Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:352

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
15-01-2021
Datum publicatie
21-01-2021
Zaaknummer
NL20.21145
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Nepalese asielzoekster stelt zich te hebben bekeerd van het hindoeïsme tot het christendom / Naar het oordeel van de rechtbank mocht verweerder dat ongeloofwaardig vinden en de asielaanvraag afwijzen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL20.21145


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres

[V-nummer]

(gemachtigde: mr. K. Ross),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. A.H. Noordeloos).


Procesverloop
Bij besluit van 4 december 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 7 januari 2021. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen S.K. Paudyal. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Aanleiding van deze procedure en asielrelaas eiseres

1. Eiseres heeft de Nepalese nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1994. Zij heeft verweerder om internationale bescherming gevraagd omdat zij tot het christendom is bekeerd en daardoor vreest voor problemen bij terugkeer naar Nepal.

2. Het asielrelaas van eiseres houdt samengevat het volgende in. Eiseres heeft zich vanuit het hindoeïsme bekeerd tot het christendom. Zij heeft het verschil tussen zonen en dochters, de scheve verhouding tussen man en vrouw altijd ervaren als een doorn in het oog. Daarnaast had eiseres ook persoonlijke problemen met het offeren van dieren bij sommige goden in het hindoeïsme. Dit heeft zij ervaren als een vorm van dierenmishandeling. Eiseres kwam in contact met haar jeugdvriendin [naam] en zij vertelde eiseres in 2016 over het christendom. Eiseres is met haar, drie dagen na deze ontmoeting , een keer mee naar de kerk gegaan. Daar hoorde eiseres over verhalen uit de Bijbel. Zij raakte innerlijk overtuigd van het christendom en besloot zich vervolgens tot het christendom te bekeren.

Het bestreden besluit

3.1

Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:

1) identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres;

2) bekering van hindoeïsme tot het christendom;

3) problemen als gevolg van bekering tot het christendom.

3.2

Verweerder vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig. De andere twee relevante elementen, bekering tot het christendom en de problemen als gevolg van de bekering, vindt verweerder niet geloofwaardig. Eiseres kan volgens verweerder daarom niet worden aangemerkt als vluchteling en loopt bij terugkeer naar Nepal geen reëel risico in de zin van artikel 3 van het EVRM.1 Verweerder heeft de aanvraag afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.

Gronden eiseres

4. Eiseres voert aan dat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid en dat het onvoldoende is gemotiveerd. Ook heeft verweerder niet in lijn met de eigen Werkinstructie gehandeld.2 Voor eiseres zijn de door haar aangedragen motieven de daadwerkelijke motieven voor haar bekering en verweerder heeft deze ten onrechte als algemeen en oppervlakkig aangemerkt. Eiseres heeft tijdens haar nader gehoor duidelijk verklaard dat en waarom zij niet tevreden was met de rol van de vrouw in het hindoeïsme. Zij worden gediscrimineerd en achtergesteld ten opzichte van de mannen. Dit knaagde al een tijdje aan haar. Eiseres zag het christendom als een beter alternatief voor haar levenswijze. Dit is dan ook een persoonlijke ervaring van eiseres, aldus eiseres. Verder voert eiseres aan dat, nu het beginpunt van haar bekering niet langer in geschil is, op verweerder een motiveringsplicht rust om duidelijk te motiveren waarom de overige verklaringen rondom de bekering niet worden gevolgd door verweerder. Eiseres is van mening dat verweerder dit onvoldoende heeft gedaan.

Standpunt verweerder

5. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiseres oppervlakkig en algemeen heeft verklaard over de motieven van haar bekering. Verweerder acht niet aannemelijk dat eiseres overtuigd was door het verhaal van haar jeugdvriendin [naam] . Eiseres kan volgens verweerder weinig vertellen over deze jeugdvriendin. Daarnaast stelt verweerder zich op het standpunt dat eiseres niet duidelijk heeft omschreven waarom zij zo overtuigd was van het verhaal van haar jeugdvriendin. Eiseres benoemt enkel algemeenheden en vertelt niet gedetailleerd waarom het verhaal van haar vriendin haar persoonlijk heeft geraakt. Eiseres heeft weliswaar verklaard dat het christendom een vriendelijk geloof is en christenen behulpzaam naar elkaar zijn, maar eiseres heeft niet omschreven wat haar eigen gevoel was en waarom zij geïnteresseerd is geraakt in het christendom. Ook stelt verweerder dat eiseres niet aannemelijk heeft kunnen maken waarom zij afstand heeft genomen van het hindoeïsme en vervolgens is bekeerd tot het christendom. De verklaringen van eiseres zijn summier en algemeen, aldus verweerder. Eiseres heeft volgens verweerder evenmin inzichtelijk gemaakt hoe haar proces tot bekering is verlopen. Eiseres heeft onvoldoende kunnen uitleggen waarom zij is bekeerd, terwijl zij beperkte kennis had over het christendom. Volgens verweerder is geen sprake is van een diepgewortelde innerlijke overtuiging. De verklaringen van de kerken die eiseres heeft overgelegd vormen onvoldoende onderbouwing voor een oprechte bekering. Verweerder heeft de door eiser naar voren gebrachte problemen vanwege haar bekering voorts gemotiveerd ongeloofwaardig gevonden.

Oordeel rechtbank

6.1.

De rechtbank stelt vast dat tijdens het nader gehoor aan de orde zijn gekomen de motieven voor en het proces van bekering, de kennis van het nieuwe geloof en de activiteiten binnen de nieuwe geloofsovertuiging en het effect van de veranderingen.3

6.2.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich, gelet op de drie bovengenoemde elementen in samenhang bezien, niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de gestelde bekering tot het christendom niet geloofwaardig is. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

6.3.

Eiseres heeft met haar verklaringen niet aannemelijk gemaakt waarom zij afstand heeft genomen van het hindoeïsme en zich vervolgens heeft bekeerd tot het christendom. Verweerder heeft op goede gronden van belang geacht dat wat eiseres heeft verklaard over de rol van de vrouw in het hindoeïsme, dat het hindoeïsme geweld predikt door veel dieren te offeren en dat dit eiseres heeft doen besluiten afstand te nemen van het hindoeïsme, aangemerkt kan worden als algemeen en oppervlakkig. Dit geeft onvoldoende inzicht in de motieven van eiseres om zich af te keren van het hindoeïsme. Ook overigens blijkt dit onvoldoende uit de verklaringen van eiseres. De verklaringen van eiseres betreffen oppervlakkige verklaring over de onvrede over het hindoeïsme. Verweerder heeft eiseres dan ook niet hoeven volgen in haar verklaringen omtrent haar motieven om afstand te nemen van het hindoeïsme.

6.4

Eiseres heeft verder in het nader gehoor verklaard dat haar jeugdvriendin [naam] haar vertelde over het christendom, dat iedereen gelijk is, ongeacht man of vrouw en dat er maar één God is.4 Verder heeft eiseres verklaard dat de Bijbel haar aansprak, dat zij echt innerlijk overtuigd was om christen te worden en dat zij is bekeerd.5 Ook heeft zij verklaard dat haar vriendin niet met eiseres over de inhoud van de Bijbel heeft gesproken, maar dat haar vriendin wel heeft gezegd dat het christendom een vriendelijk geloof is en christenen behulpzaam zijn naar elkaar.6 Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat eiseres hiermee onvoldoende duidelijk heeft omschreven waarom zij zo overtuigd was van het verhaal van haar jeugdvriendin. Eiseres heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt waarom het verhaal van haar vriendin, haar persoonlijk heeft geraakt, wat haar eigen gevoel was en waarom zij geïnteresseerd is geraakt in het christendom.

6.5.

De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder op goede gronden heeft gesteld dat eiseres geen diepgewortelde overtuiging ten aanzien van bekering tot het christendom heeft laten zien. Eiseres heeft verklaard dat haar vriendin haar verteld heeft over het christendom, dat zij twee keer een kerkdienst heeft bezocht in het jaar dat zij is bekeerd en dat zij de Bijbel heeft gelezen.7 Eiseres heeft hiermee echter niet inzichtelijk gemaakt waarom zij zich op basis van de beperkte, oppervlakkige kennis dat in het christendom iedereen gelijk is en dat er maar één God is in het christendom, heeft bekeerd tot dat geloof.

6.6.

Verweerder heeft verder mogen stellen dat de door eiseres overgelegde verklaringen van de kerken onvoldoende onderbouwing vormen voor een oprechte bekering. Weliswaar kunnen verklaringen van een kerkelijke instantie of persoon dienen ter staving van een bekering, maar het blijft de verantwoordelijkheid van de vreemdelinge om overtuigende verklaringen af te leggen met betrekking tot zijn bekering en het proces dat tot de bekering heeft geleid.8 Aan deze door eiseres overgelegde verklaringen kunnen dan ook niet het door eiseres gewenste gewicht worden toegekend.

6.7

Gelet op het voorgaande heeft verweerder voldoende gemotiveerd uiteengezet dat de bekering van eiseres van het hindoeïsme tot het christendom ongeloofwaardig is. Dat verweerder in het bestreden besluit eiseres niet meer tegenwerpt dat zij over het moment van haar bekering tegenstrijdig heeft verklaard, doet daar niet aan af. Verweerder dient het asielrelaas in zijn geheel en in samenhang te beoordelen en uit verweerders besluitvorming blijkt voldoende dat dat is gebeurd.

7. Verweerder heeft in zijn besluitvorming ten slotte voldoende gemotiveerd waarom hij de problemen als gevolg van de bekering ongeloofwaardig acht.

Conclusie

8. De aanvraag is terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. A.K. Mireku, rechter, in aanwezigheid van J.G.J. Geerlings, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

1 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

2 WI 2019/18 Bekeerlingen.

3 Zie ook WI 2019/18 Bekeerlingen.

4 Nader gehoor, p. 7.

5 Nader gehoor, p. 7.

6 Nader gehoor, p. 9.

7 Nader gehoor, p. 7 en p. 9.

8 Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 6 maart 2014, ECLI:NL:RVS:2014:890.