Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2021:11337

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
07-10-2021
Datum publicatie
25-10-2021
Zaaknummer
09-046230-21
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Jeugdstrafrecht.

Een minderjarige verdachte van gewapende overvallen op een twee supermarkten en een poging inbraak in een sigarenwinkel in februari 2021.

Ook heeft de verdachte nog onder invloed van cannabis op zijn bromfiets gereden. De verdachte heeft ter terechtzitting bekend de feiten te hebben gepleegd. Bij het zwaaien met het mes heeft de verdachte een van de slachtoffers in haar arm geraakt. De rechtbank acht de voorwaardelijk opzet op het steken wettig en overtuigend bewezen. Door met zo’n groot mes heen en weer te zwaaien in de directe nabijheid van het slachtoffer neem je het risico dat je het slachtoffer ook daadwerkelijk verwondt.

De rechtbank weegt in het voordeel van de verdachte mee dat hij op de zitting openheid van zaken heeft gegeven over zijn rol in de gepleegde feiten. De straf: JDET 15 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, proeftijd 2 jaar, en als bijzondere voorwaarden naast begeleiding door de jeugdreclassering met de bijbehorende meldplicht, waarvan een periode van zes maanden zal bestaan uit ITB Harde Kern (plus), oa het verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijk opvang, een contactverbod met alle medeverdachten en de slachtoffers, een locatieverbod om zich niet in de omgeving van de supermarkten te bevinden, waarbij voor een periode van maximaal zes maanden elektronisch toezicht is opgelegd. De voorwaarden en het toezicht zijn dadelijk uitvoerbaar verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Parketnummer 09-046230-21; 09-083876-21 (t.t.g.)

Datum uitspraak 7 oktober 2021

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer jeugdstrafzaken

in de zaken van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2003,

[adres 1] ,

thans preventief gedetineerd in: R.I.J. De Hartelborgt Opvang te Spijkenisse,

advocaat: mr. A.R. Rens te Den Haag.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 23 september 2021.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is in de zaak met parketnummer 09-046230-21 (dagvaarding 1) ten laste gelegd dat hij samen met een ander of anderen op 17 februari 2021 te Den Haag een gewapende overval heeft gepleegd op supermarkt Ela (feit 1), dat hij samen met een ander of anderen op 13 februari 2021 te Den Haag een gewapende overval heeft gepleegd op supermarkt Polsmaak (feit 2) en dat hij op 17 februari 2021 te Den Haag samen met anderen heeft geprobeerd bij Sigarenwinkel Sky de Bolle Sigaar in te breken (feit 3).

Ook wordt de verdachte in de zaak met parketnummer 09-083876-21 (dagvaarding 2) verweten dat hij op 22 december 2020 onder invloed van cannabis op zijn bromfiets heeft gereden.

De volledige tekst van de tenlastelegging staat in bijlage I.

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Inleiding betreffende beide dagvaardingen

Op woensdag 17 februari 2021 werd omstreeks 20.10 uur supermarkt ‘Ela minimarkt’ gelegen aan de [adres 2] te Den Haag overvallen door vier jongens, die de medewerkster van de supermarkt, [slachtoffer] bedreigden met messen en een vuurwapen.

Een van de verdachten heeft haar ook daadwerkelijk met het mes geraakt waardoor zij een wond aan haar arm had.

Uit de camerabeelden van de supermarkt bleek dat de vier verdachten van de overval in een gereedstaande witte Opel Vivaro stapten, die op de Jan de Weertstraat ter hoogte van nummer 9 geparkeerd stond en waarin achter het stuur een vijfde verdachte zat.

Kort na de overval, ongeveer 20 minuten nadat de melding werd gedaan, konden drie verdachten in de Opel Vivaro op de Melis Stokelaan te Den Haag worden aangehouden.

De verdachte was een van hen.

In de Opel Vivaro werden een deel van de buit en steekwapens aangetroffen.

Naar aanleiding van de camerabeelden van deze overval zijn de camerabeelden van een overval op 13 februari 2021 op supermarkt ‘Polsmaak’, gelegen aan de [adres 3] te Den Haag, door de politie uitgekeken. De werkwijze van deze overval, alsook de signalementen van de overvallers, hun kleding en schoenen en de witte Opel Vivaro bleken overeen te komen. De verdachte werd vervolgens ook als verdachte van deze overval aangemerkt.

Op 17 februari 2017, vroeg in de morgen, omstreeks 1.40 uur, werd de eigenaar van de Sigarenwinkel Sky De Bolle Sigaar aan de [adres 4] te Den Haag, [benadeelde] , door zijn beveiligingsbedrijf gebeld dat het alarm in de winkel afging. Hij ging kijken en zag dat de ruit van zijn winkel was beschadigd. Op de camerabeelden zag hij drie personen, waarvan er een met een hamer meerdere malen op de ruit sloeg.

Naar aanleiding van een screenshot van de schoenen van een van de personen, is de verdachte ook als verdachte van deze poging inbraak aangemerkt.

Tijdens de behandeling van de zaken op de zitting heeft de verdachte de feiten bekend.

Hij heeft verklaard dat hij degene was die als eerste supermarkt ‘Ela minimarkt’ binnen kwam en aangeefster [slachtoffer] met een mes bedreigde. Hij heeft met het mes zwaaiende bewegingen gemaakt waardoor zij gewond is geraakt. De verdachte heeft verklaard dat het niet de bedoeling was om aangeefster te steken, hij wilde haar alleen maar bang maken.

De verdachte wilde geld hebben.

De verdachte heeft ook verklaard dat hij op de beelden van de overval op supermarkt ‘Polsmaak’ degene is met de witte schoenen, die de medewerker van de supermarkt, de heer [naam 1] , met een mes heeft bedreigd.

De verdachte heeft, nadat de camerabeelden van beide overvallen tijdens de zitting zijn getoond, verklaard dat hij op het moment van de overvallen niet door had hoe heftig deze waren voor de slachtoffers. Als ze dat zouden willen, zou hij met de slachtoffers willen praten.

Ook heeft de verdachte verklaard dat hij degene is die met een hamer de winkelruit van Sigarenwinkel Sky De Bolle Sigaar heeft vernield tijdens een poging om daar in te breken.

De verdachte heeft ten slotte tevens bekend dat hij op 22 december 2020 onder invloed van cannabis op zijn scooter reed. Hij heeft verklaard dat het niet voelde alsof hij onder invloed was.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie, mr. B.A.C. Looijestijn, heeft geëist dat de rechtbank bewezen zal verklaren dat de verdachte de op dagvaarding 1 onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten en het op dagvaarding 2 tenlastegelegde feit heeft begaan. De officier van justitie heeft een korte opsomming van de bewijsmiddelen gegeven, nu de verdachte de feiten tijdens de zitting heeft bekend.

De officier van justitie heeft verder wat betreft dagvaarding 1 naar voren gebracht dat, zoals ook op de ter zitting getoond compilatie van de camerabeelden van de twee overvallen op de supermarkten te zien is, de slachtoffers een traumatische gebeurtenis hebben meegemaakt, die zij hun leven lang zullen meedragen. De angst is van hun gezichten af te lezen.

Ook heeft de officier van justitie nog aangegeven dat is geschrokken van de laagdrempeligheid waarmee in het berichtenverkeer tussen de verdachten wordt gesproken over het plegen van een overval en dat de besproken plannen ook daadwerkelijk worden uitgevoerd.

De cannabis die op 22 december 2020 in het bloed van de verdachte is aangetroffen, was aldus de officier van justitie, ver boven de toegestane hoeveelheid.

3.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen verweer gevoerd wat betreft de bewezenverklaring van de aan de verdachte tenlastegelegde feiten, nu de verdachte ter zitting zijn verantwoordelijkheid heeft genomen voor wat hij heeft gedaan en de feiten heeft bekend. Hoewel de verdachte wat betreft dagvaarding 1 al eerder wilde verklaren, is hiermee gewacht totdat van het volledige dossier kennis was genomen.

Namens de verdachte heeft de raadsman benadrukt dat de intentie van de verdachte is geweest om de slachtoffers bang te maken en dus om een dreigende situatie te bewerkstelligen, maar niet om de slachtoffers ook daadwerkelijk te verwonden.

3.4

De beoordeling van de tenlastelegging.

Dagvaarding 1 1

Er kan worden volstaan met de hieronder vermelde opgaven van bewijsmiddelen2, omdat de verdachte de feiten heeft bekend tijdens de zitting. De raadsman heeft ook geen vrijspraak bepleit.

Feit 1

De bewijsmiddelen houden in:

  • -

    de bekennende verklaring door de verdachte afgelegd ter zitting op 23 september 2021;

  • -

    proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer] van 17 februari 2021, met bijlagen (p. 106-117);

  • -

    proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer] van 19 februari 2021, met bijlagen (p. 301-310);

  • -

    proces-verbaal van bevindingen van 17 februari 2021 (p. 130-131);

  • -

    proces-verbaal van bevindingen van 18 februari 2021 (p. 138-156);

  • -

    proces-verbaal camerabeelden rapportage van 18 februari 2021, met bijlagen

(p. 162-218).

De rechtbank acht op grond van deze bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich op 17 februari 2021 te Den Haag samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan een gewapende overval op supermarkt ‘Ela minimarkt’.

Ook het in de arm steken van [slachtoffer] acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen.

Hoewel de verdachte geen volle opzet had om het slachtoffer te steken, acht de rechtbank het voorwaardelijk opzet op het steken wel bewezen. Door met zo’n groot mes heen en weer te zwaaien in de directe nabijheid van het slachtoffer neem je het risico dat je het slachtoffer ook daadwerkelijk verwondt.

Feit 2

De bewijsmiddelen houden in:

  • -

    de bekennende verklaring door de verdachte afgelegd ter zitting op 23 september 2021;

  • -

    proces-verbaal van aangifte van [naam 1] van 13 februari 2021 (p. 650-652);

  • -

    proces-verbaal van aangifte van [naam 2] van 21 februari 2021 (p. 653-654);

  • -

    proces-verbaal van bevindingen van 14 februari 2021(p. 660-661);

  • -

    proces-verbaal van bevindingen van 14 maart 2021(p. 665);

  • -

    proces-verbaal van bevindingen van 16 februari 2021(p. 666);

  • -

    de weergave van de camerabeelden (p. 667-683);

  • -

    proces-verbaal van bevindingen van 5 april 2021 (p. 704-714).

De rechtbank acht op grond van deze bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich op 13 februari 2021 te Den Haag samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan een gewapende overval op supermarkt ‘Polsmaak’.

Feit 3

De bewijsmiddelen houden in:

  • -

    de bekennende verklaring door de verdachte afgelegd ter zitting op 23 september 2021;

  • -

    proces-verbaal van de aangifte van [benadeelde] van 17 februari 2021 met bijlagen

(p. 726-731);

- proces-verbaal van relaas met de aanleiding van het onderzoek van 1 juni 2021

(p. 719-722).

De rechtbank acht op grond van deze bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich op 17 februari 2021 te Den Haag samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan een poging tot inbraak bij Sigarenwinkel Sky de Bolle Sigaar door de ruit in te slaan met een hamer.

Dagvaarding 2 3

Er kan worden volstaan met de hieronder vermelde opgaven van bewijsmiddelen4, omdat de verdachte dit feit heeft bekend op de zitting. De raadsman heeft ook geen vrijspraak bepleit.

De bewijsmiddelen houden in:

  • -

    de bekennende verklaring door de verdachte afgelegd ter zitting op 23 september 2021;

  • -

    proces-verbaal van rijden onder invloed van 28 februari 2021, opgenomen in het proces-verbaal met nummer PL1500-2020385763-1;

  • -

    rapport toxicologisch onderzoek van 22 januari 2021.

De rechtbank acht op grond van deze bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich op 22 december 2020 te Den Haag schuldig heeft gemaakt aan rijden onder invloed op zijn scooter boven de toegestane hoeveelheid cannabis.

4 De bewezenverklaring

De rechtbank is op grond van de onder paragraaf 3.4 genoemde bewijsmiddelen van oordeel dat de bij dagvaarding 1 onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten en het bij dagvaarding 2 tenlastegelegde feit wettig en overtuigend zijn bewezen.

De bewezenverklaring staat in bijlage II.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte

De feiten zijn strafbaar.

De verdachte is ook strafbaar.

6 De straf en/of maatregel

6.1

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot jeugddetentie voor de duur van 15 maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met als voorwaarden begeleiding door de jeugdreclassering met de daarbij behorende meldplicht, gedurende maximaal zes maanden bestaande uit begeleiding door ITB Harde Kern, met daarbij ter nakoming van deze voorwaarde gedurende maximaal zes maanden ondersteuning door elektronische controle. Ook zal de verdachte moeten werken aan het vinden van huisvesting, aan het vinden en behouden van een dagbesteding in de vorm van school of werk en zal hij moeten meewerken aan het coachingstraject, dat reeds is opgestart.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangegeven dat de eis van de officier van justitie alleszins redelijk is en dat de verdachte ook heeft aangegeven dat hij alleen met een strak kader de maatschappij in wil gaan. Hij wil niet meer in de verleiding komen om foute keuzes te maken. De verdachte wil zijn leven oppakken door Havo 5 te gaan doen en te werken aan een goede toekomst.

Hij staat open voor alle begeleiding en hulpverlening en wil graag meewerken aan ITB Harde Kern. De coach van Its4Sure is bereid de coaching voort te zetten en de verdachte is daar ook zeker voor gemotiveerd.

De eerste afspraken voor de verdere begeleiding zijn al gemaakt. De verdachte ziet ook in dat hij niet meer thuis kan wonen en zal zich dan ook met hulp van de jeugdreclassering inzetten om begeleid te kunnen wonen.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

6.3.1

De ernst van de feiten

De verdachte heeft samen met zijn mededaders op agressieve en gewelddadige wijze twee overvallen gepleegd op een supermarkt. Tijdens de overvallen zijn de slachtoffers met diverse messen en ook met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp bedreigd. Omdat de verdachte tijdens de overval op supermarkt ‘Ela minimarkt’ dicht bij het slachtoffer stond en met zijn mes heeft gezwaaid heeft hij het slachtoffer in haar arm geraakt.

Het nietsontziende, brutale en gewelddadige gedrag van de verdachte en zijn mededaders, dat kennelijk slechts ingegeven was door beoogd financieel gewin, was zeer traumatisch voor de slachtoffers, zoals ook op de camerabeelden te zien is. De ervaring leert dat slachtoffers van een gewapende overval in het algemeen een langdurige en ernstige psychische nasleep daarvan ondervinden. Dergelijke overvallen brengen ook grote gevoelens van angst en onveiligheid teweeg in de samenleving.

Het kennelijk gemak waarmee de misdrijven werden gepleegd en het voorafgaande berichtenverkeer daarover, waarna de plannen ook daadwerkelijk zijn uitgevoerd, baart de rechtbank grote zorgen. Op snapchat is immers ook gesproken over ‘het klemmen van een sigarenboer in Moerwijk, waar 8 sisha’s voor het raam liggen en ook tabak met een hamer’ en vervolgens wordt er ook inderdaad geprobeerd in te breken bij Sigarenwinkel Sky de Bolle Sigaar in Moerwijk door met een hamer de winkelruit te vernielen.

De rechtbank rekent de verdachte deze feiten zwaar aan.

Dat drugs, en dus ook cannabis, de rijvaardigheid nadelig beïnvloeden waardoor men een gevaar vormt voor anderen in het verkeer, is een feit van algemene bekendheid.

6.3.2

De persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte

De verdachte is nog niet eerder onherroepelijk veroordeeld.

De rechtbank heeft acht geslagen op de rapporten van Raad voor de Kinderbescherming (verder: de Raad), en van de deskundige drs. B.W. Roelofs-van de Bon, GZ-psycholoog van 7 mei 2021, die zijn opgemaakt over de persoon van de verdachte.

De deskundige heeft bij de verdachte geen stoornis kunnen vaststellen. Wel constateert zij dat sprake is van een levensfaseprobleem dat zorg behoeft. Dit was ook zo ten tijde van het ten laste gelegde. De verdachte zit volop in de puberteit/adolescentiefase en is daarbij op zoek naar zijn identiteit. Enerzijds heeft hij veel behoefte aan waardering en affectie, anderzijds is er de behoefte aan onafhankelijkheid en controle.

De deskundige heeft, omdat de verdachte niet over het tenlastegelegde wilde spreken, niet

kunnen bepalen wat hem hierbij bewoog.

Zij kon ook geen betrouwbare uitspraak doen over het recidiverisico als geheel.
De deskundige heeft geen toepassing van het meerderjarigenstrafrecht geadviseerd, omdat de verdachte nog volop in ontwikkeling is.
Aangezien de deskundige geen betrouwbare risicoanalyse kon doen, heeft zij ook geen uitspraak kunnen doen over een juridisch kader, maar zij kan zich vinden in de voorwaarden die de verdachte eerder tijdens de schorsing opgelegd heeft gekregen zoals een enkelband, een gebiedsverbod en begeleiding door de jeugdreclassering. Zij wil eraan toevoegen dat het in het belang is van een gunstige ontwikkeling van de verdachte wanneer hij begeleid wordt door een coach of soortgelijke hulpverlener.

Blijkens het rapport van de Raad van 20 september 2021 heeft de verdachte tijdens zijn schorsing eigengereid en zelfbepalend gedrag laten zien. Hij wilde geen inzicht geven in zijn gedachten en handelen en daar ook niet over praten waardoor in de thuissituatie veel stress werd ervaren.

Het is beter voor alle betrokkenen dat de verdachte zelfstandig gaat wonen. De verdachte zegt hier aan toe te zijn en dit aan te kunnen.
De verdachte is gemotiveerd om zijn opleiding te vervolgen. De verdachte heeft aangegeven moeite te hebben met vrijheid, en heeft behoefte aan externe duidelijkheid en structuur. Dan zal hij in staat zijn tot een gedragsverbetering. Hij hoopt dat de jeugdreclassering hem deze structuur nog eenmaal kan bieden. De verdachte heeft toegezegd alle voorwaarden en plannen te zullen accepteren inclusief ITB Harde Kern en elektronische controle. De jeugdreclassering heeft nog tijd nodig om te kunnen onderzoeken wat de haalbaarheid en wenselijkheid hiervan is.

Geadviseerd wordt de verdachte een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, waarbij het voorwaardelijke deel flink moet zijn om de verdachte op weg te helpen van crimineel gedrag weg te blijven. Begeleiding hierbij is noodzakelijk.

De verdachte dient zich dan ook te houden aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering met de bijbehorende meldplicht, dat voor maximaal zes maanden uit intensieve begeleiding in het kader van ITB Harde Kern zal bestaan.
Tevens wordt geadviseerd dat de verdachte zal meewerken aan het vinden van huisvesting, aan elektronische controle, aan het hebben van een dagbesteding middels opleiding en/of werk en aan de begeleiding door de coach.

Van de zijde van de Raad is ter zitting meegedeeld dat de jeugdreclassering nog moet uitzoeken welke vorm van ITB Harde Kern het meest passend is voor de verdachte, nu er ook een plus variant bestaat. Aangegeven is dat van de jeugdreclassering is vernomen dat de elektronische controle direct kan worden aangesloten zodra de verdachte vrij is. De reeds bestaande begeleiding door de coach kan worden voortgezet. Door de jeugdreclassering kan ook een delictanalyse worden ingezet, nu de verdachte ter zitting heeft toegegeven de feiten te hebben gepleegd.

In aanvulling op het rapport wordt geadviseerd het toezicht en de voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren, opdat de begeleiding en ook het zoeken naar woonruimte meteen van start kan gaan, zodra de verdachte vrij zal zijn.

6.3.3

De strafoplegging

De rechtbank heeft bij de bepaling van de strafmodaliteit en strafmaat tot uitgangspunt genomen de informatie over de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals die uit de rapporten en ter zitting naar voren is gekomen, alsook de straffen die in soortgelijke zaken gewoonlijk worden opgelegd, zoals neergelegd in de door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) vastgestelde oriëntatiepunten voor de straftoemeting Minderjarigen.

Met name de overvallen zijn ernstige strafbare feiten waarvoor een langdurige detentie in beginsel op zijn plaats is. De rechtbank heeft een hogere straf dan door de officier van justitie is geëist overwogen, maar weegt in het voordeel van de verdachte mee dat hij ter zitting openheid van zaken heeft gegeven over zijn rol in de gepleegde feiten.

De rechtbank zal de eis dan ook volgen en ziet reden de verdachte een jeugddetentiestraf op te leggen van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, met aftrek van de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht.

Het voorwaardelijke deel is bedoeld om de verdachte van het opnieuw plegen van strafbare feiten te weerhouden en zijn begeleiding te waarborgen.

Als bijzondere voorwaarden legt de rechtbank begeleiding door de jeugdreclassering met de daarbij behorende meldplicht op, welke begeleiding gedurende een periode van maximaal zes maanden zal bestaan uit ITB Harde Kern. Tevens zal de verdachte voor een periode van maximaal zes maanden onder elektronisch toezicht worden gesteld.

Daarnaast zal hij moeten meewerken aan het coachingstraject dat reeds is gestart, aan een verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, waarbij hij zich ook zal moeten houden aan het programma en alle regels die aldaar gelden en zal de verdachte moeten meewerken aan het vinden en behouden van een zinvolle dagbesteding in de vorm van school en/of werk.

Ook zal de rechtbank de verdachte een contactverbod met de medeverdachten en de slachtoffers van de overvallen opleggen alsook een locatieverbod, dat inhoudt dat de verdachte zich niet mag bevinden op en in de omgeving van de [adres 2] [adres 3] en [adres 4] , allen te Den Haag.

De rechtbank zal verder de dadelijke uitvoerbaarheid van de voorwaarden en het toezicht bevelen, nu dit ter zitting door de Raad is geadviseerd en er - naar het oordeel van de rechtbank - ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

7 De inbeslaggenomen goederen

De lijst van inbeslaggenomen voorwerpen in de zaak met parketnummer 09-046230-21 vermeldt het volgende onder de verdachte inbeslaggenomen voorwerp:

1. 1 STK Telefoontoestel (omschrijving: G2552321, zwart, merk: Iphone).

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het de lijst van in beslag genomen voorwerpen onder 1 genummerde voorwerp zal worden teruggegeven aan de verdachte.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich niet uitgelaten over het inbeslaggenomen goed.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Nu het belang van de strafvordering zich daartegen niet meer verzet, zal de rechtbank de teruggave aan de verdachte gelasten van het op de beslaglijst onder 1 genummerde voorwerp.

8 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

45, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 311, 312, van het Wetboek van Strafrecht;

8, 176 Wegenverkeerswet 1994.

Deze artikelen zijn toegepast zoals zij golden op het moment van het plegen van de strafbare feiten.

9 De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de hem bij dagvaarding 1 onder

1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten en het hem bij dagvaarding 2 tenlastegelegde feit heeft gepleegd. Dat is volgens de wet:

dagvaarding 1 (09-046230-21)

feit 1

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 2

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 3

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of het weg goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

dagvaarding 2 (09-083876-21)

overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (cannabis 5 µg/l)

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot;

jeugddetentie voor de duur van 15 MAANDEN;

bepaalt dat de tijd die de verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht hier vanaf getrokken moet worden, tenzij dat al bij een andere straf is gedaan;

bepaalt dat een gedeelte van deze jeugddetentie, groot 5 MAANDEN, niet ten uitvoer zal worden gelegd als de verdachte zich tot het einde van de proeftijd, die 2 jaren is, houdt aan de volgende voorwaarden:

1. dat hij zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

2. dat hij zich gedurende de proeftijd zal melden bij de jeugdreclassering, op momenten

waarop zij dat willen en zolang zij dat willen;

3. dat hij zich gedurende de proeftijd zal houden aan de aanwijzingen van de

jeugdreclassering waarvan een periode van maximaal zes maanden zal bestaan uit

ITB Harde Kern (Plus);

4. dat hij op geen enkele wijze - direct of indirect -, ook niet via social media, contact zal

opnemen, zoeken of hebben met de medeverdachten:

- [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedag 2] 2002;

- [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedag 3] 2000;

- [medeverdachte 3] , geboren op [geboortedag 3] 2000;

zolang de jeugdreclassering dit nodig acht;

5. dat hij op geen enkele wijze - direct of indirect -, ook niet via social media, contact zal

opnemen, zoeken of hebben met de slachtoffers:

- [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 4] 1993;

- [naam 1] , geboren op [geboortedag 5] 2000;

zolang de jeugdreclassering dit nodig acht;

6. dat hij zich niet zal bevinden op en in de omgeving van de [adres 2] te Den Haag,

de [adres 3] te Den Haag en de [adres 4] te Den Haag, zolang de

jeugdreclassering dit nodig acht;

7. dat hij gedurende een periode van maximaal zes maanden zal meewerken aan controle op

voornoemde voorwaarden door middel van elektronisch toezicht;

8. dat hij gedurende de proeftijd zal verblijven in een instelling voor begeleid wonen of

maatschappelijke opvang en zich zal houden aan het (dag-)programma en de regels die de

jeugdreclassering in overleg met de instelling heeft opgesteld;

9. dat hij zich zal inzetten voor het verkrijgen en behouden van een zinvolle dagbesteding in

de vorm van school en/of werk;

10. dat hij zal meewerken aan het coachingstraject dat reeds is opgestart en zich zal houden

aan de afspraken met zijn coach, zolang de jeugdreclassering dit nodig acht;

geeft aan de Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, opdracht om erop toe te zien dat de verdachte zich zal houden aan de voorwaarden en om hem daarbij te begeleiden;

wijst de verdachte op de overigens geldende voorwaarden:

11. dat hij voor het vaststellen van zijn identiteit zal meewerken aan het nemen van

vingerafdrukken of een identiteitsbewijs (artikel 1 Wet op de identificatieplicht) zal

laten inzien;

12. dat hij zal meewerken aan het toezicht door de jeugdreclassering, zoals bedoeld in

artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder

begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de

jeugdreclassering;

beveelt dat de gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;

gelast de teruggave aan de verdachte van het op de beslaglijst onder 1 genummerde voorwerp, te weten: 1 STK Telefoontoestel (omschrijving: G2552321, zwart, merk: Iphone).

Dit vonnis is gewezen door

mr. H.J.M. Smid-Verhage, kinderrechter, voorzitter,

mr. M.P. Meeuwisse, kinderrechter,

en mr. M.J. Bouwman, kinderrechter,

in tegenwoordigheid van mr. M.M. de Witte, griffier.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 7 oktober 2021.

Mr. Bouwman kan dit vonnis niet tekenen.

Bijlagen:

  1. De tenlastelegging

  2. De bewezenverklaring

Bijlage I: de tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

09-046230-21

1

hij op of omstreeks 17 februari 2021 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, één of meer pakjes sigaretten en/of een of meer aansteker(s) en/of een geldbedrag van 437,71 euro, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan Supermarkt Ela en/of [slachtoffer] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- met één of meer van zijn medeverdachte(n) naar die supermarkt te gaan gaan en/of die supermarkt

binnen te gaan gaan en/of

- [slachtoffer] een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, dreigend voor te houden en/of te

tonen en/of

- tegen [slachtoffer] te roepen/zeggen: "maak de kassa open, kassa, kassa, kassa", althans woorden van

gelijke aard of strekking en/of

- met dat mes, althans dat scherpe en/of puntige voorwerp één of meer stekende bewegingen in de

richting van [slachtoffer] te maken en/of

- [slachtoffer] in de (linker-)arm te steken en/of

- [slachtoffer] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, voor te houden

en/of daarmee op [slachtoffer] te richten en/of

- dat geld uit de kassa te pakken en/of die sigaretten achter de toonbank te pakken;

2

hij op of omstreeks 13 februari 2021 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een geldbedrag van ca. 800,- euro, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan Supermarkt Polsmaak en/of [naam 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [naam 1] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of

andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- met één of meer van zijn medeverdachte(n) naar die supermarkt te gaan gaan en/of die supermarkt

binnen te gaan gaan en/of

- die [naam 1] een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, dreigend voor te houden en/of te tonen

en/of

- met dat mes, althans dat scherpe en/of puntige voorwerp één of meer stekende bewegingen in de

richting van [naam 1] te maken en/of

- tegen [naam 1] te roepen/zeggen: "open kassa, geef geld, geef geld, open die kankerding”, althans

woorden van gelijke aard of strekking en/of

- [naam 1] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, voor te houden en/of

daarmee op [naam 1] te richten en/of

- dat geld uit de kassa te pakken;

3

hij op of omstreeks 17 februari 2021 te ’s-Gravenhage tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen

misdrijf om shisha waterpijpen en/of tabak en/of telefoons, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde] en/of Sigarenwinkel Sky De Bolle Sigaar, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te

verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen,

met een hamer, althans een zwaar voorwerp, de/een (etalage)ruit van die winkel heeft ingeslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

09-08387621

hij op of omstreeks 22 december 2020 te 's-Gravenhage, locatie Oranjeplein, een voertuig, te weten een bromfiets heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen na gebruik van een in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in

het verkeer, aangewezen stof als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten tetrahydrocannabinol (THC)(afkomstig van cannabis gebruik),

terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van de WVW94, het gehalte in zijn bloed van de bij die stof vermelde meetbare stof 5,0 microgram per liter bloed bedroeg,

zijnde hoger dan de in artikel 3 van het genoemd Besluit, bij die stof vermelde grenswaarde.

Bijlage II: de bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten aanzien van de verdachte wettig en overtuigend bewezen dat:

09-046230-21

1

hij op 17 februari 2021 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met anderen, één of meer pakjes sigaretten en aanstekers en enig geldbedrag, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededaders toebehoorde, te weten aan Supermarkt Ela, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, door

- [slachtoffer] een mes, dreigend voor te houden en te tonen en

- tegen [slachtoffer] te roepen/zeggen: "maak de kassa open, kassa, kassa, kassa", en

- met dat mes, stekende bewegingen in de richting van [slachtoffer] te maken en

- [slachtoffer] in de (linker-)arm te steken en

- [slachtoffer] een op een vuurwapen gelijkend voorwerp voor te houden en daarmee op [slachtoffer] te

richten en

- dat geld uit de kassa te pakken en die sigaretten en aanstekers achter de toonbank te pakken;

2

hij op 13 februari 2021 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met anderen, een geldbedrag van ca. 800,- euro, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededaders toebehoorde, te weten aan Supermarkt Polsmaak en/of [naam 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [naam 1] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, door

- [naam 1] een mes dreigend voor te houden en te tonen en

- met dat mes één of meer stekende bewegingen in de richting van [naam 1] te maken en

- tegen [naam 1] te roepen/zeggen: "open kassa, geef geld, geef geld, open die kankerding”, en

- [naam 1] een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, voor te houden en daarmee op [naam 1] te richten

en

- dat geld uit de kassa te pakken;

3

hij op 17 februari 2021 te ’s-Gravenhage tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om shisha waterpijpen en tabak en telefoons, die geheel of ten dele aan [benadeelde] en/of Sigarenwinkel Sky De Bolle Sigaar, toebehoorden weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die weg te nemen goederen onder hun bereik te brengen, met een hamer, de etalageruit van die winkel heeft ingeslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

09-08387621

hij op 22 december 2020 te 's-Gravenhage, locatie Oranjeplein, een voertuig, te weten een bromfiets heeft bestuurd na gebruik van een in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in

het verkeer, aangewezen stof als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten tetrahydrocannabinol (THC)(afkomstig van cannabis gebruik),

terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van de WVW94, het gehalte in zijn bloed van de bij die stof vermelde meetbare stof 5,0 microgram per liter bloed bedroeg,

zijnde hoger dan de in artikel 3 van het genoemd Besluit, bij die stof vermelde grenswaarde.

Eventuele taal-en/of schrijffouten zijn in de bewezenverklaring verbeterd, zie cursieve wijzigingen. De verdachte is hierdoor niet benadeeld.

1 De hierna genoemde pagina’s zijn te vinden in het dossier met de naam Mango, proces-verbaalnummer 2021046681/DH3R0210017, doorgenummerd van pagina 1 tot en met 753.

2 Zie: artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.

3 De hierna genoemde pagina’s zijn te vinden in het dossier met het nummer PL 1500-2020385763, ongenummerd.

4 Zie: artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.