Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:11363

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
11-10-2021
Datum publicatie
25-10-2021
Zaaknummer
NL21.13945
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

asielaanvraag afgewezen - veilig land van herkomst - Marokko

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats 's-Gravenhage

Bestuursrecht

zaaknummer: NL21.13945


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser, V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. M.L. van Leer),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. R. Jonkman).


Procesverloop
Bij besluit van 25 augustus 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL21.13946, op 27 september 2021 op zitting behandeld. Beide partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

Waar gaat deze zaak over?

1. Eiser, die de Marokkaanse nationaliteit heeft, vreest dat hij bij terugkeer naar Marokko problemen zal krijgen met zijn oom en neven vanwege een eerder uit de hand gelopen conflict over een stuk grond. Verweerder gelooft eisers verhaal, maar acht de gestelde problemen onvoldoende om hem een asielvergunning te verlenen. Hierbij neemt verweerder in aanmerking dat eiser afkomstig is uit Marokko, een land dat verweerder in zijn algemeenheid, maar ook specifiek voor eiser, als veilig land van herkomst beschouwt.

Wat vindt eiser in beroep?

2. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Hij voert aan dat Marokko in het algemeen en in zijn specifieke geval ten onrechte als veilig land van herkomst is aangemerkt. Verweerder heeft zijn aanvraag dan ook niet als kennelijk ongegrond mogen afwijzen. Eiser stelt daarbij dat het discriminatoir is om zijn aanvraag kennelijk ongegrond te verklaren, alleen omdat hij uit een veilig land van herkomst zou komen. Eiser voert verder aan dat verweerder de afwijzing van zijn asielverzoek in Duitsland niet heeft mogen betrekken bij de huidige procedure. Verweerder had zijn aanvraag daarnaast ook niet kennelijk ongegrond hoeven te verklaren en had ook geen vertrektermijn hoeven te onthouden. Zeker gezien zijn bijzondere medische omstandigheden. Eiser stelt tot slot dat hem uitstel van vertrek verleend zou moeten worden.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

Veilig land van herkomst
3.1 In 2016 heeft verweerder Marokko op basis van algemene landeninformatie

aangewezen als veilig land van herkomst. De hoogste bestuursrechter heeft meerdere keren geoordeeld dat deze aanwijzing terecht is.1 Op 30 september 2020 en 6 mei 2021 heeft een herbeoordeling plaatsgevonden en is deze aanwijzing voortgezet. Verweerder heeft de herbeoordeling gebaseerd op relevante, actuele bronnen van gezaghebbende instanties en onder verwijzing naar deze bronnen gemotiveerd dat niet is gebleken dat er een achteruitgang is in Marokko op het gebied van democratisch bestuur en bescherming van het recht op vrijheid en veiligheid van de persoon.

3.2

De rechtbank volgt eiser niet in zijn betoog dat de herbeoordeling van 6 mei 2021 van Marokko als veilig land van herkomst in strijd is met artikel 37 van de Procedurerichtlijn. De enkele verwijzing naar de score die Freedom House aan Marokko heeft gegeven en informatie van Human Rights Watch leidt niet tot een ander oordeel, nu verweerder deze bronnen heeft betrokken bij de herbeoordeling. Gelet op het voorgaande heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat Marokko in zijn algemeenheid als veilig land van herkomst is aan te merken. Dit betekent dat er een algemeen rechtsvermoeden bestaat dat vreemdelingen uit Marokko geen bescherming nodig hebben. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat dat niet het geval is.

3.3

Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat Marokko voor hem persoonlijk geen veilig land is. De enkele stelling van eiser dat de politie niks voor hem kon betekenen nu het een familieruzie betreft die zij zelf moeten oplossen en dat de politie niets zou hebben gedaan met de aangifte van zijn vader, leidt niet tot een ander oordeel. Los van het feit dat eiser dit niet met stukken heeft onderbouwd, heeft verweerder van belang mogen achten dat niet is gebleken dat eiser zich heeft beklaagd bij de (hogere) autoriteiten over de gestelde werkwijze van de politie. De verwijzing van eiser naar het rapport van het US Department of State, waaruit blijkt dat corruptie bij de politie een veelvoorkomend probleem is, maakt het voorgaande niet anders.

3.4

Gelet hierop heeft verweerder de asielaanvraag van eiser op goede gronden afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 20002.

Procedure in Duitsland
3.5 Het betoog van eiser dat verweerder zich ten onrechte heeft laten leiden door de eerdere afwijzing van eisers asielverzoek in Duitsland, waarbij hij dezelfde motieven heeft aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel. Niet is namelijk gebleken dat verweerder de aanvraag enkel om deze reden heeft afgewezen. Verweerder heeft de aanvraag van eiser daarnaast ook zelf inhoudelijk beoordeeld.

Kennelijk ongegrond
3.6 De omstandigheid dat eiser afkomstig is uit een veilig land van herkomst maakt niet dat de afwijzing van zijn aanvraag als kennelijk ongegrond discriminatoir is. Hiertoe is van belang dat er in asielrechtelijke zin een gerechtvaardigd onderscheid wordt gemaakt tussen asielzoekers uit een veilig land van herkomst en asielzoekers die afkomstig zijn uit een land dat niet als veilig land van herkomst is aangemerkt.

3.7

Dat er geen noodzaak zou bestaan voor verweerder om de aanvraag als kennelijk ongegrond af te wijzen, maakt niet dat verweerder de aanvraag niet op deze wijze heeft mogen afwijzen. Verweerder heeft verder gemotiveerd dat niet is gebleken van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat het onthouden van een vertrektermijn onevenredig is.

Uitstel van vertrek
3.8 De rechtbank is tot slot van oordeel dat het beroep op grond van artikel 64 van de Vw 2000 niet kan slagen. Zoals verweerder heeft gemotiveerd in het bestreden besluit, heeft eiser geen documenten overgelegd waaruit blijkt dat hij in Nederland momenteel onder specialistische behandeling staat. De overgelegde Italiaanse documenten maken niet dat verweerder het BMA om nader onderzoek had moeten verzoeken of eiser uitstel van vertrek had moeten verlenen. Los van het feit dat deze documenten uit 2017 komen en dus vrij gedateerd zijn, onderbouwen de stukken niet dat eiser momenteel onder medische behandeling staat.

Wat is de conclusie?

4. De aanvraag is terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, rechter, in aanwezigheid van mr.J.F.A. Bleichrodt, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

1 Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, zie de uitspraken van 1 februari 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:209 en ECLI:NL:RVS:2017:210) en 19 maart 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:902).

2 Vreemdelingenwet 2000.