Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:11806

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
22-10-2021
Datum publicatie
28-10-2021
Zaaknummer
NL21.13782
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek om een voorlopige voorziening – Dublinverordening – overdrachtstermijn – toewijzing verzoek

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL21.13782


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], V-nummer: [nummer], verzoekster

mede namens haar minderjarige kinderen:

[naam2] , V-nummer: [nummer2]

[naam3] , V-nummer: [nummer3]

(gemachtigde: mr. E.J.L. van de Glind),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. R.A.P.M. van der Zanden).


Procesverloop

Bij besluit van 26 augustus 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoekster niet in behandeling genomen op de grond dat Denemarken verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.


Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL21.13779, NL21.13780, NL21.13781, NL21.13783, NL21.13784, NL21.14486 en NL21.14487, op 20 oktober 2021 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Toma. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Verzoekster heeft op 27 augustus 2021 de rechtbank verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Verweerder heeft ter zitting de rechtbank verzocht om met spoed uitspraak te doen, omdat de overdrachtstermijn op 26 oktober 2021 verstrijkt.

2. Gelet op de belangen die op grond van artikel 29, eerste lid, in samenhang met artikel 27, derde lid, van de Dublinverordening zijn gemoeid bij een spoedige uitspraak ziet de rechtbank aanleiding om reeds nu uitspraak te doen op het verzoek om een voorlopige voorziening en het verzoek toe te wijzen.

3. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing


De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe, inhoudende dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoekster niet mag worden overgedragen aan Denemarken totdat is beslist op het beroep.

Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.