Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:4616

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
29-04-2021
Datum publicatie
04-05-2021
Zaaknummer
NL20.12428
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beroep NTB, inwilligend besluit genomen, beroep ingetrokken met verzoek proceskostenvergoeding, kennelijk gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL20.12428


uitspraak van de enkelvoudige kamer als bedoeld in artikel 8:75a in verbinding met artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht in de zaken tussen

[naam verzoekster] , verzoekster

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. L. Sinoo),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. L. Verhaegh).

Procesverloop

Op 15 juni 2020 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag van 14 augustus 2019 tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).

Verweerder heeft bij brief van 30 juni 2020 een verweerschrift ingediend.

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 3 september 2020 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Verzoekster heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld.

Verweerder heeft bij brief van 12 november 2020 een verweerschrift ingediend.

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:55 van de Awb van 8 maart 2021 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het verzet gegrond verklaard, waarna het onderzoek is voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

Verweerder heeft bij brief van 14 april 2021 een verweerschrift ingediend en een besluit van 22 december 2020 overgelegd, waarbij de asielaanvraag van verzoekster is ingewilligd.

De rechtbank heeft verzoekster in de gelegenheid gesteld daarop te reageren.

Bij berichten van 19 april 2021 heeft verzoekster het beroep ingetrokken waarbij zij de rechtbank heeft verzocht verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek.

Verweerder heeft de rechtbank medegedeeld dat hij bereid is om de proceskosten van verzoekster te vergoeden tot een bedrag van € 267,-. Verweerder is namelijk van mening dat een wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Awb zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.

2. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.

3. Nu verweerder alsnog een besluit heeft genomen op de asielaanvraag, deze alsnog heeft ingewilligd en zich niet verzet tegen toewijzing van de proceskosten, is hij tegemoet gekomen aan het beroep van verzoekster.

4. De voorzieningenrechter wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe en veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 267,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 534,- met een wegingsfactor 0,5).

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 267,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Boesman, rechter, in aanwezigheid van mr. H.L. de Vries, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.