Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:14023

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
15-10-2021
Datum publicatie
12-01-2022
Zaaknummer
C-09-615283-KG ZA 21-699
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Aanbesteding. Niet alle stukken gedeeld met tussenkomer. Beoordeling rechtbank: de beoordelingscommissie heeft de inschrijvingen beoordeeld overeenkomstig het vooraf aangekondigde toetsingskader en er zijn geen evidente fouten gemaakt bij de inhoudelijke beoordeling. Aanbesteder heeft niet aan de motiveringsplicht voldaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Aanbesteding 2022/1762
JAAN 2022/24
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/615283 / KG ZA 21-699

Vonnis in kort geding van 15 oktober 2021

in de zaak van

AANNEMERSBEDRIJF WALLAARD NOORDELOOS B.V. te Noordeloos,

eiseres,

advocaten mrs. J. Haest en R.D. Chee te Den Haag,

tegen:

DE GEMEENTE DEN HAAG te Den Haag,

gedaagde,

advocaat mr. N.B. de Neef te Den Haag.

waarin is tussengekomen:

DURA VERMEER INFRA REGIONALE PROJECTEN B.V. te Hoofddorp,

advocaat mr. C.R.V. Lagendijk te Rotterdam.

Eiseres wordt hierna aangeduid als ‘Wallaard’, gedaagde als ‘de Gemeente’ en de interveniënt als ‘Dura’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 21 juli 2021 met producties;

- de akte wijziging van eis van de zijde van Wallaard;

- de conclusie van antwoord;

- de incidentele conclusie tot tussenkomst subsidiair voeging met producties van de zijde van Dura;

- de op 30 september 2021 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door Wallaard en Dura pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Het vonnis is nader bepaald op heden.

2 Het incident tot tussenkomst dan wel voeging

Dura heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen Wallaard en de Gemeente dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van de Gemeente. Ter zitting hebben Wallaard en de Gemeente verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst. Dura is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.

3 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

3.1.

De Gemeente is een Nationale niet-openbare aanbestedingsprocedure conform (hoofdstuk 3 van) het Aanbestedingsreglement Werken 2016 (hierna: ARW 2016) gestart voor de vervanging van de kade Noordwal en Hemsterhuisbrug te Den Haag.

3.2.

In de gunningsleidraad van 30 maart 2021 is onder meer het volgende opgenomen:

“(…)

3.2

Gunningscriteria

De Aanbesteder gunt de Opdracht (in voorkomend geval van gunning) op grond van de naar het oordeel van de Aanbesteder economisch meest voordelige Inschrijving. Ter vaststelling van de economisch meest voordelige Inschrijving wordt gehanteerd de: “beste prijs-kwaliteit verhouding”. (…)

3.2.1

Kwaliteit

Voor het onderdeel “kwaliteit” dient Inschrijver een plan van aanpak in. In onderstaande tabel zijn de Subgunningscriteria weergegeven met daarin de bijbehorende maximaal te behalen meerwaarde. In de derde kolom staan de beoordelingsaspecten. De mate waarin de doelstelling per Subgunningscriterium wordt behaald is maatgevend voor de toekenning van de meerwaarde.

Hieronder is per Subgunningscriterium een nadere toelichting gegeven. Als algemene stelregel bij de beoordeling van het plan van aanpak wordt gehanteerd dat de cijferbeoordeling naast het behalen van de doelstelling tevens afhangt van de mate waarin de meerwaarde concreet wordt gemaakt. Bij de beoordeling van de concrete meerwaarde gaat Aanbesteder uit van het “SMART” principe (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden).

(…)

4.2

Beoordeling op Gunningscriteria

(…)

Beoordeling van de kwalitatieve gunningscriteria

De geldige Inschrijvingen worden op basis van de kwalitatieve Subgunningscriteria beoordeeld, (…). De leden van het Beoordelingsteam hebben in deze fase geen kennis van de ingediende inschrijvingssommen.

Op basis van de Subgunningscriteria wordt het plan van aanpak beoordeeld en worden per Subgunningscriterium de scores 3,2,1 of 0 toegekend. (…)

De toe te kennen (fictieve) meerwaarde wordt berekend op basis van de gegeven scores. Elk score vertegenwoordigt een procentuele waarde van de maximaal te verkrijgen meerwaarde. De behaalde meerwaarde wordt vervolgens als fictieve korting op de inschrijvingssom in mindering gebracht.

Zie onderstaande scoretabel:

(…)

4.3

Gunningsbeslissing

Aanbesteder is voornemens om de Inschrijver met de winnende Inschrijving, de economisch meest voordelige Inschrijving op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding, de Opdracht te gunnen. (…)”

3.3.

Zowel Wallaard als Dura hebben tijdig hun inschrijving ingediend.

3.4.

Bij beslissing van 1 juli 2021 heeft de Gemeente de opdracht voorlopig gegund aan Dura (hierna: de gunningsbeslissing). De inschrijving van Wallaard is op de tweede plek geëindigd. In de gunningsbeslissing staat onder meer het volgende:

“(…) Uw inschrijving is helaas niet geselecteerd als de economisch meest voordelige inschrijving, op basis van beste prijs kwaliteit verhouding. Uw onderneming komt daarom niet in aanmerking voor gunning.

De inschrijving van Dura (…) is als de economisch meest voordelige inschrijving aangemerkt. De gemeente Den Haag is voornemens om de opdracht aan deze partij te verlenen.

In onderstaand overzicht zijn de (fictieve) inschrijvingssommen en behaalde kortingen weergegeven.

In de bijlage zijn de door uw onderneming behaalde scores en de bijbehorende motivering weergegeven. (…)”

4 Het geschil

4.1.

Wallaard vordert, met inachtneming van haar wijziging van eis, bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

primair

de Gemeente te verbieden uitvoering te geven aan de gunningsbeslissing en de Gemeente te gebieden – voor zover zij onderhavig werk nog wenst aan te besteden – de inschrijvingen te laten beoordelen door een nieuwe beoordelingscommissie, op straffe van verbeurte van een dwangsom;

subsidiair

de Gemeente te gebieden een nieuwe gunningsbeslissing te nemen met een motivering die voldoen aan de daaraan te stellen eisen;

meer subsidiair

de Gemeente te verbieden uitvoering te geven aan de gunningsbeslissing en de Gemeente te gebieden de opdracht te staken en gestaakt te houden en voor de opdracht een heraanbesteding te organiseren voor zover de Gemeente de opdracht nog wenst te gunnen, op straffe van verbeurte van een dwangsom;

met veroordeling van de Gemeente in de proceskosten.

4.2.

Daartoe voert Wallaard – samengevat – het volgende aan. De inschrijving is niet overeenkomstig het vooraf aangekondigde toetsingskader beoordeeld en er zijn bij de beoordeling fouten gemaakt. Verder voldoet de gunningsbeslissing volgens Wallaard niet aan de motiveringsvereisten, nu in de beslissing niet de kenmerken en de relatieve voordelen van de inschrijving van de winnaar, Dura, zijn vermeld en de motivering summier is.

4.3.

De Gemeente en Dura voeren verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4.4.

Dura vordert – samengevat – de Gemeente te verbieden Dura te passeren voor gunning van de opdracht, voor zover de Gemeente nog wenst te gunnen, en subsidiair, indien de gunningsbeslissing niet in stand kan blijven, de Gemeente te gebieden de inschrijvingen opnieuw te laten beoordelen en een nieuwe afdoende gemotiveerde gunningsbeslissing te nemen, met veroordeling van Wallaard en de Gemeente in de kosten van deze procedure.

5 De beoordeling van het geschil

Niet delen stukken met Dura

5.1.

Wallaard heeft in deze kort geding-procedure haar inschrijving en de bijlage bij de gunningsbeslissing met daarin de beoordeling van haar inschrijving niet met Dura gedeeld, omdat daarin volgens Wallaard bedrijfsvertrouwelijke informatie staat. Wallaard heeft gesteld dat zij zich enkel beroept op de delen uit die stukken die zij in haar dagvaarding en pleitaantekeningen heeft geciteerd. Dura heeft aangevoerd dat zij door deze handelwijze van Wallaard onvoldoende in de gelegenheid is gesteld om verweer te voeren. De voorzieningenrechter volgt Dura hierin niet. Dura heeft zich naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende kunnen verweren op basis van de door Wallaard in de stukken opgenomen citaten, met dien verstande dat de voorzieningenrechter erop zal toezien dat de citaten door Wallaard in de juiste context worden geplaatst. Indien Wallaard zich beroept op delen uit haar inschrijving en de gunningsbeslissing die zij niet met Dura heeft gedeeld, zullen die niet worden meegenomen bij de beoordeling van de vorderingen.

(On)geldigheid inschrijving

5.2.

Dura heeft gesteld dat de inschrijving van Wallaard niet voldoet aan de minimale eisen van het bestek, zodat de Gemeente die inschrijving volgens Dura als ongeldig ter zijde had moeten leggen. Dura heeft evenwel ten aanzien van deze stelling geen vordering ingesteld, zodat de voorzieningenrechter niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling daarvan.

Herbeoordeling inschrijving(en)

5.3.

De primaire vordering van Wallaard strekt tot het doen plaatsvinden van een herbeoordeling van, zo begrijpt de voorzieningenrechter, haar eigen inschrijving dan wel van alle inschrijvingen. Slechts in het geval komt vast te staan dat (i) een inschrijving niet overeenkomstig het vooraf aangekondigde toetsingskader is beoordeeld of (ii) een beoordelaar in redelijkheid niet tot het toegekende cijfer had kunnen komen, is plaats voor ingrijpen door de rechter.

Wijze van beoordelen

5.4.

Wallaard heeft gesteld dat de Gemeente bij de beoordeling is afgeweken van de vooraf in de aanbestedingsstukken kenbaar gemaakte beoordelingssystematiek. Uit de motivering van de aan Wallaard toegekende score volgt dat Wallaard is ingegaan op alle beoordelingsaspecten. Verder heeft de beoordelingscommissie in de beoordeling melding gemaakt van onderdelen die van meerwaarde zijn voor het project. Uit de scoretabel volgt dat in dat geval het oordeel ‘weinig meerwaarde’ moet worden toegekend. De beoordelingscommissie heeft echter het oordeel ‘geen meerwaarde’ gegeven en is daarmee afgeweken van de scoretabel, aldus Wallaard.

5.5.

De Gemeente heeft gemotiveerd aangevoerd dat als de inschrijving op een bepaalde punten beter wordt gewaardeerd dan in de toelichting bij ‘geen meerwaarde’ is opgenomen, dit nog niet betekent dat de gehele inschrijving ten aanzien van het desbetreffende subgunningscriterium de beoordeling ‘weinig meerwaarde’ krijgt.

5.6.

De voorzieningenrechter volgt het betoog van de Gemeente. Uit de scoretabel volgt dat de volgende aspecten bij de beoordeling worden meegewogen: de inhoudelijke relevantie van de inschrijving, of op alle beoordelingsaspecten is ingegaan én of de inschrijving meerwaarde biedt. Uit paragraaf 3.2.1. van de gunningsleidraad volgt dat de mate waarin de doelstelling per subgunningscriterium wordt behaald maatgevend is voor de toekenning van de meerwaarde. Bovendien is daarin aangegeven dat de cijferbeoordeling tevens afhangt van de mate waarin de meerwaarde concreet wordt gemaakt. Hieruit volgt dat per subgunningscriterium naar de gehele inschrijving en dan met name naar het behalen van de doelstelling van dat subgunningscriterium dient te worden gekeken om te beoordelen of sprake is van meerwaarde. Zodoende hoeft de omstandigheid dat de beoordelingscommissie tot het oordeel komt dat de inschrijving op bepaalde punten meerwaarde biedt of positieve punten bevat, nog niet te betekenen dat de inschrijving ten aanzien van het desbetreffende subgunningscriterium in haar geheel meerwaarde heeft.

5.7.

Dit betekent dat niet is gebleken dat de beoordelingscommissie de inschrijving van Wallaard niet overeenkomstig het vooraf aangekondigde toetsingskader heeft beoordeeld door de score 0 toe te kennen, terwijl de beoordelingscommissie wel heeft geconstateerd dat de inschrijving op enkele onderdelen positieve punten en punten van meerwaarde bevat. Hierin is dan ook geen reden voor een herbeoordeling van de inschrijving(en) gelegen.

Inhoudelijke beoordeling

5.8.

Verder heeft Wallaard bezwaren geuit die zich richten op de beoordeling van het kwalitatieve subgunningscriterium 1 ‘Bouwlogistiek en planning’ en de aan haar toegekende score 0 (geen meerwaarde). Zij stelt zich op het standpunt dat in de beoordeling onjuistheden zijn opgenomen, waardoor haar inschrijving te laag is beoordeeld. Volgens Wallaard had zij op dit subgunningscriterium een score 1 (weinig meerwaarde) moeten krijgen.

5.9.

Bij de beoordeling van deze bezwaren komt de rechter slechts een beperkte toetsingsvrijheid toe. Aan de aangewezen beoordelaars moet de nodige vrijheid worden gegund. Hoewel inschrijvers hierdoor het gevoel kunnen krijgen dat zij te weinig rechtsbescherming krijgen, is een andere, meer “volle” rechterlijke toets niet goed denkbaar. De rechter kan en behoort niet op de stoel van de - deskundige - beoordelaars namens de aanbesteder plaats te nemen, maar beperkt zich tot de beantwoording van de vraag of tot de beoordeling “in redelijkheid” gekomen kon worden, of, anders gezegd, of aan die beoordeling evident feilen kleven.

5.10.

De bezwaren van Wallaard hebben betrekking op (de beoordeling van) haar eigen inschrijving en staan los van de inschrijving van Dura. Dit betekent dat Wallaard ten aanzien van de onderstaande punten niet is belemmerd door de omstandigheid dat de beslissing ten aanzien van de kenmerken en relatieve voordelen van de inschrijving van Dura mogelijk onvoldoende is gemotiveerd. Zodoende komt de voorzieningenrechter toe aan de inhoudelijke beoordeling van deze bezwaren.

Overleg met Monumentenzorg en Welstand

5.11.

De beoordelingscommissie heeft ten aanzien van de afstemming met de afdeling Monumentenzorg en Welstand geoordeeld: “Gezien de aard van project is het opvallend dat afstemming met monumentenzorg niet inzichtelijk is gemaakt in de planning”.

5.12.

Wallaard heeft gesteld dat zij die afstemming wel heeft benoemd, nu in de inschrijving staat: “De projectleider organiseert binnen twee weken na definitieve gunning een afstemoverleg met DSO afdeling Monumentenzorg en Welstand”. De Gemeente heeft aangevoerd dat afstemming meer is dan alleen een startoverleg. De Gemeente acht het noodzakelijk dat gedurende het gehele project overleg met de afdeling Monumentenzorg en Welstand plaatsvindt en een dergelijk overleg is niet opgenomen in de planning.

5.13.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de Gemeente de vrijheid om dergelijk, gedurende het project regelmatig terugkerend overleg, van belang te achten en de Gemeente mocht het niet opnemen van dat overleg dan ook als kritiekpunt mee laten wegen in het totaal van relevante beoordelingsaspecten.

Keet op ponton

5.14.

Met betrekking tot de optimale bouwlogistiek heeft Wallaard in de inschrijving onder meer het volgende opgenomen: “Wij plaatsen onze schaft- en uitvoerderskeet op een ponton in de gracht (…). Dit hebben wij bij [twee eerdere projecten, invoeging voorzieningenrechter] ook gedaan en heeft tot 0 klachten geleidt.”. Ter zitting heeft Wallaard verder gewezen op de bestekseis dat het maximale oppervlak van alle pontons, werkschuiten en dergelijke tezamen niet meer dan 2x 300m2 mag bedragen, waarbij zij heeft gesteld dat zij zich aan die eis zal houden.

5.15.

De beoordelingscommissie heeft hieromtrent het volgende geoordeeld: “De keet op een ponton zou een goede oplossing kunnen zijn. Enkel uit het Plan blijkt niet dat dit een haalbare oplossing is. Onduidelijk is of op basis van de werkwijze van de aannemer dit ponton past binnen de zeer beperkt toegestane m2 aan pontons door het Hoogheemraadschap van Delfland.”

5.16.

De voorzieningenrechter volgt het betoog van de Gemeente dat de beoordelingscommissie terecht heeft geoordeeld dat uit de inschrijving van Wallaard niet kan worden opgemaakt dat een ponton in de gracht bij dit specifieke project haalbaar is. De enkele verwijzing naar eerdere projecten is daartoe onvoldoende. De voornoemde bestekeis en het (kennelijk) voldoen van Wallaard aan die eis, maakt dit niet anders. De Gemeente heeft namelijk, onbetwist, aangevoerd dat de haalbaarheid niet enkel uit de oppervlakte van het ponton volgt. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan dan ook niet worden geconcludeerd dat deze kritische kanttekening onterecht door de beoordelingscommissie is gemaakt en dat sprake van een evidente beoordelingsfout.

Winst per damwand en methode knippen

5.17.

Verder heeft de beoordelingscommissie het volgende geoordeeld: “Winst in minuten per damwand stremming en de methode ‘knippen’ lijken positief, maar zijn niet SMART geformuleerd. Deze kunnen derhalve niet positief worden beoordeeld.”

5.18.

Volgens Wallaard heeft zij in haar inschrijving concreet opgenomen hoeveel minuten zij bespaart per damwand: “Rijbaan gedeeltelijk afgesloten. Door een andere wijze toe te passen van het ‘aanpikken’ van de damwandplanken verkorten we de stremmingsduur per damwandplank tot 7 minuten (in totaal zijn het 1880 damwandplanken).” Verder heeft zij over het knippen in haar inschrijving het volgende opgenomen: “Kade slopen door knippen. Wij knippen de bestaande kade met een kraan vanaf het ponton voorzien van een hydraulische schaar. Deze methode hebben wij ook met succes ingezet op de projecten (…). De hydraulische schaar breekt het beton in stukken waarna wij het sloopafval op het ponton laden en vanaf daar afvoeren.”

5.19.

De Gemeente heeft aangevoerd dat de inschrijver de meerwaarde ten aanzien van de damwanden concreet diende te maken. Uit de gunningsleidraad volgt dat de Gemeente bij de beoordeling van de concrete meerwaarde uitgaat van het SMART-beginsel (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden). Volgens de Gemeente heeft Wallaard onvoldoende concreet gemaakt hoe de verkorting van de stremmingsduur (met drie minuten) zal worden bewerkstelligd, welke techniek zij gebruikt, met welke techniek zij dit vergelijkt en hoe de tijdwinst is vastgelegd. De voorzieningenrechter volgt de Gemeente in dit betoog. Wallaard heeft enkel in haar inschrijving opgenomen dat zij ‘door een andere wijze toe te passen’ de stremmingsduur verkort. Van enige concretisering is geen sprake, hoewel dit op grond van de aanbestedingstukken wel van Wallaard kan worden verlangd.

5.20.

Ditzelfde geldt voor het slopen van de kade door middel van knippen. Ook op dit punt heeft Wallaard niet concreet gemaakt wat de (meetbare) voordelen zijn van deze methode. De voorzieningenrechter is met de Gemeente van oordeel dat de enkele verwijzing naar andere projecten daartoe onvoldoende is. Het gaat om de (meetbare) voordelen op dit moment ten opzichte van andere methoden. Zeker in het licht van het betoog van de Gemeente dat knippen (inmiddels) de gangbare methode is en voor dit project waarschijnlijk de enige methode.

5.21.

Ook ten aanzien van deze punten is zodoende niet gebleken de beoordelingscommissie een evidente fout heeft gemaakt door te oordelen dat deze punten niet als positief kunnen worden beoordeeld.

5.22.

Verder heeft Wallaard ten aanzien van het subgunningscriterium Bouwlogistiek en planning gesteld dat de door haar in haar inschrijving gehandelde top 3 risico’s niet willekeurig – hetgeen de beoordelingscommissie vermoedde – maar zorgvuldig en weloverwogen is gekozen. Wat hier ook van zij, Wallaard heeft in haar dagvaarding en pleitaantekeningen niet opgenomen welke risico’s dat zijn, zodat Dura zich hier niet tegen heeft kunnen verweren. Aan een inhoudelijke beoordeling van deze stelling komt de voorzieningenrechter zodoende niet toe.

Afhankelijkheden

5.23.

Ter zitting hebben partijen nog gedebatteerd over de beoordeling omtrent ‘afhankelijkheden tussen kritische onderdelen’. Op welke wijze de beoordelingscommissie in dat kader een evidente fout zou hebben gemaakt is evenwel niet door Wallaard gesteld, zodat hieraan voorbij wordt gegaan.

Concluderend

5.24.

Gelet op het voorgaande kan niet worden geconcludeerd dat de beoordelingscommissie in redelijkheid niet de score 0 (geen meerwaarde) had kunnen geven.

Nu ook hierin geen reden voor een herbeoordeling is gelegen, wordt de primaire vordering afgewezen.

Motivering gunningsbeslissing

5.25.

Volgens Wallaard voldoet de door de Gemeente gegeven motivering niet aan de eisen die daaraan worden gesteld. Wallaard heeft in dat kader gesteld dat de motivering summier is, omdat het enkel weergeven dat de onderbouwing van onvoldoende kwaliteit is (prestatie 2) of dat de onderbouwing niet voldoende SMART zou zijn (prestatie 3) zonder nadere onderbouwing volgens Wallaard onvoldoende is. Het is de voorzieningenrechter niet duidelijk op welk deel van de beoordeling Wallaard doelt (er wordt in de beoordeling meermaals gerefereerd aan het SMART-beginsel). Daarbij komt dat Wallaard de desbetreffende delen uit de beoordeling niet heeft geciteerd, zodat Dura zich hiertegen niet heeft kunnen verweren. Dit onvoldoende geconcretiseerde beroep op een (te?) summiere motivering van de beslissing kan dan ook niet slagen.

5.26.

Verder heeft Wallaard zich op het standpunt gesteld dat de gunningsbeslissing niet met inachtneming van artikel 3.39.4. ARW 2016 is gemotiveerd. In dat artikel is bepaald dat de gunningsbeslissing ten minste de relevante redenen van de beslissing, waaronder de kenmerken en relatieve voordelen van de uitgekozen inschrijving dient te bevatten. In de gunningsbeslissing is ten aanzien van de uitgekozen inschrijving, te weten de inschrijving van Dura, de inschrijvingssom, de behaalde korting en de totaal fictieve inschrijvingssom opgenomen. Volgens Wallaard had de Gemeente in de gunningsbeslissing ook moeten vermelden waarom Dura het volgens de beoordelingscommissie beter heeft gedaan dan Wallaard. De Gemeente heeft aangevoerd dat de gunningsbeslissing wel aan de motiveringseisen voldoet, nu in de beslissing ten aanzien de geselecteerde inschrijver enkel de eindscores bekend hoeven te worden gemaakt.

5.27.

De voorzieningenrechter is met Wallaard van oordeel dat de Gemeente niet aan haar motiveringsplicht heeft voldaan.

5.28.

Gelet op het belang van een afgeschreven inschrijver om in de praktijk gebruik te kunnen maken van zijn recht op een doeltreffende voorziening in rechte tegen een gunningsbeslissing, dient de aanbestedende dienst - voor zover mogelijk en voor zover die mededeling niet afdoet aan het vertrouwelijke karakter van de winnende inschrijving - op neutrale wijze de inhoud van de gegevens betreffende de doorslaggevende aspecten van de uitgekozen inschrijving in het voorlopige gunningsbeslissing te vermelden. De aanbestedende dienst kan daartoe met name bepaalde aspecten en de technische kenmerken van een inschrijving van de winnaar samengevat meedelen, zodat de vertrouwelijke informatie niet kan worden achterhaald. In dit geval blijkt uit het door de Gemeente in de motivering van de voorlopige gunningsbeslissing vermelde overzicht van de (fictieve) inschrijvingssommen en behaalde kortingen dat Dura bijna de maximaal haalbare fictieve korting heeft gescoord. Hieruit volgt dat Dura op bijna alle subgunningscriteria voor wat betreft de kwaliteit van de inschrijving (veel) meerwaarde heeft geboden en dus ook veel meer dan Wallaard. Op basis hiervan moet in redelijkheid aan Wallaard kunnen worden uitgelegd welke relatieve voordelen de inschrijving van Dura volgens de Gemeente heeft.

5.29.

De Gemeente heeft hieraan niet voldaan. Dit brengt met zich dat de voorlopige gunningsbeslissing niet in stand kan blijven. De Gemeente zal, indien zij de aanbesteding wenst voort te zetten, op basis van de gedane beoordeling een nieuwe voorlopige gunningsbeslissing kunnen nemen en daarbij die beslissing met inachtneming van de eisen van artikel 3.39.4. ARW 2016 motiveren. In dat geval zal weer een nieuwe rechtsbeschermingstermijn gaan lopen.

Vorderingen Dura

5.30.

In de stellingen van de Gemeente ligt besloten dat hij niet voornemens is Dura -uiteindelijk - te passeren voor gunning van de opdracht. Bij die stand van zaken heeft Dura geen belang bij toewijzing van het daarop betrekking hebbende deel van haar vordering. Gezien het voorgaande zullen ook de overige vorderingen van Dura worden afgewezen, nu geen grond bestaat voor toewijzing van die vorderingen.

Proceskosten

5.31.

In de omstandigheid dat alle partijen over en weer op onderdelen in het ongelijk zijn gesteld, wordt aanleiding gevonden te bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

6 De beslissing

De voorzieningenrechter:

6.1.

gebiedt de Gemeente om, indien de Gemeente de aanbestedingsprocedure wil voortzetten, op basis van de gedane beoordeling een nieuwe voorlopige gunningsbeslissing te nemen en deze met inachtneming van artikel 3.39.4. ARW 2016 te motiveren;

6.2.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.3.

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

6.4.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.F. Hesselink en in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2021.

fo