Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:3218

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
02-04-2021
Datum publicatie
02-04-2021
Zaaknummer
09/313160-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

veroordeling voor bedreiging, bezit vuurwapen en drugs en aanranding. Feiten uit 2018 en 2019. Vanwege inmiddels positieve ontwikkelingen een deels voorwaardelijke GS met bijzondere voorwaarden (reclasseringstoezicht en behandeling). Daarnaast een herroeping v.i. voor de duur van 30 dagen, nu feiten in proeftijd zijn begaan

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/313160-20

Datum uitspraak: 2 april 2021

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

[geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats] ),

[adres 1] ,

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Alphen aan den Rijn, locatie Maatschapslaan te Alphen aan den Rijn.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 22 maart 2021.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. P. de Jonge en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman mr. R.A. van der Horst naar voren hebben gebracht.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting medegedeeld dat hij voornemens is een ontnemingsvordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig te maken.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer momenten in of omstreeks (de periode van -ongeveer-) 1 juli 2020 tot en met 7 december 2020 te Zoetermeer (en/of Meerzicht), althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] (en/of [slachtoffer 2] ) heeft gedwongen tot de afgifte van:

- geld en/of

- sieraden en/of

- een of meer bankpassen en/of

- goederen van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] of aan een derde, te weten aan de ABN- AMRO-bank en/of ASN-bank en/of SNS-bank en/of Aegon-bank en/of een of meer -andere- bank(en) en/of [slachtoffer 2] toebehoorde,

door te (laten) zeggen/gebieden/schrijven/appen:

- ik weet waar je woont en waar je ouders wonen en/of;

- je wilt ook niet dat ik je ouders erbij betrek, als je gaat verhuizen moet je familie ook mee, je kan niet onderduiken want ik vind je toch wel en/of;

- ik ga (en/of: iemand gaat) de ruiten van je ouders ingooien en/of hun/zijn huis kapot maken en/of;

- ik ken mensen die dingen voor me kunnen/gaan doen en/of;

- in de auto (vast) te houden/te belemmeren in zijn bewegingsvrijheid;

2.

hij op een of meer momenten in de periode van (ongeveer) 1 juli 2020 tot en met 7 december 2020 te Zoetermeer (en/of Meerzicht) althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een ander, te weten [slachtoffer 1] , door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer 1] (en/of zijn ouders en/of familie) wederrechtelijk heeft/hebben gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten:

- naar de [adres 4] in Zoetermeer te komen en/of

- naar een of meer (andere) winkelcentra te komen en/of

- ( een of meer) bankpasje(s) te regelen/arrangeren/aanvragen en/of

- zijn betaallimiet te verhogen en/of

- geld te pinnen en/of geld (af) te geven en/of

- zijn legitimatiebewijs af te geven/ter beschikking te stellen en/of

- in een auto te stappen en/of te (blijven) zitten en/of

- geld te (laten) storten (en/of op te nemen) op/van zijn bankrekening en/of

- een of meer telefoonabonnementen af te sluiten en/of

- een pakket(je) op te halen en/of

- een en/of meer pakket(jes) -vervolgens- af te geven en/of

- tegen/aan een (of meer) ander(en) (in ieder geval tegen: [slachtoffer 2] ) te -laten- zeggen/de opdracht geven om: geld en/of (gouden en/of zilveren) sieraden en/of een (of meer) bankpas(sen) en/of goederen van zijn/hun gading te regelen/op te halen/overdragen (en aan -deze- [verdachte] -en/of zijn mededaders- te geven) en/of;

- tegen [slachtoffer 2] te (laten) zeggen dat hij nog meer (groot) geld wil(de)

door te (laten) zeggen/gebieden/schrijven/appen:

- ik weet waar je woont en waar je ouders wonen en/of;

- je wilt ook niet dat ik je ouders erbij betrek, als je gaat verhuizen moet je familie ook mee, je kan niet onderduiken want ik vind je toch wel en/of;

- ik ga (of iemand gaat) de ruiten van je ouders ingooien en/of zijn huis kapot maken en/of;

- ik ken mensen die dingen voor me kunnen/gaan doen en/of;

- ik ga iets bij je huis doen.

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Inleiding


Op respectievelijk 9 augustus 2020 en 11 augustus 2020 hebben [slachtoffer 2] ) en [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) aangifte gedaan van afpersing en dwang, gepleegd in Zoetermeer. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij werd afgeperst door [medeverdachte] ) en door de verdachte. [slachtoffer 1] heeft de verdachte aangewezen in een meervoudige fotoconfrontatie. Hij heeft verklaard dat hij aan de verdachte en [medeverdachte] onder meer geld heeft gegeven en zijn bankpas heeft afgestaan.

Ook heeft hij verklaard dat er bestellingen op zijn naam zijn gedaan.

Aan de rechtbank ligt nu de vraag voor of de verdachte zich, al dan niet met een ander, schuldig heeft gemaakt aan afpersing en dwang van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] .

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten. Op specifieke standpunten van de officier van justitie zal de rechtbank hierna - voor zover relevant - nader ingaan.

3.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft - op gronden zoals verwoord in zijn pleitnota - vrijspraak bepleit van de ten laste gelegde feiten. Op specifieke (bewijs)verweren van de verdediging zal de rechtbank hierna - voor zover relevant - nader ingaan.

3.4

De beoordeling van de tenlastelegging1

3.4.1

Bewijsoverweging

Het verweer van de verdediging komt er in de kern op neer dat de door [slachtoffer 1] afgelegde belastende verklaringen - aantoonbaar - onbetrouwbaar en leugenachtig zijn en om die reden van het bewijs uitgesloten dienen te worden. Daarnaast heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de meervoudige fotoconfrontatie - anders dan in het proces-verbaal wordt gesuggereerd - geen voor het bewijs bruikbare herkenning van de verdachte heeft opgeleverd. Ten slotte heeft de verdediging betoogd dat de inhoud van de uitgelezen telefoon niet in de bewijsvoering van de rechtbank kan worden betrokken, nu niet kan worden vastgesteld dat het om de telefoon van de verdachte gaat.

De rechtbank stelt vast dat [slachtoffer 1] niet geheel consistent is geweest in hetgeen hij gedurende het onderzoek heeft verklaard. Dat ziet onder meer op zijn eigen rol bij de afpersing van [slachtoffer 2] . De rechtbank ziet in die inconsistenties aanleiding om behoedzaam met zijn verklaringen om te gaan. In de kern, en waar het gaat om de verdachte, zijn de verklaringen echter ongewijzigd gebleven. De rechtbank zal de verklaringen van [slachtoffer 1] daarom niet geheel ter zijde stellen. De rechtbank zal zijn verklaringen op hoofdlijnen volgen en enkel voor het bewijs gebruiken, voor zover deze voldoende steun vinden in andere bewijsmiddelen.

Ten aanzien van het verweer met betrekking tot de meervoudige fotoconfrontatie overweegt de rechtbank het volgende.

De verdediging stelt dat deze confrontatie geen bewijswaarde heeft omdat de verdachte heeft verklaard dat aangever hem al kende. De rechtbank overweegt dat [slachtoffer 1] zelf niet heeft verklaard dat hij de verdachte al kende.

Het is om die reden begrijpelijk dat de politie – nadat zij de verdachte geïdentificeerd hadden als gebruiker van de groene Toyota Yaris met het [kenteken 1] –

een meervoudige fotoconfrontatie heeft samengesteld en deze op 27 augustus 2020 aan [slachtoffer 1] heeft getoond. De rechtbank stelt vast dat [slachtoffer 1] verdachte vervolgens heeft aangewezen bij die fotoconfrontatie als de man die hem afperste.

Ook in het geval dat [slachtoffer 1] de verdachte al wel kende, komt naar het oordeel van de rechtbank aan deze herkenning bewijswaarde toe in samenhang met andere bewijsmiddelen.

Ten slotte overweegt de rechtbank dat uit het onderhavige dossier volgt dat een tweetal telefoons voor onderzoek in beslag zijn genomen. Blijkens de kennisgevingen van inbeslagneming zijn dat een zwarte Samsung, in beslag genomen onder de verdachte op 10 december en een zwarte Huawei, in beslag genomen onder [medeverdachte] op 7 december 2020.

Op 11 december 2020 werd een telefoon van het merk Samsung voor onderzoek ter beschikking gesteld aan de politie. Uit het proces-verbaal van bevindingen van 5 januari 2021 volgt dat op 11 december 2020 de inhoud van de Samsung werd veilig gesteld door de digitale recherche, welke inhoud vervolgens op 5 januari 2020 is bekeken. Dat dit niet de onder verdachte inbeslaggenomen Samsung zou zijn, is wel gesteld door de verdediging maar verder niet onderbouwd en in het licht van de weergave in het proces-verbaal van de politie, ook niet aannemelijk geworden. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat de zwarte Samsung de telefoon van de verdachte is.

3.4.2

De bewijsmiddelen

Verklaring [slachtoffer 1]

heeft op 11 augustus 2020 verklaard dat hij op 10 of 11 juli 2020 werd gebeld door [medeverdachte] ). [medeverdachte] maakte hierbij gebruik van het [telefoonnummer] en vroeg hem naar de parkeerplaats te gaan ter hoogte van de [adres 2] met het [adres 3] te Zoetermeer. Aldaar zag [slachtoffer 1] [medeverdachte] en een voor hem onbekende man in een groene Toyota Yaris zitten. Hij is vervolgens in de auto gestapt, waarna de onbekende man hem vroeg om bankpasjes te regelen. De man zei hem dit gewoon te regelen, anders zou hij problemen krijgen. [slachtoffer 1] was op dat moment bang en voelde zich bedreigd.

[slachtoffer 1] heeft voorts verklaard dat zij elkaar - na telefonisch contact met [medeverdachte] - een paar dagen later weer hebben ontmoet bij de [adres 4] in Meerzicht. De man vroeg hem daar of hij de bankpassen al had geregeld en zei hem dat als dit niet zou lukken, hij zijn eigen bankpas af moest geven. Twee dagen later werd [slachtoffer 1] weer gebeld door [medeverdachte] en moest hij op diens verzoek weer naar de [adres 4] komen. [slachtoffer 1] heeft toen aangegeven dat hij de bankpassen niet had kunnen regelen. De man zei hem hierop: ‘Je wil ook niet dat ik je ouders erbij betrek. Als je gaat verhuizen moet je familie ook mee. Je kan niet onderduiken, want ik vind je toch wel.’ Vervolgens moest [slachtoffer 1] zijn eigen bankpas met het [nummer] en bijbehorende pincode afgeven, hetgeen hij - uit angst - ook heeft gedaan. [slachtoffer 1] moest hierna in de groene Toyota Yaris stappen, waarmee ze naar winkelcentrum Meerzicht zijn gereden. De man stapte uit de auto, liep weg en toen hij weer terugkwam zei hij dat iemand anders zou gaan kijken of de pin- en betaallimiet van de rekening van [slachtoffer 1] omhoog kon.

De volgende dag heeft [slachtoffer 1] - wederom na telefonisch contact met [medeverdachte] – opnieuw afgesproken bij de [adres 4] , waar hij weer in de groene Toyota Yaris moest stappen. De man zei hem via mobiel internetbankieren te kijken of zijn limiet al verhoogd was. Dit bleek niet het geval te zijn. Hierop zijn ze naar de ABN AMRO gereden in het stadshart van Zoetermeer, waar [slachtoffer 1] moest vragen of zijn limiet opgehoogd kon worden. De medewerker van de bank heeft tweemaal geweigerd de limiet te verhogen. [slachtoffer 1] heeft voorts verklaard dat de man zelf ook nog - tevergeefs - heeft geprobeerd de limiet te verhogen. [medeverdachte] heeft hem diezelfde avond weer gebeld en verzocht naar de [adres 4] te komen. Aldaar zag [slachtoffer 1] drie mannen in een Volkswagen Polo, waaronder [medeverdachte] en de man. Hij moest van de man - en de derde onbekende - zijn legitimatiebewijs afgegeven. Als hij dit niet zou doen, zou hij problemen krijgen. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij zich onder druk gezet voelde en daarom zijn identiteitskaart heeft afgegeven. De derde man heeft hier vervolgens een foto van gemaakt, waarna hij zijn identiteitskaart weer terugkreeg.

Twee dagen later werd [slachtoffer 1] weer gebeld door [medeverdachte] . Zij waren boos op hem, omdat zijn limiet niet werd verhoogd. Hem werd gezegd dat hij meer bankpassen moest aanvragen. Verder werd hem gezegd dat zij dit zelf ook al hadden geprobeerd, dat die pogingen mislukt waren en dat hij het maar moest oplossen door hen geld te geven. [slachtoffer 1] heeft voorts verklaard dat hij via internetbankieren zag dat door verschillende banken € 0,01 van zijn rekening was afgeschreven ter identificatie. Daarnaast heeft [slachtoffer 1] - in opdracht van de man - geld gestort op zijn bankrekening, zodat de man hiermee een telefoonabonnement afsluiten. Dit betrof twee keer een storting van € 50,-. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat de man via zijn rekening bij Belsimpel heeft geprobeerd een abonnement af te sluiten.

Op 7 augustus 2020 werd [slachtoffer 1] vervolgens anoniem gebeld. Hij heeft verklaard dat hij de stem van de beller herkende als zijnde de stem van de man. Op verzoek van de man hebben zij vervolgens afgesproken bij winkelcentrum Buytenwegh. Aldaar zei de man dat als [slachtoffer 1] niets zou regelen, hij wel mensen kende die wat voor hem zouden doen, zoals het ingooien van de ramen van de woning van zijn ouders. De man zei hem verder dat hij zijn huis kapot zou maken en naar zijn huis zou komen als hij niet meer zou reageren. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat de man steeds harder begon te schreeuwen en heel agressief op hem over kwam.

Op 8 augustus 2020 werd [slachtoffer 1] nogmaals - anoniem - gebeld door de man, die weer wilde afspreken bij de [adres 4] . [slachtoffer 1] moest vervolgens wederom zijn bankpas aan de man afgeven, terwijl zij daar in de groene Toyota Yaris zaten. Op 9 augustus 2020 heeft [slachtoffer 1] zijn bankpas weer teruggekregen, waarbij de man hem zei dat het weer niet gelukt was en dat hij echt wat goed te maken had. Diezelfde avond belde de man [slachtoffer 1] opnieuw op met het verzoek de volgende dag naar het parkeerterrein bij winkelcentrum Meerzicht te komen. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij daar die dag, op 10 augustus 2020, bij de man in de auto is ingestapt. De man zei hem vervolgens een pakketje op te halen bij Tico Schoenmakerij te Zoetermeer. Het pakketje bleek op zijn naam te staan. Kort nadat [slachtoffer 1] de schoenmaker had verlaten, kwam hij zijn vader tegen bij de uitgang van het winkelcentrum. [slachtoffer 1] is vervolgens naar de groene Toyota Yaris gelopen, is ingestapt en heeft de man het pakketje gegeven. De man heeft hem vervolgens gezegd dat [slachtoffer 1] geld voor hem moest regelen, waarbij hij sprak over bedragen van € 10.000,-. Nadat [slachtoffer 1] zei dat hem dat echt niet zou lukken, zei de man dat [slachtoffer 1] dan echt problemen zou krijgen.2

Meervoudige fotoconfrontatie

Op 27 augustus 2020 heeft een meervoudige fotoconfrontatie plaatsgevonden. [slachtoffer 1] heeft de verdachte hierbij aangewezen als de man die hem had afgeperst en bedreigd.3

Verklaring [slachtoffer 1]

Op 10 augustus 2020 heeft de vader van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 1] , verklaard dat hij die dag in winkelcentrum Meerzicht te Zoetermeer was. Hij zag daar op een afstand zijn zoon staan, die een zenuwachtige indruk op hem maakte. Hij zag vervolgens dat er een personenauto, voorzien van [kenteken 1] , aan kwam rijden. Zijn zoon stapte in dit voertuig en kort daarna stapte hij ook weer uit. [slachtoffer 1] heeft voorts verklaard dat hij zijn zoon die avond heeft gevraagd wat er speelde. Zijn zoon barstte hierop in huilen uit en zei hem dat hij niet wist wie de man in voornoemd voertuig was. Zijn vader zou niet weten hoe gevaarlijk de man zou zijn.4

Toyota Yaris met [kenteken 1]

Uit de politiesystemen is gebleken dat het voertuig met [kenteken 1] op naam van

[naam moeder] staat.5 Tegenover de politie heeft de verdachte verklaard dat hij een donkergroene Toyota Yaris tot zijn beschikking heeft gehad, welke op naam van zijn moeder, [naam moeder] , stond.6 Ter terechtzitting heeft de verdachte voorts verklaard dat hij regelmatig in deze groene Toyota Yaris van zijn moeder reed en dat hij hier ook een keer - samen met een kennis - mee naar het winkelcentrum is gereden, alwaar hij een korte ontmoeting met [slachtoffer 1] heeft gehad.7

Verklaring [medeverdachte]

heeft op 14 januari 2021 tegenover de politie verklaard dat [slachtoffer 1] door de verdachte onder druk is gezet en is afgeperst. [medeverdachte] heeft voorts verklaard dat de verdachte hiertoe zijn telefoon gebruikte, zodat de verdachte zelf niet in beeld kwam. Het nummer dat [medeverdachte] gebruikte was [telefoonnummer] . [medeverdachte] zat wel eens als bijrijder in de auto. De verdachte vroeg hem ook om geld en dreigde zijn familie iets aan te doen als [medeverdachte] dat niet kon regelen. De verdachte heeft in Zoetermeer [naam] gevraagd of hij iets kon regelen voor geld. [naam] zei dat hij dat kon proberen, maar het was niet gelukt. Een tijdje daarna zat [medeverdachte] met de verdachte in de auto, en die wilde weer geld zien. De verdachte zei toen dat [naam] had gezegd dat hij pasjes kon regelen. Meestal benaderde de verdachte [naam] . Hij gebruikte de telefoon van [medeverdachte] om naar slachtoffers te zoeken om te benaderen. De verdachte stuurde aan [medeverdachte] ook sms berichten waarin hij [medeverdachte] uitschold en bedreigde. Dit gebeurde voor 4 augustus 2020.8

Bevindingen bankafschriften

[slachtoffer 1] heeft afschriften van eerdergenoemde bankrekening met [nummer] aan de politie overgelegd. Hieruit blijkt (onder meer) het volgende:

  • -

    Op 27 juli 2020 is om zowel 20:01 uur als om 20:12 uur een bedrag van € 0,01 afgeschreven ten behoeve van een rekeningnummer bij de ASN Bank;

  • -

    Op 27 juli 2020 is om 21:56 uur een bedrag van € 0,01 afgeschreven ten behoeve van een rekeningnummer bij de Triodos Bank;

  • -

    Op 28 juli 2020 is om 08:35 uur een bedrag van € 0,01 bijgeschreven vanaf een rekeningnummer bij de ASN Bank, waarbij als kenmerk ‘identificatiestoring’ werd vermeld;

  • -

    Op 29 juli 2020 is om zowel 16:49 uur als om 17:52 uur een bedrag van € 50,- gestort vanaf de Luxemburglaan te Zoetermeer;

  • -

    Op 30 juli 2020 is om 20:13 uur een bedrag van € 28,95 afgeschreven ten behoeve van Belsimpel;

  • -

    Op 30 juli 2020 is om zowel 21:44 uur als om 23:25 uur een bedrag van € 0,01 afgeschreven ten behoeve van Belsimpel;

  • -

    Op 31 juli 2020 is om 16:05 uur een bedrag van € 0,01 afgeschreven ten behoeve van een rekeningnummer bij de Aegon Bank.9

Bestelling Zalando

[slachtoffer 1] heeft daarnaast een betalingsherinnering van Zalando ten bedrage van € 129,90 aan de politie overgelegd. Deze betalingsherinnering ziet op een bestelling die op 2 augustus 2020 geplaatst is op naam van [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] heeft verklaard deze bestelling niet te hebben geplaatst.10

De politie heeft hierop contact opgenomen met Zalando, waarna is gebleken dat bij het plaatsen van de bestelling gebruik is gemaakt van het [e-mailadres] . Uit contact met de zus van [slachtoffer 1] is gebleken dat [slachtoffer 1] gebruik maakt van het [e-mailadres 1]11

Bevindingen telefoon verdachte

Uit onderzoek aan de telefoon van de verdachte blijkt dat meermalen diverse persoonsgegevens van [slachtoffer 1] zijn ingevuld middels de functie autofill.

Op 29 juli 2020 worden binnen een tijdsbestek van vijf minuten het [e-mailadres] , de geboortedatum van [slachtoffer 1] en de voorvoegsels van diens achternaam ingevoerd. Bij ‘billing e-mail’ wordt vervolgens nogmaals [e-mailadres] ingevoerd, gevolgd door de volledige namen van [slachtoffer 1] bij ‘billing last name’ en ‘billing first name’.

Op 30 juli 2020 worden de postcode en voorletters van [slachtoffer 1] ingevoerd. Binnen enkele minuten worden vervolgens ook eerdergenoemd bankrekeningnummer van [slachtoffer 1] en het nummer van diens identiteitskaart ingevoerd bij ‘activation’.

Op 2 augustus 2020 wordt allereerst een zoekslag gemaakt op ‘zwart T-shirt, waarna [e-mailadres] wordt ingevoerd bij ‘billing adress’. Kort hierop zijn tevens het telefoonnummer van [slachtoffer 1] , diens woonadres en bijbehorende postcode ingevoerd.

Ook op 31 juli, 4 augustus, 7 augustus en 9 augustus 2020 worden middels autofill verschillende persoonsgegevens van [slachtoffer 1] ingevoerd op de telefoon van de verdachte.12

Uit onderzoek aan de telefoon van de verdachte blijkt dat hij in de periode van 17 juli 2020 tot en met 4 augustus 2020 veelvuldig contact heeft gehad per sms met de gebruiker van [telefoonnummer] .13

[medeverdachte] heeft verklaard dat hij dit telefoonnummer gebruikte.14

Dit nummer kan blijkens informatie uit de politiesystemen worden toegeschreven aan [medeverdachte] .15

Op 2 augustus 2020 zijn door de verdachte (onder meer) de navolgende sms-berichten verstuurd aan [medeverdachte] :

12:52:11: Neem op mattie

13:04:30: We hebben afspraak beter neen je op

(…)

13:08:49: Is BELANGRIJK NEEM OP!!!!!!!”

(…)

13:19:16: Kankerhoerenzoon we lopen dingen mis door jou

(…)

13:19:32: Neeeem op.voordat het te laat is

Op 4 augustus 2020 zijn door de verdachte (onder meer) de navolgende sms-berichten verstuurd aan [medeverdachte]:

11:45:14: Neem dan kanker op

(…)

13:17:44: Ik heb die kanker spullen nodig 16

3.4.3

Het oordeel van de rechtbank

Met inachtneming van hetgeen de rechtbank eerder heeft overwogen ten aanzien van de verklaring van [slachtoffer 1] , stelt de rechtbank op grond van vorenstaande bewijsmiddelen het volgende vast. De verklaring van [slachtoffer 1] voor zover die ziet op de gedragingen van de verdachte tegen hem wordt op essentiële punten ondersteund door andere bewijsmiddelen in het dossier, te weten de verklaring van [medeverdachte] en de verklaring van de vader van [slachtoffer 1] . Van de groene Toyota Yaris - die bij veel van de ontmoetingen een rol heeft gespeeld - is voldoende vast komen te staan dat de verdachte de gebruiker was. De aangifte van [slachtoffer 1] vindt daarnaast steun in de door hem overgelegde bankafschriften en de op de telefoon van de verdachte aangetroffen gegevens.

Voor de bevindingen ten aanzien van zijn telefoon heeft de verdachte geen enkele verklaring gegeven.

Medeplegen

De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen bewezen kan worden verklaard, indien is komen vast te staan dat bij het begaan van de afpersing en dwang sprake is geweest van nauwe en bewuste samenwerking. Uit voornoemde bewijsmiddelen volgt naar het oordeel van de rechtbank dat het de verdachte en [medeverdachte] zijn geweest die contact hebben gelegd met [slachtoffer 1] , dat zij ook degenen waren die het contact met [slachtoffer 1] onderhielden en dat zij beiden - al dan niet gezamenlijk - aanwezig zijn geweest bij ontmoetingen die naar aanleiding van dat telefonisch contact tot stand kwamen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en [medeverdachte] in de gezamenlijke uitvoering van de afpersing en dwang van [slachtoffer 1] .

Partiële vrijspraak

Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende vast is komen te staan dat de verdachte betrokken is geweest bij de ten laste gelegde afpersing en dwang van [slachtoffer 2] . De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van de onderdelen in de tenlastelegging die zien op [slachtoffer 2] . Nu de rechtbank voorts op geen enkele wijze is gebleken dat [slachtoffer 1] zelf is gedwongen tot de afgifte van sieraden, zal de verdachte eveneens worden vrijgesproken van de onderdelen in de tenlastelegging die hierop betrekking hebben.

Conclusie

De rechtbank is op grond van voornoemde bewijsmiddelen - in onderling verband en samenhang bezien - van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte zich in de periode van 10 juli 2020 tot en met 10 augustus 2020 schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de ten laste gelegde afpersing en dwang van [slachtoffer 1] .

3.5.

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten aanzien van de verdachte bewezen dat:

1.

hij op een of meer momenten in de periode van 1 juli 2020 tot en met 10 augustus 2020 te Zoetermeer, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van:

- geld en

- bankpassen

door tegen/naar die [slachtoffer 1] te (laten) zeggen/schrijven/appen:

- ik weet waar je woont en waar je ouders wonen en;

- je wil ook niet dat ik je ouders erbij betrek, als je gaat verhuizen moet je familie ook mee, je kan niet onderduiken want ik vind je toch wel en;

- ik ga (of: iemand gaat) de ruiten van je ouders ingooien en zijn huis kapot maken en;

- ik ken mensen die dingen voor me kunnen doen;

2.

hij op een of meer momenten in de periode van 1 juli 2020 tot en met 10 augustus 2020 te Zoetermeer, tezamen en in vereniging met een ander, [slachtoffer 1] , door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer 1] en/of zijn ouders wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen te weten:

- naar de [adres 4] in Zoetermeer komen en

- naar een of meer (andere) winkelcentra komen en

- ( een of meer) bankpasje(s) regelen/arrangeren/aanvragen en

- zijn betaallimiet verhogen en

- geld pinnen en/of geld (af)geven en

- zijn legitimatiebewijs af geven/ter beschikking stellen en

- in een auto stappen en

- geld (laten) storten (en/of opnemen) op/van zijn bankrekening en

- een of meer telefoonabonnementen afsluiten en

- een pakketje ophalen en

- een pakketje - vervolgens - afgeven,

door tegen/naar die [slachtoffer 1] te (laten) zeggen/schrijven/appen:

- ik weet waar je woont en waar je ouders wonen en;

- je wil ook niet dat ik je ouders erbij betrek, als je gaat verhuizen moet je familie ook mee, je kan niet onderduiken want ik vind je toch wel en;

- ik ga (of iemand gaat) de ruiten van je ouders ingooien en zijn huis kapot maken en;

- ik ken mensen die dingen voor me kunnen doen.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4 De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft - onder verwijzing naar uitspraken in soortgelijke zaken - verzocht een substantieel lagere straf op te leggen dan door de officier van justitie gevorderd.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

De ernst van de feiten

De verdachte heeft zich gedurende een periode van een maand op meerdere momenten, soms samen met een ander, schuldig gemaakt aan de afpersing en dwang van [slachtoffer 1] . Het bijna negen jaar jongere slachtoffer is door bedreiging met geweld - onder meer bestaande uit verbale bedreigingen hem en zijn ouders iets aan te doen - gedwongen tot de afgifte van geldbedragen, zijn bankpas met bijbehorende pincode en zijn legitimatiebewijs. Daarnaast is het slachtoffer meermalen gedwongen om de verdachte te ontmoeten en bij hem in de auto te stappen. Kennelijk was het de verdachte daarbij om geldelijk gewin te doen. Door aldus te handelen heeft de verdachte een grove inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van het slachtoffer. Erger is de inbreuk op diens persoonlijke integriteit. Bij het slachtoffer heeft het handelen van de verdachte gevoelens van angst, onveiligheid en onmacht veroorzaakt. De rechtbank rekent de verdachte dit alles aan.

De persoon van de verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van de verdachte van 14 december 2020. Daaruit volgt dat de verdachte voorafgaand aan het begaan van de bewezen verklaarde feiten eerder is veroordeeld ter zake van strafbare feiten, laatstelijk bij onherroepelijk geworden vonnis van de rechtbank Den Haag van 12 juli 2019. Deze eerdere veroordeling heeft de verdachte er niet van weerhouden opnieuw strafbare feiten te begaan. De rechtbank weegt deze omstandigheid ten nadele van de verdachte mee bij de straftoemeting.

De straf

De aard en ernst van de door de verdachte gepleegde strafbare feiten, rechtvaardigen het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank spreekt de verdachte vrij van het medeplegen van afpersing en dwang van [slachtoffer 2] en zij komt tot bewezenverklaring van een kortere pleegperiode. Om die reden zal de rechtbank een lagere gevangenisstraf opleggen dan geëist. De rechtbank heeft aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) ten aanzien van straatroof en rekening gehouden met de straffen zoals die in vergelijkbare zaken in geval van recidive worden opgelegd. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat voor de bewezen verklaarde feiten oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden passend en geboden is. De tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht zal op de gevangenisstraf in mindering worden gebracht.

7 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is zijn gegrond op de artikelen:

47, 55, 57, 63, 284 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

8 De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5 bewezen is verklaard en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

medeplegen van afpersing ;

ten aanzien van feit 2:

medeplegen van een ander door bedreiging met geweld en bedreiging met een andere feitelijkheid, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen of te dulden;

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte daarvoor strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.M. Gruschke, voorzitter,

mr. A.M.A. Keulen, rechter,

mr. M.S. Neervoort, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. I.J.M.W. van der Sanden, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 2 april 2021.

Mr. I.J.M.W. van der Sanden is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2020238398 en 2020236975 , van de politie eenheid Den Haag, district Zoetermeer - Leidschendam/Voorburg, met bijlagen (doorgenummerd p. 1 t/m 247).

2 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , p. 35-38.

3 Proces-verbaal van tonen selectie bij fotobewijsconfrontatie, p. 150-152.

4 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] , p. 55-56.

5 Proces-verbaal van bevindingen, p. 57-58.

6 Proces-verbaal van verhoor [verdachte] , p. 163-164.

7 Verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 22 maart 2021.

8 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] , p. 177-178.

9 Proces-verbaal van bevindingen, p. 243-244.

10 Proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 1] , p. 51-52, met bijlage, p. 54.

11 Proces-verbaal van bevindingen, p. 69.

12 Proces-verbaal van bevindingen, p. 237-240.

13 Proces-verbaal van bevindingen, p. 234-237. De rechtbank beschouwt het in het proces-verbaal genoemde telefoonnummer ‘0611477568’ als een kennelijke verschrijving.

14 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte] , p. 180.

15 Proces-verbaal van bevindingen p. 57.

16 Proces-verbaal van bevindingen p. 236-237.