Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:1859

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
09-03-2021
Datum publicatie
10-03-2021
Zaaknummer
8239319 19-28916
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Luchtvaartzaak, rechtsgeldige cessie; passagiers zijn niet meer vorderingsgerechtigd, omdat zij hun vorderingsrechten hebben overgedragen aan AirHelp. Passagiers zijn daarom niet-ontvankelijk in hun vordering.

Incidentele vordering tot tussenkomst van AirHelp, cessionaris van de vordering, wordt afgewezen wegens strijd met de goede procesorde en artikel 21 Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats ’s-Gravenhage

FH/a

Zaaknr.: 8239319 RL EXPL 19-28916

Vonnisdatum: 9 maart 2021

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[eiser]

en

[eiseres] ,
beide wonende te [woonplaats] ,
eisende partijen,

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers,
gemachtigde: [gemachtigde] ,

tegen

de besloten vennootschap Tui Airlines Nederland B.V., mede h.o.d.n. TUI fly,

(statutair) gevestigd te Rijswijk,
gedaagde partij,

hierna te noemen: TUI fly,

gemachtigde: mevr. mr. M. Lustenhouwer (AKD).

1 Het procesverloop

1.1

De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

  • -

    de dagvaarding van 16 december 2019, met productie;

  • -

    de conclusie van antwoord van 22 april 2020, met producties;

  • -

    de conclusie van repliek van 30 juni 2020, met producties;

  • -

    de voorwaardelijk incidentele akte tot tussenkomst van AirHelp Limited te Hong Kong van 30 juni 2020;

  • -

    de conclusie van dupliek van 25 augustus 2020;

  • -

    de conclusie van antwoord in het (voorwaardelijke) incident van 25 augustus 2020.

1.2

Aansluitend is vonnis bepaald op 15 december 2020, van welke datum partijen schriftelijk bericht hebben gekregen van de griffier. Het vonnis is daarna om organisatorische redenen aangehouden tot heden. Geen van partijen heeft naar aanleiding van de brief van de griffier en in het licht van artikel 134 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) nog te kennen gegeven te verlangen hun standpunten nog nader mondeling te willen toelichten.

2 De feiten

2.1

De passagiers hadden een boeking voor een vlucht met TUI fly van Amsterdam Airport Schiphol, Amsterdam (AMS), naar Airport De Gran Canaria, Las Palmas (LPA), op 5 januari 2018 met vlucht OR 569.

2.2

AirHelp Limited, gevestigd te Hong Kong (hierna: AirHelp), heeft van TUI fly op 12 januari 2018 per e-mail een bedrag van € 800,00 gevorderd vanwege een vertraagde aankomst van de passagiers op de eindbestemming van hun vliegreis.

2.3

In de betreffende e-mail van AirHelp is de volgende passage opgenomen:

“Please note, that our client/clients assigned the claim to us by signing the attached Assignment Form. Consequently, any payments made by you directly to our client/clients will have no legal effect.”

2.4

Met de e-mail van 12 januari 2018 zijn als bijlagen een zogenaamde ‘Assignment Form’ en/of ‘Assignment Form/Volmacht’ meegestuurd. In deze bijlagen staat, voor zover relevant:

In het Engels op de ‘Assignment Form’:

The Client hereby assigns to AirHelp full ownership and legal title to his/her Claim, meaning any claim against the airline for monetary and goodwill compensation, damages or refund pursuant to Regulation (EC) No 261/2004, the Montreal Convention 1999 (MC99), the Brazilian Consumer Code and Brazilian Aeronautical Code or any other Air Passenger Rights Regulation, or as a gesture of goodwill in relation to the above operated flight(s) identified by the booking reference pursuant to the T&C.

(….)

The Client understands that this means that he/she cannot accept any direct contact or payment from the operating carrier.

If the assignment pursuant to this assignment form is declared invalid for any reason, the assignment form shall be considered a power of attorney granted by the Client to AirHelp, pursuant to which AirHelp is granted exclusive power with full substitution right, to

(…)

-collect and receive payments in relation to the Claim on the Client’s behalf.

En ook in het Nederlands op de ‘Assignment Form/Volmacht’:

De klant draagt hierbij de volledige eigendom en juridische titel van zijn/haar claim over aan AirHelp, en dit betekent dat elke claim jegens de luchtvaartmaatschappij voor monetaire en goodwill-compensatie, schadevergoeding of terugbetaling op grond van Verordening (EG) 261/2004, het Verdrag van Montreal 1999 (MC99), het Braziliaanse consumentenwetboek en het Braziliaanse luchtvaartwetboek of andere wet- en regelgeving betreffende de rechten van vliegtuigpassagiers, of als een gebaar van goodwill met betrekking tot bovenstaande uitgevoerde vlucht(en) geïdentificeerd door de boekingsreferentie op grond van de algemene voorwaarden.

(…)

De klant begrijp dat dit betekent dat hij/zij geen direct contact of betalingen van de uitvoerende luchtvaartmaatschappij kan accepteren.

(…)

Indien de overdracht op grond van deze volmacht om welke reden ook ongeldig wordt verklaard, zal deze volmacht worden beschouwd als een machtiging van de klant naar AirHelp, op grond waarvan AirHelp exclusieve bevoegdheid wordt verleend, met volledig recht van substitutie, om:

(…)

-namens de klant betalingen met betrekking tot de claim te innen en te ontvangen.

2.5

De gemachtigde van de passagiers heeft TUI fly bij brief van 15 april 2019 aangemaand tot betaling van compensatie vermeerderd met buitengerechtelijke kosten. In deze brief staat:

“Despite explicit requests by claim company AirHelp Ltd. you have refused to adduce convincing evidence regarding your obligation to inform AirHelp about the alteration of the flight departure. According to case C-302/16 Bas Jacob Adriaan Krijgsman / Surinaamse Luchtvaart Maatschappij NV, an airline is obliged to pay compensation if there is no convincing evidence that the client was informed about this alteration at least two weeks in advance. AirHelp has now commissioned me to engage in legal proceedings.”

2.6

TUI fly heeft de vordering niet betaald.

3 De vordering

3.1

De passagiers vorderen TUI fly te veroordelen (1.) tot betaling van een bedrag van
€ 800,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum van de vlucht tot aan de dag van betaling; (2.) tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ad € 120,00; (3.) tot betaling van de kosten van het geding, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en – voor het geval voldoening van de proceskosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening, een en ander, voor zover mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad.

3.2

De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd dat zij op grond van de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof) recht hebben op compensatie voor de vertraging van de door hen geboekte vlucht.

4 Het verweer

4.1

TUI fly verweert zich niet alleen tegen de vordering van de passagiers met de stelling dat de betreffende vlucht is vertraagd door buitengewone omstandigheden in de zin van de Verordening, waardoor de passagiers geen recht hebben op enige vergoeding. TUI fly stelt daarnaast ook dat de passagiers geen vorderingsrecht meer hebben, omdat zij hun vordering hebben overgedragen (‘gecedeerd’) aan AirHelp. Tenslotte stelt TUI fly dat de gemachtigde niet namens de passagiers optreedt.

5 De beoordeling

5.1

De kantonrechter twijfelt of hij de stelling van TUI fly dat de gemachtigde van de passagiers niet namens de passagiers optreedt moet zien als een verweer tegen de vordering van de passagiers, omdat dat geen verweer tegen de vordering op zich betreft, maar een stelling ten opzichte van de vraag of de gemachtigde al dan niet namens de passagiers in rechte mag optreden.

5.2

Wat daar ook van zij, de kantonrechter zal deze stelling van TUI fly passeren. Uit de overgelegde stukken blijkt namelijk dat de gemachtigde van de passagiers tevens advocaat is. Op grond van artikel 80 lid 3 Rv en artikel 2.3 van het Landelijk Procesreglement voor rolzaken behoeft de gemachtigde in beginsel geen schriftelijke volmacht te overleggen. Hij wordt, als advocaat, namelijk geacht zich niet zonder deugdelijke volmacht als gemachtigde te presenteren. Dit betekent dat ervan wordt uitgegaan dat de gemachtigde door de passagiers is ingeschakeld om namens hen in deze procedure als gemachtigde in rechte op te treden.

5.3

Vervolgens dient te worden beoordeeld of de passagiers nog vorderingsgerechtigd zijn, nu TUI fly als vergaand verweer heeft gesteld dat de passagiers niet meer vorderingsgerechtigd zijn, omdat zij hun vorderingsrechten hebben overgedragen aan AirHelp.

5.4

De kantonrechter zal TUI fly in dat verweer volgen. Bij conclusie van antwoord heeft TUI fly een ‘Assignment Form’ en een ‘Assignment Form/Volmacht’, dat aan haar is toegestuurd tegelijk met de e-mail, waarbij AirHelp jegens TUI fly aanspraak maakt op betaling van compensatie in verband met vertraging van de betreffende vlucht. Zowel uit de Engelse tekst, die in dit geval als leidend moet worden beschouwd, omdat AirHelp in Hong Kong is gevestigd, maar ook uit de Nederlandse vertaling van de Engelse tekst blijkt duidelijk dat de passagiers de volledige eigendom van hun vordering op TUI fly aan AirHelp hebben overgedragen. Naar Nederlandse begrippen wordt overdracht van een vordering ook cessie genoemd. Op zich zou nog discussie kunnen bestaan of op deze cessie Nederlands recht, het recht van Hong Kong of enig ander rechtsstelsel van toepassing is, maar de juridische gevolgen van cessie zijn niet anders in welk rechtsstelsel dan ook.

5.5

Voor een rechtsgeldige cessie is een akte als bedoeld in artikel 3:94 BW vereist. Naar het oordeel van de kantonrechter voldoen de ‘Assignment Form’ en de ‘Assignment Form/Volmacht’ aan deze vereisten en is dus sprake van een rechtsgeldige cessie, waarbij de passagiers hun vorderingsrechten op TUI fly aan AirHelp hebben overgedragen. Met de in rechtsoverweging 2.2. genoemde e-mail heeft AirHelp van de cessie mededeling gedaan aan TUI fly, hetgeen tot effect had dat TUI fly na ontvangst daarvan ook niet meer bevrijdend aan de passagiers kon betalen. Maar dat laatste staat er los van dat zij hun vorderingsrechten reeds daarvoor aan AirHelp hadden overgedragen.

5.6

Voor zover de passagiers nog bij monde van hun gemachtigde in de conclusie van repliek naar voren hebben gebracht dat TUI fly niet nader heeft onderbouwd dat de passagiers niet meer op eigen naam zouden kunnen procederen, verwerpt de kantonrechter deze stelling. Zoals reeds eerder overwogen, is het effect van de cessie dat de passagiers niet langer gerechtigd zijn en het is dus ook niet aan TUI fly om het tegendeel te onderbouwen. Het zou juist aan de gemachtigde van de passagiers zijn geweest om de stelling te onderbouwen dat, in tegenstelling tot hetgeen duidelijk zowel in de betreffende e-mail als in de cessieakten wordt gesteld dat alleen bevrijdend kan worden betaald aan AirHelp, ook nog bevrijdend zou kunnen worden betaald aan de passagiers. Die onderbouwing ontbreekt echter volledig.

5.7

Het voorgaande zou alleen anders kunnen zijn in het geval gebleken zou zijn dat de cessie om welke reden dan ongeldig zou zijn verklaard, of dat het vorderingsrecht na de cessie op welke wijze dan ook weer bij de passagiers zou zijn teruggekeerd, omdat de ‘Assignment Form’ en de ‘Assignment Form/Volmacht’ voor die situatie een speciale regeling bevatten. Dat is echter door de passagiers niet gesteld en is ook overigens niet gebleken.

5.8

Nu uit het voorgaande volgt dat de passagiers niet langer vorderingsgerechtigd zijn zullen zij niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vordering.

5.9

Voor het geval de passagiers niet-ontvankelijk zouden worden verklaard in hun vorderingen heeft AirHelp een voorwaardelijke incidentele vordering tot tussenkomst genomen. Nu de voorwaarde is vervuld, zal de kantonrechter dit incident behandelen.

5.10

Bij haar akte van 30 juni 2020 heeft AirHelp gesteld voldoende belang te hebben om in deze procedure tussen te komen in de zin van artikel 217 Rv. TUI fly heeft zich tegen tussenkomst van AirHelp verzet, voornamelijk met als argument dat de gemachtigde van AirHelp, die tevens de gemachtigde van de passagiers is, ondanks de wetenschap van de cessie bewust ervoor heeft gekozen om de inleidende dagvaarding op naam van de passagiers uit te brengen.

5.11

Bij de beoordeling van het incident neemt de kantonrechter als uitgangspunt dat de gemachtigde van de passagiers en de gemachtigde van AirHelp een en dezelfde persoon is, namelijk [gemachtigde] , advocaat te Nieuw-Vennep.

5.12

Uit de conclusie van antwoord blijkt dat AirHelp per de in rechtsoverweging 2.2 genoemde e-mail aanspraak heeft gemaakt op compensatie voor de vertraagde vlucht van de passagiers. Bij brief van 15 april 2019 heeft [gemachtigde] bij wijze van ‘Final Demand’ aanspraak gemaakt op betaling van de compensatie, bij gebreke waarvan een procedure zou worden ingeleid. In deze brief verwijst [gemachtigde] expliciet naar uitdrukkelijke aanspraken, die in dat verband door AirHelp zijn gemaakt. Deze brief kan dan ook niet anders gezien worden als een laatste aanmaning aan het adres van TUI fly voor de aanspraken die door AirHelp zijn gemaakt. Niet is gebleken dat [gemachtigde] zich eerder als gemachtigde van de passagiers bij TUI fly had gemeld, zodat volgt dat [gemachtigde] deze brief namens AirHelp heeft gestuurd. Ook het feit dat uit het briefhoofd blijkt dat [gemachtigde] als zijn zakelijke e-mailadres [e-mailadres] gebruikt wijst erop dat hij namens AirHelp handelde.

5.13

Van een advocaat mag verwacht worden dat hij beschikt over het complete dossier van de (rechts)persoon, waarvoor hij optreedt en dat hij de juridische implicaties kan begrijpen en interpreteren van de stukken die zich in het dossier bevinden. Zoals reeds eerder in dit vonnis aan de orde is geweest blijkt uit het dossier dat de passagiers hun vorderingsrechten aan AirHelp hebben overgedragen. Deze informatie moet dus geacht worden bij [gemachtigde] bekend te zijn en tevens mag verwacht worden dat hij de implicaties van zijn proceshandelingen moet kunnen overzien. De kantonrechter is het daarin met TUI fly eens dat [gemachtigde] bewust ervoor heeft gekozen om op naam van de passagiers en niet op naam van AirHelp te dagvaarden. In dat licht is het in strijd met de goede procesorde om nu bij wijze van een tussenkomst een bewuste keuze te herstellen.

5.14

Bij het voorgaande komt bovendien nog dat het gevolg van de tussenkomst zou zijn dat als het ware AirHelp in de dagvaarding in de plaats treedt van de passagiers. In de dagvaarding is in strijd met de waarheid onvermeld gebleven dat de vordering van de passagiers aan AirHelp was gecedeerd. Deze informatie was bij [gemachtigde] bekend, althans moet bij hem bekend geacht worden. Daarmee is tevens in strijd gehandeld met het vereiste van artikel 21 Rv.

5.15

Ook het argument van de korte verjaringstermijn van artikel 8:1835 BW kan AirHelp niet helpen. [gemachtigde] moet als een advocaat, die zich presenteert als een deskundige in dit rechtsgebied, zich deze korte verjaringstermijn hebben kunnen realiseren, toen hij op de wijze zoals hij gedaan heeft deze procedure heeft ingeleid.

5.16

Al met al is de kantonrechter van oordeel dat er voldoende gronden zijn om het verzoek tot tussenkomst van AirHelp af te wijzen, hetgeen de kantonrechter hierna ook zal doen.

5.17

Als laatste punt dient de kantonrechter nog een beslissing te nemen over de proceskosten. Zoals hierboven is weergegeven, heeft de gemachtigde van de passagiers op hun naam een procedure ingeleid, waarvan de gemachtigde zich had moeten realiseren dat die voor de passagiers nadelig zou (kunnen) uitpakken en dat zij daarmee met proceskosten aan de zijde van TUI fly zouden worden geconfronteerd, hetgeen zich thans ook voltrekt. Want als de in het ongelijk gestelde partijen zullen de passagiers worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van TUI fly.

5.18

In dit verband merkt de kantonrechter op dat tot 2002 artikel 58 (oud) Rv van kracht was, dat, voor zover hier van belang, luidde:

“De advokaten, procureurs en deurwaarders, die zich in hunne bedieningen te buiten mogten gaan, en alle diegenen, welke de belangen van het beheer dat hun is toevertrouwd verwaarlozen, zullen persoonlijk en uit hunne eigene beurs geheel of gedeeltelijk in de kosten verwezen mogen worden”.

Het huidige artikel 245 lid 1 Rv is daarvoor in de plaats is gekomen, maar kent niet de mogelijkheid van een zogenaamd ‘eigen beursje’ ten laste van degenen ‘welke de belangen van het beheer dat hun is toevertrouwd verwaarlozen’, behalve in de gevallen die in dat artikel worden genoemd. Deze doen zich in het voorliggende geval niet voor. Een en ander neemt niet weg dat de gemachtigde van de passagiers thans TUI fly laat zitten met een proceskostenveroordeling tegen de passagiers, waarvan zij de gegevens slechts indirect vanuit de processtukken kan kennen. Met betrekking tot de vordering is namelijk voorafgaand aan de procedure alleen op naam van en door AirHelp gecorrespondeerd.

5.19

Als de in het incident in het ongelijk gestelde partij zal AirHelp worden veroordeeld in de proceskosten in het incident aan de zijde van TUI fly, begroot op € 124,00.

6 De beslissing

De kantonrechter:

In de hoofdzaak

I. verklaart de passagiers niet-ontvankelijk in hun vordering;

II. veroordeelt de passagiers in de proceskosten die aan de zijde van TUI fly, tot op heden begroot worden op € 248,00 als het aan de gemachtigde toekomende salaris;

III. veroordeelt de passagiers tot betaling van € 62,00 aan nasalaris, voor zover TUI fly daadwerkelijk nakosten zal maken, en voorts, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, te vermeerderen met de explootkosten van betekening van het vonnis;

IV. verklaart de proceskostenveroordeling van de passagiers uitvoerbaar bij voorraad;

In het incident

wijst het verzoek van AirHelp tot tussenkomst af;

veroordeelt AirHelp in de proceskosten in het incident aan de zijde van TUI fly, begroot op € 124,00;

verklaart de proceskostenveroordeling van AirHelp in het incident uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. C.W.D. Bom en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 maart 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.