Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:4133

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
20-04-2021
Datum publicatie
26-04-2021
Zaaknummer
8214853 \ EJ VERZ 19-86235
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Vernietiging ontslag op staande voet na bewijslevering afgewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2021-0529
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Zittingsplaats Gouda

MN/Zaaknummer: 8214853 EJ VERZ 19-86235

Beschikking van de kantonrechter d.d. 20 april 2021 in de zaak van:

[verzoeker tevens verweerder] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekende partij, tevens verwerende partij,

hierna te noemen: [verzoeker tevens verweerder] ,

(thans) procederende in persoon,

tegen

de besloten vennootschap Energiewacht West B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

verwerende partij, tevens verzoekende partij,

hierna te noemen: Energiewacht,

gemachtigde: mr. L.H. Haarsma

1 Het verdere verloop van de procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van de stukken die zijn genoemd in de beschikking die in deze zaak is gegeven op 25 februari 2020 en voorts van de navolgende stukken, waaruit tevens het verdere verloop van de procedure blijkt:

- de akte die mr. T.J. Roest Crollius namens [verzoeker tevens verweerder] heeft doen nemen op 24 maart 2020;

- de antwoordakte die mr. Haarsma namens Energiewacht heeft doen nemen op 12 mei 2020;

- het proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 24 juli 2020;

- het proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 26 oktober 2020:

- de conclusie na enquête die [verzoeker tevens verweerder] heeft genomen op 19 januari 2021;

- de conclusie na enquête die mr. Haarsma namens Energiewacht heeft doen nemen op 23 maart 2021.

2 De nadere beoordeling

2.1

Bij de op 25 februari 2020 gegeven beschikking is deze zaak verwezen naar 24 maart 2020 om [verzoeker tevens verweerder] in de gelegenheid te stellen om bij akte in het geding te brengen schriftelijke verklaringen van zijn huisarts en/of orthopeed, waaruit blijkt met welke klachten en beperkingen hij had te kampen op 21 oktober 2019. Bij dezelfde beschikking is hij toegelaten tot het bewijs van zijn stelling dat hij zich op 21 oktober 2019 met inachtneming van het bij Energiewacht geldende ziekteprotocol ziek heeft gemeld. Ter uitvoering hiervan heeft [verzoeker tevens verweerder] op 24 maart 2020 de hiervoor vermelde akte doen nemen en heeft hij op de terechtzitting d.d. 24 juli 2020 als getuigen doen horen zich zelf en [getuige 1] .

2.2

[verzoeker tevens verweerder] heeft in de akte d.d. 24 maart 2020 het volgende doen zeggen. Uit de door hem bij die akte in het geding gebrachte producties blijkt dat hij op 21 oktober 2019 te kampen had met schouderklachten beiderzijds, waardoor hij zijn armen niet goed kon heffen en een dof gevoel en tintelingen heeft ervaren in beide armen. Met deze klachten heeft hij zich (afgaande op de door hem in het geding gebrachte journaalgegevens van zijn huisarts) sinds 29 oktober 2019 regelmatig tot zijn huisarts gewend. Zijn huisarts heeft hem in verband met zijn klachten injecties gegeven in zijn schouder(s) en hem naar de fysiotherapeut verwezen, waar hij in de periode vanaf 23 oktober 2019 tot 21 november 2019 in behandeling is geweest. Op 20 december 2019 is hij in verband met zijn schouderklachten gezien door een orthopedisch chirurg. Hij heeft geconcludeerd: Schouderklachten re>li o.b.v. SAPS bij fixed scapula, met als beleid Fysiotherapie gericht op normaliseren scapulohumerale ritme en injectie ventrolateraal 6+1. Daarnaast had [verzoeker tevens verweerder] , zoals hij heeft beschreven in zijn verklaring die als productie 23 aan de akte d.d. 24 maart 2020 is gehecht, op 21 oktober 2019 psychische klachten en beperkingen, o.a. overspanning, angstige gevoelens en last van veel stress, zodanig dat hij niet in staat was om te komen werken. Als gevolg van zijn klachten heeft hij zich op 21 oktober 2019 niet met inachtneming van het bij Energiewacht geldende ziekteprotocol ziek kunnen melden. Hij heeft die dag tot na de middag, tot circa 13.30 uur, in bed gelegen. Als gevolg van zijn slechte gezondheidstoestand heeft hij de telefonische oproepen van die ochtend gemist. Op 21 oktober 2019 heeft hij zich telefonisch ziek gemeld bij [getuige 2] van Energiewacht. Per e-mail, verzonden te 14.13 uur, heeft hij zijn ziekmelding bevestigd. [verzoeker tevens verweerder] is sindsdien, tot op heden, volledig arbeidsongeschikt. Aldus kon hij op 23 oktober 2019 niet bij Energiewacht op gesprek komen. Als getuige heeft [verzoeker tevens verweerder] bevestigd dat hij op 21 oktober 2019 100% zeker ziek was, als gevolg waarvan hij zich op 21 oktober 2019 niet voor aanvang werktijd ziek heeft kunnen melden. Hij is volgens zijn verklaring pas om half twee wakker geworden en heeft toen dadelijk Energiewacht ( [getuige 2] ) gebeld om zich ziek te melden. Hij had volgens zijn verklaring op 20 oktober 2019 last van zijn schouder en had psychische klachten, welke klachten zich op 21 oktober 2019 hadden verergerd. Hij heeft volgens zijn verklaring op 21 oktober 2019 een afspraak gemaakt met de bedrijfsarts voor 30 oktober 2019 en heeft, waarschijnlijk op 22 oktober 2019, een afspraak gemaakt met zijn huisarts, alwaar hij op 29 oktober 2019 kon komen. [verzoeker tevens verweerder] heeft, behalve zich zelf, ook [getuige 1] als getuige doen horen. Zij heeft als getuige het volgende verklaard. Zij heeft op 18, 19 en 20 oktober 2019 signalen gekregen van [verzoeker tevens verweerder] waaruit zij heeft afgeleid dat hij verward en prikkelbaar was, zich niet goed voelde en last had van zijn schouders. Om die reden heeft zij hem op 21 oktober 2019 thuis opgezocht. Zij heeft de sleutel van de woning van [verzoeker tevens verweerder] en is te circa 12.30 zijn woning binnen gegaan. [verzoeker tevens verweerder] lag toen te slapen en werd wakker toen zij binnen kwam. Hij zag er bleek uit, klaagde over zijn schouder en nek en zei dat hij erge hoofdpijn had. Hij voelde zich niet goed en maakte een paniekerige indruk. Zijn armen kon hij niet omhoog doen. [getuige 1] heeft hem gezegd dat hij zich bij Energiewacht ziek moest melden, hetgeen hij die middag te circa 13.30 telefonisch heeft gedaan. De verklaring die als productie 27 is gehecht aan de akte d.d. 24 maart 2020 heeft [getuige 1] volgens haar verklaring naar waarheid opgesteld. Bij de conclusie na enquête heeft [verzoeker tevens verweerder] als productie 34 in het geding gebracht een brief d.d. 15 juli 2020 van het UWV met een uitnodiging voor een gesprek met de verzekeringsarts op 31 juli 2020. Als productie 35 heeft hij bij die brief in het geding gebracht de eerste bladzijde van een brief aan hem d.d. 26 augustus 2020, waarin onder meer het volgende is vermeld: U was tot 24 juni 2020 in dienst bij ENERGIEWACHT WEST NEDERLAND B.V.. Vanaf 24 juni 2020 heeft u recht op Ziektewet-uitkering. [verzoeker tevens verweerder] heeft in zijn conclusie na enquête overigens uitvoerig en gemotiveerd uiteen gezet waarom de getuigen die Energiewacht heeft doen horen, niet betrouwbaar zijn.

2.3

Energiewacht heeft in haar akte d.d. 12 mei 2020 het volgende aangevoerd. [verzoeker tevens verweerder] heeft op 18 oktober 2019 de instructies van zijn leidinggevende niet willen opvolgen, is boos naar huis gegaan, heeft die avond de groep van het Onderhoudsteam op WhatsApp verlaten en is op 21 oktober 2019 zonder reden niet komen opdagen. Nadat Energiewacht hem op 21 oktober 2019 te 12.24 uur per e-mail (productie 6 bij het verweerschrift) had aangemaand om per direct alsnog zijn werkzaamheden aan te vangen, heeft hij dadelijk telefonisch contact opgenomen met [getuige 2] van Energiewacht. Tijdens het gesprek met haar was hij boos en dwingend en vertelde hij dat hij verlof had opgenomen. [getuige 2] heeft hem verwezen naar de manager Operations. Het met hem gevoerde telefoongesprek heeft [verzoeker tevens verweerder] op agressief en intimiderende wijze beëindigd. Eerst daarna heeft hij zich per e-mail ziek gemeld. Tijdens de met [getuige 2] en de manager Operations gevoerde gesprekken heeft [verzoeker tevens verweerder] de thans door hem gestelde gezondheidsklachten niet aan de orde gesteld. Tegen de achtergrond van de feiten zoals deze zich hebben voorgedaan in de week vóór 21 oktober 2019 is het onaannemelijk dat [verzoeker tevens verweerder] zich op 21 oktober 2019 niet voor werktijd op de voorgeschreven wijze ziek had kunnen melden. Uit de medische informatie die [verzoeker tevens verweerder] bij zijn akte d.d. 24 maart 2020 in het geding heeft gebracht blijkt niet dat hij op of omstreeks 21 oktober 2019 bij zijn huisarts is geweest. Daaruit blijkt dat hij zich pas op 29 oktober 2019 bij hem heeft gemeld met schouderklachten en dat hij daarvoor vervolgens is behandeld door een fysiotherapeut. De orthopedisch chirurg heeft vastgesteld dat [verzoeker tevens verweerder] schouderklachten had op basis van SAPS bij fixed scapula. SAPS is een subacromiaal pijnsyndroom van de schouder. Dit is een veel voorkomende oorzaak van pijn in de schouder bij volwassenen. Uit de door [verzoeker tevens verweerder] in het geding gebrachte informatie blijkt niet dat hij zich op 21 oktober 2019 niet op de voorgeschreven wijze ziek heeft kunnen melden en op 23 oktober 2019 niet heeft kunnen praten over de gerezen problemen. De stelling van [verzoeker tevens verweerder] , dat hij niet heeft kunnen werken omdat hij last had van psychische klachten en beperkingen en angstige gevoelens en stress heeft hij niet met een deskundigenverklaring onderbouwd. In contra-enquête heeft Energiewacht doen horen [getuige 2] , [getuige 3] , [getuige 4] , [getuige 5] , allen in dienst (geweest) van Energiewacht. [getuige 2] heeft als getuige het volgende verklaard. [verzoeker tevens verweerder] heeft op 21 oktober 2019 te circa 13.30 uur telefonisch contact met haar opgenomen. Hij was boos omdat zij hem per e-mail een brief had gestuurd omdat hij die ochtend zonder bericht niet was komen werken. Hij vertelde haar dat hij verlof had opgenomen. Hij heeft vervolgens gezegd dat hij zich ziek wilde melden. Hij heeft niet gezegd welke gezondheidsklachten hij had. [getuige 2] heeft hem gezegd dat zij geen ziekmeldingen kan aannemen en heeft hem daarvoor verwezen naar [getuige 3] of [getuige 5] . [getuige 3] heeft als getuige het volgende verklaard. Hij is de leidinggevende van [verzoeker tevens verweerder] geweest. Hij heeft op 21 oktober 2019 geen contact met hem gehad. Hij heeft zich op 21, 22 of 23 oktober 2019 niet bij hem ziek gemeld. [verzoeker tevens verweerder] had op 21 oktober 2019 geen verlof. [getuige 4] heeft in contra-enquête als getuige het volgende verklaard. Zij is strategisch planner bij Energiewacht. Zij kan zich niet herinneren of [verzoeker tevens verweerder] haar om verlof heeft gevraagd. Zij is niet bevoegd om hem dat te geven. Daarvoor moet hij bij zijn teamleider zijn. [getuige 5] heeft als getuige het volgende verklaard. Hij is sinds 1 september 2019 manager operations bij Energiewacht. [verzoeker tevens verweerder] werkte in het team van [getuige 3] . [getuige 5] was leidinggevende van [getuige 3] . [getuige 5] heeft op 21 oktober 2019 voor het eerst en het laatst contact gehad met [verzoeker tevens verweerder] . Hij werd te circa 14.30 uur door [verzoeker tevens verweerder] gebeld. [verzoeker tevens verweerder] heeft hem tijdens dat gesprek uitgescholden, hij heeft hem beticht van dictatoriaal gedrag en viel hem steeds in de rede. [getuige 5] heeft hem gezegd dat hij op 23 oktober 2019 op kantoor moest komen praten over de ontstane problemen. [getuige 5] kan zich niet herinneren dat [verzoeker tevens verweerder] hem tijdens het gesprek gezondheidsklachten heeft gemeld. In de conclusie na enquête heeft Energiewacht geconcludeerd dat [verzoeker tevens verweerder] het van verlangde bewijs niet heeft geleverd. Hetgeen zij daartoe heeft aangevoerd komt voor zover nodig hierna aan de orde.

2.4

De kantonrechter overweegt nader het volgende.

2.5

Op grond van hetgeen partijen na de op 25 februari 2020 gegeven beschikking hebben aangevoerd, de door partijen in het geding gebrachte stukken en de afgelegde getuigenverklaringen staat vast dat [verzoeker tevens verweerder] zich op 21 oktober 2019 niet met inachtneming van het bij Energiewacht geldende ziekteprotocol voor aanvang van de werktijd persoonlijk en mondeling bij de leidinggevende (…) en voor 09.00 uur bij de afdeling P&O ziek heeft gemeld. [verzoeker tevens verweerder] voert aan dat hij dat niet heeft kunnen doen, omdat hij daartoe als gevolg van ziekte niet in staat was. Hij stelt dat hij op 21 oktober 2019 had te kampen met schouderklachten beiderzijds, waardoor hij zijn armen niet goed kon heffen en een dof gevoel en tintelingen heeft ervaren in beide armen en dat hij daarnaast, zoals hij heeft beschreven in zijn verklaring die als productie 23 aan de akte d.d. 24 maart 2020 is gehecht, had te kampen met psychische klachten en beperkingen, o.a. overspanning, angstige gevoelens en last van veel stress. Dat de gebeurtenissen die zich op het werk hebben voorgedaan in de week voorafgaande aan 21 oktober 2019 bij [verzoeker tevens verweerder] tot spanningen en stress hebben geleid, is niet onaannemelijk. Dat deze klachten het gevolg zijn van een ziekte of stoornis, is echter niet onderbouwd met een of meer verklaringen van deskundigen. Dit kan om die reden niet als vaststaand worden aangenomen. Daarbij wordt ook in aanmerking genomen dat is gebleken dat [verzoeker tevens verweerder] in de middag van 21 oktober 2019 wel in staat is gebleken om met Energiewacht te telefoneren over onder meer de brief die Energiewacht hem op 21 oktober 2019 te 12.24 uur heeft toegezonden (productie 6 bij het verweerschrift). Tegen de achtergrond daarvan valt zonder een nadere toelichting, welke niet (voldoende) is gegeven, niet in te zien dat hij op 21 oktober 2019, voor aanvang werktijd, niet met Energiewacht heeft kunnen telefoneren om zich op de voorgeschreven wijze ziek te melden. Uit de medische informatie die [verzoeker tevens verweerder] bij de akte d.d. 24 maart 2020 in het geding heeft gebracht, blijkt dat [verzoeker tevens verweerder] voor het eerst op 29 oktober 2019 met schouderklachten is gezien door zijn huisarts. Uit de door hem bij die akte in het geding gebrachte brieven van zijn fysiotherapeut(en) en orthopedisch chirurg blijkt dat hij daar vervolgens voor is behandeld en onderzocht. Op grond van deze informatie kan echter enerzijds niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat [verzoeker tevens verweerder] ook op 21 oktober 2019 had te kampen met schouderklachten, terwijl hij, voor zover hij die klachten ook toentertijd al wel had ontwikkeld, niet met een verklaring van een deskundige heeft onderbouwd dat hij op 21 oktober 2019 niet in staat was om zich als gevolg van die klachten op de voorgeschreven wijze ziek te melden. Ook hierbij wordt in aanmerking genomen dat is gebleken dat [verzoeker tevens verweerder] in de middag van 21 oktober 2019 wel in staat is gebleken om met Energiewacht te telefoneren, zodat zonder een nadere toelichting, welke niet (voldoende) is gegeven, opnieuw niet valt in te zien dat hij zich als gevolg van schouderklachten op die datum niet op de voorgeschreven wijze ziek heeft kunnen melden. Bij het vorenstaande wordt ook in aanmerking genomen dat is gebleken dat [verzoeker tevens verweerder] in staat is gebleken om op of kort voor 21 oktober 2019 op het intranet van Energiewacht te melden dat hij op 21 oktober 2019 verlof had, terwijl niet is gebleken dat zij hem die dag verlof heeft gegeven. Uit enkel de eerste bladzijde van de brief van het UWV d.d. 26 augustus 2020 (U was tot 24 juni 2020 in dienst bij ENERTGIEWACHT WEST NEDERLAND B.V.. Vanaf 24 juni 2020 heeft u recht op Ziektewet-uitkering), welke [verzoeker tevens verweerder] bij zijn conclusie na enquête als productie 35 in het geding heeft gebracht, kan tenslotte ook niet worden afgeleid dat hij zich op 21 oktober 2019 niet met inachtneming van het ziekteprotocol ziek heeft kunnen melden.

2.6

Hetgeen zojuist is overwogen brengt met zich mee dat het – vergelijk ook hetgeen is overwogen in rechtsoverweging 2.9 van de op 25 februari 2020 gegeven beschikking – het aan [verzoeker tevens verweerder] is om voldoende aannemelijk te maken dat hij op 21 februari 2019 ziek was en dat is gebleven tot op het moment dat Energiewacht hem op 23 oktober 2019 op staande voet heeft ontslagen. Uit hetgeen zojuist is overwogen volgt, dat hij dat bewijs niet heeft geleverd, doordat hij geen verklaringen van deskundigen in het geding heeft gebracht waaruit met voldoende zekerheid kan worden afgeleid dat hij in de periode 21 tot en met 23 oktober 2019 had te kampen met de door hem gestelde klachten en daardoor niet heeft kunnen werken.

2.7

Het is voldoende aannemelijk dat [verzoeker tevens verweerder] op 18 oktober 2019, zonder toestemming van zijn leidinggevende, voortijdig van het werk is vertrokken, dat hij zich op 21 oktober 2019 niet op het werk heeft gemeld en dat hij zich op 23 oktober 2019 niet bij Energiewacht op kantoor heeft gemeld om over de gerezen problemen te overleggen, terwijl hij in die periode geen verlof had en niet is komen vast te staan dat hij door ziekte verhinderd was te komen werken. Het staat verder vast dat Energiewacht hem er bij de per e-mail verzonden brief d.d. 21 oktober 2019 (productie 6 bij het verweerschrift) en het op 21 oktober 2019 te 15.37 uur verzonden e-mailbericht (productie 8 bij het verweerschrift) uitdrukkelijk op heeft gewezen dat zijn weigering om te komen werken c.q. om bij haar op kantoor te komen praten, zal leiden tot zijn ontslag. Te oordelen is daarom (vergelijk ook rechtsoverweging 2.8 van de op 25 februari 2020 gegeven beschikking), dat Energiewacht [verzoeker tevens verweerder] op 23 oktober 2019 terecht op staande voet heeft ontslagen. Dit betekent dat de verzoeken van [verzoeker tevens verweerder] zijn af te wijzen. Het (voorwaardelijke) verzoek van Energiewacht kan daarom verder buiten beschouwing blijven.

2.8

[verzoeker tevens verweerder] is de partij die bij deze beschikking in het ongelijk wordt gesteld. Hij wordt om die reden veroordeeld in de kosten van de procedure.

3 Beslissing

De kantonrechter:

wijst de verzoeken van [verzoeker tevens verweerder] af;

veroordeelt [verzoeker tevens verweerder] in de kosten van de procedure, welke kosten aan de zijde van Energiewacht tot op heden worden vastgesteld op een bedrag ad € 996,= voor salaris gemachtigde;

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. M. Nijenhuis en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 april 2020.