Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:3334

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
06-04-2021
Datum publicatie
15-04-2021
Zaaknummer
09/827539-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Raadkamer
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft een grote hoeveelheid geneesmiddelen, anabole steroïden, in voorraad gehad. Partiële vrijspraak van handel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/827539-17

Datum uitspraak: 6 april 2021

Tegenspraak

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte 1] ,

geboren op [geboortedatum] 1980 te [geboorteplaats] ,

BRP-adres: [adres] , [postcode] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 23 maart 2021.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.L.M. de L’Isle en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. K.B.H. Welvaart naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

l.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 2 juni 2017 tot en met 5 september 2017 te Leiden, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer geneesmiddelen waarvoor geen handelsvergunning geldt, zijnde een hoeveelheid van:

- ongeveer 480, althans een of meer ampullen bevattende boldenon undecylenaat en/of

- ongeveer 30.100, althans een of meer tabletten bevattende methandiënon en/of

- ongeveer 1.800, althans een of meer tabletten bevattende oxandrolon en/of

- ongeveer 600, althans een of meer tabletten bevattende stanozolol en/of

- ongeveer 120, althans een of meer tabletten bevattende trenbolone enanthate en/of

- ongeveer 600, althans een of meer tabletten en/of 100, althans een of meer ampullen bevattende clenbuterol en/of

- ongeveer 175, althans een of meer ampullen bevattende somatropine en/of

- ongeveer 1448, althans een of meer ampullen bevattende testosteron en/of

- ongeveer 380, althans een of meer tabletten bevattende nandrolone en/of

- 90 doosjes à 24 tabletten (50 mg/tablet) clomiphene citrate (Anfarm Hellas SA),

opzettelijk in voorraad heeft gehad, verkocht, afgeleverd, ter hand gesteld, ingevoerd en/of anderszins binnen of buiten het Nederlands grondgebied heeft gebracht;

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 2 juni 2017 tot en met 5 september 2017, te Leiden, in elk geval in Nederland, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte, (telkens) een of meerdere voorwerpen, te weten

- een personenauto (Mercedes-Benz en/of voorzien van kenteken [kenteken] ) en/of

- een of meer geldbedragen (voor in totaal ongeveer 18.930 euro),

gebruik gemaakt en/of omgezet, althans verworven en/of voorhanden gehad, terwijl hij wist dat dit(/deze) voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf.

3 De bewijsbeslissing

3.1.

Inleiding

Op 5 september 2017 vond een doorzoeking plaats in de woning van de verdachte aan de [adres] te [gemeente 7] . Bij deze doorzoeking werden geld, administratie, 12 gsm’s, een Mercedes Benz en een grote hoeveelheid op anabole steroïden gelijkend waar in beslag genomen.

De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of de verdachte zich in de periode van 2 juni 2017 tot en met 5 september 2017 schuldig heeft gemaakt aan - kort gezegd - (het medeplegen van) het opzettelijk in voorraad hebben, verkopen, afleveren, ter hand stellen, invoeren en/of anderszins binnen of buiten het Nederlands grondgebied brengen van geneesmiddelen waarvoor geen handelsvergunning geldt (feit 1) en aan (gewoonte)witwassen van een Mercedes Benz en een geldbedrag van € 18.930,- (feit 2).

3.2.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van beide ten laste gelegde feiten. Met betrekking tot feit 1 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat kan worden bewezen dat de verdachte zich in de periode van 2 juni 2017 tot en met

5 september 2017 tezamen en in vereniging met anderen schuldig heeft gemaakt aan de handel in geneesmiddelen waarvoor geen handelsvergunning geldt.

Met betrekking tot feit 2 heeft de officier van justitie partiële vrijspraak geëist van het witwassen van de Mercedes Benz en een geldbedrag van € 1.800,-.

3.3.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 ten laste gelegde en heeft hiertoe aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat de verdachte de aangetroffen geneesmiddelen in voorraad heeft gehad ter verdere verspreiding, nu de verdachte heeft verklaard dat de voorraad voor eigen gebruik was.

Met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat partiële vrijspraak dient te volgen van het witwassen van de Mercedes Benz en het geldbedrag van € 1.800,-. Met betrekking tot het witwassen van het resterende bedrag van € 17.130,- heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.4.

Gebruikte bewijsmiddelen

De rechtbank heeft in bijlage I opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.

3.5.

Bewijsoverwegingen

Feit 1 (geneesmiddelen)

Aan de verdachte wordt onder 1 verweten dat hij samen met anderen artikel 40, tweede lid, van de Geneesmiddelenwet heeft overtreden, doordat hij een groot aantal geneesmiddelen waarvoor geen handelsvergunning geldt, opzettelijk in voorraad heeft gehad. Het verbod van artikel 40, tweede lid, van de Geneesmiddelenwet spitst zich gelet op de geschiedenis van de totstandkoming daarvan1 toe op bedrijfsmatige activiteiten. Het strafbaar gestelde in voorraad hebben strekt er dan toe om de geneesmiddelen vervolgens te verkopen, af te leveren, ter hand te stellen of in te voeren. In ieder geval dient het te gaan om een voorraad die wordt aangehouden met het oog op handelingen in het economisch verkeer.

De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft vastgesteld dat de in de woning van de verdachte aangetroffen medische producten de in de tenlastelegging genoemde geneesmiddelen zijn, in de daarin genoemde hoeveelheden. De door de Inspectie voor de Gezondheidszorg opgesomde aantallen ampullen testosteron tellen echter op tot 1404 en niet tot 1448 zoals is ten laste gelegd, zodat de verdachte om die reden van het in voorraad hebben van de overige 44 ampullen zal worden vrijgesproken.

De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft voorts vastgesteld dat voor de aangetroffen geneesmiddelen geen handelsvergunning geldt.

De verdachte heeft verklaard dat de aangetroffen geneesmiddelen voor eigen gebruik waren. De rechtbank acht deze verklaring niet aannemelijk, reeds gelet op de zeer aanzienlijke hoeveelheden geneesmiddelen die zijn aangetroffen. Zij wordt hierin gesterkt door de conclusie van de Inspectie voor de Gezondheidszorg dat uit de aangetroffen hoeveelheden blijkt dat de geneesmiddelen voor de handel bestemd waren en niet voor eigen gebruik.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de verdachte de middelen in voorraad heeft gehad om deze te verhandelen.

Naar het oordeel van de rechtbank bevat het dossier voorts weliswaar aanwijzingen dat de verdachte ook daadwerkelijk heeft gehandeld in geneesmiddelen, maar is er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte daadwerkelijk heeft gehandeld in de in de tenlastelegging genoemde stoffen (de stoffen die op 5 september 2017 in de woning van de verdachte zijn aangetroffen) gedurende de in de tenlastelegging genoemde periode. De rechtbank zal de verdachte daar dan ook van vrijspreken.

De rechtbank is concluderend van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte op 5 september 2017 te Leiden de in de tenlastelegging genoemde geneesmiddelen, waarvoor geen handelsvergunning geldt, opzettelijk in voorraad heeft gehad.

Feit 2 (witwassen)

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden bewezen dat de in de garage aangetroffen Mercedes Benz en het geldbedrag van € 1.800,- van misdrijf afkomstig waren. De rechtbank zal de verdachte dan ook vrijspreken van het witwassen van genoemd voertuig en genoemd geldbedrag.

Met betrekking tot het resterende in de woning van de verdachte aangetroffen geldbedrag van € 17.130,- overweegt de rechtbank als volgt. Als uitgangspunt dient te worden genomen dat het onderzoek in de onderhavige zaak geen direct bewijs heeft opgeleverd dat genoemd geldbedrag van een misdrijf afkomstig is. Daarom zal eerst moeten worden vastgesteld of de feiten en omstandigheden van dien aard zijn dat zonder meer van een vermoeden van witwassen sprake is. Hiertoe overweegt de rechtbank dat het aangetroffen aanzienlijke contante geldbedrag niet in verhouding staat tot de inkomsten en de financiële situatie van de verdachte. De verdachte heeft gedurende twee jaar vóór het aantreffen van het geld immers geen aantoonbare legale inkomsten gehad en woonde bij zijn moeder, die een uitkering en zorg- en huurtoeslag ontving. Genoemde feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, zijn van dien aard dat zij het vermoeden van een criminele herkomst van het geldbedrag zonder meer rechtvaardigen. Gelet hierop mocht van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring gaf voor de herkomst van het geldbedrag. De verdachte heeft echter in het geheel geen verklaring gegeven over de herkomst van het geld.

Dit brengt de rechtbank dan ook tot het oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat het geldbedrag van € 17.130,- – middellijk of onmiddellijk – uit enig misdrijf afkomstig is en dat de verdachte hiervan wetenschap heeft gehad. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van genoemd geldbedrag.

Anders dan de officier van justitie, is de rechtbank van oordeel dat het feit dat de verdachte is veroordeeld voor witwassen gepleegd in de periode 1 maart 2013 tot en met 4 maart 2015 en zich daaraan op 5 september 2017 weer schuldig heeft gemaakt, niet maakt dat kan worden geconcludeerd dat de verdachte van witwassen een gewoonte heeft gemaakt. Ook overigens blijken uit het dossier geen feiten of omstandigheden die die conclusie rechtvaardigen. De rechtbank zal de verdachte dan ook vrijspreken van dit onderdeel van de tenlastelegging.

3.6.

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten aanzien van de verdachte bewezen dat:

l.

hij op 5 september 2017 te Leiden geneesmiddelen waarvoor geen handelsvergunning geldt, zijnde een hoeveelheid van:

- 480 ampullen bevattende boldenon undecylenaat en

- 30.100 tabletten bevattende methandiënon en

- 1.800 tabletten bevattende oxandrolon en

- 600 tabletten bevattende stanozolol en

- 120 tabletten bevattende trenbolone enanthate en

- 600 tabletten en 100 ampullen bevattende clenbuterol en

- 175 ampullen bevattende somatropine en

- 1404 ampullen bevattende testosteron en

- 380 tabletten bevattende nandrolone en

- 90 doosjes à 24 tabletten (50 mg/tablet) clomiphene citrate (Anfarm Hellas SA)

opzettelijk in voorraad heeft gehad;

2.

hij op 5 september 2017 te Leiden geldbedragen (van in totaal 17.130 euro), voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat deze voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4 De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht en een geldboete van € 10.000,-.

6.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om oplegging van een gevangenisstraf gelijk aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht al dan niet aangevuld met een groot voorwaardelijk deel. De raadsman heeft verzocht om geen geldboete op te leggen, maar heeft aangegeven dat de verdachte wel in staat is om een taakstraf uit te voeren.

6.3.

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straffen zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

De verdachte heeft een grote hoeveelheid geneesmiddelen, anabole steroïden, in voorraad gehad. Deze waren bestemd waren voor de handel, terwijl de handel van deze geneesmiddelen in Nederland niet is toegestaan. Dergelijke middelen kunnen de gezondheid ernstig aantasten en het gebruik ervan kan zelfs dodelijk zijn. Het in voorraad hebben en het handelen in dergelijke middelen, zonder daarvoor over de vereiste kennis en vergunning te beschikken, kan de volksgezondheid ernstig in gevaar brengen.

De verdachte heeft het feit kennelijk gepleegd om daar financieel beter van te worden. Om de gevolgen voor afnemers van de diverse middelen en voor de samenleving in het algemeen lijkt de verdachte zich niet te hebben bekommerd.

De verdachte heeft zich voorts schuldig gemaakt aan het witwassen van een geldbedrag van € 17.130,-. Witwassen tast de integriteit aan van het financiële en economische verkeer, kan een ontwrichtende werking hebben op de samenleving en vormt daarmee een ernstige bedreiging voor de legale economie.

De rechtbank heeft acht geslagen op met het strafblad van de verdachte d.d. 23 februari 2021, waaruit blijkt dat de verdachte op 3 oktober 2017 is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Deze veroordeling dateert evenwel van na de bewezen verklaarde feiten, zodat de rechtbank die veroordeling niet in strafverzwarende zin zal meewegen. Artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht is van toepassing.

De rechtbank heeft kennisgenomen van een reclasseringsadvies over de verdachte d.d. 10 april 2018, waarin de reclassering oplegging van een straf zonder bijzondere voorwaarden adviseert.

Gelet op de ernst van met name het onder 1 bewezen verklaarde feit kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan met een lichtere straf dan onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank acht een gevangenisstraf langer dan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in beginsel passend. Daartegenover staat echter het volgende. De redelijke termijn van berechting binnen twee jaren, die op 5 september 2017 is aangevangen, is met anderhalf jaar overschreden. Daarnaast is de verdachte gedurende de –langdurige – schorsing van zijn voorlopige hechtenis niet opnieuw met politie en justitie in aanraking gekomen. De rechtbank ziet daarin aanleiding om de duur van de aan de verdachte op te leggen gevangenisstraf te beperken tot de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht. Voor oplegging van een voorwaardelijk strafdeel ziet de rechtbank geen aanleiding. Om recht te doen aan de ernst van het bewezen verklaarde zal de rechtbank daarnaast aan de verdachte een taakstraf van 150 uur opleggen.

Een geldboete, zoals geëist door de officier van justitie, acht de rechtbank niet passend, nu als bijkomende straf reeds een aanzienlijk geldbedrag verbeurd zal worden verklaard. Voor zover de officier van justitie zich op het standpunt heeft gesteld dat een op te leggen geldboete in deze zaak zou moeten worden beschouwd als het ontnemen van wederrechtelijk verkregen voordeel, overweegt de rechtbank dat zij – anders dan de officier van justitie – handel in geneesmiddelen niet bewezen acht, en dus ook niet is vast komen te staan dat de verdachte daarvan voordeel heeft genoten.

7 De in beslag genomen voorwerpen

7.1.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het in beslag genomen geldbedrag van € 17.130,- zal worden verbeurd verklaard, dat de in beslag genomen geneesmiddelen zullen worden onttrokken aan het verkeer, dat de bankbescheiden zullen worden teruggegeven aan de verdachte en dat de telefoons zullen worden teruggeven aan de rechthebbende (de verdachte dan wel zijn moeder).

7.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich met betrekking tot de in beslag genomen voorwerpen gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

7.3.

Het oordeel van de rechtbank

Verbeurdverklaring

De rechtbank zal het in beslag genomen geldbedrag op de lijst van inbeslaggenomen genoemde, alsmede de op de lijst van in beslag genomen voorwerpen (beslaglijst, als bijlage II gehecht aan dit vonnis) onder 9 genoemde papiertjes en bestellijst, verbeurdverklaren. Deze voorwerpen zijn voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien deze voorwerpen aan de verdachte toebehoren en met betrekking tot deze voorwerpen de bewezenverklaarde feiten zijn begaan.

Bij de vaststelling van deze bijkomende straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.

Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank zal de op de beslaglijst onder 20 tot en met 67 genoemde geneesmiddelen onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn voor onttrekking aan het verkeer vatbaar, aangezien met betrekking tot deze voorwerpen het onder 1 bewezen verklaarde feit is begaan en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

Teruggave

Nu het belang van de strafvordering zich daartegen niet meer verzet, zal de rechtbank de teruggave aan de verdachte gelasten van de op de beslaglijst onder 7, 8, 10, 11, 12 en 14 tot en met 19 genoemde telefoons en bankbescheiden.

8 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen:

- 22 c, 22d, 33, 33a, 36b, 36c, 57, 63 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht;

- 40 van de Geneesmiddelenwet;

- 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

9 De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.6 bewezen is verklaard, en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 40, tweede lid, van de Geneesmiddelenwet, opzettelijk begaan;

ten aanzien van feit 2:

witwassen;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte daarvoor strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 92 (tweeënnegentig) DAGEN;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

veroordeelt verdachte voorts tot:

een taakstraf voor de tijd van 150 (honderdvijftig) UREN;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 75 (vijfenzeventig) DAGEN;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte;

verklaart verbeurd een geldbedrag van € 17.130,- en de op de beslaglijst onder 9 genummerde voorwerpen;

verklaart onttrokken aan het verkeer de op de beslaglijst onder 20 tot en met 67 genummerde voorwerpen;

gelast de teruggave aan de verdachte van de op de beslaglijst onder 7, 8, 10, 11, 12 en 14 tot en met 19 genummerde voorwerpen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. B.W. Mulder, voorzitter,

mr. R.E. Perquin, rechter,

mr. A.J. van der Ven, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. N. de Jong, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 april 2021.

Bijlage I: Bewijsmiddelen

Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2017253650, van de politie eenheid Den Haag, district Leiden - Bollenstreek, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 422). De inhoud is steeds zakelijk weergegeven.

1. Het proces-verbaal van binnentreden in woning, opgemaakt op 5 september 2017, voor zover inhoudende:

Op dinsdag 5 september 2017 trad ik binnen in de woning [adres] , [postcode] , bewoond door [verdachte 2] .

2. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 5 september 2017, voor zover inhoudende (p. 23):

Wij, verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , waren op dinsdag 05 september 2017 in de woning gelegen aan de [adres] te [gemeente 1] . Wij waren aanwezig voor het assisteren bij een doorzoeking in genoemde woning. Ik, [verbalisant 1] , zag bij binnenkomst dat verdachte [verdachte 2] in de woning aanwezig was. Ik, [verbalisant 1] hoorde de verdachte zeggen dat zijn moeder, [naam 1] , ook in de woning aanwezig was. Ik, [verbalisant 1] , zag dat de vrouw angstvallig haar rechterhand in haar rechter zak hield. Ik zag dat de vrouw haar rechterhand uit haar rechter zak haalde en iets weggooide in de richting van het toilet. Ik, [verbalisant 2] , voegde mij bij verbalisant [verbalisant 1] en hield de vrouw vast. Hierbij zag ik een grote stapel geld liggen naast het toilet wat er eerder nog niet had gelegen. Ik, [verbalisant 2] , hoorde verdachte [verdachte 2] tegen mij en verbalisant [verbalisant 1] met luidde stem zeggen: "Blijf van mijn moeder af", "Jullie mogen dat geld hebben, neem het maar mee!"

3. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 5 september 2017, voor zover inhoudende (p. 25 en 26):

Naar aanleiding van de huiszoeking in perceel [adres] te [gemeente 2] is door verbalisanten een onderzoek ingesteld naar aanleiding van sleutels die in de woning tijdens de doorzoeking werden aangetroffen. (…) Hierna zijn wij, verbalisanten samen met de Officier van Justitie naar de kelderboxen gelopen. De toegang konden wij verschaffen met een van de sleutels van de sleutelbossen. Wij openden de deur en zagen in de garagebox meerdere dozen met pillen en ampullen staan. In totaal werden twee plastic tassen en 9 dozen uit de kelderbox in beslag genomen.

4. Het proces-verbaal van bevindingen doorzoeking woning [adres] te [gemeente 3] , opgemaakt op 5 september 2017, voor zover inhoudende (p. 31 en 32):

(VI = eetruimte; VII is kelderberging)

Bij de doorzoeking werden de volgende goederen in beslag genomen:

01. geldbedrag 16.000 euro aangetroffen bij de verdachte [naam 1]

03. geldbedrag 630 euro aangetroffen VI-b in zwarte portemonnee

04. geldbedrag 500 euro aangetroffen VI-b in zwart mapje

18. geneesmiddelen aangetroffen VII, 9 dozen en 2 tassen

5. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 7 september 2017, voor zover inhoudende (p. 34) met bijlage (p. 35 tot en met 37):

Op 7 september 2017 ontving ik van [naam 2] een email. [naam 2] is rechercheur bij [bedrijf 4] . De email betrof een antwoord op de vraag van brigadier van politie [naam 3] waarin hij vraagt naar een reactie op de toegestuurde lijst met medische producten. Deze lijst met producten betreft een gedeelte van de onder de verdachte [verdachte 2] in beslag genomen producten welke werden aangetroffen tijdens de doorzoeking in zijn woning en berging.

Samengevat betrof het antwoord van [naam 2] :

"- Alle artikelen op de lijst zijn anabolen of verwanten

- Een deel is geregistreerd en een deel niet

- De hoeveelheden zijn zodanig dat dit absoluut niet voor eigen gebruik is"

De producten zullen worden onderzocht en er zal een deskundigenrapport van opgemaakt worden.

Bijlage: lijst van inbeslaggenomen producten, p. 35 tot en met 37

VII

25: 48 doosjes met 10 ampullen van 1 ml per doos Boldenone Undecylenate 250

18: 1 doosje met 100 tabletten per doos Methandienone

27: 30 potjes met 1000 tabletten per pot Methandienone

20: 6 doosjes met 100 tabletten per doos Oxandrolone

55: 10 doosjes met 100 tabletten per doosje Oxandrolone

66: 2 doosjes met 100 tabletten per doosje Oxandrolone

3: 3 doosjes met 100 tabletten per doos Stanozolol

19: 3 doosjes met 100 tabletten per doos Stanozolol

35: 12 doosjes met 10 ampul per doosje Trenbolone enanthate 200

2: 10 doosjes met 10 amp. Clenbuterol Hydrochloride

17: 6 doosjes met 100 tabletten per doos Clenbuterol Hydrochloride

28: 7 doosjes met 25 ampul per doosje Somatropin

1: 12 doosjes met 20 amp. Per doos Testosterone enantate

24: 44 doosjes met 10 ampul per doos Testosteron

26: 35 doosjes met 10 ampul per doos Testosterone Propionatte

30: 18 doosjes met 10 ampul per doos Testosteron Boldenone

31: 5 doosjes + 4 losse ampullen, 10 ampul per doos Testosteron, Trenbolone, nandrolone

32: 5 doosjes met 10 ampul per doosje Testosterone, Boldenone

33: 7 doosjes met 10 ampul per doosje Testosterone enanthate

68: 2 doosjes met 10 ampul per doosje Testosterone enanthate

23: 30 doosjes met 10 ampul per doos Nandrolone

34: 8 doosjes met 10 ampul per doosje Nandrolone decanoate

29: 90 doosjes met 24 tabletten per doos Clomiphene Citrate

6. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 10 oktober 2017, voor zover inhoudende (p. 248):

Uit de iCOV rapportage Vermogen en Inkomsten van [verdachte 3] blijkt dat:

- hij geregistreerd staat bij de Kamer van Koophandel als zijnde eigenaar van een eenmanszaak - [bedrijf 1]

- er nog geen inkomsten over 2016 en 2017 zijn vermeld.

7. Het geschrift, te weten een brief van de [bedrijf 3] d.d. 18 oktober 2017, voor zover inhoudende (p. 219 tot en met 224):
Op verzoek van mevrouw [naam 2] , heb ik, [naam 4] , apotheker-toxicoloog en coördinerend /specialistisch senior inspecteur bij de [bedrijf 2] in oprichting de producten beoordeeld, aangetroffen op 5 september op de locatie [adres] te [gemeente 5] .

Uit de aanwezigheid van de middelen Boldenone Undecylenate, Masteron Propionate, Anabol, Xanodrol, Stromba 15, Trenbolone Enanthate, Clen-0,04, Clenbuterolic, Genotropin en Kamagra in de hoeveelheden zoals beschreven door mevrouw [naam 2] , beschouw ik dit als het in voorraad hebben van een geneesmiddel waarvoor geen handelsvergunning is verleend, zoals bedoeld in art. 40, lid l, Geneesmiddelenwet.

Uit de aangetroffen hoeveelheden maak ik op dat deze voor de handel bestemd zijn en nadrukkelijk niet voor eigen gebruik. Uit navraag bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is mij gebleken dat er geen fabrikantenvergunning of groothandelsvergunning is verleend aan een entiteit gevestigd op het adres [adres] te [gemeente 6] .

1 Kamerstukken II 2003-04, 29 359, nr. 3, p. 7.