT rapportage (met bijlagen), opgemaakt op 17 september 2019, p. 909 en p. 921, en proces-verbaal van relaas, opgemaakt op 7 april 2020, p. 34.

64 Geschrift, te weten een CTER OSINT rapportage, opgemaakt op 17 september 2019, p. 911.

65 Proces-verbaal van bevindingen van 21 januari 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-246, p. 602.

66 Proces-verbaal van bevindingen van 5 oktober 2019, proces-verbaalnummer 201910005a-4250, p. 584.

67 Proces-verbaal van bevindingen van 21 januari 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-246, p. 616-617.

68 Proces-verbaal van bevindingen van 17 oktober 2019, proces-verbaalnummer LERCA19019-136, p. 594-595.

69 Proces-verbaal van bevindingen van 21 januari 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-246, p. 606.

70 Proces-verbaal van bevindingen van 21 januari 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-246, p. 607-608.

71 Proces-verbaal van bevindingen van 1 april 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-287, p. 731-739.

72 Proces-verbaal van bevindingen van 26 mei 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-296, p. 1421-1425.

73 Proces-verbaal van bevindingen van 21 januari 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-246, p. 619.

74 Proces-verbaal van bevindingen van , proces-verbaalnummer 201910005a-4250, p. 585.

75 Proces-verbaal van bevindingen van 21 januari 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-246, p. 619-621.

76 Proces-verbaal van bevindingen van 21 januari 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-246, p. 625.

77 Proces-verbaal van bevindingen van 5 oktober 2019, proces-verbaalnummer 201910005a-4250, p. 586.

78 Rapport ‘Duiding Telegramgroep 27-9-2019 ID [ID Telegramgroep 6] van 24 oktober 2019, p. 629.

79 Rapport ‘Duiding Telegramgroep 27-9-2019 ID [ID Telegramgroep 6] van 224 oktober 2019, p. 629.

80 Proces-verbaal van bevindingen van 21 januari 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-246, p. 625.

81 Proces-verbaal van bevindingen van 5 oktober 2019, proces-verbaalnummer 201910005a-4250, p. 586.

82 Proces-verbaal van bevindingen van 21 januari 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-246, p. 625.

83 Proces-verbaal van bevindingen van 21 januari 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-246, p. 625-626.

84 Proces-verbaal van bevindingen van 21 januari 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-246, p. 626.

85 Proces-verbaal van bevindingen van 5 oktober 2019, proces-verbaalnummer 201910005a-4250, p. 586.

86 Proces-verbaal van bevindingen van 21 januari 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-246, p. 626.

87 Proces-verbaal van bevindingen van 5 oktober 2019, proces-verbaalnummer 201910005a-4250, p. 586.

88 Proces-verbaal van bevindingen van 21 januari 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-246, p. 626-627.

89 Proces-verbaal van bevindingen van 21 januari 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-246, p. 627.

90 Proces-verbaal van bevindingen van 5 oktober 2019, proces-verbaalnummer 201910005a-4250, p. 587.

91 Proces-verbaal van bevindingen van 21 januari 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-254, p. 642.

92 Proces-verbaal van relaas van 7 september 2020, p. 1661, in samenhang met proces-verbaal van bevindingen van 6 augustus 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-327, p. 2047.

93 Proces-verbaal van bevindingen van 3 september 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-341, p. 1722 en 1723.

94 Proces-verbaal van bevindingen van 3 september 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-341, p. 1730

95 Bijlage 8 bij proces-verbaal van bevindingen van 3 september 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-341, uitwerking OVC-opnamen, p. 1780.

96 Bijlage 9 bij proces-verbaal van bevindingen van 3 september 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-341, schermafdrukken telefoon, p. 1781-1782.

97 Bijlagen 11 en 12 bij proces-verbaal van bevindingen van 3 september 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-341, uitwerkingen OVC-opnamen, p. 1784-1785.

98 Proces-verbaal van bevindingen van 19 maart 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-239, p. 574.

99 Proces-verbaal van bevindingen van 3 september 2020, LERCA19019-341, p. 1732-1734.

100 Bijlage 20 bij proces-verbaal van bevindingen van 3 september 2020, LERCA19019-341, p. 1732-1734, uitwerking OVC-opnamen, p. 1812

101 Proces-verbaal van bevindingen van 3 september 2020, LERCA19019-341, p. 1736.

102 Proces-verbaal van bevindingen van 3 september 2020, LERCA19019-341, p. 1738 en 1739.

103 Proces-verbaal van bevindingen van 3 september 2020, LERCA19019-341, p. 1740 en 1741 en de bijbehorende bijlage 23, p. 1823.

104 Proces-verbaal van bevindingen van 3 september 2020, LERCA19019-341, p. 1743-1745.

105 Proces-verbaal van bevindingen van 15 oktober 2019, proces-verbaalnummer LERCA19019-121, p. 701-702.

106 Proces-verbaal van bevindingen van 18 oktober 2019, proces-verbaalnummer LERCA1909-148, p. 698-701.

107 Proces-verbaal van bevindingen van 31 maart 2020, proces-verbaalnummer LERCA191019-206, p. 807-828.

108 Proces-verbaal van bevindingen van 2 april 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-288, p. 940.

109 Proces-verbaal van bevindingen van 2 april 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-288, p. 936-958.

110 Proces-verbaal van bevindingen van 31 maart 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-205, p. 885-894.

111 Proces-verbaal van bevindingen van 23 oktober 2019, proces-verbaalnummer LERCA19019-157, p. 540-542.

112 Proces-verbaal van bevindingen van 23 oktober 2019, proces-verbaalnummer LERCA19019-157, p. 543.

113 Proces-verbaal van bevindingen van 23 oktober 2019, proces-verbaalnummer LERCA19019-157, p. 544.

114 Proces-verbaal van bevindingen van 23 oktober 2019, proces-verbaalnummer LERCA19019-157, p. 544-545.

115 Proces-verbaal van bevindingen van 23 oktober 2019, proces-verbaalnummer LERCA19019-157, p. 546.

116 Proces-verbaal van bevindingen van 23 oktober 2019, proces-verbaalnummer LERCA19019-157, p. 547-548.

117 Geschrift, een uitdraai van een OVC-opname van 23 september 2019, p. 2351.

118 Proces-verbaal van bevindingen van 23 oktober 2019, proces-verbaalnummer LERCA19019-157, p. 551.

119 Geschrift, een uitdraai van een OVC-opname van 5 september 2019, p. 684-685.

120 Geschrift, een uitdraai van een OVC-opname van 26 september 2019, p. 691.

121 Proces-verbaal van bevindingen van 3 december 2019, proces-verbaalnummer 20191010a-4250, p. 648-649.

122 Proces-verbaal van bevindingen van 3 september 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-341, p. 1748-1749.

123 Proces-verbaal van bevindingen van 1 november 2019, proces-verbaalnummer LERCA19019-181, p. 703.

124 Proces-verbaal van verhoor verdachte van 11 juni 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-307, p. 1616-1654, meer specifiek p. 1624-1630 en 1648.

125 Proces-verbaal van verhoor verdachte van 15 juni 2020, proces-verbaalnummer LERCA191019-311, p. 2303-2350, meer specifiek p. 2315-2316.

126 Proces-verbaal van verhoor verdachte van 15 juni 2020, proces-verbaalnummer LERCA191019-311, p. 2303-2350, meer specifiek p. 2342.

127 Proces-verbaal van de terechtzitting van 11 februari 2021, afzonderlijk in het dossier gevoegd, p. 10, p. 14.

128 Geschrift, te weten een kennisbijlage 140a WvSr PV de Islamitische Staat van J. Jolen van 25 juni 2018, hoofdstuk 6.12.

129 Zie onder andere Hof den Haag 25 mei 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:1249 en rechtbank Rotterdam 29 oktober 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:9659.

130 Zie gemeenschappelijk artikel 3 van de Verdragen van Genève.

131 ICTY, Prosecutor v. Tadić a/k/a “Dule”, Appeals Chamber Decision, IT-94-1-AR72, 2 oktober 1995, paragraaf 70.

132 ICTY, Prosecutor v. Haradinaj, Trial Chamber Judgement, IT-04-84-T, 3 april 2008, paragraaf 49.

133 ICTY, Prosecutor v. Haradinaj et al, Trial Chamber Judgement, IT-04-84-T, 3 april 2008, paragraaf 60.

134 ICTY, The Prosecutor v. Dusko Tadić, IT-94-1-AR72, Appeals Chamber, Decision, 2 October 1995, paragraaf 67, 70; ICTY, Prosecutor v. Gotovina, Trial Chamber Judgement, IT-06-90-T, 15 april 2011, paragraaf 1694.

135 ICTY, Prosecutor v. Gotovina, Trial Chamber Judgement, IT-06-90-T, 15 april 2011, paragraaf 1694.

136 Zie ook Rechtbank Den Haag Nashville, 23 juli 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:7430, r.o. 5.3.3.2; Gerechtshof Den Haag, Nashville, 26 januari 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:103, Hoofdstuk VII.

137 Geschrift, te weten een brief van de voorzitter van VN Veiligheidsraad, opgemaakt in januari 2020, geraadpleegd via: https://digitallibrary.un.org/record/3848705; geschrift, te weten een rapport van de VN Veiligheidsraad, geraadpleegd via https://undocs.org/S/2020/717; geschrift, te weten een Country report United States Department of State, ‘Syria 2019 Human Rights Report’, geraadpleegd via https://www.state.gov/wp-content/uploads/2020/03/SYRIA-2019-HUMAN-RIGHTS-REPORT.pdf.

138 ICTY, Prosecutor v. Kunarac, Trial Chamber Judgement, IT-96-23-T en IT-96-23/1-T, 22 februari 2001, paragraaf 514 en Appeals Chamber Judgement, IT-96-23 en IT-96-23/1, 12 juni 2002, paragraaf 161 en 163.

139 ICTY, Prosecutor v. Aleksovski, Trial Chamber Judgement, IT-95014/1-T, 25 juni 1999, paragraaf 56 en Prosecutor v. Kunarac, Trial Chamber Judgement, IT-96-23-T en IT-96-23/1-T, 22 februari 2001, paragraaf 504 en Appeals Chamber Judgement, IT-96-23 en IT-96-23/1, 12 juni 2002, paragraaf 162 en 163.

140 ICC Elements of crime, ICRC in: Commentary on the First Geneva Convention, 2016, paragraaf 669.

141 ICRC, ‘Article 3: Conflicts not of an international character’, in: Commentary on the First Geneva Convention, 2016, paragraaf 669.

142 ICTY, Prosecutor v. Kunarac, Trial Chamber Judgement, IT-96-23-T en IT-96-23/1-T, 22 februari 2001, para 501.

143 ICC Elements of Crimes (2002), Article 8(2)(c)(ii).

144 ICTY, Prosecutor v. Kunarac, Trial Chamber Judgement, IT-96-23-T en IT-96-23/1-T, 22 februari 2001, para 164, 165.

145 ICC Elements of Crime, 2011, Article 8(2)(c)(ii) voetnoot 49.

146 Zie: European Network of contact points in respect of persons responsible for genocide, crimes against humanity and war crimes, Prosecuting war crimes of outrage upon personal dignity based on evidence from open sources – Legal framework and recent developments in the Member State of the European Union, februari 2018, waarin wordt verwezen naar onder meer Higher Regional Court of Frankfurt am Main, 8 november 2016.

147 European Network of contact points in respect of persons responsible for genocide, crimes against humanity and war crimes, Prosecuting war crimes of outrage upon personal dignity based on evidence from open sources – Legal framework and recent developments in the Member State of the European Union, februari 2018, waarin wordt verwezen naar onder meer District Court of Pirkanhaa (Finland), Judgement, 18 maart 2016, R 16/1304; District Court of Kanta-Häma (Finland), Judgement, 22 maart 2016, R 16/214; Higher Regional Court Frankfurt am main (Germany), Judgement, 12 juli 2016, case reference 5-3 StE 2/16 - 4 - 1/16.

148 ICC Pre Trial Chamber, Katanga, decision on the confirmation of charges, 30 September 2008, paras 375-376.

149 Dawlathu al islaam is een andere benaming voor IS.

150 ICTY, Prosecutor v. Tadić a/k/a “Dule”, Appeals Chamber Decision, IT-94-1-AR72, 2 oktober 1995, paragraaf 70.

151 ICTY, Prosecutor v. Kunarac, Appeals Chamber Judgement, IT-96-23 en IT-96-23/1, 12 juni 2002, paragraaf 57 en 58.

152 ICTR, Prosecutor v. Akayesu, Appeals Chamber Judgement, ICTR 96-4-A, 1 juni 2001, paragraaf 444.

153 ICC Ntaganda case, Trial Chamber: Judgment (8 July 2019), paragraaf 732.

154 ICC Ntaganda case, Trial Chamber: Judgment (8 July 2019), paragraaf 733; zie van eerder datum ook ICTY, Prosecutor v. Kunarac, Appeals Chamber Judgement, IT-96-23 en IT-96-23/1, 12 juni 2002, paragraaf 59.

155 HR 15 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ7237.

156 HR 5 februari 1934, NJ 1934.

157 Gerechtshof Amsterdam, 23 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BK4139; HR 15 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ7237.

158 Gerechtshof Den Haag 30 april 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:1082 (LTTE).

159 United Nations Security Council Resolution 1373 (2001); United Nations Security Council Resolution 2170 (2014); United Nations Security Council Resolution 2178 (2014); EU Framework Decision 2002/475/JHA of 13 June 2002 on Combating Terrorism; EU Framework Decision 2008/919/JHA of 28 November 2008 Amending Framework Decision 2002/475/JHA on Combating Terrorism; the 2005 European Convention for the Prevention of Acts of Terrorism.

160 Proces-verbaal van bevindingen van 17 oktober 2019, proces-verbaalnummer LERCA19019-136, p. 595, proces-verbaal van bevindingen van 17 oktober 2019, proces-verbaalnummer LERCA19019-120, p. 589-590, en proces-verbaal van bevindingen van 21 januari 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-251, p. 646-647.

161 Proces-verbaal van bevindingen van 17 oktober 2019, proces-verbaalnummer LERCA19019-136, p. 595-596.

162 Proces-verbaal van bevindingen van 21 januari 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-246, p. 620-621.

163 Proces-verbaal van bevindingen van 21 januari 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-246, p. 607-608.

164 Proces-verbaal van bevindingen van 9 maart 2021, proces-verbaalnummer LERCA19019-356, p. 2-3.

165 Proces-verbaal van bevindingen van 9 maart 2021, proces-verbaalnummer LERCA19019-356, afzonderlijk in het dossier gevoegd.

166 Proces-verbaal van bevindingen van 21 januari 2020, proces-verbaalnummer LERCA19019-246, p. 606.

167 Proces-verbaal van bevindingen van 5 oktober 2019, proces-verbaalnummer 201910005a-4250, p. 586, en Rapport ‘Duiding Telegramgroep 27-9-2019 ID [ID Telegramgroep 6] van 24 oktober 2019, p. 629.

168 Kamerstukken II, vergaderjaar 2008-2009, 31 386, nr. 8, Nota naar aanleiding van het verslag, p. 4.

169 Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 inzake terrorismebestrijding, PbEU L 164 van 22 juni 2002, zoals gewijzigd bij het Kaderbesluit 2008/919/JBZ van de Raad van 28 november 2008, PbEU L 330/21 van 9 december 2008.

170 Gerechtshof Den Haag, 27 januari 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:119, paras. 8.2.2 - 8.2.4; Kamerstukken II, vergaderjaar 2007-2008, 31 386, nr. 3, Memorie van Toelichting, p. 6.

171 ICC Ntaganda case, Trial Chamber: Judgment (8 July 2019) at para. 732.
Handelingen II, vergaderjaar 2008-2009, 31 386, nr. 43, p. 3795.

172 Gerechtshof Den Haag, 27 januari 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:119, para. 8.2.5; Handelingen II, vergaderjaar 2009-2010, 31 386, nr. 43, p. 3795; Kamerstukken II, vergaderjaar 2008-2009, 31 386, nr. 8, Nota naar aanleiding van het verslag, p. 8; Kamerstukken II, vergaderjaar 2008-2009, 31 386, nr. 12, Brief van de Minister van Justitie, p. 3-4.

173 Zie in vergelijkbare zin: ECLI:NL:GHDHA:2019:801, ECLI:NL:GHDHA:2018:815, ECLI:NL:SCHE:2020:3371.

174 Wet van 15 februari 1980, tot het treffen van sancties tegen beaalde staten of gebieden, Stb. 1980, 93; Inwerkingtreding op 21 april 2980, Stb. 1980, 170. Zie artikel 2. lid 1 Sanctiewet 1977.

175 Stb. 2002, 270; inwerkingtreding op 7 juni 2002. Zie hierover: Kamerstukken II, 2001-2002, 28251, nr. 3, p. 2.

176 Regeling van de Minister van Buitenlandse Zaken in overeenstemming met de Minister van Financiën van 18 december 2007, nr. DJZ/BR/1222-07, houdende maatregelen met het oog op de strijd tegen het terrorisme (Sanctieregeling terrorisme 2007-II), Stcrt 2007, 248. Nadien is deze regeling nog twee maal gewijzigd: Stcrt. 2009, 63 en Stcrt. 2010, 5507.

177 https://www.un.org/press/en/2013/sc11019.doc.htm.

178 Rechtbank Den Haag, 23 juli 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:7430.