Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:15116

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
05-10-2021
Datum publicatie
26-01-2022
Zaaknummer
C/09/602632 / FA RK 20-8106
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

draagmoederschap; inschrijving buitenlandse (Oekraïnse) geboorteakte van het kind

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Meervoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 20-8106

Zaaknummer: C/09/602632

Datum beschikking: 5 oktober 2021

Beschikking op het op 12 november 2020 ingekomen verzoekschrift van:

[Y] en [X]

verzoeker en verzoekster, dan wel verzoekers,

wonende te [woonplaats]

advocaat: mr. J.H. van der Tol te Amsterdam.

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[XX 1] ,

de draagmoeder,

wonende te Oekraïne,

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage,

zetelend te ’s-Gravenhage,

hierna te noemen: de ambtenaar.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift, met bijlagen;

- de brief van 4 januari 2021 van de ambtenaar;

- de brief van verzoekers, ingekomen op 9 februari 2021, met bijlagen;

- de brief van verzoekers, ingekomen op 16 maart 2021, met bijlage;

- de brief van verzoekers, ingekomen op 29 april 2021;

- de vermeerdering van het verzoek, ingekomen op 31 augustus 2021.

Op 7 september 2021 is de zaak via een videoverbinding (Skype) ter zitting van deze rechtbank meervoudig behandeld. Hierbij zijn verschenen: verzoekers en hun advocaat. Verzoekers werden bijgestaan door een tolk. Namens de ambtenaar was [ambtenaar] aanwezig.

Van de zijde van verzoekers is een pleitnotitie overgelegd.

De draagmoeder is – hoewel behoorlijk opgeroepen – niet ter terechtzitting verschenen.

Verzoek

Het verzoekschrift strekt ertoe dat de rechtbank:

I. voor recht verklaart dat de overgelegde geboorteakte rechtsgeldig is en de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag gelast de Oekraïense geboorteakte van de minderjarige [minderjarige 1] (hierna: het kind) op te nemen in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag;

II. indien het verzoek onder ‘I’ wordt afgewezen: de geboortegegevens van het kind op grond van artikel 1:25c van het Burgerlijk Wetboek (BW) als volgt vaststelt voor het opmaken van een geboorteakte, dan wel zodanig als de rechtbank redelijk en passend acht:

- Geslachtsnaam : [geslachtsnaam Y]

- Voornamen : [minderjarige 2]

- Dag van geboorte : [geboortedatum 1] 2020

- Geboorteplaats : [geboorteplaats 1] , Oekraïne

- Geslacht : Vrouwelijk

- Geslachtsnaam vader : [geslachtsnaam Y]

- Voornaam vader : [voornaam Y]

- Geslachtsnaam moeder : [geslachtsnaam XX]

- Voornamen moeder : [ voornaam X] ;

III. in het geval van toewijzing van het genoemde onder ‘II’: De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag gelast de door de rechtbank vast te stellen geboortegegevens van het kind aan te tekenen in het register van geboorte van de gemeente Den Haag;

IV. voor recht verklaart dat de afstammingsband tussen verzoekers en het kind is vastgesteld;

V. de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag gelast om op de in te schrijven dan wel op te maken geboorteakte van voornoemd kind de aantekening te maken van (door deze vermelding (vermelding/aantekening) in de rubriek ‘vermeldingen’ van de akte te plaatsen), dan wel een zodanige aantekening te gelasten als de rechtbank redelijk en passend acht:

- dat verzoekers de juridisch ouders zijn van het kind;

VI. het gezag van de draagmoeder [XX] beëindigt;

VII. subsidiair bij afwijzing van het bovengenoemde de adoptie uitspreekt van het kind door verzoekers;

VIII. verklaart dat de geslachtsnaam van voornoemde minderjarige na de adoptie ‘ [geslachtsnaam Y] ’ zal zijn;

een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

Feiten

- Verzoekers zijn op [huwelijksdatum] 2014 in [huwelijksplaats] met elkaar gehuwd.

- Verzoeker heeft de Nederlandse nationaliteit. Verzoekster heeft de Chinese nationaliteit.

- Verzoekers hebben hun kinderwens niet op eigen kracht kunnen verwezenlijken en zij hebben gekozen voor een hoogtechnologisch draagmoederschap.

- De draagmoeder, geboren op [geboortedatum 2] 1991, heeft de Oekraïense nationaliteit.

- Verzoekers hebben op 2 september 2019 een ‘power of attorney’ getekend, waarmee verzoekers – kort gezegd – een Oekraïense notaris hebben gemachtigd om namens hen hun belangen te vertegenwoordigen.

- Verzoekers en de draagmoeder hebben een draagmoederschapsovereenkomst opgesteld, ‘surrogacy agreement’ en op 19 december 2019 bij de notaris ondertekend.

- Onder punt 7.7 van deze overeenkomst is opgenomen dat de notaris de van toepassing zijnde wetten aan partijen heeft uitgelegd, te weten ‘clause 281.7, 628.2 en 901.1 of the Civil Code of Ukraine, as well as clause 123 van de Family Code of Ukraine’.

- Uit deze wetten volgt dat indien de wensouders de genetisch ouders van het kind zijn en er een draagmoederschapsovereenkomst voor de geboorte is gesloten, de wensouders direct de juridisch ouders van het kind zijn bij de geboorte.

- De draagmoeder is na een ivf-behandeling door de kliniek ‘Medical Center of Private higher educational institution, Institute of general practice family medicine’ in Kiev in verwachting geraakt. Er is daarbij een embryo bij de draagmoeder geplaatst, waarbij er gebruik is gemaakt van een zaadcel van verzoeker en een eicel van verzoekster. Dus beide verzoekers zijn genetisch verwant aan het kind.

- Op [geboortedatum 1] 2020 is uit de draagmoeder te [geboorteplaats 2] , Oekraïne, [minderjarige 1] geboren. Verzoekers hebben de minderjarige na de geboorte opgenomen in hun gezin.

- Op de overgelegde geboorteakte, voorzien van apostille, is ingevolge het recht van Oekraïne als vader verzoeker opgenomen en als moeder verzoekster.

- Uit een overgelegd DNA-onderzoek van het Oekraïense ‘Medical genetic center mama papa’ blijkt dat de waarschijnlijkheid van het vaderschap van verzoeker respectievelijk het moederschap van verzoekster 99,99% bedraagt.

- De draagmoeder heeft ten overstaan van een notaris op 7 oktober 2020 verklaard dat het kind uit haar is geboren, maar genetisch afstamt van verzoekers. Zij heeft verklaard dat zij geen rechten heeft met betrekking tot het kind en dat zij instemt met het juridisch ouderschap van verzoekers over het kind.

- De draagmoeder heeft bovendien ten overstaan van een notaris op 8 oktober 2020 verklaard dat zij niet gehuwd is.

Beoordeling

Primaire verzoek: een verklaring voor recht en inschrijving van de buitenlandse geboorteakte in de registers van de burgerlijke stand

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu verzoekers en het kind in Nederland verblijven is de rechtbank op grond van artikel 3 aanhef en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bevoegd om van het verzoek kennis te nemen.

Nu verzocht wordt om voor recht te verklaren dat de buitenlandse geboorteakte rechtsgeldig is en te gelasten dat de ambtenaar deze akte zal opnemen in het Nederlandse register van geboorten, zal de rechtbank het Nederlandse recht toepassen.

Juridisch kader

Ingevolge artikel 1:26 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een ieder die daarbij een gerechtvaardigd belang heeft de rechtbank verzoeken een verklaring voor recht af te geven dat een op hem betrekking hebbende, buiten Nederland opgemaakte akte of gedane uitspraak overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of gedaan en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in de Nederlandse registers van de burgerlijke stand.

Ingevolge artikel 10:101 lid 1 juncto artikel 10:100 leden 1, onder b en c, 2 en 3 BW wordt een buitenslands tot stand gekomen rechtsfeit of rechtshandeling, waarbij familierechtelijke betrekkingen zijn vastgesteld of gewijzigd, welke zijn neergelegd in een door een bevoegde instantie overeenkomstig de plaatselijke voorschriften opgemaakte akte erkend, tenzij:

- aan de rechtshandeling geen behoorlijk onderzoek of behoorlijke rechtspleging is voorafgegaan, of

- de erkenning van de rechtshandeling onverenigbaar is met de openbare orde.

Standpunt verzoekers

Verzoekers stellen zich kort gezegd op het standpunt dat de geboorteakte in overeenstemming met de wetgeving in Oekraïne is opgesteld en daarom voor erkenning in Nederland vatbaar is. Zij baseren zich op de artikelen 10:101 juncto 10:100 BW. Volgens verzoekers dient spaarzaam van de openbare orde exceptie gebruik te worden gemaakt. Het enkele feit dat een buitenlandse geboorteakte niet overeenstemt met bepalingen uit het Nederlandse recht is onvoldoende om aan te nemen dat sprake is van onverenigbaarheid met de openbare orde, waaronder moet worden verstaan de beginselen van waarden en juridische, sociale en morele aard die in de eigen rechtsorde fundamenteel worden geacht. Daarbij geven verzoekers aan dat aan de geboorteakte een zorgvuldig proces ten grondslag heeft gelegen. Verzoekers zijn met de draagmoeder een draagmoederschapsovereenkomst aangegaan en zowel verzoekers als de draagmoeder hebben onafhankelijke juridische bijstand gehad. Ook is de door verzoekers doorlopen procedure in Oekraïne in overeenstemming met de adviezen van de Staatscommissie herijking ouderschap. Volgens verzoekers is het van belang dat de familierechtelijke betrekkingen tussen hen en het kind zo spoedig mogelijk door de rechtbank worden erkend. Zij verwijzen hierbij naar de ‘advisory opinion’ van het Europese Hof voor de rechten van het mens (EHRM) van 10 april 2019, nummer P16-2018-001, op prejudiciële vragen van het Franse Cour de Cassation.

Standpunt ambtenaar

De ambtenaar geeft aan dat uit de jurisprudentie blijkt dat het in het kader van de openbare ordetoets van belang is om te beoordelen of het draagmoederschap zorgvuldig heeft plaatsgevonden, met voldoende inachtneming van de belangen van het kind en de draagmoeder. De ambtenaar geeft aan dat uit de jurisprudentie onder meer blijkt dat de kinderen in staat zullen zijn te achterhalen van wie zij afstammen. Nu in Nederland geen expliciete wetgeving bestaat met betrekking tot de erkenning van het verkrijgen van een kind door hoogtechnologisch draagmoederschap in het buitenland en een toetsing van de erkenning in Nederland is voorbehouden aan de rechter, waarbij de vereiste voorwaarden dienen te worden getoetst, refereert de ambtenaar zich ten aanzien van de toetsing van deze voorwaarden aan het oordeel van deze rechtbank. De ambtenaar geeft voorts aan dat nu de buitenlandse geboorteakte van het kind is voorzien van een apostillestempel kan worden aangenomen dat het document is afgegeven door een daartoe bevoegd gezag. Deze akte bevat verzoekers als beide ouders. Volgens de ambtenaar komt deze akte gelet op artikel 1:198 BW niet in aanmerking voor registratie en opneming in de Nederlandse burgerlijke stand. De ambtenaar heeft voorgesteld de geboortegegevens van het kind vast te stellen en de gegevens van de draagmoeder als oudergegevens vast te stellen. Ter zitting heeft de ambtenaar bevestigd dat hij problemen heeft met het inschrijven van de buitenlandse geboorteakte, omdat op die akte de wensouders als ouders staan vermeld.

Inhoudelijke beoordeling

Of tussen een vrouw en het buiten huwelijk of geregistreerd partnerschap geboren kind door geboorte familierechtelijke betrekkingen ontstaan wordt ingevolge artikel 10:94 BW bepaald door het recht van de nationaliteit van de vrouw. De draagmoeder heeft de Oekraïense nationaliteit. Naar Oekraïens recht worden de wensouders van het kind geboren via draagmoederschap direct aangemerkt als de wettelijke ouders van het kind. Dit is een bepaling die met name de wensouders beschermt. De draagmoeder verwerft naar Oekraïens recht geen ouderlijke rechten en plichten. Het kind wordt onvoorwaardelijk geacht vanaf de geboorte een afstammingsband met de wensouders te hebben. In de overgelegde buitenlandse geboorteakte staan verzoekers vermeld als de ouders van het kind. Dit is dus terug te voeren op de wettelijke regeling van het draagmoederschap in Oekraïne. De opgemaakte buitenlandse geboorteakte is dan ook in overeenstemming met het recht van Oekraïne. Dit is tussen verzoekers en de ambtenaar ook niet in geschil.

Uitgangspunt van de wet is dat deze buitenlandse – door een bevoegde instantie overeenkomstig de plaatselijke voorschriften opgemaakte – geboorteakte waarbij familierechtelijke betrekkingen zijn vastgesteld tussen verzoekers en het kind wordt erkend. Dit is slechts anders indien aan de rechtshandeling geen behoorlijk onderzoek of behoorlijke rechtspleging is voorafgegaan of de erkenning van de rechtshandeling onverenigbaar is met de openbare orde.

Niet in geschil is dat sprake is geweest van behoorlijk onderzoek. De geboorteakte is ook overeenkomstig Oekraïens recht opgemaakt. In deze zaak gaat het om de vraag of de openbare orde zich verzet tegen erkenning van de in het buitenland tot stand gekomen familierechtelijke betrekkingen zoals neergelegd in de in de Oekraïne opgemaakte geboorteakte van het kind.

Openbare orde exceptie: zorgvuldig draagmoederschapstraject?

Draagmoederschap is tot op heden in Nederland wettelijk niet geregeld. Gelet op de ingrijpende gevolgen van draagmoederschap voor de rechten en verplichtingen van zowel het kind, de draagmoeder als de wensouders in kwestie, acht de rechtbank het in het kader van de openbare orde toets van belang om te oordelen of het draagmoederschap zorgvuldig heeft plaatsgevonden. Nu de wensouders vanaf de geboorte als ouders in de geboorteakte staan vermeld en het kind direct na de geboorte bij de wensouders verblijft, dient hierbij naar het oordeel van de rechtbank met name te worden gekeken of de belangen van met name het kind en de draagmoeder voldoende in acht zijn genomen. Daarbij is mede van belang, zoals door de Staatscommissie Herijking ouderschap in haar rapport ‘Kind en ouders in de 21e eeuw’ van 7 december 2016 is verwoord, dat het voor kinderen van groot belang is om te (kunnen) achterhalen uit wie zij zijn geboren, van wie zij genetisch afstammen en onder welke omstandigheden zij zijn ontstaan en geboren. Naar aanleiding van het rapport van voornoemde Staatscommissie heeft het kabinet in een brief van 12 juli 2019 (Kamerstukken TK 2018/2019, 33836, nr. 45) het voornemen geuit een regeling te treffen voor draagmoederschap en daarin enkele waarborgen geformuleerd om het traject zorgvuldig en transparant te laten verlopen en zoveel mogelijk rechtszekerheid te bieden aan de draagmoeder, de wensouders en het kind. Daarbij is de aanbeveling en het voornemen dat indien aan deze waarborgen wordt voldaan, de wensouders direct op de geboorteakte van het kind worden vermeld.

Uit de stukken en de verklaringen ter zitting is gebleken dat verzoekers bij het realiseren van hun ouderschapswens gebruik hebben gemaakt van een draagmoederschapstraject in Oekraïne waar draagmoederschap is toegestaan. Via de ‘Medical Center of Private higher educational institution, Institute of general practice family medicine te [plaatsnaam] , Oekraïne’ zijn verzoekers in contact gekomen met de draagmoeder. Voorafgaand aan de zwangerschap hebben verzoekers en de draagmoeder een draagmoederschapsovereenkomst bij de notaris opgesteld en ondertekend, die als productie 3 bij het verzoekschrift door verzoekers is overgelegd. Uit deze overeenkomst blijkt dat de notaris hen heeft voorgelicht over de wettelijke bepalingen. Daarnaast hebben verzoekers onweersproken gesteld dat zowel de draagmoeder als de wensouders in Oekraïne onafhankelijk juridisch advies hebben ontvangen van hun eigen advocaat, waarin zij zijn gewezen op hun rechten, verantwoordelijkheden en verplichtingen op basis van de bestaande wetgeving in Oekraïne. Verder hebben zowel de draagmoeder als de wensouders de mogelijkheid tot psychologische bijstand gehad en was er medische zorg geregeld voor de draagmoeder.

Daarnaast stelt de rechtbank vast dat bij de behandeling gebruik is gemaakt van een eicel van verzoekster en een zaadcel van verzoeker. Uit het overgelegd DNA-onderzoek van het Oekraïense ‘Medical genetic center mama papa’ blijkt dat de waarschijnlijkheid van het vaderschap van verzoeker respectievelijk het moederschap van verzoekster 99,99% bedraagt. In dit geval is er dus sprake van een genetische band van het kind met beide verzoekers. De ontstaansgeschiedenis van het kind is voor haar ook volledig te achterhalen. Verzoekers hebben hierover volledig openheid van zaken gegeven. Daarnaast heeft de inhoud van deze beschikking het kind de nodige informatie over het gevolgde traject en de identiteit van de draagmoeder. De afstammingsrelatie is voor het kind dan ook herleidbaar. Hiermee wordt voldoende voorzien in het recht van het kind om haar afstamming te kennen zoals opgenomen in artikel 7 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK).

Op grond van de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting is besproken komt de rechtbank tot het oordeel dat het doorlopen traject van draagmoederschap in Oekraïne zowel voor het kind, de draagmoeder als de wensouders is omkleed met waarborgen die overeenkomen met de aanbevelingen van de Staatscommissie en het voornemen voor de te treffen draagmoederschapsregeling zoals verwoord in voornoemde brief van het kabinet van 12 juli 2019. In zoverre is er dan ook geen sprake van onverenigbaarheid met de openbare orde.

Openbare orde exceptie: draagmoeder niet op de geboorteakte?

In artikel 1:100 lid 2 BW is bepaald dat de erkenning van de buitenlandse akte, ook wanneer daarbij een Nederlander betrokken is, niet wegens onverenigbaarheid met de openbare orde kan worden geweigerd op de enkele grond dat daarop een ander recht is toegepast dan uit deze titel zou zijn gevolgd. Als uitgangspunt geldt dat het enkele feit dat het van rechtswege ontstaan van een familierechtelijke betrekking met de beide wensouders niet overeenstemt met de huidige bepalingen uit het Nederlands recht, onvoldoende is om aan te nemen dat sprake is van onverenigbaarheid met de openbare orde. Van onverenigbaarheid met de openbare orde is immers slechts sprake in geval van strijdigheid met beginselen en waarden van juridische, sociale of morele aard die in de eigen rechtsorde fundamenteel worden geacht.

De ambtenaar geeft aan dat artikel 1:198 BW een beginsel weergeeft van juridische en sociale aard dat in de samenleving als fundamenteel wordt beschouwd. Het betreft volgens de ambtenaar een beginsel van openbare orde. Een kind moet, indien mogelijk, aan de hand van de geboorteakte in staat worden gesteld zijn afstamming te kennen, aldus de ambtenaar.

De rechtbank volgt het betoog van de ambtenaar niet. Uitgangspunt is dat de buitenlandse akte dient te worden erkend. Het feit dat naar het recht van Oekraïne de wensmoeder als juridische ouder op de geboorteakte wordt geregistreerd is onvoldoende om aan te nemen dat sprake is van onverenigbaarheid met de openbare orde. Artikel 1:198 BW is een Nederlandse wettelijke bepaling die ziet op in Nederland geboren kinderen. In dit geval gaat het om een geboorte van een kind in Oekraïne waarop Oekraïens recht van toepassing is, terwijl de draagmoeder haar gewone verblijfplaats in Oekraïne heeft. Uit hetgeen hiervoor is overwogen is het draagmoedertraject naar het oordeel van de rechtbank met de nodige waarborgen omkleed, is de afstammingsrelatie voor het kind herleidbaar en is hiermee voldoende voorzien in het recht van het kind om haar afstamming te kennen zoals opgenomen in artikel 7 IVRK. Bovendien stamt het kind genetisch af van de wensouders, die in de geboorteakte zijn opgenomen. De geboorteakte is daarmee in lijn met de afstamming van het kind. De omstandigheid dat de draagmoeder niet in de geboorteakte is opgenomen levert bij die stand van zaken geen strijd met de openbare orde op.

In dit kader overweegt de rechtbank dat uit de jurisprudentie van het EHRM in de zaak Mennesson v. France (no. 65192/11, ECHR 185, 2014) en de ‘advisory opinion’ van 10 april 2019 (no. F16-2018-001) blijkt dat het EHRM het in het belang van het kind acht dat hij een juridische afstammingsband heeft met de personen die hem verzorgen en opvoeden, ook indien tussen hen geen genetische band bestaat. Daarbij acht het EHRM het in het belang van het kind dat de periode vanaf de geboorte van het kind totdat de juridische band met de wensouders is gevestigd, zo kort mogelijk is, zodat het kind minder lang in een onzekere positie verkeert, waarbij omstandigheden als (rechtmatig) verblijf bij de wensouders, nationaliteit en erfrecht een rol kunnen spelen.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat zij door erkenning van de buitenlandse geboorteakte handelt naar wat het EHRM in dit soort zaken van een lidstaat verlangt. Immers, door erkenning van de buitenlandse geboorteakte wordt de juridische band van de wensouders met het kind vanaf de geboorte erkend. De rechtbank overweegt hierbij dat het onwenselijk is dat het juridisch ouderschap van verzoekers door middel van adoptie zou moeten worden vastgesteld, terwijl het ouderschap van verzoekers reeds is vastgesteld bij een voor erkenning vatbare buitenlandse geboorteakte. Hiermee wordt voorkomen dat het kind in verschillende landen een afwijkende afstammingsstatus heeft.

Inschrijven buitenlandse geboorteakte

De rechtbank zal – vooruitlopend op de verkrijging van het Nederlanderschap door het kind – de ambtenaar op grond van artikel 1:25 BW gelasten de in Oekraïne opgemaakte geboorteakte van het kind in te schrijven in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand.

Uit het voorgaande volgt dat het primaire verzoek van verzoekers wordt toegewezen.

Nu het primaire verzoek van verzoekers wordt toegewezen, komt de rechtbank niet meer toe aan de verzoeken van verzoekers onder de punten II, III, nu de daarin vermelde voorwaarden niet zijn ingetreden. Ook de – naar de rechtbank begrijpt – subsidiaire verzoeken onder VII. en VIII. ten aanzien van de adoptie en de geslachtsnaam van het kind na adoptie behoeven geen bespreking meer.

Verklaring voor recht en ambtenaar gelasten aantekening te maken

Toepasselijk recht

Nu verzoekers en het kind in Nederland verblijven is de rechtbank op grond van artikel 3 aanhef en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bevoegd om van het verzoek kennis te nemen.

Nu verzocht wordt om een verklaring voor recht en tot opname hiervan in de Nederlandse registers, acht de rechtbank Nederlandse recht van toepassing.

Verzoekers verzoeken voor recht te verklaren dat de afstammingsband tussen verzoekers en het kind is vastgesteld. Ze verzoeken tevens de ambtenaar te gelasten dit te laten aantekenen op de geboorteakte.

Inhoudelijke beoordeling

De rechtbank stelt vast dat het primaire verzoek van verzoekers wordt toegewezen en dat de ambtenaar wordt gelast de buitenlandse geboorteakte, waarbij verzoekers als de ouders van het kind zijn aangemerkt, dient in te schrijven in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand. Ingevolge het Oekraïense recht zijn verzoekers van rechtswege vanaf de geboorte de juridische ouders van het kind. Hieruit vloeit de afstammingsband tussen verzoekers en het kind voort. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verzoekers geen belang (meer) hebben bij de verzochte verklaring voor recht en ook geen belang bij het verzoek om de ambtenaar te gelasten hiervan aantekening te laten maken op de geboorteakte van het kind door middel van een latere vermelding. Deze verzoeken zullen dan ook worden afgewezen.

Beëindiging van het gezag van de draagmoeder

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu de gewone verblijfplaats van het kind in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek ten aanzien van het gezag.

Verzoekers verzoeken het gezag van de draagmoeder te beëindigen.

Inhoudelijke beoordeling

Verzoekers zijn ingevolge het Oekraïense recht van rechtswege vanaf de geboorte de juridische ouders van het kind. Die rechtsrelatie tussen verzoekers en het kind kan in Nederland worden erkend. Daarmee hebben zij zowel naar Oekraïens als naar Nederlands recht het gezag over hun kind. De draagmoeder heeft bovendien ten overstaan van een notaris op [datum 2] 2020 verklaard dat zij geen rechten heeft met betrekking tot het kind. De rechtbank stelt dan ook vast dat de draagmoeder niet belast is met enig gezag. Van beëindiging van gezag van de draagmoeder kan dan ook geen sprake zijn. Dit verzoek van verzoekers zal worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:

*

gelast de inschrijving in het register van geboorten van de gemeente ’s-Gravenhage van de door de bevoegde instantie overeenkomstig de plaatselijke voorschriften in Oekraïne opgemaakte geboorteakte, nummer [nr.] , afgegeven op [datum 1] 2020 van:

- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2020 te [geboorteplaats 1] , Oekraïne,

waarvan een fotokopie aan deze beschikking is gehecht;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.C. Sluymer, M.J. Alt-van Endt en W.G. de Boer, rechters, bijgestaan door mr. M.T.E. Krijger-van Huut als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 oktober 2021.