Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:5624

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
06-05-2021
Datum publicatie
15-06-2021
Zaaknummer
AWB - 20 _ 3799
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De diensten van eiseres kunnen niet worden aangemerkt als het geven van gelegenheid tot sportbeoefening als bedoeld in post b.3 van Tabel I behorende bij de Wet OB. Het verlaagde tarief is dan ook niet van toepassing is. Van schending van het vertrouwensbeginsel is geen sprake.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 15-6-2021
FutD 2021-1910
V-N Vandaag 2021/1470
NLF 2021/1276
NTFR 2021/2410 met annotatie van mr. J.P.W.H.T. Becks, mr. N. Arzini
V-N 2021/34.2.5
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team belastingrecht

zaaknummers: SGR 20/3799, SGR 20/3800, SGR 20/3801, SGR 20/8260 en SGR 20/8261

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 mei 2021 in de zaken tussen

[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. H. de Kat),

en

de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het bedrag aan omzetbelasting dat zij heeft voldaan op haar aangifte voor het tijdvak 1 april 2019 tot en met 30 juni 2019 (tweede kwartaal 2019). Verder heeft eiseres bezwaar gemaakt tegen de teruggaafbeschikkingen die verweerder heeft gegeven over de tijdvakken 1 juli 2019 tot en met 30 september 2019 (derde kwartaal 2019) en 1 oktober 2019 tot en met 31 december 2019 (vierde kwartaal 2019). Verweerder heeft bij uitspraken op bezwaar van 1 mei 2020 deze bezwaren afgewezen.

Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. De rechtbank heeft dat beroep gesplitst in de zaaknummers SGR 20/3799, SGR 20/3800 en SGR 20/3801.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Verder heeft eiseres bezwaar gemaakt tegen het bedrag aan omzetbelasting dat zij heeft voldaan op haar aangifte voor het tijdvak 1 april 2020 tot en met 30 juni 2020 (tweede kwartaal 2020) en tegen de teruggaafbeschikking voor het tijdvak 1 juli 2020 tot en met 30 september 2020 (derde kwartaal 2020). Verweerder heeft bij uitspraken op bezwaar van

4 december 2020 deze bezwaren afgewezen. Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. De rechtbank heeft dat beroep gesplitst in de zaaknummers SGR 20/8260 en SGR 20/8261.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Eiseres heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn in afschrift verstrekt aan verweerder.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 maart 2021.

Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. [A] , bijgestaan door de gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [B] en

mr. [C] .

Overwegingen

Feiten

1. Eiseres omschrijft haar activiteiten als “fractional sailing”. Dat houdt in dat eiseres op basis van een jaarabonnement tegen vergoeding zeiljachten ter beschikking stelt. Eiseres is als zodanig ondernemer in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB).

2. Uit de informatie op de website van eiseres en de stukken van het geding blijkt het volgende. De abonnementen kunnen worden afgesloten voor verschillende types zeiljachten. Ieder abonnement ziet op een bepaalde boot, per boot zijn er maximaal 6 vaste abonnees/gebruikers. In de abonnementsprijs zijn alle kosten zoals havengeld, verzekering, onderhoud, professionele reiniging, brandstof voor incidenteel gebruik en winterklaar maken begrepen. Ook zorgt eiseres voor de aanwezigheid en kwaliteit van veiligheidsmiddelen aan boord zoals zwemvesten, reddingsvlot en vuurpijlen en biedt zij hulp bij vragen of calamiteiten. De abonnementsprijs hangt onder meer af van het type boot en het aantal vaardagen dat in het abonnement is begrepen. Indien met het schip als gevolg van een ongeluk, schade of mechanisch gebrek langer dan vier weken niet kan worden gevaren, moet eiseres voor een vergelijkbaar vervangend vaartuig zorgen. Naast de abonnementskosten betaalt de abonnee eenmalig een bedrag aan entreekosten voor het afleggen van een vaartest, een instructiedag(deel) voor het manoeuvreren met de boot, instructie van het boekingssysteem en het in- en uitchecksysteem en een kennismakingsdag(deel) waarbij de abonnee wegwijs wordt gemaakt op het schip.

3. Indien de abonnee de vaartest naar het oordeel van eiseres, niet met goed gevolg heeft afgelegd, kan hij alleen onder begeleiding gebruik maken van het vaartuig totdat hij de vaartest alsnog met goed gevolg heeft afgelegd. De kosten van die begeleiding zijn niet in de abonnementsprijs begrepen maar worden apart in rekening gebracht.

4. Per maand kiest de abonnee via een online boekingssysteem op welke dagen hij wil varen, overeenkomstig het aantal dagen/dagdelen dat in het abonnement begrepen is. Niet-gebruikte dagdelen kunnen worden meegenomen naar de volgende maand. De schepen liggen “zeilklaar” te wachten, de abonnee hoeft verder niets meer te regelen.

5. Eiseres huurt voor de jachten vaste ligplaatsen in de jachthavens [plaats 1] en [plaats 2] . De jachthavens hebben diverse faciliteiten waaronder toiletten, douches, water- en elektralevering voor aan boord, afvaldepots, groenvoorzieningen en parkeerplaatsen.

6. In het gebruikershandboek van eiseres dat bij de af te sluiten overeenkomsten behoort, is onder meer het volgende vermeld:

2.0 Het Fractional Sailing gevoel

Fractional Sailing is anders dan huur, eigendom, deeleigendom of een zeilclub. Het is een combinatie van de beste elementen uit de verschillende mogelijkheden om met een kajuitjacht te varen. Een belangrijk voordeel van Fractional Sailing is dat de gebruiker het gevoel krijgt van eigendom maar niet de zorgen daarvan heeft.

Aangezien de gebruikers iedere keer op dezelfde boot terugkeren wordt er beter voor gezorgd. Dat is een wezenlijk verschil met verhuur. De gebruikers maken de boot na gebruik schoon en laten het opgeruimd achter.

[Eiseres] zorgt voor het periodieke onderhoud en een grondige schoonmaak. Daardoor zijn en blijven de boten in optimale conditie. Fractional Sailing biedt u op deze wijze alle tijd om te genieten.

Leden van [eiseres] zijn geen huurders maar medegebruikers. [Eiseres] verwacht van ieder lid en alle opvarenden dat zij het gezonde verstand gebruiken en medewatersporters met respect zullen behandelen.

(…)

4.0

Spelregels boekingssysteem

Het [naam eiseres] boekingssysteem is een geavanceerde online agenda waarmee de gebruikers snel en eenvoudig de vaartochten kunnen inplannen. (…)

(…)

5.1

Check in/uit systeem aan boord

[Eiseres] heeft een (electronisch) in- en uitcheck systeem ontwikkeld dat extra personeel in de jachthaven overbodig maakt. (…)

(…)

12.0

De doelstelling van [eiseres]

Aan verantwoordelijke watersporters de mogelijkheid bieden om voor een redelijke prijs, zonder de rompslomp van onderhoud, op een kwaliteitsjacht te varen door middel van een professioneel en duurzaam gemanaged Fractional Sailing programma.”

7. Eiseres heeft voor haar diensten steeds omzetbelasting voldaan naar het algemene tarief van 21%.

Geschil
8. In geschil is of de diensten van eiseres kunnen worden aangemerkt als het geven van gelegenheid tot sportbeoefening als bedoeld in post b.3 van Tabel I behorende bij de Wet OB zodat daarop ingevolge artikel 9, tweede lid, aanhef, onderdeel a van de Wet OB het verlaagde tarief van toepassing is.

9. Eiseres stelt dat zij een totaalpakket aanbiedt bestaande uit het ter beschikking stellen van zeilboten vanuit haar sportaccommodatie en het verdere dienstbetoon dat door eiseres aan zeilers wordt verricht om het beoefenen van de zeilsport mogelijk te maken. Eiseres stelt dat zij met de huur van de ligplaats en het daarmee samenhangende gebruiksrecht van de faciliteiten van de jachthaven, rechthebbende is op een zelfstandig deel van de sportaccommodatie en aldus ook is aan te merken als exploitant van de sportaccommodatie. Het door eiseres geboden totaalpakket kwalificeert volgens eiseres als het gelegenheid geven tot sportbeoefening als bedoeld in post b-3 van Tabel I. Verder stelt eiseres dat zij er op grond van de toelichting bij Tabel I op mocht vertrouwen dat op haar diensten het verlaagde tarief van toepassing is. Voor wat betreft het tweede en derde kwartaal 2020 stelt eiseres verder dat verweerder het bezwaar dat zij heeft gemaakt tegen de voldoening op aangifte over het tijdvak 1 januari 2020 tot en met 31 maart 2020 (eerste kwartaal 2020) gegrond heeft verklaard en dat zij er daarom op mocht vertrouwen dat ook voor het tweede en derde kwartaal van 2020 de bezwaren gegrond verklaard zouden worden.

10. Verweerder stelt zich primair op het standpunt dat sprake is van recreatief zeilen dat op zichzelf niet kan worden beschouwd als sportbeoefening en dat de jachthavens niet kunnen worden aangemerkt als sportaccommodaties. Subsidiair stelt verweerder dat zo sprake is van actieve sportbeoefening en van een sportaccommodatie, de sportaccommodatie slechts een ondergeschikte rol heeft in het totale pakket aan diensten van eiseres. De samengestelde prestatie van eiseres is een dienst sui generis die als zodanig niet onder het verlaagde tarief valt. Volgens verweerder is de situatie bij eiseres anders dan die omschreven in de toelichting bij Tabel I zodat zij daaraan niet het vertrouwen kan ontlenen dat op haar diensten het verlaagde tarief van toepassing is. Het bezwaar inzake het eerste kwartaal 2020 is per abuis gegrond verklaard en eiseres is daarvan op de hoogte gesteld. Zij mocht er daarom niet op vertrouwen dat ook de bezwaren voor het tweede en derde kwartaal 2020 gegrond verklaard zouden worden.

Beoordeling van het geschil

11. Ingevolge artikel 9, tweede lid, letter a, van de Wet OB is het verlaagde tarief van toepassing op de levering van goederen en diensten vermeld in de bij de Wet OB behorende Tabel I. Post b.3 van Tabel I luidt: het geven van gelegenheid tot sportbeoefening en baden.

12. Post b.3 van Tabel I moet zo worden uitgelegd dat de reikwijdte daarvan samenvalt met die van categorie 14 van Bijlage III bij de richtlijn 2006/112/EG van de Raad van

28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1) (de BTW-richtlijn), op grond waarvan de lidstaten het verlaagde btw-tarief mogen toepassen op het verlenen van ‘het recht gebruik te maken van sportaccommodaties’1.

13. De rechtbank stelt vast dat de prestaties van eiseres niet enkel zien op het ter beschikking stellen van de zeilboten. Met het totaalpakket dat eiseres haar klanten aanbiedt gaat het de abonnee er om dat hij op door hem vast te stellen dagen steeds met hetzelfde schip kan varen waardoor hij het gevoel heeft over een eigen schip te beschikken zonder dat hij de lasten die aan de eigendom van een dergelijk schip zijn verbonden hoeft te dragen. Hij betaalt het maandelijkse abonnementsgeld voor de mogelijkheid van dat, vrijwel exclusieve, gebruik en voor het feit dat eiseres alle kosten voor haar rekening neemt en de bijkomende rompslomp regelt. Dat abonnementsgeld is de afnemer van die prestatie ook verschuldigd indien hij niet of minder vaak dan volgens het contract mogelijk is, kan gaan varen. Het gaat dan ook om een samengestelde prestatie die als zodanig niet kan worden gerangschikt onder post b.3 van Tabel I of onder een van de andere posten van Tabel I.

14. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat haar diensten (deels) bestaan uit het ter beschikking stellen van een sportaccommodatie én dat dit zodanig overheersend is dat haar totaalprestatie om die reden onder het verlaagde tarief kan worden gerangschikt.

De terbeschikkingstelling van de schepen kan op zichzelf niet worden beschouwd als het gelegenheid geven tot sportbeoefening als bedoeld in post b.3 van Tabel I. De zeilschepen zijn immers geen onroerende zaken en zijn op zichzelf dus geen sportaccommodatie. Anders dan in de zaak die bij gerechtshof Den Bosch2 speelde, beschikt eiseres niet over een eigen accommodatie aan de wal (“Belanghebbende heeft een accommodatie aan de wal, bestaande uit een gebouw met een kantoor met informatiebalie, een kantine, sanitaire voorzieningen, douche- en kleedruimten, een instructieruimte, dag- en overnachtingsverblijven en een parkeerterrein parkeerplaats. Deze accommodatie kwalificeert als een sportaccommodatie in de zin van het arrest van de Hoge Raad van 6 april 2012, nr. 11/01973, ECLI:NL:HR:2012:BW0934. Op de locatie van de accommodatie beschikt belanghebbende over jachthavenfaciliteiten.”) De rechtbank volgt eiseres niet in haar stelling dat zij door de huur van de ligplaatsen (mede)exploitant is geworden van de jachthavens. De vraag of de jachthavens op zichzelf kunnen worden aangemerkt als sportaccommodatie, behoeft daarom geen behandeling. Het hebben van de vaste ligplaats acht de rechtbank overigens ook van ondergeschikt belang. Zo in de samengestelde prestatie van eiseres al een element zou kunnen worden onderscheiden dat overheersend is, betreft dat het kunnen varen met het specifieke schip. Ook dat element kan niet worden gerangschikt onder enige post genoemd in Tabel I.

15. Eiseres heeft steeds aangifte gedaan naar het algemene tarief. Zij heeft dan ook niet gehandeld overeenkomstig het door haar gestelde gewekte vertrouwen. Van schending van het vertrouwensbeginsel is daarom geen sprake. Aan de uitspraak op bezwaar tegen de voldoening op aangifte voor het eerste kwartaal 2020 heeft eiseres niet het vertrouwen kunnen ontlenen dat verweerder ook voor het tweede en derde kwartaal van 2020 aan haar bezwaren zou tegemoet komen. Uit de stukken van het geding blijkt dat verweerder al op

25 september 2020, dus 11 dagen na ontvangst van het bezwaar inzake het tweede kwartaal 2020 en ruim voor indiening van het bezwaar inzake het derde kwartaal 2020, telefonisch heeft meegedeeld dat de beslissing op het bezwaar inzake het eerste kwartaal 2020 op een misverstand berustte. Dit heeft verweerder nog eens schriftelijk bevestigd met zijn brief van 18 november 2020, dus 7 dagen na indiening van het bezwaar inzake het derde kwartaal 2020, waarin hij aankondigt voor het eerste kwartaal 2020 een naheffingsaanslag te zullen opleggen. Of het vertrouwensbeginsel wel in de weg kan staan aan die naheffingsaanslag en eventueel gevolgen kan hebben voor tijdvakken na 30 september 2020 kan in onderhavige zaken niet worden beoordeeld.

Proceskosten

16. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.J. Ebbeling, rechter, in aanwezigheid van

mr. H.J. Habetian, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2021.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht), Postbus 20302,

2500 EH Den Haag.

1 (Hoge Raad, 2 december 2011, nr. 11/00311, ECLI:NL:HR:2011:BU6507)

2 ECLI:NL:GHSHE:2018:374