Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:16555

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
07-10-2021
Datum publicatie
11-07-2022
Zaaknummer
NL21.7540
Rechtsgebieden
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Vovo; uitspraak bodemprocedure; afgewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.7540

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. A.G.P. de Boon), en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: A. van Midden).

Procesverloop

In het besluit van 10 november 2020 (primaire besluit) heeft verweerder vastgesteld dat verzoekster geen rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan heeft op grond van het Unierecht.

In het besluit van 20 april 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft tevens de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met het beroep met nummer NL21.7539, op 14 september 2021 op zitting behandeld. Verzoekster heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder is, met bericht van verhindering, niet verschenen.

Overwegingen

1. Verzoekster heeft de Poolse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1979.

2. Verzoekster heeft verzocht om vrijstelling van betaling van het griffierecht voor de behandeling van haar verzoek om voorlopige voorziening wegens betalingsonmacht. Ter onderbouwing van dit verzoek is aangegeven dat eiseres dakloos is en niet over inkomen of over vermogen beschikt. Gelet hierop wijst de rechtbank het verzoek om vrijstelling van betaling van het griffierecht toe.

3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL21.7539 heeft de rechtbank uitspraak gedaan

op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.A. Banga, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.L. Hol, griffier.

De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:

07 oktober 2021

en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

Mr. L.A. Banga L.L. Hol

Rechter Griffier

Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.