Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:2812

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
04-03-2021
Datum publicatie
26-03-2021
Zaaknummer
AWB 19_9922
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

vovo behorend bij beroepszaak tegen terugkeerbesluit en inreisverbod, toewijzing omdat niet binnen afzienbare tijd een uitspraak op het beroep wordt verwacht.

(ZIE OOK: ECLI:NL:RBDHA:2021:2813 en ECLI:NL:RBDHA:2021:2814)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 19/9922

uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 maart 2021 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. X.B. Sijmons en mr. E. Ceylan,

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,

(gemachtigde: mr. J.V. de Kort en mr. M.M. van Asperen).

Procesverloop

Bij besluit van 30 augustus 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder bepaald dat eiser Nederland onmiddellijk moet verlaten en is tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

Verzoeker is op [geboortedatum] 1990 in Iran geboren en heeft bij geboorte de Iraanse nationaliteit gekregen.

Heden is een tussenuitspraak gedaan in de zaak met nummer AWB 19/9918. Gelet op de rechtszekerheid en de verwachting dat de rechtbank niet binnen afzienbare tijd uitspraak zal kunnen doen op het beroep, ziet de voorzieningenrechter aanleiding het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen. Het besluit van verweerder van 30 augustus 2019 wordt geschorst totdat is beslist op het beroep.

Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, veroordeelt de voorzieningenrechter verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 534,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 534,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;

- schorst het besluit van verweerder van 30 augustus 2019 totdat is beslist op het beroep;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 534,-

Deze uitspraak is gedaan door mr. P. J.M. Mol, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R.G. Kamphof, griffier. De beslissing is uitgesproken op 4 maart 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.