Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:2381

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
09-03-2021
Datum publicatie
08-04-2021
Zaaknummer
8593565/20-10985
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Levering van tomaten, overgang van risico, Weens Koopverdrag

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTHR 2021, afl. 3, p. 140
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats ’s-Gravenhage

CB/c

Rolnr.: 8593565 RL EXP 20-10985

9 maart 2021

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de vennootschap naar Spaans recht SAT 9895 Agricola Perichan SAT,

gevestigd en kantoorhoudende te Mazarron, Murcia, Spanje,

eisende partij,

hierna te noemen: Perichan,

gemachtigde: mr. I.A. van Rooij (Van Rooij & Pijnacker Procesadvocaten),

tegen

de besloten vennootschap Quality Produce International (QPI) B.V.,

gevestigd te De Lier (gemeente Westland),

gedaagde partij,

hierna te noemen: QPI,

gemachtigde: mr. M.R. Koppenol (Deck Advocaten).

1 Het procesverloop

1.1

De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

  • -

    de dagvaarding van 16 juni 2020 met elf producties (nrs. 1 tot en met 11);

  • -

    de conclusie van antwoord van 26 augustus 2020 met acht producties (nrs. Q1 tot en met Q8);

  • -

    de brief van de gemachtigde van Perichan van 6 november 2020 met twee aanvullende producties (nrs. 13 en 14);

  • -

    de akte houdende uitlating bewijs aan de zijde van Perichan van 12 januari 2021 met zes producties (nrs. 15 tot en met 20) overleggen producties aan de zijde van Romero van 12 januari 2021 met twee producties (nrs. 4 en 5);

  • -

    de akte houdende uitlating bewijs aan de zijde van QPI van 9 februari 2021.

1.2

Op 17 november 2020 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarbij is namens Perichan de gemachtigde verschenen en is namens QPI de heer [betrokkene] verschenen samen met de gemachtigde van QPI. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de gemachtigde van Perichan (schriftelijke) aantekeningen overgelegd en de gemachtigde van QPI een ‘Notitie mondelinge behandeling’. Van hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken heeft de griffier zakelijke aantekeningen gemaakt, die zich in het griffiedossier bevinden. Een schikking is niet bereikt.

1.3

Uiteindelijk is vonnis bepaald op heden.

2 De feiten

2.1

Perichan is een producent van (onder meer) tomaten en is gevestigd in Mazarron, Murcia, Spanje.

2.2

QPI is een importeur van en handelaar in tomaten.

2.3

Op 31 december 2018 en op 27 maart 2019 heeft Perichan aan QPI twee zendingen tomaten geleverd. Perichan heeft QPI voor deze zendingen op 3 januari 2019 een bedrag van € 4.890,02 gefactureerd (Factura 25/34) en op 3 april 2019 een bedrag van € 4.860,00 (Factura 25/753).

2.4

De twee zendingen tomaten waren bestemd voor twee klanten van QPI in Engeland, die actief zijn in het produceren van kant en klare maaltijden.

2.5

De tomaten zijn van Spanje naar Nederland vervoerd door een transportbedrijf, dat door QPI is ingeschakeld.

2.6

Bij aankomst in Nederland heeft QPI de tomaten gekeurd of laten keuren. Daarbij is geconstateerd dat de tomaten in slechte staat verkeerden. Als gevolg van de slechte staat van de tomaten heeft QPI de tomaten niet aan haar Engelse klanten kunnen (door)leveren. QPI heeft de tomaten nog kunnen verkopen aan twee opkopers, die in totaal een bedrag van € 720,- voor de tomaten hebben betaald.

3 De vordering

3.1

Perichan vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, QPI te veroordelen aan haar tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen de som van € 11.587,95, vermeerderd met de wettelijke handelsrente ex artikel 6:120 lid 2 BW jo. 6:119a BW over een bedrag van
€ 9.750,02 vanaf 11 juni 2020 tot aan de dag der uiteindelijke voldoening, subsidiair vermeerderd met de wettelijke handelsrente naar Spaans recht over dat bedrag vanaf de vervaldata van de facturen, tot aan de dag der uiteindelijke voldoening, alles met veroordeling van QPI in de kosten van het geding, de kosten van de gemachtigde van Perichan daaronder begrepen, alsmede QPI te veroordelen tot betaling van de nakosten ten bedrage van € 100,-- indien geen betekening plaatsvindt dan wel ten bedrage van
€ 168,-- ingeval niet binnen veertien dagen na aanschrijving vrijwillig is voldaan aan de bij het vonnis uitgesproken kostenveroordeling en betekening van het vonnis plaatsvindt, danwel QPI te veroordelen tot betaling van een zodanig bedrag aan nakosten als de kantonrechter in goede justitie zal vermenen te behoren.

3.2

Aan haar vordering legt Perichan ten grondslag dat zij voor de levering van een tweetal zendingen tomaten QPI een bedrag heeft gefactureerd voor een totaalbedrag van
€ 9.750,02, welke facturen QPI, ondanks meerdere betalingsherinneringen, niet heeft voldaan.

4 Het verweer

4.1

Als verweer stelt QPI dat de twee zendingen tomaten bij aankomst in Nederland in slechte staat verkeerden. QPI heeft Perichan daarvan onmiddellijk op de hoogte gesteld. Daarom is QPI niet bereid tot betaling van de betreffende facturen.

5 De beoordeling

5.1

Dit geschil betreft een geschil met internationale aspecten. Eisende partij Perichan is in Spanje gevestigd en de transactie, waaruit het geschil is voortgevloeid betreft de grensoverschrijdende levering van tomaten. Daarom zal de kantonrechter eerste enkele inleidende overwegingen wijden aan zijn rechtsmacht en het materiële recht, dat op de transactie van toepassing is.

5.2

Beide partijen zijn gevestigd in de Europese Unie en daardoor is de ‘herschikte’ EEX-Verordening nr. 1215/2012 (Brussel I-bis Verordening) van 12 december 2012 van toepassing. Volgens de hoofdregel van artikel 4 van die Verordening worden ‘zij die woonplaats hebben op het grondgebied van een lidstaat’ opgeroepen voor de gerechten van die lidstaat. QPI, als gedaagde partij, is gevestigd te De Lier en daarmee heeft de Nederlandse rechter en meer in het bijzonder de rechter van de vestigingsplaats van QPI, derhalve de rechter te Den Haag rechtsmacht en is, gelet op de hoogte van de vordering van Perichan van minder dan € 25.000, de kantonrechter te Den Haag bevoegd over het geschil te oordelen.

5.3

Partijen hebben de tussen hen gemaakte afspraken niet in een specifieke overeenkomst vastgelegd, althans daarvan is niet gebleken, en daarmee hebben zij ook geen keuze gemaakt ten aanzien van het (materiële) recht dat op hun transactie van toepassing is. Omdat zowel Nederland als Spanje lid zijn bij het ‘Weens Koopverdrag’ (het Verdrag der Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende zaken van 11 april 1980) zijn ingevolge artikel 1 lid a van dat verdrag de bepalingen van het verdrag van toepassing op de tussen partijen gesloten transactie. De kantonrechter zal derhalve hierna de stellingen en verweren van partijen toetsen aan de bepalingen van het verdrag.

5.4

In dit geschil komen drie aspecten samen, namelijk het moment van risico-overgang van de verkochte en geleverde tomaten, de vraag op wie de bewijslast rust of de tomaten ten tijde van de risico-overgang aan de gestelde kwaliteitseisen voldeden en de vraag of tijdig over de kwaliteit van de tomaten is gereclameerd. De kantonrechter zal aan elk van deze drie aspecten enige overwegingen wijden.

5.5

Met betrekking tot het eerste aspect, het moment van risico-overgang, verschillen partijen feitelijk niet van mening. Perichan heeft gesteld dat het moment van risico-overgang het moment van inladen van de tomaten was in de vrachtwagen van de door QPI ingeschakelde transporteur, die de tomaten van Spanje naar Nederland heeft vervoerd. QPI heeft die stelling niet bestreden. Daardoor kan er voor de verdere beoordeling van het geschil vanuit worden gegaan dat de tomaten vanaf het moment dat zij in of bij de vestiging van Perichan in Spanje waren ingeladen in de vrachtwagen voor risico van QPI waren. Dat betekent dat elke verandering of verslechtering van de kwaliteit vanaf dat moment voor risico van en dus ook voor rekening van QPI was.

5.6

Het Weens Koopverdrag, dat, zoals hiervoor reeds is overwogen, op de transactie tussen partijen van toepassing kent een bepaling met betrekking tot de risico-overgang van op de basis van het verdrag verkochten zaken. Artikel 67 lid 1 van het verdrag bepaalt (onder meer):

Indien de overeenkomst tevens het vervoer van de zaken omvat en de verkoper niet gehouden is deze op een bepaalde plaats af te geven, gaat het risico over op de koper wanneer de zaken aan de eerste vervoerder worden afgegeven ter verzending aan de koper in overeenstemming met de overeenkomst. Indien de verkoper gehouden is de zaken op een bepaalde plaats aan de vervoerder af te geven, gaat het risico eerst over op de koper wanneer de zaken op die plaats aan de vervoerder worden afgegeven.

In dit geval omvat de overeenkomst niet tevens het vervoer van de zaken, dus gaat (ging) het risico van de tomaten over op de plaats (locatie van Perichan in Spanje), waarop deze de tomaten aan de vervoerder heeft afgegeven.

5.7

Ofschoon partijen niet uitdrukkelijk voor de toepassing van de zgn. ‘Incoterms’ hebben gekozen, geven deze condities, die sinds 1936 in de internationale handel worden gebruikt en van tijd tot tijd worden herzien, ook aanknopingspunten ten aanzien van de rechten en verplichtingen van verkoper en koper bij internationale handelstransacties. Het feit dat het risico van de tomaten van Perichan op QPI is overgegaan ten tijde van de inlading van de tomaten in de vrachtwagen wijst erop dat Incoterm FCA (Free Carrier, of Vrachtvrij (eerste) Vervoerder) het dichtst in de buurt komt van de verplichtingen over en weer van Perichan en QPI.

5.8

Indien de Incoterm FCA toepassing vindt geldt dat:

a. de verkoper de goederen op het overeengekomen punt moet leveren aan de vervoerder;

b. het risico voor schade vanaf de levering voor de koper is;

c. de transportkosten en alle andere kosten, waaronder (douane)heffingen na de levering voor rekening van de koper zijn.

5.9

In het voorliggende geschil staat vast dat QPI de tomaten niet bij inlading in Spanje heeft gekeurd, maar dat zij dat pas bij aankomst (en bij uitlading uit de vrachtwagen) in Nederland heeft gedaan. Daarbij zijn (grote) tekortkomingen geconstateerd aan de tomaten, zodanig dat zij ongeschikt werden geacht voor verdere doorverkoop en levering aan de twee Engelse klanten, die de tomaten voor de bereiding van kant en klaar maaltijden wilden gebruiken. Door Perichan zijn de in dit kader door QPI overgelegde keuringsrapporten niet, althans onvoldoende gemotiveerd betwist, met dien verstande dat Perichan stelt dat de tomaten altijd nog binnen de bandbreedte van de Europese kwaliteitsverordening 543/2011 vallen, die in Bijlage I deel B deel 10 handelsnormen voor tomaten geeft. Kort gezegd mag volgens deze Verordening voor de betreffende klasse tomaten een bepaald percentage van de tomaten buiten specificatie zijn.

5.10

Omdat het risico van de tomaten, zoals hiervoor is overwogen, op QPI is overgegaan ten tijde van inlading in Spanje en de tomaten pas bij aankomst in Nederland zijn gekeurd is een ‘grijze periode’ ontstaan, namelijk de periode van de duur van het transport van de tomaten van Spanje naar Nederland. Uit hetgeen hiervoor is overwogen vloeit in ieder geval voort dat als de tomaten tijdens het transport een kwaliteitsverslechtering hebben ondergaan, dat voor risico van QPI komt.

5.11

Daarmee komt de kantonrechter op het tweede aspect, namelijk het bewijs van de kwaliteitstoestand van de tomaten ten tijde van inlading en wie dat bewijs zou moeten leveren. Immers, indien vast zou komen te staan dat de tomaten ten tijde van inlading aan alle gestelde kwaliteitseisen voldeden, dan kan het niet anders dan dat de kwaliteitsverslechtering tijdens het transport heeft plaatsgevonden en dus voor risico van QPI was.

5.12

Dit tweede aspect is echter onlosmakelijk verbonden met de vraag of QPI tijdig de tomaten heeft gekeurd en/of tijdig heeft gereclameerd. Ten aanzien van dat aspect geeft het Weens Koopverdrag in de artikelen 38 en 39 relevante bepalingen. Voor zover relevant luiden deze bepalingen:

Artikel 38

  1. De koper moet de zaken binnen een, gelet op de omstandigheden zo kort mogelijke, termijn keuren of doen keuren.

  2. Indien de overeenkomst tevens het vervoer van de zaken omvat, kan de keuring worden uitgesteld tot na de aankomst van de zaken op hun bestemming.

(….)

Artikel 39

1. De koper verliest het recht om zich erop te beroepen dat de zaken niet aan de overeenkomst beantwoorden, indien hij niet binnen een redelijke termijn nadat hij dit heeft ontdekt of had behoren te ontdekken de verkoper hiervan in kennis stelt, onder opgave van de aard van de tekortkoming.

5.13

Toegepast op het voorliggende geschil vloeit uit artikel 38 lid 2 voort dat de keuring niet kon worden uitgesteld tot na de aankomst van de zaken op hun bestemming. Immers, vast staat dat de overeenkomst niet tevens het vervoer van de tomaten omvatte. QPI heeft, zo staat vast, geen keuring laten uitvoeren bij inlading in Spanje.

5.14

Omdat de uitzondering van lid 2 van artikel 38 niet van toepassing is had QPI volgens artikel 38 lid 1 de tomaten moeten laten keuren bij inlading in Spanje. De kantonrechter is van oordeel dat ook uit lid 1 van artikel 38 voortvloeit dat QPI niet met de keuring kon wachten totdat de tomaten in Nederland aankwamen, ook al zal het transport van Spanje naar Nederland hoogstens een of twee dagen hebben geduurd. Juist vanwege het feit dat tomaten aan bederf onderhevig zijn en zonder meer voorzichtig moeten worden behandeld en vervoerd en het vervoer dus ook voorzichtig en geconditioneerd moet plaatsvinden, leidt het uitstellen van de keuring tot de aankomst in Nederland tot het ongewenste effect dat er discussie kan ontstaan over de toestand van de tomaten bij inlading, zoals thans in deze procedure aan de orde is. Het Weens Koopverdrag heeft die discussie via de band van artikel 38 lid 1 willen voorkomen en het verdrag heeft ook willen voorkomen dat een verkoper in bewijsnood komt in het geval een koper niet op het moment dat de keuring behoort te worden uitgevoerd deze uitvoert of laat uitvoeren.

5.15

De slotsom is derhalve dat in het voorliggende geval QPI niet heeft voldaan aan haar verplichting om de tomaten op zo kort mogelijke termijn te keuren. Dat heeft tot gevolg dat QPI niet de door haar in Nederland uitgevoerde keuring aan Perichan mag tegenwerpen, ondanks dat zij QPI Perichan wellicht van de resultaten van die keuring conform artikel 39 lid 1 van het Weens Koopverdrag binnen redelijke termijn in kennis heeft gesteld.

5.16

Met deze overweging komt de kantonrechter ook terug op zijn tijdens de mondelinge behandeling op 7 november 2020 gegeven voorlopige oordeel dat Perichan de toestand van de tomaten bij inlading zou moeten bewijzen.

5.17

De slotsom in deze procedure is derhalve dat QPI gehouden is de betreffende facturen van Perichan te betalen en QPI zal daartoe ook worden veroordeeld.

5.18

Perichan vordert over de hoofdsom tevens de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW en subsidiair de wettelijke handelsrente naar Spaans recht. Omdat het Weens Koopverdrag geen bepalingen bevat omtrent mogelijke vertragingsrente, dient de kantonrechter te beoordelen op welke grondslag Perichan recht heeft op vertragingsrente.

5.19

Omdat de kenmerkende prestaties van partijen in Spanje geleverd moeten worden, waarbij doorslaggevend is dat de tomaten in Spanje werden geleverd en overgedragen aan QPI, is de kantonrechter van oordeel dat op dit punt Spaans recht van toepassing is. De kantonrechter zal daarom de wettelijke handelsrente naar Spaans recht toewijzen vanaf de vervaldata van de facturen.

5.20

Omdat QPI geen zelfstandig verweer heeft gevoerd tegen de vordering betreffende de buitengerechtelijke incassokosten zal de kantonrechter deze kosten, als gevorderd, toewijzen.

5.21

Als de in het ongelijk gestelde partij zal QPI tenslotte worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van Perichan, begroot op € 1.537,--, alsmede in de nakosten, als nader te vermelden.

6 De beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt QPI tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Perichan te betalen de som van € 9.750,02, te vermeerderen met de Spaanse wettelijke handelsrente vanaf de vervaldata van de betreffende facturen tot aan de dag der uiteindelijke voldoening;

- veroordeelt QPI in de buitengerechtelijke incassokosten van € 862,50, te vermeerderen met de Spaanse wettelijke handelsrente vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag der uiteindelijke voldoening;

- veroordeelt QPI in de proceskosten aan de zijde van Perichan begroot op € 1.537,--, waaronder een bedrag begrepen van € 932,50 als het aan de gemachtigde van Perichan toekomende salaris, en in de nakosten ten bedrage van € 100,-- ingeval niet binnen veertien dagen na aanschrijving vrijwillig is voldaan aan de bij het vonnis uitgesproken kostenveroordeling dan wel ten bedrage van € 168,-- indien betekening van het vonnis plaatsvindt;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. C.W.D. Bom en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 maart 2021, in tegenwoordigheid van de griffier.