Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:5739

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
01-06-2021
Datum publicatie
07-06-2021
Zaaknummer
NL21.7092
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verweerder heeft de asielaanvraag terecht buiten behandeling gesteld, omdat de eiser heeft nagelaten om te antwoorden op verzoeken om informatie te verstrekken die van wezenlijk belang is voor zijn asielaanvraag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL21.7092


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. P.R. van de Water),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. P.I. van Zijl).

Procesverloop

Bij besluit van 4 mei 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot

het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd buiten behandeling

gesteld. Aan het uitgevaardigde terugkeerbesluit van 26 april 2017 is niet voldaan en om die

reden nog van kracht. Ook het inreisverbod van 17 mei 2019 geldt nog.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL21.7093,

plaatsgevonden op 26 mei 2021. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn

gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt de Iraanse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] .

1.1.

Op 24 november 2015 heeft eiser zijn eerste asielaanvraag ingediend. Verweerder

heeft deze aanvraag bij besluit 26 april 2017 ongegrond verklaard op grond van artikel 31

van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw), omdat eiser onder meer zijn bekering tot het

christendom en de daaruit voortvloeiende problemen in Iran met zijn huisbaas niet

aannemelijk heeft gemaakt. Bij uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van

26 september 2017, zaaknummer NL17.2238, is het door eiser hiertegen ingestelde beroep

ongegrond verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het

hiertegen ingestelde hoger beroep ongegrond verklaard, waarmee het besluit onherroepelijk

is geworden.

1.2.

Op 14 december 2018 heeft eiser een opvolgende asielaanvraag ingediend. Hieraan

heeft hij ten grondslag gelegd dat hij is bekeerd tot het christendom en dat sprake is van

geloofsintensivering en geloofsgroei. Bij besluit van 17 mei 2019 is deze aanvraag niet-

ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vw en

is aan eiser een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd. Eiser heeft geen nieuwe

feiten en omstandigheden aangedragen waarmee de bekering tot het christendom alsmede de

gestelde problemen uit de eerste procedure aannemelijk zijn geworden.

2. Op 26 april 2021 heeft eiser zijn derde asielaanvraag ingediend. Deze aanvraag is in

deze zaak aan de orde. Hieraan legt eiser ten grondslag dat na afloop van zij vorige

procedure sprake is van intensivering van zijn geloof, waardoor terugkeer naar Iran is

uitgesloten.

3. Verweerder heeft bij besluit van 26 april 2021 de asielaanvraag buiten behandeling

gesteld op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw. Voornoemd

artikel bepaalt dat een aanvraag voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vw

buiten behandeling kan worden gesteld, indien de vreemdeling heeft nagelaten te

antwoorden op verzoeken om informatie te verstrekken die van wezenlijk belang is voor

zijn aanvraag.

4. Eiser betoogt dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat

eiser heeft nagelaten te antwoorden op een verzoek om informatie te verstrekken die van

wezenlijk belang is voor zijn aanvraag. Daartoe stelt hij dat de Nederlandse vertaling van

een aantal Instagram- en Telegramberichten weliswaar niet tijdig zijn aangeleverd bij

verweerder, maar dat deze niet wezenlijk van belang zijn voor de beoordeling van de

aanvraag. Eiser wijst hierbij ook op Werkinstructie 2019/18 betreffende bekeerlingen,

waarin bij de beoordeling van iemands bekering drie elementen gewogen moeten worden, te

weten het proces van bekering, de kennis van het nieuwe geloof en de activiteiten binnen de

nieuwe geloofsovertuiging. Het zwaartepunt ligt daarbij op het eerste element, waarbij

verweerder op zoek is naar het authentieke verhaal en dat het vooral gaat over wat de

vreemdeling daar zelf over kan verklaren. Ook bij de beoordeling van de overige twee

elementen ligt het zwaartepunt op de antwoorden van de vreemdeling over zijn eigen

ervaringen en de persoonlijke beleving van de vreemdeling met betrekking tot deze drie

elementen.

4.1.

Op grond van paragraaf C2/8 van de Vreemdelingencirculaire 2000 maakt

verweerder gebruik van de bevoegdheid de aanvraag buiten behandeling te stellen en brengt

een daartoe strekkend voornemen uit, als de vreemdeling het formulier M35-O incompleet

indient, waardoor informatie ontbreekt om op de aanvraag te kunnen beslissen. Verweerder

maakt met het voornemen kenbaar dat is geconstateerd dat de aanvraag niet volledig is en

dat informatie ontbreekt. Bij dit voornemen biedt verweerder tevens een termijn van in

beginsel één week voor het completeren van de aanvraag.

4.2.

De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat de herhaalde aanvraag

onvolledig is ingediend. Eiser heeft op het M35-O formulier ingevuld dat er een

verdieping/intensivering van zijn geloofsovertuiging heeft plaatsgevonden. Hiertoe heeft hij

onder meer verklaringen overgelegd die zijn verkregen via Telegram, Instagram en

WhatsApp. In de begeleidende brief bij het M35-O formulier wordt vermeld dat een aantal

verklaringen zijn bijgevoegd, waarmee zijn geloofsgroei wordt ondersteund. Anders dan eiser stelt kan uit het voorgaande en de toelichting in de begeleidende brief dat hij zijn

geloofsgroei mondeling wil toelichten, niet worden afgeleid dat de schermopnamen slechts

dienen ter illustratie. Dit nadrukkelijke onderscheid is door eiser op geen enkele wijze

gemaakt. Gelet hierop heeft verweerder ervan kunnen uitgaan dat ook schermopnamen van

Telegram en Instagram waarin blijk wordt gegeven van zijn participatie bij online

kerkdiensten en uitingen van zijn geloof op social media, de aanvraag onderbouwen en dus

van wezenlijk belang zijnde informatie voor de beoordeling is van de aanvraag. Dat bij de

beoordeling van asielaanvragen waaraan bekering ten grondslag ligt, de overgelegde

stukken een ondergeschikte rol hebben, maakt het voorgaande niet anders. Overigens wordt

eiser op de voorpagina van het M35-O formulier onder 'Hoe voelt u uw aanvraag in?' erop

gewezen om de vertaling van de (originele) documenten en bewijsmiddelen die de aanvraag

onderbouwen aan het formulier toe te voegen. Ook wordt er in het formulier op gewezen dat

alle buitenlandse documenten en bewijsmiddelen moeten zijn opgesteld in het Nederlands,

Engels, Frans of Duits, en wanneer dat niet het geval is, deze vertaald dienen te worden door

een vertaler die door een rechtbank is beëdigd en dat de vertaling en de documenten en

bewijsmiddelen samen met het formulier ingeleverd dienen te worden. Nu eiser deze

wezenlijke informatie niet heeft ingediend binnen de daarvoor gestelde termijn van één

week na verzending van het voornemen, is verweerder terecht tot de conclusie gekomen dat

sprake is van een incomplete aanvraag en dat de aanvraag niet in behandeling dient te

worden gesteld.

5. Het beroep is ongegrond.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Oonincx, rechter, in aanwezigheid van

mr. P.R. de Man, griffier.

De uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.