Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:1985

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
09-03-2021
Datum publicatie
23-03-2021
Zaaknummer
AWB - 20 _ 470
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

functietoewijzing, artikel 19 en 20 AMAR, De rechtbank is van oordeel dat verweerder in redelijkheid heeft mogen uitgaan van de juistheid van het advies van de selectiecommissie en eiser terecht heeft afgewezen voor de geambieerde functie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 20/470

uitspraak van de enkelvoudige van 9 maart 2021 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

en

de staatssecretaris van Defensie, verweerder

(gemachtigde: mr. D. Spoelstra)

Procesverloop

Bij besluit van 16 april 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder eiser medegedeeld dat de geambieerde functie niet aan hem wordt toegewezen, omdat hij niet de meest geschikte kandidaat wordt geacht.

Bij besluit van 3 december 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Partijen hebben desgevraagd de rechtbank niet aangegeven dat zij op een zitting gehoord willen worden.

De rechtbank heeft het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Bij de Koninklijke Marechaussee (KMar) zijn twee identieke vacatures voor de functie van Liaison Officer Targeting (geambieerde functie) beschikbaar gesteld. Op 8 februari 2019 heeft eiser, kapitein bij de KMar, zijn interesse kenbaar gemaakt voor beide functies met vacaturenummers 532054 en 532055. Op 16 april 2019 is eiser per e-mail medegedeeld dat de geambieerde functie met vacaturenummer 532055 niet aan hem wordt toegewezen, omdat hij niet de meest geschikte kandidaat wordt geacht.

2. In het bestreden besluit onderstreept verweerder zijn discretionaire bevoegdheid bij het al dan niet toewijzen van een functie. Verweerder heeft selectiecriteria bepaald aan de hand waarvan de meest geschikte kandidaat wordt geselecteerd door de selectiecommissie. Eiser is in staat gesteld zichzelf te presenteren voor deze commissie en is, net als de andere kandidaten, beoordeeld op de gehanteerde selectiecriteria. Hij heeft de commissie er echter niet van kunnen overtuigen dat hij de juiste kennis, ervaring en competenties heeft voor het vervullen van de functie. Niet is gebleken dat de selectiecommissie bevooroordeeld was of op basis van onjuiste informatie een besluit heeft genomen. Verweerder is van mening dat de selectiecommissie in redelijkheid heeft kunnen oordelen dat eiser ongeschikt is voor de door hem beoogde functie.

3. Volgens eiser heeft verweerder zijn discretionaire bevoegdheid niet juist toegepast. De gehanteerde criteria zijn volgens eiser in strijd met de vigerende regelgeving en overschrijden de grenzen van het redelijke. Daarbij zijn de criteria niet voor iedere kandidaat gelijk toegepast. Eiser is tevens ontevreden met het verloop van de procedure. Hij heeft ruim acht maanden moeten wachten voordat op zijn bezwaar is beslist. Dit getuigt volgens eiser van slecht werkgeverschap.

4. De rechtbank komt tot de volgende beoordeling.

5. Ingevolge artikel 19, eerste lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR) voldoet de militair om voor een functie in aanmerking te komen aan de gestelde eisen over de opbouw van kennis, ervaring en vaardigheden. Tot de in het eerste lid bedoelde eisen worden in ieder geval gerekend:

a. de voor de functievervulling en het functieniveau vereiste bekwaamheden en vooropleidingen;

b. de voor de functievervulling en het functieniveau vereiste ervaring;

c. de eventuele voor de functievervulling en voor bepaalde functiegroepen vereiste competenties;

d. de eventuele functionele eisen ten aanzien van de lichamelijke geoefendheid.

5.1

Ingevolge artikel 20, eerste lid, van het AMAR wordt bij het nemen van een beslissing tot functietoewijzing in ieder geval rekening gehouden met de volgende factoren:

a. de noodzaak van een voortdurende taakvervulling door de krijgsmacht en in samenhang daarmee van een zo goed en tijdig mogelijke bezetting van alle functies;

b. de door de militair kenbaar gemaakte voorkeur; met inachtneming van artikel 28a;

c. de beschikbaarheid van de militair;

d. de uit een oogpunt van opbouw van kennis en ervaring wenselijke spreiding van de loopbaan van de militair over verschillende functies;

e. de bekwaamheid en de geschiktheid van de militair voor de functie.

Ingevolge het derde lid worden bij de bekwaamheid en geschiktheid van de militair, genoemd in het eerste lid onder e in beginsel in beschouwing genomen:

a. de mate waarin de militair voldoet aan de functie-eisen als bedoeld in artikel 19;

b. de uitkomst van functioneringsgesprekken, als bedoeld in artikel 28;

c. de uitkomst van loopbaangesprekken, als bedoeld in artikel 28a;

d. de voor het besluit tot functietoewijzing relevante beoordelingen, als bedoeld in artikel 28b.

6. Ingevolge vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (onder meer de uitspraak van de CRvB van 29 januari 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:220) heeft verweerder ter zake van functietoewijzing, met inbegrip van de te hanteren functie-eisen, een discretionaire bevoegdheid. Het is aan verweerder om te bepalen hoe een functie wordt uitgeoefend. Ook komt verweerder een grote vrijheid toe bij het bepalen van hetgeen daartoe vereist is. Dit brengt mee dat de toetsing van het besluit door de bestuursrechter terughoudend moet zijn.

Beoordeeld moet worden of verweerder na afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot het bestreden besluit heeft kunnen komen en daarbij niet heeft gehandeld in strijd met enige ongeschreven rechtsregel of algemeen rechtsbeginsel, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur daaronder begrepen.

7. De rechtbank stelt vast dat de selectiecriteria, die de selectiecommissie heeft gehanteerd, uit de functieomschrijving blijken. Eiser is beoordeeld op de competenties: resultaatgericht, communicatie, flexibiliteit, integriteit, samenwerken en omgevingsgerichtheid. In de vacaturetekst is buiten de geldende competenties als extra kwalificatie opgenomen dat kandidaten moeten beschikken over goede communicatieve vaardigheden en ruime kennisopbouw voor wat betreft nationale en internationale samenwerking met luchtvaartmaatschappijen. Uit het selectieverslag blijkt dat de competentie ‘integriteit’ in voldoende mate aanwezig is. De competenties ‘resultaatgericht’ en ‘flexibiliteit’ zijn beoordeeld als matig. De overige competenties zijn beoordeeld als onvoldoende. Verder blijkt uit het verslag dat eiser tijdens het gesprek communicatief niet sterk naar voren kwam en geen duidelijk beeld had van de door hem geambieerde functie dan wel de werkzaamheden die daarbij horen. De selectiecommissie heeft om voornoemde redenen besloten om eiser ongeschikt te verklaren en niet als kandidaat voor te dragen.

8. De selectiecriteria voor de functie van Liaison Officer Targeting komen de rechtbank niet onredelijk voor. Uit het selectieverslag blijkt tevens dat de commissie haar oordeel over de geschiktheid van eiser voor de door hem geambieerde functie heeft gevormd op grond van de antwoorden en de opstelling van eiser tijdens het gesprek. Hieruit blijkt niet dat het advies op grond van subjectiviteit tot stand is gekomen. Daarbij heeft eiser de bevindingen van de selectiecommissie niet gemotiveerd bestreden en heeft niet aannemelijk gemaakt dat de criteria niet voor iedere kandidaat gelijk zijn toegepast. De rechtbank ziet geen grond voor de stelling dat eiser geen eerlijke kans heeft gehad. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat eiser niet voldoet aan de voor de voor de functievervulling en het functieniveau vereiste ervaring en competenties op grond van artikel 19 van het AMAR.

9. Ten aanzien van hetgeen eiser aanvoert over de tijdigheid van de besluitvorming in bezwaar stelt de rechtbank vast dat eiser de daarvoor in artikel 4:17 van de Algemene wet bestuursrecht opgenomen procedure onbenut gelaten. De rechtbank zal op dit punt niet nader ingaan.

10. Op basis van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder in redelijkheid heeft mogen uitgaan van de juistheid van het advies van de selectiecommissie en eiser terecht heeft afgewezen voor de geambieerde functie.

11. Het beroep is ongegrond.

12. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Abdolbaghai, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2021.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.