Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:11635

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
20-10-2021
Datum publicatie
26-10-2021
Zaaknummer
NL20.21608
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

eiser, Nigeriaanse nationaliteit, homoseksuele gerichtheid, niet geloofwaardig, publicaties Nigerian Observer, beroep ongegrond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL20.21608


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. G.A.P. Avontuur),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. R.A.P.M. van der Zanden).


Procesverloop
Bij besluit van 1 december 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 26 augustus 2021 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen A.C.M. Keijzer. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

De uitspraaktermijn is met twee weken verlengd.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [geboortedatum] en bezit de Nigeriaanse nationaliteit. Hij heeft op 21 juni 2018 in Nederland een asielaanvraag ingediend.

2. Eiser heeft aan de aanvraag ten grondslag gelegd dat hij homoseksueel is en daardoor in Nigeria problemen heeft ondervonden. Hij stelt dat hij vanaf 2008 een relatie heeft gehad met [naam2]. Toen zij in februari 2014 met elkaar seks hadden, werden zij door de buurvrouw betrapt. Eiser en [naam2] zijn het huis uit gevlucht, in verschillende richtingen weggerend en [naam2] werd opgepakt en vermoord. Ook is later het huis van de vader van eiser in brand gestoken. Op 26 februari 2015 is er in de krant en de media een artikel verschenen over eiser en zijn geaardheid. Vanaf dat moment voelde eiser zich helemaal niet meer veilig en is hij uit Nigeria gevlucht. In Europa is eiser ook bedreigd door Nigeriaanse mensen vanwege zijn homoseksuele geaardheid. Hij heeft in Europa een relatie gekregen met een vrouw en stelt nu biseksueel te zijn. In april 2019 is er over eiser weer een krantenartikel uitgekomen in Nigeria. Eiser stelt dat de autoriteiten nog steeds naar hem op zoek zijn. Ter onderbouwing van zijn asielrelaas heeft eiser (online) krantenartikelen uit de Nigerian Observer van 26 februari 2015 en 10 april 2019 overgelegd en een bericht van de website van de Nigeriaanse politie1 van 26 juni 2020. Ook heeft hij foto’s overgelegd en screenshots van WhatsApp-berichten.

3. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig geacht. Verweerder acht niet geloofwaardig zijn gestelde homoseksuele gerichtheid en de daardoor ondervonden problemen. Verweerder heeft hieraan ten grondslag gelegd dat eiser algemene en summiere verklaringen heeft afgelegd over zijn gevoelens, zijn gedachten en zorgen, en de omgang met zijn seksuele gerichtheid. Ook heeft hij volgens verweerder onlogisch en wisselend verklaard over zijn handelen, zijn omgeving en zijn relaties. Eiser heeft verweerder evenmin kunnen overtuigen met zijn verklaringen over de relatie die hij in Europa is aangegaan met een vrouw. Dat eiser enige kennis heeft van de positie van homoseksuelen in Nederland en Nigeria en van discriminatie, repressie en vervolging van homoseksuelen in Nigeria leidt er volgens verweerder niet toe dat hij zijn gestelde homoseksuele gerichtheid aannemelijk heeft gemaakt. Nu de gestelde homoseksuele gerichtheid niet geloofwaardig wordt geacht, worden de hierdoor ontstane problemen ook ongeloofwaardig geacht. Over de problemen op zichzelf heeft eiser volgens verweerder ook ongeloofwaardig verklaard. Over de door eiser overgelegde publicaties uit de Nigerian Observer en het politiebericht heeft verweerder overwogen dat deze niet zelfstandig kunnen dienen als onderbouwing van zijn gestelde problemen. Daarbij wordt ook getwijfeld aan de inhoudelijke juistheid van de artikelen. Onderzoek heeft uitgewezen dat het bericht van de Nigeriaanse politie niet afkomstig is van de werkelijke Nigeriaanse politie. De door eiser overgelegde foto’s kunnen evenmin dienen ter onderbouwing van de gestelde problemen, nu niet kan worden vastgesteld of [naam2] of het huis van de vader van eiser hierop staat afgebeeld. Over de screenshots met bedreigingen heeft verweerder overwogen dat niet duidelijk is van welke telefoon deze afkomstig zijn en door wie deze zijn verzonden.

4. Eiser betwist dat hij ongeloofwaardig heeft verklaard. Hij meent verder dat verweerder er ten onrechte vanuit is gegaan dat hij zijn homoseksuele gerichtheid onvoorwaardelijk heeft geaccepteerd. Volgens eiser heeft verweerder ondeugdelijk gemotiveerd waarom de overgelegde artikelen uit de Nigerian Observer niet kunnen dienen ter ondersteuning van zijn relaas.

De rechtbank oordeelt als volgt.

De gestelde seksuele gerichtheid van eiser

5. De rechtbank stelt voorop dat het aan eiser is om vooral aan de hand van zijn verklaringen zijn gestelde homoseksuele gerichtheid aannemelijk te maken. Hij is immers als geen ander in staat inzicht te bieden in wat hij innerlijk denkt of voelt.2 De verklaringen hierover heeft verweerder terecht algemeen en summier gevonden. Zo heeft eiser verklaard dat het niet gebruikelijk was dat een man met een man omgaat, dat het niet geaccepteerd wordt en dat hij er zich niet comfortabel bij voelde. Ook heeft hij verklaard dat het als een zware last voelde3, dat hij veel over zijn gevoelens nadacht en veel piekerde.4 Met deze algemene beschrijvingen van zijn gedachten heeft eiser geen inzicht gegeven in zijn precieze gedachten, zorgen en gevoelens over zijn seksuele gerichtheid. Terecht heeft verweerder erop gewezen dat eiser heeft verklaard dat hij gedurende een periode van vier jaar met zijn gevoelens heeft geworsteld en dat hierover veel nagedacht. Van hem mag dan ook verwacht worden dat hij met zijn verklaringen inzicht kan geven in zijn gedachten over zijn homoseksuele gerichtheid.

6. Verweerder heeft ook terecht opgemerkt dat eiser summier en oppervlakkig heeft verklaard over zijn gevoelens voor jongens en zijn gevoelens voor [naam2]. Veel verder dan een beschrijving van seksuele gevoelens komt eiser niet. Op de vraag naar andere gevoelens voor mannen heeft eiser verklaard dat hij fantaseerde samen te zijn met een man als partner en dat hij misschien met deze persoon kon trouwen.5 Hij zegt weliswaar ook andere gevoelens te hebben, maar beschrijft deze niet. Op de vraag wat eiser aantrok aan [naam2] heeft eiser geantwoord: ‘Seksuele gevoelens, zijn karakter, zijn manier van lopen. Hoe ik praatte met hem. Dat was voor mij aantrekkelijk.6 Ook heeft hij verklaard dat hij romantisch is en een goed postuur heeft en dat het goed voelde en hij zich door hem gesteund voelde.7 Verweerder heeft er terecht op gewezen dat eiser stelt dat hij en [naam2] jarenlang een relatie hebben gehad en dat van eiser dan ook verwacht mag worden dat hij in meer dan in deze algemene bewoordingen over zijn gevoelens voor [naam2] kan vertellen. Dat eiser niet weet hoe hij zijn verklaringen verder kan aanvullen, weerlegt dit niet. Eiser heeft ook niet onderbouwd waarom het voor hem niet mogelijk was om hierover meer te vertellen.

7. Verweerder heeft er voorts op kunnen wijzen dat de verklaringen van eiser niet met elkaar stroken. Zo heeft eiser enerzijds verklaard dat hij bezorgd was, omdat de omgeving homoseksualiteit niet accepteerde, dat hij zich terugtrok en het spelen met jongens vermeed8 en anderzijds heeft hij verklaard dat hij in dezelfde periode juist toenadering zocht tot een andere jongen. Zo heeft eiser verklaard dat hij de jongen op een openbare locatie, ín de school, heeft aangeraakt en heeft voorgesteld om naar een plek te gaan.9 Ook heeft hij verklaard dat hij tegen [naam2] ín de klas heeft gezegd dat hij hem leuk vond en hem daarbij aanraakte.10 Verweerder heeft dit vreemd kunnen vinden, omdat eiser zich, naar hij stelt, ook bewust was van de risico’s voor homoseksuelen in Nigeria. De stelling van eiser in beroep dat hij in een vermetele bui toenadering heeft gezocht en dat dit niet per definitie gevaarlijk was, maakt niet dat verweerder deze handelswijze niet bevreemdend heeft kunnen vinden.

8. Eiser heeft verder tegenstrijdig verklaard over het ontstaan van de relatie met [naam2]. Verweerder heeft terecht gewezen op de verklaringen van eiser dat hij niet wist dat [naam2] gevoelens voor jongens had en dat hij dacht ‘ik zeg het maar tegen hem en kijk wat zijn antwoord is’. Ook heeft hij verklaard: ‘ … ik doe het gewoon. Ik wist wel dat het een risico was, maar ik dacht, ik accepteer mijzelf’.11 Later heeft eiser echter verklaard dat hij wél dacht dat [naam2] dezelfde gedachten had, omdat [naam2] de wens had geuit dat in Nigeria ook een man met een man kan zijn.12

9. Verweerder heeft voorts de verklaringen van eiser over zijn relatie met een vrouw terecht summier en oppervlakkig gevonden. Zo heeft eiser verklaard: ‘gevoelens voor mijn vrouw kwamen binnen’, ‘het was niet meteen … ik zag haar lichaam en ik ontwikkelde gevoelens voor haar. Toen dacht ik, als ik een relatie ga beginnen met deze vrouw, dat de homoseksualiteit zal zakken’.13 Eiser heeft hiermee niet inzichtelijk gemaakt hoe hij het aangaan van een relatie met een vrouw heeft beleefd. Nu eiser stelt dat hij in Europa (Duitsland) bewust op zoek is gegaan naar een vrouw om te proberen zijn gevoelens te veranderen en zich van zijn homoseksualiteit te bevrijden uit angst voor de vervolging in Nigeria, mag van eiser verwacht worden dat hij inzicht geeft in de gedachten en overwegingen die hiermee gepaard zijn gegaan. Verweerder heeft op dit punt ook bij de beoordeling kunnen betrekken dat eiser weliswaar heeft verklaard dat hij zich van zijn homoseksuele gevoelens wilde bevrijden, maar dat hij hiernaar niet heeft gehandeld. Hij had op dat moment immers (ook) een relatie met een man. De verklaring van eiser dat hij die relatie voor derden verborgen hield, omdat hij dacht dat homoseksualiteit in Europa verboden was, heeft verweerder niet hoeven volgen. Niet valt immers in te zien dat eiser vanwege zijn homoseksuele gerichtheid naar Europa vlucht, maar niet weet dat homoseksualiteit daar niet tot vervolging leidt.

10. Eisers stelling dat hij zijn homoseksuele gerichtheid mogelijk (nog) niet onvoorwaardelijk heeft geaccepteerd en dat om die reden zijn verklaringen niet overtuigen, berust enkel op een observatie van de gemachtigde van eiser die verder niet is onderbouwd. De rechtbank volgt de gemachtigde daarin dan ook niet, temeer niet nu eiser op verschillende momenten heeft verklaard dat hij zijn homoseksuele gevoelens en gerichtheid wél heeft geaccepteerd.14 Los daarvan volgt uit de werkinstructie 2019/17 dat tijdens de gehoren de nadruk ligt op het authentieke, individuele verhaal van een vreemdeling. Dit betekent dat verweerder bij de beoordeling van de geloofwaardigheid, in voorkomende gevallen, rekening zal moeten houden met situaties waarin de asielzoeker zijn of haar gestelde seksuele gerichtheid nog niet volledig heeft geaccepteerd. Verweerder mag echter ook dán verlangen dat over het proces van ontluikende acceptatie en de twijfels die daarmee gemoeid zijn concreet, consistent en overtuigend wordt verklaard. De rechtbank volgt daarom ook niet het betoog van eiser dat het beleid van verweerder is gebaseerd is op een onjuist uitgangspunt en daarmee kennelijk onredelijk is.

Problemen als gevolg van de gestelde homoseksuele gerichtheid

11. Verweerder heeft zich ook voldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat de gestelde betrapping op 10 februari 2014 ongeloofwaardig is. Verweerder heeft kunnen overwegen dat het opmerkelijk is dat eiser en [naam2] die dag overdag afspraken, in het ouderlijk huis van eiser, daarbij luidruchtig waren toen zij seks met elkaar hadden én vergaten de deur op slot te doen, terwijl zij al vijf jaar lang hun relatie succesvol verborgen hadden weten te houden. Daarnaast heeft verweerder kunnen opmerken dat het niet in de rede ligt dat de buurvrouw van eiser zomaar de slaapkamer kwam binnenlopen, omdat zij geluid zou horen. Bovendien heeft eiser niet eenduidig verklaard wie nu teveel lawaai maakte, wat wel van eiser verwacht had mogen worden, nu dit de kern van het relaas betreft. Gelet op het voorgaande heeft verweerder de hierdoor ontstane problemen als de moord op [naam2] en de brand in de woning van de vader van eiser ook ongeloofwaardig kunnen vinden.

12. De door eiser overgelegde Nigerian Observer van 10 april 2019 met daarin het artikel is onderzocht door Bureau Documenten. Hoewel Bureau Documenten heeft geconcludeerd dat de krant met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid echt is, kan niet worden vastgesteld of het artikel inhoudelijk juist is.15 Bureau Documenten heeft daarbij opgemerkt dat het in grote delen van Afrika, waaronder Nigeria, tamelijk gebruikelijk is dat journalisten zich laten betalen om bepaalde informatie te publiceren. Met verwijzing naar het onderzoek van Bureau Documenten heeft verweerder in het bestreden besluit deugdelijk gemotiveerd waarom in het geval van eiser niet zonder meer kan worden uitgegaan van de juistheid van de artikelen. Verweerder heeft terecht verwezen naar pagina 32 van het algemeen ambtsbericht16 waarin staat dat ‘veel journalisten worden betaald artikelen te schrijven waarvan de inhoud vooral wordt bepaald door de opdrachtgever. Omdat journalisten vaak worden onderbetaald, is de verleiding vaak groot mee te doen aan dergelijke praktijken.’ De stelling van eiser in beroep dat bij de totstandkoming van het algemeen ambtsbericht de Nigerian Observer ook als openbare bron wordt gezien, betekent niet dat van de juistheid van de artikelen moet worden uitgegaan. Verweerder heeft toegelicht dat het ambtsbericht op veel meer bronnen is gebaseerd en dat slechts één keer gebruik is gemaakt van de krant als geraadpleegde openbare bron. Het door eiser overgelegde artikel van EASO17, waaruit volgt dat de krant niet in verband is gebracht met ‘brown envelope journalism’ betekent niet dat hiervan in het geval van de artikelen over eiser geen sprake kan zijn. Verweerder heeft verder in zijn beoordeling kunnen betrekken dat het opmerkelijk is dat de krant vijf jaar na de gestelde betrapping en vier jaar na de eerste publicatie opnieuw is uitgebracht. Verweerder heeft gelet op het voorgenoemde geen aanleiding hoeven zien om de artikelen te laten onderzoeken door Team Onderzoek en Expertise Land en Taal (TOELT). Van strijd met de werkinstructie 2020/17 is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake.

13. Aan eiser kan worden toegegeven dat verweerder het door hem ingebrachte bericht van de Nigeriaanse politie in eerste instantie niet op juiste wijze heeft geduid door in het voornemen te spreken over een ‘artikel’. Dat heeft evenwel geen consequenties voor de rechtmatigheid van het bestreden besluit omdat ook dit bericht op zichzelf niet kan bijdragen aan het bewijs van eisers gestelde problemen in Nigeria. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat verweerder het document alsnog heeft voorgelegd aan TOELT, dat - volgens de in beroep overgelegde e-mailcorrespondentie - heeft geconcludeerd dat het bericht niet afkomstig is van de officiële website van de Nigeriaanse politie.

14. Tot slot heeft verweerder bij zijn beoordeling kunnen betrekken dat eiser in 2018 bij de Nigeriaanse ambassade een paspoort heeft aangevraagd en gekregen. Niet valt in te zien dat hij dit paspoort zonder problemen heeft kunnen verkrijgen indien hij daadwerkelijk zou worden gezocht door de Nigeriaanse autoriteiten.

15. Verweerder heeft dan ook voldoende gemotiveerd dat eiser ongeloofwaardig heeft verklaard en daarom zijn asielrelaas niet aannemelijk heeft gemaakt. Gelet hierop komt eiser niet in aanmerking voor toelating op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vreemdelingenwet 2000. De aanvraag is dan ook terecht afgewezen als ongegrond.

16. Het beroep is ongegrond.

17. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van mr.A.E. Paulus, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.

1 Nigerian Police Force.

2 zie hiervoor r.o. 3.1 van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 4 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:154.

3 Rapport nader gehoor van 19 december 2019, p. 14 van 16.

4 Rapport aanvullend gehoor van 23 december 2019, p. 8 van 19.

5 Rapport aanvullend gehoor, p. 6 en 7 van 19.

6 Rapport aanvullend gehoor, p. 7 van 19.

7 Rapport aanvullend gehoor, p. 8 van 19.

8 Rapport nader gehoor, p. 14 van 16.

9 Rapport aanvullend gehoor, p. 5 van 19.

10 Rapport nader gehoor, p. 15 van 16.

11 Rapport nader gehoor, p. 15 van 16.

12 Rapport aanvullend gehoor, p. 8 van 19.

13 Rapport aanvullend gehoor, p. 15 van 19.

14 Rapport nader gehoor, p. 15 van 16 en rapport aanvullend gehoor, p. 3 van 19.

15 zie hiervoor verklaring van onderzoek Bureau Documenten van 9 januari 2020.

16 Algemeen ambtsbericht Nigeria van het Ministerie van Buitenlandse zaken van 27 juni 2018.

17 European Asylum Support Office, artikel van 9 juli 2018