Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:2337

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
12-03-2021
Datum publicatie
15-03-2021
Zaaknummer
20.19997
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Dublin Finland. Artikel 17 van de Dublinverordening. Structurele tekortkomingen in de asielprocedure. Toenemend geweld tegen vreemdelingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL20.19997


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. R.S. Nandoe),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).

Procesverloop

Bij besluit van 19 november 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen omdat Finland verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling daarvan.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL20.19998, plaatsgevonden op 4 februari 2021 in Breda. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser op grond van artikel 30, eerste lid, onder a, van de Vw1 niet in behandeling genomen, nu op grond van de Dublinverordening2 is vastgesteld dat Finland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Nederland heeft Finland verzocht eiser terug te nemen. Finland heeft dit verzoek aanvaard.

2. Eiser stelt dat verweerder de behandeling van zijn aanvraag op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening aan zich moet trekken, aangezien in Finland sprake is van structurele tekortkomingen in de asielprocedure. Eiser voert aan dat de rechten van asielzoekers steeds verder beperkt worden, waaronder het recht op rechtsbijstand in eerste aanleg. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft eiser de volgende stukken overgelegd:

- Een landenrapport3 van de Freedom House;

- Een rapport4 van de UNHCR5;

- Aanbevelingen6 van de UNHCR;

- Een landenrapport7 van de USDOS8;

- Een rapport9 van Amnesty International.

Eiser vreest ook slachtoffer te worden van xenofobie en het toenemende geweld tegen vreemdelingen en stelt dat de Finse autoriteiten hier onvoldoende bescherming tegen bieden. Daartoe verwijst eiser naar voornoemd landenrapport van de Freedom House en het rapport van de UNHCR. Tot slot vreest eiser dat overdracht zal leiden tot (indirect) refoulement.

De rechtbank oordeelt als volgt.

3. De rechtbank stelt voorop dat niet in geschil is dat Finland in beginsel verantwoordelijk is voor de behandeling van eisers asielaanvraag. Tussen partijen is in geschil of verweerder in wat eiser heeft aangevoerd aanleiding had moeten zien om die verantwoordelijkheid aan zich te trekken.

4. Uit paragraaf C2/5 van de Vc10 blijkt dat verweerder terughoudend gebruikt maakt van zijn bevoegdheid om een asielaanvraag in behandeling te nemen op grond van artikel 17 van de Dublinverordening. Nederland is daartoe op grond van de in de Dublinverordening neergelegde criteria niet verplicht. Verweerder gebruikt deze bevoegdheid, voor zover hier van belang, wanneer er concrete aanwijzingen zijn dat de verantwoordelijke lidstaat zijn internationale verplichtingen niet nakomt.

5. Als uitgangspunt geldt dat verweerder er op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel vanuit mag gaan dat Finland zijn internationale verplichtingen zal nakomen. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat dit in zijn geval niet kan.

6. Eiser heeft, met de aangevoerde stukken, niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van structurele tekortkomingen in de asielprocedure in Finland of dat bij terugkeer een situatie zal ontstaan die in strijd is met artikel 3 van het EVRM11 of artikel 4 van het Handvest12. De rechtbank stelt voorop dat de Finse autoriteiten met het claimakkoord hebben gegarandeerd om de asielaanvraag van eiser in behandeling te nemen overeenkomstig de internationale verplichtingen. Indien het daaropvolgende besluit volgens eiser in strijd is met artikel 3 van het EVRM, het refoulementverbod of andere verdragsverplichtingen, ligt het op de weg van eiser om daarover te klagen bij de Finse (hogere) autoriteiten. Dat asielzoekers in Finland in eerste aanleg niet worden voorzien van kosteloze rechtsbijstand betekent niet dat de Finse asielprocedure in strijd is met de verdragsverplichtingen. Op grond van artikel 20, tweede lid, van de Procedurerichtlijn zijn lidstaten namelijk niet verplicht om te voorzien in kosteloze rechtsbijstand in eerste aanleg. Ook in de door eiser aangevoerde omstandigheid dat hij betrokken is geweest bij een steekincident en dat hij, gelet daarop en het toenemende geweld tegen vreemdelingen, vreest slachtoffer te worden van geweld tegen vreemdelingen, heeft verweerder evenmin reden hoeven zien om toepassing te geven aan artikel 17 van de Dublinverordening. Bij voorkomende problemen dient eiser zich tot de Finse autoriteiten te wenden. Niet is gebleken dat deze autoriteiten eiser in voorkomend geval niet willen of kunnen helpen, dan wel dat het zoeken van hulp bij voorbaat zinloos is. De stelling dat de verdachten van het steekincident waarbij eiser betrokken was vrijwel direct door de Finse autoriteiten zijn vrijgelaten, leidt niet tot een ander oordeel. Niet is gebleken dat deze vrijlating onrechtmatig is. Tot slot heeft verweerder in de enkele stelling dat eiser medische problemen heeft en geen toegang zal krijgen tot medische hulp, ook geen aanleiding hoeven zien om de aanvraag van eiser aan zich te trekken. Verweerder mag op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel aannemen dat Finland over adequate medische voorzieningen beschikt.

7. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.A. Karsten-Badal, rechter, in aanwezigheid van mr. N.H. de Zeeuw, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

1 Vreemdelingenwet 2000.

2 Verordening nr. 604/2013.

3 Freedom in the World 2020 – Finland, Freedom House.

4 Universal Periodic Review Finland, augustus 2016.

5 United Nations High Commissioner for Refugees.

6 UNHCR recommendations to Finland on strengthening refugee protection in Finland, Europe and globally, 22 maart 2019.

7 Country Report on Human Rights Practices 2019 – Finland, USDOS.

8 US Department of State.

9 Human Rights in Europe - Review of 2019 - Finland.

10 Vreemdelingencirculaire 2000.

11 Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden.

12 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.