Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:4553

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
09-04-2021
Datum publicatie
11-05-2021
Zaaknummer
AWB - 20_2671
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Europese gehandicaptenparkeerkaart terecht afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 20/2671

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 april 2021 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. Ö. Ekinci),

en

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder

(gemachtigde: M. Eser).

Procesverloop

Bij besluit van 16 juli 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres voor een Europese gehandicaptenparkeerkaart als passagier en bestuurder, een gehandicaptenparkeerplaats en een bewonersparkeervergunning gehandicapten afgewezen.

Bij besluit van 26 februari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

In verband met de maatregelen rondom het coronavirus hebben beide partijen de rechtbank desgevraagd toestemming gegeven om het beroep op basis van de stukken schriftelijk af te handelen. Bij brief van 26 maart 2021 heeft de rechtbank aan partijen medegedeeld dat het onderzoek wordt gesloten en dat op 9 april 2021 uitspraak wordt gedaan.

Overwegingen

1.1

Op 26 april 2019 heeft eiseres een Europese gehandicaptenparkeerkaart als passagier en bestuurder, een gehandicaptenparkeerplaats en een bewonersparkeervergunning gehandicapten aangevraagd. In de bezwaarprocedure is gebleken dat eiseres niet beschikt over een rijbewijs. Het onderhavige beroep ziet daarom niet op het verstrekken van een gehandicaptenparkeerkaart als bestuurder.

1.2

Bij het primaire besluit heeft verweerder de aanvraag afgewezen. Aan het primaire besluit ligt een sociaal medisch advies (SMA) van 3 mei 2019 van O. Mahadew (hierna: Mahadew), arts bij GGD Haaglanden, ten grondslag.

1.3

De bezwaarschriftencommissie heeft geadviseerd het hiertegen gemaakte bezwaar van eiseres ongegrond te verklaren. Verweerder heeft bij het bestreden besluit dit advies overgenomen en het primaire besluit gehandhaafd.

2. Eiseres betoogt dat zij in aanmerking komt voor een Europese gehandicaptenparkeerkaart als passagier, een gehandicaptenparkeerplaats en een bewonersparkeervergunning gehandicapten. Het SMA van Mahadew is haars inziens onzorgvuldig tot stand gekomen omdat Mahadew geen contact heeft opgenomen met de huisarts van eiseres, R. Suliman (hierna: Suliman). Daarnaast is volgens eiseres niet inzichtelijk op basis waarvan Mahadew in het SMA concludeert dat zij voor het vervoer van deur tot deur niet continu afhankelijk is van de hulp van de bestuurder. Eiseres stelt dat zij afhankelijk is van de hulp van haar zoon bij het in- en uitstappen en bij het lopen van autoportier naar deur. Suliman heeft dit bij brief van 18 september 2019 bevestigd. Het enkele feit dat haar huisarts geen onafhankelijke arts is leidt er volgens eiseres niet toe dat aan deze verklaring geen betekenis toekomt. Volgens eiseres ligt het op de weg van verweerder om een second opinion door een onafhankelijke arts te laten uitvoeren, temeer omdat haar klachten zijn toegenomen.

3. De rechtbank overweegt als volgt.

3.1

De voor deze uitspraak relevante wet- en regelgeving is vermeld in de bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak.

Opvragen informatie bij huisarts

3.2

Ten aanzien van het al dan niet opvragen van informatie bij de huisarts geldt dat een medisch adviseur weliswaar gezien zijn deskundigheid in beginsel mag varen op zijn eigen oordeel, dat onder meer gevormd is door bevindingen bij eigen onderzoek en de in het dossier aanwezige medische informatie, maar dit laat onverlet dat in een individueel geval de zorgvuldigheid kan vereisen dat raadpleging van de behandelend sector toch is aangewezen.1

3.3

Mahadew heeft blijkens het SMA eiseres gezien op het spreekuur en een lichamelijke observatie, een oriënterend psychisch onderzoek en dossierstudie verricht. Mahadew heeft geen nadere informatie bij Suliman ingewonnen omdat de medische situatie en de functionele mogelijkheden duidelijk waren. Naar het oordeel van de rechtbank geeft de inhoud van de door Suliman verstrekte informatie geen aanleiding te concluderen dat Mahadew informatie bij Suliman had moeten inwinnen. De rechtbank is daarom van oordeel dat het feit dat Mahadew geen contact heeft opgenomen met Suliman niet meebrengt dat het SMA op onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen.

De gehandicaptenparkeerkaart

4.1

Ingevolge artikel 1, eerste lid, onder b, van de Regeling gehandicaptenparkeerkaart kunnen passagiers van motorvoertuigen op meer dan twee wielen en van brommobielen, die ten gevolge van een aandoening of gebrek een aantoonbare loopbeperking hebben van langdurige aard, waardoor zij - met de gebruikelijke loophulpmiddelen - in redelijkheid niet in staat zijn zelfstandig een afstand van meer dan 100 meter aan een stuk te voet te overbruggen en die voor het vervoer van deur tot deur continu afhankelijk zijn van de hulp van de bestuurder, in aanmerking komen voor een gehandicaptenparkeerkaart.

4.2

Tussen partijen is enkel in geschil of eiseres voor het vervoer van deur tot deur continu afhankelijk is van de hulp van de bestuurder.

4.3

De rechtbank stelt voorop dat ingevolge artikel 3:9 van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan, indien een besluit berust op een onderzoek naar feiten en gedragingen dat door een adviseur is verricht, zich ervan dient te vergewissen dat dit onderzoek op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep2is een medisch advies aan te merken als een deskundigenadvies indien is vastgesteld dat het onpartijdig, objectief en inzichtelijk is en zorgvuldig tot stand is gekomen. In dat geval mag verweerder bij de besluitvorming in beginsel van de juistheid van een advies uitgaan, tenzij concrete aanknopingspunten bestaan voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van het advies.

4.4

De rechtbank is van oordeel dat er geen aanknopingspunten zijn om te concluderen dat het SMA naar haar inhoud gebreken vertoont die aanleiding geven tot twijfel omtrent de juistheid ervan. Om te beoordelen of eiseres voldoet aan de criteria van artikel 1, eerste lid, onder b, van de Regeling gehandicaptenparkeerkaart heeft Mahadew het ‘VIA Protocol gehandicaptenparkeervoorzieningen’ (hierna: VIA Protocol) toegepast. Op pagina 6/7 van het VIA Protocol wordt toegelicht dat het aangewezen zijn op continue begeleiding afgeleid kan worden uit een combinatie van geobjectiveerde beperkingen zoals beperkt

kunnen wachten, het kunnen lopen van slechts een geringe afstand, hulp bij in- en/of uitstappen en hulp bij voortbewegen. Mahadew heeft blijkens het SMA bij eiseres een gerichte lichamelijke observatie verricht en concludeert dat eiseres geen hulp nodig heeft bij het in- en uitstappen. Daarnaast concludeert Mahadew dat eiseres - gelet op het feit dat zij kan worden afgezet - geen hulp nodig heeft bij het voortbewegen van autoportier naar deur. De rechtbank is van oordeel dat Mahadew op deze wijze inzichtelijk heeft gemaakt dat eiseres voor het vervoer van deur tot deur niet continu afhankelijk is van de hulp van de bestuurder.

4.5

Eiseres heeft voorts geen (tegen)advies van een onafhankelijke medisch deskundige overgelegd waaruit blijkt dat zij wel voor het vervoer van deur tot deur continu afhankelijk is van de hulp van de bestuurder en daarmee aan alle criteria voldoet voor het verkrijgen van een gehandicaptenparkeerkaart. De rechtbank ziet ook geen grond voor het oordeel dat verweerder nader onderzoek moet (laten) verrichten.

4.6

Gelet op het voorgaande heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank het advies van Mahadew aan zijn besluitvorming ten grondslag mogen leggen en zich op het standpunt kunnen stellen dat eiseres niet in aanmerking komt voor een Europese gehandicaptenparkeerkaart.

De gehandicaptenparkeerplaats

5. Ingevolge artikel 2.2. van de Beleidsregels Gehandicaptenparkeren 2012 kunnen personen die in het bezit zijn van een Europese gehandicaptenparkeerkaart voor passagiers voor een individuele gehandicaptenparkeerplaats ten behoeve van passagiers in aanmerking komen. Nu verweerder naar het oordeel van de rechtbank terecht de aanvraag van eiseres voor een Europese gehandicaptenparkeerkaart voor passagiers heeft afgewezen, komt eiseres op grond van voornoemd artikel 2.2 niet in aanmerking voor een gehandicaptenparkeerplaats.

De bewonersvergunning Gehandicapten

6. Omdat verweerder ingevolge artikel 3, het tweede lid, aanhef en onder 1, van de Parkeerverordening 1992 op een daartoe strekkende aanvraag alleen een vergunning kan verlenen voor het parkeren op belanghebbenden- en/of parkeerapparatuurplaatsen aan de houder van een geldige Europese gehandicaptenparkeerkaart voor bestuurders, komt eiseres - niet in het bezit zijnde van een rijbewijs - niet in aanmerking voor een dergelijke vergunning.

7. Gelet op het voorgaande heeft verweerder terecht en op goede gronden besloten dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een Europese gehandicaptenparkeerkaart als passagier, een gehandicaptenparkeerplaats en een bewonersvergunning gehandicapten. Het beroep is daarom ongegrond.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van mr. H.B. Brandwijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 april 2021.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.

BIJLAGE: WET- EN REGELGEVING

Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer

Ingevolge artikel 49, eerste lid, van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer kan aan een gehandicapte, overeenkomstig de bij ministeriële regeling gestelde criteria, door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar hij als ingezetene met een adres is ingeschreven in de basisregistratie personen, een gehandicaptenparkeerkaart worden verstrekt.

Regeling gehandicaptenparkeerkaart

Ingevolge artikel 1, eerste lid, onder b, van de Regeling gehandicaptenparkeerkaart kunnen passagiers van motorvoertuigen op meer dan twee wielen en van brommobielen, die ten gevolge van een aandoening of gebrek een aantoonbare loopbeperking hebben van langdurige aard, waardoor zij - met de gebruikelijke loophulpmiddelen - in redelijkheid niet in staat zijn zelfstandig een afstand van meer dan 100 meter aan een stuk te voet te overbruggen en die voor het vervoer van deur tot deur continu afhankelijk zijn van de hulp van de bestuurder in aanmerking komen voor een gehandicaptenparkeerkaart.

Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Regeling gehandicaptenparkeerkaart wordt een gehandicaptenparkeerkaart niet afgegeven alvorens een geneeskundig onderzoek heeft plaatsgehad met betrekking tot de handicap van de aanvrager. Artikel 3, eerste lid, van de Regeling bepaalt dat het geneeskundig onderzoek, ingeval de gehandicaptenparkeerkaart wordt afgegeven door het gemeentelijk gezag, bedoeld in artikel 49 van het BABW, wordt verricht door de Gemeentelijke Gezondheidsdienst dan wel - bij externe advisering - door een vanwege het gemeentelijk gezag aangewezen deskundige.

Parkeerverordening 1992

Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Parkeerverordening 1992 kan verweerder op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbenden- en/of parkeerapparatuurplaatsen. Ingevolge het tweede lid, aanhef en onder 1, voor zover thans van belang, kan een vergunning worden verleend aan de houder van een geldige Europese gehandicaptenparkeerkaart voor bestuurders.

Beleidsregels Gehandicaptenparkeren 2012

Ingevolge artikel 2.2. van de Beleidsregels Gehandicaptenparkeren 2012 kunnen personen die in het bezit zijn van een Europese gehandicaptenparkeerkaart voor passagiers voor een individuele gehandicaptenparkeerplaats ten behoeve van passagiers in aanmerking komen.

1 CRvB 11 mei 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1859; CRvB 23 maart 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1073.

2 CRvB 16 september 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:3266.