Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:3777

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
16-04-2021
Datum publicatie
03-05-2021
Zaaknummer
AWB - 19 _ 4044
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

ARAR, strafontslag niet onevenredig

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 19/4044

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 april 2021 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. J.J.C. Kraan),

en

de minister van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. A.J.M. Nordsiek).

Procesverloop

Bij besluit van 18 oktober 2018 (het primaire besluit I) heeft verweerder eiseres de toegang tot de werkplek ontzegd voor de duur van het onderzoek naar vermoedelijk plichtsverzuim.

Bij besluit van 18 december 2018 (het primaire besluit II) heeft verweerder eiseres met onmiddellijke ingang ontslagen.

Bij besluit van 20 mei 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen beide primaire besluiten ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 februari 2021 via een videoverbinding. De gemachtigden van partijen hebben hieraan deelgenomen.

Overwegingen

Inleiding

1. Eiseres werkte sinds 29 september 1995 in de functie van senior zorg/behandel- inrichtingswerker bij de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI).

1.1.

Op 9 oktober 2018 heeft een incident plaatsgevonden waarbij een gedetineerde van de Penitentiaire Inrichting Haaglanden, locatie Scheveningen (PI) met een stoel tegen de ramen sloeg waardoor een veiligheidsruit brak. Een collega van eiseres sloeg alarm. Eiseres ontving dit alarm op haar pieper. Eiseres bevond zich op dat moment in het kantoor van het afdelingshoofd waar zij notulen uitwerkte. Eiseres heeft niet op het alarm gereageerd, omdat zij bezig was en niets heeft gehoord. De collega die alarm heeft geslagen, heeft eiseres hierop aangesproken, waarna zij deze collega heeft uitgescholden en een trap tegen haar stoel heeft gegeven.

1.2.

Bij het primaire besluit I heeft verweerder eiseres de toegang tot haar werkplek ontzegd.

1.3.

Op 31 oktober 2018 heeft verweerder eiseres op de hoogte gesteld van zijn voornemen haar de disciplinaire straf van onvoorwaardelijk strafontslag op te leggen, omdat zij zich schuldig heeft gemaakt aan plichtsverzuim. In dit voornemen is aangegeven dat eiseres:

- zich bewust heeft onttrokken aan de verplichting om te reageren op het alarm van

9 oktober 2018. Dit heeft geleid tot een zeer ernstige vertrouwensbreuk;

- zich daarmee onvoldoende rekenschap heeft gegeven van haar verantwoordelijkheid om op een alarm te reageren, waardoor zij de veiligheid in de inrichting in gevaar heeft gebracht;

- niet inziet dat de melding over haar nalatigheid bij de directie moet worden gemeld en dat dit de verantwoordelijkheid van een leidinggevende is. Deze melding was voor eiseres aanleiding om tot tweemaal toe beledigend en agressief te worden jegens haar collega, waardoor zij zich niet heeft gehouden aan de Gedragscode DJI;

- niet aanspreekbaar is op dit gedrag en tot op heden in het geheel geen spijt heeft betuigd of

heeft laten weten dat zij inziet dat haar gedrag onacceptabel is;

- in het verleden vele keren op gesprek heeft moeten komen, waarin zij meermaals is gewezen op haar houding en gedrag. Daarmee heeft eiseres laten zien dat zij onverbeterlijk is.

1.4.

Bij het primaire besluit II heeft verweerder eiseres met onmiddellijke ingang ontslagen.

1.5.

Eiseres heeft tegen beide primaire besluiten bezwaar gemaakt.

1.6.

Verweerder heeft de bezwaren van eiseres voorgelegd aan de Adviescommissie bezwaarschriften Algemene Wet Bestuursrecht inzake personele aangelegenheden van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (de commissie). Op 13 mei 2019 heeft de commissie verweerder geadviseerd de bezwaren van eiseres tegen beide besluiten ongegrond te verklaren. In dit advies heeft de commissie ten aanzien van het ontslag geconcludeerd dat de eiseres verweten gedragingen deugdelijk zijn vastgesteld en eiseres de verweten gedragingen heeft begaan. Daarbij heeft de commissie betrokken dat eiseres niet heeft betwist dat zij niet heeft gereageerd op het alarm dat naar aanleiding van het incident met een gedetineerde is afgegeven. Eiseres heeft gesteld dat zij dit alarm niet heeft gehoord, omdat zij in een andere ruimte geconcentreerd aan het werk was. Verweerder heeft hiertegen ingebracht dat de pieper van eiseres is gecontroleerd en dat is geconstateerd dat het alarm daarop is verschenen. De commissie is met verweerder van oordeel dat het niet aannemelijk is dat eiseres het door haar pieper afgegeven signaal niet heeft gehoord en evenmin dat zij de commotie als gevolg van het alarm niet heeft opgemerkt. Verweerder heeft tijdens de hoorzitting duidelijk gemaakt dat elke nacht controles plaatsvinden en dat een pieper, bij de constatering dat deze niet deugdelijk werkt, uit het rek wordt gehaald. Aangezien eiseres heeft bevestigd dat zij haar pieper uit het rek heeft gehaald en dat deze twee streepjes vertoonde, hetgeen betekende dat meldingen werden doorgegeven, leidt dit de commissie tot de conclusie dat de pieper functioneerde en het desbetreffende signaal heeft gegeven. Dit betekent naar het oordeel van de commissie dat eiseres bewust niet heeft gereageerd op de melding. De commissie brengt in dit verband naar voren dat het haar bevreemdt dat eiseres zich erop beroept dat zij het alarm niet kon horen. Naar het oordeel van de commissie dient een medewerker van DJI die is uitgerust met een pieper er zorg voor te dragen dat het alarm te allen tijde voor hem of haar hoorbaar is. Dit betekent dat een medewerker zich niet in een zodanige positie mag brengen dat een alarm eventueel niet te horen zou zijn. De stelling van eiseres dat zij naar deze ruimte is gestuurd vindt de commissie niet van belang; eiseres heeft hier een eigen verantwoordelijkheid in. De commissie constateert daarnaast dat eiseres heeft erkend dat zij een trap heeft gegeven tegen de stoel waarop haar collega zat en dat zij haar collega heeft uitgescholden.

De commissie is het met verweerder eens dat eiseres met haar gedrag in strijd heeft gehandeld met de Gedragscode DJI. Aan een medewerker van DJI mogen, gezien de voorbeeldfunctie die hij of zij vervult, hoge eisen worden gesteld met betrekking tot respect en betrouwbaarheid. Eiseres heeft naar het oordeel van de commissie de regels met betrekking tot respect en betrouwbaarheid geschonden. De commissie heeft dit aangemerkt als plichtsverzuim.

De commissie heeft verder geconcludeerd dat de verweten gedragingen eiseres kunnen worden toegerekend. Van feiten of omstandigheden die met zich zouden kunnen brengen dat het plichtsverzuim eiseres niet kan worden toegerekend, is de commissie niet gebleken.

De commissie heeft geoordeeld dat de straf van onvoorwaardelijk ontslag niet onevenredig is aan de ernst van het plichtsverzuim. Van eiseres mocht worden verwacht dat zij zou reageren op het alarm naar aanleiding van het incident. Door dit niet te doen heeft zij de veiligheid van de justitiabele en van haar collega’s op het spel gezet. Verweerder moet daarbij te allen tijde kunnen vertrouwen op de onvoorwaardelijke inzet van alle medewerkers, gezien de risico’s die het werken in een PI met zich meebrengt. De commissie brengt in dit verband naar voren dat eiseres tijdens de hoorzitting heeft aangegeven dat zij vaker signalen van haar pieper heeft gemist. Door collega’s is zij er meermaals op geattendeerd dat er sprake was van een alarm. De commissie is van oordeel dat dit op zijn minst verontrustend is te noemen. Te vrezen valt dat dit betekent dat eiseres niet scherp genoeg is tijdens haar werk. De commissie maakt eveneens uit hetgeen eiseres tijdens de hoorzitting naar voren heeft gebracht op dat eiseres zich niet volledig bewust lijkt te zijn van haar eigen verantwoordelijkheid en dat zij de protocollen met betrekking tot calamiteiten niet scherp heeft. En eiseres, zo is de commissie gebleken, neemt de ernst van een calamiteit lichter op dan verweerder doet. Dit alles is naar het oordeel van de commissie niet wat van een ervaren DJI-medewerker mag worden verwacht.

Daarnaast diende eiseres zich naar het oordeel van de commissie te realiseren dat zij een collega niet agressief mag benaderen, noch in woord, noch in daad. Eiseres heeft tijdens de hoorzitting toegegeven tegen de rug van de stoel van haar collega te hebben getrapt en haar te hebben uitgescholden. Zij heeft verklaard dit vanuit haar emotie te hebben gedaan. Eiseres heeft echter niet laten zien achteraf op enig moment kritisch naar zichzelf te hebben gekeken en naar wat dit professioneel heeft betekend. De commissie acht dit gebrek aan zelfreflectie zwaarwegend.

De commissie heeft geconcludeerd dat deze stapeling van zowel niet scherp zijn tijdens het functioneren als het onprofessionele gedrag zwaarwegend is. Voor de functie die eiseres uitoefende en voor de setting waarbinnen zij functioneerde zijn dit immers wezenlijke aspecten. De commissie heeft in haar oordeel eveneens meegewogen dat eiseres diverse malen eerder is aangesproken op houding en gedrag, waarbij haar de gelegenheid is geboden dit gedrag te verbeteren. De commissie heeft geconstateerd dat eiseres deze gelegenheid niet heeft aangegrepen.

Ten aanzien van de ontzegging tot de toegang tot haar werkplek heeft de commissie geconcludeerd dat de waargenomen feiten voor verweerder voldoende waren om een concrete verdenking van ernstig plichtsverzuim van eiseres te hebben. De commissie heeft geconcludeerd dat verweerder terecht en op goede gronden eiseres de toegang tot de instelling heeft ontzegd.

2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de bezwaren van eiseres, overeenkomstig het advies van de commissie van 13 mei 2019, ongegrond verklaard.

Het betoog van eiseres

3. Eiseres is het niet eens met verweerder en voert aan dat zij niet heeft gereageerd op het alarm van de pieper, omdat ze dit niet heeft waargenomen. Het plichtsverzuim is eiseres daarom niet toe te rekenen. Eiseres voert aan dat zij er alles aan heeft gedaan om te controleren of de pieper goed functioneerde, terwijl verweerder dit onvoldoende heeft onderzocht. Eiseres betwist dat zij door de toestroom van het opgeroepen personeel en de plek waar zij haar werkzaamheden verrichtte op de hoogte moet zijn geweest van het feit dat er zich een calamiteit voordeed. Eiseres betwist niet dat zij een trap tegen de stoel van haar collega heeft gegeven en dat zij haar heeft uitgescholden. Uit de verschillende verklaringen die naar aanleiding van het incident door collega’s zijn afgelegd, is echter niet duidelijk te herleiden waarom de trap is uitgedeeld, hoe hard en met welke bedoeling. Verweerder kan daarom niet vaststellen of zij in strijd met de Gedragscode DJI heeft gehandeld. Het is nooit de intentie geweest om de collega met de trap schade toe te brengen of te intimideren. De trap was slechts bedoeld om de aandacht van haar collega te krijgen. Eiseres geeft aan dat ze niet zo had moeten handelen, maar dat dit past binnen de ‘mannelijke’ omgeving waarin zij werkt. Bij de beoordeling van de evenredigheid van de aan eiseres opgelegde straf had verweerder rekening moeten houden met de intentie waarmee zij de trap heeft gegeven, alsmede de omvang van haar dienstjaren en haar leeftijd. Eiseres meent dat geen aanleiding bestond om haar de toegang tot de werkplek te ontzeggen dan wel een disciplinaire straf op te leggen. Met een kort en eenvoudig onderzoek had verweerder kunnen vaststellen dat geen sprake was van enig plichtsverzuim die de ontzegging van de toegang tot de instelling en het ontslag rechtvaardigt.

Juridisch kader

4. Het juridisch kader is opgenomen in een bijlage bij deze uitspraak.

Het oordeel van de rechtbank

Ontzegging tot de toegang tot haar werkplek

5. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (de Raad) is een concrete verdenking van ernstig plichtsverzuim in het algemeen voldoende grond voor het treffen van een ordemaatregel, als aan de integriteit van de betrokken ambtenaar moet worden getwijfeld en het in hem te stellen vertrouwen zozeer is geschaad dat het niet aanvaardbaar is dat hij zijn werk blijft doen1.

5.1.

De ontzegging van de toegang tot de werkplek is een ordemaatregel en betreft een bevoegdheid van discretionaire aard van verweerder. Het toepassen van die bevoegdheid dient door de bestuursrechter terughoudend te worden getoetst.

5.2.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder aan de onder rechtsoverweging 1.1. vermelde feiten een concrete verdenking mogen ontlenen dat sprake was van ernstig plichtsverzuim en daarin voldoende grond kunnen vinden voor het treffen van deze ordemaatregel.

Onvoorwaardelijk strafontslag

6. Volgens vaste rechtspraak van de Raad is het voor de constatering van plichtsverzuim dat tot het opleggen van een disciplinaire maatregel aanleiding kan geven noodzakelijk dat op basis van de beschikbare, deugdelijk vastgestelde gegevens de overtuiging is gekregen dat de betrokken ambtenaar de hem verweten gedragingen heeft begaan. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de verweten gedragingen ook aan de betrokken ambtenaar kunnen worden toegerekend. Voorts dient de opgelegde straf evenredig te zijn aan de ernst van het gepleegde plichtsverzuim2.

7. De rechtbank ziet in hetgeen eiseres in beroep heeft aangevoerd, voor zover dit een herhaling vormt van dat wat al in bezwaar naar voren is gebracht en waarop verweerder in het bestreden besluit onder verwijzing naar het advies van de commissie al gemotiveerd is ingegaan, geen aanleiding voor een ander oordeel nu eiseres niet heeft aangegeven wat er niet juist is aan de motivering van het bestreden besluit.

7.1.

Eiseres heeft erkend dat zij niet heeft gereageerd op het alarm van de pieper dat naar aanleiding van het incident is afgegaan. Ook heeft zij erkend dat zij een trap heeft gegeven tegen de stoel van haar collega waarop zij zat en haar heeft uitgescholden. Deze vastgestelde verweten gedragingen leveren naar het oordeel van de rechtbank plichtsverzuim op. Verweerder heeft daarbij terecht verwezen naar de Gedragscode DJI, waarmee eiseres mag worden verondersteld bekend te zijn. Dat het niet haar schuld is dat zij het alarm niet heeft gehoord omdat zij er alles aan heeft gedaan dat de pieper naar behoren functioneerde of dat het incident met de gedetineerde en de hectiek die daarop volgde aan haar is ontgaan, wat daar ook van zij, maakt dit niet anders. Verweerder heeft er terecht op gewezen dat het, naast de periodieke testen door verweerder, de eigen verantwoordelijkheid van eiseres is om voor elke dienst na te gaan of de pieper naar behoren werkt. Gebleken is dat de pieper op de dag van het incident twee streepjes aangaf op het moment dat eiseres het apparaat uit het rek haalde. Hoewel een testapparaat in dezelfde ruimte hing, heeft eiseres hiervan - onweersproken - geen gebruik gemaakt. In dat wat eiseres verder aanvoert, ziet de rechtbank geen reden voor een ander oordeel.

7.2.

De vraag of plichtsverzuim is aan te merken als toerekenbaar plichtsverzuim is volgens vaste rechtspraak van de Raad een vraag naar de juridische kwalificatie van het betrokken feitencomplex. Voor de toerekenbaarheid is niet van doorslaggevende betekenis of het gedrag psychopathologisch verklaarbaar is, maar of de betrokkene de ontoelaatbaarheid van dat gedrag heeft kunnen inzien en overeenkomstig dat inzicht heeft kunnen handelen. Daarbij ligt het op de weg van de ambtenaar om aannemelijk te maken dat het plichtsverzuim hem niet kan worden toegerekend3.

7.3.

Niet is gebleken dat het gedrag van eiseres niet aan haar is toe te rekenen. Verweerder was dan ook bevoegd om eiseres hiervoor disciplinair te straffen.

7.4.

Wat betreft de evenredigheid voert eiseres aan dat de disciplinaire straf van ontslag onevenredig zwaar is, omdat zij niet de intentie had om haar collega met de trap schade toe te brengen of te intimideren. Haar gedrag moet als normaal worden beschouwd als onderdeel van een cultuur die door verweerder wordt gedoogd. Zij heeft niet in strijd met de Gedragscode gehandeld. Daarnaast werkt eiseres al lange tijd bij verweerder en zal zij gelet op haar leeftijd waarschijnlijk niet meer aan het werk komen.

7.5.

De rechtbank onderkent dat de disciplinaire straf van ontslag voor eiseres ingrijpende gevolgen heeft, nu zij door deze maatregel haar baan en daarmee haar inkomen heeft verloren. Gelet op de aard en de ernst van de vastgestelde verweten gedragingen die als plichtsverzuim zijn aan te merken, acht de rechtbank de disciplinaire straf van ontslag daaraan echter niet onevenredig. Van eiseres mocht worden verwacht dat zij op het alarm reageert. Door dit na te laten heeft zij de veiligheid van haar collega’s op het spel gezet. Verweerder moet te allen tijde kunnen vertrouwen op de onvoorwaardelijke inzet van zijn medewerkers, gelet op de risico’s die het werken in een PI met zich brengt. Daarnaast had zij zich moeten realiseren dat zij zich dient te onthouden van agressie tegen haar collega. Verweerder heeft mogen laten meewegen dat eiseres nog steeds niet inziet dat haar gedrag agressief en intimiderend is geweest en dat het haar ontbreekt aan zelfreflecterend vermogen. Daarbij is in aanmerking genomen dat eiseres regelmatig op haar gedrag is aangesproken, waarbij zij weinig verbetering heeft laten zien. Volgens vaste rechtspraak van de Raad ontslaat een heersende cultuur mensen niet van hun eigen verantwoordelijkheid om zich als goed ambtenaar te gedragen.4 Het betoog dat haar gedrag als normaal moet worden beschouwd binnen de heersende cultuur bij verweerder, kan eiseres dus niet baten.

8. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van
mr. J.R. van Veen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 april 2021.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

Bijlage

Op grond van artikel 50, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR) is de ambtenaar gehouden de plichten uit zijn functie voortvloeiende nauwgezet en ijverig te vervullen en zich te gedragen, zoals een goed ambtenaar betaamt.

Op grond van artikel 77, eerste lid, van het ARAR kan aan de ambtenaar door het bevoegd gezag de toegang tot de dienstlokalen, dienstgebouwen of het werk, dan wel het verblijf aldaar, worden ontzegd.

Op grond van artikel 80, eerste lid, van het ARAR kan de ambtenaar, die de hem opgelegde verplichtingen niet nakomt of zich overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt, disciplinair worden bestraft.

Op grond van artikel 81, eerste lid, aanhef en onder l, van het ARAR kan als disciplinaire straf ontslag worden opgelegd.

In de Gedragscode DJI staat:

‘Betrouwbaarheid

Betrouwbaarheid is zorgen dat collega’s en justitiabelen je altijd kunnen vertrouwen en altijd op je kunnen rekenen. Zij en de samenleving gaan er vanuit dat jij je aan de geldende regels houdt, dat je afspraken nakomt en dat je ervoor zorgt dat jouw belangen die van DJI en de maatschappij niet schaden. Zoals jij moet kunnen rekenen op je collega’s, zo rekent DJI op jou. Het beschamen van dit vertrouwen leidt tot gevaarlijke situaties op de werkplek, en kleurt het beeld dat buitenstaanders hebben van medewerkers van DJI. Wanneer de regels worden nageleefd verklein je het risico dat jij en je collega’s in onwenselijke of gevaarlijke situaties raken.

1 Zie bijv. de uitspraak van de Raad van 25 april 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8767.

2 Zie bijv. de uitspraak van de Raad van 24 mei 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1534.

3 Zie bijv. de uitspraak van de Raad van 11 december 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:4155.

4 Zie bijv. de uitspraak van de Raad van 22 oktober 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:3671.