Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:11616

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
19-10-2021
Datum publicatie
13-12-2021
Zaaknummer
9313808 / EJ VERZ 21-84258
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst. Werkgever exploiteert een vleesverwerkend bedrijf en heeft (strenge) Coronamaatregelen ingesteld voor al haar werknemers om tijdelijke sluiting en andere negatieve gevolgen te voorkomen. Een werknemer houdt zich niet aan deze regels. Werkgever meent dat werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Dit incident is naar het oordeel van de kantonrechter te gering om de beëindiging van de arbeidsovereenkomst te rechtvaardigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2021-1590
Jurisprudentie HSE 2021/141
RAR 2022/30
JIN 2022/20 met annotatie van Blécourt, M.A. de, Montoya Gil, P.I.
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Zittingsplaats Gouda

Zaaknummer: 9313808 EJ VERZ 21-84258

Beschikking van de kantonrechter d.d. 19 oktober 2021 in de zaak van:

de besloten vennootschap Compaxo Fijne Vleeswaren B.V.,

gevestigd te Gouda,

verzoekende partij,

hierna te noemen: Compaxo,

gemachtigde: mr. E.J.L. Mulderink,

tegen

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats] ,

verwerende partij,

hierna te noemen: [verweerder] ,

gemachtigde: mr. H.A. Groeneveld.

1 Het verloop van de procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van de navolgende stukken, uit welke stukken tevens het verloop van de procedure blijkt:

- het verzoekschrift, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 15 september 2021;

- het verweerschrift, tevens voorwaardelijk tegenverzoek;

- de aantekeningen die de griffier heeft gemaakt tijdens de mondelinge behandeling van deze zaak op 28 september 2021.

2 De beoordeling

2.1

Compaxo verzoekt in deze procedure de ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen partijen, met veroordeling van [verweerder] in de kosten van de procedure.

2.2

Compaxo legt het volgende aan haar verzoek ten grondslag. [verweerder] , geboren op [geboortedatum] 1963, is op 8 maart 1993 bij Compaxo als productiemedewerker in dienst getreden. Zijn laatstelijk verdiende salaris bedraagt € 2.275,20 bruto per vier weken. Hij volgt thans een re-integratietraject en voert enigszins aangepaste werkzaamheden uit. [verweerder] is tijdens zijn verlof naar Kaapverdië afgereisd, terwijl voor dat land code oranje gold. Bij terugkeer uit dit land was, zoals algemeen bekend is, een thuisquarantaineperiode van tien dagen in acht te nemen. Compaxo heeft hem daarop gewezen. De bij haar geldende Corona-regels zijn vermeld in haar interne notitie welke zij in januari 2021 per e-mail aan haar werknemers, waaronder [verweerder] , heeft toegezonden. In de week van 3 mei 2021 heeft de vrouw van [verweerder] Compaxo benaderd met het verzoek om zijn verlof met een week te verlengen. Compaxo heeft dit toegestaan. Zij ging er van uit dat de verlenging werd gevraagd wegens de in acht te nemen quarantaineperiode. Dit bleek niet het geval. [verweerder] heeft Kaapverdië op 13 mei 2021 verlaten en zou op 15 mei 2021 in Nederland zijn aangekomen. Vervolgens is hij op 17 mei 2021 op het werk verschenen. Compaxo heeft hem toen dadelijk geschorst, zonder doorbetaling van het loon, omdat hij zich bewust niet hield aan de landelijke quarantaine regels omtrent Corona en hij zich ook niet heeft gehouden aan de binnen Compaxo geldende regels. Tijdens het gesprek dat aan de schorsing vooraf is gegaan, heeft [verweerder] kwaad gereageerd. Hij heeft op dreigende toon duidelijk gemaakt dat hij het niet eens was met het besluit van Compaxo om hem te schorsen en liet weten dat hij maling had aan de Corona-beleidsregels van de overheid en van Compaxo. Dit gedrag is onacceptabel en staat een vruchtbare verdere samenwerking in de weg. Bij brief d.d. 17 mei 2021 heeft Compaxo de schorsing aan [verweerder] bevestigd. Vervolgens heeft de gemachtigde van [verweerder] bij e-mailbericht d.d. 18 mei 2021 aan Compaxo laten weten dat [verweerder] wist dat niet noodzakelijke reizen naar Kaapverdië niet waren toegestaan, maar dat zijn reis een noodzakelijke reis was, omdat zijn vader doodziek in het ziekenhuis lag en zijn behandelend arts de familie had laten weten dat wanneer zij hem nog wilden zien, zij beter snel konden komen. Van het feit dat hij bij thuiskomst in thuisquarantaine moest, zou hij zich volgens zijn gemachtigde niet bewust zijn geweest. De GGD inspecteerde in de ten deze relevante periode tweemaal per week of Compaxo, een vleesverwerkend bedrijf, zich aan de Corona-regels hield. Het niet naleven van deze regels zou leiden tot de (tijdelijke) sluiting van haar bedrijf, met alle negatieve gevolgen van dien. Compaxo had er daarom groot belang bij dat de Corona-regels bij haar op de werkvloer strikt in acht werden genomen. [verweerder] heeft ernstig verwijtbaar gehandeld, doordat hij geen thuisquarantaine heeft gehouden en na zijn terugkomst uit Kaapverdië dadelijk op het werk is verschenen. Hij heeft daarmee zijn collega’s willens en wetens blootgesteld aan een mogelijke besmetting en heeft willens en wetens het risico genomen dat Compaxo zeer substantiële schade zou leiden. Het feit dat uiteindelijk geen Corona-uitbraak heeft plaatsgevonden, doet dit niet anders zijn. Compaxo handhaaft de Corona-regels strak. Het is niet juist dat collega’s van [verweerder] , na terugkomst uit oranje gebied, zonder quarantaine zijn gaan werken. Als gevolg van de gedragingen van [verweerder] heeft Compaxo alle vertrouwen in hem verloren. De arbeidsverhouding tussen partijen is zodanig verstoord, dat van Compaxo in redelijkheid niet kan worden gevergd deze voort te zetten. Voor zover de arbeidsovereenkomst niet ontbonden zou kunnen worden op de e- of g-grond, dient deze te worden ontbonden op de i-grond. Aangezien [verweerder] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, kan hij geen aanspraak maken op de transitievergoeding. Hij kan evenmin aanspraak maken op de door hem verzochte billijke vergoeding. Het onderhavige verzoek hangt niet samen met de arbeidsongeschiktheid van [verweerder] .

2.3

[verweerder] verzoekt om de afwijzing van het verzoek van Compaxo. Voor het geval dat verzoek wel toewijsbaar zou zijn maakt hij aanspraak op de transitievergoeding en op een billijke vergoeding ter grootte van zijn loon vanaf de einddatum tot en met 4 september 2022, vermenigvuldigd met een factor 1,5. [verweerder] voert hiertoe het volgende aan. Hij is ruim 28 jaar bij Compaxo in dienst. Hij op 9 juli 2019 ziek uitgevallen en is sindsdien stukje bij beetje weer aan het opbouwen in uren. Sinds november 2020 werkt hij weer zijn volledige uren in licht aangepast werk. Partijen verschillen thans van mening over de vraag of dit werk is te beschouwen als, zoals [verweerder] meent, passend werk, dat Compaxo hem duurzaam kan en moet aanbieden, zodat hij weer volledig arbeidsgeschikt moet worden gemeld. Op 19 mei 2021 heeft het UWV op verzoek van [verweerder] een deskundigenoordeel afgegeven, inhoudende dat Compaxo onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt dat er geen andere passende mogelijkheden bij de eigen werkgever zijn. [verweerder] is in mei 2021 afgereisd naar Kaapverdië om daar zijn doodzieke vader te bezoeken. Dit was een noodzakelijke reis. Over zijn bestemming heeft hij niet geheimzinnig gedaan. Het is niet juist, zoals Compaxo stelt, dat zij hem nogmaals heeft geattendeerd op de geldende Corona-regels, het beleid en de gevolgen daarvan. Compaxo heeft zijn reisbestemming voor kennisgeving aangenomen. Na zijn terugkomst is [verweerder] op 17 mei 2021 weer aan het werk gegaan. Hij was niet op de hoogte van de verplichte thuisquarantaine. Diverse collega’s waren gedurende de COVID-uitbraak ook in oranje gebieden geweest en waren evenmin in thuisquarantaine gegaan. Op 17 mei 2021 is hij echter gedurende 10 dagen zonder behoud van loon geschorst, omdat hij zich bewust niet zou hebben gehouden aan de Corona-regels. De gemachtigde van [verweerder] heeft zich namens hem op het standpunt gesteld dat een schorsing voor de duur van vijf dagen volstond en dat hem, nu hij een noodzakelijke reis had gemaakt, het salaris doorbetaald moest worden. Op 21 mei 2021 heeft [verweerder] aan Compaxo laten weten dat hij inmiddels beschikte over een negatieve test en dat hij er zonder tegenbericht van uitging dat hij de week daarop weer zou worden toegelaten tot zijn werk. Dat gebeurde helaas niet. Hij werd naar huis gestuurd met het bericht dat hij niet voor één, maar voor twee weken was geschorst. Per e-mailbericht d.d. 28 mei 2021 liet Compaxo aan zijn gemachtigde weten dat een voorzetting van dienstverband niet tot de mogelijkheden behoorde. Compaxo heeft [verweerder] een vaststellingsovereenkomst aangeboden, welke hij niet heeft geaccepteerd. Op 31 mei 2021, na de ommekomst van de periode waarvoor hij was geschorst, heeft [verweerder] zich opnieuw op het werk gemeld. Hij is toen opnieuw naar huis gestuurd. Op 12 augustus 2021 heeft het UWV Compaxo wegens onvoldoende re-integratie inspanningen een loonsanctie opgelegd. De interne notitie van Compaxo, waarin zij de bij haar geldende Corona-regels heeft vermeld, heeft [verweerder] nimmer gezien. Aangezien [verweerder] gebrekkig Nederlands spreekt, zou hij de inhoud van die notitie bovendien niet hebben kunnen begrijpen. Compaxo heeft verzuimd zich er van te vergewissen dat hij goed op de hoogte was van de Corona-regels. Het is niet juist dat [verweerder] heeft gezegd dat hij op 17 mei 2021 boos is geworden en heeft gezegd dat hij maling heeft aan de Corona-regels. Hij is tijdens het op 17 mei 2021 gevoerde gesprek keurig op zijn stoel blijven zitten. Hij was wel geïrriteerd dat hij zonder doorbetaling van loon werd geschorst en heeft gezegd dát onzin te vinden. Het feit dat hij in quarantaine moest heeft hij geaccepteerd. Het feit dat [verweerder] niet op eigen initiatief in thuisquarantaine is gegaan, was fout. [verweerder] betreurt deze fout. Hij heeft deze fout echter niet bewust gemaakt. Ten tijde van zijn terugkomst gold dat de thuisquarantaine eindigde indien de GGD hem op dag vijf van zijn thuisquarantaine negatief had getest. Compaxo is zich ten onrechte op het standpunt blijven stellen dat er quarantaine gold van tien dagen. Compaxo rekent [verweerder] genadeloos hard af. Daarbij dient in aanmerking te worden genomen dat hij al 28 jaar bij haar werkt, dat hij op dit moment arbeidsongeschikt is en met zijn relatief hoge leeftijd en gezondheidsproblemen, zijn relatief beperkte opleiding en slechte beheersing van de Nederlandse taal een ronduit beroerde positie heeft op de arbeidsmarkt. Het feit dat partijen van mening verschillen over de vraag of [verweerder] al dan niet bewust niet in thuisquarantaine is gegaan, kan niet tot de conclusie leiden dat de arbeidsverhouding tussen partijen duurzaam, ernstig is verstoord. Compaxo heeft er ten onrechte voor gekozen om dit meningsverschil te laten escaleren. Aangezien de aangedragen e- en g-gronden geen voldragen gronden zijn, kan de arbeidsovereenkomst evenmin worden ontbonden op de i-grond. Voor zover dat anders zou zijn maakt [verweerder] aanspraak op de hiervoor vermelde vergoedingen.

2.4

De kantonrechter overweegt het volgende.

2.5

Op grond van hetgeen partijen hebben aangevoerd en de in het geding gebrachte producties staat het volgende vast:

a. [verweerder] , geboren op [geboortedatum] 1963, is op 8 maart 1993 bij Compaxo als productiemedewerker in dienst getreden; zijn laatstelijk verdiende salaris bedraagt € 2.275,20 bruto per vier weken; [verweerder] is op 9 juli 2019 ziek uitgevallen; sinds november 2020 werkt hij weer zijn volledige uren in enigszins aangepast werk;

b. [verweerder] heeft in mei 2021 verlof opgenomen en gekregen; hij is naar Kaapverdië gereisd om daar zijn zieke vader te bezoeken; Kaapverdië was in die periode een zgn. oranje gebied; voor dat gebied gold van overheidswege toentertijd het advies om daar alleen naar toe te reizen indien dat echt noodzakelijk is (geen vakantiereizen); volgens de overheid dient degene die na een verblijf in Kaapverdië terug komt in Nederland in thuisquarantaine te gaan; op dag 5 van de quarantaine kan deze persoon zich bij de GGD laten testen; indien deze test negatief is, eindigt de quarantaineperiode;

c. [verweerder] is op 15 mei 2021 vanuit Kaapverdië teruggekeerd naar Nederland; hij is op 17 mei 2021 naar zijn werk bij Compaxo gegaan; de HR manager en productiemanager van Compaxo hebben hem er toen dadelijk op aangesproken dat hij de regels omtrent de thuisquarantaine niet in acht nam; zij hebben hem, met het oog op de thuisquarantaine, voor een periode van 10 dagen geschorst, zonder doorbetaling van loon; [verweerder] is vervolgens naar huis gegaan;

d. Op 21 mei 2021 heeft [verweerder] aan Compaxo laten weten dat hij inmiddels beschikte over een negatieve Coronatest en dat hij er zonder tegenbericht van uitging dat hij de week daarop weer zou worden toegelaten tot het werk; Compaxo heeft hem laten weten dat hij niet voor één, maar voor twee weken was geschorst; op 31 mei 2021, na de ommekomst van de periode waarvoor hij was geschorst, heeft [verweerder] zich opnieuw op het werk gemeld; hij is toen opnieuw naar huis gestuurd;

e. bij e-mailbericht d.d. 28 mei 2021 heeft Compaxo aan de gemachtigde van [verweerder] laten weten dat een voorzetting van dienstverband niet tot de mogelijkheden behoorde.

2.6

[verweerder] heeft na zijn terugkomst uit Kaapverdië thuisquarantaine moeten houden en heeft, zoals hij heeft erkend, een fout gemaakt door zich daaraan niet te houden en zich op 17 mei 2021 bij Compaxo op het werk te melden. Hij is daarop, op 17 mei 2021 in de ochtend, aangesproken door de HR manager en de productiemanager van Compaxo. Tijdens dat gesprek hebben zij hem, met het oog op de thuisquarantaine, voor een periode van tien dagen geschorst, zonder doorbetaling van loon. De stelling van Compaxo, dat hij tijdens dit gesprek boos is geworden en heeft gezegd dat hij maling heeft aan de Corona-regels, heeft [verweerder] betwist. Hij stelt dat hij geïrriteerd was en alleen heeft gezegd het onzin te vinden dat hij – waarover inderdaad discussie mogelijk is – zonder doorbetaling van loon werd geschorst. Aldus kan niet als vaststaand worden aangenomen dat [verweerder] tijdens het gesprek boos is geworden en heeft gezegd maling te hebben aan de Corona-regels. Aanleiding om vast te stellen of juist is wat Compaxo hieromtrent heeft aangevoerd, is er niet. Indien bij wijze van veronderstelling wordt aangenomen dat [verweerder] tijdens het gesprek wél boos is geworden en heeft gezegd maling te hebben aan de Corona-regels, geldt namelijk dat dit enkele incident – van andere incidenten is tijdens het ruim 28-jarige dienstverband van [verweerder] in deze procedure niet gebleken – heeft geleid tot een situatie waarin in redelijkheid van Compaxo niet meer kan worden gevergd om het dienstverband met hem voort te laten duren. Daarbij is, behalve de duur van het dienstverband, ook van belang dat [verweerder] na afloop van het gesprek, zoals hem is verzocht, op kennelijk normale wijze naar huis is gegaan om thuisquarantaine te houden. Van belang is verder dat zijn kortdurende aanwezigheid op het werk niet tot besmettingen heeft geleid. De test die de GGD op 21 mei 2021 bij hem heeft afgenomen was negatief. Bij de waardering van de feiten is verder in aanmerking te nemen dat [verweerder] , zoals hij dat onbetwist heeft verwoord, een ronduit beroerde positie heeft op de arbeidsmarkt, zodat de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst zijn leven ernstig zal ontwrichten. Het vorenstaande laat uiteraard onverlet dat Compaxo bij de strikte handhaving van de Corona-regels op de werkvloer een evident en zeer zwaarwegend belang heeft en dat zij [verweerder] op 17 mei 2021 terecht naar huis heeft gestuurd om thuisquarantaine te houden. De inbreuk die [verweerder] op de belangen van Compaxo heeft gemaakt, is echter, mede gelet op de gevolgen die dit heeft gehad, te gering om de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst te rechtvaardigen. Het verzoek van Compaxo wordt om deze redenen afgewezen.

2.7

Compaxo is de partij die in deze procedure in het ongelijk gesteld. Zij wordt om die reden veroordeeld in de kosten van de procedure.

3 Beslissing

De kantonrechter:

wijst het verzoek van Compaxo af;

veroordeelt Compaxo in de kosten van de procedure, welke kosten tot op heden worden vastgesteld op een bedrag ad € 747,= voor salaris gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. M. Nijenhuis en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 oktober 2021.